Lezen

De Wachtkamer

Een kleine ruimte. Acht stoelen. Twee maal vier naast elkaar. Tussen de twee rijen in een tafel met tijdschriften die hun houdbaarheidsdatum al lang overschreden zijn. Ik op één van die stoelen. Naast mij een man die dwangmatig aan zijn neus wrijft waarna hij telkens de plooien van zijn broek glad strijkt. Tegenover mij een vrouw die alle kanten opkijkt behalve de mijne. Haar been trilt. Twee medisch secretaressen, in een bokaal, hermetisch van de wachtzaal afgesloten alsof onze lucht besmettelijk is. Ik hoor mezelf denken, hier hoor ik niet thuis. 63 jaar oud. Getrouwd. Sinds de kinderen het huis uit zijn niet gelukkig. Om half tien heb ik een afspraak met dokter Jansens. De beste uit de stad volgens mijn vrouw. 60 jaar oud. Het is door haar dat ik hier zit. Ik moet mijn problemen aanpakken. Zo kan het niet meer verder voor haar. De man die naast mij zit wordt naar binnen geroepen door de dokter. Haast onmerkbaar knikt hij naar mij. Partners in crime. Uitgescheten door de maatschappij. Het is twintig na negen. Binnen tien minuten is het mijn beurt, maar binnen tien minuten zal ik niet binnenstappen. Zo gaat het altijd. De uitstappen naar Bredene konden niet meer, nu twee jaar geleden. Niet dat Nadine haar schaamt voor haar hangborsten. Een naaktstrand is tenslotte een plaats waar je uitsluitend gepensioneerden ziet zonnen. De jeugd is er te preuts voor geworden. Twee jaar geleden gingen we voor het laatst. Uit het niets verhardde mijn penis. De maat was vol. De naaktstranden die we vroeger frequent opzochten, werden verboden terrein. In de jaren zestig kon ze er zelf van genieten. We waren jong, onbevangen en vooral vrijgevochten. Op de tonen van Joe Cocker rookten we joints. We vreeën in de duinen. Hadden lak aan alle maatschappelijke regels, tot Nona geboren werd. De handboeien van eerder spanden opnieuw strak om onze polsen. Toen de kinderen het huis uit waren, gingen we opnieuw naar naakstranden. Nadine stond er niet meteen voor te springen, maar ze had ook ooit de vrijheid gevoeld. Ze begreep me. Nu ben ik de gek die geil wordt van naakt rond te lopen. Het is pervers. Een parafilie. Nadine heeft het allemaal op het internet gelezen. De officiële term: exhibitionisme. Die eer deel ik met pedofielen, fetisjisten, masochisten en sadisten. Dat ik het ontken is logisch. In een eerste fase ontkent iedereen dat hij psychisch ziek is. De fases ken ik reeds allemaal uit mijn hoofd. De printer kan de aanvoer van informatie niet meer aan. Het ding is amper een jaar oud en mag al bijna op pensioen gaan voor bewezen diensten. Iedere avond doorploegt ze het internet op zoek naar behandelingen. We moeten ons huwelijk redden, maar wat valt er eigenlijk te redden? De neuswrijver komt naar buiten. De vrouw wordt naar binnen geroepen via de intercom. Hierna is het mijn beurt. 10u30. Het nut van een afspraak maken is al lang voorbijgestreefd. De seconden tikken trager dan wenselijk is voorbij. De secretaressen kijken niet om naar mij. De wachtkamer lijkt wel het zwarte gat van de maatschappij. De uitverstotenen die iedereen het liefst negeert. Straks moet ik de psychiater te woord staan. Ik heb me voorgenomen eerlijk te zijn. Dat dit een verplicht nummertje is om van het gezaag van mijn vrouw vanaf te zijn. Meer heb ik hem niet te vertellen. Dat ik graag puur rondloop is geen staatsgeheim. Er is ook niets mis mee. Het is toch niet mijn schuld dat mensen op straat schrikken als ik naakt door het raam sta te turen. We zijn toch allen uit dezelfde materie vervaardigd? Waarom moeten we alles zo nodig verbergen? Kleren zijn niet meer dan een masker voor ons werkelijke zelf. Ik heb op zijn minst de moed om mezelf zelf te tonen ontdaan van alle ballast. De vrouw komt na een kwartier buiten. Een routineuze afspraak om haar voorschriften op te halen? Mijn voornaam, geen achternaam, wordt geroepen. Ik sta op. Leg het uit elkaar vallende magazine, dat doelloos op mijn knieën lag, terug op tafel. Ik schud zijn hand. Nu weet ik het zeker. Ik ga hem niets zeggen. Enkel vragen stellen. Hoe moet ik in godsnaam omgaan met mijn vrouw? Met haar imaginaire problemen. Zij is ziek. Niet ik. Niet ik.

