Lezen

De gelegenheid.

Hier zat ze dan, op een terrasje in Rome, helemaal alleen met als enige gezelschap een boek gekregen van haar beste vriendin en een plattegrond van de stad, terwijl ze eigenlijk voor een tweede maal haar vakantie in Thailand had moeten doorbrengen met haar geliefde, verbetering, nu ex – geliefde. De smeerlap had haar na 2 jaar laten zitten en was er vandoor gegaan met een serveerster uit zijn kroeg, een sloerie met lange benen, nep borsten en overdreven schmink. Waarschijnlijk flaneerden ze nu hand in hand langs het strand, of neukten zich te pletter in één of ander hotelletje.  Wat zag hij toch in dat mens en hoe had ze zich zo kunnen vergissen in die vuile bedrieger? Ze kon nog net een vloek binnensmonds houden. Het was opletten, het Vaticaan was dichtbij. Ze bestelde een tweede cappuccino en schrok voor de zoveelste keer op door veelvuldig moto geronk. Meerdere Harley-Davidsons staken het, anders zo rustige, plein over. Ze wenkte de knappe ober en vroeg in het Engels wat dat toch allemaal te betekenen had. In goed verstaanbaar Engels, wat had ze dan anders verwacht van zo'n toeristische plek, legde hij uit dat deze 16de juni in het teken stond van de 110de verjaardag van Harley-Davidson en dat er een motor zegening doorging op het Sint-Pietersplein in Vaticaanstad, naast nog andere festiviteiten. Ze bedankte met een hartelijk 'Grazie' en keek toe hoe de blinkende motors, op weg naar wat spetters gewijd water, uit het zicht verdwenen. Haar gedachten namen weer de bovenhand. Het werd tijd dat ze zich bezig hield met de doelen die ze voorop had gesteld bij deze citytrip: het loslaten van de stress die ze had opgelopen na de hele heisa van zijn bedrog en het tijd nemen om alles eens op een rijtje te zetten. Ze bekeek de plattegrond van Rome en zocht naar het Palazzo Sacchetti. Daar zou ze in een fresco de Kairos zien, het jongste goddelijke kind van de oppergod Zeus en de personificatie van de gelegenheid, het juiste moment om iets voor elkaar te krijgen. Ze had zich voorgenomen om op die plek even tot bezinning te komen, omdat het wel passend was voor haar leven op dit moment en zoals ze al had gelezen:  'De gelegenheid is een kritiek moment: scherp onderscheidend en doorslag gevend voor het vervolg.' Wat ging ze aanvangen met haar leven? Welke weg moest ze inslaan? De ober bracht haar cappuccino en schonk haar een knipoog. Ze glimlachte terug, roerde in haar kopje en zag dat er op het witte servet een gsm-nummer stond geschreven met daaronder wat korte Engelse zinnen: een gids nodig?  – na 17uur – voel je vrij... Met een glimlach stopte ze het servet in haar handtas en bestudeerde voor de zoveelste maal de route die ze ging afleggen. (noot van de auteur: de tekst was ontstaan voor een schrijfuitdaging van het VERZIN  tijdschrift en heb ik nu wat herwerkt. )

@nnick
0 0

Subtiele verleiding

Troostelozer kon de locatie niet zijn, die gedachte schoot door haar hoofd nu zij zich bevond in een omgeving van beton. Het intussen lang en breed weggesijpelde regenwater had donkere vochtplekken achtergelaten in de grijze platen. Druppels tikten vanaf de lekke goot op de metalen platen. Een autoalarm ging af in de verte.  Dat beeld en het geluid versterkte haar ontheemd gevoel. Wat moest zij hier? Zij leek wel gek. Op dit onchristelijke uur, op deze zielloze locatie.   In haar dagdroom had alles heel anders uitgezien. Zij zou een rok dragen, een zomermodel, van lichte, witte stof. Haar huid zou er subtiel doorheen schijnen, de welving van haar billen zou als gebeeldhouwd staan in de contouren van het textiel. Aanvankelijk zou ze verlegen zijn geweest. Van pure zenuwen had ze voorafgaand aan haar ontmoeting wellicht moeten huilen. Haar ogen zouden nog licht rood omrand zijn op het moment dat ze elkaar voor het eerst zagen. Daarop zou hij haar willen troosten, haar blonde haren strelen.   Nu stond ze hier in de kou. De regen viel. Het witte zomerjurk had plaatsgemaakt voor de zwarte trenchcoat. Helena Rubinstein Nr. 101 en opgestoken haar, had hij gisteren rond 16.00 uur nog doorgezonden. Het had haar veel moeite gekost, om die lipstift nog gauw na het werk te bezorgen. Maar zij wist dat zij zijn hoge eisten moest vervullen, neen sterker nog, zijn hoge eisen wou vervullen. Riemchenpumps und schwarzes Strickkleid had hij een uur later gezonden……..Erotisch bevreemdend was het gevoel, als hij haar instrueerde in het Duits. Zij kon haar eigen beeld in zijn hoofd zien. Was het geoorloofd hem toch wat dichterbij te halen? Nog een heel klein stukje misschien? Waar lag de grens, waar stond de muur en waar wilde zij de opening?   Haar droom, deze locatie, het contrast kon niet groter zijn. Woede maakte zich van haar meester, om de discrepantie tussen werkelijkheid en droom, tussen fictie en realiteit. Een ding stond voor haar vast, hij zou haar vandaag nemen, keihard, genadeloos nemen.   In de verte hoorde zij natte autobanden op het beton. Haar hart ging in versnelling. Haast ademloos zag ze een auto dichtbij komen. Haar rode nagels omklemden haar mobieltje in de zak van haar jas. Honderden keren had ze in 10 minuten tijd op de scherm gestaard. “Ik kan het niet, ik zal er niet zijn, helaas” ………..dit bericht had ze verwacht. Misschien had ze zelfs op dit bericht gehoopt. Tegen haar diepste gevoelens in. Verlossende woorden die alles terug goed zouden maken.   Woorden; ………………….hij die de keuze nam. Iemand anders die de situatie de juist wending zou geven. Toch de klok tikt door en gemaakte keuzes kan men niet meer terugdraaien.   Haar hakken klikklakten over de steenen vloer, zijn hand om haar taille. Zij rook Cashmere van Chopard, hoorde het kraken van zijn zwarte, lederen jas. De stoelen in het donkerste hoekje van de hotelbar werden bezet.   Zoals zij daar zat, bloedmooi. Een dodelijke combinatie: achteloos, maar blakend van zelfvertrouwen. Hij keek haar aan, in de achtergrond speelde rustige muziek. Lucy Rose. Of dit past in het plaatje? Ja, natuurlijk. "And I loved the way you looked at me - And I miss the way you made me feel - When we were alone - When we were alone". En neen, want er viel weinig te missen. Ze zaten alleen, ze waren alleen, en er was weinig reden om het heden voor het verleden in te wisselen.   Bestaat er een ideaal voorspel? Wat houdt dat in? Het zijn retorische vragen. Het antwoord is enkel: hier, nu, overal en altijd. Zijn slanke handen om het zwarte koffiekopje. Hoe vreemd was het. Hoe vertrouwd.   Subtiele verleiding, hij was er goed in..........

