Lezen

Rocket Pilou

Gisterochtend, 9.30. Ik bel aan bij een klant voor een hoop kleine prutsen - herstel van een waterlek in een afvoerpijp, vervanging van een sifon, een kookplaat en 't slot van de voordeur - business as usual wanneer een appartement weer eens van huurder verandert. Ik installeer me in de keuken, help de dame bij 't leegmaken van haar keukengemeubelte en plots komt er, uit 't niets als 't ware, een groen rammelend balletje voor m'n voeten gerold. Denkende dat er wellicht ergens een speelpoes zit verstopt - er stond immers een kattenbak in een hoek - en zonder ook maar één seconde na te denken geef ik een welgemikte trap tegen de rammelbal en schiet hem als een raket recht door de keukendeur naar de leefruimte ernaast 'ràààààààààmramramramramraram'. 'MON PILOU OH MON DIEU MON P'TI PILOU OH NON!!!' De dame krijst het uit, terwijl 't groene rolding stuiterend z'n weg voortzet. Ik word ijskoud. Net alsof al je bloed plots uit je bovenlichaam wegtrekt en samentrekt in je geslachtsdelen, je kent dat wel. Verlammend, en hoogst onaangenaam. 'Pilou?! Wat is pilou?!' vraag ik half stotterend en totaal niet begrijpend wat er zonet is gebeurd. 'MIJN HAMSTER! Mijn klein lief hamstertje!!!' antwoordt vrouwlief terwijl ze 't balletje opraapt, openvijst en er voor m'n verbaasde ogen een hamster uittovert. Een hamster verdorie! Een hàmster! In een loopballetje - zo'n ding waarmee 't diertje 't hele huis kan bezoeken zonder dat je 't risico loopt om 't kwijt te spelen of erop te trappen. En daar had ik verdorie een penalty mee genomen. Ik zonk door de grond. Hoe moest ik daar in godsnaam op reageren? 'Sorry, m'n excuses, niet met opzet, wistikveel', àlle clichés heb ik bovengehaald en in een enorme braakbal samengekauwd om de hopeloze situatie een minimum te verzachten terwijl de dame elke vierkante millimeter haar kleine 'Pilou' inspecteerde. ' 't Geeft niet hoor, 't is niet de eerste keer dat hem dit overkomt' zei ze 'maak je maar geen zorgen, 'k was enkel een beetje geschrokken...'. En ik dan... 'Pilou' stelde het inderdaad bewonderenswaardig wel, ook al was hij net tegen 220 km/u door de keuken en leefruimte geschoten. Opgelucht zette ik m'n werk voort en 't voorval uit m'n hoofd. Toen ik echter later op de dag Pilou's story aan m'n collega vertelde kon ik eindelijk losbarsten. Gegierd van 't lachen hebben we. 'Wat bezielde je eigenlijk om in dat balletje te trappen?' vroeg m'n collega. Geen idee. De inspiratie van 't moment, wellicht. Dju toch. Nog een geluk dat ik 't niet heb opgeraapt en door 't raam gegooid...

v. lammerenwerper
0 0

Egel

Het was pikdonker en muisstil. De heldere hemel stond vol schitterende sterren. Het was zo diep in de nacht dat alles sliep. Alleen de wind brak de stilte met het zacht geritsel van de bladeren. Verder bewoog er niets. Of toch…als de maan zijn stralen op de weide naast het bos wist te gooien, ritselde het struikgewas niet alleen van de wind.   Takjes werden opzijgeduwd en daar kwam ze tevoorschijn. Egel keek met haar fonkelende ogen richting maan. ‘Perfect!’ zei ze en haastte zich over de weide, tot aan de rand van het meer. Daar aangekomen streek Egel haar stekels glad, haalde een prachtige bloem tevoorschijn en schikte ze net boven haar rechteroog. Nog eens richtte ze haar blik omhoog, richting maan. ‘Ow maantje, dank je voor de schittering!’ Dan helde ze over de rand van het meer en keek hoopvol naar haar weerspiegeling. Algauw veranderde haar hoopvolle blik in wanhoop. ‘Ow Egel’, begon ze jammerend. ‘wat had je gedacht…die stekels zitten nu eenmaal vast op je rug! Lelijk ding!’ Egel nam woest een steen en gooide haar spiegelbeeld in het water stuk. Op dat moment sprong Karper uit het water hoog in de lucht. ‘Hey, ben je helemaal gek geworden, juffrouwtje!’ ‘Ai, sorry, ‘ zei Egel verward. ‘het was niet de bedoeling om…ik wilde je niet… ik had alleen…zucht…Ik wilde gewoon mijn spiegelbeeld kwijt.’ Tranen rolden over Egels wangen. ‘Hey, maatje, wat is er dan mis met je?’ ‘Ik haat mijn stekels! En elke avond als de maan zo fel schijnt, kom ik hier kijken, in de hoop dat mijn stekels misschien weg zijn…Ik ben mooi, maar wil ook zacht zijn,’ snifte Egel. Karper zwom tot bijna op het droge. ‘Luister, ik glip overal tussendoor. Dat is handig, maar ik bied niemand houvast!’ Egel zuchtte diep. ‘Bekijk jezelf!,’ riep Karper,’Om jaloers op te zijn!’ Egel bekeek haar achterste en draaide zich terug naar Karper. ‘Aan jou kan je tenminste blijven haken. Jij laat voelen dat je er bent! Dat is toch geweldig!’ Egel fleurde op en sprak zacht:‘Tja zo had ik het eigenlijk nog niet bekeken.’ Ze kroop nog eens tot aan de rand en bekeek zich in het water. ‘Tja, misschien heb je wel gelijk,’zei ze aarzelend. ‘Kijk en als je nou nog die mooie lach tevoorschijn tovert, ben je echt perfect!’, sprak Karper. Een glimlach verscheen op haar lippen, de tranen droogden op, haar ogen fonkelden weer. ‘Dank je’ zei Egel met blozende wangen,’Ik ben trouwens Egel.’ ‘Wel Egel, jouw stekels hebben mij in ieder geval al geprikkeld! Haha! Karper is de naam!’ En terwijl de rest van het bos en omstreken nog felle dromen beleefde, sloten Karper en Egel vriendschap voor het leven en kletsten ze niet over koetjes en kalfjes , maar over mieren en algjes.  