Thomas Jacques
5 0

De zin van waanzin

Als ik niet op exact het juiste moment gekeken had, zou ik niet eens geweten hebben dat hij er nog was. Daar stonden we dan, ik ademloos kijkend naar hem, terwijl hij me zelfzeker doch betrapt aanstaart. Slechts één ogenblik duurde onze ontmoeting. Daarna was het moment alweer voorbij. Verbijsterd staar ik naar het raam, in wiens weerspiegeling zijn aanwezigheid even geleden nog onthuld werd.Ik draai me om, razendsnel, maar zie enkel wat ik verwachtte te zien: ik ben alleen. En zo gaat het elke keer. Eén kort moment van onthulling, waarna ik soms maandenlang geen teken van hem zie. Soms denk ik dat hij voorgoed weg is, dat hij eindelijk rust gevonden heeft. Tot hij me weer het tegendeel bewijst, natuurlijk. Want rust vindt hij niet.In mijn borstkas gaat mijn hart als een razende tekeer. Ik leg mijn hand erop, om het te sussen. Sssssssst..sssssst....sssssst. Mijn ritmisch sussen stemt mij rustig, maar mijn hart laat zich niet voor de gek houden. Of beter nog: zijn hart laat zich niet voor de gek houden. Het is vreemd hoe het hart dat al meer dan een jaar in mijn borstkas huist, nog steeds vreemd aanvoelt. Alsof mijn mankerende hart, wiens slagen van bij mijn geboorte geteld waren, beter bij mij hoorde dan deze perfect functionerende vervanger.Ik denk wel eens dat ik dit nieuwe hart tekort doe. Dat het te fel voor me is, te levenslustig. Ik ben niet avontuurlijk genoeg, te braaf misschien. Ik zou kunnen zeggen dat dat zo is omdat ik mijn hele leven geleefd heb als een kasplantje, bang dat de kleinste opwinding het einde van mijn fragiele hart betekenen zou, maar dat zou een leugen zijn. De waarheid is: ik had me al neergelegd bij mijn noodlot. Ik had mijn einde reeds aanvaard. De kans dat er een functionerend hart voor mij zou zijn, een hart dat door mijn lichaam geaccepteerd zou worden... daar had ik nooit op gerekend. Ik had er niet eens van durven dromen. Mijn hoop op een lang leven had ik al begraven.Wanneer ik een hand voel op mijn schouder, weet ik dat hij voor mij is gekomen. Deze keer draai ik me niet om. Ik weet dat daar niets dan leegte op mij wacht."Ik ben in de kamer hiernaast, kom maar wanneer je er klaar voor bent." Hij fluistert de woorden in mijn oor. Daarna voel ik hoe de hand van mijn schouder verdwijnt. "Neem je tijd," voegt hij geruststellend toe, maar die heb ik niet nodig, ik heb al zoveel meer tijd gehad dan verwacht. Tijd om na te denken. Ik ben er klaar voor.Vastbesloten ga ik naar de slaapkamer. In een oogopslag neem ik de ruimte in me op. Op de grond ligt een eenvoudige matras zonder bedframe. De muren zijn kaal en leeg. In een hoek staat een aantal onuitgepakte kartonnen dozen. In tegenstelling tot mijn nieuwe hart, past deze kamer uitstekend bij mij. Ze sluit aan bij de manier waarop ik in het leven sta. Ik