Lezen

Profielschets

Belangrijke doelgroep: het erfgoedpubliek: mensen die actief zijn binnen de erfgoedsector, als vrijwilliger of professional én mensen die graag erfgoed consumeren. Voor wie houdt van het verleden.     Weten De lezer is vertrouwd met het onderwerp, zonder de dingen altijd bij naam te kunnen benoemen. De erfgoedprofessionals hebben bijna altijd een hogere opleiding achter de rug, terwijl de erfgoedvrijwilligers veel kennis verzameld hebben omdat ze oprecht geïnteresseerd zijn in verhalen of objecten uit het verleden. Het gebeurt dat de lezer meer afweet van het onderwerp dan ikzelf wanneer ze zelf gespecialiseerd zijn in het onderwerp. De lezer is een medestander. Samen proberen we het erfgoed uit de regio beter te bewaren en te ontsluiten.   Willen De lezer is op zoek naar informatie: wanneer gaat een bepaald erfgoedevenement door? Zijn er subsidiemogelijkheden voor een project dat de lezer wil opstarten? Kan de lezer beroep doen op ondersteuning door de erfgoedcel? De lezer krijgt de informatie graag op een presenteerblaadje aangereikt: overzichtelijk, kort en duidelijk. De erfgoedsector in de regio is een klein wereldje, de lezer wordt graag persoonlijk aangesproken. De toon van onze berichten is beleefd, maar niet te formeel.     Vinden De lezer is geïnteresseerd in het onderwerp en staat er positief tegenover. De meeste lezers hebben geen vooroordelen over de erfgoedcel. Ze beschouwen ons als een onafhankelijke partij die het beste wil voor het erfgoed en hierin een actieve rol opneemt. Maar dit betekent niet dat iedereen enthousiast is. Erfgoedvrijwilligers die al jarenlang het erfgoed van één gemeente bestuderen, houden er niet van dat de erfgoedcel hen stimuleert om regionaal samen te werken rond dezelfde thema's. Die vrijwilligers interpreteren onze tussenkomst soms als een bemoeienis.   Kunnen Ik ga er van uit dat het erfgoedpubliek grotendeels uit lezers bestaat. Wie geïnteresseerd is in erfgoed duikt al snel in de boeken om meer te weten te komen over een specifiek object, gebouw of verhaal. De erfgoedprofessionals zullen geen probleem hebben met langere teksten, maar de doorsnee lezer houdt van beknopte teksten waarin de informatie goed gestructureerd is. De erfgoedprofessionals hebben geen probleem met het vakjargon, maar dat geldt niet voor de andere lezers binnen deze doelgroep. Als schrijver illustreer ik moeilijkere termen meestal met een voorbeeld.

Annelies
1 0

De horeca door een glazen bol

(Opmerking: ik kan de foto hier niet bijplakken dus ik stuur het per mail nog eens door. En ik ben te laat met deze opdracht. Hiervoor de typische excuses.)   De horeca door een glazen bol   Wat zal jij anders doen in 2020 om succesvol te zijn, te blijven en te worden in de horeca? Dat hoor en zie ik tijdens de première van ‘De Horecasector op weg naar 2020’ in Cinema Zuid. Mijn verbeelding slaat op hol. Ik zie robots in de keuken en zaal. Zwarte kassa’s die als een Big Brother alles en iedereen in de gaten houden. Maar dat zal wel niet. Dat is voor 2030? Wat ik wel hoor en denk, vertel ik je nu.   Hap naar voldoende adem. Ik hoor het verhaal over geregistreerde kassa’s met zwarte doos, een geldcrisis, de hoge arbeidskosten, de wereldwijde handel, het toenemend aantal vijftig plussers, jongeren met hoge eisen, een ingewikkeld web van talen en culturen, meer vraag naar werk maar minder werk, de horecaklant die anders leeft, ondernemen met zicht op de toekomst, innovaties in de keuken maar nog geen robots (oef!), informatie en communicatie via nieuwe kanalen én niet te vergeten de levensnoodzakelijke sociale media.   Ik denk wat een boterham vol clichés. Daar hoef je geen glazen bol voor te hebben. Maar het wordt interessanter voor jou. Hou dus nog wat vol.  Die clichés beïnvloeden natuurlijk de manier van werken in de horeca. Guidea, het kenniscentrum voor Toerisme en Horeca, vertelt ons hoe precies. Hiervoor geven ze een glazen bol aan enkele werknemers, horeca uitbaters en ‘experten in de sector’. Zij vertellen over zeven ‘Smaakmakers’ (lees: vaardigheden) die je kan inzetten om al die clichés de kop in te drukken.   Als ingrediënten in een kookpot krijg ik je to do’s voor de toekomst gepresenteerd. De peper en zout blijven uiteraard je gastvrijheid, liefde voor dé mens, inlevingsvermogen en zelfsturing (wat dat ook moge betekenen). Maar om de échte weg naar succes te vinden, moet je meer dan peper en zout gebruiken. De zeven smaakmakers zijn – nog eens naar adem happen – omgevingsgevoeligheid, ondernemingszin, managementcompetenties, leiding geven en coachen, vakmanschap, relationele en communicatieve vaardigheden, persoonlijke doeltreffendheid en attitudes. Om nu concreet te weten wat dat allemaal inhoudt, krijg ik een boekje mee.   Kortom de glazenbolvoorstelling leert me dat je er met peper en zout niet komt. Tenzij je wil dat robots je werk overnemen in 2030! Lezen dus dat Smaakmakersboekje.  

