Lezen

Mijn droom werd waar...deel 1

Mijn droom werd waar ! deel 1.   Bij de viering van het 75 jarig bestaan van onze school werd ook een monument van lerares gehuldigd. Als oud-leerling was ik uitgenodigd om mee te vieren. Het is toen, dat mijn wensdroom wortels heeft geschoten, door het blij weerzien van leerkrachten en zeker van de klasgenoten. Het was een prachtige lentedag, daardoor nog gezelliger, de verhalen pittiger naargelang de santé’s volgden. Bij het afscheid meermaals de wens geuit en gehoord van : kunnen we eens afspreken met onze klasgenoten om samen herinneringen op te halen? Ja , dat gaan we doen! Maar ja, hoe gaat dat? Druk met het gezin, werk, dagelijkse beslommeringen, lief en leed in de familie. Toen ik in 2004 de kans kreeg om met pensioen te gaan nam ik me voor : nu of nooit ! Begonnen met informatie te vergaren om zo de reünie voor mijn klasgenoten te kunnen organiseren. Namen en adressen opzoeken! Hoe? Bezoek aan de school met beleefd verzoek naar naamlijsten en klassamenstellingen, eventueel foto’s en beeldmateriaal om zeker niemand te vergeten en zo uit te sluiten. Het was niet simpel om iets vast te krijgen in de school… totdat een vriendelijke secretaresse de archiefkast indook, ( in onze tijd werd alles in schoonschrift opgetekend in grote boeken door de nonnekes ) gelukkig kwam ze ook weer uit de kast met, geluk voor mij, de grote boeken van 1960-61-62. De nodige nota’s en koppies konden genomen worden en de zoektocht kon van start. Een klasgenoot uit naburig dorp gecontacteerd, de zoektocht was serieus begonnen…aan de hand van de naamlijsten, thuisadressen van toen, de telefoonnummers die ik tijdens het schoolfeest bijeen had gesprokkeld gaven het startschot. Na  veel telefonische oproepen,  (ge wilt de telefoonrekening van die tijd niet zien) via buren en familie behaalden we een knap resultaat : van de schooljaren 1960-61 en 1961-62 hadden we 56 adressen gevonden. Oef, zover waren we! Door die vele kontakten, kwamen plots aanvragen binnen van klasgenoten die door omstandigheden de laatste 2 schooljaren niet afgemaakt hadden en toch graag wilde komen naar de bijeenkomst. Geen probleem, de naamlijst werd aangevuld tot 69 klasgenoten. Ondertussen zaten mijn schoolvriendin en ik niet stil, er moest een bijzondere dag georganiseerd worden. We opteerde voor een namiddag, het moest geen nachtbraak worden. Alleen de klasgenoten, want niet iedereen had het geluk haar partner nog te hebben. Onze reünie : “ 1960-1962 “ zou doorgaan op donderdag 24 november 2005 vanaf 14.00 uur in het cafetaria “ Hamlet “ van het C.C.. Uitnodigingen werden geschreven in schoonschrift, gepost. Vol verwachting…. De afspraak  met de gerant van het café over het verloop van de namiddag was: “ Zorg voor lekkernijen, natjes en droogjes. De inschrijvingen liepen vlot binnen tot 38 deelnemers. Enkele klasgenoten lieten zich , spijtig genoeg wegens gezondheidsredenen verontschuldigen, met veel pijn in het hart, ze waren er dolgraag bij geweest, misschien een volgende keer?! Hun wens was om de  hartelijke groeten over te brengen aan de aanwezige jeugdvriendinnen. In de uitnodiging vroegen we om foto’s van vroeger mee te brengen, ikzelf was al tijdens het plannen en de voorbereidingen op zoek gegaan naar info van de school en naar foto’s die ik in al die jaren vergaard en bewaard had. Na vragen en veel zagen aan de nonnekes kwam het fotoalbum  te voorschijn over het feest van het 75 jarig bestaan van de school. Een video-opname verkreeg ik via de broer van onze  juf die in het laatste schooljaar klastitularis was, deze opname ging over het feest ter gelegenheid van de op pensioenstelling van drie verdienstelijke regentessen. Na al die moeite en inspanningen was het wachten op “ moment  suprême “ : “ DE Reünie “ 24-11-2005. Iets voor 14.00 uur, plotse drukte, veel beweging in de buurt van het C.C.. Aankomende en parkerende wagens, bekende gezichten ! Ongelooflijk na al die jaren! Hartkloppingen!!! Het was een blij en warm weerzien, velen herkennende gezichten met toch af en toe de vraag : wie is dat toch al weer? Hoe heet jij of zij ? Gelukkig herkende ik bijna iedereen meteen, bij ’n twijfeling…,doch na één woord,  herkende ik ze aan hun stem. Het deed me zoveel deugd dat iedereen mij meteen herkende en me herinnerde. Het was heerlijk! We waren terug : “ die schoolmeisjes! “ Het stille cafetaria gonsden in een paar minuten van blijheid en gelukkige mensen! Bekende stemmen, hoe gaat het? Hartelijke knuffels en traantjes van geluk! We deden de “VROUW “ alle eer aan! Ik hoor nog steeds de naklanken… weet je nog? Is… hier? Heb je van… iets gehoord? … Het voelde zo goed, het deed zo ’n deugd om zoveel hartelijkheid! Alles viel in de plooi, iedereen vond haar schoolvriendinnen van weleer terug, uit onze mooie tienertijd: “ 16-17-18 jaar.” Ondergetekende, zorgde voor het startschot,  ( in schoolse stijl! ) met de aanwezigheidslijst : door naamafroeping, vervolgens een HARTELIJK WELKOM!  Steeds met ‘n  grote knipoog, (soms wel twee ) en af en toe een traantje wegpinkend. Emotie! Het ging van de jeugdidolen tot aan de vriendjes en hoe onze schooltijd was verlopen. De vermeldingen van naam en toenaam van directie, klastitularissen, bijnamen, anekdotes, belevenissen en zoveel meer. Ik kreeg de volle aandacht…, onderbroken met gelach …,soms schaterlachen…, sommige konden niet bijkomen… hadden nog… napret!!! ’n Pauze ingelast,  af en toe,  om te bekomen…, instemmingen…, aanvullingen…,  de nodige commentaren, graag zelfs… en ze kwamen !!! G. In deel 2 lees je mijn toespraak aan mijn fantastische klasgenoten.

g.a.she
58 2

Kristal

  “ KRISTAL “   Ik heb een huisje van kristal, waarin mijn hart weerspiegelen kan. Mijn onmetelijke gedachtenspinsels leest en voelt. Mij dagdromen doet en vertelt van heel vroeger…. Make en Pake… Grote broer en zus… Broer en broertje… Ikke… Opeens, klein babyzusje met kakkebonen en kindekessuiker. Huis met twee voordeuren aan de tramstatie en spoorweg. ’n Paljée, hof ,greppel, konijnenkot en gritsel. Velo (oke ), oei, au, kapotte knieën, pijn, traantjes. Krieken van ’t zonneke, oorwormenappelboom. Zandberg met hanengevechten. Dichtbij Bomma en Bompa, tantes en nonkels . Veel familie en Angeline. Verrassing met Pasen : babybroertje gebracht door de klokken uit Rome. Wijn ( wind ) pokken, dikoor, ( bof ). Kakschool met soeur Marie-Louise en soeur Gilberte. Sjieke soep ( chicken soup ). Ineens, ging ons Bomma Jeanne dood. Bompa bleef alleen in “ le Petit Bazar ”,vol met souvenirs “de Bourg Leopold”. Zicht – en prentkaarten, crayons en gommekes, porte-plumes en cahiers. Puff poeders, rouge en lippenstift, colliers en zakmesjes. Fopsuikers, namaakspinnen en –keutels. Poppen, beren, autokes, puzzels , spellen en nog veel meer. Togen en kasten met sloten en heel veel sleutels. Verhuis naar ons nieuwe huis achter de broederschool…. Plotseling, babybroertje, zo klein, zo mooi. Fier naar school met het goeie nieuws aan juffrouw Manda. Op de speelplaats van een buurmeisje een stamp gekregen, omdat de ooievaar bij ons thuis geweest was en niet bij hen. Commissies aan huis gebracht door bijna allemaal Jeffen : Jef van ’t brood ; Jef van de kolen ; Jef de brouwer ; Jef van de schellen ; Jef van de ziekenkas ; De facteur was … Sjarel. Verstopperke en zoveel spelletjes in de mulle straat, het boske en maisveld. Voor 1 frank een piering opeten. Poppenkast spelen en driekoningen zingen. De “ witte “ met zijn kreemkar en zijn Martha haar snoepwinkeltje. Mella met crème-glace en 4 karamellen voor 1 frank. Van vooruit, achteruit ; ’t kaat zonder hum ; daar is men verstand te klein voor; Stukske eten ; ietske drinken ; zet u neer …. En… Hoor je door dit alles… de pianoklanken… van… Plaisir d’amour…Les millions d’arlequin…Komm Zigani…Wien, wien… J’attendrai…Reviens…We’ll meet again….      

