Lezen

.be

Ze zit al een hele tijd op het terras, onder zes golfplaten en een druivelaar. Hij vangt alle blikken. Niet haar man, hij rookt niet. Zij blaast de rook onder de rokken en het kleed van het tuinmeubilair. De buiken bewegen nauwelijks. Hongerig kunnen ze niet zijn, ze kregen zonet nog zwoerdjes. 'Wil je een biertje?' Haar opstekende duim: top! 'Wat is de lucht mooi!', roept hij uit. 'Een roos-oranje verte', zegt ze dromerig. Niemand zegt dat daar in de verte een man wordt gestoken met een mes, meermaals en diep, niemand ziet dat de dader er plezier in schept. Ook op die afstand schept een kind van vier een emmer vol tijdverdrijf en zand. Hoor je iemand ritmisch ademen in de slaap, dan fladdert die adem in een buik kortbij. Je merkt het niet eens dat het jouw lichaam is, de buik en hangende longen in jouw lichaam, jouw leven speelt zich af in het roos-oranje licht.  .beangstigend is fantasie en rustig ademen niet. 'De landen willen dat het geweld stopt', zegt hij. Landen maken akkoorden. Ze zijn te .bedeesd ze te verbreken.  Zij merkt op dat ze nog nooit eerder sprak over 'mijn' land. Indien zij een ander land zou bewonen, zou zij het land van geboorte als haar land beschouwen. Misschien...eventueel... 'Zie jij dat kind met de emmer?', vraagt ze. Hij vermoed dat zij het in de verte, met een strand en zand, moe van liggen en waaien, op een akkoord gooide. Een mens ademt en rust in een land, hoort de meeuwen krijsen, schudt aan de pols van de wind. Het strand is kleurloos, het trekt geen mes door de buik van zandkorrels. Alles is moe. Soms is een mens zo moe dat hij meermaals en diep verdwaald, iets opgeeft, iets opheft in de longen en maag, en braakt. Kort daarop landt de reiger. .behoedzaam worden er nieuwe afspraken gemaakt. De mens met het mes heeft dan toch een gesprek over tijdverdrijf, het zand aan de voeten na een wandeling.

Ingrid Strobbe
0 0

Ik ben een halfbloedje en haat het...

Ik ben niet zwart en ik ben niet wit, ik ben “een halfbloedje” zoals men dat netjes zegt. Maar eigenlijk betekent dat gewoon dat ik een mens met een bruin kleurtje ben; een halve neger of een halve blanke, het is maar hoe je het zelf noemen wilt.   Ik ben een halfbloedje en ik haat het dat blanke mensen ons discrimineren. Dat ons zwarte deel op jullie blanken scam 419 gebruiken omdat we jullie dom vinden moet kunnen. Ik ben een halfbloedje en haat het dat jullie me afrekenen op mijn huidskleur. Dat in het zwarte Afrika de helft van de bevolking niets van halfbloedjes of blanken moet hebben dat moet kunnen. Ik ben een halfbloedje en haat het dat blanken mij een neger noemen. Dat ik mijn zus een neger noem en dat zij mij ook een neger noemt dat moet kunnen. Ik ben een halfbloedje en haat het dat blanken mij een zwarte noemen. Dat wij jullie een witte noemen of zelfs ‘roze’ moet kunnen. Ik ben een halfbloedje en haat die blanken met hun zwarte piet. Dat wij jullie cultuur doen laten verdwijnen moet kunnen én dat in jullie sinterklaasverhaal het paard ‘wit’ is laat ons allemaal smakelijk lachen. Ik ben een halfbloedje en haat het wanneer mensen mij terechtwijzen, dat is racisme. Dat die blanken wel terechtgewezen worden moet kunnen. Ik ben een halfbloedje en haat het dat mijn professor mij een slecht punt geeft omdat ik geen reet uitgevoerd heb, dat is discriminatie. Dat mijn blanke medestudenten wel een slecht punt krijgen omdat ze met me mee gefeest hebben moet kunnen. Ik ben een halfbloedje en haat het nog méér dat blanke moeders van gekleurde kinderen doen alsof plotseling alles en iedereen, henzelf en hun gezin discrimineert of dat de omgeving racistisch is. Ik ben een halfbloedje en haat het dat diezelfde blanke moeders van die gekleurde kinderen niet doorhebben dat hun kinderen ettertjes worden of misschien wel al zijn zoals ze hen opvoeden, dat die blanke moeders denken méér afrikaan te zijn dan hun afrikaanse partners, dat die blanke moeders hun kinderen alles maar dan ook alles toelaten omwille van ‘een huidskleur’ maar mooier nog, dat die blanke moeders hun kinderen wel mooi hun vaders én gezinsleven afnemen want… die blanke moeders hebben niet door dat hun zwarte partners niet op zoek zijn naar een fake zwarte maar naar een trotse blanke die, net als hen, een mooie inbreng zou kunnen leveren aan de maatschappij.   En dan op zulke momenten ben ik een halfbloedje die het niet haat dat mijn blanke moeder me nooit met fluwelen handschoentjes aangepakt heeft, dat zij mijn tekortkomingen of fouten nooit bedekt heeft met de mantel der racisme en dat ze me geleerd heeft de waarden en normen van eender welke cultuur te respecteren. Want alleen dat maakt mij nu een persoon die een voorbeeld kan zijn voor niet één, niet twee maar héél véél culturen.