Karlijne
0 0

de piramides

Ik moet ze gezien hebben, denk ik, en ik neem de fiets, de metro en de taxi naar Giza, Al Ahram, de piramides. Ik leid af van de hotelnamen en het toenemend aantal Papyrus- en Lotus Flower-shops dat we er bijna zijn. Een man opent de deur vooraan, stapt in de taxi en zet zich op de passagierszetel. Hij en de taxi-chauffeur maken ontzettende ruzie in het Arabisch. De man richt zich tot mij in het Engels: “The pyramids are closed, you can’t go there by walk anymore, because that office is closed. You need to go to another entrance. You need a horse and a camel.” “I don’t want a horse and a camel, I just want to see the pyramids.” Er volgt een non-conversatie waarin de man zijn standaardzinnetje blijft herhalen en ik probeer te begrijpen wat er gebeurt. “I am your friend. I want to help you. I don’t want no money.” Ondertussen legt hij de taxi-chauffeur uit hoe hij moet rijden. De taxi maakt rechtsomkeer. Ik zie de piramides. We rijden er weg van. Intussen probeer ik nog steeds te begrijpen wat er aan de hand is. Het is vier uur, half vijf, bijna zonsondergang. Ik heb nog niet eerder van openings- en sluitingsuren gehoord in Caïro, maar het lijkt me goed mogelijk dat de priamides inderdaad sluiten bij zonsondergang, en waarom niet een uur eerder? Het systeem zoals in Belgische zwembaden: een half uur voor sluitingstijd mag je niet meer binnen. Het is me duidelijk dat deze man me niet naar de gebruikelijke ingang zal brengen, maar hij belooft me dat ik de piramides zal zien. Hij zegt me dat de enige manier om ze nog van dichtbij te zien, per paard of per kameel is. Ik stel me voor dat de piramide-uitbaters zo geredeneerd hebben: het duurt een uur om een wandeling te maken, en een half uur om een paard- of kamelenrit te maken. Of: het is te gevaarlijk in het donker om toeristen op eigen houtje de boel te laten verkennen, dus dan mag het enkel per paard of kameel en met een gids. Zolang ik zelf logische verklaringen voor fenomenen kan bedenken, ben ik geneigd mensen te vertrouwen. Ik denk aan iedereen die me gezegd heeft om rond vier uur naar de piramides te gaan, ze hadden er wel bij kunnen zeggen dat er sluitingsuren zijn. Ik onderhandel een prijs met de man. Ook dat had ik beter opgezocht op voorhand, bedenk ik nu. We komen aan op een armoedige plek waar veel mensen in een koets zitten, of op de rug van een paard. Ik ben alleszins niet de enige die om de tuin, of beter, om de piramides, is geleid. Ik heb een kameel onderhandeld. De taxikaper stelt zichzelf voor als Mohammed Ali, ik mijzelf als Cleopatra. Ik ben tevreden over de prijs die ik betaal, als ik alles in ogenschouw neem: een rit op een kameel van zeker een half uur, zicht op de piramides bij zonsondergang, bezichtiging van een klein dorpje en islamitische begraafplaats in Giza. En vooral: alle filmrechten en lonen voor figuranten. Het bedrag dat ik neergelegd heb, maakt dat ik mensen en dieren kan filmen die betaald zijn geweest om de betogers op het Tahrirplein neer te knuppelen. Een driejarig jongetje rijdt naast me op zijn paard. Hij slaat het dier met zijn zweep, even onbezorgd zoals een kleuter een andere kleuter kan slaan. Er is niemand die een opmerking maakt. Ik stel me diezelfde zweep voor in de handen van een volwassen man en weet niet of ik de beelden van de battle of the camel wil zien. Ik blijf met mijn kameel buiten de hekken van de piramides. Vanop een berg in de woestijn zie ik de zon ondergaan. De hemel kleurt zo rood als het bloed van het paard dat ik gisteren zag in de straten van Caïro. Vier keer had het klappen van de zweep de claxons overstemd. Ik weet mijzelf zittende te houden op de kameel. Het ritme is heel anders dan dat van een paard. Het kost me een tijdje voor ik uitvis hoe ik mijn lichaam moet bewegen om niet helemaal door elkaar geschud te worden. Mohammed Ali had me gewaarschuwd: een paard was beter geweest voor mij. Maar ik wou het ritme van de kameel voelen. Mijn broer had me verteld dat het voor en naast de piramides helemaal volgebouwd is en dat het moeilijk is een goed, ‘zuiver’ zicht te vinden. Daar heb ik geen last van. Vanuit de woestijn heb je een huizenloos zicht op het enige overgebleven wereldwonder uit het rijk van Alexander de Grote. Al zal dat niet lang duren, denk ik. Ik hobbel langs een ruwbouw. De stad slokt langzaam maar zeker de piramides op. Het is donker als ik weer op het beginpunt arriveer. Mohammed Ali staat me op te wachten, zoals beloofd. Hij zou met nog “gratis” papyrus laten zien en de secret of the lotus flower. “Follow me, my Queen.” “Sure, boxer.” Ik word een parfumwinkel binnengeleid. Ik moet eruit zien als een angstig diertje, want de mannen proberen me de hele tijd gerust te stellen. Als ik de verkoopster vertel dat ik ook lotusparfum in België kan kopen, doet ze verder geen moeite. Of ze me nog mag uitleggen hoe papyrus gemaakt wordt? Ze toont me, in de winkel ernaast, hoe de stengels van hun groene buitenkant ontdaan worden en hoe van het witte pulp papier gemaakt wordt. Ik stel voor hoe Silicon Valley over 5000 jaar wemelt van de arme, blanke Amerikanen die aan rijke Afrikanen the secret of the microchip uitleggen. Ik ben benieuwd of zij ook het productieproces voor de revolutionaire informatiedrager zullen kunnen uitleggen in drie stappen. En of ze daarna ook zullen proberen om je voor 60 USD een chip aan te smeren met jouw persoonsgegevens op, in oud digitaal schrift. Het is pikdonker buiten, ik weet niet waar ik ben, alle mensen op de zandweg zijn kamelendrijvers of familie van. Mohammed Ali vraagt om fooi voor de gids. Ik geef hem wat geld. “No, you can’t do this! So few money for your guide!” Ik zeg dat ze het maar onderling moeten regelen, de prijs is van het begin duidelijk gesteld en ik heb een stuk of tien keer gezegd dat ik niets extra zou betalen. De boxer brengt me naar de taxi. Het is dezelfde die me gebracht heeft. De chauffeur zit een beetje verder bij een kampvuur met thee. Mogelijk heeft hij wat handelsdeals gesloten. Hij heeft zijn meter niet laten opstaan. Ik stap in de taxi, laat het ritme van de kameel los. Een man komt nog roepen door het open raampje: “How much did you pay for the camel?” “I don’t wanna talk about money anymore.” De man excuseert zich en is meteen weg. Ik laat het ritme van de kameel los en leun lui achterover.