ben slechts een voorbijganger, niet in staat me te vestigen, ik blijf hier niet.In het midden van de kamer ligt hij. Hij is mooi op een onopvallende manier, realiseer ik me. Het soort mooi dat je niet in tijdschriften of in films ziet. Zijn bleke gezicht heeft iets vriendelijks, een ondefinieerbare trek waardoor je hem wel sympathiek moet vinden. Zelfs nu zijn lichaam volledig ontspannen neerligt, verhult zijn kleding de vorm van zijn spieren niet. Aangedaan door het serene beeld van de onbeweeglijke jongeman, kniel ik naast hem neer. Zelfzeker plaats ik mijn in elkaar geslagen handen op zijn borstbeen. Met korte stoten pomp ik het bloed door zijn lichaam. Dertig keer op rij. Ik voel geen angst om mijn lichaam te overbelasten, want het is zijn gezonde hart dat in mij huist. Ik maak zijn luchtweg vrij door zijn hoofd te liften, knijp zijn neus dicht en plaats mijn lippen op de zijne. Zijn lippen voelen koud en slap aan. Bijna verwijder ik mijn mond van de zijne, maar dan herneem ik me. Twee keer laat ik verse lucht in zijn longen stromen. Daarna verlaten mijn lippen de zijne. Wanneer ik mijn handen weer op zijn borstbeen plaats om de hartmassage te hervatten, proest hij het uit. Zijn heldergroene ogen openen zich en staren me verbijsterd aan. Onder de palm van mijn hand pompt nu zijn herleefde hart weer bloed door zijn lichaam. Mijn ademhaling stokt. Mijn eigen zwakke hart protesteert hevig tegen de net uitgevoerde inspanning. Het duizelt me. Ik heb een jaar de tijd gehad om na te denken, spreek ik mezelf moed in. Ik ben er klaar voor.Met mijn laatste kracht verplaats ik mijn handen van zijn borst naar zijn keel. Zijn ogen sperren zich wagenwijd open wanneer ik mijn volledige gewicht gebruik om zijn luchtweg toe te knijpen. Zijn armen grijpen wanhopig om zich heen, maar slagen er niet in mijn handen van zijn keel te verwijderen. Net zoals bij de hartmassage tel ik tot dertig. Opnieuw en opnieuw, tot zijn lichaam al lang geen verzet meer biedt. Zijn ogen staren me angstig aan, maar zijn hart bonkt energiek en levenslustig in mijn borstkas. Ik sta op en adem drie keer diep in en uit. Mijn lichaam giert nog na door de adrenaline van de inspanning. Mijn hart gaat als een razende tekeer en ik volg het. Voor het eerst zijn wij werkelijk één. Ik stap naar de stapel kartonnen dozen en haal het eerste voorwerp eruit. Zonder veel aandacht te besteden aan de afbeelding op het doek, hang ik het schilderij aan de muur. Ik neem een aantal stappen achteruit om het te bestuderen. Wanneer ik weer naar de kartonnen dozen toeloop om het volgende voorwerp uit te pakken, zie ik dat het lichaam van de jongeman verdwenen is. Ik weet dat hij niet terug zal keren. Ik voel het aan het krachtige hart dat in mijn borstkas slaat. Het hart dat nu eindelijk echt van mij is. Ik ben er klaar voor. Ik leef. 