Sonja Blondé
0 0

Ik ben God deel 2

Tweede bedrijf   (in de eventuele pauze zijn God en Coach Ene tussen het publiek in samen iets gaan drinken, Ene en de Vrouw bleven op de scènezitten praten, onhoorbaar, maar een zichtbaar goed gesprek - als het publiek zijn plaatsen weer heeft ingenomen, dimt het zaallicht enigszins, scènelicht aan)                           COACH ENE Zijn ze al begonnen? (stommelt licht alcoholisch op langs zaalingang, kijkt zoekend de zaal in) (ziet de scène) Nee. Had ik nog een pintje kunnen pakken. Is God er al? (in wachtpose)Wachten op God… (giechelt beneveld, Ene en Vrouw kijken verstoord op) Ik stoor toch niet? Ik zeg al niks meer. ( gesprek op de scène gaat in stilte verder)                           GOD (stommelt licht alcoholisch op langs zaalingang) Heb ik iets gemist? (ziet de scène) Nee. Zie je, zonder God kunnen ze niet beginnen. (giechelt beneveld, Ene en Vrouw kijken verstoord op) ( gesprek op de scène gaat verder; God en Coach Ene stommelen in het donker naar 2 vrije plaatsen midden de 1ste rij, erg storend)                           BEIDEN Ssst… Je hoort ons niet… 2 kleine muisjes… (tegen elkaar en het publiek ) Pardon… Service…                           GOD (zitten eindelijk) Zeg, hoe lang zitten die daar zo al?                           COACH ENE Ik denk dat die niet weggeweest zijn.                           GOD (tegen publiek) Pijnlijk. Zijn ze die mensen vergeten te zeggen dat de pauze voorbij is.                                 COACH ENE (roept naar de scène) Joehoe! Wij zijn er helemaal klaar voor! Ik en God. God en ik.                           ENE (verstoord) Wat? Waarvoor?                           COACH ENE Het publiek wacht vol spanning! Wanneer begint het?                           ENE Wanneer begint het? Het is begonnen.                         COACH ENE Ja maar, hoe lang duurt dat nog?                           VROUW Voor mij mag het nog ùren duren.                           GOD EN COACH ENE Wablieft?!                           ENE Het is perfect, gewoonweg.                           VROUW Perfect, gewoonweg. Als u ons even wil laten praten? Dank u. (gesprek op scène gaat voort)                           GOD Perfect, gewoonweg. Nog even en het publiek is ook… gewoon weg. ( giechel)                           COACH ENE Dat is misschien de bedoeling. Dan zijn ze alleen. (giechel)                           ENE (springt op, gaat naar rand van scène) Stop. Dit kan niet meer.                           GOD Eindelijk! Dat vinden wij ook!                           ENE U hebt gedronken.                           GOD God bekent: de geest is in mij.                           ENE Als dat zo doorgaat zal het niet lang meer duren of…of ik geloof niet meer in u.                           GOD En dan? Ik geloof al lang niet meer in de mens.                           ENE Laat mij toch gewoon doén. Voor het eerst in lang amuseer ik mij.                           VROUW Amuseren wij ons.                           GOD Wij in de zaal iets minder. Er gebeurt niks. Het lijkt wel postmodern theater.                           ENE Er gebeurt niks? Dit is ‘t beste gesprek dat ik gehad heb in jaren. ‘t Beste van m'n leven.                         VROUW Maar dàt is lief…                           ENE Een contact als tussen twee vrienden.                           VROUW Tussen broer en zus.                           COACH ENE Broederlijkheid: dat ontbrak er nog aan.                           VROUW Wat wil een mens nog meer?                           ENE Wij zijn gelukkig.                           GODIk ben gelukkig voor jullie, maar op de scène is geluk volstrekt oninteressant. Theater is vechten, lijden. Drama is… een drama.                           ENE God lijkt wel een toneelcriticus.                           GOD Nee, die dènken alleen maar dat ze God zijn.                           ENE Dus om de mensen gelukkig te maken, moet ik ongelukkig zijn?                           GOD Dàt is het.                           ENE (zucht) Jezus...                           GOD Jezus? Ja, die had het daar ook moeilijk mee.                           ENE Heb ik dit goed: ik mag alleen maar gelukkig zijn als ik mij niet op de scène bevind?                           GOD Daar komt het op neer, ja.                           ENE Simpel.                         VROUW Doodsimpel. (ze springen de zaal in, gaan tussen de toeschouwers zitten, waar ze verder praten in stilte)                           COACH ENE (applaudisseert) Bravo God. Halverwege de voorstelling en we zitten zonder acteurs. Perfect, gewoonweg. God is onfeilbaar.                           GOD Dat is de Paus. Ik trek mijn handen af van het menselijk ras. Trek jullie plan. (staat op, gaat richting uitgang)                           COACH ENE (volgt) Het is misschien beter zo. Laten we er mee stoppen.                           GOD Geluk is niet alleen vervelend om zien, het duurt toch nooit lang.                           COACH ENE Geluk slaat snel om in het tegendeel - zeker als je niet nadenkt.                           GOD Van zodra de liefde in het spel komt, is de broederlijkheid rap weg.                           COACH ENE Dat maak ik liever niet mee. Als je -zoals wij twee- jarenlang hebt samengewerkt, -één als lichaam en geest- dan zie je mekaar niet graag lijden.                           GOD Je hebt gelijk, hij kan er beter mee stoppen nu hij aan ‘t winnen is. Dat is minder wreed.                           COACH ENE Hij is toch geslaagd in vrijheid en gelijkheid. Twee op drie is niet slecht. Laten we ‘t daar op houden.                           GOD Ja, hem in bescherming nemen tegen zichzelf. (ze zijn de zaal uit)                           ENE ( loopt bruusk naar de uitgang) Hé, wacht! Kom eens terug! Komaan!                                 VROUW Wat gebeurt er? Wat doe je?                           ENE (neemt Vrouw bij de hand, trekt haar de scène op) Heb vertrouwen in me. Ik heb vertrouwen in je.   (God en Coach Ene komen verbaasd weer binnen)                         COACH ENE Wat gebeurt er?                           GOD Is er iets?                           ENE Niets. Het derde deel begint. Broederlijkheid. Of waren jullie dat vergeten?                         GOD Nee, maar euh..                           COACH ENE Ben je zeker..? Zou je dat wel doen..?                           ENE Zit! Kijk! Een demonstratie van broederlijkheid in liefde!   (God en Coach Ene zetten zich weer in de zaal op de 1ste rij)                           VROUW Wat moet ik doen?                           ENE Zeg gewoon wat je voelt. Vertrouw op de macht van het gevoel. (roept de zaal in) Wat wil je zien?                           COACH ENE Iets simpels, zoals… samenwonen. Thuis komen van het werk.                                 ENE (slaat zelf op gong, snelt weg, snelt dan weer op, komt thuis) Mijn reddende engel. Ik ben niets zonder je. Ik raak de dag niet door. (kust Vrouw innig)                           VROUW Maar dàt is lief...                           ENE Wat heb jij allemaal gedaan?                           VROUW Wat ik altijd doe. Mij een beetje mooi maken..                           ENE Maar je bént al mooi! Perfect, gewoonweg! (kust haar innig)                           VROUW ...een beetje koken...                           ENE Jij kookt voor mij... Je maakt me veel te dik! (lacht en kust haar innig)                           VROUW ...een beetje kuisen, opruimen...                           ENE Jij kuist voor mij. Ik word er helemaal opgeruimd van! (lacht en kust haar innig)                           VROUW ...een beetje strijken...                           ENE (laat zich meeslepen) Jij strijkt voor mij? Ik voel me onkreukbaar! (lacht en kust haar innig)                           VROUW (raakt almaar meer geïrriteerd) ...een beetje wassen...                           ENE Jij wast voor mij! Waw!(kust haar innig)                           VROUW ...plassen...                           ENE Jij plast voor mij! Waw! (lacht en kust haar innig)                                 VROUW ...jou een beetje bedriegen...                           ENE Jij bedriegt mij! Waw! (kust haar innig - beseft wat ze zei, valt stil) … Ben jij op je kop gevallen?                           VROUW Ik wou even je aandacht.                           ENE Mijn aandacht? Die had je toch. Ik aanbid je.                           VROUW Dat is het juist. Mag ik van dat voetstuk af? Ik krijg hoogtevrees.                           ENE Komt dat door mij?                           VROUW Zal nog niet zijn. Je lijkt wel een kwijlend schoothondje.                           