Leen De Graeve
0 0

66 kilo later en wat nu ???

  Als de dag van toen herinner ik me nog de dag 8 december 2011. Tijdens een bezoekje aan de arbeidsgeneesheer werd ik genadeloos hard op de feiten gedrukt. Toen men tijdens een beeldschermonderzoek begon over mijn overgewicht, voelde ik de grond onder mijn voeten wegzakken. Emotioneel werd ik overmand door een dreiging tot eindeloos huilen. Ging het werkelijk zo slecht met mij? Was ik dan zo ongezond bezig? Loerde het kerkhof of de operatiezaal om de hoek. Voor de eerste keer in mijn leven werd ik voor voldongen feiten gesteld. Er moest iets aan gebeuren of mijn leven zou een rampzalige wending aannemen. The day after ging ik voor het eerst sinds een eeuwigheid de confrontatie met de weegschaal aan. Om het beeld even te schetsen: Ik had me afgezonderd achter gesloten deuren in mijn slaapkamer. Wat ik toen zag … vergeet ik ik nooit van mijn leven meer. Het leek wel een KO van formaat in de eerste vijf seconden van een allesbeslissende kampioenenwedstrijd. Ik ging op de rand van mijn bed zitten en voelde de eerste tranen vloeien. De uitdaging, die me te wachten stond, had quasi onmogelijk proporties aangenomen. Je moet weten: aan een afvalrace beginnen in de december- of januarimaand is geen lachertje. Mijn vader ging in deze periode op pensioen. De kerst- en nieuwjaarsperiode brak aan. Om nog maar te zwijgen van mijn jaarlijks terugkerend verjaardagsweekend. Kortom: een bezoekje aan de diëtiste brengen in deze periode leek me geen opportuniteit. Het doembeeld van droog brood en water loerde immers om de hoek. Op dat moment heb ik het besluit genomen om ‘tijdelijk’ het heft in eigen handen genomen. Wanneer ik iets aan mijn leven wou veranderen, werd het mijn verantwoordelijkheid en niemand anders. Maar ik had een grote angst voor mogelijke valkuilen. Daarom besloot ik om niemand mijn begingewicht te vertellen en wat mijn streefdoel zou Ik wou de touwtjes in eigen handen nemen en geen onnodige stress van buitenaf te kennen door al dan niet slecht bedoelde motivatietechnieken van ‘Komaan Bart, nog 5 kilo’. En toen … startte het belangrijkste project van mijn leven.  Leren bewegen vanaf 0, op mijn eten letten …. En de eerste dagen leverde het al onmiddellijk succes op. Een wandeling in Antwerpen Stad zorgde er voor dat de teller op -3 kilo stond. Woehoe, het leek wel van een leien dakje te gaan. Niets was echter minder waar. Ook bewegen op oma’s hometrainer kwam op het programma te staan. En geloof me vrij … Het was geen zicht. Voor diegenen, die me niet kennen … Ik ben een kerel van 1m87. Mijn oma haalde met moeite een lengte van 1m65. De fiets was één van de eerste modellen ooit op de markt. En dat zag je eraan. Het leek wel een stalen ros waar naar mijn gevoel zelfs de dinosauriërs nog hun dagelijkse portie ochtendgymnastiek op deden. Helemaal niet meer anno 2013.  Een nieuw stalen ros werd aangeschaft. En toen begon een periode van keihard werken. De eerste twee maanden werden een succes van formaat. De weegschaal toonde al heel snel -13 kilo aan. Ik was fier dat mijn alom gekende koppigheid en eigenzinnigheid resultaten opleverde. En what doesn’t kill you, makes you stronger. Ik heb toen de beslissing genomen om die eigenzinnigheid en koppigheid nog verder toe te passen in de race naar een nieuw leven. En daar heb ik tot op de dag van vandaag geen seconde spijt van. Begrijp me niet verkeerd.  Ik heb heel aandachtig geluisterd naar het advies van mensen, die het ontzettend goed met mij bedoeld hebben. Hun goede raad en adviezen heb ik omgezet naar mijn persoonlijkheid.  En toch … Een afvalrace zoals de mijne – cfr Ik weeg nu 66,2 kilo lichter – is een emotionele rollercoaster van formaat. Niet alleen je lichaam wordt scherper maar ook je geest wint aan scherpte. Gek toch wat bepaalde voedingsmiddelen met een mens doen kunnen. Afkicken van een suikerverslaving, een nachtmerrie van formaat. En toch … Het zwaarste van een afvalrace is hoe de perceptie van jezelf in de maatschappij een gigantische verandering kent. Bij de VOX POPULI staat afvallen en diëten vaak synoniem met meer bewegen en minder eten. Maar helaas zelden met op een verstandige manier anders gaan leven. Om het even te kaderen schets ik maar al te graag mijn situatie hoe het nog geen 2 jaar geleden was. Weet je … Ik was een Morbide Obesitas-patiënt met een duizelingwekkend BMI.  