Lezen

Brieven aan Vlaanderen – schrijfwedstrijd

Wat na corona? Een mooie vraag die veel mensen zich de afgelopen tijd wel gesteld hebben waar niet echt een duidelijk antwoord op was. Maar intussen terwijl we blijven denken is er zich een antwoord aan het ontwikkelen op deze vraag. Maar hebben we het antwoord wel onder controle? Willen we terug naar hoe alles was? Hebben we echt niets ingezien tijdens deze lockdown? Voor mij was deze lockdown een periode om alles eens op een rijtje te zetten, en voornamelijk een periode om eens goed stil te staan bij alles. Zijn wij wel gelukkig? Waarom werken wij zo hard, en word ons harde werk wel beloond? Allemaal vragen om eens bij stil te staan!   Zoals we allen weten, zijn er veel problemen in onze maatschappij. Onze focus ligt op de economie, er zijn milieuproblemen, er is racisme en dat is nog niet eens alles. Tijdens de corona-crisis zijn er vele mensen ongelukkig geweest, ze waren ‘opgesloten’ in hun huis met hun bubbel/gezin, het leven was voor vele mensen zeer moeilijk omdat ze ook ‘werkloos’ vielen en niets meer te doen hadden. Maar klopt dit fenomeen? Mag ons leven afhangen van ons werk? Mogen we ongelukkig worden omdat we ‘niets’ meer te doen hebben? Maar waarom leven we dan? In functie van onze economie, om ons te bewijzen tegenover andere landen en zelf te leven zonder enige ambitie? Zodat wij de ‘besten’ zijn, maar zijn we daarom gelukkig en innovatief? Zijn dit de redenen waarom we onszelf tot het uiterste pushen en zo hard moeten vechten tegen de druk die onze samenleving ons oplegt? Voor mij is het antwoord duidelijk NEEN. Ik denk dat wij gewoon een foute mentaliteit hebben ontwikkeld in onze maatschappij, de kern zou geluk moeten zijn en niet dat we ons constant moeten bewijzen/verantwoorden voor alles. Deze constante druk zorgt dat mensen zich slecht beginnen voelen, twijfelen aan zichzelf en geen zin meer in het leven zien waardoor veel mensen psychische problemen ontwikkelen. Mensen krijgen de kans niet om hun kwaliteiten naar buiten te brengen of eveneens te ontwikkelen, want we worden in een kader gehouden waar we niet uit mogen en dit alles voor een doel waar we niet gelukkiger van zullen worden. Ook heeft corona ons laten inzien dat de manier waarom we leefden tijdens de lockdown veel beter was voor ons milieu, dingen waar we zolang voor gevochten hebben kwamen opeens vanzelf door onze andere manier van leven. Maar moeten we hier niet eens even bij stilstaan? Want we hebben de kans gekregen om in te zien dat we ook anders kunnen leven, dat er oplossingen zijn, maar zijn wij echt zo egoïstisch om zo door te gaan om economisch beter te worden terwijl we de wereld en onze gezondheid kapot maken? En een veel gezegde uitspraak is dat de natuur zichzelf hersteld, maar zou het niet kunnen dat de natuur ons nu een kans heeft gegeven om in te zien dat we moeten veranderen en niet terug moeten naar hoe het was?   Slotsom zijn we toch terug aan het versoepelen en hopen we terug te gaan naar de ‘tijd voor corona’. Maar in mijn ogen zijn we weeral fout bezig. Dingen gebeuren nu éénmaal en of ze nu goed of slecht zijn ligt allemaal in onze handen, de manier waarop we erover nadenken en er mee omgaan. Maar willen we echt doen alsof er niets gebeurd is en we niets ingezien hebben tijdens deze corona-crisis? Deze crisis heeft heel erg veel negatieve kanten maar misschien moeten we toch ook eens naar de positievere dingen kijken in deze negativiteit? We hebben de kans gekregen om te leren uit onze fouten en er vanaf nu anders mee om te gaan. Maar toch gebeurd het niet en zouden we liever doen alsof er niets gebeurd is zoals met de beelden en dergelijke van Leopold II. Nog een prachtig voorbeeld van hoe we liever de slechte gebeurtenissen doen verdwijnen in plaats van ze te accepteren en er iets uit te leren. Ik vind het vooral spijtig dat we weeral eens een kans gekregen hebben om iets te veranderen aan onze mentaliteit en maatschappij maar deze kans negeren en toch voor onze comfortabele zone gaan die niet duurzaam is en ons niet laat ontplooien in onze kwaliteiten. De toekomst ligt in onze handen dus misschien is het geen slecht idee om toch eens na te denken waar we mee bezig zijn.   De Saeger Cathelina               De Saeger Cathelina, 14/04/2003, desaegercathelina@gmail.com, Sint-Jozef Ternat

Cathelina
8 0

Brief aan Vlaanderen

Brief aan Vlaanderen   Door de corona crisis is er heel veel verandert, niet alleen de manier van leven maar ook ons gedrag. We zijn meer voor elkaar gaan zorgen en we dachten wat minder aan onszelf. Maar zal dit wel blijven duren? De periode voor corona Voor deze zware periode was iedereen erg gehaast. Alles moest sneller en beter, we moesten het beste presteren en hadden amper tijd voor iets anders. Onze agenda was steeds volgepropt met “belangrijke” afspraken. Voor familie en vrienden maakten we steeds minder tijd. Want we vonden het werk het allerbelangrijkste dat er bestond. Het leek maar niet te stoppen. De periode tijdens corona Opeens stond alles stil. We zaten allemaal thuis, sommigen met hun gezin, anderen helemaal alleen. Maar voor de mensen in de zorg, artsen, verplegers en verpleegsters, voedingswinkels, … stond het leven niet stil. Integendeel, voor hun ging het nog een versnelling hoger.  Ook zelf droegen we ons steentje bij: we bezochten diegenen die er helemaal alleen voorstonden, we deden de boodschappen voor onze buurman, we hingen witte doeken uit ons raam om de mensen in de frontlinie te steunen,… Vlaanderen was solidair, behulpzaam en minder egoïstisch. De periode na corona Door deze pauze in ons leven zijn veel mensen beginnen nadenken. Is mijn job wel zo belangrijk en is het iets wat ik graag doe? Maak ik wel genoeg tijd vrij voor familie en vrienden? Heb ik wel genoeg vrije tijd? Sommigen hebben hun leven wel degelijk aangepast. Ze maken meer tijd vrij voor wat ze leuk vinden en voor hun familie. Anderen keren gewoon terug naar de tijd voor corona en gaan weer zeer egoïstisch door het leven. Ze zijn ook de inzet van de mensen in de frontlinie vergeten. Mijn boodschap aan Vlaanderen is om toch nog even stil te staan bij wat we allemaal deden tijdens deze zware periode. En dan bedoel ik niet het aanleggen van je moestuin of het renoveren van je huis, maar het zorgen voor elkaar en de mensen die het het zwaarste hebben steunen.   Liesa Ruysseveldt

