Lezen

FOTO OP DE AUTOSNELWEG

Nadat ik een paar nachten onrustig geslapen had, opgeschrikt door dromen over aperitiefdrankjes, barbecue- recepten en boodschappenlijstjes, was het dan eindelijk zover : manlief, de jarige leeuw vierde met vrienden en familie met liefst twee barbecuefeestjes zijn 76ste verjaardag. Eén dag nadien, nadat alle ‘Happy birthdays’ gezongen, alles opgegeten en alles leeggedronken was, kon ik eindelijk adrenalineloos een volledige dag ontstressen. De volgende dag gingen wij de caravan uit de winterstalling halen en kon mijn slaap opnieuw verstoord worden door allerlei vakantie- inpaklijstjes. Voor wij met onze caravan richting zuiden vertrokken, hoorde ik op het allerlaatste journaal, dat de transportsector een studie zou laten uitvoeren. Ze wilden nu wel eens weten hoe het komt dat bij meestal dodelijke ongevallen er zoveel vrachtwagens betrokken zijn. Ik vraag me af of die transportsectorambtenaren ergens heel hoog in een ivoren toren zitten te slapen. Waarom huurt die sector niet eens zelf een truck en zet daar twee avontuurlijke controleurs, met het juiste rijbewijs in. Ze kunnen dan de autosnelwegen wat afschuimen en lekker de trein vrachtwagens voorbijsteken. In de federatietruck zit de ene controleur aan het stuur en steekt op het linker baanvak alle bumperklevende camions voorbij, terwijl zijn medepassagier probleemloos in de cabines kan turen. Een beetje intelligente reflectie kan al vlug die peperdure studie uitsparen. Als ze zo langs die file manoeuvreren kunnen ze moeiteloos vaststellen wat die beroepschauffeurs allemaal uitvreten behalve normaal rijden. Al snel kunnen ze de volgende conclusies aan de sector overhandigen. Sommige truckcowboys hangen geeuwend over hun stuur en slalommen knikkebollend, gedrogeerd of dronken van het rechter op het linker baanvak, liefst met een oplegger vol gevaarlijke goederen achter zich. Ze peuteren in hun neus, kettingroken en slingeren over de weg met hun mobieltje tegen hun oor aangedrukt. Ze trappen onverwachts op de rem als ze eventjes hun facebook- vrienden checken. De verveling druipt over het asfalt. Als het giet van regenen wordt deze wateropspattende vrachtwagenkaravaan  één doffe ellende. En een heel goede raad, als er werkzaamheden aangekondigd worden, kan je beter met je kleine nederige autootje tussen die onoplettende, lusteloze mastodontenbestuurders wegblijven. Voor je het weet, vergeten zij, door hun drukke bezigheden, af te remmen en wordt je eigen kleinere statussymbool tussen twee botskampioenen tot schroot vermalen. Met een beetje geluk, kan jij het nog navertellen op de spoedafdeling. De transportsector wil onze Belgische chauffeurs verplichten om een opfrissingcursus- rijvaardigheid te volgen. Wat is het nut hiervan? Dit zou echter volledig Europees aangepakt moeten worden. Niet alleen wij Belgjes, die weer heiliger dan de paus willen zijn, moeten gekeurd worden, terwijl de rest van Europa ongestoord met gangstertrucks blijven rondrijden. Ik denk dat wat meer psychologische screening en onderzoek naar de gedragscode van het vrachtwagenrijdend Oost Europees tuig hier veel meer nut zouden hebben. Wij, die regelmatig een toertje Zuid Europa maken, kunnen er van meespreken.  Wij rijden met onze sleurhut over de Autoroute du Soleil . Voor ons slingert een oplegger heen en weer tot zelfs over de pechstrook . Het is al meteen duidelijk dat de chauffeur van Poolse afkomst alles doet behalve gewoon chaufferen. Hij realiseert zich nauwelijks dat hij zijn baanvak verlaat. Als we deze wegpiraat voorbijsteken,  zien we dat hij driftig zit te sms’en.  Een beetje verder rijden er drie Roemeense opleggers op enkele meters achter elkaar. Zij scheuren over de snelweg  met een constante cruisecontrole- snelheid van meer dan de toegelaten 90km per uur.  De (t)rucker van de laatste vrachtwagen loert naar een videoscherm dat bovenaan in het midden van zijn voorruit geplaatst is. Ik kan niet zien welke film er gedraaid wordt, maar aan de roodheid van zijn gelaat vermoed ik dat het porno is. De chauffeur van de middelste camion bladert juist in de krant die opengeslagen op zijn knieën ligt, de pagina’s wapperen in de wind bij het openstaande raam . Alleen de voorste van de drie snelheidsduivels lijkt normaal te functioneren. Het zijn tenslotte niet allemaal potentiële doodrijders. Het lijkt wel dat mannen die in een auto of in een vrachtwagen stappen alle automobilistenwaardigheid verliezen. De lelijke eigenschappen zoals toeteren, vingertje omhoog, schelden en met de grote lichten flikkeren komen dan plots bovendrijven. Snelheidsbeperkingen zijn er vooral voor al die anderen. Zij voelen zich heer en meester en een kansspelletje flitspaal- verschalken behoort tot het summum van alle uitdagingen. Ook manlief leeft soms met een iets te zware voet en calculeert steeds een 5 km per uur meer op de toegestane snelheid in. Als we rond Lyon rijden mogen de gewone auto’s 90 km per uur en staat er een verbodsteken dat auto’s met caravans maar aan 70 km per uur de bocht in mogen. Maar zoals gebruikelijk wuift hij smalend mijn opmerking, licht superieur weg. Hij gelooft niet dat een flitspaal onderscheid kan maken tussen een gewone auto en een auto die zijn huis achter hem aansleurt. Een beetje verder langs de snelweg staat de fotograaf. Taddaa! De kleine hufter blijkt echter een superintelligent paaltje te zijn, want we zijn nog maar net met 90 km/u op zijn hoogte of de flash gaat af. ’t Zal een mooie foto zijn. Manlief met een gezicht vol ongeloof en ik ernaast met een verbeten neerhangende mond. Manlief beweert nog steeds, dat de flitser de ons voorbijstekende auto betrapt had, maar ik betwijfel het. De toekomst zal het uitwijzen! Straks valt er weer een omslag met het politie-embleem in onze Belgische brievenbus. Wie niet horen wil, moet betalen. Manlief sakkert dat hij het eventjes uit het oog verloren was (dag Jan!). Ik zucht gelaten. Waar ik, in meer dan twintig jaar niet in gelukt ben, zal de Autoroute du Soleil wel in slagen.  In Frankrijk temt men leeuwen! Sim                                                              26 augustus 2015   Aubenas/Ardèche   P/S We zijn nu twee maanden terug thuis en de boete is nog steeds niet in onze brievenbus gevallen. mmmm toegeven, manlief had dan toch gelijk!     

Sim
0 0

EEN ROOKMELDER KAN JE LEVEN REDDEN

Het was oudejaarsavond 2012. We vierden met zijn tienen de laatste dag van het oude jaar. We hadden gegeten, gedronken, gezongen, een spelletje gespeeld, gedronken en om middernacht geklonken op 2013, gedronken en gezoend. Heb ik al vermeld dat er gedronken werd? Manlief had de grens van lichtjes vrolijk tipsy naar straalbezopen al eventjes overschreden en zat al geruime tijd met een vol glas maar met een lege blik voor zich uit te staren. Een uur voordien had ik hem, tevergeefs, al aangemaand te stoppen om zich vol met rode wijn te gieten. Hij was toen al over zijn ‘theewater’,  sorry ‘wijnwater’ en het kalf was toen al behoorlijk verdronken. Ik zou het ondertussen reeds moeten weten;  je kan geen rede meer van toeterzatte mannen verwachten. Op elke vraag waarop in het nauw gedreven mannen, op dat moment, geen zinnig antwoord meer weten te bedenken, komt steevast de volgende zin op de proppen: “Ik mag toch iets aan mijn leven hebben hé!” Jong en oud bedient zich hiervan. Mijn oom heeft longkanker, mijn vader is een kettingroker, maar ik rook nu en dan maar eens een sigaretje hoor…: ”Ik mag toch iets aan mijn leven hebben hé!”  Mijn hele leven is een festijn, maar na een glas of vijf rode wijn is het leven dubbel zo fijn..: “Ik mag toch iets aan mijn leven hebben hé!” Ze zijn al in de olie en het is vanaf dan een kleine stap om hun herseninhoud tot mayonaise om te klutsen. Enfin toen de vrienden rond 3 uur ’s nachts huiswaarts keerden, zat manlief, als een levend straatstandbeeld aan de tafel te suffen. Twee vrienden, Frank en Julietje bleven, zoals jaarlijkse gewoonte, bij ons overnachten.  Zij trokken zich terug in de logeerkamer op de tweede etage. Ik griste het volle glas voor manlief zijn neus weg en kieperde de inhoud in de keukengootsteen. Het was als water naar de zee brengen. Het was overduidelijk dat, alhoewel hij geen ‘pap’ meer kon zeggen, het woordje ‘wijn’ er nog vol venijn uitkwam. Er zou niet geslapen worden alvorens de tournee langs alle flessen met rode wijnrestjes afgerond zou zijn. Ik liet manlief dan maar alleen met zijn drankkegel en kroop in bed. In de aanpalende kamer hoorde ik al het zachte gepruttel dat een snurkje voorafging. Plots na enige tijd hoorde ik een snerpend gepiep. Was dit een gerinkel van een mobieltje in de logeerkamer, een verlate telefonische nieuwjaarswens?  Na enkele minuten begon het irriterende gepiep opnieuw, nu sneller en sneller op elkaar volgend. Ik kwam uit bed en probeerde het gillende gepiep te lokaliseren.  Boven aan de trap, aan het plafond boven de overloop van de tweede verdieping, hadden wij een rookmelder geïnstalleerd. Het ‘kolereding’ snerpte juist op 1 januari om 3.30 uur midden in de benevelde nacht een boodschap dat de batterij leeg was! Ik klopte met een stok tegen de stoorzender die prompt zijn laatste piep inslikte. Yes! Ik lag nog niet tussen de lakens toen het gekrijs opnieuw startte. Ik zette een keukentrapje onder de boosdoener, klom erop, ging op mijn tenen staan en probeerde met een grote schroevendraaier tot aan de rookmelder te geraken. Ik was bij het uitdelen van de lengtes duidelijk misdeeld geweest en kwam een volle tien centimeter te kort. Ondertussen waren Frank en Julietje slaapdronken op de overloop verschenen en had manlief eindelijk iets van het lawaai waargenomen.  Hij kroop de trap op, maande ons onder theatrale gebaren en gesis terug naar de slaapkamers. Hij ‘de grote strijder, de probleemoplosser, de verlosser van alle vrouwelijke onkunde, de handige Harry van Edegem’ zou de zaak van het krijsende toestel eens snel oplossen en moest daarbij geen pottenkijkers hebben. In benevelde toestand tastte hij naar het keukenhulpje, mikte zijn voet op het trapje en zwijmelde met de schroevendraaier de lucht in.”Ksst, kssst, weg jullie!” Ongerust verdwenen wij van het toneel. Wij hadden de deur van de slaapkamers nog niet gesloten of wij hoorden een geweldig kabaal. Daar viel manlief, in gezelschap van het keukenladdertje en de zwijgende rookmelder de trap af. Met een rotvaart stuiterde hij trede na trede naar beneden, in zijn val een reeks fotokaders van de traphal meevegend. Op de overloop van de eerste verdieping kwam hij, met zijn hoofd naar beneden, tegen de deur tot stilstand. Hij lag er voor Pampus. Vol ongeloof kroop hij op handen en voeten in het halletje rond. Overal was bloed.  Ik beval hem om onmiddellijk stil te blijven liggen en te kijken of er niets gebroken was. Alleen een grote glaspunt zat in de hiel van zijn voet. Ik trok het glas eruit en nog voor ik de wond kon ontsmetten, grijnsde manlief ons ‘debielig’ toe en zei: “piep gedaan”, strompelde in gemarineerde toestand de trap terug op en kroop in bed. Ons gastenduo, alhoewel hevig geschrokken, ging  proberen ook nog wat slaap in te halen. Mijn hart fladderde en de adrenaline pompte door mijn hoofd. Bijna had ik, in het beste geval, de eerste dag van het nieuwe jaar op de spoed doorgebracht. Toen ik de stukgevallen kaders en achtergebleven glasscherven opgeruimd had, hoorde ik op de bovenverdieping al een snurkcanon. Toen ik naast manlief  tussen de lakens gleed, nam hij mij vast en met een dronkemans alcoholwalm vroeg hij: “ziede gij mij nog gère?” Op dat moment zou ik vol overgave de echtscheidingspapieren tegen zijn smoelwerk getimmerd hebben. In zijn droom beleefde hij zijn duikeling waarschijnlijk opnieuw, want slapend riep hij: “Mannekes, mannekes, amaai, amaaai, mannekes, mannekes toch!!”  Het dronken gesnurk klonk als een tractor die door de slaapkamer denderde. Na een uur kon ik het niet meer aanhoren. Ik trok  met mijn hoofdkussen onder mijn arm één etage lager en ging vol zelfmedelijden op de sofa liggen mokken. ’s Morgens verscheen manlief met een verkreukeld aangezicht aan de ontbijttafel, dronk een paar glazen water en keek ons stomverbaasd aan, toen we hem vroegen of hij nergens pijn had. De rode wijnkegel was verdampt. Hij wees alleen naar het onverklaarbare geronnen bloed op zijn voet. Ofwel gaf hij hier een meesterlijk stukje amateurtoneel ten beste ofwel was dit wel degelijk één van de symptomen van comazuipen of Alzheimer rosé. Hij wist van de ganse’“nieuwjaarsduik’ niets meer. Blijkbaar heeft een dronken man dus toch een speciale beschermengel. De ganse verdere week werd alcoholloos doorgebracht. Er werd niets meer aan Bacchus geofferd. Mijn nuchtere wil was wet: “Ik mocht toch ook iets aan mijn leven hebben hé!” Als onze regering ons nu wil wijsmaken dat ‘een rookmelder je leven kan redden’, kan ik onverwijld het tegendeel beweren! Een rookmelder kan je leven verkorten en ik had per 1 januari 2013 zelfs weduwe kunnen zijn!   Sim, 6 januari 2015

Sim
12 0

IK MAAK ER EEN KOOKBOEK VAN!