g.a.she
48 2

De Villa

Ik keek door het raam naar buiten en verschool me achter het gordijn aan de rechterkant zodat ik een goed zicht had op de voordeur van mijn overbuurman. Ze was er weer. Een jong meisje met lichtblonde haren. We dachten althans dat ze jong was omdat ze steeds een jeansvestje met bont droeg ook nu de temperaturen het vriespunt naderden. Ze belde aan en begon meteen daarna op de deur te bonken alsof ze al verwachtte dat niemand zou reageren op de bel. Toen dat geen effect had liep ze naar de ramen en probeerde binnen te turen hoewel de donkergroene gordijnen weinig inkijk boden. Ze tikte op de ramen, eerst zachtjes en geleidelijk harder tot ik het getik zelfs bij mij in de woonkamer leek te horen. Geen reactie.   Zoals de vorige keren liep ze naar het poortje aan de linkerkant van het huis. Ik moest mijn positie een beetje veranderen om te zien wat ze deed. Ze stak haar handen door het hek om de hond te aaien die telkens wanneer er aan de voorkant van het huis beweging was de tuin instormde. Ik vertelde het gisteren nog aan Arlene, mijn zus en linkerbuurvrouw die mee de situatie opvolgde. “De achterdeur is open want het beest zit soms binnen en soms buiten.” Arlene schudde meewarig haar hoofd. “Hopelijk geeft hij het arme beest nog te eten.” “Dan moet hij wel genoeg hondenvoer in huis hebben, het is ongeveer drie weken geleden sinds hij de laatste keer buiten is geweest.” “Zou hij eten aan huis laten bezorgen? Dat kan tegenwoordig, je hoeft de deur niet meer uit om te overleven.” Ik schudde mijn hoofd. “Ik heb niemand zien stoppen bij hem. Ik sprak gisteren nog met Geertje en zij heeft ook niets gezien. De enige die langskomt is dat jong meisje.” “Zijn jullie over dat blondje bezig?” Bert, de man van Arlene, schrijnwerker op rust, voegde zich bij het gesprek. “Wie zou ze zijn?” “Zijn dochter? Kleindochter?” “Minnares?” Arlene zuchtte. “Ze is veel en veel te jong voor hem.” “Jonge meisjes beginnen soms iets met oudere mannen. Hij zal wel geld hebben als hij zo’n villa kan kopen.” “En hij is niet getrouwd.” “Denken we.” We staarden naar het huis aan de overkant en herhaalden onze eerdere verzuchting. “Eigenlijk weten we niets van hem.”   Het meisje maakte aanstalten terug naar haar auto te lopen. Ze bleef minder lang dan de vorige keren. Toen bedacht ze zich en liep ze terug naar de voordeur. Ze keek in het zakje dat ze drie dagen geleden achtergelaten had en dat sindsdien onaangeroerd was blijven staan. Ze haalde er een plastic potje uit, gevuld met een groene vloeistof. Waarschijnlijk soep. Geertje had gelijk. Het meisje opende de pot en rook eraan. Ze zette hem terug. De soep zou nog wel goed zijn, het was koud geweest de afgelopen dagen. Ik twijfelde even om haar tegen te houden toen ze naar de auto liep maar zoals het me wel vaker verging de laatste tijd waren mijn handelingen te traag voor mijn gedachten.   Ik keek naar het grote witte huis aan de overkant, de blauwe ramen en deuren, de torentjes op het dak. Vanaf het begin dat ik in deze straat woonde vond ik dat de villa niet paste in ons straatbeeld. We waren een straat met degelijke rijhuizen, met een klein voortuintje en witte balken boven de deuren. Verderop voorbij de bloembakken stonden enkele belle-étages en de eerste nieuwbouwwoningen doken op. Hoe moeilijk ik het ook had met het verdwijnen van braakliggende grond en de zielloosheid van vierkante blokken, ik had een grotere hekel aan de eenzame villa vlak over ons huis die zich samen met haar bewoners ver verheven