Liesa_R
4 0

Mijn brief aan Vlaanderen

Lief, eigenwijs Vlaanderen, Waar zal ik beginnen? Hoe overwin ik mijn angst voor het kale, witte en lege blad? Genoeg stof om over te schrijven denk ik dan, al verkies ik een kaal, wit, leeg blad boven een blad dat langs beide kanten omhoog krult, omdat het het gewicht van de melige coronawoorden of het coronageklaag niet langer kan dragen. Alsof het blad zich niet langer recht en overeind kan houden en noodgedwongen een andere vorm moet aannemen om verder door het leven te gaan. Een voorbode? Wordt het niet eens tijd dat we écht met elkaar gaan praten? Verbinding maken, zo heet dat dan. Connecteren. Luisteren. Elkaar diep in de ogen kijken. Waar we elkaar vroeger tegenkwamen op straat en elkaar steevast aanspraken over hoe koud, warm of regenachtig het wel niet was en dat het in Vlaanderen wel altijd iets was qua weer, nemen we nu een grote bocht om elkaar niet te moeten aanspreken. Wanneer we beiden onze bocht te klein hebben ingeschat (lees: risicoalarm!) laten we maar al te graag het codewoord ‘corona’ vallen om het ijs te breken. Het codewoord ‘weer’ is immers niet langer in de mode. Maar wat weten we echt over elkaar? We hangen witte doeken buiten uit solidariteit voor alle zorgende mensen. We komen om 20 uur dagelijks op de stoep staan voor een hartverwarmend applaus en kijken naar het nieuws, want iedereen kijkt tegenwoordig. Tijdens het weekend lezen we massaal boeken (want dat is opnieuw hip!) of trekken we massaal de natuur in om te genieten, want hé besef jij eigenlijk wel hoe prachtig die is? Onze zintuigen krijgen een ongelofelijke boost: de geur van de lente was nog nooit zo lekker fris, de smaak van een kopje zelf gezette kruidenthee was nooit eerder zo puur, hoewel iedereen in zijn kot blijft, zag ik nooit zo veel mensen als nu. Misschien sta ik het mezelf toe om mensen te zien, want ik heb tijd. Tijd om te ont-moeten. Wanneer ik mijn buurvrouw zie, kijk ik haar ook effectief aan met doortastende ogen; ik hoor opnieuw vogels fluiten of heb opnieuw oor voor vragen in de gesprekjes met mijn collega’s. Plots hebben we zeeën van tijd: geen gehaast meer om ’s avonds te gaan zweten in de fitness, geen files op onze snelwegen, een ongestoorde nachtrust aangezien er amper gerij op de baan is, tijd om er voor elkaar te zijn. Net op een moment dat je niet bij elkaar mag zijn. Hoe ironisch is dat? We beseffen pas wat we hebben eens we het niet meer hebben, zo gaat dat in het leven. Even geloof ik dat de wereld er ‘na corona’ helemaal anders zal uitzien. Tot de files hervatten en mensen opnieuw claxonneren, omdat ze schijnbaar haast hebben en hun leven belangrijker is dan het jouwe. Tot mensen opnieuw al te graag in hun auto springen om in het weekend naar een Vlaams bos te rijden en daar de hele namiddag te jammeren over de sterk toegenomen milieuverontreiniging en de teloorgang van de bossen uit de buurt. Tot mensen bij de heropstart van de horeca juichend zoals gekken cafés bestormen om toch een van de eerste tien Duvels te kunnen consumeren en met al hun niet-bubbel-vrienden al gsm’end rond de tafel te zitten. ’s Avonds komen ze dronken thuis, waar hun wit (of intussen beigegrauw) doek natgewapperd aan hun voordeur kleeft. Een solidariteitsteken. Om te tonen dat we om anderen geven. Tot het nieuws over de vluchtelingencrisis wordt weggefilterd. Gezinnen in bootjes op zee, hongersnood door oorlog. Deze thema’s bevatten het codewoord ‘corona’ niet, dus komen ze amper aan bod. Tot een nieuwe weg naar ‘poenpakker’ wordt blootgelegd, een nieuwe business wordt opgetrokken. Mondmaskers of alcoholgel verkopen is dé nieuwe goudmijn voor dummies. Vergeet het opstarten van jouw eigen frituur ‘de gouden saté’, maar bedruk mondmaskers en troef hiermee je concurrent af. Hoe alles in se weer vanuit de kapitalistische hoek bekeken kan worden. Al 491 dagen leven we zonder regering en maken we meerdere crisissen door. Hebben we intussen dan al geleerd om écht met elkaar te praten? Wie zijn wij? Ik wil niet negatief klinken, want negativisme is net een deel van het traag doorsijpelende vergif in Vlaanderen. Daar we vroeger negatief waren over het weer, zijn we het nu over corona. Trends veranderen, de aard van het beestje blijft. Toch ben ik er van overtuigd dat we van Vlaanderen geen grote verandering mogen verwachten. Alle verandering begint bij onszelf. Wij zijn Vlaanderen, Vlaanderen heeft ons nodig. Kleine beetjes maken een groot verschil: onze zintuigen naar waarde leren schatten en hun werk laten doen, genieten van de o-zo-kleine dingen in het leven, elke dag een held zijn voor je medemens door een kleine banale actie, een luisterend oor, een helpende hand of een bemoedigend schouderklopje. Het zijn die zaken, waar Vlaanderen nood aan heeft. Het blad papier raakt niet vanzelf ontkruld van de coronaplooien, noch zijn er grote, nieuwe, ingenieuze ideeën nodig om het papier te ontkrullen. Wanneer iedereen het met zijn eigen talent, zijn eigen kijk met zin voor diversiteit en zijn positieve blik aandurft om het papier met beide ogen aan te kijken en langs de zijlijn te helpen trekken, wordt het papier zo weer strak. Of we beslissen met z’n allen om het papier gekruld te laten en voortaan met gekruld papier door het leven te gaan. Een nieuwe standaard. Een eigenwijs Vlaanderen waar iedereen van droomt. Een warme, niet-virtuele knuffel, Hanne  

