Lezen

Complicaties

Ik duwde hem de kleedkamer binnen en deed de deur achter ons op slot. Het rook er naar zweet en oude sokken. Ik draaide me om en liep op hem af. “Waar ben je in godsnaam mee bezig?” siste ik. Hij keek schuldig naar beneden en wriemelde wat ongemakkelijk met zijn handen. Ik had zin om hem een mep te geven, maar kon het niet over mijn hart verkrijgen. Het zou zijn als een zielige puppy slaan. Ik duwde Nikkie op een stoel en begon door de ruimte te ijsberen, handen op mijn rug. “Niet dat ik iets tegen jullie heb, maar zoiets doe je gewoon niet op school.” Zwijgend volgden zijn olijfgroene ogen mijn bewegingen. Toen ik geen antwoord kreeg, vervolgde ik mijn preek. “Nikkie, je weet wat voor mensen op deze school zitten. Ben je maar een beetje anders dan zij, dan ga je eraan. Letterlijk.” Nog steeds geen reactie. Gefrustreerd bleef ik voor hem staan. “Hé, luister je wel?” Hij knikte, een kalme uitdrukking op het gezicht. Ik zuchtte. Ik kon gewoon niet kwaad op hem blijven. “Oké. Nikkie.” Ik dwong hem naar me op te kijken. “Het is misschien geen misdaad om zo te zijn, maar je moet gewoon niet met die kleren naar school komen. Het is net alsof je een uithangbord draagt met ‘Sla me in elkaar!’” Nikkie keek ongemakkelijk weg, alsof er een fel licht uit mijn ogen straalde waar hij niet in kon kijken. De verse blauwe plekken rond zijn ogen waren het bewijs van de gebeurtenissen die hadden plaatsgevonden. Ik gaf het op. Hij moest het zelf maar weten. Uitgeput ging ik naast hem zitten, en wreef met mijn handen over mijn slapen. “Deze keer heb ik je nog kunnen redden, maar je moet begrijpen dat je dit niet nog eens kan doen.” Hij knikte. Zijn ogen waren groot, en bedekt met een waas van tranen. “…Oké. Ik ben gekalmeerd. Er is nog één ding dat ik moet weten. Waarom deed je het?” Ik keek hem zijdelings aan. Door mijn vraag kwam er een rode blos op zijn gezicht. Hij keek resoluut de andere kant op, zijn lippen verzegeld. “Hé, is het een geheim of zo? Ik dacht dat we vrienden waren!” Ik probeerde hem naar me toe te draaien, maar hij stribbelde heftig tegen. De aandrang om hem een klap te geven kwam terug. “Ik kan je niet helpen als je me niet vertelt wat je denkt!” riep ik uit. Hij verstijfde. Ik had zijn armen in mijn handen geklemd. Langzaam keek hij naar me op, het gezicht knalrood. Er lag hoop in die ogen. Hij had altijd al bijzonder meisjesachtige ogen gehad, groot en omringd door lange wimpers. Meestal plaagde ik hem ermee, maar vandaag werkte het alarmerend. De stilte bleef duren. Nikkie staarde me aan. En plots vielen alle puzzelstukjes op hun plaats. “Nee. Dit meen je niet.” Nikkie sloeg verlegen zijn ogen neer. Dit kon niet waar zijn. Ik liet hem los en sloeg kreunend mijn handen voor mijn gezicht. “Komaan Nikkie. Je weet dat ik niet zo ben! Hoe haal je het zelfs in je hoofd?” “Ik weet het,” fluisterde hij gegeneerd. Het was het eerste wat hij sinds die ochtend had gezegd. Ik gluurde naar hem door mijn vingers. Hij leunde verslagen op zijn knieën, een ongelukkige uitdrukking op het gezicht. Ik zuchtte. “Het spijt me echt, maar ik zie je niet op die manier. Ik denk dat je me het beste uit je hoofd kunt zetten. Goed?” Een cynische glimlach speelde om zijn mond. “Alsof dat zo gemakkelijk is.” Ik wist echt niet wat ik met hem moest aanvangen. “…Laten we gewoon teruggaan,” stelde ik voor. Ik wilde dit voorval liefst zo snel mogelijk vergeten. “Oké. Nog één ding.” “Wat…?” Ik keek opzij, en plots was zijn gezicht vlak bij het mijne. Voor ik wist wat er gebeurde, hadden zijn lippen langs de mijne gestreken. “Sorry. Dit moest ik even doen,” zei hij met een stralende glimlach. Ik knipperde dom met mijn ogen. Nikkie kwam overeind. “Dan ga ik maar eens. Ik zal je er niet meer mee lastig vallen.” Hij liep naar de deur. Ik schraapte mijn keel op het moment dat hij de deur van het slot wilde doen. “Nikkie?” Mijn stem klonk me vreemd in de oren. Nikkie keek over zijn schouder. “Zou je…misschien…wil je dat nog eens doen?” Ik had geen idee waarom ik dit zei. Ik kon gewoon niet helder denken. We staarden elkaar een paar seconden zwijgend aan. Toen begon hij te stralen. Hij liet de deur los en bereikte me met een paar stappen. Ik had hem altijd al erg meisjesachtig gevonden, maar nu zag ik hem alleen als een man. Ik wist niet wat me bezielde, maar ik had er ook geen spijt van. Nooit gedacht dat mijn eerste kus van een jongen zou zijn.