Fuaran
0 0

De verdachte spaarpot is plagiaat!

Stiekem hebben de eeneiige tweelingzussen Emma en Ruth een speciale spaarpot aan de muur hangen op zolder. De spaarpot ziet er hetzelfde uit als het kunstwerk van Aglaia Conrad dat aan het provinciehuis hangt in Leuven.  Stiekem hebben zij dat nagemaakt, omdat niemand dat zou herkennen als een spaarpot en denken dat het een geliefd kunstwerk van hun is dat ze hebben nagemaakt, omdat het originele onbetaalbaar is.  Een slot heeft de spaarpot ook maar zij houden die altijd verborgen.  Niemand mag weten dat zij sparen om een fotografieopleiding te volgen en zeker hun grootouders Arthur en Angèle niet, waar zij van kleins af bij wonen.  Zij zitten nog in hun oude tijd en willen absoluut dat vrouwen aan de haard blijven of als verpleegster en/ of kinderoppas werken. Wat vinden zij een opleiding nutteloos, maar de tweeling niet!  Om aan de kost te komen gaan zij tegen hun goesting het beroep van verpleegster beoefenen.  Veel verdient het niet, want zij doen al enkele jaren veel moeite om te sparen.  Die soort job verdien je weinig, ondanks dat het lastig is.  Ook moet de tweeling een stuk van het geld afstaan aan hun grootouders voor huur en voedsel, en er is weinig over voor vrije tijd.  Op dit moment zijn Angèle’s en Arthurs gezondheid snel achteruit aan het gaan en daarom moeten zij naar het ziekenhuis.  Waarschijnlijk zullen zij daar sterven.  Dus maakt de tweeling een plan om naar Hasselt te gaan verhuizen voor een opleiding van fotografie te volgen.  Zij denken aan een deeltijdse opleiding aan de academie voor fotografie, want genoeg geld voor die richting aan de hogeschool te studeren hebben ze niet.  Dan maar een deeltijdse, en er zijn tenminste geen voorselecties om toegelaten te worden als student.  Nu dat de grootouders in het hospitaal liggen, verhuist de tweeling stiekem naar Hasselt.  De laatste dag voordat ze officieel in Hasselt trekken, steelt een dief rond middernacht de speciale spaarpot.  Eigenlijk is hij op zoek naar waardevolle spullen en trekt hij dat namaakkunstwerk aan en daarom besluit hij dat om mee te nemen, maar hij weet niet dat er geld in zit.  Zonder dat de tweeling het weet, is hij verzot op het kunstwerk van Aglaia Conrad en wil hij het zelf hebben.  Eigenlijk denkt hij dat het namaakversie het echte is, want de tweeling heeft het nagemaakt door een foto van dat kunstwerk op internet te zien.  Zoals gewoonlijk draagt de dief een bivakmuts en zwarte kleren.  Ook heeft hij een revolver mee.  Vooraleer Emma de spaarpot tegen haar zin afgeeft aan de bandiet, drukt hij met de revolver tegen Ruth.  Hij is van plan om haar dood te schieten.  Gelukkig gebeurt dat toch niet.  En verwittigt zij vlug de politie.  Ondertussen onderzoekt de dief nog heel de zolder.  Hij vindt nog gsm’s en de laptop van de tweeling.  Die neemt hij ook mee en steekt hij op zijn gevoel in zijn rugzak.  Op het moment dat hij alles inpakt, is het licht uit.  Ook doet hij dat voorzichtig in stilte.  Terwijl Ruth de misdaad uitlegt aan de telefoon, probeert Emma de dief weg te jagen.  Zij probeert dat door het geweer uit zijn arm te rukken.  En dat is gelukt.  Om de dief te laten verschieten, schiet zij zelf in de muur en ondertussen staat de dief achter haar.  Emma schiet zelf niet op de dief, omdat ze weet dat het moord is en daarvoor gestraft kunt voor worden.  Ook is dat voor zelfverdediging.  Hij verschiet zich een bult en springt door het venster naar buiten.  Ondertussen zijn er twee politieagenten aangekomen.  Op tijd hebben zij de dief kunnen opvangen met hun handen en heeft hij zijn val overleefd.  Snel lopen kan hij niet meer en is het voor de politie gemakkelijk om hem handboeien te doen en met hem naar de gevangenis te gaan, maar eigenlijk gaat hij vooraleer hij naar de gevangenis gaat, eerst naar de kliniek voor een grondig onderzoek.  Natuurlijk moet de tweeling mee naar het politiebureau voor hun angstwekkend verhaal te vertellen.  Zelfs de buit van de dief is mee voor onderzoek.  Op het bureau verteld de dief één maand na zijn herstelling zijn avontuurlijk en vreemd verhaal, maar natuurlijk in zijn versie en eigen woorden.  Eén maand daarvoor heeft de tweeling dat ook gedaan.  Het is verwonderlijk dat de dief nog leeft en zo vlug is hersteld.  Normaal lig je daarvoor enkele maanden als een plant te leven en alles opnieuw vanaf nul leren zoals een baby.  Maar uiteindelijk worden zowel de dief als de tweeling gearresteerd.  Natuurlijk is de reden voor de dief de diefstal, maar de tweeling is beschuldigd op het namaken van Aglaia’s kunstwerk.  Daarvan is het gevolg dat de tweeling schulden moet betalen aan Aglaia.  