Het was kerstvakantie en kleinzoontje kwam bij ons logeren. Nu is voor die kleine snoeper geen etentje volledig als er geen nagerechtje achteraan komt. Hij bedoelt dan niet een doordeweeks ijsje, maar een echt dessert. Griekse yoghurt met honing en fruit (maar dan niet met teveel fruit want dat is te gezond), chocolademousse of pudding, rijstpap met bruine suiker, crème brulée of een taartje gaan er zonder veel problemen in. Die kleine zevenjarige smulpaap kan zijn Nana als geen ander rond zijn vingertje winden en dus zou er voor het afronden van het kerstdiner liefst iets heel speciaals uit de lekkernijhoek moeten komen. Ik pijnigde mijn hersens en dacht onmiddellijk aan de profiterolles die ik zo’n 35 jaar geleden eens zelf gebakken had. Ik vergeet nooit die allereerste keer dat ik de echte profiterolles, gevuld met vanille ijs en overgoten met smeuïge chocoladesaus geproefd had. Wij kampeerden in Zuid-Frankrijk, in de omgeving van Agde en gingen op uitstap naar Pèzenas, de stad van Molière.  Het was juli en een hete zonovergoten dag. We hadden voor de lunch een tafeltje in de schaduw gevonden op een terras van een klein restaurantje. Voor dit eethuisje prezen allerlei menuborden de plaatselijke streekgerechten aan. Mijn vader zei altijd: “Probeer zoveel mogelijk van de wereld te zien. Waar je ook bent, ga niet voor de Belgische ‘biefstuk-friet’ maar tracht steeds het locale inwonersmenu te proeven.”  Terwijl mijn twee mannen voor een veilige pizza kozen, ging mijn vaderlijk gen in overdrive en wees mijn vinger onmiddellijk het plaatselijk aangeprezen lunchmenu aan. Er stonden twee gerechtjes op die ik helemaal niet kende. De ongekende keuzes lieten het water alvast in mijn mond  lopen: Brochette d’abats en als dessert profiterolles.  Ik geef toe dat niet alle streekgebonden gerechten overgrote successen waren. Vooral in landen waarvan we de taal niet machtig waren en we de vreemde tekens niet konden lezen, konden we nogal eens voor verrassingen komen te staan. Het was zoiets als Russische roulette spelen. Vier keer ging het goed en de vijfde keer kreeg je soms een met look en peterselie opgesmukte stront op een bordje voorgeschoteld. Dit risico moest je er dan maar bijnemen als je nieuwsgierig en avontuurlijk was. Zo aten manlief en ik, in Thailand gefrituurde krekels en blauwglanzende torren, die lekker knisperend waren en net als onze chips proefden.  In Ecuador smulden wij op de markt van cuy, de op de barbecue geroosterde cavia’s, die net als konijn smaakten. In Vietnam sliepen wij bij de plaatselijke bevolking in een ‘homestay’. Hier kregen wij  een uiterst lekker stoofpotje voorgeschoteld. Nadat wij onze buiken goed rond gegeten hadden en wij de laatste restjes met brood bij elkaar schraapten, vertelde onze gids ons, dat dit een ‘hondjesstoverij’ was. So what..het was verdomd lekker!  Nabij de Victoria Falls in Zimbabwe kregen wij, als inheemse delicatesse, zwarte wormen geserveerd. Onze medereizigers keken kokhalzend toe, toen wij in de wormen beten en er een wit puddingachtig slijm over onze lippen liep. Het liet alleen een afgrijselijke ongedefinieerde verdufte grondsmaak na.  Dit was dus de vijfde kogel van de Russische roulette. In Pèzenas, in de schaduw van de acaciabomen zat ik dus verlekkerd te wachten op mijn nieuwe ontdekkingen.  Terwijl mijn ex-man en mijn zoontje hun tanden in de geurige pizza’s zetten, kwam er voor mij een spies met gegrild vleesafval. Abats, abattoir…slachthuis…had ik eventjes doorgedacht dan had ik het kunnen weten! De brochette met stukken tripes, tong, niertjes en lever was versierd met een blaadje sla, een sneetje tomaat en drie stukjes aardappel. Mijn smaakpapillen kwamen in opstand.  Als er nu één ding ter wereld was, wat ik absoluut niet binnenkreeg…juist. Het hoofdgerecht was voor mij dus een Franse slag in het water. De Pèzenassenaars mochten hun lokale lekkernij zelf oppeuzelen. Ik was( en trouwens nu nog steeds niet) totaal geen fervente dessertmadam, maar nu zat ik toch hongerig en vol ongeduld op de profiterolles te wachten. Daar kwamen ze dan, vijf luchtige soesjes, gevuld met romige vanille ijs en overgoten met glanzende pure chocoladesaus. En engeltje dat op je tong pieste. Terug in Antwerpen ging ik op zoek naar diezelfde lekkernij. Het enige wat ik vond waren kartonachtige fabriekssoezen gevuld met slagroom die in de verste verte niet op het hemelse toetje geleken. Ik besloot voor kerstavond de profiterolles dan maar zelf te maken. We bevonden ons nog in het voorhistorische computertijdperk en het woord “google” was een nog niet uitgevonden begrip. Met een recept van soezendeeg, uit het ‘Grote Kookboek van de Boerinnenbond” toog ik aan de slag. Ik mengde, ik roerde en ik kliederde. Ik spoot met een zelfgemaakte spuitzak bolletjes soezendeeg ‘als eieren zo groot’ op het bakpapier. Vol ongeduld keek ik door het raampje van de oven. De krengen bleven groeien en zwellen. Na 25 minuten had ik aan elkaar gekoekte sinaasappelgrote soezen. Het rook heerlijk in de keuken, naar wafelenbak en het smoutebollenkraam. Ik kreeg het niet over mijn hart, mijn eigengemaakte halve tennisbalgrootte ‘profiterolletjes’ in de vuilnisbak te kieperen. Ik sneed ze open, vulde ze met een grote bol vanille ijs en overgoot ze met warme chocoladesaus. Er konden er juist twee naast elkaar op het dessertbordje en toen ik ze opdiende, was het net of  ik aan iedereen een paar negerinnenborsten cadeau deed. De mannen likten suggestief de chocolade van de soezen terwijl de dames, een beetje lacherig en maten vergelijkend, de lepel in het nagerechtje duwden. Het gelach en het commentaar over mijn ‘tietendessert’ heeft me nog geruime tijd achtervolgd. Na 35 jaar zou ik het goddelijke dessert voor mijn kleinzoontje nog eens opnieuw uitproberen. Ik googlede en kreeg onmiddellijk een honderdtal recepten.  Dus als een volleerde ‘profiterolkenner’ ging ik opnieuw aan de slag. Ditmaal waren ze perfect van grootte en structuur, ze smolten op je tong. Mijn eigen ‘komen eten’-familie gaf me na het kerstdiner een welverdiende 9/10 voor sfeer en gezelligheid. Mijn zevenjarig kleinzoontje glunderde. De chocoladesaus zat overal, van zijn mondje over zijn neusje tot achter zijn oren.  Hij stak zijn bruine duim omhoog en zei dat hij voor dit dessert een overduidelijke 10/10 gaf. Dus tv koks, Jeroen Meus, Piet Huysentruyt en Sofie Dumont jullie zijn verwittigd. Als het aan mij ligt, komt er dit najaar een nieuw erotisch kookprogramma à la Nigella Lawson “Chez Nana” op de buis. Ik zal kookzappend Vlaanderen overspoelen met mijn chocolade ‘tietendessert’ en leg er dan voor de dames nog een aanschouwelijke banaan bij! Om de niet kopers van mijn eerste boek wat over de streep te trekken en om de verkoop van mijn eventuele tweede boek, als kookboek, wat aan te zwengelen, volgt hierna het recept van overheerlijke profiterolles! De ingrediënten in dit recept zijn voor 4 tot 6 personen. de soesjes: 5 eieren 100 g boter 180 g bloem , 2 grote soeplepels zelfrijzende bloem en de rest patisseriebloem 25 cl water = 1 bierglas 1 vanillestokje of een half zakje vanillesuiker. 1 snuifje zout de chocoladesaus: 200 g donkere chocolade 100 g suiker 1 klontje boter 1 dl water de afwerking: 1⁄2 l vanille-ijs bereiding de soesjes: Weeg alle ingrediënten zorgvuldig Zet een kookpot op een laag vuur en giet het water in de pot. Voeg er de boter bij het halve zakje vanillesuiker of  de zaadjes uit de vanillestok . Snij de vanillestok overlangs door en schraap met een mespuntje de zaadjes uit de beide helften van de peul.  Laat de boter smelten en giet dan de bloem in de pot. Zet het vuur op een laag pitje en meng alle ingrediënten met een houten lepel, tot ze samenklitten tot een deeg.  Haal de pot van het vuur en voeg nu de eieren één voor één toe. Meng tussendoor krachtig tot elk ei in het beslag verwerkt is. Dit vraagt een beetje inspanning! Om je een idee te geven: het beslag moet de dikte hebben van egale stopverf.   Voeg een snuifje zout toe, meng goed en vul de spuitzak met het soezenbeslag. Indien je geen spuitzak hebt, neem dan een plastiek diepvrieszakje er snij er aan één hoek een punt af Verwarm de oven voor op 180°C. Hou de ovenplaat er uit.  Bedek de ovenplaat met een vel bakpapier.  Neem de spuitzak en spuit egale toefjes beslag op de bakplaat. Laat voldoende ruimte tussen de porties beslag, want het volume zal tijdens het bakken verdubbelen.(denk aan mijn eerste baksel 35 jaar geleden!) Kies voor porties die half het volume hebben van de inhoud van je ijsschepper. Bak de soesjes gedurende 25 minuten in een oven van 180°C, en laat ze nadien even afkoelen.Je kan de soesjes ruim op voorhand bakken, ze vullen en ze in de diepvriezer bewaren. Laat ze daarna +- 15 tot 30 minuten ontdooien. de chocoladesaus:Zet een steelpannetje op het vuur en doe het water en de suiker erin. Breng het mengsel aan de kook zodat er een bleke suikersiroop ontstaat. Breek de chocolade in stukken en smelt ze in de siroop. Roer voortdurend met een garde, tot je een glanzende saus krijgt.  Meng ten slotte een klontje koude boter door de saus. de afwerking: Snij de gebakken soesjes middendoor. Gebruik hiervoor een scherp mes (bv een steak- of broodmes).   Leg op elk half soesje een bolletje vanilleijs. Plaats er de hoedjes op, en serveer de profiteroles met een flinke lepel warme chocoladesaus.    

Sim
34 0

WERELDRECORD

Manlief bereidt zich voor om in het Guinness World Record boek 2015 te verschijnen. Manlief wil het wereldrecord knoopjesdraaien halen. Hij heeft, samen met mij, al gedurende meer dan een twintigtal jaren goed kunnen oefenen. Hij heeft zich ondertussen, zonder noemenswaardige concurrentie, probleemloos tot in de halve finale gedraaid. Ik zie jullie de wenkbrauwen al fronsen en peinzen tot welke sporttak ‘knoopjesdraaien’ dan wel behoort! Ik zal het eventjes proberen uit te leggen. Manlief haalt uit de kast een juist versteld en gestreken hemdje en knoopt dit daarna dicht. Niets bijzonder hoor ik jullie denken.  Later op de avond laat hij zich lekker op de sofa onderuitzakken en geeft zich vervolgens over aan zijn tic ‘het knoopjesdraaien’! Onbewust cirkelen de kleine witte hemdsknoopjes tussen zijn plukkende vingers tot de draad het uiteindelijk begeeft. Het knoopje vind ik dan later, in het beste geval, ergens op het tapijt of tussen de sofazetels terug. In het slechtste geval verdwijnt het minuscule knopje overnacht ergens in de knoopjeshemel. In de grote knopen verzamelzak moet er dan een vergelijkbaar exemplaar gevonden en met bijbehorende kleur terug aangenaaid worden. Ik hoor jullie al reageren: “Waarom leer je hem dit dan niet af?” Denken jullie nu echt dat ik nog geen enkele poging ondernomen heb? Ik heb manlief, met naald, draad en schaar achternagezeten en geroepen dat hij vanaf nu zijn eigen averij maar moest herstellen. Manlief haalt dan glimlachend zijn schouders op, legt zich op de sofa en begint aan het volgende knoopje. Olie op het knoopjesvuur? En wie, denken jullie dat er met de vinger gewezen wordt, die arme man die er slonzig, knooploos bijloopt of die luie huisvrouw, die bedankt voor de eeuwigdurende reparaties. Ik weet het, we hebben allemaal, na meer dan een kwarteeuw huwelijk of samenwonen, wel ergens een partner zitten met een tic, waarvan je stilaan krankjorum wordt. Toen we verliefd waren vond ik het zo schattig en ontwapenend als manlief met zijn ene hand in mijn hand en zijn andere knoopjesdraaiend naast me op de sofa zat. Het leek wel een knuffelde kleuter met een teddybeer. Maar na 20 jaar knoopjesverstelwerk heb ik het stilaan wel een beetje gehad. Waarom knaagt hij niet aan zijn nagels? Die groeien kosteloos en zonder echtgenootreparaties probleemloos terug aan! Waarom draait hij in een ontspannen- of thrillermoment geen pijpenkrullen naast zijn oren? Juist ja, het grijze haar wordt ondertussen niet lang genoeg meer en valt liever uit dan als ‘tic nerveux’ dienst te doen. Ik hoor hordes vrouwen zich nu bedenkelijk afvragen, waarom ik toch te klagen zou hebben, want zelf kunnen ze wel encyclopedieën volzeuren over alle ergernissen die hun wederhelften oproepen…Ja we weten ondertussen dat de meeste mannen geen lades en kasten sluiten en zich uit de situatie proberen te redden met: “Wat ik eruit gehaald heb, moet er straks toch terug in, dus liet ik ze maar gewoon openstaan.” Of hebt U ook zo’n exemplaar in huis dat na een afwasje, niets, maar dan ook letterlijk niets op de juiste plaats terugzet. U kookt al meer dan 30 jaar in diezelfde keuken, met dezelfde kasten waar alle huisraad, potten, pannen, tassen en koppen al gedurende het ganse huwelijksleven op identiek dezelfde plaats staan, maar manlief presenteert je na al die jaren nog steeds een afwas- huisraad- zoektocht. Of heb je ook zo’n slechthorende editie, die nooit luistert en alleen hoort wat hij wil horen. Dames, hoe we ook trachten hun gezellige oude dag met ons gezanik te verstoren,  besef voor eens en voor altijd; mannen blijven kleine kinderen en kunnen na de trouwpartij, en cours de route, nooit meer veranderd worden. Hoe groen al het houtwerk*, door alle ergernissen in de loop van de relatiejaren verkleurd werd, meestal is ‘what you see, is what you get and …even less’.  Dus zet ik voor de duizendste keer’ met liefde’ opnieuw een afgedraaid knoopje terug aan het hemd. Ik zet een streepje in mijn notaboekje en hoop dan dat manlief , met zijn discipline ‘knoopjes afdraaien’, ooit samen met de poging polonaisedansen, het langste traject dominosteentjes laten vallen, het meeste hamburgers eten, het langst op een paal zitten en het grootste kussengevecht op een dag in het Guinnes World Record boek zal mogen staan.   *groen hout zijn : ruzie tussen man en vrouw   Sim,                       4 augustus 2015 en op weg naar het wereldrecord!

Sim
0 0

Het motief

In onze zetel ligt een kussentje. Dat heeft mijn creatieve nichtje gemaakt. Vorig jaar voor Music for Life. Sewing for Life, heette haar bijdrage. Ik kon niet anders dan het kopen van haar, voor haar. Ze verdiende het helemaal. Dat het ook nog prachtig accordeert met de kleuren in onze living, dat was pure bonus. Dus reisde het kussentje vanuit België helemaal af naar Jordanië, en vond het een thuis in het kloppend hart van ons nest. Overdag slapen er poppenhoofden op, daar naarstig neergelegd en vergeten door de zorgende moeders die onze dochters zijn. ’s Avonds vleien wij er onze moeë rug tegen. Zoals zovele dingen, heeft het kussentje twee kanten en een binnenste. Lime groen aan de ene kant. Een stofje van fleece aan de andere kant. Naar de binnenkant heb ik het raden, zoals wel vaak. Er is geen voor- en achterkant, maar eerst was dat fleecen kantje bijzaak. Het was de limoengroene zijde die onze woonkamer alle eer aandeed. Had je mij gevraagd de andere zijde van het kussen te beschrijven, ik had het niet gekund.   Toen ik op een dag de school van dochter Julie binnenwandelde, ving ik in het voorbijgaan een glimp op van de berenbedjes die er in een lokaal klaar staan voor de kindjes in hun spel geveld. Enkele bedden waren bezet, zoals wel vaker aan het eind van de middag. Daar sliepen een paar van die donkere kopjes. Uitgeteld en opgekruld. En toegedekt onder een dekentje. Mijn ogen bleven aan het dekentje haken. Ik kon het niet goed onderscheiden. Omdat zo’n kamer met slapende kinderen een heiligdom is, ging ik niet binnen. De volgende keer keek ik wat beter. In het halfduister kwam de stof van de dekentjes mij vertrouwd voor. Vanwaar kende ik toch die zachtgrijze krinkelingen in dat pluizen wit? Toen ’s avonds mijn ogen nog eens door onze huiskamer zeilden, zag ik het. Hetzelfde fleecen stofje van de ene kant van het kussen. Globalisering dus. Klaarblijkelijk had niet alleen het kussentje gereisd. En dat hetzelfde motiefje ook nog een ander deel van Julie’s habitat inkleurde, dat vond ik wel een knusse gedachte.   De dagen kwamen en gingen. Tussen woonkamer en buitenwereld, kussen en deken, pendelden wij onze gewoonlijke routes. Met de dagen kwam en ging ook het nieuws. Er was ook nieuws dat bleef. En beklijfde. Toch voor even. Of waren het de beelden die bleven? Eerst boten onder de zon, dan treinen door de regen, en tenslotte lange stoeten, langs, op, en over afsluitingen, tot in de parken van ons vaderland. Toen zagen wij pas met hoevelen zij waren en hoe vol die treinen en boten moeten hebben gezeten: mensen van hun nesten en woonkamers ontdaan, op weg achter de hoop aan. De beelden regen zich aaneen. Elke keer keek ik wat beter. Of ik niet iemand herkende op die foto’s. Want door in Jordanië te wonen komen al die gezichten mij zo vertrouwd voor. Vooral de kinderen – zij kunnen de vriendjes van onze dochter zijn die zich gisteren nog in prinsessenkleren hulden en dartel door het leven gingen. En toen ik zo goed aan het kijken was, zag ik het plots overal opduiken. Hetzelfde motief. Op het dek van de boten, in de bermen langs de weg, over schouders, onder een hoofd, over een baby, een dood kind gelegd: de zachtgrijze krinkelingen in het pluizen wit van dat o zo gekende fleecen stofje. Globalisering dus. Klaarblijkelijk was ook dat bekende motief mee op de vlucht geslagen. Een stuk van onze living in die hallucinante beelden. Wat past niet in het rijtje.   Ondertussen zie ik wat minder van die fleecen dekens in het nieuws. Waar zouden ze allemaal gebleven zijn? Hoe dan ook, dat de zachtgrijze krinkelingen in het pluizen wit naar ergens anders dan de zelfkant mogen leiden.