Lisa C
0 0

Een gevaarlijke leeftijd

Angela heeft schrik. Het is gevaarlijk wat ze doet. Twee vriendjes. Liefde en samenwonen met de ene, en verliefd zijn en bedrog met de andere. Maar er is meer. Angela is 20. Een gevaarlijke leeftijd. De leeftijd van verliefd-verloofd-getrouwd. Haar vader was ook heel erg verliefd toen hij twintig was. De liefde van zijn leven. De trouw al gepland. En dan plots een auto-ongeval. Zijn grote liefde: dood. Angela vertelt: Mijn vader is het eerste jaar dat hij met mijn moeder getrouwd was elke zondag samen met haar naar het graf van die eerste vrouw, zijn eerste grote liefde gaan kijken. “Mijn vader in de rouw, mijn moeder in de kou – dat is het verhaal van hun leven.” Nu, zoveel jaar later, staat Angela ook op trouwen. Al vier jaar samen met haar eerste lief. Alles in kannen en kruiken, de toekomst uitgestippeld, mooi gepland. En dan plots die andere man. Liefde als een blikseminslag. Een hele avond lang in elkaars ogen verdrinken. Overspel, bedrog, niet kunnen slapen ‘s nachts, steeds maar aan die ene denken, ook als je in de armen van die andere ligt. Angela piekert zich suf, wekenlang – ze kan maar niet beslissen wat, wie ze wil. En dan, op een nacht, heeft Angela’s nieuwe liefde een auto-ongeval. Coma, ziekenhuis, bijna dood. Nu weet ik het helemaal niet meer, zegt Angela. Wat moet ik doen? Niets lijkt zeker. Alles is gevaarlijk. Kiezen voor mijn nieuwe liefde, een nieuw leven? En de dood dan? Die loert om de hoek. Bij mijn oude liefde blijven dan maar? Maar wat doe ik mezelf en mijn man dan aan? Hoe eerlijk is dat? Angela heeft schrik, schrik van de pijn van haar vader en het verdriet van haar moeder. Schrik dat ook zij getroffen zal worden door het noodlot, dat ook haar leven bepaald zal worden door een liefdesdrama. Alles wijst daarop: ze is twintig, staat op trouwen en is verliefd tot over haar oren, en ook de dood was al erg dichtbij. Zal Angela haar grote liefde verliezen, en een leven lang rouwen zoals haar vader – en dan trouwen met de troostprijs, en het leven leiden van haar moeder? Misschien, wellicht, vast en zeker is er nog een derde weg. Een eigen leven voor Angela. Een leven waarin haar in- en meevoelen met haar ouders op een andere manier gestalte krijgt. Een leven vrij van angst en herhalingsdwang*. Dat is waar we ons in onze gesprekken op richten: Angela bevrijden van de pijn van haar ouders, zodat ze haar eigen plek kan vinden, haar eigen weg kan kiezen, haar eigen leven kan leiden. *Dat trauma’s zich dwangmatig, buiten onze wil om, lijken te herhalen – dat noemt men de ‘herhalingsdwang’ van een trauma. Bijvoorbeeld: steeds weer op gewelddadige mannen vallen, elk jaar een ongeval hebben, familiaal verspreide depressies, drankproblemen van generatie op generatie, … Een onverwerkt trauma werkt door, blijft onderhuids aanwezig, en komt steeds weer bovendrijven, dringt zich op aan ons bewustzijn – als een spontane doch mislukte poging tot herstel. Pas als écht herstel heeft plaats gevonden, als het trauma is verwerkt, als we in ons denken, voelen en beleven bevrijd zijn van wat traumatisch was voor ons, dan pas verdwijnt ook de ‘herhalingsdwang’.