Het bedrag voor de schadevergoeding is 100 000 euro, maar het ergste is wel dat zij daarvoor heel hun spaarboekje van op de bank volledig leeg moeten maken, want er staat daar 100 000 euro op.  Ondanks dat de tweeling tegen zijn zin betaalt, doen zij het toch!  Anders krijgen zij dan straf levenslang in de gevangenis.  Gelukkig is er geen sprake van de doodstraf!  In België mag dat niet uitgevoerd worden, omdat het onmenselijk is!  In de staat Texas, V.S. is dat nog vanzelfsprekend!  Nadat de tweeling betaald heeft, krijgen zij vijf jaar gevangenisstraf.  De dief krijgt maar amper drie jaar.  Dat vindt de tweeling niet eerlijk!  Als gedacht in hun hoofd hebben zij een verwachting dat zoiets bij vrouwen normaal is, omdat zij zich moeten gehoorzamen en agressief gedrag minder vanzelfsprekend is dan voor mannen.  Dus worden vrouwen volgens hen strenger gestraft!  Als de dief ontslagen is uit de kliniek, begint het onderzoek definitief.  Meteen na de diefstal wordt ontdekt dat de spaarpot pure namaak is, maar verder is er geen onderzoek.  Dat gebeurt pas als de dief vanaf de eerste werkdag in de gevangenis zit.  De politie weet dat omdat het echte kunstwerk nog steeds aan het provinciehuis van Leuven hangt.  Ten tweede valt er geen spoortje schade te bespeuren.  Daarom besluit men na het onderzoek van de spaarpot hem te vernietigen in duizenden kleine stukjes en dat gebeurt met een machine, want zo blijft er niets van over.  Trouwens is dat ook een goede reden om het verleden uit te wissen  Voor dat het vernietigt wordt, ontdekken de onderzoekers geld in de spaarpot, omdat zij er per ongeluk daaraan is geschud.  Dus breken zij de spaarpot open en vinden zij het geld.  Omdat zij het unieke verhaal van buiten tot in de details kennen, kunnen zij direct de eigenaar identificeren.  Men weet gewoon dat het de tweelingzusjes Emma en Ruth zijn.  Uiteindelijk krijgen de tweeling toch hun som centen terug.  Het wordt eerlijk verdeeld, want Emma en Ruth hebben beiden de helft van hun bedrag teruggekregen.  Hun geld wordt op elk zijn spaarrekening gestort.  Door goed gedrag in de gevangenis komt de tweeling vrij.  Alleen de pers merkt daar iets van, omdat hun grootouders ondertussen zijn gestorven na ziekte van enkele maanden waardoor zij verbleven in het ziekenhuis.  Daar weet de tweeling niets van, want post krijgen in de gevangenis mocht niet.  De papierversnipperaar op het secretariaat van de gevangenis vernietigt ontvangen brieven voor gevangenen direct.  Dus is er weinig vrijheid, want je mag buiten geen post ontvangen, amper 2 uur per dag buiten en soms zelf bij slecht weer, werken voor een hongerloon, …  Ondertussen pleegde de dief zelfmoord na één jaar in de gevangenis te zitten.  Hij werd er zo depressief en agressief van de kleine ruimte in zijn cel en de vrijheid en burgerrechten die men zo heeft afgepakt.  De tweeling had dat gevoel ook, maar toch vochten ze door tot de vrijheid in de buitenwereld waar alles mag!  Ze zijn trots dat ze het gehaald en overleefd hebben.  Als de tweeling terug worden vrijgelaten, ontvangt uitsluitend de pers hun aankomst.  Trouwens zijn de grootouders van de tweeling een half jaar na de feiten van hen aan een ziekte overleden, en verder hebben ze geen familie en vrienden waarmee ze close zijn.  Dat nieuws halen alle voorpagina’s van de kranten in Vlaanderen.  Ook bij de diefstal was dat zo.  Dat bericht maken mensen blij.  Dus biedt de gemeente waar de tweeling voor de feiten woonden, aan hen een sociale woning.  Zij nemen die aanbieding meteen aan, want veel keuze is er niet en ten tweede is het spotgoedkoop.  Met een inkomensvervanging van het OCMW moeten ze ermee leven en dat is 500 euro per maand.  Dat is niet veel en dus kunnen zij nog altijd hun fotografieopleiding niet betalen.  Daarom besluiten de buren hun volledig te sponsoren en maken zij hun droom waar.  Zij zijn ermee gelukkig en ook blijken ze talent te hebben, want bij hun allereerste fotowedstrijd winnen zij de eerste prijs.  Voor de rest hebben zij genoeg om mee te leven en voelen zij zich verder goed.  Maar een betaalde job vinden, blijft een probleem, omdat zij gevangen zijn geweest en dat hebben werknemers niet graag.  Om hun tijd toch maar zinvol in te vullen doen zij vrijwilligerswerk voor ex-gevangenen te helpen, want die wereld kennen zij grondig.  Voor de rest gaat het gewone leven van de tweeling voort en zetten zij zich in voor de ex-gevangenen waardoor zij meer in de schijnwerpers staan.  Door hun inzet worden zij beloond door de gemeente en daardoor voelen zij zich steeds beter en beter, terwijl hun leven gewoon verder blijft doorlopen tot de dood.               