Mela H.
0 0

Brief aan mezelf

Gisteren was heel hard binnengekomen.  Het deed me beseffen dat ik helemaal niet goed bezig ben, dat ik me helemaal niet “goed” voel als mensen vragen hoe het gaat.  Het deed me beseffen dat ik 5j geleden gewoon terug alles in een kastje heb gestoken, op slot, dat ik terug ben beginnen door doen maar dat alles daar gewoon nog zit + nog een heleboel andere gebeurtenissen en gevoelens.  Het deed me beseffen dat ik misschien wel niet ongelukkig ben in onze relatie of in ons huis of in mijn werk,... maar dat ik gewoon ongelukkig ben met mezelf, hoe ik mij voel.  Ik ben terug beginnen doordoen, voor de kindjes, het huishouden, jou, en mezelf heb ik genegeerd, om niet te moeten voelen of zien.  Maar het is fout, ik was fout. Ik legde de fouten bij anderen maar moest ze eigenlijk bij mezelf zoeken en leggen.  Ik reageerde het uit op jou, of op de kindjes, terwijl jullie alleen maar er zijn, lief zijn, willen helpen en goed doen. Maar zo zie ik het niet; zo zag ik het niet.  Ik heb nog steeds zoveel schrik, zoveel angst, het is zo groots dat ik er niet overheen kan.  Het verlamd me maar ik doe door om het niet te moeten voelen, om niet te hoeven denken.  Terwijl het daar nog steeds zit, na al die jaren, als een dier op de loer voor zijn prooi.  Zo voel ik me ook, gevangen, in mezelf. En niet in andere rollen zoals ik mezelf wil laten geloven.  Ik mag het niet bij anderen leggen of situaties leggen, want het ligt in mezelf.  Ik wil er aan werken, maar het is moeilijk, maar ik hoop dat ik kan zeggen, i did it, niet nu, niet morgen, maar op de dag dat ik er klaar voor ben, op de dag dat ik terug kan genieten, genieten van het kleine, van het niets.   Nu kan ik het niet, ik moet steeds vooruit in mijn hoofd. Kan niet genieten van momenten, want mijn hoofd blijft draaien, blijft vooruit lopen, om niet te moeten voelen.  Ook al wil ik genieten, en er echt zijn. Ik denk er ook te zijn, maar ik ben er niet. Nog niet.  Ik hoop dat ik het kan.  Ik hoop dat ik kan wakker worden & zeggen, ik ben blij dat ik hier mag zijn. Dat ik kan zeggen, ik geniet van elke zonnestraal.  Ik probeer, en dat is voor nu al een hele berg. 

Maud
29 1

Eenheid

Brief aan Vlaanderen Mijn boodschap gaat over eenheid. Stel je voor dat alles één is, ondeelbaar. De mensen zijn één, de aardbol is één geheel, het universum is één. We maken allemaal deel uit van de 'substantie' zoals de filosoof Spinoza het noemt. En dat geheel zou je God kunnen noemen. God, de Substantie die losstaat van de tijd en altijd is. Als je dit beseft is elke neiging om elkaar tegen te werken niet meer dan een dwaling. Wanneer je iemand tegenwerkt werk je namelijk ook jezelf tegen. Daarom pleit ik er graag voor een positieve instelling. Ook al dwaal je soms eens af, een mooi doel is een streven naar harmonie in deze eenheid. Wanneer het kan moet je vergeven en loslaten als iemand je heeft gedwarsboomd. Benoem het probleem en zoek samen naar de waarheid. Zoek het 'echte nieuws' en niet het 'fake news'. Vlaanderen heeft geen wapenspreuk. Wanneer we bewust zijn van onze eenheid kunnen we de Belgische wapenspreuk 'eendracht maakt macht' weer levend maken. Ik bedoel dan geen ongeremde solidariteit want wie beroep doet op solidariteit moet ervan bewust zijn dat hij zijn broeders verarmt. En zo per definitie (aan iemand) schade berokkent. Op eigen kracht zo ver mogelijk geraken als het kan, met een beetje hulp van een gemeenschappelijke middelen als het nodig is. Zij die financieel sterk staan in de samenleving hebben ook de morele taak om te investeren in ethische beleggingen zoals groene energie en maatschappelijke ontwikkeling. Iedereen kent wel diep in zich een streven naar rechtvaardigheid en algemeen welzijn. Luister naar die stem, dan geraken we er samen uit.