Nu anno 2013 is dat BMI 18 punten gezakt, mijn broeksmaat bijna 14 maten en mijn hemdsmaat gedeeld door 6.  Deze cijfers bereik je niet wanneer je niet op een verstandige manier aan de basis werkt. Ik heb het roer op een dusdanige manier omgedraaid dat mijn leven er helemaal anders is gaan uitzien. Het EMO-eten zwaar onder controle leren houden en rationaliteit in mijn dagdagelijks levenspatroon beginnen te verwerken. Geloof me vrij … een dergelijk resultaat is niet mogelijk wanneer je niet uit je comfortzone durft te stappen. En dat heb ik gedaan. Nu bijna twee jaar later geef ik toe dat alle puzzelstukken uit mijn leven als een boomerang naar mij zijn terug gekeerd. Wat liep er fout? Hoe was het beeld van de maatschappij naar mij? Want een leven als een Morbide Obesitas-patiënt zorgt voor een impact in je dagdagelijks leven. Ik herinner me nog altijd het moment dat er mensen uit de lift zijn gestapt omdat ze met ‘deze gezellige dikkerd’ geen twee verdiepingen hoger wilden gaan. Alleen door te vechten als een leeuw ben ik uit een put geklauterd.  Stuk voor stuk heb ik mijn ‘oud en nieuw’ leven als een puzzel in elkaar zien vloeien. Het werd een cursus zelfreflectie zoals geen enkele professor emeritus aan de universiteit mij zou kunnen geven. Ja, ik heb aan mijn werkpunten sterker dan wie ook gewerkt. En ook al heb ik waanzinnig hard gewerkt en heb ik fysisch de allures van een knotwilg aangenomen. Hoge bomen vangen veel wind. Niet alle reacties zijn even positief. Niet iedereen kan zich inbeelden welk traject ik de voorbije maanden op eigen houtje heb afgelegd. Jaloezie, haantjes- of kippetjesgedrag. Ik heb het allemaal mee gemaakt en maak het nog dagdagelijks mee. Een verandering in iemands leven beroert de gemoederen zichtbaar. Over de eerste indruk zijn er letters geschreven in de wetenschap. Alleen staat er geen letter genoteerd over de achtste en de negende indruk. En die beleef ik momenteel. En hoe mensen reageren hangt van 1000 en 1 factoren af. Het verschil tussen mannen en vrouwen is heel snel duidelijk.  Een vrouw hanteert veel sneller het ‘vinde-gij-mijn-gat-niet te dik-in deze rok’-effect als het over haar gewicht gaat dan een man. En dit terwijl een man fier is op zijn buikje als puur statussymbool. In een landelijker gebied ben ik een grotere circusattractie dan in een stedelijk gebied. En zo kan ik wellicht nog uren doorgaan hoe de mensheid in elkaar steekt. Maar nu ik 66,2 kilo lichter door het leven stap, duikt het beeld vaker en vaker op welke wending mijn leven nu zal kennen. Ik heb me voorgenomen om deze afvalrace geen fetish te laten worden en me niet te laten verleiden tot ziekelijke neigingen. Nog eens 66 kilo lichter worden, …. Nou het zou geen zicht zijn. Voor u niet en voor mij zeker niet. Ik zou een dorpsgenoot worden van Plop, Lui en Klus. En daarvoor  leef ik nog veel te graag bij u allen.  66 kilo’s lichter en wat nu … Ik ga stil blijven staan bij de zaken die ik heb geleerd. En die wil ik maar al te graag nog meer in praktijk omzetten. Het belangrijkste doel is dat de huidige Bart ook de nieuwe Bart is en blijft.  Ik heb de voorbije maanden regelmatig mijn comfortzone verlaten. Kortom: Enkele zotte keuzes gemaakt door een keertje naar het EK Hockey of naar het WK Turnen te gaan. Een hele nieuwe wereld ging voor mij open. And I enjoyed it. Ik geniet er van om op mijn racefiets als een flandrien met mijn snufferd tegen de wind in te beuken. Weet je … Koersen is des levens, ook al heb je de voorbije maanden alle klassiekers ‘in je echte leven’ na elkaar gereden. Een confrontatie met jezelf aangaan is zeer leerrijk. Een wijze vrouw omschreef mijn traject ooit als de geboorte van een nieuwe man/mens. En momenteel knik ik achter mijn klavier maar al te graag instemmend. Hello World, this is me  