waande boven het rijhuizenvolk. Mijn vrouw begreep mijn afkeer niet, ze vond de villa “lieflijk” en zocht contact met het gezin dat er toen woonde. Onze jongens sloten vriendschap met de kinderen van de overburen en tijdens zomerse weekenddagen hoorde ik hen allemaal plonzen en plezier maken in het zwembad aan de overkant. Een enkele keer gingen we in op een uitnodiging van de overburen om in hun tuin te komen aperitieven, meestal na herhaaldelijk aandringen van mijn vrouw. Ik klaagde achteraf dat ik ook de achterkant van de villa aanmatigend vond, met de grote veranda en de stenen leeuwtjes op het terras. Mijn vrouw begreep het niet, net zoals ze niet begreep dat ik geen zin had om mijn zuster Arlene en haar slome man Bert aan te moedigen in het huis naast ons te komen wonen toen het door de scheiding van zijn bewoners snel verkocht moest worden. Achteraf biechtte mijn vrouw me op dat ze hen zelf getelefoneerd had om over het interessante aanbod te vertellen. We hadden ruzie. Het speet me achteraf dat ik Arlene een bemoeizuchtige, opdringerige en oppervlakkige vrouw had genoemd. De dingen die ik tegen mijn vrouw geroepen had speten me nog meer.   De bel ging. Arlene. Ze had een rode blos op haar wangen en hijgde een beetje. Vermoedelijk had ze zich na het verdwijnen van de blondine meteen naar hier gehaast. “Ik heb erover nagedacht en ik vind dat we haar moeten betrekken.” Ze knikte met haar kin naar het nieuwbouwhuis rechts van de overbuurman waar Selena woonde, een alleenstaande moeder met twee veel te luidruchtige puberkinderen. “Vind je dat echt?” Selena, mijn rechteroverbuurvrouw en de linkerbuurvrouw van de vermiste overbuurman, woonde hier ondertussen enkele jaren. In al die tijd waren we niet verder gekomen dan een sporadische goedemorgen als ze naar haar werk vertrok en ik de vuilnisbakken binnen zette. Zelfs onverzettelijke Arlene had niet meer bereikt dan enkele korte gesprekjes waaruit we wisten dat Selena gescheiden was, een baan bij de bank had en dat haar oudste dochter geboren was met vliezen tussen haar teentjes. We wisten meer van Selena dan van de overbuurman maar ook niet veel meer. Zou zij meer weten dan wij? Arlene leek mijn gedachten te raden. “Ze ziet meer dan wij. Ze heeft grote ramen aan de zijkant. Misschien weet ze of hij nog leeft.” “Oké dan.” “Heeft de politie je nog iets laten weten?” Ik schudde mijn hoofd. “De politie heeft blijkbaar belangrijkere dingen te doen dan een persoon in nood te helpen. Zolang er geen aanwijzingen zijn dat hij in gevaar zijn doen ze niets. De agent zei dat ze hem nog eens zouden telefoneren of komen aanbellen.” Arlene rolde verontwaardigd met haar ogen. “Precies of wij dat al niet verschillende keren geprobeerd hebben. Geertje vertelde me dat ze uit de gleuf van de brievenbus een enorm pak post heeft gehaald, de postbode kreeg er niets meer bij.” “En die hond dan.” “Arm beest.” “Goed. Ik maak er werk van.” Arlene knikte nogmaals naar het huis van Selena. “Broertje, hou je goed.” “Het lukt wel hoor.” “Je weet dat je kerstavond gerust bij ons mag vieren?” Ik glimlachte dapper. “Je weet dat ik nooit iets om kerst gegeven heb. En op kerstdag komen  de jongens.” Arlene gaf me een kus op de wang waarbij ik haar vertrouwde patchouligeur rook.   