Liesbeth Rubben
1 0

Brief aan ouders

Aan Meneer en mevrouw Almaci en zoon Ahmed                                                           Zaventem, 01/10/12 Vlieghavenlaan 45 1930 Zaventem       Beste,       Wij zijn blij dat we u mogen verwelkomen op onze gemeenteschool. Je wil altijd graag de perfecte keuze maken en er geen spijt van krijgen. Wel, ik kan u garanderen dat u met uw keuze, de goede hebt gemaakt. In een school draait het natuurlijk vooral om onderwijs. Maar onze gemeentescholen hechten naast het onderwijs ook veel belang aan betrokkenheid en heldere communicatie. Zo bent u steeds op de hoogte van het reilen en zeilen van de school. Bovendien ondersteunen wij heel erg de culturele en etnische diversiteit. U mag er zeker van zijn dat uw zoon of dochter zich snel zal thuis voelen in zijn of haar nieuwe klasgroep! Wij zijn bovendien ook verheugd dat u gekozen heeft voor een Nederlandstalige school. Zoals u waarschijnlijk wel weet biedt dit grote voordelen voor uw kind. Zo kan uw kind op korte termijn de Nederlandse taal meester worden en kan hij of zij vlot de lessen meevolgen en nieuwe vriendschappen maken. Al snel zal uw kind perfect tweetalig zijn, wat zeker een hulp zal zijn bij verdere studies en bij de zoektocht naar een job waarin uw kind zich volledig kan ontplooien en gelukkijk zijn. Maar ook voor u, als ouder, is het hoe dan ook enorm belangrijk om Nederlands te kennen. U zult gemakkelijker kennis maken met mensen en zal sneller geïntegreerd geraken. U zal bovendien uw kind kunnen helpen met zijn of haar huistaken en u zal bovenal heel erg gewaardeerd worden voor de inspanning die u geleverd hebt. Het gemeentebestuur helpt u graag bij het leren van de Nederlandse taal en organiseert daarom cursussen Nederlands voor anderstaligen. Dit in samenwerking met het Centrum voor Basiseducatie De Springplank uit Zaventem.     Met vriendelijke groeten, Meneer JL Lecocq Burgemeester

leen decorte
1 0

Je oogst altijd wat je zaait...pure plant power.

  Een groene blik achter de schermen bij het hoofd van de R&D bij KeyPharm NV. In en rond het kantoor van Dr. Apr. Ciska Wyns wordt dagelijks met toewijding en zorg gesleuteld en gecijferd aan formules van natuurlijke voedingssupplementen en 100            % biologische superfoods. Steeds ontsproten uit een frisgroen idee en met een diepgewortelde voorkennis, wordt elk product vanuit alle mogelijke invalshoeken belicht. Zowel de klassieke fytotherapie als de nieuwste wetenschappelijke inzichten dragen bij tot de groei van nieuwe formules. Ciska vertelt: “De natuur herbergt in alle uithoeken van de wereld een rijkdom aan genezende kracht. Die moeten we benutten en ons niet langer volstoppen met chemische gifmengsels…want die maken ons alleen maar zieker. Iedere plant is een vat vol werkzame stoffen, dat zomaar voor het grijpen ligt.“ Met een waakzaam oog houdt Ciska de wetgevende richtlijnen in verband met voeding en supplementen in de gaten. “Het op de markt brengen van een nieuw product is een uitgebreid proces, waar veel opzoekingswerk aan te pas komt. Ook wanneer we een nieuwe verpakking opstellen gaan we zeker niet over één nacht ijs. De ingrediënten voor onze Physalis® voedingssupplementen worden aan strenge selectiecriteria onderworpen. Onze leveranciers moeten aan bepaalde basisvoorwaarden voldoen, want uiteindelijk kun je enkel met goede, kwalitatieve producten een mooi eindresultaat bekomen. Eenmaal onze nieuwe “baby” het levenslicht ziet, geeft dat een enorme voldoening. “ Dr. Wyns sluit af met de volgende woorden: “Je oogst altijd wat je zaait, dat geldt zowel voor onze producten, als voor de gezondheid van de mensen die beslissen om Physalis® supplementen te gebruiken.”