Marjanne Sevenant
1 0

IK STAAK

Beste lezers die mij via mail of via mijn blog volgen, Jullie zullen gedacht hebben dat mijn fantasie opgedroogd was of dat ik minstens een writer’s block had. Niets is minder waar. IK STAAK. Jullie lezen het goed! Ik staak! Waarom ik staak? Daar moet ik nog eventjes heel diep over nadenken. Ik ben nogal trendgevoelig. De laatste maanden lijkt het modewoord in België, ‘werkweigering’ te zijn. Vier dagen in één maand tijd staakt men nu al in België. Men wil duidelijk niet meer werken en al zeker niet ‘langer werken’… Dus modebewust staak ik mee. Geen letter kwam er nog uit mijn PC. Ook ik heb recht op verontwaardiging en om af te geven op alles wat krom en scheef zit in onze welvaartmaatschappij. Op straat komen met een groot spanbord met daarop “Wij willen niet langer werken, of wij willen brugpensioen” is nogal hypocriet, want ik ben al een paar jaar met pensioen. Rond brandende autobanden gaan staan en roepen: ”Wij willen geen indexsprong” lijkt ook onrealistisch. Met ons povere pensioentje, zie je amper dat er jaarlijks index bij komt, dus zal die geplande indexsprong ons waarschijnlijk geen boterham minder doen eten. Wil ik een rijkentaks?  Eventjes nadenken…ben ik zelf rijk?  Meer tijd dan geld, zeg ik altijd. Mensen die van nul een firma opstarten, grote winst maken als ze deze verkopen, hiervoor vervolgens in België geen belastingen betalen, daar wordt schande over geroepen. Miljonairsvoetballertjes en wielrenners die hun geld in Monaco of in Luxemburg wegsassen, dat vindt men normaal en die belonen we dan nog eens met een ‘Gouden schoen’ of een beker ‘Sportman- of vrouw van het jaar’. Die  jackpotten  zorgen voor het zondagse vertier! Daar mag door het gepeupel niet aan geraakt worden. Geld is een vreemd goedje, als je het bewaart heb je er niets aan, als je het uitgeeft, ben je het kwijt. Waarom staak ik dan? Ik staak, omdat manlief  met een spiksplinternieuwe auto, in plaats van maar eerst na vier jaar, nu jaarlijks naar de autocontrole moet. Doordat wij bij aankoop van de wagen een gloednieuwe trekhaak lieten installeren en een caravan trekken, moeten wij nu alle jaren een controlebelasting in de regeringsla leggen. De autocontroleurs duwen eventjes op de trekhaak, schijnen met een zaklamp onder de auto zijn achterste en je mag langs de kassa passeren. Ik staak omdat ze in mijn achtertuin sociale woningen gebouwd hebben. Ik preutel niet over het idee ‘sociale woningbouw’ zelf en ook niet omdat het letterlijk in onze achtertuin staat, maar om de grandeur van de appartementen en de tuinen. Ik staak, omdat ik op het merendeel van de supergrote terrassen, hoofddoeken en schotelantennes zie verschijnen. Deze ‘kansarmen krijgen met ons geld, een riant beneden appartement met een tuin van 10 meter breedte en 25 m lengte onder hun zitvlak geschoven. Het zou met wat minder toch ook wel gaan zeker? Terwijl onze kinderen voor hun huis met tuintje, elke maand met moeite hun hypotheek aflossen en nagenoeg niets overhouden om voor een tweedehands auto te sparen, rijden deze ‘minderbedeelden’ plots rond in een Mercedes,in BMW’s met getinte ruiten en in SUV wagens. In één van de sociale tuinen staan plots drie moto’s, drie fietsen, twee grasmachines, een trampoline en een zwembad met een doormeter van 4 meter, helemaal tot de nok gevuld, met door de gemeenschap betaald, water! Daarom staak ik! Ik staak om het onrecht in de wereld. Omdat alle mensen die geloven niet genoeg bidden om God of Allah te overtuigen dat zij hun geloofswaanzinnige  achterban moeten trachten te stoppen. De gelovigen beweren toch dat hun God en Allah almachtig zijn..of niet? Waarom komen deze goden dan niet tussenbeide? Ik staak omdat overal ter wereld vrouwen  als vuilnis behandeld worden en kinderen sterven omdat ze willen leren.  Ik staak omdat de moslims niet massaal op ’t straat komen om met een heel luid roepend   “Not in my name” al die islammoorden te veroordelen.  Ik staak voor toestanden die er werkelijk toe doen, niet omdat wij een zuchtje van onze welvaart af moeten geven, zodat onze kinderen en kleinkinderen niet met gigantische schulden zouden moeten opgroeien. Dus ook ik leg het werk neer. Ik weiger nog één poot in de keuken te zetten. Ik weiger koffie te zetten en in mijn potten te roeren. Gedaan met kuisen voor dat kleine pensioentje. Ik weiger de wasmachine in en de afwasmachine uit te laden. Ik eis dat het werk als huisvrouw net als de job van de bouwvakker en de leraar als zwaar beroep erkend wordt! Het zal zelfs niet ophouden als ik 67 ben, het gaat gewoon door. Staken is staken! Manlief begrijpt het allemaal niet. Hij wil vooral geen olie op het stakersvuur gooien. Hij vraagt me heel zachtjes waarom ik dit allemaal op hem, de onschuldige brave ziel moet uitwerken? Wel, ook dat is een modeverschijnsel, medeburgers pesten om je gelijk te krijgen…en zoals ik reeds vertelde, ik ben heel trendgevoelig! Manlief kijkt me glimlachend aan: “Oké schatje er is nog plaats voor overleg aan de onderhandelingstafel! Wat denk je ervan, je wordt vandaag 63, dus vandaag geen ‘gekook’ en geen ‘gekuis’. Laat ons een beetje feestvieren en eens lekker bij de Thai gaan eten!” Als dit geen toegeving is?  Ik grijns van oor tot oor: “Yes, yes toch iets uit de stakingsbrand gesleept!” 17 december 2014 Jarige Sim  

Sim
0 0

DE BERG VAN BABEL

Een paar kilometer van de kust verwijderd, begint in Tenerife het lavaberglandschap. Steile rotsen, ingesneden door barranca’s (kloven) en afgewisseld met hoogplateaus reiken helemaal tot aan de krater. Alle wegen lopen hier niet naar Rome maar naar de hoogste berg van Spanje, de Teide. In de loop der jaren zijn de Canaries er zich bewust van geworden dat er ook toeristen zijn die meer verlangen dan alleen maar aan het strand of naast het zwembad te liggen zonnen. Sinds kort markeren ze wandelpaden met gekleurde streepjes of cijfers. Soms lukken ze erin om een volledige wandeling foutloos te bewegwijzeren, maar uit ondervinding weten wij, dat de gekleurde aanwijzigen of cijfers ergens op het traject op een mysterieuze wijze verdwijnen. Een paar keer zijn wij, bij vroegere wandelingen, hopeloos verloren gelopen. Zo hebben ook wij meer dan eens dubbele, niet geplande, afstanden gewandeld.  We laten ons echter niet meer beetnemen en hebben sinds enkele jaren een wandelkaart gekocht. De zon schijnt warm over onze hoofden en we puffen tussen de lavarotsen de berg omhoog. Klimmend als berggeiten steken wij onze wandelstokken tussen het lavagrind. Naargelang wanneer de vulkaan uitgebarsten is, variëren de kleuren van de lavastenen. Grote zwarte piekerige rotsblokken tot kleine ei- grote witte, roze/roodbruine naar azulejos blauw/groene lavabrokken. Naargelang het stijgende pad steiler en steiler en de lucht op deze grote hoogte van ca. 2500 meter ijler en ijler wordt, vertraagt het wandelritme en dreunt ons hart sneller in onze oren. Op elk plat plateautje houden we eventjes halt om te drinken en om ons hartritme terug op mensenniveau te krijgen. Rond het middaguur komen we aan een wandelkruispunt waar de gekleurde streepjes en cijfertjes weer onvindbaar zijn. Wij zoeken hier een min of meer platte lavasteen uit en laten ons vallen  om te picknicken. We zullen daarna onze wandelkaart raadplegen. Achter ons komen een paar echtparen de berg opgeklommen. In de stilte van de ijle berglucht zweven Duitse, Scandinavische en Franse woorden onze richting uit. De Duitsers struikelen bijna over onze voeten .Ondanks hun omvangrijke buikenomtrek denderen zij ons op een marsritme als blinde moffen (heu sorry) mollen voorbij. Zij kregen met de moedermelk vermoedelijk de basisbeginsels van het wandelaarjargon niet mee. Nu moet men niet zoals de Oostenrijkers overdrijven en alle tien stappen god met hun Grüss Gott aanroepen, maar met een Spaans ola, een halo of een universeel vriendelijk knikje kom je als kruisende wandelaar toch ineens een stuk sympathieker over. De Franse man hijgt calorieverbrandend  het bergpad op. Hij ziet knalrood van inspanning. Het zweet gutst van zijn onbeschermde glanzende kale hoofd.  Ik hoop alleen maar dat hij op onze hoogte geen hartinfarct krijgt. Van de tegenovergestelde richting naderen twee jongelui. Een prachtig gebruinde jonge man en een jonge vrouw met benen tot aan de hemel. Haar short bedekt amper de ronding van haar achterste. Haar borstjes wippen als puddingen op en neer.  De zon weerkaatst blauw op haar lange pikzwarte haar dat ze telkens heel sexy naar achter zwiept. Geen druppel zweet is op haar mokkakleurige lichaam te bespeuren. Zij heeft twee koolzwarte oogjes, een redelijk grote neus en parelwitte tanden in een glimlachende mond.  Manlief staart haar vol bewondering aan. Als ik vraag of zijn pornografische voorstellingen voer voor publicatie zijn, lacht hij: “Het is wel duidelijk dat als je mooie vrouwen wil zien, je niet gedurende deze senioren- overwinterperiode op het strand moet rondkijken. Het is niet omdat ik wat ouder word, dat ik niet kan genieten van een Miss Spanje die hoog op de berg mijn pad kruist. En, daarbij, je weet dat ik van grote neuzen hou.” Dat is voor mij, die met Pinokkio een spelletje ‘om ter langste’ zou kunnen spelen, weeral een geruststelling.  De zes wandelaars houden halt op ons vier- armenkruispunt en zoeken allemaal een stukje in allerlei richtingen naar de ontbrekende kleurige aanwijzingen. Er ontstaat een Babylonische spraakverwarring als ze elkaar om raad vragen. De jongelui zijn Spanjaarden, die enkel een woordje Engels lispelen. Het ene koppel blijken Noren te zijn, die een mondje Duits spreken. Het andere koppel zijn twee Fransen, die alleen…Frans praten. Alle zes proberen ze elkaar te begrijpen. Ze wijzen naar alle mogelijke richtingen maar slagen er niet in, aan elkaar een zinnige uitleg te geven. Het enige woord waar ze het over eens zijn is ‘senderos’, wandelweg. We zien de vraagtekens in de blauwe hemel opstijgen. In welke taal zij ook praten, wij begrijpen elke zin die de berglucht in zweeft. Wij zitten een beetje te grinniken om de pantomime op de berg van Babel!  Eerst negeren ze de twee op de lavastenen zittende sandwichknabbelende wandelaars maar als ze de wandelkaart op onze knieën zien liggen beginnen ze taalbarrièrebrekend  naar ons te glimlachen. Manlief kan het niet laten en roept in het Frans, Duits, Engels en in ‘t Spaans dat hij eventjes met de wandelkaart zal komen. De wandelaars kijken hem vol ongeloof aan. Als ik manlief dan nog iets in het Vlaams naroep, kunnen ze helemaal niet meer plaatsen waar wij vandaan komen.  Meertalig wordt de wandelkaart bestudeerd. Wij fungeren als vertalers tussen dit bonte allegaartje. Onze borst zwelt als ze vragen hoe het toch mogelijk is, dat wij Vlamingen al die talen kennen?  Met een zekere trots verklaren wij dat wij ons zelfs met een beetje Italiaans ook verstaanbaar kunnen maken. De Noor lacht en zegt in het Duits: “Prachtig, zes talen maar Noors kennen jullie niet hé?”. Ik glimlach en zeg stralend een van de zinnen die nog uit een ver verleden in mijn hoofd zijn blijven hangen: “Jeg forstår og snakke litt norsk .“* De mond van het Scandinavische koppel valt open. Ik ga onmiddellijk verder met de tweede zin die ik nog ken: “Min ex mans mor e fra Trondheim.”*.  Nog voor de Noren de kans krijgen om van blijdschap in zwijm te vallen en hun levensverhaal op mij af te vuren, spoort manlief ons aan om de wandeling verder te zetten. Hij weet ondertussen wel dat mijn Noorse talenkennis maar uit drie zinnen bestaat. We stappen verder het lavapad af.   Ik kan het niet laten en draai me om, wuif naar de Scandinaven en roep mijn laatste zin: “Beholde deg godt!”* Het Franse echtpaar besluit, gezien het warmlopen van monsieur en zijn niet hittebestendige en overkokende  hersenpan, rechtsomkeer te maken. De Spaanse jongelui huppelen hand in hand verder heupwiegend de berg af. De Noren twijfelen nog of ze de grote of de verkorte versie van het wandelpad zullen afmaken en roepen nog “Takk”* naar ons. Nog één Noors zinnetje borrelt nog in mijn spraakcentrum omhoog: “Vaer sa god!* Al deze talen op een vierkante meter, hoe is het toch mogelijk? Ja, weten jullie nog dat verhaaltje van de Toren van Babel?  Verschillende volkeren bouwden in volledige samenhorigheid  in Babylon een hele hoge toren die tot aan het hemels paradijs zou moeten reiken. God hield de bouwwerkzaamheden angstvallig in het oog. Nooit zou hij toestaan dat de toren tot aan zijn voordeur zou komen en er allerlei bouwvakkers in zijn voortuin zouden bivakkeren. Een van zijn slechte karaktertrekjes kwam boven en vanaf zijn wolk in de hemel bliksemde hij zijn toorn over deze metselende volkeren. Vanaf dat moment zouden zij allemaal een andere taal spreken. Plots verstonden de architecten, de aannemers en de metselaars elkaar niet meer.  Het werd een Babylonische spraakverwarring en na een daverende ruzie werd de bouwwerf  stilgelegd! Vanaf dan spraken alle mensen op aarde verschillende talen en verspreidden ze zich over de ganse aarde. Leuke vent hé? Nu ging het eens de juiste richting uit! Ja, van een slecht karakter gesproken. Dat verhaaltje van Adam en Eva en die appel is nog zo iets. Eva dacht:  “A apple a day, keeps the doctor away!” Zij plukte die appel dan nog niet voor zichzelf, maar voor Adam. Maar dat was buiten de wil van God gerekend hoor. De twee geliefden werden uit het paradijs gegooid en om Eva extra te straffen zouden vanaf dan alle vrouwen in geweldige pijnen kinderen baren. Sadistisch machotrekje? Vindt de helft van de bevolking dit nu nog zo’n leuke man? En dan dat spelletje met Maria en Jozef. Maria zwanger maken en negen maanden met een dikke buik, als overspelige maagd laten rondlopen terwijl hij wist dat Jozef zijn vruchtbaarheiddatum al lang verstreken was. Drieëndertig jaar later liet hij zijn enige zoon aan het kruis nagelen. Het moet je vader maar zijn! Je zou bijna schrik krijgen, als hij op zondagochtend na het klokkengelui, juist jouw gebedje er uit de miljoenen andere zou uitkiezen om er zich een beetje mee te amuseren. Hopelijk verstaat hij zelf al die mensentalen nog een beetje, een verkeerde vertaling en je hebt de poppen aan het dansen.  Babel, Babel, babbel, babbel!   *Jeg forstår og snakke litt norsk. Ik versta en spreek een beetje Noors *Min ex mans mor e fra Trondheim. Mijn ex-man’s moeder is van Trondheim *beholde deg godt. Houdt jullie goed *Takk  bedankt *Vaers sa god  aub   Sim,  Tenerife 3 maart 2015