Sigo
0 0

WEERSTAND

Liefste Vlaming,   We kennen elkaar al heel lang. Dat maakt het schrijven van deze brief niet gemakkelijker…Maar het is tijd. Het is nodig. Men zegt dat de eerste stap naar herstel is, toegeven dat je een probleem hebt. Dit is mijn bekentenis. Ik ben sporadisch een racist, bekrompen, klein denkend, bevooroordeeld, geen feminist, denker in stereotiepen,… En zoveel meer. Ik zou geen van dit alles willen zijn. Ik zou willen dat ik het niet ben. Of doen alsof ik het niet ben. Maar willen en kunnen is niet hetzelfde. Men steekt graag pluimen in eigen gat. Ik ook. Deze pluim is de pluim van ‘ik doe wel mijn best’ of ‘ik probeer’! Maar één pluim in mijn gat, maakt me geen prachtige pauw om fier op te zijn. En fier op mezelf, dat ben ik zeker niet. Of misschien wel een klein beetje. Want zonder wat fierheid is een mens geen mens. En het moet ook menselijk blijven. Waarom ben ik al deze dingen, vraag je je misschien af?Eén woord. Een simpel woord. Doch bijzonder complex.Weerstand. Weerstand voor wat anders is, nieuw, gecompliceerd, vreemd, ver van mijn bed, out of my comfort zone,…. Ik voel het vaak helemaal in het begin. Het is daar dat weerstand het grootste effect heeft. Ik voel het opborrelen in mij, beginnend in mijn buik en snel verspreidend over mijn hele lichaam. Voor ik het weet, zit heel mijn lijf er mee vol. Van mijn kleine teen tot het puntje van mijn oor. Het laat amper ruimte voor iets anders. Het vult alles tot in de kleinste hoekjes. Ik geef je een voorbeeld. De zwartenpietenheisa. Misschien een oude koe... Maar eentje die elk jaar rond 6 december uit de gracht gehaald wordt, opgesmukt en opgepoetst, volgehangen met argumenten en frustraties, langs beide kanten. Toen ik er de eerste keer over las, borrelde er weerstand in me op. Langzaam maar zeker. Wat is het probleem? Het is al jaren zo! Ik heb er als kind NOOIT iets slechts in gezien. Het is toch niet zo bedoeld? Waar maakt men zich druk over! Ik voelde mijn ogen draaien in hun kassen. Van links naar rechts. Maar nog voor ze de andere kant hadden bereikt, hield ik ze in het midden tegen. Wacht eens even… vroeg ik me luidop af. Mijn ogen focusten zich weer. Terug naar wat belangrijk was. Terug naar het midden. Om neutraal naar links en rechts te kunnen kijken. Ik besloot verder te lezen. Verder dan mijn neus lang was. WAAROM? De vraag die ik zo vaak stel, en toch nog te weinig.Waarom kan iets als een ‘traditionele’ zwarte piet tegenwoordig niet meer door de beugel?En waarom had het eigenlijk nooit door de beugel mogen kunnen? Er werden de laatste jaren al veel argumenten aangehaald. Interessante argumenten. Die gingen over dingen waar ik nog nooit over had nagedacht. Omdat ik daar dankzij het privilege van mijn witte huid nog nooit over had MOETEN nadenken. Ik voelde me op een bepaald moment vreemd. Schuldig. Hoe had ik hier al die tijd blind voor kunnen zijn? Dit gevoel hield me zelfs even tegen om verder te gaan. Verder gaan betekende toegeven dat ik fout was geweest. Maar het draait op dat vlak niet om juist of fout, het gaat om bijleren. Durven bijsturen. Openstaan voor nieuwe info. Het gaat meer over de toekomst dan over het verleden. Maar zonder verleden is er geen toekomst. Al mijn weerstand ebde weg. Of beter gezegd: veranderde van kant. De weerstand bleef maar kreeg een andere invulling. Plots werd de vraag: waarom doen we dit NOG ALTIJD? Hoeveel moeite kost het om snel wat zwarte strepen op je gezicht te verven, versus heel je gezicht zwart te kliederen EN je lippen rood te stiften EN gouden oorbellen te zoeken EN… Lieve Vlaming, laten we even eerlijk zijn. Roetpiet is véél minder werk dan zwarte piet. Gemakkelijker voor iedereen, toch?Gaan kinderen er last van hebben? Gaan wij er last van hebben? Heel eerlijk? Nee.Zolang er iemand cadeautjes brengt en gek in het rond springt, is iedereen blij.Wanneer er geen goede argumenten zijn om iets aan te houden, kunnen we het dan niet gewoon veranderen? En kom niet af met ‘het is altijd al zo geweest’ ‘het is traditie’. Dit zijn lege hulzen zonder inhoud. Dat weet je diep van binnen eigenlijk ook. En? Voel je het al borrelen? Wordt het zwart voor je ogen? Neemt weerstand het over? We voelen het zo vaak opkomen maar hebben niet geleerd om er mee om te gaan. Het vraagt moeite om er tegen in te gaan.Het is veel gemakkelijker om er in mee te gaan.Daarom neemt weerstand het over. Maar weerstand omwille van weerstand, kan nooit een goede motivatie zijn. Ik kan veel voorbeelden aanhalen. Veel situaties, onderwerpen, thema’s. Van andere mensen maar ook van mezelf. Ik denk dat veel Vlamingen dit herkennen. Dit ervaren. Als ze heel eerlijk zijn. Maar het is niet gemakkelijk eerlijk te zijn, zeker niet tegenover jezelf. Ik schrijf dit omdat ik vind dat ik het moet delen. We praten er te weinig over. Weerstand is menselijk. Initiële weerstand hoeft geen probleem te zijn. Het gaat er om wat erna komt. Om wat JIJ met die weerstand DOET. En niet om wat de weerstand met jou doet. Stil staan bij jezelf, je eigen reactie wanneer iets binnenkomt. DAAR moet je al ingrijpen. Het is die eerste, prille weerstand die je meteen in de kiem moet smoren. Voor hij uitgroeit tot een grote, weerbarstige boom met zo’n diepe wortels die door eender welke wind van eender welke kant niet meer omgewaaid kan worden. Ook al zou hij dat zelf soms stiekem willen. Heel stiekem. Ik schreef het eerder: de eerste stap, is toegeven dat je een probleem hebt. It’s a small step, but many small steps from many people can become one giant leap for humankind.   Veel liefs, een mede-Vlaming

LiBre (Wabliefjes)
0 0

174 dagen

174 dagen 174 dagen zijn onder ons doorgegleden 174 dagen dat ik uit liefde in mijn bubbel blijf Uit liefde, om jou, mijn geliefden, te beschermen Terwijl ik me elke dag meer en meer afvraag Wat als het leven beslist dat onze wegen voorgoed zouden scheiden ? Wat als we elkaar dan écht nooit meer zouden kunnen voelen en zien? Zal ik dan nog met mezelf verder kunnen? Zal ik dan verder kunnen met een immens groot verdriet? Zal ik dit alles dan nog steeds vanuit liefde kunnen bekijken? Wanneer ik mijn geliefden werkelijk nooit meer zal zien… Ik wil geliefden kunnen zien, ik wil jullie kunnen voelen, ruiken, proeven Niet langer in bubbels of door bubbels gescheiden leven Wat heeft deze onzichtbare al platgewalst? Wat heeft hij al vernield? Ik ben in mijn eigen wereld gaan kijken, mijn eigen grenzen afgetast. Ohhh, wat doet mijn hart toch zo’n pijn, wat heb ik zo’n immens groot, onzichtbaar verdriet 174 dagen zijn we voorgoed verloren, die komen nimmer nooit terug Moet ik dit met open ogen blijven verdragen? Ik kijk in mijn hart, luister naar mijn gezond verstand Deze weten me wel te wijzen 174 dagen met harde, zwarte cijfers, ze werden deel van ons bestaan Kunnen we deze blindelings vertrouwen en geloven ? Kunnen we dit zonder argwaan? Wat met al die mensen, die alleen waren in hun lijden, die alleen waren op het einde van hun bestaan ? Ik voel de angst in mijn hart, de angst uit hun ogen, ik voel de angst in mijn bestaan Ik kan dit niet langer toelaten, ik kan de angst niet langer zijn eigen weg laten gaan Ik neem mijn voorzorgen, ben voorzichtig Angst heeft terrein verloren, angst heeft van voorzichtigheid stilletjes verloren We lopen bedekt, ons non-verbale kan amper spreken Ik hoop dat jij kan zien, dat ik mijn ogen harder laat spreken Ik hoop dat jij kan zien, dat ik jou bedekt ook zie Ik wil jou zien, de angst in je ogen Ik wil jou zien, het verdriet rond je mond Ik wil jou zien, zien zoals je bent, zoals jij je voelt Ik wil jou zien, niet op mezelf blijven bestaan Daar zijn we als mens toch niet voor gemaakt, om alleen door het leven te stappen, om anderen uit de weg te gaan ? Daar zijn we als mens toch niet voor gemaakt, om anderen te vermijden, om met een boog rond mensen heen te gaan ? We hebben elkaar nodig We moeten op elkaar steunen, leunen We moeten kunnen vertrouwen op elkaar Wees niet bang tijdens deze donkere dagen Licht zal steeds door donker heen gaan stralen Licht zal steeds blijven bestaan   Uit liefde M.