ybe casteleyn
23 0

De haat in Amadou’s hoofd

Amadou is 21 en komt uit Guinee. Zijn parcours: naar een politieke manifestatie gegaan, daar gearresteerd, een paar dagen gevangenis, vrij, toch nog eens naar een politieke meeting, ‘s ochtends vroeg uit bed gehaald, bewusteloos geslagen, weer gevangenis, langer deze keer, met meer slagen, honger en vernederingen. Angst. Veel angst. Na twee maanden vrijgekocht door zijn familie en onmiddellijk op het vliegtuig gezet, richting België. Het is moeilijk praten met Amadou. Omdat hij acute aanvallen van hoofdpijn krijgt zodra we spreken over wat hem overkomen is. Als Amadou zo’n hoofdpijnaanval krijgt, neemt hij zijn hoofd in zijn handen en kreunt. Hij kan zich dan niet meer concentreren, niet meer nadenken en praten. De vorige twee keer is ons gesprek daardoor noodgedwongen stopgezet. Maar deze keer wil ik wat verder geraken en in plaats van Amadou naar de verpleegster te sturen, haal ik zelf een Dafalgan en een glas water, zet het voor hem neer, wacht tot hij het heeft opgedronken en vraag verder : “Amadou, wat voel je precies in je hoofd? Wat zegt de pijn?” Amadou zegt : “Haat, zoveel haat”. En dan “Auw, auw, auw, het doet zo’n pijn. Ik heb zo’n schrik van de haat in mijn hoofd, schrik dat ik een slechte mens word, even slecht als de bewakers uit de gevangenis.” Nu gaat er echt niets meer. Amadou ziet asgrauw, mompelt een verontschuldiging en verdwijnt stil, krom en gebogen door de deur. De volgende keer begin ik het gesprek met de volgende uitleg: Amadou, als je de haat onderdrukt, komt ze als een boemerang terug: in de vorm van hoofdpijn, en misschien ook in de vorm van ‘slechte’ gedachten, of ‘slechte’ daden – want de haat wordt groter en sterker als je er niet naar kijkt, als je er schrik van hebt, en doet alsof hij er niet is. Daarom wil ik wil samen met jou kijken naar de haat. En een weg naar buiten vinden voor de haat. Oké? Amadou is mee. We ontleden samen wat er allemaal meespeelt in ‘de haat’, wat hem zo groot maakt. Het lukt ons om de haat een beetje beter te begrijpen, in woorden te vatten, te pakken te krijgen: de haat van Amadou is een mengeling van woede, pijn en onmacht om wat hem is aangedaan, én heel veel verdriet – om het verlies van zijn land, zijn thuis, zijn familie. In plaats van hoofdpijn te krijgen heeft Amadou deze keer geweend, veel, lang en stil, omdat hij zijn ouders zo erg mist, en zijn broers en zussen, zijn leven in Guinee, zijn werk, de gemeenschap waarin hij is opgegroeid. Hij heeft gehuild om zichzelf, omdat hij hier eenzaam is, alleen en verloren, zonder toekomst, zonder thuis. De haat in Amadou’s hoofd is eigenlijk een heel erg bang en verdrietig hart.

ybe casteleyn
0 0