Sim
6 0

voor mama

  geboren in de stad heel het leven één groot gat iedere keer opnieuw nieuwe dag nieuwe start elke dag stoned elke avond zat ik wou dat ik gewoon een normaal leven had geen gevoel, geen emotie, geen besef dat ik leef het is die gedachte waar ik nu om beef maar de fouten zijn geheim, ik zet mijn masker op ik moet het voorbeeld geven, opgezette pop   ik leef ik zweef sta op uit deze droom leef in de werkelijkheid gewoon ik doe mijn best om beter te zijn voor jou en voor mij en ik weet het doet pijn om te denken aan het verleden en hoe het zou moeten zijn maar ik beloof jou nu de toekomst staat klaar dit hoofdstuk is nu voorbij   proberen te leven, te nemen, te geven dat wordt vandaag mijn nieuwe streven iedereen maakt fouten, dat is normaal maar leer eruit, herpak je, het komt goed allemaal het leven is zo kort en we hebben er maar één dus sta op en ga ergens anders heen maar de fouten zijn geheim, ik zet mijn masker op ik moet het voorbeeld geven, opgezette pop   ik leef ik zweef sta op uit deze droom leef in de werkelijkheid gewoon ik doe mijn best om beter te zijn voor jou en voor mij en ik weet het doet pijn om te denken aan het verleden en hoe het zou moeten zijn maar ik beloof jou nu de toekomst staat klaar dit hoofdstuk is nu voorbij   zoveel fouten, zoveel kansen, niet gegrepen zoveel tranen, zoveel pijn gebroken harten, iedereen vergeef me, ik heb spijt   ik leef ik zweef sta op uit deze droom leef in de werkelijkheid gewoon ik doe mijn best om beter te zijn voor jou en voor mij en ik weet het doet pijn om te denken aan het verleden en hoe het zou moeten zijn maar ik beloof jou nu de toekomst staat klaar dit hoofdstuk is nu voorbij

Mia
1 0

IL FAUT DE TOUT POUR FAIRE UN MONDE

Elk jaar opnieuw eindigt het toeristenseizoen in Grau du Roi met plaatselijke feestelijkheden.  De Camargue- cowboys laten de laatste weken van september hun stiertjes weer in formatie door de straten van het stadje richting de arena lopen. Op elke hoek van de straat speelt er een opzwepend Camargue orkestje vrolijke Gipsy King melodietjes. De feestvreugde zit er goed in. We zoeken ons een zitplaatsje langs het parcours waar we de stierenloop en de passanten goed kunnen bekijken. Buiten de nog min of meer normaal uitziende bruine septembertoeristen en de mensen, die hier hun weekendhuisjes hebben, worden de straten overspoeld door allerlei soorten malloten. Het lijkt wel dat alle instellingen, inrichtingen, gevangenissen en verbeteringsgestichten, van Grau en omstreken, al hun patiënten en gedetineerden gezamenlijk een weekendje vrijaf gegeven hebben. Langs het parcours staan overal dranghekken zodat niemand gevaar zou mogen lopen om door een losgebroken stier verpletterd te worden. Alhoewel er in vijf talen verwittigd wordt dat je tijdens de doortocht van de stieren achter de dranghekken moet plaatsnemen, houden alleen de meeste toeristen zich aan de opgelegde regels. De meeste habitués blijven onverstoord in het midden van het stratenparcours rond kuieren. Tussen de menigte feestgangers schuifelen zigeuners die iets minder in de stierenloop geïnteresseerd zijn. Wij kijken onze ogen uit. Je houdt het niet voor mogelijk wat je allemaal aan menselijke mafkezen ziet voorbij slenteren. Dikbuikige borstenmannen in slank makende zwarte T-shirts waarop in fluo letters Quick Silver staat, deinen voorbij. Aan hun waggelende eendenstap is echter niets kwieks meer te bespeuren. Het eerste kanonschot klinkt om iedereen te verwittigen dat de abrivados (stierenlopen) van start  gaan. De eerste Camargue- paarden met stiertjes hollen door de straten. Ze moeten echter om de haverklap vertragen omdat de menigte maar heel traag uit elkaar splijt om daarna als magneetdeeltjes terug in het midden van de straat bij elkaar te klonteren. Manlief tikt me met zijn knie aan en knikt met zijn hoofd naar de richting die ik moet kijken. Een jonge vrouw draagt een half doorzichtige lichtroze jurk waarbij je door de wiebelende vetlagen haar voorkant niet meer van haar achterkant kan onderscheiden. Haar hoofd is zonder hals of nekpartij op haar lichaam geperst. Onder haar veel te strakke jurk kan je soms haar sinaasappelnetjes zien schommelen, met juist boven de knieën de enige overgebleven pompelmoezen. Haar met glitterspeldjes opgestoken haar lijkt op een gigantische witte suikerspin. Aan elke hand, van haar zwaaiende lillende armen, bengelen en jengelen twee toekomstig obesitasjes . Haar treuzelman schuifelt achter hen aan terwijl hij in een broodje hamburger bijt. Hij draagt een T-shirt vol ketchupvlekken met de opprint “I am the most wanted man”. Het zal wel! Manlief kan zijn lachen niet inhouden. Ze lopen met zijn vieren in het midden van de straat, blokkeren met hun uitgezakte lichamen de volledige doorgang en waggelen op het laatste moment uit elkaar als de paarden- en stierenformatie op enkele meter van hen verwijderd is. Een paar Oostblokkers staart met half gesloten ogen, al een beetje onder invloed, naar de langs drummende mensen. Zij drukken grote blikken bier tegen hun getatoeëerde blote torsos. Hun twee tronies doen vermoeden dat ze in alle landen van de Europese Unie gezocht worden. De kale zwaait met zijn knalrode T-shirt als een toreador over en weer.  Eens de cowboy- stierencombinatie bijna op zijn hoogte is, stopt hij uit schrik dat de stieren daadwerkelijk op de rode lap zouden reageren, vlug zijn shirt achter zijn rug.  De tweede heeft in beide oren oorringen die nog groter zijn dan champagne kroonkurken. Langs elke kant van zijn mond heeft hij grote schroeven door zijn lippen.  Hij draagt zijn pet achterstevoren op zijn weggeschoren haar. De stupiditeit druipt van hun gezichten, maar ze vallen totaal niet op tussen de andere wachtende simpele carnavalsgekken. In de verte komen er twee overjarige tweelingbroers aangeslenterd. De eerste grijze broer heeft in zwart Afrika een jong, maar heel lelijk groen blaadje op de kop kunnen tikken. Ze lijkt op een overrijp vruchtbaarheidsbeeldje. De papa/opa draagt een joelende, op en neer wippende, halfbloedpeuter op de schouders, die te pas en te onpas krijst, dat de stiertjes op komst zijn. Papa kijkt trots, mama strijkt over haar dikke buik en kijkt verveeld. De tweede broer draagt een bruine cowboyhoed en een shirt met het logo van het whiskymerk JB. Over zijn buik staat de Franse vertaling van die twee letters J B: Jeune et Beau, jong en mooi. ‘Wishful thinking!’ Het is duidelijk dat deze man thuis geen spiegels heeft hangen. Ook hij, heeft zich ergens in Azië een bruidje aangeschaft. Dit kleine tengere kindvrouwtje stond vermoedelijk ook niet op de voorste rij toen de schoonheidsidealen uitgedeeld werden. Beide geïmporteerde vrouwtjes doen niet onmiddellijk aan seksuele uitwisseling denken.  Manlief klopt me op de arm: “schoon volk op kwart voor twaalf!”. Ik draai mijn hoofd om en zie een paar prachtige jonge vrouwen onze richting uitkomen. Korte shorts tot net op de bilronding, lange benen, hoge plateauschoenen, rondzwiepende haren, oorringen die glinsteren in de zon en behoorlijke toeters. Ze vallen zo totaal uit de toon tussen al die dorpsgekken dat ze door de mannen bijna als een bezienswaardigheid nagekeken worden. Ik wijs manlief erop dat de meiden echter hand in hand lopen en met een sprankelende verliefde puberblik naar elkaar lachen. Zo zie je maar..! Achter de meisjes, wankelt een anorexia dame voorbij op meer dan 10 cm hoge hakken. Zij draagt een heftig flitsend knaloranje fluo- bloesje en een heel spannende latexbroek met tijgerprint, die haar knokige billen alleen maar benadrukt. In haar luciferstokjes- arm houdt zij een bibberend Chiwawa hondje. Met haar vrije hand houdt ze haar naar voren waaiende, uitgeplozen blonde paardenstaart uit haar strakgetrokken aangezicht. Eventjes vraag ik mij af of er ook een meneer anorexia is, of heeft die misschien het hazenpad gekozen, op zoek naar zachtere en malsere oorden. Recht over ons staat er een man met een gigantische zwarte punkerhanenkam. Het blijft voor mij nog steeds een raadsel hoe hij zijn haar, met de hier vrij hevige mistralwinden zo recht kan laten staan. Hij staat al geruime tijd ongeïnteresseerd en verveeld naar zijn schoenen te staren, alsof hij verwacht dat de stieren tussen zijn tenen uit gaan springen. Zijn vriendin, waarmee hij hand in hand staat,  heeft lang roombotergeel engelenhaar dat tot over haar billen golft. Zij draagt een lange witte jurk met vaalgele plekken, alsof iemand haar onder gepiest heeft. Haar armen zijn spierwit en steken behoorlijk af tegen de andere diepbruine vakantiearmen. Regelmatig stapt ze naar het midden van de straat om te kijken of de volgende stieren nog niet in aantocht zijn en dweilt hierbij met haar jurk over de paardenstronten. We zien alleen haar achterkant die ons aan een perfect madonna beeld doet denken. Als de paardenformatie voorbij galoppeert, draait ze zich eindelijk om. Het is alsof ze als figurant weggelopen is uit de vroegere spokenserie, de Adams Family. Zij heeft een doorschijnende witte huid en in haar grote decolleté bollen twee halfblote gelatineborsten, waarop een schorpioen getatoeëerd is.  Haar ogen heeft ze met zoveel eyeliner en mascara bewerkt dat ze op een ziekelijke panda gelijkt.  Een van hun vrienden heeft al zijn hoofdhaar laten wegscheren op een pluk na. Die kleeft van op zijn voorhoofd als een vettige pladijs over zijn hoofd en eindigt achteraan in een knoetje zo groot als een druif waar een roze elastiekje omheen zit . Waar zijn short eindigt, beginnen de blauwe inkttekeningen, helemaal tot in zijn zwartgelakte schoenen. Als de stiertjes voorbijlopen, gaan de haantjes van Grau erachteraan. Met veel jong machovertoon trekken de jongens aan de staarten van de dieren. Het tonen van deze bravoure zal hun tijdens de rest van het schooljaar vermoedelijk een zeker heldendomprestige opleveren. Iets verder, naast ons, staat een tandeloze Graulien te roepen. Zijn feestenthousiasme is al behoorlijk opgeklopt met de nodige pastisdrankjes. Hij is blijkbaar ook één van de dorpsidioten die hun medicijnen vergaten in te nemen. Met zijn één nog resterende tand, zo groot als een grafsteen, grijnst hij naar de wachtende feestvierders en roept hij allerlei wartaal. Hij draagt een scheefgezakte kapiteinspet op zijn woeste grijze haardos. Zijn blauw en wit gestreepte zeemanstrui steekt in een bermudabroek met levensgrote ananas printen. Juist voor de volgende stierenloop door de straten raast, komt er een bejaard echtpaar uit een huisje dat zich langs het parcours bevindt. Ze waren beiden ergens in het Elvis tijdperk blijven steken. Het lijkt wel of ze juist van een verkleedpartijtje komen. Hij heeft gigantische zwartgeverfde bakkebaarden die elkaar bijna onderaan zijn kin terug tegenkomen en een royale zwarte vetkuif. Zij was waarschijnlijk vroeger een aandachttrekkende moordgriet met lange rode haren. De jaren hebben echter hun werk gedaan en de neplederen franje overgooier past totaal niet over haar rode bloempjesjurk. Haar rossige haar is op de zijkanten bijna helemaal weggeschoren en de resterende bos krullen boven op haar hoofd is knalrood geverfd. Manlief heeft het eventjes niet meer en allebei schateren we het uit. Een tweede kanonsknal weerklinkt en dat betekent dat de abrivados eindigen. Ik kan best begrijpen dat jullie denken dat ik lichtjes overdrijf.  Om de waarheid van dit verhaal te kunnen geloven, moet je deze freakshow echter wel met je eigen ogen gezien hebben. Ik kan niet van elke randdebiel een foto maken want dan zou er ondertussen al lang een prijs op mijn hoofd staan. Het is bijna onbeschrijfelijk hoe de plaatselijke inteelt hier jaren zijn sporen achtergelaten heeft. Het zou geen slecht idee zijn als de Franse overheid alle asielzoekers, die zich in Frankrijk willen vestigen, zouden verplichten om dit weekeindje tijdens het Zuid Franse “la fête du Grau du Roi!” een kijkje te komen nemen. Elke vluchteling met een gezonde dosis intelligentie zal volgens mij hierna tweemaal nadenken. Wil hij wel integreren tussen zo’n zootje schlemielen? Ik zou het volledig begrijpen als de asielzoeker, na het bekijken van al deze psychisch gestoorden, zich zo snel mogelijk uit de voeten zou willen maken. In plaats van zijn vingerafdrukken te laten nemen en zich te laten registreren zal hij plots, luid jammerend en huilend terug de Middellandse Zee induiken en onverwijld terug naar het oorlogsgebied zwemmen.   Sim,                                 Grau du Roi 18 september 2015  