ENE ‘Een kwijlend schoothondje’? (hij gaat naar de gong, slaat erop)Wat wil je dan?                           VROUW Gewoon, een man. Iemand die sterk genoeg is om op eigen benen te staan. Niet iemand die op mij leunt, iemand op wie ik kan leunen.                           ENE Een man?                           COACH ENE Hulp nodig?                           ENE Dank je, ik bèn een man. Valse start. Een andere situatie, graag! Roept u maar!                           COACH ENE Een feestje!                           ENE Wij met ons 2!? Bijzonder gezellig feestje! Kunnen we God niet lenen als figurant?                           GOD (beledigd) “God lenen als figurant?”                           COACH ENE Niet flauw doen, God. Speel even mee.                           GOD (nors de scène op) Het is ver gekomen.                           ENE (tegen God) Gewoon naar mij luisteren.                           GOD God als praatpaal...                           ENE (in zichzelf) Een man! We gaan d’r een lap op geven! (slaat op de gong) Bijzonder gezellig feestje! Krijgen we misschien wat muziek? (God knipt met vingers, we horen een beat: Ene danst macho de hele tijd, God beweegt stijfjes mee) God, wie we daar hebben: God!                           GOD Hé, als dat geen mens is!                           ENE Nee, een man! Een sterke man!                           GOD Goed voor jou. (tegen Vrouw) En?Hoe gaat ‘t ermee? Alles goed?                           VROUW Maar dàt is lief. Met mij gaat ‘t..                           ENE (onderbreekt) Met mij gaat ‘t goed. Dat zie je toch. Mooi huis, eigen firma, nieuwe wagen.                           GOD Goed voor jou. (tegen Vrouw, bedoelt drank) Wilt u misschien nog iets?                           ENE Dat zie je toch, ik heb alles wat ik nodig heb!                           GOD Maar uw vrouw, wil die misschien..                           VROUW Ja, ik wil graag..                           ENE Ze wil niks, ze heeft alles. Ze zit goed. Ze staat helemaal achter mij!                           GOD Dat zie ik. (duwt dansende Ene opzij om met haar te kunnen praten) Ik bedoel: drinkt u iets?                           VROUW Ja, ik wil graag..                           ENE  Dat zie je toch, ze drinkt niks.                         GOD Dat zie ik. Ik bedoel: wilt u misschien iets drinken..                           ENE Er wordt voor haar gezorgd. Als ze iets nodig heeft, moet ze het maar zeggen.                           VROUW (stilaan geërgerd) Ja, ik wil graag..                           ENE Ze heeft mij, wat zou ze dan nog kunnen willen? Nee, ‘t ontbreekt haar aan niks. Centen -véél- relaties -véél- kleren -véél- reizen -véél- kinderen -véél te véél- en niet te vergeten - nee !-: CD, PC, TV-LCD, DVD, GSM..                           VROUW PSM…                           ENE PSM, dat ook! Hè?! Wàt?! PSM...?!                           VROUW (neemt glas uit zijn handen) Pretentieuze … Seksistische … Macho. (ze gooit de inhoud van het glas in zijn gezicht)                                 ENE (druipend) ‘Pretentieuze … Seksistische … Macho.’ ( een lelijke stilte...)                           GOD (heft het glas) BGF!                           VROUW BGF?                           GOD Bijzonder Gezellig Feestje!                           ENE (slaat op de gong) Ben jij op je kop gevallen?                           VROUW Ik wou even je aandacht.                           ENE Nu weer? Ik ben je man, ik zorg toch voor alles.                         VROUW Dat is het juist. Mag ik even ademhalen? Ik krijg claustrofobie.                           ENE Komt dat door mij?                           VROUW Zal nog niet zijn. Je verstikt me met je zorgen, ik lijk nu wel je schoothondje.                           ENE Vrouwen weten echt niet wat ze willen.                           COACH ENE Een regisseur nodig?                           ENE Nee nee, zolang ik mijn gevoel volg, kom ik er wel. Lieverd, wat wil je?                           VROUW Geen aanbidding, geen macho. Gewoon interesse, hulp.                           ENE Geen probleem. Je krijgt mijn interesse. Mijn hulp. (tegen Coach Ene) Andere scène. Iets waarbij ik haar echt kan helpen. Sport? Badminton!                           GOD U vraagt, wij draaien. Badminton. (haalt petjes, rackets en pluimpje tevoorschijn, deelt uit)                           ENE Een dubbeltje. Dan kan ik haar echt helpen.                           GOD (God en Coach Ene stellen zich op op hun plaats in de zaal)                           ENE We gaan d’r eens een lap op geven! (slaat op de gong, slaat keihard op en mitrailleert God, die een gil slaakt) Ace! … Gezien? Zo moet het.                           GOD (grijpt naar het hart) God is dood. Is het dat wat jullie willen?                           COACH ENE God, vergeef het hen, ze weten niet wat ze doen.                           GOD Vanaf nu met ingebeeld pluimpje, ja? Drama is suggestie.                           ENE O.K. - Lieverd, sla jij maar op. Doe je best.                         VROUW (tegen tegenspelers in zaal) O.K.?                           COACH ENE + GOD (zetten zich schrap) O.K.! (Vrouw gooit ingebeeld pluimpje op om op te slaan)                           ENE Pas op! (tikt haar aan, ze schrikt en slaat ernaast) Ik zag ’t aankomen. Mag ik helpen..? Concentreer je. O.K.?                           VROUW (tegen tegenspelers in zaal) O.K.?                           COACH ENE + GOD (zetten zich schrap) O.K.! (Vrouw gooit ingebeeld pluimpje op om op te slaan)                           ENE Pas op! (tikt haar aan, ze schrikt en slaat het pluimpje tegen de grond)                           GOD Love-fifteen.                          ENE Ik zag ’t aankomen: je kijkt niet naar het pluimpje. Kijk naar het pluimpje, anders loopt het mis. O.K?                           VROUW (tegen tegenspelers in zaal) O.K.?                           COACH ENE + GOD (zetten zich schrap) O.K.! (Vrouw gooit ingebeeld pluimpje op om op te slaan)                                 ENE Ja! (tikt haar aan, ze schrikt en slaat het pluimpje tegen de grond)                           GOD Love-thirty.                           ENE Dàt is ‘t! Nù keek je naar het pluimpje! Zo moet het! Anders loopt het mis.                           VROUW Godver…                           ENE Ssjt! Hier vloekt men niet. God ziet U.                           GOD God heeft zin om zelf te vloeken.                           VROUW (tegen Ene) Ik doe mijn best. Sla jij maar op. Dat zal sneller gaan.                           ENE Krijg ik dan het pluimpje?                           VROUW Hoe? Wèlk pluimpje?                           ENE Je pluimpje! (zoekt overal) Waar is je pluimpje?                           COACH ENE Komt er nog iets van?                           VROUW (geïrriteerd) Maar er is geen pluimpje!                           ENE Ik zag ’t aankomen: je bent je pluimpje kwijt. Ik heb je toch gezegd: altijd naar ‘t pluimpje kijken .                           COACH ENE (tegen God) Typisch. Hij wil niet geregisseerd worden, hij regisseert liever zelf.   (ze gromt geërgerd)                           ENE Rustig blijven. Sport is ontspanning.                           VROUW Ik doe mijn best.                           ENE Ik weet het, lieverd. Je doet je best. Kom hier. Jij krijgt ’n pluimpje!                           VROUW Maar dàt is lief! Ik krijg ’n pluimpje van je! Had ik niet meer verwacht. Waarvoor?                           ENE (Ene duwt haar het ingebeeld pluimpje in de handen) Om op te slaan. Alsjeblief.                           VROUW (ze smijt het pluimpje kwaad weg)                           ENE Zo gespannen? Zou je toch iets moeten aan doen.                           VROUW (staat op springen) Ik-doe-mijn-best!                           GOD Ik heb een grandioos idee. God serveert.   (God slaat ingebeeld pluimpje op, een lange balwisseling, visuele humor: Vrouw rent zich te pletter, haalt ballen op uit alle hoeken van de scène, terwijl Ene, zonder1 millimeter te bewegen, ijskoud aanwijzingen geeft:”Sneller...Achteruit...Er op af...Pakken!” tot Vrouw er letterlijk bij neervalt en de tegenpartij kan scoren)                         GOD Forty-love.                           ENE Is dit wel de juiste sport voor jou? Amuseer jij je eigenlijk wel? Zo gespannen. Zou je toch iets moeten aan doen. (ze snikt) Maar je slaat helemaal door.                           VROUW Help.                         ENE Helpen? Ik doe niets anders.                           