Ondanks mijn oorspronkelijke reserves had ik moeten erkennen dat Arlene en Bert goed zijn geweest voor me. Ze waren goed voor me toen mijn vrouw me tijdens de laatste ruzie verweet te negatief te zijn en ze waren goed toen ze vertrok. Ze waren goed voor me toen we in alle vriendschap besloten dat de jongens beter bij haar konden wonen. Ze waren goed voor me toen General Motors me met vervroegd pensioen stuurde en toen het nadien nooit bij me opkwam iets anders te proberen in het leven. Ze waren kortom wat ik nooit van hen verwacht had.   Ik vroeg me af of ik nogmaals bij de overbuurman zou checken maar ik begreep dat het zinloos zou zijn. Als hij de deur niet opendeed voor een jong blondje zou hij zeker geen zin hebben om mij binnen te laten. Ik overtuigde mezelf dat we er goed aan deden om ons vast te bijten in de zaak. Bezorgdheid is nog iets anders dan bemoeizucht en tegenwoordig las je verhalen in de krant over overledenen die pas weken later in hun eigen lijkvocht werden teruggevonden. Hoe zou dat afstralen op onze buurt? Alsof we te onverschillig waren om ons zorgen te maken over een man die al drie weken geen teken van leven gaf. Toen het donker begon te worden keek ik, voor ik mijn gordijnen sloot, uit gewoonte nog één keer naar het huis aan de overkant. Geen licht en geen beweging. Wat zou er met onze overbuurman aan de hand zijn? Zou hij ongelukkig gevallen zijn? Of was hij met de noorderzon vertrokken? De laatste keer dat ik hem groette op straat schrok hij zo hard dat zijn sleutels uit zijn handen vielen. Hij trilde toen hij ze probeerde op te rapen. Geen normaal mens zou zo schrikken van een vriendelijke groet tenzij er iets hem op de hielen zit. Volgens Arlene stonk hij de laatste tijd naar alcohol en opgedroogde urine.   Ik keek naar de lege kerstboom en bedacht me dat het nu echt tijd was om hem te versieren voor de jongens overmorgen zouden komen. Wat zou ik klaarmaken? Nadat mijn vrouw vertrokken was leefde ik maanden van afhaalchinees en de maaltijden die Arlene me voorschotelde. Na mijn pensionering en een zee van lege dagen voor me had ik mezelf leren koken met het boek van de Boerinnenbond. Ik hield me minutieus aan de instructies en zorgde ervoor een weegschaal en een maatbeker bij de hand te hebben. Later leerde ik de recepten en hoeveelheden aanpassen aan mijn voorkeuren. Nog later voelde ik op voorhand wat er niet zou kloppen. Voor de jongens speelde ik altijd op veilig en maakte ik iets dat ik eerst getest had. In het begin waren ze vooral verbaasd dat ik kookte, nu gaven ze me op voorhand verzoekjes door. Niets maakte me de afgelopen periode gelukkiger dan een SMS waarin ze vroegen of ik nog eens coq-au-vin met krieltjes wilde maken als ze zondag kwamen. Ik was iets opgewekter terwijl ik de kerstballen op tafel uitstalde. Mijn vrouw was in het kader van haar nieuwe start zo lief geweest al het kerstgerief bij mij te laten liggen. Ik vroeg me af welke kleuren bij elkaar zouden passen. Rood en paars? Wit en paars? Kerstengeltjes erbij?   Toen ik de volgende ochtend terugkwam van de bakker liep ik voorbij de villa. Ik belde aan, klopte op de ramen zonder te verwachten reactie te krijgen. De pot soep stond nog onaangeroerd voor de deur. Opeens begon me te dagen dat er iets niet klopte. Wat klopte er niet? Ik belde nog eens aan. Absolute stilte. Stilte. Danig overstuur belde ik aan bij Arlene en Bert. “Broertje.” Arlene zag er gespannen uit zoals steeds wanneer haar troep kinderen en kleinkinderen over de vloer moesten komen. “De hond blaft niet meer.” Arlene sloeg haar handen voor haar mond. Ik zag in haar ooghoek iets blinken. “Arm beest.” “Arm beest.” “Weet je zeker..?” “Ik ben ok. Goed vieren nog.” Ik liep weg voor ze de deur gesloten had.   