Ciska Wyns
12 0

Herschrijf

P24 Leesbaarder schrijven kan pas wanneer je werkwoorden als werkwoord gebruikt, en niet als naamwoord. P28 Etnisch-culturele minderheden zijn vandaag een feit in elke gemeente. Diversiteit is dan ook een noodzaak in elk gemeentebeleid dat een antwoord biedt op de grote vragen. Hoe beschikken de verschillende minderheidsgroepen over de nodige informatie, hoe maken ze gebruik van de gemeentediensten en tenslotte hoe krijgen ze inspraak?   P30 Voorzien Houding Deskundig Ingewikkeld Idee Voortdurend Verschil Doeltreffend Vanzelfsprekend Regelmatig Indruk Vernieuwen Volledig / alomvattend Bedoeling Verandering Deelnemen Hoodzaak Gebied Beperking Onregelmatig Aanmerkelijk / Grondig Dringend Overheersen   P33 Het provinciaal integratiecentrum draagt bij tot de emancipatie van etnisch-culturele minderheden.   P34 We nemen deel aan de raden van beheer van de Centra voor Basiseducatie en Volwassenenonderwijs om te adviseren over het aanbod voor etnisch-culturele minderheden.   De dronken automobilist reed een kleuter aan. Wandelaars kunnen arrangementen in het Hageland boeken met het aanvraagformulier.   Michiel gaat naar een nieuwe Leuvense beroepsschool met veel praktijk. Hoewel hij niet houdt van huiswerk, probeert hij elke dag een uurtje te werken.   P35 Tijdens een bijeenkomst in Leuven stelde het PRIC zijn beleid voor aan de provinciale coördinatoren.   Ik kies iets anders. Het bestuur is op dit moment geen voorstander. We zijn allemaal schuldig. Hij gaf toe dat hij de documenten aan de pers gaf. Schriftelijke en tijdige aanvragen zijn noodzakelijk.   P37 Vooroordelen blijven bestaan ondanks contact met andere bevolkinsgroepen. De zorgverstrekker beslist wanneer de zorgverstrekking dringend is. De begeleiding kan stoppen wanneer de cliënt aantoonbaar meer zelfstandig wordt.

Vincent Fierens
0 0

Profielschets Retail + Business

Diverse lezersgroepen zijn het publiek van Triodos Bank. Ik maak hier een profielschets van 2 ervan.   Retail spaar- en beleggingsprospecten   Ik heb in gedachten 2 online teksten: de homepage van de site en een dieper liggende pagina over een nieuwe campagne met het thema “Jij bepaalt de wereld waarin we leven”. Het doel van de tekst is een prospect overtuigen hoe uniek het spaar- en beleggingsaanbod is van Triodos Bank en hem/haar aanzetten tot het openen van een rekening. De lezer weet wat spaar-en beleggingsproducten zijn, is goed opgeleid (meestal hogere studies) en heeft een meer dan gemiddeld bedrag ter beschikking. Hij staat eerder positief tegenover de bank door het zien van een publiciteit, het lezen van een persartikel of de aanbeveling van kennissen. De lezer wil nagaan of het positiefs dat hij las of hoorde, ook werkelijk waar is. Is het niet te goed om waar te zijn? Hij wil daar iets meer tijd aan spenderen dan andere spaarders, omdat hij een affiniteit voelt met de duurzame doelstellingen van de bank. Maar aan bankproducten wil hij niet te veel tijd spenderen. De lezer vindt dat de bank eerder onbekend (dus onbemind) is en beperkt is in het productaanbod en in de online bereikbaarheid. De lezer kan een moeilijkere tekst en woordgebruik aan, maar wil wel duidelijke taal horen als het over zijn centen gaat.     Business kredietklanten en-prospecten   Ik heb in gedachten een online verslag van een event dat Triodos Bank organiseerde op de beurs Realty, dat verstuurd zal worden naar een database van vastgoedontwikkelaars (deels klanten, deels prospecten). Het doel van de tekst is vastgoedontwikkelaars laten nadenken over onze aanpak en hem/haar contact laten opnemen voor een afspraak. De lezer heeft grondige ervaring in vastgoedfinanciering en sceptisch tegenover onze visie dat investeren in duurzaamheid ook een financieel rendement biedt. De lezer wil zich informeren over onze visie en aanpak, en bewijzen zin van onze belofte. Hij/zij verwacht feiten, duidelijke opinies, efficiëntie en professionalisme. De lezer vindt de belofte van Triodos Bank intrigerend, maar verwacht bewijzen. De lezer kan een lange, meer technische tekst aan, die ook snel kan gescand worden, en verwacht correcte vaktaal.