VROUW HELP!!! (rent in wanhoop af)                           ENE (gaat erachteraan) Rustig, lieverd. (we horen hem in de coulissen) Blijf vooral rustig. Je bent zo gespannen. Je slaat.. (we horen een klap in de coulissen, hij komt traag op, de racket stukgeslagen over zijn hoofd) ….je slaat helemaal door.                           GOD Game over.                           COACH ENE Tot zover de broederlijkheid.                           ENE Ben jij op je kop gevallen?                           VROUW Kijk naar jezelf. Ik word misselijk van je.                         ENE Nu had je toch mijn interesse, mijn hulp!                           VROUW Is dàt hulp? Gezaag en gekanker, ja! Maniakale mierenneuker!                           ENE ‘Maniakale mierenneuker’? ( slaat op de gong) Dit is definitief de laatste keer dat ik je probeer te helpen.                           VROUW Halleluja! Stoppen met mij proberen te helpen, daar help je mij pas mee.                           ENE En jij dan! Jij hebt mij vandaag nog niks geholpen!                           COACH ENE En? Nog altijd gelukkig samen? Tja, de macht van de liefde, het gevoel...                           ENE Het ligt niet aan de liefde, het ligt aan haar.                           VROUW Wàt?                           ENE Het ligt niet aan mij, ik had slechte kaarten. Geef me alsjeblieft nog één kans.                           GOD (tegen Coach Ene) Dat moet Sint-Pieter ook elke dag horen.                           ENE Ze verschilt te veel van mij. Had ik maar een vrouw die net is zoals ik, ’t zou wel lukken.                           VROUW Zo een stomme vrouw bestaat niet.                           ENE Een allerlaatste ronde?                           GOD Allerlaatste ronde. Maar er hangt nog een racket aan je nek.                           VROUW Je kijkt niet naar het pluimpje. Zou je toch iets moeten aan doen. (Ene gaat grommend af)                           GOD (snel tegen Coach Ene) Nu gaan wij hem eens helpen. We geven hem wat hij wil. Hij krijgt een vrouw die nét zo is als hij. Een spiegeltje. Hij zal tevreden zijn. (knipt met vingers, Ene komt weer op zonder racket) Welke scène wil je? Maak het je makkelijk.                           ENE Het prille begin. De vroegste verliefdheid. Het eerste bal, de allereerste dans.                           GOD (knipt met vingers voor romantische muziek en licht - Ene slaat op de gong, het bal begint)                           ENE (terzijde naar zaal) Vanavond moet het gebeuren. Dit kan zo niet blijven duren.                         VROUW (terzijde naar zaal) Vannacht is de nacht. Het is de hoogste tijd.                           ENE (terzijde) Er moet toch iemand voor mij bestaan. Misschien wel zij...                           VROUW (terzijde) Misschien wel hij... (hij buigt diep voor haar - terzijde) Maar dàt is lief... (ze maakt een speelse révérence voor hem)                           ENE (terzijde) Maar dàt is lief... Juffrouw, mag ik deze dans van u?   (ze komt knikkend naar hem toe, ze dansen een intieme slow, de opstelling frontaal naast elkaar)                           ENE(terzijde) Eindelijk succes. Ik voel het. ‘t Zal klikken. (tegen haar) Zeg, weet je, het is hier echt..                           VROUW ..echt gezellig, dat is waar. (terzijde) ‘t Klikt. Nu moet ‘t gebeuren. (tegen hem) De muziek is hier echt..                           ENE ..echt cool, ik vind het ook. (terzijde) Zo moet ‘t! We zijn vertrokken. (tegen haar) Kom je hier vaak?                           VROUW Dit is de allereerste keer. (terzijde) Fout! Voor hem zal het niet de allereerste keer zijn. Hij gaat zeker véél uit. Straks heeft hij door dat ik nog maagd ben. (tegen hem) Ik bedoel, dit is de allereerste keer vanavond. Ik kom hier elke avond.                           ENE Elke avond? Cool… (terzijde) Ze heeft veel meer ervaring dan ik. Wie niet? Ze is een echte vent gewend. Ik mag me niet laten kennen. Ze krijgt een echte vent. (tegen haar) Om eerlijk te zijn, ik vind het hier maar niks. Ik heb al wat anders gezien in mijn leven. O ja.                           VROUW Ik ook. O ja. (terzijde) O nee, hij amuseert zich niet. Hij vindt mij maar niks. Straks is hij weg. (maakt zich los, danst cool verder op zichzelf) Femme fatale. (tegen hem) Hier is weinig te beleven. Ik heb het hier wel gehad.                           ENE Ik ook. Al lang. (terzijde) O nee, ze wil niet met mij dansen. Ik dans slecht. Straks sta ik hier alleen. (danst zo cool als hij kan, bekijkt haar niet meer) (tegen haar, snel) Ik weet niet waarom ik hier nog kom. De muziek is waardeloos en voor het gezelschap moet je het niet doen. Het zit hier keivol lijken. Vanavond is echt het toppunt. Jààren geleden dat ik mij zo verveeld heb. Ik val zowat in slaap. Ik had net zo goed kunnen thuisblijven. Of naar een begrafenis gaan. Hoewel, een begrafenis heeft nog meer ambiance. (ziet niet eens dat ze perplex gestopt is met dansen, en nu gekwetst weggaat) Ach, een mens moet ‘s een keer onder de mensen komen, anders ben je altijd alleen - en je weet: alleen is maar... (draait zich om, ziet haar niet meer) ...alleen.... (kijkt paf de zaal in)                           COACH ENE Op haar kop gevallen zeker?                           ENE Vrouwen - ik zal ze nooit doorgronden.                           VROUW (op) Mannen - onbegrijpelijk.                           COACH ENE Een probleem?                           ENE Ik was toch cool..?                           VROUW Zo koel als een driepvries.                           ENE ‘Een diepvries’? Dat moet jij zeggen. (hij slaat op de gong)                           GOD Weer een ronde zonder winnaar. Alleen verliezers.                           COACH ENE Indrukwekkende demonstratie. Ik leg mij neer bij de superioriteit van het gevoel.                           ENE (Ene en Vrouw steken koppen bijeen, bekvechten fluisterend:“Ik dacht dat jij.. Maar jij zei..”etc… tot hij zich plots naar de zaal draait, met een zenuwlachje) Misverstandje.                           COACH ENE + GOD Ja?                           ENE Het is euh..eigenlijk best grappig.                           COACH ENE + GOD Ja?                           ENE We waren nét ‘t zelfde, allebei ’n beetje onzeker, maar we wisten het niet van mekaar. Grappig. Wir haben es nicht gewusst. Hahaha.                           COACH ENE + GOD Hahaha.                         ENE Ik had goeie kaarten in handen, maar ik wist het niet. Stom, hè? Als u.. dan toch mijn verzoekjes inwilligt... nog ééntje dan? Als zij mijn gedachten kan lezen, kan horen wat ik denk, zonder te moeten praten, dàn zijn alle misverstandjes opgelost. Echt waar. (na een stilte) Alstublieft?                           GOD Allerallerlaatste ronde.                           ENE Dank u, God. Vakantie. Het strand.                           GOD (knipt met vingers, we horen golven en zeemeeuwen, Vrouw draagt strandstoelen aan) God is veel te goed. God is van een oneindige, ondraaglijke goedheid.                           ENE (ondertussen tegen vrouw) Even checken. Raad eens wat ik denk.                           VROUW (oogcontact, ze glimlacht)… Ja, ik ook. Ik hoop ook dat het lukt.                         ENE Klopt! (pakt haar vast) Het zal lukken. De laatste ronde.   (hij slaat op de gong, ze zetten zich in de strandstoelen)                           VROUW (oogcontact, ze kijkt en luistert aandachtig naar hem, knikt) … Ja. Dat is waar. Ik begrijp wat je bedoelt. (hij neemt haar hand vast, ze glimlachen elkaar warm toe)                           ENE (hij kijkt en luistert aandachtig naar haar, glimlacht warm) Ik ook. Héél, héél veel. (luistert weer)… Nee! Maar dàt is lief...! Dank je, lieverd. (zoent haar hand)                           COACH ENE (stil tegen God) God, het ziet er naar uit dat die domkop nog gaat winnen ook.   (Ene kijkt plots zeer geïnteresseerd de zaal in, Vrouw kijkt naar hem, verkilt plots)                           VROUW Ja, dat klopt. Ze heeft grotere en mooiere borsten dan ik.                          ENE Wa...wablieft?                           VROUW (kijkt naar hem, paf) Jaja, dat zou je wel willen, hè? Zet dat maar uit je hoofd, dat gaat niet door. Geobsedeerde geilaard.                           ENE ‘Geobsedeerde geilaard’? Euh… misverstandje.                           VROUW Ik versta jou heel goed. Een goede verstaander heeft geen half woord nodig. (bekijkt hem geshockeerd) Wàt…? Nee, ik ben niet op mijn kop gevallen. (idem) Wàt? Nee, ik “hou mijn smoel” niet. (idem) Hoé noem jij mij!?                           ENE Niks. Ik heb niks gedacht.                         VROUW Je hebt teveel gedacht. Ik had nooit durven denken dat jij zoiets zou durven denken!                           ENE Dat was zomaar een gedachte, de gedachten zijn vrij, nee?                           