Lezen

Een eigen leven

Er heeft zich een nieuw fenomeen voorgedaan. Mijn fiets blijkt een eigen leven te hebben. Ik ben er niet gerust in. Een elektrische fiets heeft een motortje en wordt digitaal aangedreven, dus je weet nooit of ermee geknoeid is. Of ze me ergens in de gaten houden. Je hoort er zoveel van. Maar laat me eerst vertellen wat er gebeurd is. U moet weten dat ik op mijn fiets een allergelukkig mens ben. Dit vervoermiddel laat me toe om een eenvoudig vrijheidsgevoel te ervaren. Maar die gelukzaligheid stopte op een zaterdagochtend. Ik ging om verse boeken in de bibliotheek maar mijn fiets besloot om af te draaien op een plek waar ik helemaal niet moest zijn, meer bepaald bij de supermarkt. Zelfs zonder dat ik het door had.  Ik stapte doodgewoon van mijn fiets, parkeerde deze in de fietsenstalling en meende mijn boodschappentas uit de fietstas te halen, maar daar trof ik enkel boeken aan. "Wacht eens, ik moet hier niet zijn. Ik ging helemaal geen boodschappen doen." Nu kan u denken, dat overkomt de beste mens, maar het fenomeen heeft zich ondertussen meermaals voorgedaan. Op verschillende locaties. Een mens zou er zot van worden, als ik dat tenminste al niet ben. U begrijpt dat het fietsen me voortaan eerder verontrust dan gelukkig maakt. Ik weet immers niet meer waar ik naartoe fiets. God weet waar kom ik nog uit. Mijn vrouw zegt dat het eerder aan mezelf ligt. Verstrooid of teveel aan uwe kop is de echtelijke diagnose. Het zou kunnen, maar dan is fietsen toch een goed geneesmiddel. Afijn, als u me binnenkort ergens ziet afstappen en meteen terug opstappen, doe dan alsof er niets aan de hand is. Voor hetzelfde geld word ik gefilmd. En ik zou niet willen dat ik andere mensen in de problemen breng.

Rudi Lavreysen
20 1

Hoop of optimisme: wat zal het zijn?

Jammer dat Joke Hermsen en Tommy Wieringa hoop en optimisme tot het zoveelste of-ofdebat reduceren in de laatste Standaard der Letteren. Kort gezegd is hoop voor Hermsen een noodzaak om het heden te verdragen, terwijl Wieringa de teleurstelling verfoeit die volgens hem op hoop volgt. Hij wil dingen doen zonder er iets van te verwachten. De denkoefening hoe je met moeilijke tijden omgaat, vervalt in een conceptuele, haast semantische discussie.  Terwijl ik op een congres over innovatieve journalistiek hoorde dat gen Z hoop vooral als een ‘utility’ ziet. Jongeren willen meer constructieve verhalen in de krant omdat die de daadkracht - of met een hipper woord, ‘agency’ - zouden aanzwengelen. Hoop moet nut hebben, nieuws moet een constructieve bijdrage leveren aan hun leven. Gelukkig gaan heel wat kranten al verder dan het debatteren of aanklagen. Ze onderzoeken mogelijkheden of integreren zelfs tips in hun artikels. Een interview met auteur en ex-consultant Simon Van Teutem in De Standaard Weekblad eindigt met goede raad voor overheden, ngo’s en ondernemers: “speel in op de ambitie, de statusgevoeligheid, de nood om de beste te zijn. Verbind prestige met een positieve bijdrage aan de samenleving.” NRC onderzocht hoe werkgevers werkzoekenden met autisme beter kunnen bereiken, bijvoorbeeld door een sollicitant vooraf een vragenlijst op te sturen. Daar heb ik als lezer zonder autisme ook iets aan. Het vervult me meer met hoop dan het loutere feit dat de helft van de (hoog) begaafde mensen met autisme thuis zit zonder werk. Dat iemand oplossingen zoekt voor een bepaalde situatie, maakt de berichtgeving niet minder betrouwbaar. Maar wacht, ik ben ook een denker die zich wel eens aan een column waagt. Anderzijds betreur ik dat het debat vaak een doel is geworden in plaats van een instrument. Dat vooral de these-antithese overeind blijft en de synthese gaat vliegen. Vaak vind ik de tweedelingen in debatten artificieel. Het zijn valse tegenstellingen, zoals de hoop en het optimisme hierboven. Vraag je mensen op straat of ze een geel hesje, dan wel een bakfietser zijn, dan antwoorden ze geheid dat ze van beide categorieën wel iets hebben. En om het klimaat te redden zullen waarschijnlijk zowel hernieuwbare als kernenergie nodig zijn, zoals ook consuminderen en groene groei in de praktijk samengaan. Bij dit soort debatten voel ik me altijd wat van mijn tijd beroofd. Of in het slechtste geval vermoed ik er, zoals de filosoof Jürgen Habermas, een portie opiniemanagement achter. Het idee dat opiniemakers hun lezers argumenten willen opleggen. Mogelijks omdat ze een boek geschreven hebben over hun overtuiging, en er dus geen baat bij hebben dat het debat snel eindigt in een synthese. In plaats van waarheidsvinding leidt dat soort debatten eerder tot een status quo, een eeuwig herkauwen van wat de beste oplossing voor het klimaatprobleem zou kunnen zijn, of de beste manier om niet moedeloos te worden.  Hoop zit voor mij meer in het onderzoek dan in de mening. Consulteer mensen met expertise en vraag hen hoe ze een probleem aanpakken. Maak het conceptuele concreet. Doe iets, of schrijf over wat anderen doen, zo veel mogelijk verschillende anderen. En dat - voor mij zo levensnoodzakelijke - denken dan? Voed het met nieuwsgierigheid.

Pons
16 1