Sim
48 0

HOMO'S

Ik hoor jullie al denken: “Waar waagt ze zich nu weer aan. Waar gaat ze nu weer over schrijven?”  Ik ken teveel ‘gayboys’, lesbiennes of mensen die langs twee seksuele walletjes willen eten, om deze vriendenkring te willen schofferen. Dus nee hoor, ik wil gewoon schrijven over de homo, met als enige juiste vertaling ‘de mens’. Vorige week las ik in de krant dat men in Ethiopië opnieuw een stuk skelet gevonden heeft. De beenderen van deze homo blijken nog 400.000 jaar ouder te zijn dan de vorige menselijke resten, die men reeds op meer dan 2,8 miljoen jaar oud gedateerd had. Na de eerste van aap tot mens getransformeerde homo’s kwam de homo erectus. Nee hoor weer mis gedacht. Ik heb het hier niet over dat stukje mannelijk aanhangsel dat te pas en te onpas in erectietoestand komt of niet meer wil rechtop staan, maar over de mens die gewoon rechtop ging lopen. Op deze manier kon hij zijn handen gebruiken en ontwikkelde hij langzaam zijn hersenen. Men noemde hem nu de homo sapiens, de mens die denkt, de mens die weet. Jarenlang heeft men ons allemaal  onder deze ene noemer gerangschikt. Ik ben er echter zeker van dat onder deze homo sapiens ondertussen verschillende onderverdelingen ontstaan zijn.   De eerste groep is de HOMO MARGINALES. Sinds de homo sapiens bestaat, is dit de groep die zich het meest op deze aarde verspreidt. Je vindt ze overal en eender waar. Het is de groep homo sapiens die overal lak aan heeft en die tijdens het uitdelen van de hersens ergens heel ver achteraan gestaan heeft. Dus het woord  homo sapiens is al een veel te strelende benaming voor deze groep mensen. Zo ook hier op Tenerife hebben zij zich al vrolijk jaar na jaar vermeerderd. Als je hier in de urbanisaties aan de Costa del Silencio rondloopt, kom je deze debielen zonder uitzondering dagelijks tegen. De Europeanen die om de één of andere dubieuze reden in deze zonnige uithoek bleven hangen. Zij huren appartementjes met lage huurprijzen, hebben geen verwarming- en kledingkosten. Ze zien er niet uit dat ze de praktijk van de tandarts en de haarkapper plat lopen en trachten met hun elders opgebouwd minimum pensioen hier te overleven. Hun enige zorg is het dagelijks innen van het statiegeld van de lege bierflessen, zodat ze hun volgend drankfestijn bij enkele dolgedraaide en doorzopen vrouwmensen kunnen financieren.  Elke avond is er dan ook ergens een fiësta marginales. De grootste groep marginales komt hier echter zonder twijfel uit Engeland. Het zijn meestal uitgezette moddervette haantjes, die niet van de Engelse straat geraken en de vooropgezette huwbare jaren al geruime tijd overschreden hebben. Zij trakteren zich in groep op een zuipvakantie in Los Cristianos, waar ze met de Engelse pond het driedubbele aan bier kunnen verzetten.  Ze hijsen zich tegen het middaguur uit bed en slenteren met een nog niet verteerde discoroes naar het eerste beste terras. Ze zwalpen rond in bloot bovenlichaam met alleen een shortje, zodat iedereen hun volgetekende armen en benen kan bekijken. Op de terrassen, volledig gericht op de Engelse toerist, kan men voor 2.5 Euro een English breakfast bestellen. Voordat deze Britse eilandbewoners zich opnieuw met alle mogelijke alcohol laten vollopen, eten ze eerst twee toasten, twee gebakken eieren, twee stukken spek, een bord vol bonen in tomatensaus geflankeerd door twee worstjes en een handvol frieten drijvend in een pollepel olie en vet. Daarna begint opnieuw het hijsen van de literglazen bier. Met een achttal maken zij zoveel kabaal als een volledig bus met hyperkinetische schoolkinderen. Lachend met hun boeren en winden overstemmen ze de achtergrondmuziek van de plaatselijke Julio Iglesias. Nadat ze elk zo’n drie liter klef warm bier naar binnengegoten hebben, staan de pappige ‘would be body builders’ knikkebollend op en schuifelen naar het strand. Daar laten ze zich op hun handdoeken vallen. De zon brandt hard op hun witte blubberende lichamen. Al snel draaien ze zich op hun buik. Op het ritme van hun beschonken gesnurk, deinen hun getatoeëerde ruggen als stripverhalen op en neer. Acht blauwzwarte Chinese inktruggen, vol ankers, bliksemschichten, schorpioenen, vuurspuwende draken, spinnenwebben, op elke schouder een engelenvleugel, vrouwennamen , schele Jezus hoofden, Chinese onleesbare tekens en zinnen en doodshoofden, krijgen na een uurtje bedwelmd zonnen een knalrode achtergrond. Door de hitte verschrompelt hun ene hersencel tot de grote van een rozijn. Als hun ochtendmarinade bijna verdampt is en ze hun strandroes uitgeslapen hebben, is het bijna aperitieftijd. Ze kloppen het zwarte lavastrandzand van hun identiek gekleurde billen en benen en zwalpen luid geeuwend tussen de wandelende toeristen richting terrasjes. Als ze met veel lawaai tafels en stoelen bij elkaar schuiven, zie je de paniek in de ogen van de seniorenbond, die met veel moeite een dinerplaatsje in de schaduw bemachtigd heeft. De paella, die met Spaanse gitaarmuziek naar het bejaardentafeltje gebracht wordt, heeft door het gejoel van de Engelse zuipschuiten al op voorhand alle glans en smaak verloren. Bij de Union Jack-feestvierders gaat er regelmatig een glas tegen de vlakte en loopt het bier tussen de askegels van de morsige tafel. Met een mengeling van Mojito’s, Cuba Libres en liters bier worden vervolgens acht vettige hamburgers, ketchup en friet besprenkeld met azijn doorgespoeld. Vol geroep en getier worden de onbereikbare voorbij slenterende vrouwenborsten en het Britse voetbal besproken. Later die nacht, zal je deze Engelse homo marginales, na een avondje comazuipen, kotsend, brallend en ruziezoekend tegen de gevel van hun hotel of één of andere discotheek terugvinden. En dan heb ik nog niet geschreven over al die andere homo marginales-  groepen zoals de voetbalhooligans, de Hells Angels, de nazi- groepen, de pesters en de parasiterende onterecht alimentatieontvangende ex-vrouwen die onder de zelfde noemer voortleven.   Als tweede hebben wij de HOMO CREATOS. Zoals zoveel mensen de zin van het leven zoeken, zo zoekt de homo creatos in de godsdienst de zin na het leven. Men belooft de homo creatos allerlei hemelse tombolaprijzen, zo lang ze tijdens het leven maar tussen de godsdienstige lijntjes kleuren. Van hen wordt verwacht dat ze gaan en zich religieus zoveel mogelijk vermenigvuldigen. Zo worden ze met allerlei verhaaltjes, sprookjes, religieuze mist en antieke thrillerscenario’s om de oren geslagen. De angst voor de dood en de verdere verwijzing naar de hemel en de hel gaat een groot deel van hun leven op aarde bepalen. Ze moeten hun 70 maagden, hun zalig- en heiligverklaringen, hun eeuwigdurend rondzwevende zieltjes en het beloofde weerzien met vroeger ten hemel opgestegen familie en vrienden in het paradijs, tijdens hun leven op aarde verdienen. Wat men in de Vlaamse Christelijke kerken als hiernamaalshoofdprijs aanbiedt is een stuk minder interessant. Wie wil er nu voor een bord rijstpap met gouden lepeltjes zondeloos leven? Ik begrijp echter niet dat de mensheid, ondanks alle mogelijke wetenschappelijke bewijzen, nog steeds niet wil inzien, dat de goden de homo sapiens niet gecreëerd hebben, maar dat de homo creatos al deze goden zelf in het leven geroepen heeft om de mensen volledig onder de goddelijke duim te houden. Maar de homo creatos is meestal gelukkig in zijn geloof en vindt in een mogelijke tweede kans waarschijnlijk een troost. De homo creatos is in mijn ogen een zwevend wezen, waar de sapiens een heel klein beetje zoek is, maar zolang ze mij er niet van willen overtuigen vind ik het al lang goed.     De derde groep is de HOMO TERRORISMOS. Dit zijn meestal de homo’s die braaf onder het juk van de homo creatos begonnen zijn, maar die door indoctrinatie, frustratie en jaloezie nog een stap verder gaan en iedereen willen meesleuren in hun geloof en politiek denken.  Je vindt ze niet alleen in het Midden Oosten want waar ook op aarde men fundamentalistisch met zijn religie of politiek bezig was, begon men elkaar uit te moorden.  Veel meer ga ik over de homo terrorismos niet meer schrijven want ik gun ze geen forum of publiciteit. Op Face-boek zou ik ze direct blokkeren, unliken en ontvrienden.   En dan de vierde afsplitsing de HOMO NORMALES. Via alle mogelijke televisieprogramma’s, radio-interviews, kranten en glanzende weekbladen, worden wij dagelijks overspoeld met de drie vorige vormen van homo’s. Als ik hier in de drukke toeristencentra rondkijk, ben ik er meer en meer van overtuigd dat deze homo normales spijtig genoeg een uitstervend ras is. De homo normales wordt, als hij niet assertief genoeg is, volledig door de homo marginales verdrongen. De homo creatos drijft de homo normales bijeen in kerken,moskeeën, synagogen en tempels om hun toch te overtuigen van het leven na de dood. De homo terrorismos tracht al eeuwen lang, waar ook op de aardbol, alle politiek-  religieus- en andersdenkenden, volledig zonder tegenspraak uit te roeien. De homo normales staat volgens mij op de lijst van de bedreigde diersoorten, juist achter de Indische tijger en voor de witte neushoorn. Willen er binnen een paar eeuwen nog wat normale mensen op deze aardbol rondlopen, zal men een uitgekiend kweekprogramma moeten uitwerken!  Anders zullen binnen een paar eeuwen de restanten van de homo sapiens/homo normales nog enkel als een paar botten en skeletten in de musea te bewonderen zijn. Musea die waarschijnlijk nooit door de homo marginales, de homo creatos en de homo terrorismos bezocht zullen worden.

Sim
12 0

OVER HIGH-TECH, TV FANATEN, DIGIBETEN EN OUDERE MAMA’S

Enkele maanden geleden kregen wij van onze provider Telenet een brief. Ons vertrouwd digiboxje moest vervangen worden. Telenet verwachtte van al zijn klanten, dat ze niet meer gewoon, maar met zijn allen in HD (High Definition) televisie zouden kijken. Dus mochten wij gratis onze nieuwe HD box in een van hun winkels afhalen. Voor de meeste senioren klinkt elke verandering in het High-Tech bestand als een rampscenario. In een donkere hoek van onze living staat een trapeziumvormig kastje. Hierop staat de televisie. In het kastje staan de dvd recorder met daarboven het digiboxje. Onderaan in de kast, achter de deurtjes  bevinden zich de radio en de cd speler. Alle elektriciteitssnoeren, scart kabels, verbindingen naar luidsprekers, aansluitingen naar het internet en digitaal kijken wurmen zich door een 7 centimeter cirkelvormig gaatje in de achterwand . Achter de kast bevindt zich een kluwen van snoeren, adapters, verstekdozen en een scart verdeelbox. Geen kat die nog wist hoe de vork aan de steel zat.  De omwisseling van de digiboxen werd dus zo lang mogelijk uitgesteld. Manlief sputterde al op voorhand: “Stel je voor dat het mislukt en ik straks al het voetbal moet missen!” De complete technische analfabeet die al lang blij was als hij ’s avonds de televisie en digibox zonder problemen kon opstarten en zappend de avond doorbracht, sloeg al in paniek. Eens het zomerse voetbal voorbij en op risico van afsluiting van het net, moesten wij dan toch zonder verder uitstel de Telenet koe bij de horens vatten.   Ik trok de verouderde digibox uit de kast en tekende, voor alle zekerheid op een papiertje, hoe alle aansluitingen in elkaar zaten. Ik schoof het televisiekastje zoveel mogelijk uit de hoek, wiebelde met de digibox om het juiste snoer via het kleine gaatje uit het stopcontact te halen. Alle connecties van en naar de Telenet wandcontactdoos en de scart aansluiting uit de dvd recorder werden met enige twijfel uit elkaar gehaald. In de Telenet winkel kregen wij een grote doos met een spiksplinternieuwe HD digibox inclusief allerlei vreemde snoeren.  Terug thuis plugde ik in het donkere hoekje al de kabels en de scarts op identieke wijze terug in de moderne digitale aanwinst. Wonder boven wonder leek alles terug te functioneren! De televisie gaf volgens ons een dieper beeld, de dvd recorder nam programma’s op en speelde ze zonder problemen af. Yes, Yes! Mama had het voor elkaar! De volgende zaterdag kwam zoonlief en familie naar ons afgezakt. Ik vertelde vol trots hoe ik onze nieuwe HD digibox zonder problemen helemaal alleen geïnstalleerd had. Kleinzoontje wilde tekenfilms kijken en mocht van ons de televisie aanzetten. Zoonlief bekeek het scherm en verklaarde dat onze televisie helemaal geen HD signaal doorkreeg. Hij vroeg of we geen HDMI kabel meegekregen hadden. Voor ons technische klunzen klonk dit als Chinees, HDMI nooit van gehoord!  In de lege Telenet doos zaten inderdaad nog een paar niet gebruikte en voor ons totaal overbodige snoeren. Zoonlief zou dit eens eventjes, ongevraagd, voor ons in orde brengen. Mijn zoon, de jongere generatie, die opgegroeid was met de computer, de tablet,  het internet, de smartphone, games, apps en het volledige digitale aanbod zou zonder problemen alle High-Tech problemen eventjes voor ons oudjes oplossen! Vol vertrouwen bekeek ik het wonder der techniek dat ik 37 jaar geleden op de wereld gezet had. Hij wurmde zich met zijn 1,84 m achter het televisiekastje en trok alle scart verbindingen uit. Hij zwoegde in de donkere hoek met de kabels die als een hoop wormen door het kastgaatje naar buiten bengelden en plugde de HDMI kabel in. Vol trots zei hij: “Zie je nu mama, dat is nu HD resolutie!” Manlief en ik bekeken het televisiebeeld, maar konden geen verschil zien tussen de weergave van voorheen en die van nu…Om niet als twee complete idioten door te gaan, hielden wij onze commentaar binnensmonds. “Oké, zoontje, goed hoor, maar functioneert onze dvd recorder nu nog?”  Nee dus, het ding weigerde alle commando’s. Zoonlief glimlachte: “Geen probleem hoor, ik fiks dat wel eventjes!”. Drie uur later hoorden wij zoonlief vanuit het donkere hoekje grommen en tandenknarsen. Onze persoonlijke familiale technicus worstelde nog steeds met allerlei scart kabels. Hij zweette als een otter, zijn hemd kliedernat van onmacht. Als wij hem vroegen om alles dan maar terug als voorheen aan elkaar te schakelen, zagen wij de frustratie als een domper over hem heen vallen. Dat was nu juist het probleem… Hij kreeg de boel niet opnieuw aan de praat. Wat een anticlimax, voor ons beloofde dit pure ellende. Als zoonlief met zijn kroost en een enorm grote berg schuldgevoel terug naar huis reed, was manlief zijn enige commentaar: “Nu kan ik het voetbal niet meer met de dvd recorder opnemen en dus zal jij verplicht worden, om twee avonden na elkaar, rechtstreeks mee naar de match te zien!” Later die dag kregen wij van zoonlief een sms met: “Sorry mama, zal ik morgen terug langskomen om het alsnog in orde te brengen?” Manlief reageerde: “Ach je deed het alleen om goed te doen. Je mama zal het wel terug in orde krijgen en indien niet, dan kom je volgend weekeinde maar eens terug wat knoeien.”  ’s Nachts lag ik te woelen; kabels, elektriciteitssnoeren, scart kabels en verdeeldozen hielden mij uit mijn slaap. Niet dat ik zo’n televisiefanaat ben, maar iets wat voorheen wel functioneerde, moet kost wat kost, ook nadien op identieke wijze werken. Van zondagavond tot donderdagnamiddag ploeterde ik, als een bezetene, een paar uur aan de verbindingen van het digitale kijkgenot. Duizend mogelijkheden waren er: Scart bovenaan in de dvd recorder, dan weer onderaan erin, van digibox naar dvd recorder, van televisie naar scart verdeelbox, van scart splitter naar digibox. Snoeren en kabels moesten steeds opnieuw door dat pietepeuterige gaatje in de achterwand van de kast gefoefeld worden…! Ik was volledig het noorden kwijt en wist allang niet meer welk snoer bij welk toestel hoorde. Ik kroop op mijn knieën, als een blinde, in het donkere hoekje achter het televisiekastje rond.. Manlief, de grootste digibeet ter wereld gaf, bovenop alle miserie, nog wat nutteloze aanwijzingen: “Moet je de instellingen op de televisie misschien veranderen?” Ik zweette peentjes, mijn haren kleefden op mijn hoofd en de transpiratie liep onder mijn oksels vandaan recht mijn bustehouder in. Ik klom achter het kastje vandaan en trok mijn doorweekte trui over mijn hoofd. Manlief, die zich gezellig op de bank geïnstalleerd had,  keek op uit zijn weekblad en beweerde glimlachend: “Ja, ja, lui zweet is rap gereed!” Eventjes wou ik mijn eigenste ‘stuurlui aan wal’ een mep verkopen. Ik dreigde ermee een Telenet technicus te laten komen, maar de in mijn ogen 85 Euro weggegooid geld gaf de doorslag en ik verdween terug richting snoeren en kabels. Wat een afknapper! De drie afstandsbedieningen werden om beurt in- en uitgeschakeld, de televisie werd aan- en weer uitgezet. Op de dvd speler werden tevergeefs de knoppen  “record” en afspelen ingeduwd. De digibox flikkerde aan en uit. De hoeveelheid aan mogelijkheden dreef mij tot waanzin. Het zweet druppelde in mijn bilspleet. Ik strompelde achter de kast vandaan en stroopte mijn broek van mijn lichaam. In bh en onderbroek glibberde ik terug naar mijn claustrofobisch donker kamerhoekje. Alleen mijn naakte billen staken naast de kast omhoog.  Manlief keek verwonderd naar deze striptease. Hij grijnsde: “Als we die toestellen dan toch niet aan de praat krijgen, is dit misschien wel een even, zij het niet een veel leuker alternatief dan televisiekijken!” Juist als mijn opgekropte frustratie als een vulkaan wou uitbarsten, stak ik de juiste scart in de juiste opening. Halfnaakte High-Tech mama had het voor elkaar gekregen! Als onze provider Telenet en zoonlief nog eens iets weten…   Sim                          Edegem 31 oktober 2014