Amina
4 0

Opgesloten!

De tweeling Pablo en Angelo zijn elk 1,20m lang op het moment dat zij volwassen zijn.  Daardoor ondervinden zij dagelijks problemen die voor de gewone man vanzelfsprekend zijn zoals bijvoorbeeld hoge winkelrekken.  Op een warme zomeravond gaan zij met de trein naar Hasselt voor een grote fuif op het Kolonel Dusartplein.  Daarvoor hebben zij zich opgedirkt in een jeansbroek, een wit hemd met lange mouwen en geklede zwarte schoenen.  Hun moeder heeft die speciaal voor deze gelegenheid gemaakt.  Daar zijn zij dankbaar voor, want bij de kindermaten vinden zij niets wat hun aanstaat.  Bij aankomst in Hasselt tellen zij nog vlug hun geld of dat zij voldoende hebben voor een plezierige avond.  Beiden hebben amper 15 euro op zak.  Dus naar de bank reppen.  Ook al is het 8 uur ’s avonds en zijn ze dan gesloten.  Pech, he!  Dan moeten zij naar het loket met uitsluitend machines. Zij gaan daar binnen door kaart te laten checken door een verborgen chip achter de deur.  Probleemloos raken zij binnen.  Angelo merkt dat de automaten verdomd hoog staan.  Hij vloekt op een luide toon: ”Verdomme! Hoe moeten wij dat oplossen.”  Ook vraagt Pablo dat zich ernstig af.  Volgens hem moet je wachten tot dat iemand komt met een normale lengte.  Dat idee houdt hij ongemerkt één uur aan.  Tijdens die tijd is er een discussie ontstaan voor een oplossing door middel van kibbelen.  Na een tijd wordt het te veel voor Pablo.  Hij wil naar de politie telefoneren met de GSM.  Hij begint eraan, maar ondertussen heeft Angelo een ongeloofwaardig idee.  Pablo zet zijn toestel vliegensvlug uit en luistert aandachtig naar Angelo.  “Is het goed dat wij om beurten op elkaar rug klimmen.  Zo kunnen wij tenminste aan de knoppen, want samen maken wij ons langer.”  Pablo vertelt op een enthousiaste manier aan hem dat hij het wil uitproberen.  Angelo start ermee door op zijn knieën te zitten.  Op zijn schouders duwt Pablo zichzelf op.  Het lukt, maar Angelo doet meteen een poging om recht te komen.  Ondertussen zucht hij van de zware proef.  Als hij volledig recht staat, blijkt de lengte te veel.  Dan maar bukken.  Plof!  Hij valt en is buiten adem!  Tijd voor rust! Angelo valt in slaap.  Pablo kijkt naar buiten.  Hij ziet mensen op de gratis bus instappen naar de fuif, want een groot deel is extravagant gekleed.  Rokken die alleen de billen bedekken, T-shirts met blote buik voor zowel mannen als vrouwen.  Als hij dat beeld ziet, doet het pijn.  In plaats van te feesten is hij opgesloten. Niemand van de voorbijgangers bekommert hem en Angelo.  Er is trouwens in die tijd ook niemand in de bank geweest.  Hij mijmert ondertussen waarom niemand hem komt helpen.  Daarbij begint hij ook te huilen.  Pablo’s huilbij is nog niet over.  In gedacht wil hij kloppen en tieren op de ramen.  Toch helpt die mogelijkheid er volgens hem niet, want de sterke en grote deur isoleert het geluid. Hij besluit zonder medeweten van Angelo om een methode voor hulp, want steeds slaapt hij nog.  Voor het raam klopt hij met zijn handen, stampt daarbij op de grond met zijn voeten.  Ook schreeuwt hij met zijn mond. Ondertussen wordt Angelo bruut wakker.  “Wat ben je aan het doen, Pablo?” vraagt hij op een mompelende manier aan hem.  “Ik moet methoden vinden om hulp te vinden, maar mijn lawaai helpt blijkbaar niet.  Tegenover daarstraks loeit de muziek in heel de stad.”  