VROUW O nee, nu niet meer.                           ENE Ik kan daar toch niet aan doen, aan wat ik denk. Ik heb al spijt dat ik het dacht.                           VROUW Had je het maar niet moeten denken. Gedacht is gedacht.                           ENE God, zet dat spel maar af. Alstublieft?                           VROUW Ik vind dat heel praktisch. Ik zie dwars door je heen. Nu ken ik je zoals je echt bent. En dat valt serieus tegen! (ze slaat op de gong en gaat parmantig af)                           COACH ENE Denken - een gevaarlijke kunst, als je ze niet beheerst.                           GOD Eindstand: in de verliezende hoek…: de mens zonder verstand.                           ENE God zijn is toch zo gemakkelijk. U zit daar aan de zijkant, perfect te wezen. U steekt geen poot uit, en maar kritiek geven op al die stumpers die..                           GOD Wisselen?                           ENE Hè? Pardon?                           GOD Mens, God wordt jou stilaan beu. Laat God nu eens mens zijn, wees jij nu eens God. Neem het zaakje maar over, als het toch zo simpel is. Maar kom achteraf niet klagen!                           ENE Wacht eens... Ik ben.... God?                           GOD In het diepst van je gedachten. Voor drie dolle minuten.                          ENE Ik beslis?                           GOD Alle stommiteiten die je maar wil.                           ENE Zelfs al wil ik...een mirakel of zo...?                           GOD Verander water in wijn, brood in blote vrouwen, kan me niet schelen. Je doet maar.                           ENE Yes! Ik...ben...God! En ik wil... ik wil... (denkt diep na)… Broederlijkheid! (knipt met vingers) Vrijheid, gelijkheid! (knipt met vingers) Vrede, vriendschap! (knipt doorlopend met vingers) Liefde, geluk, eten en drinken à volonté! Een helikopter! Een constante erectie! Onsterfelijkheid!                           GOD Is dat alles?                           ENE Om te beginnen.                        GOD Eén ding tegelijk, anders werkt het niet.                           ENE Ik heb het. Iedereen houdt van mij! Iedereen vindt mij goddelijk! Zij! Jij! En jij! (knipt met vingers: Vrouw masseert hem, Coach Ene brengt drank, God waait hem koelte toe; genietend) Houden jullie van God? (alle drie extatisch:”Ja!”) Echt waar, lieverd? Waarom?                           VROUW Omdat je goddelijk bent!                           ENE Ik goddelijk? Nee toch. Ik doe toch veel dingen die niet goddelijk zijn.                           VROUW Maar nee.                           ENE Geef maar toe. Krijg jij het nooit eens op je heupen van mij?                           VROUW Waarvan?                          ENE Het is nu toch duidelijk bewezen: ik gebruik nooit mijn verstand en dan ben ik nog zo irritant arrogant dat ik eis dat je me goddelijk vindt.                           VROUW Dat komt goed uit: ik vind jou goddelijk!                           ENE Maar waarom? Toch niet omdat ik God ben? Toch niet omdat ik gewenst heb dat je mij goddelijk vindt? Toch ook omdat ik werkelijk een heel klein beetje goddelijk bèn?                           VROUW Als jij goddelijk bent, is dat natuurlijk… omdat je goddelijk bent.                           ENE (stilaan geërgerd) Maar wat precies is er dan zo goddelijk aan mij?                           VROUW Alles! Gewoonweg!                           ENE Wàt dan? Noem iets. Eén reden.                           VROUW (zoekt) Omdat... omdat.... (vindt) Omdat je goddelijk bent!                           ENE Dàt weten we nu al! Er is dus helemaal niets goddelijks aan mij. Eigenlijk ben ik maar ‘n waardeloos mannetje dat even mag doen of hij God is, enkel en alleen om de zoete leugen te horen dat hij... -zeg het maar- wàt is...?                           VROUW ...Goddelijk!                           ENE O ja, nu geloof ik het! Goddelijk! Ik zal verdomme eens laten zien hoe goddelijk ik ben! (rukt de waaier uit de handen van God, slaat Vrouw ermee) Pak aan! Ga ergens anders zwetsen mens, met je goddelijk kleine brein en je goddelijk stupiede smoel - wat zeg je nu? Hè?                           VROUW (laat zich slaan) Maar dàt is lief...!                           GOD (knipt met vingers) Je goddelijke tijd is om. Hoe vond je het? Goddelijk?                           VROUW (neemt waaier af, slaat hard terug) Jij zielige, miezerige verliezer!                           ENE (laat zich slaan)… ‘Zielige, miezerige verliezer’? Dàt geloof ik tenminste. (ze is uitgeraasd, wendt zich van hem af)                           COACH ENE En jij dacht dat je mij niet nodig had.                           ENE God zijn is ook geen oplossing. Er is geen uitweg. Niks werkt.                           COACH ENE Wat denk je? Zal ik maar terug bij je komen?                           ENE Ik doe alles mis. Als ik mijn verstand volg win ik, maar ik maak mezelf ongelukkig. Als ik mijn gevoel volg verlies ik, en ik maak anderen ongelukkig.                           GOD Je hebt toch iets geleerd. Je kent jezelf. Een nuttige ervaring.                           ENE O ja! Nù ben ik er. Nù weet ik het. Nù ken ik mezelf. (sentimentele muziek zet in, enkel 1 spot op hem gericht - hij zakt traag in mekaar, telt zichzelf uit als een boksscheidsrechter, op zijn vingers,alsmaar droeviger, terwijl de spot traag wegglijdt) Eén. Ik ben een egotripper.. Twee. Ik ben gebuisd... Drie. Ik ben een zak... Vier. Ik ben een kwijlend schoothondje... Vijf. Ik ben een pretentieuze, seksistische macho... Zes. Ik ben een maniakale mierenneuker... Zeven. Ik ben een diepvries... Acht. Ik ben een geobsedeerde geilaard. Negen. Ik ben een zielige, miezerige verliezer... Tien. En dan sta ik hier nog te zwelgen in meelij... En de verliezer is: door knock-out: ik… (slaat op de gong, alle licht uit; meteen springt het werklicht aan, allen stappen uit hun rol: God en Coach Ene gaan de scène op, ruimen mee op, allen praten als acteurs tegen mekaar, net of de voorstelling voorbij is)                           COACH ENE De voorstelling ging goed vandaag.                           ENE Vind je? Dat einde - ik blijf daar last mee hebben.                           VROUW Last? Waarom?                         COACH ENE Omdat zijn rol verliest, natuurlijk. Als zijn rol verliest, heeft hij altijd last.                           ENE Dat is niet waar. Wat vind jij van dat einde?                           VROUW Triest. Ik hoop alleen maar voor de schrijver dat het niet autobiografisch is, dat is al. (ze halen bier, zetten zich op de rand van de scène, ontschminken zich, net of er geen publiek bijzit)                           ENE Als ik in de zaal zou zitten en zo ‘n einde zou zien, zo...in mineur. Ik weet niet...                           COACH ENE Als je twee seconden nadenkt..                           ENE ’Twee seconden nadenken’?! Stop maar, het stuk is voorbij.                           COACH ENE ..moet je toegeven dat het niet anders eindigen kàn. Het is ‘n logisch einde.                                 ENE Maar wat is er mis met een goeie ouwe happy ending?                           COACH ENE Dat ‘t vals is.                           ENE Nee, alleen dat ‘t uit de mode is - terwijl de mensen niks liever willen. Nog altijd.                           VROUW Ik ga mee eten vanavond. Na zo ‘n triestig stuk kan ik toch niet slapen.                           ENE De mens kan toch niet zo hopeloos zijn als die schrijver denkt? (tegen God) Wat vind jij? Jij zit hier altijd maar bij en je zegt nooit iets.                           GOD Gods wegen zijn ondoorgrondelijk.                           ENE Nee, serieus.                           GOD Serieus? Serieus: ik zou het de mens van harte gunnen. Ook God heeft gevoel.                           COACH ENE Doe me een lol en stop ermee. Genoeg God voor vandaag. (wil weg)Kom, ik trakteer.                           GOD (bitter) Ook God houdt van happy endings. Maar ja, ik heb ‘t stuk niet geschreven..                           ENE Toch wel erg. Eén redelijk geslaagde rol en het slaat in haar bol. (lacht, vrouw lacht mee)                           GOD Ik vraag me af of het wel zo ‘n goed idee was dat God meespeelt in een toneelstuk.                           ENE Een extreem geval van inleving in de rol: een actrice speelt God, gaat na de voor-stelling varen, stapt uit de boot voor een wandeling op het water en verzuipt. (lacht)                           GOD Dat was ik niet, dat was Jezus.                           COACH ENE Als jullie naar die flauwe plezante willen blijven luisteren, ga ik alleen eten.                           