Sim
13 0

OVER DE DIKKE EN DE DUNNE

“Hé, Dikk zeheewee ni willn luistrr brrbroebel.”. “Wat zeg je Dunne?” Zis aarwer aant volstopnme en zeweetdazeder broebelni teegkan brrr!” “Dunne wees nu toch eens kalm en herhaal het rustig.”” Ai Dikke, geen tijd meer voor, alles komt jouw kant uit. Snel vraag aan anus om de reetspleet af te sluiten want de racekak is in aantocht! Nu hebben wij die vrouw al sinds haar jeugd verwittigd dat ze een melk intolerantie heeft en toch blijft ze ons negeren. Weet je nog in haar eerste schooljaar, ‘De Melkbrigade’! Pure horror, Milke, melke molk, karwitsel, karditsel kardon en dan een stempeltje voor elke dag dat er een glas melk gedronken was!! Gruwelijk, de melk was nog niet binnen of ze kwam er langs boven en langs onder uit. Scheiss in dem Trompeterhorn, leuk hoor al die koemelk die er als currysauskleurige ‘erwtensoepkinderkak’ uitspoot! Maar er een les uit trekken? Denk ze nu werkelijk, dat als ze vanille- pudding of ijs camoufleert met chocoladesaus dat ik niet merk dat er weer een melk- en roomrebellie op komst is? Dikke, ik heb er mijn buik van vol! Soms verdoezelt ze sommige melkproducten zelfs met zomers steenfruit, dubbel gekkenwerk en ik moet het allemaal maar verteren.”” Ach ze is niet altijd zo koppig hoor Dunne, weet je nog die keer dat ze wijselijk de panna cotta afsloeg omdat we haar op voorhand verwittigd hadden dat ze anders binnen het kwartier met haar spuitpoep de badkamer of wc van de vrienden als een Oostenrijkse koestal had laten ruiken.”” Ach Dikke, ik mag dat vrouwtje prikkelen zoveel ik wil, ze denkt dat ik de blinde darm ben.” Ai ai, Dunne, wat stoot je nu weer mijn richting uit? Wafels met room?  Linea recta rectum!! Weer een e-mail naar Darmstadt! Alarm alarm,  alles toeknijpen, zeker geen windjes laten maken of iedereen heeft sproeten”!  “Bedankt Dunne, broebel broebel. Weet je wat, ‘k zal eens wat kolieken uitdelen, afleren zal ze het. Weet je wat ik nog het meest beschamend vind, de kritiek van haar manlief! Heb je al eens goed gehoord wat die zei: Schatteke, gij hebt volgens mij geen darmen in je lijf, maar een rechte buis van je mond tot je poepegatteke! Een regelrechte belediging. Ach Dunne, ik weet wel dat ik met mijn 1,5 meter de boel er gewoon moet doorjagen en jij met je 6 meter lengte de grootste portie te verwerken krijgt. Bij normale mensen kan jij er bijna 24 tot 30 uur overdoen om iets te verteren. Bij dit vrouwmens moet je steeds in overdrive gaan, maar dat is haar eigen schuld, dikke- en dunne darmenbult. Wij mokka- makers proberen alles zo normaal mogelijk te laten verlopen. Maar luisteren naar haar lichaam..Toen er vlinders in haar buik zaten dan was het geen probleem om ons aan te horen, maar nu kunnen we elke verwittiging op onze buik schrijven! Nu denk ze dat ze vanbinnen niets dan stront en darmen is!” “Wat vertel je me nu, gaat ze nog vermageringspillen slikken? Wat staat er in de bijsluiter? Dat er diarree kan optreden?? KAN OPTREDEN… dat is bij haar gegarandeerd , schijten als een reiger!” “Dikke, er komt wee wa aan,…oei brr, brr, i den..k da ze brrroebel, wee stea..k me peperroomsau…broebel gegete hee!  Dikke hou je schra.ap, binne de 30 minu brr ten kom de dunn..poeperij broebel wee jouw kan uit!!” Shit, merde, nu is het genoeg geweest! Weet je wat, we gaan haar eens laten schrikken. We gaan haar trakteren op een nieuwe allergie. Het lijkt wel of ze stront in de oren heeft, niet willen luisteren hé. Wat denk jij Dikke? Wat denk je van een schelp- en schaalallergie? Ze eet graag kreeft, oesters en mosselen. ’t Zou perfect zijn als straf.”” Ach Dunne, nu niet overdrijven hé. Als we nu al eens beginnen met een schelpallergietje en misschien nog een kleine lookovergevoeligheid? Als ze dan scampi eet of gamba’s met lekkere roomlooksaus , dan hebben wij ook nog eens plezier. Ze weet dan in het begin totaal niet waar die schijterij vandaan komt. Zijn het de schaaldieren, is het de room of is het de look.  Ha ha ha!  Kak of gene kak, we hebben haar genoeg gewaarschuwd! Laat ze het nu maar uitzoeken alvorens ze nog eens een kreeftje durft bestellen..”   Sim, 4 oktober 2015 van op de wc      

Sim
0 0

BURN OUT!

Ik ben overwerkt. Ik sta er helemaal alleen voor. Ik ben echt toe aan mijn pensioen. Ik had het allemaal heel goed gepland. Ik gaf Adam een vrouwtje waar hij mee kon spelen, hoe ze samen wat vlinders in hun buik konden voelen.  Maar al na de eerste tweelingworp liep het al fout. Kaïn doodde zijn broer Abel. Vroeger had ik onze Zeus en ons Minerva nog die mij een handje toestaken, maar zij hebben zich in een chique villa op de Olympus teruggetrokken en verbouwen nu Griekse olijven en voeren yoghurt uit. Mijn broer, die de andere helft van de wereld aanhoorde, heeft zich ook al een tijdje van de aarde afgekeerd. Elke morgen, bij het krieken van de dag, maakte men hem met het nodige geschreeuw wakker en elke keer dat hij terug indutte, was dat gekrijs er weer. Daar beneden in de woestijn zat er iemand, die weliswaar stemmen hoorde en die iedereen wijsmaakte dat hij een rechtstreekse hemellijn met hem had.  Ach het was een psychotisch geval, maar mijn broer was al lang tevreden dat hij niet meer naar al die gebeden moest luisteren. Het zou er voor hem alleszins niet gemakkelijker op worden om al die smeekbedes uit elkaar te houden want ondertussen hadden al die eerstgeboren mannen dezelfde naam gekregen. Mo hier en Mo daar. Mijn broer kon al lang geen onderscheid meer tussen de vrouwen maken. Luister en herken maar eens wie er onder die rondscharrelende donkerblauwe tentzeilen, met ruitjes voor hun gezicht, thuishoort. Maar volgens mij heeft mijn broer, door zich voortijdig uit dat deel van de aarde terug te trekken een hoop hersenloze vandalen aan de macht geholpen. Toen ik hem daarstraks achter zijn waterpijp uittrok en hem op zijn verantwoordelijkheid wees, haalde hij zijn schouders op en vertelde mij dat hij helemaal geen zin meer had om al dat geklaag en gejeremieer aan te horen. Toen ik hem vertelde dat de Arabische Janssens en Janssens zich ondertussen de kop insloegen of de keel oversneden en dat zijn achterban stilaan alleen uit latente seksueel gefrustreerde hooligans en avonturiers bestond, dacht ik dat ik hem gewoon: “lik mijn reet” hoorde mompelen.  Hij lachte sarcastisch en zei: “Dat ze straks allemaal nogal zouden verschieten als ze hierboven kwamen en er geen 70 maagden hen juichend stonden op te wachten. Toen ik hem om uitleg vroeg antwoordde hij gemelijk: “Ach ik stuur ze gewoon als illegalen door naar jouw hemel, aan jullie kant van de aardbol zijn ze heel goed op de hoogte van deze problematiek. Soms probeer ik ze bij leven al een beetje met hun neus op de feiten te drukken,maar luisteren…no way, Arabische lente my ass! Ik liet mijn klote bon vivant broer theeslurpend achter. Ik had al genoeg aan mijn hoofd om me nog eens flink druk over zijn onkundigheid te maken. Ook ik dacht eventjes dat ik een goede opvolger gevonden had, om het sprookje van de schepping voort te zetten, maar de zaken liepen enigszins anders dan ik wilde. Maria, een knappe jonge maagd, had naast de pot gepiest en probeerde nu iedereen wijs te maken dat ik de vader was. De dna-test bestond toen nog niet, want anders zou de geschiedenis wel een andere wending gekregen hebben. Jozef kon er niet erg om lachen, maar vermits zijn prostaat al enkele jaren volledig dichtgeslibd was,  liet hij de boel, de boel maar. Onze Jezus was een hele speciale. Heel de dag speelde hij met de os en de ezel en goochelde hij met steentjes, goud, mirre en wierook, cadeautjes die hij eens ooit gekregen had. Hij scandeerde de ganse dag door moraliserende teksten en liet zich omringen door een groepje dolende geesten, die aan zijn lippen hingen. Eventjes dacht ik dat mijn broodje gebakken was en dat ik op mijn goddelijke wolk op mijn lauweren zou kunnen gaan rusten. Liet die malloot zich toch inschrijven bij “Jeruzalem got talent”. Daar goochelde hij wat met water en wijn, verdubbelde wat brood en verraste de jury met de truc, hoe hij over het water kon lopen. Gewonnen heeft hij niet. Hij kreeg hoogstens een kroon en een kruisje..maar hij liet toch zijn fanclub verbijsterd achter, na de grote verdwijntruc. Dus daar ging ik weer. Probeer maar geconcentreerd te blijven, miljoenen mensen die overal op de aarde je aandacht proberen te trekken en je bedanken voor dingen waar ik helemaal geen weet van heb. Ik word verondersteld alles te horen, te zien en almachtig te zijn. Het is dan toch normaal dat mijn belangstelling afneemt, dat ik het eventjes allemaal niet meer in de hand heb. Ik word compleet gek van al die biddende vragende mensen. Op zo’n momenten moet ook ik mij eventjes afreageren. Ik wil ze gewoon overtuigen dat ik niets van dit alles ben, dat ik hun helemaal niet met hun aardse zaken kan helpen, dus spoel ik eventjes een tsunami over de stranden, laat ik een vulkaantje uitbarsten, een vliegtuigje crashen en laat de aarde snel wat schommelen. Lekker de tektonische platen een ogenblik tegen elkaar kloppen. De mensheid heeft dan een momentje wat anders aan zijn hoofd en dan krijg ik misschien een rustpauze.  Maar niets van dit alles, ze gaan me dan nog met kaarsjes en gebeden bedanken omdat ik er toch nog een paar in leven gelaten heb. Gekke mensheid. Ik geef mijn ontslag. Ik draai nu al meer dan 2000 jaar mee en ik vind dat ik genoeg gewerkt heb om mijn oudedagvoorziening op te nemen.  Maar ondertussen heeft er zich zo’n religieuze ‘oudemannenclub’ gevormd, die mijn ontslag niet aanvaardt en die mij prompt als hun CEO gebombardeerd heeft. Al eeuwen kloppen ze de centen uit de mensen hun zakken om hun paleizen en kerken vol te proppen met goud en zilver. Ik ontwierp de man en de vrouw omdat ze wat lekker konden ‘foeschelen’ met elkaar en nu komt die geheelonthoudersvereniging uit mijn naam verkondigen dat seks voor het huwelijk en een condoom gebruiken zondig zouden zijn. Deuh! HIV, nooit van gehoord?  En die ‘langejurkenventen’ maar aan elkaar en nog erger aan de kinderen prutsen. Eerst mijn aandacht opeisen door een hoop klokkengelui, dan een toneeltje opvoeren, wat wierook rondzwiepen en ouweltjes uitdelen . Of de hand op het hoofd leggen en de mensen laten geloven dat ze een directe lijn met mij hebben. Nog nooit heb ik met één van die godsdienstwaanzinnigen een praatje gemaakt, nog nooit heeft er ook maar één durven zeggen dat ik nooit antwoordde. Is er nergens een godsbond waar ik kan protesteren. Wat ellende daar beneden. Ik schaam me diep, ik kan het niet meer aanzien. Ook die twee die daar  in La Couronne voor hun caravan zitten te scrabbelen. Het mannetje verliest nu al voor de tiende keer en roept constant dat het mijn fout is. Hoor! Daar roept hij het weer ‘godverdomme, godverdoeme’.  Ik kan het niet meer aanhoren!  Ik wil eruit.. ik heb een burn out!  

Sim
0 0

Serafijn ... cherubijn

Ik zong als een serafijntje. Ok, ik overdrijf. Een beetje. Ik zong als een cherubijntje. Ok, laat ons zeggen dat ik minstens mijn best deed om te zingen zoals een engel van de derde orde. Zo goed ?   December 1959. Binnen drie weken zou ik acht worden. Ik had als klein jongetje een hoog stemmetje als een minuscuul klokje. En dat frele geluidje konden de organisatoren van het jaarlijkse kerstspel gebruiken in de lagere school van ons dorp. Ik stelde de Maagd Maria voor en daarom werd ik omhuld met een lichtblauwe cape rondom mijn tengere schouders. Dezelfde die ook Maria verondersteld werd te hebben gehad. Nog maar pas was ik bevallen van onze kleine Verlosser, weliswaar niet in het bijzijn van een gediplomeerd verloskundige, of ik moest al de hele dorpsgemeenschap een lied ten gehore brengen met het verhaal van mijn kommer en kwel, maar ook van mijn gelukzaligheid een arme timmerman te hebben als echtgenoot en een schreiend kind in een varkenskrib.   Na de derde repetitie kwam ik als een volleerd artiest erachter dat het beter was dat ik in gedachte, het voorafgaande lied dat door een of ander engelenkoor werd gekweeld, mee neuriede, omdat ik dan in de juiste toonaard mijn lied kon aanheffen. Alles verliep wonderwel. Het publiek in de zaal klapte in de handen en ik hoopte dat dit hoofdzakelijk mijn keelgeschal betrof dan wel die oersaaie, lummelende herders, mijn nog saaiere echtgenoot, die stinkende schapen, ezels of ossen of die groteske Driekoningen, die trouwens te vroeg op het appèl waren. Daar zat ik dan, geknield voor de kribbe, op het podium in het aanschijn van die godsvruchtige dorpsgemeenschap …   en je zou zeggen, daar is een of andere fotograaf die een fotootje van je neemt, al was het maar in zwartwit - alhoewel dit mijn lichtblauw tuniekje minder eer zou aandoen - maar neen, niks, nada. Mijn optreden ging verloren in het niets. Het is alleen nog gegraveerd in mijn hersenpan. In kleur.   Ik had nochtans gezongen als een cherubijntje, wat zeg ik, een serafijntje.