Maud
5 0

haar noch pluim

Beste,  ik heb dat altijd vreemd gevonden, beste. Het zal wel zo zijn dat wij brieven schrijven in de hoop de beste versie van de ontvanger te bereiken, dat wij begrijpen dat er een kans bestaat dat onze woorden verkeerd begrepen worden, dat, in kort, wij, brievenschrijver en brievenlezer, niet de beste versie van onszelf zijn.    Dat is ook in mijn geval zo, de versie van mezelf die dit schrijven tot u richt is niet de beste versie van mezelf, en dan kan je, met een licht schouderophalen, zeggen: wie is ooit de beste versie van zichzelf. Sommigen zullen  ongetwijfeld willen opmerken dat de beste versie van onszelf opstaat in de moeilijkste van omstandigheden, dat we daarin die versie van onszelf leren kennen. Dat zou zomaar eens goed mogelijk kunnen zijn, en toch blijf ik het vreemd vinden.     Met alle respect.     U bent dood, zoals mijn vader dat is.  De beste versie van mijn vader duikt overal op. In de gedachten van de buurtbewoners duikt hij op als de man die op zijn bankje voor zijn huis zit aan het einde van een lange dag klussen. Er is geen huis in de wijde omtrek waar hij niet eens het gras afreed, of de haag snoeide, of een elektriciteitspanne verhielp, of een muurtje metselde, klinkers legde, als hij kon helpen, zeggen de mensen, was hij gelukkig. Mijn vader was niet gelukkig, gelukkig was één van die woorden die volgens hem aan een andere wereld toebehoorden, niet deze in elk geval.    In de gedachten van zijn vrouw duikt hij op als de man die al die jaren aan haar zij staat, de man die ervoor zorgt dat ze zich geen zorgen moet maken, over weinig tot niets, al doet ze dat wel. Er is geen rekening die hij niet voor zijn rekening neemt, geen probleem dat hij niet oplossen kan, geen kracht die hem ontbreekt om eender wat te doorstaan, hij is een rots, een toeverlaat. Mijn vader was geen rots, geen toeverlaat, dat zijn concepten die hij opgedrongen kreeg door een gebrek aan keuzes, keuzes die volgens hem ook aan een andere wereld toebehoorden, wederom niet deze, in elk geval niet deze.    Over mijn broer zwijg ik. Mijn broer zwijgt over alles. Hij lijkt op zijn vader, meer dan hij ooit zal toegeven. Confrontatie, ziet u, mijn vader kon geen confrontatie aangaan, dat zou betekenen dat hij moest toegeven dat er maar één wereld is. Deze. Dus, als mijn broer, zweeg hij, zelfs wanneer hij schreeuwde en met dingen smeet, eigenlijk was het niets dan verzwijgen. Omdat iemand hem ooit had verteld dat hij het allemaal maar moest verdragen, dragen, de hele wereld, de hele wereld waartoe hij behoorde. Het was die wereld die op hem woog, die hem zei: er is een andere wereld, maar die is niet voor jou.    Ik weet niet goed waarom ik me tegen die beste versies van mijn vader afzet. Het is een troost, dat merk ik wel, voor mijn broer, mijn moeder, de mensen in de buurt, hij kon echt alles, zeggen ze. En hij was de slechtste nog niet, zeg ik. Dat is vreemd, dat merk ik aan hun reacties, hun blikken laten me weten dat ik beter meedoe, dat ik beter meebouw aan de beste versie van mijn vader, maar, en dat is de conclusie waar ik misschien niet mee kan leven, dat zou betekenen dat de beste versie van mijn vader de dode versie van mijn vader is. Dood kunnen wij toch niet de beste versie van onszelf zijn?     Ik heb het gevoel dat ik de slechtste versie van mezelf tegenkom. Telkens ik zijn daden minimaliseer, zijn woorden tegenspreek, zijn goedheid in twijfel trek, telkens ik  hem mens wil laten zijn, krijg ik te horen dat ik me van taak vergis. Ja maar, je vader kon als geen ander werken, ja maar, je vader kon als geen ander. Alsof ik hem veroordeel tot maar een mens, tot maar iemand als iedereen anders. Alsof daar geen lofzang van te maken valt. Alsof hij uniek móét zijn, waarom eigenlijk?    Is het vreemd dat ik een beroep wil doen, niet op zijn beste versie, maar op zijn slechtste versie? Op uw slechtste versie?     Denkt u dat ik alleen maar mijn slechtste versie een beter gevoel wil bezorgen door uw slechtste versie aan te schrijven?     Wil ik mezelf troosten wanneer ik het maar moeilijk meer aankan te luisteren naar al die beste versies, van mijn vader, van u, van de mensen, of wil ik alleen maar horen dat ik ook, ook ik ben maar een mens? Kan iemand dat bevestigen? En waarom heb ik dat gevoel zo vaak, de laatste tijd? Heeft dat iets te maken met de god die de hele maatschappij wanhopig probeert in leven te roepen?    En dan, moet u weten, word ik kwaad op mezelf. Dan hoor ik mezelf jammeren en klagen en de zielenpoot uithangen. En in de confrontatie met mezelf bouw ik muren om me heen, met een venster erin, en gordijnen ervoor, en die dichtgetrokken, sluit ik me op en af van de wereld, en schrijf een brief naar een dode die ik van haar noch pluim ken, een dode wiens werk ik amper ken, een dode waarvan ik geen idee heb of ik op hem lijk, anders dan dat hij een mens was, zoals ik een mens ben, en waarom denk ik dat een dode eerder dan een levende me dat bevestigen kan?    Waarom niet deze brief gericht aan die andere dode, die man die mijn vader was, die ik van zodra ik de kans maar kreeg pa noemde, pa die me doet denken zoals hij dat deed, alleen maar zoals hij dat deed, alleen, ik sta er alleen voor. En er zijn twee werelden, één voor mij en één niet voor mij.     En dan word ik kwader, want het is me wel duidelijk dat ik maar één leven heb, en dat het niemand anders wat uitmaakt of ik de wereld in twee splijt. Ze lijken er allemaal mee te kunnen leven, dat die split bestaat, dat die oefening moet gemaakt, absurd als het is strekken we onze benen uit, onze tenen krampachtig aan de randen van een ravijn, ons lijf erboven bengelend, en daaronder een vaag vuur waarvan geen warmte opstijgt, alleen maar rook. Een dichte mist die de wereld voor ons verbergt. We nemen niet eens deel aan die ene wereld. Dat lijkt alleen maar zo.     Ik lijk op je, pa. Maar ik wil je vragen, ga eens na, als wij zijn als iedereen, hoeveel mensen, denk je, zijn er, hoeveel mensen die denken als wij, in totaal verschillende kamers, bij totaal verschillende vensters, dat ze er alleen voorstaan? Dat er een wereld is, daar, ergens, niet om hen bekommerd, hoeveel, pa, denk je, dat er zijn die de confrontatie aangaan?    Misschien deed u dat ook wel. Misschien niet. Misschien hangt dat af van de versie die ik zal aantreffen in uw antwoordbrief. Ik koester de stille hoop dat uw aanhef als volgt leest: ‘Slechtste, al weet ik dat dat vreemd klinkt, maar ik vrees dat ik u bij leven tref.' En ja zal ik dan denken, en voelen zal ik het ook.     