Vincent Fierens
1 0

VELTwerk

Ik mag de jongste tijd heel wat boeiende mensen interviewen. Wat hen verbindt is de transitie naar een duurzamere samenleving. Hoe goed ze in alle betekenissen van het woord ook zijn, toch moet je altijd kritisch blijven nadenken.   Zo belde ik onlangs aan bij VELT, de Vereniging voor Ecologisch Leven en Tuinieren. De onpersoonlijke kantoorgebouwgevel aan de Antwerpse Singel laat niet vermoeden dat hier een organisatie huist die al veertig jaar ‘eco-actief’ is. De ‘eco-nonactieve’ planten op elke overloop al evenmin. Maar drie verdiepingen hoger merk je dat schijn bedriegt.   14.500 leden, 1.000 vrijwilligers, 120 lokale afdelingen, 100 professionele lesgevers en 2.000 opleidingen per jaar. Het zijn enkele van de middelen die VELT inzet om, in essentie, mensen te doen nadenken over wat ze eten. Het trekt tomeloos ten strijde tegen de boerenbonden en de voedsellobbby's van deze wereld. Tegen het beleid dat té weinig doet tegen bodemerosie en overbemesting, dat bio-landbouw niet genoeg steunt en té goede vriendjes is met de vleesindustrie.   In tegenstelling tot Don Quichote, boekt VELT wel resultaten. Het ligt aan de basis van het biogarantielabel en stichtte het Bioforum. Het zorgde ook mee voor het verbod op pesticides. Zag u de nieuwe gemeentelijke groendienstman al aan het werk? Sproeien hoort er niet meer bij. Hij beschouwt het onkruid tussen de straatstenen als zijn BBQ. Branden zal het!   Alle lof dus voor VELT. Maar toen kwam die kromme beeldspraak. "Het voedselaanbod moet je vergelijken met een zeilboot.', kreeg ik te horen. "Het deel dat onder water zit, stelt smakeloos, reukloos, zelfs wetteloos voedsel voor. Dat moeten we kwijt. De romp staat voor de simpele basisproducten waar niets mis mee is. Maar het zeil! Daar zit het bio-, lokaal geproduceerde, smaakvolle en gezonde eten! Daar moeten we alle mensen naar laten opstijgen."   Ik heb nog altijd dat onbehaaglijk gevoel. De kiel van een zeilboot houdt de boel nu net overeind, me dunkt. Waarom zou je die kwijt willen? En mensen in het getouw doen klimmen om daar kwaliteitsvoller, gezonder eten te vinden? Ik ken er veel die nog eerder elke dag een kleintje met mayonaise en veel zout zouden eten. Sterven doe je toch; dan liever niet van hoogtevrees.   Nee, het voedselaanbod heeft evenveel met een zeilboot te maken als goed voetbal met FC Zeveneken.   Maar wie 'a' zegt, moet op zoek naar 'b'. Ideeën iemand?

Frank Van Damme
1 0

Een opiniërende verslagtekst - Kathy Vancluysen

Eerst doen en dan denken …     Schrijven over mijn werk ? Ai, ai, in een periode vol twijfels is dat een moeilijke opdracht. Na tien jaar trouwe plicht ben ik vandaag de dag een zoekend iemand geworden. Zoekend naar plezier en voldoening en … ja, als ik morgen weet waarnaar ik precies op zoek ben, dan onderneem ik actie en ben ik weg. Maar voorlopig maak ik allerlei bokkensprongen om die twijfels de baas te kunnen.   Een mooi voorbeeld is de lezing die ik afgelopen week volgde, samen met mijn zus, want ja, ook zij is zoekende. “How to find a job you love” is een korte, krachtige omschrijving van wat wij nu willen weten. Om zeven uur op dinsdagavond, stappen we The School of Life in Antwerpen binnen. Eerste indruk : ik zie planten, houten meubels, een betonnen vloer, decoratie en sfeervolle verlichting, dit is aangenaam huiselijk. De verwachtingen blijven stijgen. We zijn goed op tijd, we drinken iets en kijken rond. We zien een mix van jong en oud, man en vrouw met allemaal een enigszins nerveuze lichaamstaal.   En dan ontmoeten we Miranda, de rust zelve. Na een korte inleiding, geeft ze reeds de beste tip van de avond prijs. Netwerken, dat is de sleutel tot succes. Niks nieuws … en eigenlijk is wat volgt ook reeds gekende materie. Daarbij is de schoolse manier van werken, in groepjes en dan de resultaten delen, weinig prikkelend.   Wat opvalt, de vragende blikken rondom mij blijven standhouden. We zijn met 16 vanavond, en dit is geen unieke lezing. Waarom zijn we met zovelen op zoek naar de ultieme job ? Verwachten we misschien te veel van één job ? Is het een middel om geld te verdienen of geeft een job ons een identiteit ?   Aan de bar sluiten we de avond af, de gesprekken worden persoonlijker. Het netwerken start. Mijn zus en ik verlaten Antwerpen en praten nog na.   Mijn conclusie ? Ik blijf op mijn honger zitten. Een lezing lost niks op, het kost alleen geld. Ik weet dat actie ondernemen het antwoord is. Dus eerst doen, dan denken. Volledig tegen mijn natuur in, maar zo voelt mijn job de dag vandaag ook.