GOD Lieden van klein geloof... Jullie gaan me toch wéér niet tot ‘n mirakel verplichten? Dat is zo vermoeiend.                           ENE Toe. Eentje maar...                         VROUW Een kleintje..? (ze lachen achter hun hand)                           COACH ENE Moedig haar nog wat aan. Gevaarlijke gekken mag je vooral niet tegenspreken. (gaat af)                           GOD (bitter) Het is inderdaad een droevig stuk om in mee te spelen. Niets, maar dan ook niets lukt. En ik moet daar de hele tijd op zitten kijken. Wat denk je dat me dat doet: de mens doet z’n uiterste best, maar eindigt ver onder nul, zonder nog iets te begrijpen, zonder iemand. De mensen zonder mij - dat wil zeggen: ik zonder de mensen. Alleen.                           VROUW (geeft God nog een pils, ze krijgen pret in het spelletje) Kop op. De mens bedoelt dat zo niet. (God niest) God zegent u. (ze lachen achter hun hand)                                 GOD De mensen... Ze kunnen alles. Daar heb ik voor gezorgd.                           VROUW En daar zijn wij heel blij mee.                           GOD Vrijen, dromen, genieten, sociaal zijn, creatief - ze kunnen alles, en wat doen ze?                           ENE Niks.                         GOD Was ‘t maar waar. Hoe denk je dat ik mij voel met dingen als hongersnood, pedofilie, dictatuur, marteling, oorlog, of ‘t ergste van al, commerciële soaps?                           ENE Ho, maar dààr zijn wij ook tegen!                           GOD Ik heb je wel gezien op T.V... Och, de mens mag alles van mij, alles wat hij wil. Maar God? Wat denk je? Denk je dat God ooit vakantie heeft? Nee. Denk je dat God een minnaar heeft?                           VROUW Nee? Niemand?                           ENE De Heilige Geest? (God kijkt verbaasd op)                           VROUW Nu je ‘t zegt: de Moeder van God, daar hoor je van, en de Zoon ook, maar de Minnaar van God...? (ze lachen achter hun hand)                           GOD Denk je dat God naar de cinema kan of gaan dansen, oliebollen eten op de kermis, songfestivalliedjes zingen in bad, om een vieze mop lachen in de kroeg... Denken jullie dat God zich amuséért?                           VROUW Maar u speelt toch graag toneel? En goed!                           GOD Boh, ik doe mijn best. ‘t Was de eerste keer.                           ENE U hebt talent.                           VROUW Zeker voor een debutant. Heel beloftevol. Zoals u daar staat in het begin: (speelt het na)’Ik ben God. Dag, mensen.’ Ik was helemaal mee. Voor mij was u op dat moment gewoon God....                         ENE Of dat moment van: ‘Of een meteoortje...dat slaat altijd in.’ (lachen achter de hand) Echt, dan lig ik plat. Die hemelse humor, die goddelijke mimiek…                           VROUW U moet hierin verder gaan.                           GOD (gevleid) ‘t Is al goed. Stop maar.                           ENE Trouwens, in uw branche zit u zonder enige competitie. God wordt meestal gespeeld door een ouwe met een baard, een donderende stem en vervaarlijk rollende ogen, je weet niet wat je ziet, zo cliché, zo déjà vu.                           GOD Ik heb het gezien.                           VROUW Maar God als een vriendelijke dame, dat opent enorme perspectieven, niet in het minst voor de vrouwenbeweging.                           ENE Kan een hele nieuwe rage worden in de media, misschien wel uw eigen talkshow.                           VROUW (presenteert)“Vanavond...De Biechtstoel: tijd om al je intieme zonden te bekennen! Uw gastvrouw, niemand minder dan God!” (ze lachen achter hun hand)                           GOD Ach, ik hoef niet zo in de belangstelling.                           ENE Niet voor uzelf, voor het geloof. U zou de kerken zo weer doen vollopen. Dat u zo lang ondergedoken gezeten hebt, dat u dat niet vroeger gedaan hebt! God zou beroemder zijn dan de Beatles!                           GOD Zijn jullie mij nu aan ’t uitlachen of hoe zit dat?                         VROUW Zouden wij liegen tegen God?                           GOD De mensen doen niks anders.                           VROUW Echt God, ik zie geen reden om bitter te zijn.                           ENE U hebt toch iets gepresteerd. De hele wereld op een week tijd.                           VROUW Dat is niet niks.                           ENE U bent tenslotte God.                           GOD Ik ben God.                           ENE Dat kan niet iedereen zeggen.                                 VROUW En de mensen hebben god nodig.                           ENE Vergeet dat niet. Wij hebben u nodig.                           GOD (fleurt op) Maar dàt is lief... En dan zeggen ze dat toneelspelers niet te vertrouwen zijn. Hoe kan ik jullie bedanken? Wat kan ik jullie geven?                           ENE Het eeuwig leven?                           VROUW Yes, vrijkaartjes voor de hemel? (ze lachen achter de hand)                           ENE Nee. Ik heb een beter idee. Een ander einde. Een beter einde voor het stuk.                         GOD Wat? En de schrijver dan?                           ENE Geef aan de schrijver wat de schrijver toekomt, geef aan God wat God toekomt.                           GOD En de regisseur dan?                           ENE God is de ultieme regisseur. Wij zijn de spelers.                           VROUW En wij geloven erin.                           GOD (hakt de knoop door, neemt de brochure) We hernemen. Vanaf “Ik ben een egotripper.” (ze knikken, gaan klaar staan, God springt de zaal in, staat rug publiek) Klaar? Start! (God knipt met vingers, we horen gelukzalige hemelse muziek, God dirigeert de scène)                                 ENE (enkel 1 spot op hem gericht - hij begint aarzelend, telt zichzelf op zijn vingers uit, terwijl de spot traag feller wordt) Eén. Ik ben een egotripper… (muziek en dirigent stuwen hem op, maken hem met elke zin gelukkiger) Vier! Ik ben een kwijlend schoothondje! Vijf! Ik ben een pretentieuze, seksistische macho! Zes! Ik ben een maniakale mierenneuker! Zeven! Ik ben een diepvries! (in stilaan euforische trots) Acht! Ik ben een geobsedeerde geilaard! Negen! Ik ben een zielige, miezerige verliezer.!! Tien! En dan sta ik hier nog te zwelgen in zelfmeelij!! En de winnaar is: door knock-out: ik!!! (balt zijn vuisten in een triomfpose, slaat apetrots op de gong)                           VROUW (kijkt hem vertederd aan) Maar dàt is lief...! (ze kust hem innig, de muziek stopt in een volmaakt geluksakkoord)                           GOD (draait zich om naar de zaal, straalt) Veel beter. Dàt is het einde! En op het einde rustte zij. Moe, maar tevreden.   ( knipt met de vingers, het licht glijdt weg)   EINDE                         VROUW (tegen tegenspelers in zaal) O.K.?                           COACH ENE + GOD (zetten zich schrap) O.K.! (Vrouw gooit ingebeeld pluimpje op om op te slaan)                           ENE Pas op! (tikt haar aan, ze schrikt en slaat ernaast) Ik zag ’t aankomen. Mag ik helpen..? Concentreer je. O.K.?                           VROUW (tegen tegenspelers in zaal) O.K.?                           COACH ENE + GOD (zetten zich schrap) O.K.! (Vrouw gooit ingebeeld pluimpje op om op te slaan)                           ENE Pas op! (tikt haar aan, ze schrikt en slaat het pluimpje tegen de grond)                           GOD Love-fifteen.                          ENE Ik zag ’t aankomen: je kijkt niet naar het pluimpje. Kijk naar het pluimpje, anders loopt het mis. O.K?                           VROUW (tegen tegenspelers in zaal) O.K.?                           COACH ENE + GOD (zetten zich schrap) O.K.! (Vrouw gooit ingebeeld pluimpje op om op te slaan)                                 ENE Ja! (tikt haar aan, ze schrikt en slaat het pluimpje tegen de grond)                           GOD Love-thirty.                           ENE Dàt is ‘t! Nù keek je naar het pluimpje! Zo moet het! Anders loopt het mis.                           VROUW Godver…                           ENE Ssjt! Hier vloekt men niet. God ziet U.                           GOD God heeft zin om zelf te vloeken.                           VROUW (tegen Ene) Ik doe mijn best. Sla jij maar op. Dat zal sneller gaan.                           ENE Krijg ik dan het pluimpje?                           VROUW Hoe? Wèlk pluimpje?                           ENE Je pluimpje! (zoekt overal) Waar is je pluimpje?                           COACH ENE Komt er nog iets van?                           VROUW (geïrriteerd) Maar er is geen pluimpje!                           ENE Ik zag ’t aankomen: je bent je pluimpje kwijt. Ik heb je toch gezegd: altijd naar ‘t pluimpje kijken .      