Bas Tuurder
66 1

De duivenbende

Het is maandag. De lucht is grijs en voelt kil aan. Het is buitengewoon stil wanneer de roltrap me op het plein Zwarte Vijvers in Molenbeek duwt. Er komt me geen geur van warme broodjes of look tegemoet zoals op andere dagen. En ook de helblauwe lucht en de snijdende winterwind waar ik zo van hou zijn afwezig. Er zit dus niets anders op dan zo snel mogelijk te stappen in plaats van slenterend te genieten. Net als ik wil oversteken valt mijn oog op de stoeprand. Of beter in het keelgat van een duif.Keelgat mag je hier zeer letterlijk nemen. Er liggen drie duiven op de stoeprand met elk een gat in hun keel ter grootte van een klein ei. Vol afschuw draai ik me om en loop door, maar ik krijg het beeld niet van mijn netvlies geveegd. Het doet me denken aan die ochtend dat de buurvrouw me kwam zeggen dat Kurt rost Pietje had dood geschoten. Ik was toen 14 jaar en smoorverliefd op Kurt. De buurvrouw wist dat en toch vertelde ze het zonder veel details en liet me dan achter. De buurvrouw was een opgetutte dame uit Brussel die zo deftig en beheersd was dat ze de jonge liefjes van haar man met een zure glimlach verdroeg. Daar stond ik dan, een verdwaalde tiener, met honderden vragen in mijn hoofd, maar ik kreeg geen geluid meer uit mijn mond. Ik had een hekel aan rost Pietje. Als kind vond hij niets leuker dan mij en mijn vriendinnetje te pesten. Zes jaar lang hebben we dat moeten dulden. Tot hij groot genoeg was om zich met andere dingen bezig te houden. Wapens blijkbaar. Ik kreeg direct een schuldgevoel voor alle vloeken die ik als kind over hem had uitgesproken. Misschien was ik echt een heks en was Pietje door mijn schuld dood? Pas uren later heb ik vernomen dat het niet mijn Kurt was die had geschoten en dat het eigenlijk allemaal een ongeluk was. Ze hadden met oude wapens zitten spelen en een kogel die had vastgezeten was los gekomen en recht door het achterhoofd van Pietje gegaan. Misschien waren de duiven ook zo aan hun einde gekomen, door een ongeluk, of door rebelstienergedrag? Hadden de jongens hier op het pleintje al spelend naar elkaar geschoten en waren de duiven ertussen beland? Of was er een burenruzie uit de hand gelopen? Of zouden de bewoners hier dagelijks een aantal duiven schieten om dan lekker gaar te stoven? Dan waren hun ogen groter dan hun buik geweest en dat klopt niet met het beeld dat ik de voorbije jaren ontwikkelde over de bewoners hier. Voedsel wordt hier niet verspild, maar met de buren gedeeld. Nee, de duiven lijken brutaler aan hun einde gekomen te zijn, alsof er een gepantserd voertuig met grote pinnen op de bumper gepasseerd is waarop de drie duiven tegelijk vastgepind werden. Dat moet dan wel zelfmoord geweest zijn, of waaghalserij van een paar jonge duiven die elkaar uitdaagden. De man achter het stuur moet van totale schrik de duiven op de stoep gegooid hebben. Het zou ook geen zicht zijn om in een zwarte geblindeerde wagen met drie duiven als trofeeën vooraan je bumper door Molenbeek te rijden. Dan denkt de plaatselijke politie helemaal dat ze in één of andere maffiafilm terecht gekomen zijn en gewoon in het wild mogen schieten. In gedachten verzonken voel ik de kilte niet meer. Aan het groentewinkeltje ruik ik het verse fruit. Een vlucht lichtgrijze duiven maakt een sierlijke beweging over mijn hoofd. Dat waren de mooie duiven die steeds de aandacht trokken door één of andere kunstzinnige dans. Nooit zag je ze bedelen om eten of zenuwachtig rondpikkelen. Ze leken wel uit prinselijke oorden te komen, enkel om wat schoonheid in de stad te brengen, nooit om onze rust te verstoren. Misschien behoorden de drie dode duiven wel tot een onruststokende gangsterbende en werden ze door de duivenpolitie neergekogeld met de lechees van het groentewinkeltje op de hoek? Ze leken wel gangsters nu ik eraan denk. Het waren niet de verzorgde duiven die respectvol uit de weg gingen en hun behoeften aan de muurkant achterlieten. Nee, de duiven op de stoeprand waren van de vuile bende, die hun groenwitte slijmerige behoeften over het hele plein lieten vallen, zodat je bij regenweer gegarandeerd op je bek ging als je de metro uitkwam. En dan weet ik het plots... De drie duiven stonden wellicht heel hard te lachen wanneer er weer een oudje tegen de grond ging. En deze keer was het oudje in totale woede met zijn wandelstok de duiven te lijf gegaan. Zo is het vast gegaan. En niemand durft de duiven nu weghalen uit respect voor dat oudje. Ik ril nog even en dan verdwijnt de dode duivenbende samen met wijlen rost Pietje voor altijd ergens in mijn achterhoofd.