In de namiddag, nadat ik de kerstboom verder versierd had, met een Triple Westmalle in de zetel plofte en aan de hond dacht, ging de bel opnieuw. Ik zuchtte, vreesde dat één van de opdringerige kinderen van Arlene alsnog zou proberen me te overtuigen kerstavond bij hen door te brengen en besloot dan toch maar open te doen. Selena. Van dichtbij zag ze er ouder uit dan ik me voorgesteld had, al had ze prettige rimpeltjes rond haar ogen en volle vragende lippen. “Sorry dat ik stoor.” “Geen probleem hoor, kom gerust binnen.” “Nee nee. Ik wil niet storen. En ik wil je vloer niet vuilmaken.” Ze wees naar haar bemodderde laarzen. Nu was ik inderdaad gevoelig voor vuile schoenen op de parket maar mijn nieuwsgierigheid naar wat ze te zeggen had was groter. Ik probeerde kordaat te klinken. “Kom binnen.”   Even later zaten we zwijgend en een beetje ongemakkelijk tegenover elkaar in de keuken nadat ik koffie had gezet voor haar. Ze had me zelf moeten uitleggen hoe het Senseo-apparaat werkte dat de jongens me vorige kerst gegeven hadden. “Het spijt me, ik ben uit gewoonte altijd filterkoffie blijven drinken.” “Niets mis met filterkoffie. Senseo is wat overroepen.” “Heb je liever filterkoffie?” Ze schudde haar hoofd. “Nee natuurlijk niet, het smaakt. Doe geen moeite. Sorry dat ik hier kom binnenvallen maar ik heb nieuws over Dirk. Ik weet dat je zus vandaag een kerstfeestje heeft en wilde haar niet storen.” Dirk dus. Ze wist inderdaad meer dan wij. “Oké,” zei ik, “Arlene en ik willen ons niet moeien met de levens van anderen maar we maakten ons zorgen. Je hoort zoveel tegenwoordig.” “Ik vind het mooi dat jullie zo begaan zijn met hem. Eerlijk gezegd schaamde ik me zelf een beetje dat het me niet opgevallen was dat ik hem niet meer tegenkwam op straat.” Ik wuifde haar opmerking weg. “We weten allemaal dat je hard werkt. Het kan niet eenvoudig zijn om een baan te combineren met 2 pubers en er alleen voor te staan.” Ze knikte. “Jouw jongens zijn iets ouder zeker?” “Klopt, ze studeren al voort.” Ik voelde me trots en veilig zoals steeds als ik iets over de jongens kon zeggen. Maar ik herpakte me en bracht ons weer bij de les. “Dirk dus.” “Mijn ex-man kent de zus van Dirk. Ik heb hem gevraagd haar even te bellen. Ze blijken al twee jaar geen contact meer te hebben. Allebei te koppig om hun laatste ruzie bij te leggen. Dirk was ziek en hij weigerde zich verder te laten behandelen. Gelooft niet in dokters. Zijn zus kon het niet meer aanzien.” Dat was nieuwe info. “En hij drinkt.” Dat dan weer niet. “Er komt vaak een jong meisje bij hem aan de deur.” “Zijn zus wist het niet zeker maar ze dacht dat het zijn petekind kon zijn.” “Toch nog iemand die wakker ligt van de man.” Selena aarzelde. “Om eerlijk te zijn heb ik hem altijd een beetje raar gevonden. Een beetje griezelig.” “Dat komt omdat we zo weinig van hem weten. Wat we niet kennen vinden we altijd een beetje griezelig.”   Selena rommelde in haar handtas en vloekte zachtjes. “Verdorie, ik vind hem niet.” “Wat niet?” “Aha.” Ze viste iets op uit haar handtas en legde een platte grijze sleutel op tafel.   “Van zijn zus. Ik wilde niet alleen binnengaan. En ik wilde mijn kinderen niet meenemen, want wie weet…” “Wat treffen we aan.” Ze keek me verontschuldigend aan. Ik ademde diep in. Ik wilde hier graag bij betrokken worden maar had me alleen nooit afgevraagd hoe graag. Wilde iemand echt wel weten wat er zich in de witte villa afspeelde? “De hond blaft niet meer. Laten we meteen gaan kijken.” Selena knikte en we liepen naar het huis aan de overkant.

Marie Jacobs
0 1