bartliekens
0 0

Brood

Back to Basics: brood. Europa is de beschaving van het brood. Andere culturen aten een platte koek van een ongedesemde brij en eten vandaag nog steeds nakomelingen van dit neolithische gebak: bv. tortilla (Mexico), naan (India), pitta (Midden-Oosten), injera (Ethiopië). Gedesemd brood daarentegen is iets van het Westen, net zoals Europa en Amerika vandaag nog steeds de graanschuren van de wereld zijn.  De Egyptenaren ontdekten de zuurdesem vijfduizend jaar geleden, Grieken namen het over in de vijfde eeuw voor christus, de Romeinen in de tweede eeuw, en de Germanen in de vierde eeuw. De Egyptenaren kenden reeds twintig soorten broden, maar het echte avontuur begon met de Grieken: naast alle denkbare vormen gaven zij het smaak door toevoeging van honing, vijgen, steenklaver, mirre, wijn, lijnzaad, wilde peren, braambessen, kweeperen, room, anijs, enzovoort. De verfijnde geest van de Grieken was de gist van hun brood.  De kloosters verspreidden en verbeterden de kennis van het bakken in Europa. De bakkerij van het klooster Sankt-Gallen bijvoorbeeld had een bakoven met een capaciteit van duizend broden. De abdij van Saint-Germain-des-Prés bij Parijs had 59 graanmolens. De fijnste broodwaren in de meest gerafinneerde vormen vond je o.a. aan het pauselijk hof. Bij een feestmaal ter ere van Clemens V (1305-1314) werden als hoogtepunt twee bomen uit brood op tafel gezet: behangen met vijgen, appels, peren, en perziken.  Brood was en is nog steeds het dagdagelijkse hoofdbestanddeel van onze voeding. Vandaar dat brood steeds verbonden was met allerlei gebruiken en (bij)geloof. In katholieke streken werd vroeger geen brood aangesneden zonder een kruisteken te maken. Dikwijls werden kruisen in het brood ingebakken. Heel Europa raapte gevallen brood op en kuste het. (Erasmus van Rotterdam vermelde dit in zijn opstel over tafelmanieren) Evenzeer wijdverspreid was het koningsbrood (Driekoningen) en versierde feestbroden voor zowel religieuze als andere gelegenheden.  Zijn hoogste wijding kreeg brood door het Laatste Avondmaal en zijn hoogste verbeelding door de broodvermenigvuldiging. De meeste menselijkheid zit in Jezus’ gebed “Geef ons heden ons dagelijks brood”. Een zin die enkel aan belang kan winnen in sommige regio’s waar zowel aarde als samenleving de groeiende overbevolking niet aan kan. Een zin die doorheen heel de geschiedenis geldt, want de geschiedenis van de gewone mens is ook die van de honger.  Het moderne Westen kent geen honger meer maar ook geen brood. Bakkers zijn nog steeds hardwerkende mensen maar geen bakkers. Quasi allen kopen industriële deeg en bakken die gewoon af. Vandaar dat brood veelal hetzelfde uitziet en smaakt. De eerste en laatste keer dat bakkers bloem, gist, water en zout hebben gemengd was tijdens hun opleiding. Brood is niet banaal. Brood is een bron. Versier het met kleurige kruisen van suiker en verdeel het onder armen en ongelovigen. Brood is een gebed. Verberg het brood en de mens gaat op zoek naar zijn ziel. "Wat de mens nodig heeft voor het leven hier op aarde, is samengevat in het woord brood" (catechismus van Weissenburg, 8e eeuw) 