Fien SB
77 1

Coronacommunicatie

Beste dagboek, Maar vooral beste meneer Ben Weyts, Als directeur van een basisschool met 535 leerlingen heb ik de voorbije periode samen met mijn team mijn uiterste best gedaan om met uw verwachtingen en die van de onderwijspartners om te gaan. Dankzij een wendbaar en flexibel team schakelden we in no time om naar afstandsonderwijs. We combineerden dit met het organiseren van noodopvang en zorgden dat ouders uit de cruciale sectoren konden blijven werken terwijl wij hun kinderen in de watten legden op school. We motiveerden ouders en leerlingen om het afstandsonderwijs te laten werken. Als directeur werkte ik de weekends door en was het mij nooit teveel om tot 's avonds laat kaders te ontwikkelen, nieuwe planning uit te schrijven, filmpjes te maken en personeel en ouders te voorzien van correcte communicatie. Na de paasvakantie ontwikkelde u samen met de onderwijspartners preteaching en opnieuw werd het schakelen, bijsturen en ontwikkelen. U maakte het ons niet gemakkelijk door steeds eerst de media in te lichten en nadien pas het werkveld in te lichten over de wijzigingen. Dat zorgde er nogmaals voor dat ik vaak 's avonds laat nog kon werken om ouders en personeelsleden te voorzien van een correcte communicatie want zowel u als diezelfde onderwijspartners geven in de media niet altijd de correcte informatie mee.Maar geen probleem we blijven gemotiveerd en nemen onze taak als motivator op en doen dit hoofdzakelijk voor onze leerlingen. Bovendien zoeken we zelf nog naar laptops en tablets om zo iedere leerling te kunnen laten genieten van afstandsonderwijs. Van uw project heb ik geen laptop gezien in mijn school. Maar geen probleem we doen dit met plezier voor onze leerlingen. Iets later bereidt u samen met de onderwijspartners het exitscenario voor het onderwijs voor. Voor de zoveelste keer wordt weer eerst de media ingelicht en moet ik als directeur van een school net zoals iedereen de nieuwe richtlijnen vernemen via de pers. Samen met het wendbare team beginnen we aan het voorbereiden van de heropstart van onze school: klassen verhuizen want de GEES wil social distancing in de klas en op de speelplaats, signalisatie aanbrengen, éénrichtingsverkeer in de gebouwen organiseren, handgel-desinfecterende gel-mondmaskers-koortsthermometer-faceshields...aankopen, leerkrachten van klas laten veranderen, essentiële doelen bepalen voor het eerste, tweede en zesde leerjaar tot het einde van het schooljaar, noodopvang organiseren, afstandsonderwijs blijven organiseren, een nieuwe procedure ontwikkelen voor brengen en komen halen van de kinderen, een poetsschema uitschrijven dat zorgt dat twee maal per dag alle contactpunten gereinigd worden en ieder lokaal dagelijks nat gepoetst wordt.... en dit alles met een team waarvan ook collega's zich in een risicogroep bevinden en dus enkel van thuis uit kunnen werken. Maar geen enkel probleem. We werken weer eens een weekend door, offeren onze avonden op en gaan met volle moed en energie er tegen aan want we zijn wendbare en zelfsturende teams. Amper 3,5 lesdagen later maakt u een evaluatie. U verkondigt dat het onderwijsveld aangeeft dat we meer klassen kunnen openen. U vergeet er wel bij te vermelden dat we ook aangaven dat dit enkel kon als de veiligheidseisen soepeler werden (lees: social distancing in de klas). Samen met die onderwijspartners beslist u om plots alle leerlingen naar school te halen. Bij vele ouders/kiezers bent u de held maar in het onderwijsveld bent u echter zeer ONGELOOFWAARDIG. Voor wie neemt u ons eigenlijk? Zonder schroom verkondigt u samen met de onderwijspartners dat er nu 20 leerlingen in een klas kunnen in de lagere school. Waar zijn die scholen met klaslokalen van meer dan 80 vierkante meter? Bent u samen met die onderwijspartners al eens in een school geweest de laatste tijd? Had u en de GEES dit een week eerder niet kunnen bedenken? En ook nu weer komt u met uw nieuwe plan eerst in de media en daarna naar het onderwijsveld. Of zullen de regels nog eens tien keer wijzigen voor dat het 2 juni is? U doet dat ook nog eens in een verlengd weekend want dan hebben de directeurs tijd om alles aan te passen. Ja, ook wij in het onderwijsveld zijn heel blij dat alle kinderen terug naar school kunnen komen. Dit scenario hadden wij al bedacht in de paasvakantie maar wie luistert er naar ons? Beste minister, ging u ons beroep niet opwaarderen? Hebt u er al eens aan gedacht om de directeurs basisonderwijs beter te ondersteunen?Was er geen masterplan in Vlaanderen voor het basisonderwijs? Al jaren moeten we horen dat we in het onderwijs staan voor de vele vakantiedagen. Premier Wilmès bezocht onlangs een ziekenhuis in Brussel en het verzorgend personeel keerde haar de rug toe. Ik vrees dat het onderwijzend personeel niet eens naar buiten zal komen als u op bezoek komt. Maar weet u wat ik zo dadelijk ga doen? Ik kruip opnieuw met volle moed en met 150% enthousiasme achter mijn laptop om het beste plan heropstart 2.0 uit te schrijven. Om zo mijn leerlingen maximaal op school te krijgen. Ik zal opnieuw mijn wendbaar team enthousiasmeren om hier nog maar eens hun schouders onder te zetten want wij doen deze job toch enkel voor de vele vakantiedagen. En dat doen we niet voor u en niet voor de onderwijspartners maar wel voor onze 535 leerlingen en hun ouders! Tim Stiers, directeur uit Landen

Dagboek van een leerkracht
16 0

Applaus!

Applaus, dagboek! Of toch niet… De krantenkoppen schreeuwen het! De minister is fier! De scholen gaan terug open….Of toch niet… Want er is iets mis met dit compromis. Mijn afgelopen maanden kan je vergelijken met een kleine rollercoaster: constante reorganisatie, ongeruste ouders, enthousiaste en vermoeide collega’s en vooral veel WIFI-problemen. Ik had, samen met 16 000 artsen https://bit.ly/36lTtaR, gehoopt dat het basisonderwijs zijn deuren ging openzetten met als motto “Het nieuwe normaal: kinderen mogen meer dan volwassenen”. Weg met de bubbels en de anderhalve meter! Voor kinderen althans. Maar de logica van 16 000 artsen werd niet gevolgd door de minister en de onderwijspartners. Ik hoor minister Weyts graag zeggen: “Die drie leerjaren komen de ene dag en die drie de andere dag.” of “Er mogen nu tot 20 lagereschoolkinderen in een lokaal zitten (als ze wel elk hun 4 vierkante meter hebben).” 🦠Het feit is, meneer de minister, dat het nu al zeer krap was om al uw bubbels een momentje speeltijd te geven in een van de verschillende vakjes op de speelplaats. Wat als 12 kleuterbubbels nu ook nog eens speeltijd moeten hebben?🦠Het feit is, meneer de minister, dat niet al mijn lokalen groot genoeg zijn om volgens de normen een klas van 25 leerlingen te ontdubbelen. Als ik ze in drie moet splitsen, kan ik nog minder kinderen naar school laten komen en heb ik nog meer leerkrachten nodig. Welke school heeft trouwens lokalen van 88 vierkante meter om een leerkracht en 20 kinderen in onder te brengen?🦠Het feit is, meneer de minister, dat als de helft in de voormiddag komt en de helft in de namiddag, mijn leerkrachten en mijn onderhoudspersoneel ’s middags alles moeten poetsen. Gaat het niet heel druk zijn aan de schoolpoort als alle ouders ’s middags hun kinderen brengen én komen halen? Ik hoop dat de Veiligheidsraad wél naar die 16 000 artsen gaat luisteren en komaf maakt met dit kladwerk, want ik krijg er een een punthoofd van. O ja, lieve ouders, wij willen heeeeeeeeeeeeel graag dat jullie kind morgen weer naar school komt. De mooie woorden van de minister hebben jullie zeker al doen dromen. Sorry dat vele scholen deze droom zullen moeten doorprikken, want alle kleuters (voltijds) en alle lagere schoolkinderen (halftijds) naar school laten komen én daarnaast opvang voorzien is een utopie. Daarvoor hebben we te weinig plaats, tijd en personeel.Dàt, meneer de minister, had u mogen vertellen in het journaal. Want nu ben ik de pineut die vanaf maandag iedereen mag wakkerschudden! Gegroet! Veva, directeur uit Vlaams-Brabant