Kathy Vancluysen
1 0

kasper

Kasper was   een uur en zeventien minuten geleden   wakker geworden in een omgeving die hij helemaal niet herkende.  Hij had ook geen enkel idee hoe hij hier verzeild was geraakt.  Zodra hij de ogen had geopend viel het hem op dat hij volledig naakt was en dat zelfs zijn supernauwkeurige horloge verdwenen was.  Hij bespeurde geen enkel geluid, behalve het monotone gezoem van een airconditioning tegen dicht tegen het plafond hing in deze vrijwel exact vierkante ruimte.    De thermostaat stond op vierentwintig graden.    Kasper was er echter vrij zeker van dat de nauwkeurigheid van het apparaat beperkt was en dat het in realiteit een graad of twee warmer was.  Hij had tijdens de afgelopen zevenentwintig jaar van zijn leven voldoende studies uitgevoerd met echte en gevoelstemperaturen om in te schatten hoe warm of koud het was in een ruimte.  Door het feit dat deze kamer ook nog eens afgesloten was en volkomen tochtvrij, kon hij met zekerheid zeggen dat het zesentwintig graden warm was.  Gezien zijn naakte toestand vond hij het voor één keer niet zo heel erg dat de temperatuur zo hoog was gezet.  Bovendien was er helemaal niets in de kamer te bespeuren waarmee hij zijn magere lijf kon bedekken.  Niet alleen waren zijn kleren verdwenen, hij was ook wakker geworden op een – weliswaar splinternieuwe – matras zonder lakens of dekens.  Zodra hij zijn ogen opende, bekeek hij zichzelf in een spiegelplafond.    Hij had zichzelf nooit graag bekeken, hij walgde van naaktheid,   maar nu hij daar zo lag in zijn blootje kon hij er moeilijk aan weerstaan.  Hij tuurde afwisselend met opengesperde blauwe kijkers en met een halfgesloten-wazige-wimperblik naar zichzelf.  Zijn belangrijkste vaststelling was dat zijn linker dikke teen krommer was dan de rechter.     De deur die een weg kon bieden naar de vrijheid was afgesloten. Het feit dat er een kijkgaatje in zat dat van buiten naar binnen gebruikt kon worden, maar niet andersom, verontruste hem enigszins.  Het sterkte zijn overtuiging dat hij gevangen zat.  De personen die hem vasthielden kenden hem bijzonder goed.  De matras was van perfekte kwaliteit en hij had bij het wakker worden met enige voldoening gevoeld hoe het materiaal de vormen van zijn lichaam had gevolgd en een kuil had gemaakt waar zijn heup en zijn schouder bijna naadloos in waren weggezakt.   Links van het bed zag Kasper door een openstaande deur dat hij een kleine badkamer ter beschikking had. In een blinkend metalen rek naast de wastafel - met koud en warm water – lagen een ganse doos tandenborstels met meerdere tubes tandpasta, negen washandjes en elf handdoeken, twee voetdoeken.    Kasper waste zich twee maal per dag erg grondig, van boven met één en van onder met een ander washandje. Het negende washandje was reserve.    Twee dagen.   Hetzelfde gold voor de handdoeken.   Hij gebruikte er twee per wasbeurt en eentje bood de nodige reserve. De twee overige waren om overdag de handen aan af te drogen.   Twee dagen.   Het was één keer gebeurd dat hij een washandje in een ogenblik van verstrooidheid op de grond had laten vallen, waardoor het onbruikbaar werd.  Sindsdien had hij de nodige extra’s voorzien tijdens een wasbeurt.  Hij weigerde immers van de voetdoek – zoals hij dat in gedachten humoristisch wist te beschrijven – af te stappen tot hij helemaal proper en droog was.   Kasper besloot dat het tijd was voor een klein opmeetproject, gezien zijn toenemende gevoelens van angst.    Hij werd claustrofobisch in kleine ruimtes indien hij niet exact wist hoe groot ze waren.   Hij doorzocht grondig zijn kleine wereld.   Een rolmeter was niet beschikbaar maar door een A4-blok papier te gebruiken dat hij in een open rek tegen de muur vond, had hij vrij accuraat bepaald hoe groot de kamer was.  Het had hem slechts elf minuten van zijn tijd gekost om de afmetingen te schatten door middel van het aantal keer 210 en 297 millimeter dat hij nodig had om van muur tot muur te geraken.  De laatste stukjes vroegen om enige nauwkeurigheid bij het plooien en scheuren van een blad tot het paste tussen de plint en de laatste volledige pagina.  Door telkens het blad te halveren kon hij exact bepalen hoe breed het stuk papier was.  Zijn conclusie was nu duidelijk.   Hij bevond zich in een afgesloten vrijwel vierkante ruimte van vier meter vierennegentig bij vier meter vijfenvijftig.    Vermoedelijk had het oorspronkelijk vijf meter bij vier meter zestig moeten worden maar nauwkeurigheid was zelden de sterkste kant van bouwvakkers. Hij was er vijfennegentig procent zeker van dat de afmetingen klopten.    