Miauwman
0 0

De Wolf

De wolf is een symbool voor de christelijke man. Het beeld van de wolf verschilt al naar gelang de levensbehoefte van de mens. Voor jagers- en natuurvolkeren, bleef hij een toonbeeld van het goede, een deel van de natuur, een leraar en een oervader. Voor Bijbelse herdersvolkeren en middeleeuwse boeren werd hij een bedreiging (voor het vee), de booswicht van sagen en mythen (Roodkapje, Isegrim, weerwolf). Voor de ene belichaming van God, voor andere van de duivel (Ez 22:27, Mt 7:15, Lk 10:3).  In Oud-Germaanse mythologie, de Edda, is de wolf een veredeld wezen. Oppergod Odin (of Wodan) werd soms met wolfskop afgebeeld, en trad steeds op in gezelschap van twee wolven, zijn boodschappers Gere en Freke. Zowel bij Germanen als andere antieke volkeren betekende de (doods)strijd met een wolf een eervolle onderscheiding. Oude Germanen kenden geheime mannengenootschappen die zich verborgen in wolvenvachten lieten vereren als wolvengoden. Lidmaatschap belichaamde dapperheid en kracht. Om in het genootschap van wolvengoden te worden opgenomen moest men ingewanden eten en een jaar verborgen leven in de bergen. Oude Grieken zagen de wolf als beschermer van mensen en heiligdommen, Afrodite was steeds in het gezelschap van een wolf. Rome is volgens de legende gesticht door de vondelingen Romelus en Remus, beiden gezoogd door een wolvin. Wereldwijd bestaan er verhalen over wolven die verweesde of verloren kinderen opvoeden.    Mens en wolf lijken op elkaar, en man en wolf nog meer. Beiden hebben een gelijkaardig sociaal verband want ze zwierven reeds sinds het begin der tijden in families door het land. De wolf is noch solitair, noch kuddedier, maar haalt zijn kracht uit de familie (roedel). De band met de ouders blijft vele jaren, soms wel een leven lang. Het wolvenkoppel is monogaam, misschien meer dan de mens, sommige wolven blijven zelfs alleen na de dood van hun partner. De vader is sterk betrokken bij zijn kroost. Er is zelfs een reu waargenomen die na de dood van de moeder probeerde de welpen te zogen. Oudere dieren fungeren als grootouders die welpen mee opvoeden en wassen.  Het nachtelijk gehuil van de wolf is niet akelig maar de zuivere emotie van een dier dat naar zijn partner en soortgenoten zoekt. Ze zijn op zoek naar een reisgezel, een gelijkgezinde, of een wijfje om een band voor het leven aan te gaan. Het gehuil is een beeld voor de mens die vanuit zijn diepste wezen verlangt naar contact met anderen, en met zijn God.  Ik ken twee mensen met een tattoo van een wolf. Een jezuïet die op zijn schouder een tekening met een wolf en een ketel had laten plaatsen omdat Ignatius’ achternaam Loyola is samengesteld uit twee Baskische woorden met die betekenis. De tweede persoon is mijn vrouw. Uiteraard schaamt ze zich over die jeugdzonde maar ik heb haar verboden om het te laten wegwerken. Het is een teken dat ze met een christelijke man getrouwd is.     'Kom naar me toe, Broeder wolf, ik zal je geen kwaad doen' (Heilige Franciscus).  

Miauwman
179 0

Het Varken

Het varken is voedsel voor Europeanen, voor krijgers en denkers.   Wilde zwijnen zijn een Europese diersoort en verschijnen reeds in de symboliek van de eerste Europese culturen. De oude Grieken kenden het zwijn van Kalidon, een wit zwijn van goddelijke oorsprong verslagen door Meleager, en het zwijn van Erymanthos dat Herakles ving tijdens zijn twaalf werken. Varkens werden geofferd aan Demeter de Griekse godin van de oogst.   Voor Kelten en de Galliërs was het zwijn een militair embleem voor de ontembare vrijheid van hun stammen. Vandaar hun aanwezigheid op allerlei standaarden, geld, voorwerpen, een insigne overgenomen door Romeinen zoals op de arc de triomphe in het Franse Orange. Het was een beeld voor woede, onafhankelijkheid, en brutale onverschrokkenheid. De druiden zagen het als zinnebeeld voor de kracht en superioriteit van de geest of het spirituele. Zover ging deze identificatie dat de chefs van de druiden zich de “grote witte zwijnen” noemden. In de Franse Ardennen vond men een beeld van een vrouwelijke God die reed op een ever, net als de Noorse Godin Freya.   Dit beeld bleef voortleven in Europese heraldiek als symbool van vechtlust, het hoofd als teken van gastvrijheid (versiering op tafel tijdens middeleeuwse feesten, soms helemaal groen gekleurd). Een zilveren ever was het symbool van Richard III, een stekelvarken van Lodewijk I van Orléans. Tot op vandaag: de ever op de groene baret van het Belgische infanterie-regiment “Chasseurs Ardennais”.   Het christendom schafte het (in oorsprong faraonische) verbod op varkens van het OT af. Maar het taboe maakte sowieso geen kans tegen de kracht van het beest. Van alle dieren is een varken het meeste eetbaar en te gebruiken in allerlei bereidingen: o.a. ham, worst, spek, bloedworst, kop (hoofdkaas), stoverij, zoete lies. Alleen al van worsten moeten er meer dan duizend soorten zijn, van Bratwurst tot mortadella, van chorizo tot kulen. Varkens betekenden voedsel en welvaart, maar ook hygiëne (aten afval op) en bemesting (wroeten grond om).   Kijk naar de heilige Antonius (251-356) met zijn varken. Niet omdat Antonius zelf een beetje leefde als een varken, namelijk in een hol in de grond op een dieet van wortels. Wel omdat het vlees van de varkens die zijn volgelingen kweekten, werd uitgedeeld aan de armen. Kijk ook bij Albrecht Dürer (1471 -1528) naar de leeuw en het varken die os en ezel vervangen bij de kribbe.   Een knapperd is de Oxford Sandy: een rosse flapoor met felle zwarte vlekken. Tot de lekkerste behoren zeker de Vlaamse varkenrassen. Er leven er even veel als er vlamingen zijn (zes miljoen), meer dan de helft in West-Vlaanderen zodat sommigen grappen dat daar meer varkens wonen dan mensen. Godzijdank.   Het christendom bevrijdde het varken, het varken voedde het christendom. Indien Jezus had gepredikt aan de Rijn of de Schelde vermenigvuldigde hij broden en worsten i.p.v. vissen. Een dier dat zoveel geeft zou opnieuw meer zichtbaar moeten zijn, zowel in de velden als in iconografie. Op zijn minst moet er een nieuwe piratenvlag komen, één met een groot gemeen zwart exemplaar op.