Marc M. Aerts
43 0

DECADENTE VERVEELEPIDEMIE

Vraagt een Brits zoontje aan zijn mama: “Mama wie is mijn vader?” “Ach”,  zegt de moeder dan, “dat is totaal niet belangrijk, Magaluf.” Mama had tijdens één welbepaalde vakantie op Mallorca, ’s nachts onder de zuiderse sterrenhemel, brakend tussen de stoelen van de openlucht dancing, uitbundige seks. Daarna verdreef ik, op een onchristelijk vroeg ochtenduur, mijn kater met een potje ‘kerktrapneuken’ en op het heetste van de dag, op het strand tussen alle andere toeristen, trok de tiende copulerende landgenoot een gescheurde condoom van zijn Big Ben en liep al het vocht mijn zonnende poesje binnen. En mama had daarna echt geen zin meer om uit te ‘vogelen’ wie er knieschaafwonden op de kerktrappen opgelopen had of wie er met blaren op zijn wippende, getatoeëerd  achterste rondliep. Maar mama is heel tevreden met haar vakantiesouvenir, hoor Magaluf, alleen mag je later niet naar Mallorca op reis zonder mama!”. Nu moet je je voorstellen, dat je afgezien hebt van een vakantie op het party- eiland Ibiza en met het ganse gezin vakantie viert op Mallorca, in het plaatsje Magaluf.  In je hotel, juist naast je duurbetaalde hotelkamer, daveren de kamerwanden onder het lawaai van je Britse vakantieburen die “shaggen” als konijnen. De ene na de andere Union Jack, die zich superman waant, springt zich in laveloze toestand te pletter omdat hij van het ene terras naar het andere tracht te springen of vanaf zijn balkon poogt in het zwembad te duiken.  Je wandelt er met je koters van 6 en 8 langs de vloedlijn, als er zich plots een zwaaiende vleesperiscoop vanuit het zand opheft en onder Brits comazuipend applaus,er zich een bruin vakantiesletje laat op neerzakken. Leuk om aan je kroost nu het verhaaltje van de bijtjes en de bloempjes aanschouwelijk uit te leggen. Of dat je als gezinsuitje, met de kindertjes, wat lekkers gaat drinken of eten op een gezellig terrasje en dat daar juist een zuipende sloerie een tiental lallende macho’s oraal bevredigt in ruil voor de volgende consumptie. Wat is dat toch met die Britse feestvierende en seksueel uit de bol gaande vakantiejeugd? Heeft de verveelepidemie overal bij onze jeugd toegeslagen?  Ook hier barsten alle festivals uit hun voegen. Zonder drank en drugs kan men blijkbaar geen feest meer vieren. Van alle hoeken van de wereld werden de buitenlandse nitwitfinanciers en happy few elites per vliegtuig naar Tomorrowland -België gehaald. Terwijl onze jeugd klaagt dat ze in armoede afglijden, nu de uitkeringen van de schoolsubsidies verminderd worden, vinden ze toch blijkbaar zonder probleem genoeg geld om de gigantische festival entreegelden te betalen. Alle bekende en minder bekende Vlamingen, “would be” sport- kook- en andere vedetten kwamen pro deo, op het mega event, hun kop laten zien. Net zoals alle klagende omwonenden, door de festivalgangers azijnpissers genoemd, werden ook dit jaar de weergoden, op hun wolk heen en weer geschud en door het bass- lawaai uit hun slaap gehouden. Zij openden stante pede hun hemelsluizen boven de joelende en dansende meute. Net als het ballet van de stervende zwaan, fladderde de hossende massa met hun armen op en neer, gehuld in blauwe plastieken regenponcho’s op het ritme van de DJ bonk- muziek. 80.000  man met regenjassen en rubberlaarzen of gewoon half naakt, stampten drie nachten zeiknat in de modder.  Het moet allemaal kunnen, elke generatie heeft recht op zijn eigen ‘movement of change’ op zijn explosieve uitbarsting van vernieuwing of decadentie. 46 jaar geleden, hadden wij onze eigen Woodstock- festival ervaring. 400.000 hippies, beschilderd met vlinders en bloemen in het haar, op één festivalweide. Wij werden destijds hotemetoot van het snerpende gitaarspel van Jimi Hendrix en gingen uit de bol als Joan Baez, “we shall overcome” zong. Wij deelden, als langharige Christusfiguren en ‘make love not war’- verspreidende Maria Magdalena’s bloemen en drugs uit.  Nu betaalt men op Tomorrowland  met parels, letterlijk parels voor de zwijnen in het festivalslijk. Ach ook hier zullen er wel, in de festival- campingtentjes rampetampend kindjes gemaakt zijn. Als binnen 9 maanden een ongehuwde moeder een “Boompje” laat inschrijven in de geboorteregisters, dan lachen de ambtenaren zich schuddebuikend te barsten.  Ik ben er van overtuigd dat al deze feestgangers zich ook binnen 40 jaar te pletter zullen lachen, als ze de confronterende foto’s of selfies van zichzelf en hun carnavaleske verklede vrienden terugzien.   Sim,                   gestoord door het TML lawaai

Sim
73 0

ZUID FRANSE STRANDEN

Vannacht is weer duidelijk het bewijs geleverd dat vrouwe Alla de hemel over onze contreien aan het overnemen is. Zij duwde God de Vader en zijn mannelijke pauselijke aanhang meer en meer richting Noord- en Zuid Amerika om daar nog wat gelovige zieltjes te winnen. De Getuigen van Jehova mochten van haar nog een beetje in Europa rondzwalpen. Zij vindt het nog steeds superleuk om te zien hoe deze zendelingen, keer op keer, zowel bij de inlandse bevolking als bij de nieuwe moslimburgers, de deur tegen hun eigen façade krijgen. Alla kijkt vanuit de hemel naar haar oprukkende exodus. Zij is er zeker van dat er in Europa nog meer dan plaats genoeg is om haar islamitische achterban te verwelkomen.  Als zij over haar nieuw stukje Europese hiernamaals zweeft, laat zij haar hemelse oog vallen op de stranden van de Languedoc-Roussillon. Zij schrikt zich een hoofddoekje. Zijn dat lijken die daar allemaal op hun buik, langs de kustlijn aangespoeld zijn? ’t Is tenslotte de Middellandse Zee! Neen, het zijn waarschijnlijk dolfijnen of walvissen. Als ze wat beter kijkt ziet ze dat het dikbuikige zonnekloppers zijn. Zij vindt het een eigenaardig fenomeen, dat hier ook mannen en vrouwen, waarbij de vruchtbaarheiddatum al ruim overschreden is, met een pens ouderdomsspek rondlopen, alsof ze binnen de maand van een voldragen vetbobbel moeten bevallen. Zij laat haar religieuze blik over al de stranden van Zuid Frankrijk glijden en begint echter weer te twijfelen. Moet hier haar volksverhuizing integreren? Blijkbaar zijn hier de mensen zo arm, dat ze zich zelfs geen normale kleding kunnen veroorloven. Zij aan zij liggen ze, praktisch in hun blote reet, in de zon te bakken en te braden. Hier ziet zij voor de eerste keer het werkelijke bewijs dat de Europeanen er alles aan doen om zo snel mogelijke het Arabische of Afrikaanse kleurtje te krijgen zodat de nieuwe burgers zich onmiddellijk welkom zouden voelen.  Ze begrijpt echter niet waarom er op die goudgele stranden zoveel vrouwelijke exemplaren met hun blote, verschrompelde, hangende, valse silicone -en watermeloen tieten pronken. Eventjes verder lopen ze zelfs helemaal naakt. Mannen waarvan de viriele vervaldatum met prostaat bedreigd wordt en vrouwen waarvan de overgangsopvliegers al behoorlijk verleden tijd zijn, laten alle genotattributen schaamteloos zwieren, schommelen en waggelen als ze langs de vloedlijn in de brandende zon beachbal spelen. Alla is compleet uit haar lood geslagen. Hier zal ze straks wat erectiestoornissen en hartinfarcten moeten uitdelen. Ze is er inmiddels achter gekomen, dat dit naaktfenomeen totaal niets met armoede te maken heeft, maar volgens haar, gewoon een decadent gevolg is van het Westerse denken. Diezelfde blote zonaanbidsters gniffelden daarstraks nog: “Of het soms al terug carnaval was”, toen er twee ingepakte moslima’s pootjesbadend voorbij kwamen wankelen, hun lange jurken door het zoute water sleurend. Niet alleen de oudere senioren maar tevens de jonge vers geïmporteerde islamitische mannen gluren geil naar de bruine hangtieten en de door de wind opstaande frambozentepeltjes.  Het is ‘Allahemeltergend’, aan die neerbuigende en uitdagende mentaliteit zal ze de komende jaren behoorlijk moeten werken! Nergens geen badpak, bikini, monokini of een nudist meer, alleen nog boerkini’s en vanaf nu, mannen en vrouwen gescheiden op het strand en de zee in! Duizend bommen en granaten! Ze heeft in haar nieuw veroverd stukje Europese hemel al behoorlijk haar vrouwtje moeten staan. Niets dan miserie had ze met die nog niet bekeerde mannetjes. Vorige week kwamen er vier verongelukte, in alcohol gemarineerde midlifemannetjes aan haar hemelmoskeepoort aan. Ze hadden hun zielenleuter al paraat in de hand. Ze joelden en zeurden om die 70 maagden, die Alla hun zogezegd beloofd zou hebben. Toen ze voor de zoveelste keer uitlegde, dat dit een slechte vertaling was, dat het hier alleen maar om 70 druiven ging, maar dat ze dit zo lang mogelijk verzweeg om de zelfmoordterroristen niet te ontmoedigen, was de hemel te klein! Ze gilden dat ze dan liever terug opteerden voor de traditionele rijstpap met gouden lepeltjes. Toen ze hen bekeek en zei dat ze voor goddelijke rijstebrij een tiental jaren eerder de geest hadden moeten geven, of minstens een ander werelddeel hadden moeten uitzoeken om naar de eeuwige jachtvelden op te stijgen, waren de rapen gaar!  Problemen, problemen..Indien Alla ze zelf niet meer kan oplossen, zal ze de wijze raad van haar zuster Sjaria moeten inroepen. Nu ze eindelijk die Christelijke mannelijke encycliek verdreven heeft, zal ze zich zelf persoonlijk met de vrouwen in het westen bezighouden. In het begin zullen deze Westerse dames misschien wat zweten onder die lange jurken, maar alles went. De doorsnee Europese vrouwen zullen nog wat onhandig aan die hoofddoekjes frunniken, maar als alternatief kunnen ze nog steeds voor de totaal verhullende, snel overgooiende boerka kiezen. Als Alla wat later, vanaf haar wolk, tijdens de seniorenvakantietijd opnieuw over het strand uitkijkt, kan ze alleen maar besluiten dat voor de meeste bejaarde najaarstoeristen deze kleding een geweldige verbetering zou zijn.. Mooi of lelijk, dun of dik, kort of lang, een doek erover! Om al het bloot in één keer van de stranden te vegen moet Alla nog eventjes een studie maken. Ze heeft al een Middellandse Zee tsunami in gedachte.  Vannacht zal ze als voorproefje al eens een staaltje van haar hemelse macht tonen. Met luid dondergeroffel, flitsende bliksems, hagelstenen en bakken water laat Alla aan de bange blanke man en vrouw horen dat het haar menens is!  

Sim
0 0

KLAAS KOMT!

Het zijn nog maar net de laatste dagen van augustus en de Nederlandse kranten berichten weeral over de in aantocht zijnde Sinterklaas. De facebook- pagina’s staan opnieuw bol met verhalen van de voor- en tegenstanders van de Zwarte Pieten. Ik vraag me af of de Sint het gezeur van de door racisme aangesproken kersverse Europese burgers niet stilaan beu wordt. De nieuwe ingevoerde Nederlanders en Belgen verwachten, nadat ze zelf een jaar van pseudo- inburgering achter de rug hebben, dat ze het recht hebben, om al onze westerse tradities probleemloos te laten verbieden.  Ze  zijn gewoon jaloers omdat de Sint nooit in de moskee komt..want daar staan veel te veel schoenen om gevuld te worden. Als wraakneming op het verbod op het dragen van hoofddoekjes in de scholen, verwacht men dat er als tegenprestatie nu ook geen kerstboom meer mag gezet worden. Varkensvlees mag er niet meer als schoolhap aangeboden worden en de Zwarte Pieten van Sinterklaas, zijn al sinds jaren, zogezegd een doorn in het Afrikaanse oog. Decennia lang kwam Sinterklaas met zijn Zwarte Pieten in onze westerse beschaafde wereld met de stoomboot aan. Een traditie waaraan niemand aanstoot nam of er ook maar bij stilstond, dat Zwarte Piet nu wel of niet een racistisch item was. De Sint was de Sint en Piet zijn helper. Ook de zwarte bevolking in België zag er jaar en dag geen graten in. Ze vonden het zelfs leuk dat er voor hen zo’n prachtige bijrol ingecalculeerd werd. Alleen vanuit de hoek van onze noorderburen waait de term “racisme” telkens weer opnieuw onze richting uit. Ik veronderstel echter, dat door ons democratisch gepamper alle nieuwkomers steeds opnieuw hun zin doorgedrukt krijgen en wij straks met een lege stoomboot achterblijven. Ik zie het al voor mij als straks Sinterklaas en zijn Roze Pieten in Amsterdam over de Amstel komen aanvaren. Hij moet dan vaststellen dat hij niet door duizenden kindjes toegejuicht wordt. De volledige homobeweging, dobberend in kleine bootjes, gekleed in roze tutu’s en wuivend met regenboogvlaggen, belemmeren de toegang naar de grachten. Zij zijn het niet eens met de provocerende roze helpers van de Sint. Zij willen oranje exemplaren. Ook als Sinterklaas in Antwerpen aanmeert, zal hij zich een mijter schrikken. Met een bootje, vol juichende zwarte Afrikaantjes aan boord, de Schelde opvaren, is om moeilijkheden vragen. Prompt staat de ganse rede van Antwerpen vol gewapende politieagenten. Sinterklaas komt oorspronkelijk uit Turkije, draagt een djeleba-achtige outfit en heeft een lange baard..Alle, voor hem nadelige kenmerken zijn aanwezig.  Wie zegt er dat die maf uitgedoste mensensmokkelaar niet van Lybië komt in plaats vanuit Spanje? Was hij misschien een beetje verloren gevaren en was zijn uiteindelijke einddoel misschien Lampedusa of Kos? Mogelijkerwijs zitten er nog een honderdtal asielzoekers in het ruim van de stoomboot. Vermits de Antwerpse burgemeester en de ambtenaar die de dienst leeflonen en sociale woningen beheert, al op alle media meldden dat Antwerpen vol is, moet dit bootje met juichende zwarte asielzoekers aan een grondig onderzoek onderworpen worden. . Voor hetzelfde geld verdwijnen ze, eens ze vaste Europese grond onder de zwarte voeten hebben,  stante pede in de illegaliteit op weg naar Calais en daarna verder naar Engeland. Het uitdelen van snoep en geschenken kan in deze optiek alleen maar als corruptie gezien worden. Als atheïst wil ik ook wel dat er iets aan die Sinterklaas traditie verandert. Echte atheïsten geloven niet in goden en heiligen of in allerlei zalig verklaarde ‘lange- jurkenmannen’. Destijds konden deze vrijdenkers al het Katholieke kruis op de mijter laten verwijderen maar ik vind persoonlijk dat die cadeautjes uitdelende kindervriend zich wat aan de moderne tijd mag aanpassen. Om iedereen te plezieren, moeten van mij de Pieten niet zwart zijn maar mogen ze gerust roze blijven. Het is vooral de Heilige man die volgens mij wat aan renovatie toe is. Wie laat er zich de dag van vandaag nog Sint noemen? Zou Klaas niet wat dichter bij de doorsnee bevolking staan? Eerst en vooral moet zijn uiterlijk wat moderner ogen. Zijn mijter kan gerust door een volks petje vervangen worden. Zijn lange grijze baard kunnen we dan in een Bin Laden modelletje afscheren, zodat al minstens de helft van de Antwerpse bevolking er zich in kan terugvinden. Zijn grijze hoofdhaar knippen we in een voetballers -coupe,  alles weg op de zijkant met alleen een toefje als een kroontje er bovenop, desgewenst in een ander kleurtje geverfd. Zijn witte handschoenen kan hij, zoals die van Michael Jackson, per opbod via Ebay verkopen. Het brengt miljoenen op en van de winst kan hij dan een speelgoedreserve aanleggen of in Afrika wat aan ontwikkelingshulp doen. Zijn grote rode edelstenenring kan hij aan het ex Belgische koningspaar, Paola en Albert, schenken, want die kussen graag pauselijke ringen. Als ze dit juweel in het paleis hebben, bespaart hun dit een vermoeiend reisje naar Vatikaanstad en bezuinigt dit voor hen tevens een flink stuk op hun toch al ontoereikende dotatie.  De lange rode sintenjurk zou ik tevens achterwegen laten. Het is niet meer van deze tijd en het is trouwens heel ongemakkelijk om over de daken te wippen. Paardrijden zou meteen een stuk eenvoudiger zijn in een speciaal aangepaste creatie van Paul Gauthier. De gouden staf, die niets dan ongemak met zich meebrengt als Klaas zich met de auto wil verplaatsen,  kan vervangen worden door een modieuze wandelstok. Ik zie de titel van het hoofdartikel al in de krant:   Op 5 december komt Klaas, de kindervriend, met zijn roze piet en schimmel in Antwerpen/Amsterdam aan…Het klinkt meer als een pedofiel met een SOA( een seksueel overdraagbare aandoening). Wedden dat daar zich weer andere pro- en contra- actiegroepen druk over gaan maken en dat het Zwarte Pietendebat eventjes zal vergeten worden!