Kasper sprak: “Het Clericale Celibaat kan leiden tot lijden indien zelfkastijding niet voldoende blijkt om...”    Kasper onderbrak de zin die hij luidruchtig in de richting van de deur stuurde.  Hij was ervan overtuigd dat hij aan de andere kant van zijn gebarricadeerde vrijheid een geluid hoorde.  Het ritme van kordate voetstappen die naderbij kwamen leek gestoord  te worden door een gedempt gesprek.  Het versneld verwijderen van bonkende voetstappen overtuigde hem ervan dat een vrij zware persoon op dunne zolen wegrende op een stenen vloer.  Hij wachte enkele minuten tot hij er zeker van was dat de personen aan de andere kant niet terugkeerden.   “Het CleriCALE CeliBAAT kan LEIden tot LIJden...”    Zijn gehoor was extreem accuraat zodat hij aan de andere zijde van een deur – zo lang ze van hout was – kon inschatten waar zich muren en gangen bevonden.   Aan de andere zijde van deze deur bevond zich enkel een gang van naar schatting acht meter diep.  Op het einde van die gang was er op zijn minst één afslag naar links of naar rechts.    Hij herhaalde zijn zin en tijdens het spreken – dat af en toe op schreeuwen leek – draaide hij zijn hoofd in alle richtingen en hoeken om de kenmerken van de ruimte achter de deur vast te stellen.   “...indien zelf-             KAS...TIJding... ZELF... ZELF... ZELF ...kastijding niet vol    DOEN    de... VOL... DOEN DE  ...   BLIJ...kt...”      De kans was klein dat er zich aan het einde van de gang een deur bevond.     Kasper voelde zich een stuk beter nu hij wist hoe groot zijn kamer was en hoe het er aan de kant van de vrijheid uitzag.    Op een meter van het voeteinde van zijn bed stond een tafeltje met twee stoelen.  Een nog   gesloten fles   bronwater en enkele glazen,   verpakt in plastiek   één liter, wachtten geduldig op zijn dorst.    “POLI -ethy LEEN -terefta            LAAT.  Te                    LAAT.” De gang moest een afslag naar links hebben, zoveel was nu duidelijk.   Een brood van vierhonderd gram – volkoren en vers – lag   ongesneden   onder een doorzichtige stolp.  Jonge kaas – eveneens vers en nog   luchtdicht verpakt   lag naast een plastic bord.    Het plastic bord stond hem niet aan.  Hij hield van proper en koud porselein.  Hij brak een stuk van het brood en snoof diep de verse geur op tot zijn longen verzadigd waren.  De kaas was verpakt zoals hij het graag had.  Een kleine insnijding in een hoek van de verpakking liet toe dat het pakje kon geopend worden zonder mes.  Hij scheurde het open en snoof met voldoening aan de perfekte jeugd van dit gele genot.  Vijftig procent vet had deze kaas.  Hij vulde zijn mond met kleine stukjes brood en jonge kaas en kauwde.  En kauwde.  En kauwde.    Veertien maal per hap moest hij kauwen vooraleer het eten mocht afgeslikt worden.    Dit zorgde ingeval van volkoren brood voor een perfekte verteerbaarheid.    Meergranenbrood moest elf maal gekauwd worden.    Gewoon grijs brood acht maal.    Wit brood helemaal niet.  Wit brood at Kasper niet.  Wit brood was ongezond.   Het bronwater was heerlijk.  Hij genoot met volle teugen en wist dat hij zich voorlopig geen zorgen moest maken over zijn dorst.  In het rek dat ook zijn papieren meettoestel had bevat, bevonden zich achttien flessen water van een liter.  Na het eten waste Kasper zich grondig.  Hij vond de moed om zichzelf in de spiegel te bekijken en merkte op dat hij zijn hoofd binnen enkele dagen zou moeten scheren.  Zijn oksel- en schaamharen had hij nog maar pas verwijderd en wat betreft de rest van zijn lichaam was hij gelukkig dat hij vrijwel geen enkel haartje kon bespeuren.    Het fenomeen borsthaar kende hij niet.  Hij wist dat mannen vaak halve apen waren onder hun kleren.  Hij niet.  Hij had babyhuid. Het stoorde hem dat hij geen scheermes had gevonden.  Hij vroeg zich af hoe hij dit probleem moest oplossen.   Hij had slechts een dag of twee tijd hiervoor.   * * *     Op het nachtkastje naast zijn bed lag een werkje van Immanuel Kant – Fundering voor de metafysica van de zeden.  Het was nog verpakt waardoor hij wist dat het nog door niemand gelezen was.  Hij hield van Kant.  Kant was een beetje misantroop, zoals hij dat ook was.   Hij las nog een uur en twintig minuten – traag en analytisch – en legde het boek dan terug op de plastic verpakking.  Het stoorde hem dat hij onbedekt moest gaan slapen.    Onzedig.    Onverantwoord.    Onaangenaam.    Onnatuurlijk.    Ongemakkelijk.     Heel erg ON...     * * *       Toen hij wakker werd was hij een ogenblik lang niet helemaal overtuigd dat hij ook echt wakker was.  Hij wist niet of hij in paniek moest slaan.    Hij wist het niet.    Het was voor het eerst in acht jaar dat hij iets niet wist met absolute zekerheid.  Hij was wakker geworden op zijn rechterzij in zijn geliefde foetushouding, beide handen onder het hoofd.  Hij voelde echter een nabijheid in zijn rug en vermits hij niet over dekens beschikte wist hij in eerste instantie niet wat er aan de hand was.  Hij opende voorzichtig de ogen en draaide het hoofd naar links, zodat hij zichzelf in de spiegel tegen het plafond kon bekijken. Het kostte hem welgeteld drie sekonden om uit het bed te springen en zich in volle paniek naar een hoek van de kamer te reppen.     “Ook een goeiemorgen.”   ***   Zij was al even naakt als hijzelf.  Goudbruine haren vielen warrig tot over de schouders.  Voor het overige leek ook zij volledig kaalgeschoren.  Ze rekte zich schaamteloos en kreunend uit en legde dan ontspannen de armen achter het hoofd.   “Hoe is het mogelijk dat u hier lijfelijk aanwezig bent?  Bent u tevens gevangen gezet in deze vrijwel vierkante ruimte?”   “Dat zal dan wel.  Enig idee hoe laat het is?”   “Er is een geringe kier in de blindering van dat raam aan de zuidoostelijke kant.  Ik heb gisteren de zon gevolgd en vermits het juli is moet het nu zo ongeveer kwart na acht in de ochtend zijn.”   “Een uur of acht was ook al goed geweest.  Hebben we een toilet?  Ik moet pissen.”  Kasper was een beetje geschokt door het perverse taalgebruik maar wees vervolgens toch met gestrekte arm en wijsvinger naar de kleine badkamer.  Het licht brandde.  Hij had het licht niet aangedaan.  Er lagen extra handdoeken, washandjes en...   “vrouwelijke dingen.  Die lagen hier gisteren nog niet.  Ze zijn voor u.  Ze hebben voor mij geen functie.  Welk is uw officiële naam?”   “Els.” “Els Wat?” “Geen Wat, alleen maar Els.” “Waarom?” “Ik heb geen achternaam meer.  Ik heb...hem niet meer.” “Waarom?” “Moei d’er u er niet me.” “Waarom?” “Hou op!  Kleuter!”  Ze verdween in de badkamer en liet Kasper verwonderd achter.  Hij wou gewoon haar naam weten.    Mensen zijn complex.  Vrouwen zijn complexer.     * * *     “Het moet vrij zeldzaam zijn dat iemand meerdere geboortevlekken dicht bij elkaar heeft, en dat die niet verdwenen zijn in de kindertijd.”  Els greep haar rechterarm beet met haar linkerhand om de plekken te bedekken, maar haar linkerhand vertoonde er nog meer.   “Ik wil het er niet over hebben.  Ik heb geen geboortevlekken.  Mijn huid is perfekt.”   “Roken is ongezond.  Leeft uw geboortevader nog?  Heeft het roken hem longkanker bezorgd?  Is hij dood?  Was u blij of extatisch toen hij stierf? Heeft u op zijn graf gedanst?  Of zelfs geürineerd? Werd hij palliatief behandeld?  Of...”   “Hoe komt ge erbij dat...”   “Oom Jan zit nu in Mexico.”   “Wat zit ge nu ineens te memmen over Nonkel Jan?  Hoe...”   “Hij is de broer van mijn moeder.  Hij is pastoor.  Hij kwam vaak op bezoek toen ik klein was.”   “Zat gij daarom zo te brullen...”   “U was aan de andere kant?  U bent geen gevangene?  Werkt U met de anderen samen?”        * * *       “90-66-95”.   “Wat?”   “Zijn dat uw maten?”   “Hoe..., ja, ongeveer, hoe...” “Ik ben goed met cijfers.  U heeft de ideale maten.” “Niet bepaald.  Ik heb een vette reet. Een hangkont.” “Zesenzestig en vijfennegentig hebben de perfekte ratio van ongeveer zeventig procent voor de man met een sterke nood aan voortplanting.  Niet voor mij.  Ik heb geen plan om mij voort te planten.  Mijn genen zijn verontreinigd.  Ik heb...”     * * *       Ze aten met smaak een boterham met kaas.  Geen van beiden leek er moeite mee te hebben naakt te zijn.  Els krabte regelmatig zonder enige schroom waar ze jeuk had.   “Deze kaas heeft een vetgehalte van rond de vijftig procent.  Gouda.  Wielvormig.  Tot vijftien kilo per wiel.”   “Zijt ge ongelukkig?”   “Waarom?  Neen, waarom zou ik ongelukkig zijn.  Deze cel is tijdelijk.  Denk ik.  Nadien is alles weer normaal.  Ik zou wel graag naar huis gaan.”   “Waar is thuis?”   “De Noordpool denk ik.  Dat zou mijn thuis kunnen zijn.  Proper.  Koel.  Geen buren.”   “Waarom denken de anderen dat ge ongelukkig zijt?”   “Bent u ongelukkig?”    Els had haar benen opgetrokken en haar voeten rustten op de kunststof zit van haar stoel.  Ze legde haar armen omheen haar benen en begroef haar hoofd tussen haar knieën.  Kort daarna hief ze haar hoofd op en keek hem aan.    “Vandaag niet.”     * * *       “Uw welgevormde melkklieren brengen waarschijnlijk menig kleuter het hoofd op hol.”  