Brown Pearl
461 1

FLOR

    Een luide KNAL… de bliksem is vlakbij. Marieke nipt van haar rode wijn en aanschouwt de pracht van een naderend onweder. Haar blik dwaalt even af naar Tink, haar hondje, dat rustig ligt te slapen in zijn mand, onbevreesd bij al dat geweld. De natuur rommelt, kraakt en knarst. Bomen zwiepen en regen valt als één groot gordijn uit een lucht die donkerpaars kleurt. Het geluid van een SMS bericht verstoort de harmonie van haar gedachten, één met de temperamentvolle Moeder Aarde. Hoe luchtig leest het: 'Terraske Oude Pastorij, wat bijpraten, zou dat kunnen?' Marieke negeert het bericht en kijkt koppig verstoord naar het schouwspel buiten. Enkele minuten later nog luchtiger…:  'Denk slecht moment gekozen, stormt hier!' De telefoon rinkelt! God, nee… niet weer! Laat me toch met rust! Mariekes’ hand beeft terwijl ze de hoorn afneemt, laten rinkelen heeft geen zin. Het verleden leerde dat dit enkel ontaardt in een spelletje van jager en prooi. “Marieke?” “Ja… waarom bel je? Waarom laat je me niet met rust, zoals afgesproken?” Marieke vervloekt haar trillende stem. “ Tja, ik weet dat het niet mag Scha… oei, sorry, ik kan het niet helpen, het is alweer zo lang geleden, en je zit me in het bloed, ik wil gewoon nog eens praten, dat recht heb ik toch, na al die jaren.” Marieke glimlacht grimmig : Dipje, Gerry?” “Neen!”  Gespeelde verontwaardiging ”Ik wilde weten hoe het met je gaat, ik weet dat ik je niet netjes behandeld heb, maar we kunnen er toch nog altijd over praten?” Een laatste felle bliksemschicht verlicht de tuin en het grote terras… het onweder trekt geleidelijk aan verder, zoals hij dat ook zou moeten doen. In het felle lichtschijnsel bemerkt Marieke een eenzame figuur die discreet onder het afdak staat te schuilen…: Flor! Een warm gevoel omhelst haar…, en met een nieuwe kracht hervat ze het slopende gesprek. “De tijd van praten is voorbij, Gerry, het is te laat. Ik heb een nieuw leven nu, ik ben gelukkig en zou het waarderen als je mij de beloofde rust schenkt.” “ Je hebt iemand anders…” Marieke grinnikt in stilte, hoe voorspelbaar toch! “ Ja, Gerry,” zegt ze vastberaden, terwijl ze naar de stille figuur onder het afdak kijkt die zich nog steeds beschermt tegen de aanhoudende regen. ”Ik heb iemand ontmoet waarmee het echt klikt, en deze nieuwe kans laat ik me niet ontnemen door onnozele gesprekken te voeren met iemand die zelfs dàt niet meer verdiend.” “ Ik geloof je niet, hoe kan je… je liegt. Zeg me zijn naam, ken ik hem?” Zijn stem klinkt gebroken in ongeloof. “ In feite heb je ook dat recht niet maar goed, zijn naam is Flor, en neen je kent hem niet, ik ontmoette hem hier in het dorp in het tuincentrum waar hij op dat moment werkzaam was.” “Pfff… een klusjesman” klinkt het wrang aan de andere kant van de lijn. “ Niet direct. Enfin, Flor geeft me de rust die ik nodig heb Gerry, bij hem voel ik me volledig mezelf. “Goed, als jij kiest voor het saaie bestaan met een boerke, dan kan ik daar niets aan verhelpen.  Ik heb altijd al geweten dat je zou verkwezelen in dat boerengat van je. Het gaat je goed!” Met een stevige smak wordt de hoorn venijnig opgegooid. Marieke glimlacht…lacht…en buldert het uit tot de tranen over haar wangen lopen. Nog nahikkend neemt ze haar glas wijn en opent de deur. Ze snuift de opgeklaarde avondlucht diep in, de geur van natte bladeren en fris gras bevestigingen haar in dat nieuwe gevoel van Vrijheid , bevrijd van de jarenlange verstoffing. De lichtjes van het terras zijn aangefloept en in het zachte schijnsel staat nog steeds die trouwe figuur te wachten. Flor… Ze neemt een stoel en installeert zich naast hem met haar glaasje wijn, terwijl Tink, haar hondje zich knorrend op haar schoot nestelt, blij dat de rust is weergekeerd. “Zo, Flor” zegt Marieke zachtjes, terwijl ze over zijn geruite mouw wrijft, “hebben wij dat niet prachtig gedaan daarnet?” Twee guitige donkere ogen kijken haar aan. “Eén ding moet je toch wel weten, Flor, nu dat onze relatie kenbaar gemaakt is…, ik vind je heus de knapste man van héél de wereld.” Ze geeft hem een speelse tik, terwijl hij stoïcijns kalm blijft zitten, de knieën opgetrokken in een ontspannen houding van onverstoorbare onverschilligheid. “Laat het leven maar op ons afkomen, Flor, ik kan nog veel van je leren.”   De eerste sterren verschijnen in een opgefriste donkere hemel. Op het terras weerklinkt nog lang een nieuwe, klaterende lach. Een triomf over de ernst van het leven, aangeleerd dooreen vrolijk manneke van steen. Wie zegt dat tuinkabouters geen ziel hebben…?

Bosfee
26 1