Hazelof
0 0

Heden

Men leeft nooit ten volle in het heden. Mensen maken zich vaak zorgen over de toekomst of mijmeren over vervlogen tijden. Soms is men zelfs blind voor hetgeen er zich recht voor hun neuzen afspeelt. Hoe vaak zeggen mensen niet: ‘Och, kon ik de klok maar terugdraaien.’? Maar het verleden kan je niet veranderen. Je kan enkel iets doen in het heden en hopen dat het je niet zal blijven achtervolgen, dat je de juiste keuzes maakt. Maar wat je in het heden doet kan ook de toekomst veranderen. Door die keuzes. Ja of nee. Uiteindelijk wordt het heden het verleden en dingen waar je je zorgen over maakte verdwijnen, soms besef je dat die zorgen eigenlijk helemaal niet nodig waren, op andere momenten waren die zorgen terecht en ben je blij dat dat nu verleden tijd is. En de toekomst wordt het heden. Als kind vraag je je af hoe het zou zijn als je ouder bent. En als je dan ouder bent wil je weer kind zijn. Minder dilemma’s. Minder zorgen. Minder moeilijkheden. Als je ouder bent verwacht men meer van je. Het heden. Het nu. Hoe ver strekt zich dat eigenlijk uit? Wat je ’s morgens beleeft hoort eigenlijk ’s avonds al in het verleden. Want dat moment is weg. Wat je toen hebt gedaan kan je niet meer veranderen. Dat extra koekje waar je misschien spijt van hebt dat je hebt gegeten is weg. Maar je kunt dat in twijfel trekken. Een job hebben of studeren hoort ook tot het heden. Maar zie je al die jaren dat je al hebt gewerkt of al gestudeerd hebt als het verleden? Of reken je het tot 1 geheel. Iets dat nu gebeurt? Als je aan de hogeschool of de universiteit zit hoort het secundair onderwijs tot het verleden, dan mijmer je soms over die tijden, vraag je je af of je wel de juiste studierichting hebt gekozen, of het niet allemaal veel simpeler was in dat secundair onderwijs. Terwijl je waarschijnlijk toch wel heel blij was toen je eindelijk dat secundair schooldiploma in ontvangst kon nemen. Eindelijk verlost van die banden. Klaar voor een nieuw begin. Als je in het secundair onderwijs zit, behoort de lagere school tot het verleden. Een hoofdstuk dat is afgesloten. Je voelt je groot. Eindelijk naar dat secundair onderwijs. Je bent trots op jezelf. Maar als je in het derde middelbaar zit, reken je het eerste jaar dan tot het verleden of zie je je middelbare schoolcarrière als 1 geheel dat zich in het heden afspeelt? Je kan jezelf veel vragen stellen over het heden. Je kan het niet exact definiëren. Je kan het niet afbakenen. Het heden schuift voortdurend op, net zoals het verleden en de toekomst. Er komt elk jaar weer een jaar geschiedenis bij. De aarde wordt steeds ouder. Jij wordt steeds ouder. Telkens je een jaar van het ‘heden’ voorbij bent komt er bij het verleden een jaar bij en gaat er bij de toekomst een jaar af. Maar wat zie je als de toekomst? De tijd die je rest voor je doodgaat? Of fantaseer je ook over dingen die na je dood zullen plaatsvinden? Want dat is ook toekomst. Je kan eigenlijk op geen van de drie begrippen een exacte definitie plakken. Je kan ze wel beschrijven, er een vaag idee over hebben, maar het valt niet af te bakenen. Het enige dat zeker is, is dat de tijd ongenadig verder blijft tikken. Het is iets wat bij dieren niet bestaat. Wat de mensen zelf hebben gecreëerd om meer orde te krijgen in het leven. Tijd gaat voorbij. Het schuift op. Net zoals het heden. Net zoals het leven. John Green heeft ooit vanuit de ogen van zijn personage Alaska Young het leven vergeleken met een doolhof: “You spend your whole life stuck in the labyrinth, thinking about how you'll escape one day, and how awesome it will be, and imagining that future keeps you going, but you never do it. You just use the future to escape the present.” We gebruiken de toekomst om te ontsnappen aan het heden. En eigenlijk klopt dat ook. Als er iets tegen zit zeggen we vaak: “Het komt wel goed.” Als je ziek bent wensen we elkaar veel beterschap. In de toekomst zal alles wel goed komen. Men focust zich niet op het heden maar op de toekomst, want wat je in het heden doet bepaalt je toekomst. Je studeert om in de toekomst te kunnen werken. Je gaat werken om in de toekomst te kunnen overleven. Alles wat je in het heden doet, doe je om je toekomst beter te maken. Je probeert de goede keuzes te maken want goede keuzes zorgen voor een mooie toekomst. Maar iedereen maakt fouten, bewust of onbewust. Soms maak je een bewuste keuze waarvan je verwacht dat het de goede is maar uiteindelijk toch niet zo blijkt te zijn. Zo’n keuzes blijven je blij. “Kon ik de klok maar terugdraaien.” Dat is de andere kant. Soms blijven mensen hangen in het verleden en doen ze niets om hun toekomst veilig te stellen. Ze mijmeren over dingen die vroeger beter waren. Over wat er zou gebeurt zijn als ze andere keuzes hadden gemaakt. En dan heb je nog mensen die volgens ‘carpe diem’  leven. Mensen die zich geen zorgen maken over de toekomst, die niet mijmeren over het verleden maar gewoon leven. Mensen die last-minute iets beslissen en niet te ver vooruit plannen. Want plannen kunnen in het water vallen. Ze leven nu. Durven risico’s te nemen. Het zijn mensen die wel zien wat er op hen afkomt. Die zich laten verrassen. Het leven is een doolhof. Sommigen zoeken de weg terug. Proberen een afgesloten stuk weer te openen. Anderen zoeken hopeloos een uitgang, vragen zich voortdurend af wat er zich in het doolhof bevind. En nog anderen wandelen gewoon rustig rond in dat doolhof en zien wel wat er gebeurt. Maar ook mensen die volgens het ‘carpe diem’  leven moeten keuzes maken. Een doolhof gaat niet eeuwig rechtdoor. Soms je moet je kiezen tussen rechts en links. Een rustig pad of een wild pad. Een pad met obstakels of een pad zonder obstakels. Het leven is een doolhof. En je hebt drie keuzes. Op zoek gaan naar de toekomst, de uitgang zoeken en ontdekken wat er achter die uitgang verscholen zit. Je kan proberen terug te gaan, het verleden opnieuw te beleven. Of je kan leven in het heden. Het doolhof rustig verkennen. Je geen zorgen maken over de toekomst. Niet mijmeren over het verleden. Maar gewoon leven. In het nu. In het heden.