Zijn staalblauwe ogen verpinkten niet.  Hij leek bloedserieus.   “Is dat humor?”   “Ja...   Neen...   Misschien.”   “Wat is het nu?  Niet zeker?”               Hij was niet zeker.   “Neen.”   “Neen, wat?”   “Het was geen humor.”   * * *   Ze zaten nu al vijf dagen opgesloten in de vrijwel vierkante gevangenis.  Geen van beiden had sindsdien de nood gehad nog een kwaad woord tot de ander te richten.  Er leek een perfekte harmonie te bestaan tussen deze twee vreemde wezens. ’s Ochtends werden ze uitgerust wakker en stelden ze met enige voldoening vast dat het toiletgerief en het eten op een correcte manier werd aangevuld:   met aandacht voor een perfekte properheid.   Toen Kasper de badkamer betrad zag hij hoe Els zichzelf stond te bekijken in de spiegel.   “In het midden van de spiegel bevindt zich een kleine verkleuring.  Het moet een goedkope spiegel geweest zijn.  Het is geen verkleuring van uw huid.  Uw huid is...glanzend.”  Els keek een ogenblik bedenkelijk naar het spiegelbeeld van Kasper.   “Ik erger me aan mijn tetten.  Ik word een dagje ouder.  Nog even en ik zit met een gruwelijke Afrikaanse hangcultuur die ik voortdurend moet steunen met strakke BH’s.”   “Ik walg niet van u.”   “Wat?”   “Ik walg niet van u.”   “Amai mersi.”   “U begrijpt het niet.”   “Wat...”   “Ik walg niet van u.  Ik walg van iedereen.  Ik walg van mezelf.  Maar ik walg niet van u.”   “O.”   * * *   “Geïnteresseerd in kant?  Je bent toch geen flikker hoop ik.”   “Flikker?   Flikker. De. Mannelijk. Homoseksueel. Iemand op zijn flikker geven.  Een pak slag geven.  Een hevige berisping bezorgen.  Snars. Hij snapt er geen flikker van.   Ik snap er geen flikker van.”  Kasper begreep nog steeds niet wat ze bedoelde en keek haar vragend aan.   “Dat boek.  Over kant.”   “Kant.  Met een hoofdletter.  Filosofie.  Meneer Kant.  Immanuel Kant.  Hij heeft bepaald wat ethiek is.  Hij was op zoek naar het begrip goede wil, plicht, de autonomie van de wil.”   “Amai dat is zo een boek waarmee je een scheve tafel rechthoudt.”   “Ik begrijp u niet.”   “Dat soort boeken interesseert me geen zak.”   “Wat denkt u over goede wil?”   “Daar denk ik niet over na.  Er is voornamelijk slechte wil.  Goed bestaat vrijwel niet.  En zeker geen goede venten...”   “Misschien...” “Misschien ben jij een uitzondering.  Menig andere vent had al lang geprobeerd mij plat te neuken.  En gij...”  Ze bekeek zichzelf en zuchtte.  Ze ging op één van de stoelen zitten en begroef haar gezicht in haar handen.     * * *     Het was de zesde ochtend.  Het was waarschijnlijk een prachtige ochtend, maar de ruimte waarin ze zich bevonden was half verduisterd en onveranderd op zesentwintig graden gehouden.    Els werd wakker met haar hand op de buik van Kasper.  Hij lag ontspannen op zijn rug en zijn hoofd rustte op haar schouders.   Kasper opende de ogen en stelde vast hoe hij tegen haar aan lag.  Hij liet zijn hoofd onbeweeglijk liggen tegen haar lichaam en deed zijn ogen opnieuw dicht.  Het versterkte de ervaring die hij opdeed.  Er was geen angst.  Niet meer.  Niet bij haar.   “Mag ik u op bijzonder onbetamelijke manier aanraken op plaatsen die u misschien...”   “Doe wat je niet laten kunt.  Ze ging languit op haar rug liggen, haar knieën eerst nog kuis tegen elkaar, vervolgens...”   Kasper legde drie vingertoppen van zijn rechterhand in de ronde holtes op haar arm, holtes met een diameter exact even groot als een sigaret.  Els begon te huilen en begroef haar gezicht in zijn nek...   * * *       “Wat zit je te staren, gore smeerlap!  Geef me mijn kleren!  Nu!  En geef  me dan die van hem!  Nu!  Godverdomme!  Ik doe hier niet meer aan mee!”   “Els, je...Maar...”   “Hou er mee op!  Ik weet wat ik beloofd had.  Ik weet nog heel goed waartoe ik hem moest overhalen.  Het gaat niet meer.  Het moet ophouden.   Het is niet goed.  Voor hem.  Het is niet goed voor hem.  Ik vertrek!  En hij gaat mee!  Dit experiment is afgelopen!  Er is niks mis met hem.  Hij is...hij is perfekt.”   “Dit kan niet, zijn ouders...En jij Els, je staat bij ons onder...”   “Waag het niet ons tegen te houden.  Ik maak dit wereldkundig in iedere krant!  Hij gaat met me mee, hoor je me?”     * * *         Ze lagen op een vers gewassen en door de wind gedroogd laken in hun aan alle kanten afgeschermde tuin.    De zon brandde op hun huid.   Ze waren naakt en geen van beiden had er problemen mee.   “Mag ik u op bijzonder onbetamelijke manier aanraken op plaatsen die u misschien...”     Els begon keihard te schateren.  

huro
2 0