Angelo kijkt ondertussen naar zijn horloge.  “Is het al half 11?”verschiet hij zich als een bult. Angelo stemt daarmee in en is ermee akkoord.  Ze proberen iets nieuws.  Op het moment voelt hij zich onzeker voor een goed resultaat van de proef.  Pablo zit in kruipstand zoals een baby.  Om te beginnen met die proef, doet Angelo zijn schoenen uit.  Dat is om Pablo geen pijn te bezorgen, als hij op zijn rug staat.  Ten tweede voelt dat wat zachter aan.  Hij gaat er voorzichtig opstaan.  Dit met de steun door de rand van de automaat te vastgrijpen. Zo creëert hij een goed evenwicht.  Hij geeft ondertussen dat evenwichtsoefening zijn beste kant niet is.  Het resultaat blijkt dat hij er gemakkelijk aan kan.  In zijn broekzak zit zijn portefeuille en op het gevoel zoekt hij met één hand zijn bankkaart.  Dat verloopt vlot.  Ook met één hand bedient hij de automaat.  De andere hand blijft hij steeds aanhouden op de muur, want goed in evenwichtsoefeningen is hij niet.  Maar uiteindelijk lukt het onverwachts toch.  “Opdracht volbracht!” roept hij op een trotse, vrolijke toon.  Het lijkt al precies zingend.  En een proficiat voor hem komt enthousiast terug van Pablo.  Daarna wordt de proef op het omgekeerde manier gedaan.  Pablo probeert dezelfde methode als Angelo.  Ook met succes. Dan volgt het verlaten van het gebouw.  “Geen gemakkelijke klus!” denkt Pablo.  Dat denkt Angelo ook, want via een reportage over mensen van dwerggroei, heeft hij eens een vrouw gezien die ook eens opgesloten zat in de bank, omdat de sensor van de deur haar niet zag.  Zonder iets te zeggen, voelen zij elkaar de spanning aan.  Beiden bibberen hevig van de angst.  Zijn wij eindelijk verlost of moeten wij wachten op iemand?  De deur heeft een lange, stalen klink aan de zijkant.  Daaraan houden Angelo en Pablo hun handen vast en trekken gedurende enkele minuten eraan.  Maar de deur gaat niet open!  “Het zou aan de sensor liggen van de deur.”zegt Angelo.  En Pablo vraagt aan hem wat dat wil zeggen.  Angelo legt op een schoolachtige manier uit aan hem dat de computergestuurd machine is die leest dat mensen het gebouw verlaten.  Op die manier gaat de deur normaal automatisch open.  Voor Pablo is zijn uitleg duidelijk.  Ook begrijpt hij dat. Het is al middernacht en nog steeds niemand binnengekomen.  Waarschijnlijk moeten zij die fuif maar vergeten, want hij duurt tot 3u ’s nachts.  Aan hun lot denken zij al aan.  Tijdens het wachten op hulp rollen bij beide personen hun tranen.  Daarbij geven zij hun hand aan elkaar vast voor troost en teken op hoop.  Ondertussen rusten hun hoofden op de knieën en kijken toch naar buiten.  Om halféén komt een stadswachter toevallig in de bank, want hij heeft de tweeling gezien.  Hij is een grote man met een zwarte broek en een paarse jas aan. Vriendelijk begroet hij de tweeling en bevrijdt hij eindelijk.  Even zijn Pablo en Angelo spraakloos en bedanken hem vriendelijk.  Ook vertellen zij hun verhaal en hij heeft er begrip voor.  Als beloning daarvan, gaan zij samen reizen met de pendelbus naar de fuif.  Ook geeft hij aan hen de tip om alleen tijdens de openingsuren naar de bank te gaan, omdat de kans op hulp groot is. Meteen vindt de tweeling dat een goede tip die zij blijven onthouden en in het vervolg op die manier ook daadwerkelijk gaan uitvoeren.  Aan de stadswachter beloven zij dat en geven aan elkaar een stevige handdruk bij het afscheid.      