Quies
17 0

Uitverkoop

David kreeg kippenvel wanneer hij het raam van zijn slaapkamer opende en de koude wind zijn verwarmde kamer betrad. Het was herfst en de straat was gevuld met gele en bruine bladeren. De boom die in hun voortuin stond en die in de lente rode appels kreeg, stond er nu dreigend en bijna kaal bij onder het schijnsel van de lantaarnpaal. David keek even geniepig naar de deur van de slaapkamer, voordat hij een verfrommeld pakje Marlboro tevoorschijn haalde en er een krom sigaretje uitviste. Met zijn hand beschermend voor de vlam tegen de wind, stak hij hem snel aan en inhaleerde diep. Hij was pas twaalf en zat in het eerste middelbaar. Zijn moeder zou gek worden moest ze weten dat hij rookte. Niet dat dat hem zoveel deerde. Sinds de dood van zijn vader, een klein half jaar geleden, was hun relatie nog gespannener geworden. Zijn vader was gestorven door een “ongeluk”. Hoe het juist was gebeurd wist niemand, maar voor één of andere reden had hij fel aan zijn stuur getrokken, waardoor hij tegen een boom was beland. Hij was op slag dood geweest. Na de dood van zijn vader had hij zelfs even gedacht dat zijn moeder er voor iets tussen zat. Om hen uit elkaar te drijven. Het was iets na negen uur dertig in de avond. Voor zijn moeder lag hij nu in bed. Maar slapen deed hij vaak pas rond middernacht. Gelukkig was er geen raampje in zijn deur, zodat zijn moeder vanuit haar eigen slaapkamer niet kon opmaken of zijn licht brandde of niet. Als hij rookte deed hij voor alle zekerheid toch maar het licht uit. David staarde naar het huis aan de overkant. Zo lang hij zich kon herinneren stond het huis leeg. Het was inmiddels een bouwval geworden. Het roestige hekje stond open dat toegang gaf tot een woelige voortuin met hoog gras en brandnetels. De voordeur die ooit wit was geweest, was nu groenachtig bruin en de sporen van de witte verf hingen als strepen bloed over het hout. Vroeger toen hij klein was speelden ze er waarheid of durven. Dan moest iemand er naar binnen gaan en er vijf minuten in verblijven. Hij had gedurfd, al was hij de volle vijf minuten doodsbang geweest. Hij herinnerde zich nog goed dat het naar vermolmd hout had geroken. Zo moesten lijken ruiken als ze al een tijdje onder de grond lagen, had hij gedacht. Telkens als het hout in het huis kraakte, had hij verwacht één of ander doemfiguur te zien, maar gelukkig was dat uitgebleven. David moest grijnzen bij de gedachte aan zijn kinderlijke angst. Nu deed het huis hem niets meer. Gewoon een krot dat hun anders zo keurige straat ontsierde. Hij hoorde stappen en wilde al meteen de sigaret doven, toen hij merkte dat er een man over straat liep. Hij had een zwarte aktetas bij zich, en droeg een lange zwarte mantel en een al even zwarte hoed. Zijn nieuwsgierigheid hield David tegen om snel het raam te sluiten. Hij was altijd bang dat een bekende hem zou betrappen en het aan zijn moeder zou vertellen dat hij rookte. Maar aan de andere kant wist hij ook dat veel meer dan het oplichtende puntje van de sigaret er niet te zien kon zijn. De man liep het hekje door van het huis aan de overkant. Hij liep snel en resoluut. Alsof het huis van hem was. David hoorde het kraken van de treden naar het portiek tot in zijn slaapkamer. Maar toen zag hij iets vreemds. Het deed hem schudden met zijn hoofd. Want wat hij had gezien kon helemaal niet; de man was, zonder de deur te openen, er dwars door naar binnen gegaan. David wilde hier het fijne van weten. Het kon niet anders dan dat hij het verkeerd had gezien. De duisternis deed wel vaker rare dingen met je gezichtsvermogen. Enge dingen. Maar waarom zou iemand dat bouwvallig krot betreden? Wat zou iemand daar te zoeken hebben? David doofde snel de sigaret aan de buitenkant van de muur, en gooide het peukje met een harde zwaai het koude herfstweer in. Snel klom hij op het houten dakje van hun portiek. Hij liet zich er aan hangen totdat hij de balustrade onder zijn voeten voelde. Vervolgens sprong hij naar de grond. Het gras voelde koud aan onder zijn blote voeten. Zachtjes deed hij het hekje van hun eigen voortuin open, zodat het niet zou piepen. Snel liep hij naar de overkant. Naarmate hij de deur naderde, werd zijn pas steeds onzekerder. Wat als hij juist had gezien? Wat als geesten, boze geesten, bestonden? Wat als de man hem betrapte? Onwillekeurig moest hij denken aan de horrorfilms dat hij had gezien en waarin de nieuwsgierige personages altijd de eerste de pijp uitgingen. Maar dit is de werkelijkheid en niet één of andere slappe horrorfilm, hield hij zichzelf voor. Zachtjes liep hij de treden naar de voordeur op, elke trede kraakte heel zacht onder zijn voeten. De deur stond op een kier, merkte hij. Hij haalde opgelucht adem. Misschien had hij toch verkeerd gezien, en had de man wel degelijk de deur opengedaan. De deur gaf moeizaam mee wanneer hij ertegen duwde. Hij deed hem maar amper open genoeg, zodat hij erdoor naar binnen kon glippen. Hij was bang dat ook de deur geluid zou maken, en de man zou alarmeren. Hij hoorde stemmen uit een aanpalende kamer. Licht scheen door een kier, alsof het huis nog elektriciteit had, maar dat kon niet. Zachtjes tippelde hij naar de deur en staarde door de kier naar binnen. De man in de zwarte mantel had gigantische lange nagels, zag hij. Ze waren geslepen in punten zoals van het monster uit Bram Stoker's Dracula dat hij ooit op televisie had gezien toen zijn moeder niet thuis was. De man die het licht maakte, herkende hij meteen. Zijn korte stoppelbaard, zijn fijne lippen, zijn iets te dikke neus. Hij droeg nog steeds de kleren waarin hij was verongelukt. David hield zijn handen voor zijn mond om een beverige zucht te onderdrukken. “Ik kan je twee dagen geven... Maar de hamvraag blijft wat je ervoor over hebt”, zei de man in de zwarte mantel. “Alles! Alles heb ik ervoor over”, zei zijn vader. Onder het zachte schijnsel van de zaklamp zag David hoe de man in de zwarte mantel grijnsde. Meteen verscheen er weer kippenvel op de huid van David, en deze keer niet van de koele herfstwind. “U weet dat ik zielen nodig heb om mijn quotum te halen.” “Zeg maar wie je wilt... Zolang het maar niet mijn zoon is... “ “Uw vrouw... Ze heeft kanker. Nog amper enkele maanden, misschien een jaar te leven. Ze weet het niet...” “Alsjeblieft, je kunt mijn zoon toch niet zonder ouders achterlaten...” “Over een jaar heeft hij geen ouders meer! Dus wat maakt het uit?” David schrok. Zijn moeder... Kanker... De woorden sijpelden maar langzaam tot hem door. En zijn vader die bereid was alles te geven voor twee dagen. Twee dagen van wat? Er viel een kort hiaat waarbij de mannen elkaar aankeken. “Het is te nemen of te laten!”, zei de man in de zwarte mantel. “Alsjeblieft, niet zijn moeder! Ik heb veel slechte dingen gedaan in mijn leven, maar niet zijn moeder!” “De keuze is aan jou! Wil je die twee dagen of niet?” “Natuurlijk wil ik die twee dagen... En wat zal er gebeuren met haar?” “Hetzelfde als met jou... Ik zal haar niet laten branden in de hel!” De man in de zwarte mantel lachte zo angstwekkend dat David al wilde weglopen. “Je weet dat je haar gewelddadig aan haar einde moet helpen?” Zijn vader knikte. “Goed...” zei de man met de lange nagels. Hij hurkte zich neer, waarna hij zijn aktetas opende en er een geel uitziend papier uithaalde. “Geef me je pols.” Zijn vader strekte zijn arm uit. Met de zwarte, lange nagel van zijn duim gleed de man over de pols. Eerst leek er niets te gebeuren, maar dan verscheen er een donkere streep bloed. Zijn vader wilde zijn hand wegtrekken, maar de man hield hem stevig vast tot er bloed uit de wonde op het papier sijpelde. Opnieuw grijnsde hij die vreselijke grijns. “Ik heb nog nooit iemand gedood...” verzuchtte zijn vader. “Het is gemakkelijker dan je denkt... Ik heb er velen ingefluisterd, en de meesten werden er verslaafd aan!” David bracht zijn hand voor zijn mond om een snik te onderdrukken. Zachtjes liep hij weg van de deur, maar hij kon niet verhinderen dat de houten vloer onder zijn voeten kraakte. “Er is hier iemand!” hoorde hij de man met zijn krakerige stem bevestigen. Zich niets meer aantrekkend van het geluid dat hij maakte, rende David zo snel als hij kon het huis uit naar de overkant. In een paar seconden was hij op de houten balustrade geklommen, en terug zijn slaapkamer in geklauterd. Snel deed hij het raam dicht en staarde naar de overkant. De man in de zwarte mantel stond voor de deur. Hij staarde naar hem, dat voelde hij. Snel dook hij zijn bed in. Net op tijd, want op dat moment ging de deur van zijn slaapkamer open en zag hij zijn moeder staan. “Ik hoorde je gillen... Heb je een nachtmerrie gehad?” vroeg ze bezorgd. Hij wist niet dat hij had gegild, maar hij wist wel wat hij had gezien en gehoord. Zijn vader zou zijn moeder vermoorden. Binnen de twee dagen...

Malakh Ahavah
0 0

Ben ik wel een man?

“Ben ik wel een man?” Vraagt Giel zichzelf af terwijl hij zittend op het toilet zijn penis bekijkt. Het verschrompelde ding tussen zijn benen heeft meer weg van een rotte peer, of een baarmoeder die naar buiten gekeerd is na een zware bevalling. Terwijl hij voorzichtig de laatste druppels urine eruit knijpt met zijn linker hand, drukt hij met zijn rechter hand het gaatje bovenaan stevig dicht. Moeder natuur heeft hem namelijk met twee van die plasgaatjes opgezadeld. Alles behalve comfortabel wanneer je op de trein naar het toilet moet. Met beide voeten knelt Giel zich vast, toch weet een schok hem aardig te verrassen. De trein is kort en bruut tot stilstand gekomen. “Zouden we al in Brussel zijn?” In Brussel-Zuid moet hij eraf. Van daaruit vertrekt de Thalys richting Parijs. Waarom moest hij ook net nu zo dringend naar het toilet? Op de Thalys zou hij veel meer tijd hebben om zijn penis te sonderen. Na elke plasbeurt herhaalt Giel dit wansmakelijk ritueel. Met een staafje dringt hij eerst bovenaan zijn urineleider binnen om de laatste resten er eigenhandig uit te zuigen. Vervolgens herhaalt hij deze handeling via het gaatje vooraan. Het ballonnetje vult zich al aardig met vlokken. Plots volgt er nog een schok, alsof de trein zich ontkoppelt. Een scheurende pijn trekt via zijn piemel tot in Giels maag. Vooraan zit het buisje er nog in maar er werd duidelijk schade aangericht. Het opgevangen vocht kleurt volledig rood. Terwijl de ballon zich opblaast krijgt Giel een opstoot van koud zweet. Zijn lichaamsharen staan rechtop terwijl de kralen zweet via zijn rug naar beneden glijden. “Nu niet het bewustzijn verliezen” denkt Giel vlak voordat alles zwart kleurt. Plof! een zware klap. Langzaamaan komt er weer licht naar binnen, zuurstof, geluid. De deur is open. Een dame reikt hem de hand. “Hier meneer, een maandverband”.

Lezzl
5 1