Miauwman
48 0
Tip

Sjoelbakken in de belevenisbibliotheek

 Het zijn de sluipende evoluties die onze maatschappij vormgeven. Nog even en het hele gesubsidieerde socioculturele veld wordt de bibliotheek binnengeborsteld. De archief- en bibliotheeksector spreekt zeer tot mijn verbeelding: als je 2000 jaar lang je aanwinsten hebt bijgehouden op een steekkaartje, ben je minder snel geneigd om de nieuwe technologieën als een achteruitgang van onze beschaving te beschouwen.  En mensen die tussen de boeken leven en werken vind ik a priori al een aanwinst. En geloof het maar: archivarissen en bibliothecarissen zijn lang niet zo stoffig als de legende het wil. Maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat alles pei en vree is, en dat er ook in dit boekenbastion geen malloten-managers rondlopen die dan weer verantwoording moeten afleggen aan andere malloten. Zo stellen we u voor, ... reverence … : de belevenisbibliotheek. Lang geleden, toen de managers nog mensentaal spraken, had je de bibliotheek. Dat was een verzamelplaats van boeken, die je, als je braaf en niet te luidruchtig was, mocht ontlenen. Je vond er rijen en rekken vol boeken. Drie hoog, duizenden thema’s, tienduizenden verhalen. Altijd was er in die bibliotheek iets nieuws te ontdekken. Een bezoek aan de bib was, excusez le mot, een belevenis. De begrafenisoptochtDie tijd is voorbij. Nu al kan je in de bibliotheek een cocktail drinken, internetten, breicursussen volgen en naar het voetbal kijken. Maar nog even, pakweg 15 jaar, en boeken ga je er niet meer vinden. Al het geld dat in crèches, expo's, cursussen en concerten wordt gestoken, gaat niet naar boeken en de uitbouw van de collectie. Zo simpel is dat. De belevenisbibliotheek is de bib die zichzelf uitkleedt tot cultureel centrum, ontmoetingsplek, café en concertzaal in één. De zintuigen mogen er door alles geprikkeld worden, behalve door boeken. De belevenisbibliotheek is de bib die ten grave wordt gedragen, en men zegt ons dat het een carnavalsstoet is. Dat bibliotheken een doorn zijn in het oog van de boekenhaters-politici, dat wisten we al langer. ‘Brood en spelen’, niet ‘boeken en brood’. En dus kwamen de beleidsmensen op het geniale idee om - eens de wijkbibliotheken weggesaneerd en gecentraliseerd - de bibliotheek de nek om te draaien waar ze bijstaat. De enkele bibliotheken die het voorrecht krijgen te blijven bestaan, kunnen welzeker rekenen op een miljoentje voor een verbouwing of zelfs fonkelende nieuwbouw. Maar daar moet dan wel iets tegenover staan. En dus wordt de bib vanaf nu beladen met alle welzijnstaken die je maar kan bedenken: inburgeringscursussen, taallessen, kooklessen, noem maar op. Het hele gesubsidieerde socioculturele veld wordt op een hoopje geharkt en de bibliotheek binnen geborsteld. Nog even en ze delen er ook soep aan daklozen uit. We hebben er zelf om gevraagdZo’n evolutie moet je een beetje verpakken natuurlijk. Het woord ‘belevenisbibliotheek’ kwam als een geschenk uit de hemel gevallen. Wetenschappelijk verantwoord ook. Het lijkt terug te voeren op de term ‘experience economy’ die een zekere Pine & Gilmore bedachten. In de krantenwinkel koop je je croissant, en bij de bakker koop je je krant. Zoiets. Het is – geloof het maar – de consument zelf die erom zeurde: in de bib wil die ook een pint drinken, tai chi-lessen volgen en luidop commentaar geven tijdens het politieke debat. Dat is nu eenmaal de tijd waarin we leven. Tuur je op je gemakje naar een boom, zie je ineens een manager naar boven klauteren. Begint wat aan de takken te schudden. Een hele belevenis, wat ik je zeg: alle bladeren vallen eraf. En, zie daar, een beetje later valt ook de manager er achteraan. Voor ouderwetse zeuren ten slotte die vinden dat er in de bibliotheek ook boeken horen, geen paniek! Ook voor hen is een belevenis voorzien. Na consumentenonderzoek werd in de kelder een stiltegebied afgebakend. Het boek bleek een uitstekend isolatiemateriaal.