Sim
139 1

HYPOCRITISTAN

Gisteren vernamen wij via de satelliet- televisie, dat er in Vlaanderen, voor het Islamitische offerfeest, niet meer onverdoofd ritueel geslacht mag worden. Op deze manier zou een einde gemaakt moeten worden aan het dierenleed.  Het is te zeggen, overal krijgen de beestjes eerst een spuitje toegediend, alleen bij de erkende slachterijen mag het halal- mesje nog vrolijk rondzwiepen. U leest het goed! Twee maten en twee gewichten. Typisch hypocriet gemekker. Tegen het dierenleed? De schapen in kwestie hebben natuurlijk helemaal niets in de schapenpap te brokken waar ze het liefst hun hoofd zouden verliezen. De meeste ingeburgerde moslims, die hun schaapjes ondertussen op het Europese droge hebben, sturen geld naar hun thuisland om daar het rituele slachten in stand te houden. Toen er op het journaal ook nog de uitleg over het offerfeest achteraankwam en waarom die schaapjes massaal op een Arabische harakiri aan hun einde moesten komen, vonden we helemaal, dat het eens tijd zou worden dat er hier eens een duchtig woordje zou gesproken worden met die geloof- en dierenbarbaren. Om Abraham zijn geloof op proef te stellen, vroeg God hem het onmogelijke. Als teken van volledige goddelijke overgave, moest Abraham zijn enige zoon aan God offeren. Gewoon de diepgelovige man eerst een paar dagen lastigvallen en slapeloze nachten bezorgen in de hoop dat hij toch als een mak schaap zijn nageslacht de berg op zou sleuren. Als het mes zich bijna in de zoon geboord had, kwam God op zijn sadistische woorden terug en met een hemelse vergevensgezindheid nam hij toen genoegen met een schaap. En door dit sprookje worden er nu nog steeds, anno 2015, niet alleen in de moslimwereld maar ook in de ‘beschaafde’ westerse wereld, miljoenen halal- schaapjes onverdoofd ritueel geslacht. Hypocriet Vlaanderen!   Toen het terreuralarm in België afgekondigd werd, vroeg de Antwerpse burgemeester aan de regering om soldaten aan alle mogelijke doelwitten te plaatsen. Het plaatselijke politiekorps had andere prioriteiten, zoals snelheidsduivels flitsen, Wodkacontroles houden en verkeerd parkeerders beboeten. Dus de regering stemde toe en aan alle synagogen, Joodse scholen, diamantairs- wijken, stations en andere belangrijke gebouwen zag men zwaarbewapende soldaten de zaak bewaken. De Antwerpse bevolking was er gerust in, het terreur werd serieus genomen. Niemand stoorde zich aan de militaire bewaking. Men voelde zich veiliger. Alleen een tjeef, uit diezelfde regering, die anders bijna nooit een stap in Antwerpen zette,  kwam heel hypocriet, samen met zijn christelijke madame en een ‘toevallig’ opgetrommelde nest persmuskieten, de Antwerpse Meir afwandelen, om aan te tonen dat de soldaatjes veel te duur waren en hier helemaal niet nodig waren. Hypo-crisis-stan. En dan wil ik nog een woordje schrijven over ons voormalig koningshuis. Hoe hypocriet kan je zijn, als je na een Delphineke gedaan te hebben, de ring van de paus gaat kussen? Ik zie ze nog op de televisie, zij de heilige Koninklijke boon met een kanten niemendalleke…op haar hoofd en hij met zijn doorzondige blik, neerknielen voor die jurkenman om door die kus al hun zonden af te kopen. Ik dacht dat de voltallige roddel- en rioolpers gierend van het lachen achter hun computer zouden kruipen om ons opnieuw een smeuïg verhaal over ‘papillon’ te brengen en minstens ons geheugen nog eventjes zouden opfrissen, maar niets daarvan. Kappersblaadjes vol knielende devote majesteiten. Hoe gaat dat dan in zijn werk, zo’n audiëntie? Praat de ene geheelonthouder dan met een vermanend vingertje de schuinsmarcheerder toe, alvorens de verlossende kus mag gegeven worden? Vraagt deze mijterman dan: “Sire, vertel het mij eens allemaal in geuren en pornokleuren!” “Ach U weet, of weet het niet monseigneur, maar het vlees is zwak en toen ik net over de grens zag, dat een prins met wat Lockheed- centjes er een minnares op kon nahouden, dacht ik, hé bien pour moi la même chose. Het was tenslotte niet helemaal alleen mijn fout, dat ik na jaren uitgedoofde Italiaanse passie, mijn Koninklijke staf in het verkeerde paleis parkeerde. Ik maakte van mijn dotatie een beetje een natuurlijke donatie. ’t Was tenslotte maar één letter verschillend hé!” Knipoogt die seksloze sinterklaas dan en vertelt die dan op een Alzheimer-light timbre: “Denkt U Sire, dat wij nooit in de verleiding komen? Dat onze jurk niet nu en dan omhoog komt, omdat onze kruisgang geprikkeld wordt? Wij bidden dan tot onze Heer, dat onze kleine heer van purperrode schaamte ineen zou schrompelen! Onze Heer hoort ons soms niet en dan behelpen wij ons met nu en dan een neefje, een misdienaartje of een koorknaapje op onze schoot te trekken. Voor een paar extra ouweltjes en een likstok krijgen we ze soms zo ver, dat ze ook onder onze jurk het wijwater gaan zoeken. Ach Sire, waarom denkt U dat wij in sommige kloosters de volledige zwijgplicht afgeroepen hebben,  als er daar één zijn mond zou opendoen, enfin om te praten, dan had je de godsdienstige poppen aan het dansen. Dus Sire, kus straks samen met Uw madame mijn goddelijke ring en al Uw zonden zullen vergeven worden!”  Hypochristusstan!  

Sim
5 0

OVER WORSTENBROOD EN ORANJEGEKTE

Het leven op onze aarde hangt aan elkaar met een hoop tradities. Zo komen wij, in onze westerse wereld nog maar net op de wereld of we krijgen al, als baby, een geut doopwater over onze hersens. Sommige kinderen worden via de communie de volwassen, religieuze wereld binnengehaald. Wij trekken onze maagdelijk witte slepen bij huwelijken de kerk in en laten ons door een menigte huilende mensen op het einde van ons leven soms de kerk uitdragen, zonder dat wij of de rouwende familie ooit eender, dan bij vorige beschreven gebeurtenissen, ook maar in een God geloofd en één stap in de kerk gezet hebben.  Maar het is en blijft voor sommigen nog steeds traditie. Uit al deze religieuze toestanden heeft men wel een paar traditionele familiefeesten overgehouden. Moesten die er niet zijn, dan liet de familiestamboom prompt zijn bladeren vallen en vielen de meeste gezinsfeestjes zonder pardon in het water. Met Pasen eten we ons massaal een ei- en chocolade-infarct. Met Kerstmis, om de zo gezegde geboortedatum van Jezus te vieren, slachten wij massaal kalkoenen, drinken we ons een delirium tremens en vreten we ons een cholesterolverstopping. Met Driekoningen kan je de tanden stukbijten op de verstopte boon in de taart. Op het Suikerfeest proppen sommigen zich tot een diabetesaanval vol baklava  en tijdens het Offerfeest drijft het vet op de schapenstoofpotjes de indigestiestatistieken de hoogte in. De Joodse gemeenschap viert dan weer in december Chanoeka  (lichtfeest) met aardappelkoeken en latkes. Met Verloren Maandag, ‘verliest’ de Antwerpse bevolking zich in worstenbrood en appelbollen. Met oudejaarsavond schrokt men in België kreeft en kaviaar, kiept men flessen champagne binnen, alsof het allemaal gratis is, en zijn er in het zuinigere Nederland oliebollen. Dit alles met of zonder vuurwerk. Veel tradities gaan van generatie op generatie over. Zo heb je het gansrijden in sommige Vlaamse polderdorpen. Vroeger werd een levende gans met olie besmeerd, ondersteboven aan een paal opgehangen. De mannen reden er te paard  onderdoor en moesten er, in één keer, de kop van de gans kunnen aftrekken. Misschien heette die gans wel ‘Jut’ en komt daar de uitdrukking; ‘ De kop van jut zijn’ wel van? De traditie bestaat nog steeds, maar gelukkig werd de levende gans door een namaak exemplaar vervangen. In Vlaanderen had men blijkbaar toen er tijd  een middel gevonden om het dierenasielaanbod behoorlijk te verminderen door het afmaken van levende beesten. Vroeger dronk men in Geraardsbergen levende visjes en smeet men in Ieper spartelende katten van de belforttoren. Goddank heeft men ook deze vervangen door pluche speelgoedpoezen en heeft Gaia het aquariumborreltje kunnen verbieden. Eén april is ook zo’n aloude traditie. Overal ter wereld tracht men op die dag iemand te foppen. De één april fopdag is ontstaan, omdat juist op deze dag een visser de zogezegd grootste vis in de geschiedenis met een simpele hengel bovengehaald had.  Daar komt dus ook de benaming aprilvis van…hahaha, neen hoor gefopt! De juiste verklaring van deze traditie is tot op heden nog steeds niet helemaal achterhaald, maar het is en blijft één van de leukste dagen van het jaar. Een hoop nieuwe tradities komen echter vanuit Amerika onze kant uitwaaien. Zo hebben wij ondertussen een secretaressedag, waarop elke typemadame van haar baas een bloemetje verwacht. Oh wee als deze dag vergeten of overgeslagen wordt, want dan kan je het, als chef, de rest van het jaar wel schudden. Halloween is ook zo’n ‘transocean’- debielenfeestje, waarbij we met zijn allen als lugubere gekken, verkleed in skeletten, monsters of satanische moordenaars met uitgeholde pompoenkoppen bij elkaar op de stoep belletje- trek gaan doen en om snoep gaan bedelen. En wat dacht U van de ondertussen ingeburgerde traditie, om ondanks de fors uit de pan rijzende elektriciteitsprijzen, tijdens de kerstperiode onze voortuinen en gevels overmatig lichtgevend te versieren. Sinds we al jaren, in de aanloop van het kerstgebeuren, met suikerzoete Amerikaanse happy end versies van White Christmas- films overspoeld worden, hebben wij nu ook in België verschillende malloten die hun gans huis met hevig gekleurde flikkerlichtjes, glinsterende blauwe kerstsleeën, fonkelende groene en roze kerstbomen en schitterende Kerstmannen optuigen. Vanuit een ruimtecapsule kan men het energieverslindende straatje probleemloos in de donkere nacht zien oplichten. De volgende traditie zou ik eender onder de noemer carnavalsgekte willen catalogeren. De Nederlandse oranjegekte. Wie hiermee begonnen is mag Joost  weten, maar blijkbaar weet Joost dus ook niet alles. Bij alle mogelijke traditionele optochten, zoals de circusvertoning op Koning(inne)dag , tooit heel Nederland zich eensgezind in oranje. Heel der straten worden oranje geverfd en sinaasappelkleurige idioten zwaaien zichzelf een tenniselleboog als de Koninklijke poppenkast in een gouden koets voorbij komt rijden. Erger wordt nog de oranjegekte bij voetbalwedstrijden. Hier tooien ze zich met kaasbolhoeden, façon Beatrix, allerhande petten met Hollandse molentjes en hup, Holland hup bustehouders. De oranjemeute gaat, met de Hollandse driekleur op het aangezicht geschilderd, op het oorlogspad. Ze drinken zich het apelazarus, slopen vervolgens na de voetbalnederlaag, bloeddorstig, hele stadscentrums en laten een oranje vernielspoor achter zich. Mogelijk krijgt dit soort tradities stilaan ook voet aan wal in België, want toen de Rode Duivels weer als ‘de Belgische super glue’ opgevoerd werden, scandeerden, riepen, vochten en zopen, een heleboel als duiveltjes verklede en met de Belgische driekleur vol gekliederde Vlamingen en Walen, zich gebroederlijk onder tafel. In Thailand heeft men de traditionele Long Neck vrouwen. Hier hangen de moeders nog steeds gouden ringen rond de hals van de meisjes, zodat hun schouders naar beneden gedrukt worden en hun hals langer lijkt, dit alles om de  toeristen te plezieren en geld in het laatje te krijgen In Afrikaanse landen is de vrouwenbesnijdenis nog steeds een overleveringsritueel en in sommige grauwe en enge moslimlanden zijn een partijtje vrouwensteniging en homo’s ophangen nog steeds traditionele toppers. In Spanje vinden we de jaarlijkse traditionele stierenloop. De stieren worden door een hoop haantjes opgejut en door de straten van Pamplona gejaagd. Deze dieren beleven hier misschien de stierenvechterwraak van hun leven. Soms worden er machojongens door de stieren vertrappeld en een overmoedige wordt somtijds op de horens de straat in gecatapulteerd. Een enkeling met toreadorallures krijgt een punt van de hoornen tussen zijn Spaanse klokkenspel en wordt onder luid applaus en Olé-Olé- gejuich van de menigte met de ambulance afgevoerd. Ik ben er zeker van dat deze, nu voortplantingsloze,  corrida- man nog lang over deze traditie zal nadenken. En dan is er nog de traditionele kleding. We moeten niet ver meer reizen om al die verschillende klederdrachten te zien.  Bij ons in Antwerpen zie je ze allemaal rondwandelen. Je kan hier Duitsers met Lederhosen en het bekende pluimpje op de hoed, gearmd met de Trachtendirnd- vrouw zien rondstampen en tulbandmannen en prachtige Indische schonen, met in de wind opbollende pastelkleurige zijden sarongs, zien flaneren. Afrikaanse vrouwen met ingevlochten wolvlechtjes en vrolijke gekleurde kledingprints,die vrolijk tegen hun zwarte huid afsteken,  slenteren kakelend en lachend door de straten.  Op een straathoek staat een Peruviaan panfluit te spelen in een poncho in allerlei kleuren van de regenboog. In andere wijken zie je vooral sombere zwartglanzende Jodenkostuums, pruikendames en djellaba’s in allerlei soorten en maten, alleen het provocerende islamitisch hoofddoekje roept bij sommige Belgen en Nederlanders nog wat controversie op. Alleen toeristen met Schotse kilts, Vietnamese hoedjes, Mexicaanse sombrero’s en Nederlandse klompen zie je hier niet rond kuieren, maar we weten dat deze attributen in het land van herkomst nog vrolijk gedragen worden. Zo heeft iedereen zijn eigenheid, zijn tradities, geloof , bijgeloof  en feesten. Terwijl U dit leest, gaat het leven op aarde gewoon zijn gangetje. Er wordt nog steeds gedoopt, gevreeën, gehuwd, gescheiden, gevochten, gemoord en gestorven. Er wordt nog steeds traditioneel gekookt, gegeten, gefeest en gedanst. Kunnen wij God, Jezus, Allah, Mohammed, Jahweh en al die andere aanbeden goden en de horrorsprookjes van de Bijbel, de Koran en de Thora niet eens, als proef, voor een jaartje of twee afschaffen? Eens kijken wat dit met de mensheid doet?  Misschien vindt de wereldbevolking het leven zonder die vermanende geloofsdwang wel heel bevrijdend en fijn. We schaffen alle religieus getinte tradities en etentjes af. Alleen voor 1 april, de stierenloop en het gansrijden willen wij nog een uitzondering maken. Ik probeer nog ‘traditiegetrouw’ elke week een verhaaltje te schrijven, gewoon om jullie te laten glimlachen en sommige te doen nadenken. Maar of ik het nu meen of niet, schrijf of niet, de wereld draait nog steeds om zijn as en alles bleef zoals het was.

Sim
508 0