Amina
7 0

Foute verliefdheid is toch maar fake

Ik hoor gefluit in de verte.  Ik draai me om. Voor me zit een jongen te staren.  Ook ik staar er naar.  “Wat heeft hij met me te zoeken?” denk ik.  Hij draagt een jeansbroek met brede pijpen, een zwarte leren jas, zwarte schoenen en een zwarte muts met witte strepen.  Hij vraagt aan me wat mijn naam is.  Ik antwoord op een vriendelijke manier aan hem: “Chiara.” Hij verwondert zich, omdat hij het een  hele mooie naam vindt. “Dat past bij zo’n mooi en lief meisje met lang blond haar.”denkt hij.  Ook de lange bruine rok met de rode jas die zij draagt, staat haar beeldig. “Ik heet Amadeo.” stelt hij zich spontaan voor aan haar.  Hij neemt haar hand vast en trekt haar naar zich toe.  In haar oor fluistert hij dat ze een oogje op haar heeft.  Ik geloof hem toch niet echt.  Je kunt toch niet plotseling verliefd worden op iemand die je niet kent.  Ik heb het vroeger al eens vaak meegemaakt dat gewone jongens met me een babbeltje willen slaan. Ze lijken op het eerste moment leuk.  Dan nemen de jongens plots vast en doen ze ongewenste intimiteiten met me.  Ook zij beloven van alles aan en uiteindelijk komt er niets van terecht.  Zoals allerlei cadeaus kopen, telefoneren naar me, …  Het zijn gewoon macho’s.  Zij zijn enkel uit op de seks. En onmiddellijk! Niet op liefde!  Ik wens die dingen absoluut niet.  Er kunnen daarvan erge dingen ontstaan zoals geslachtsziekten en ongewenste zwangerschap, maar waar ik nog altijd het meest voor bang ben, is afgewezen worden.  Ik weet niet waarom jongens me vaak uitpikken om zomaar iets met me te beginnen.  Is het mijn uitstraling?  Sinds dat me die dingen vaak zijn voorgevallen, laat ik altijd mijn schaarse, sexy kledij van uit mijn tienertijd thuis.  Zelfs kleed ik me iets ouder dan mijn leeftijdgenoten. Om tenminste niet als een jong onschuldig meisje behandeld te worden. Amadeo heeft zijn hand laten glijden tot mijn billen.  Hij wrijft er zeer zachtjes aan.  Ik merk het zelf niet eens op. Ondertussen pakt Amedeo met zijn andere hand een briket en een sigaret uit zijn broekzak.  Hij steekt zijn sigaret in zijn mond en laat het branden.  “Wil je een vuurtje.”  Ik knik: “Ja.”  Ik ben nieuwsgierig naar de smaak.  Hij laat de sigaret in haar mond stoppen en neemt daarbij een trekje.  De smaak is vies.  Zij spuugt de sigaret en valt meteen op de grond.  Meteen kucht zij vaak enkele keren.  “Gaat het?”  Ik antwoord van wel.  Amadeo’s hand zit nog altijd bij Chiara’s billen.  Nu glijdt die hand naar haar kittelaar.  Ik voel een opwelling van warmte.  “Zou dat een leuke zijn of niet?”  Ik twijfel.  Even laat ik hem doen tot dat hij me een poging wil wagen om te tongzoenen.  Ik trek met mijn hand zijn hand uit mijn rok.  “Zeg, wat is dat?! Moet je me niet meer hebben?!”  Ik vertel aan hem dat ik van hem hou, maar dat ik dringend de bus moet nemen om naar een vergadering te gaan.  “Tot ziens!  Mag ik nog even je telefoonnummer hebben?”  Hij haalt zijn GSM uit zijn broekzak en toetst die nummer vliegensvlug erin.  Ondertussen wuif ik hem uit en ga ik naar de bushalte.  Even later staat Amadeo bij me aan de bushalte.  “Wil je met me iets drinken?”vraagt hij kordaat en vriendelijk.  “Nee, ik moet naar een vergadering.  Ik heb niet veel tijd.” zeg ik luid en kordaat terug.  “Kan je die niet voor één keer missen?”  “Nee!”schreeuw ik het uit en ik geef hem een stevige duw.  Ook kijk ik weg van hem.  In mijn binnenste heb ik een smoes verzonnen om bestwil, om van die jongen af te zijn.  Op die manier lukt het altijd op iemand weg te jagen.  Dan word ik tenminste met rust gelaten.  Nu is het niet mijn doel, om naar een vergadering te gaan, maar naar huis te gaan.  Ik verzon die vergadering als excuus, omdat mensen dit als reden zien, om niet verder op je gesprek in te gaan.  Een vergadering voor hun, is een excuus dat ze kunnen inzien dat ze geen tijd hebben.  En naar huis gaan niet.   Amedeo verschiet hard.  Hij loopt weg en trekt een vies gezicht maar me, maar ik zie het gelukkig niet.  Daarna zie ik hem niet terug.  Ik stap met een gerust gevoel op de bus naar huis.  Ik ga Amadeo gauw vergeten, want die typische jongensmanieren staan me niet aan.  Een hoop op een man die uit is op liefde en serieus met me wil optrekken is nog steeds niet uitgestorven.  Ik zoek er niet express naar, want vaak komt dat fake over.  Ik wacht wel tot het zover is.

Amina
0 0