Guy Bourgeois
51 0
Tip

Vlinder

Rups wil geen vlinder worden. Dat heeft hij zo beslist. Hij zit best knus in zijn huisje. En hij houdt van zijn groene hoofd. Zo groen als zijn lievelingseten: groene blaadjes. Rups houdt van zijn trage beentjes. Haast en spoed is zelden goed, want dan doe je ongelukken.   Rups wil  geen vlinder worden. Dat heeft hij zo beslist. Hij houdt niet van al die kleuren. En hij griezelt van die grote vleugels. Vlinder worden is niet goed. Dan ben je te groot om klein te zijn. Rups blijft in zijn huisje. Dan verandert er niks, hoopt hij. Hij drinkt een glaasje bladerthee.   De volgende dag wordt Rups wakker in een veel te klein bed. De stoel de deur de kast lijken zo klein. Zijn huisje wordt kleiner en kleiner. Of wordt Rups groter en groter?   Rups draait angstig heen en weer. Zijn tafeltje valt om. De muren scheuren open. Bladerthee druppelt naar beneden.   Rups kijkt treurig naar de vleugels op zijn rug. Ze vlekken duizend kleuren, Maar Rups wordt daar niet vrolijk van. Hij had nog zo beslist geen vlinder te worden!   Rups rent heel hard weg, ook al doet hij dat liever niet. Zijn voetjes kriebelen het gras. Rups kijkt achterom. Maar zijn vleugels blijven hem volgen. “Stomme prachtige vleugels”, moppert Rups een beetje buiten adem. Een zuchtje wind blaast Rups vooruit. Zijn voetjes raken het gras niet meer. Rups vliegt! Hij durft niet te kijken.   “Wat een mooie vleugels” kwaakt Eend.   Ook met zijn ogen dicht heeft Rups dat gehoord. Hij klappert trots met zijn vleugels. Hij voelt zich mooi en sterk. “Ik kan de wereld aan”, brult Rups, en doet zijn ogen open.   Rups vliegt wel vier bomen hoog. “Veel te veel te hoog” bibbert Rups. Hij kent de regels ook nog niet.   Wat als hij valt? Wat als hij niet meer naar beneden kan? Wat als de wind nog eens zucht? Wat als hij dan nog hoger gaat vliegen? “De zon zal mij verbranden!”   Rups is zo bang dat hij niet meer met zijn vleugels durft klapperen. Hij tuimelt naar beneden en valt met een plofje in het gras.   Hij strijkt de kreukjes uit zijn vleugels.   Rups wil zijn vleugels wel houden. Hij zal er niet meer van wegrennen. Maar vliegen gaat hij niet meer doen. Dat heeft hij zo beslist.    

Linnéa
37 2

Veerle

Ze gaat het hem gewoon zo zeggen. Zonder gedoe. Hij mag zijn spullen komen halen wanneer zij er niet is en kan de sleutel onder de mat achterlaten. Weer een mislukking om toe te voegen aan haar lijst. Het zal haar laatste gefaalde relatie zijn, nu is het genoeg geweest. De gootsteen maakt een gorgelend geluid wanneer ze de stop uittrekt. Haar tranen spoelen mee weg. Een groepje taterende tieners rijdt druk gesticulerend voorbij langs het kanaalpad. De oortjes van hun ipod bungelen uit hun jassen. Emma kan elk ogenblik thuiskomen.Hij wist dat ze altijd zou kiezen voor haar dochter, dat is toch wat elke moeder zou doen? Maar dat wil niet zeggen dat het makkelijk is om er een punt achter te zetten. Waarom moet zij dat godverdomme elke keer doen? De flessen onder de gootsteen rinkelen wanneer ze er met de neus van haar gympen tegen stoot. Waar is de zak die ze bewaart voor leeggoed?Ergens is ze opgelucht dat het straks allemaal voorbij zal zijn. Geen dronken scheldpartijen meer waarvoor ze zich hoeft te schamen bij de buren. Geen hemeltergende ruzies meer. Haar vriendinnen zullen opgelucht zijn. Hun blikken telkens zijn naam viel, zijn haar niet ontgaan.  De keukendeur zwaait open, Emma gooit haar rugzak in de hoek. Ze gaat er bovenop zitten en begint aan haar veters te trekken.'Emma?' Haar dochter is in een gevecht met haar schoenen verwikkeld. 'Emma, luister eens'. 'Dag mama', antwoordt het meisje, nog steeds zonder op te kijken. Ze grijpt de neus van haar rechterschoen met beide handen beet en gebruikt haar andere voet om de hiel los te wrikken. Er komen grommende geluiden aan te pas. Zo maakt ze haar nieuwe Nikes kapot, Veerle moet op haar tanden bijten om er niets van te zeggen.'Emma, ik ben vanavond enkele uurtjes weg'.Op dat moment schiet de schoen uit en met een bonk rolt haar dochter tegen de kastdeur, de schoen triomfantelijk boven het hoofd geheven. 'Ha-ha!'Meteen ondergaat de andere voet hetzelfde ritueel. Veerle raapt schoen nummer één op en zet hem onder in het rek. 'Ik heb spaghettisaus voor je klaargezet om op te warmen, zeven minuutjes op stand 3 en dan...''Ping, en alles goed roeren, dat kan ik ondertussen wel'. Emma kijkt haar moeder voor het eerst aan, knijpt haar ogen tot spleetjes en plooit haar gezicht in een grijnzende grimas. Haar prompte zelfredzaamheid steekt Veerle onverwacht. Heeft ze Emma te vaak alleen gelaten?'Ik ga even langs Marc maar ik ben zeker terug voor middernacht. Zorg maar dat je slaapt voor ik terug ben'.Ze streelt Emma over haar kruin. 'Da's goed hoor, dan vraag ik of Matthias even komt spelen op de Playstation'. Emma springt recht en steekt haar hand uit. 'Mag ik je gsm lenen?''Maar wel eerst je huiswerk maken'.Veerle geeft haar gsm aan haar dochter en kijkt in de spiegel. Het gezicht dat terugkijkt, ziet er afgemat uit.   'Je bent er bijna', fluistert ze tegen zichzelf. Vanaf morgen gaat ze Emma helpen met haar staartdelingen.

J.E.W.
0 0