Dagboek van een leerkracht
13 0

Een nieuw leven in corona

lieve Marie, ik schrijf je omdat ik even iets van me wilde laten horen, het spijt me heel erg van Elias. Hij was een schatje. Ik kan niet meepraten over het verlies en de droefheid die je moet voelen wanneer je een kind verliest door zo'n vreselijke ziekte als corona. Ik kan je niet beloven dat ik je laat lachen, maar ik kan je wel beloven dat ik met je mee zal huilen. Ik kan helaas door deze crisis niet naar jullie huis komen om je persoonlijk te troosten maar ik hoop dat je je een klein beetje opgefleurd voelt door mijn brief. Ik weet dat het moeilijk kan zijn om weer vertrouwen te hebben in onze wereld en de goedheid van het leven maar beloof me dat je het zult proberen. Je bent een wijze en goede vrouw Marie, laat dat niet van je afgepakt worden.  Heel veel liefs en sterkte geweldige vriendin, Rose   Rose veegde haar tranen uit haar ogen:' Arme Marie, eerst verlaten door haar man en daarna haar kleine jongen die overlijdt, ik hoop dat ze het hieruit maakt.' mompelde ze triest tegen zichzelf. Ze stond op uit haar stoel. Niemand had een jaar geleden verwacht dat Jonas Marie zou laten stikken, ze leken zo gelukkig met elkaar, het leek alsof er nooit iemand tussen zou kunnen komen tot hij haar drie maanden geleden verliet. Marie was toen voor de eerste keer gebroken, maar na een maand leek ze erbovenop te zijn gekomen, ze zei altijd dat haar vier jarige zoontje Elias haar redding was geweest, als het niet voor hem was, had ze vast en zeker uit een raam gesprongen. Rose voelde een kille angst zich bezit nemen van haar hart,wat als ze echt zelfmoord pleegt? Ik kan er niet bij zijn om haar te beschermen tegen haarzelf! Als ik mijn kinderen wil beschermen moet ik thuisblijven, maar dat betekend dat ik er niet kan zijn voor haar, en..., 'Wat moet ik nu doen?' kreunde ze 'Ik kan ze niet allemaal beschermen, en ik kan haar niet bereiken op haar telefoon, want die heeft ze blijkbaar uitgeschakeld, en..' . Ineens stapte Felix, haar man, binnen:'Rose?' vroeg hij 'ben je in orde?' Rose keek op:' Ja..nee..misschien...' begon ze. Felix trok één wenkbrauw op:' Rose, je bent duidelijk overstuur, wat is er aan de hand?' hij wierp even een blik op haar bureau en keek toen vol medeleven naar zijn vrouw:'Je maakt je zorgen om Marie, heb ik het juist?' Rose keek hem met een gepijnigde blik in haar ogen aan:'Het is nog maar drie maanden geleden dat Jonas haar verliet en Elias was haar hele wereld. Ik zie geen enkele manier om haar  persoonlijk te troosten, ze heeft haar gsm uitgezet en ik kan niet bij haar op bezoek gaan zonder jullie allemaal in gevaar te brengen, onze oudste is vijf Felix!' Felix sloeg zijn armen om haar heen: 'Ik vind het heel erg goed dat je een brief naar haar stuurt, liefste, maar de enige die Marie kan helpen is Marie, wij kunnen haar aleen maar aanmoedigen om dat te doen. Als ze niet geholpen wilt worden ben jij niet de schuldige, okè?' Rose vlijde zich tegen zijn borst: 'okè, ik heb zoveel geluk met jou, Felix, dank je wel' Felix glimlachte:'En ik heb geluk met jouw Rose'   Marie lag in haar grote zetel wanneer ze vier maanden later Rose' brief las. De tranen sprongen in haar ogen:'Al die tijd dat ik mijn bed niet uit ben geweest en niets van me heb laten horen heeft Rose zoveel aan me gedacht, zelfs Felix en de kinderen hebben kaarten en tekeningen opgestuurd.' Al die tijd had ik gedacht dat ik dit zonder hulp moest doen, maar er zijn zoveel mensen die me willen helpen. De woorden in Felix laatste brief deden het: het is niet zwak om om hulp te vragen, er zijn zoveel mensen die er voor je zijn, zoals Rose. 'Ik heb hulp nodig,' zei ze emotioneel 'Ik heb echt hulp nodig.' ze besloot Rose te bellen, Marie zette haar gsm, die de afgelopen maanden had af had gestaan weer op en belde haar vriendin:'Hallo?' klonk het aan de andere kant van de lijn: 'Hey Rose, ik heb besloten om iets van me te laten horen, Marie hier' Marie! Wat geweldig om iets van je te horen, lieverd, gaat het al een beetje beter? Marie knikte maar besefte toen dat Rose dat niet kon zien en zei:'Een beetje, ja' dat is fantastisch nieuws , lieverd, kan ik je ergens mee helpen? Marie aarzelde even, maar dacht toen aan Felix' wijze woorden:'Ja, weet je het email adres van die therapeut nog, die je heeft geholpen met over je trauma van je miskraam over te komen? ik denk dat ik eindelijk om hulp ga vragen.' 3 jaar later Marie en Rose wandelden door het park terug naar huis:'Wat zei de therapeut?' Rose keek haar vriendin aan. Marie lachte: 'Ik hoef niet meer te komen! ik ben over mijn trauma heen!' Rose keek haar vriendin ongelovig aan:'Echt? Ik ben zo trots op je, lieverd!' 'En ik heb nog een verrasing voor je', zei Marie. 'Ja, gaat het over Chris? Hoe was jullie date gisteren?' Rose keek  verwachtingsvol naar Marie. 'Hij heeft me een aanzoek gedaan en ik heb ja gezegd!' Er verscheen een brede glimlach op Rose' gezicht:'Ik wist het! Oh, ik ben zo blij voor je, lieverd, je verdiend het om gelukkig te zijn!' Al lachend en sprekend over de komende bruiloft wandelden de twee vrouwen naar huis.  deze tijd kost zo veel levens, en veel families hebben een dierbare verloren, mijn boodschap is dat je niet bang hoeft te zijn om om hulp te vragen zoals Marie. en als een naaste vriendin zoiets meemaakt dat je ze alleen maar kunt helpen als ze het toelaten zoals Felix tegen Rose zei. Samen komen we er wel door deze coronatijd, als we er voor elkaar zijn.

Louisa Autrix
0 1
Tip

Brief aan de buitenkomers

Als je mij twee maand geleden had gezegd dat er een moment zou komen waarop de mensheid mijn bloeddruk nog harder de hoogte in zou jagen dan reeds het geval was, had ik je verteld dat dat onmogelijk was. Het begon nochtans allemaal zo schoon. Toen de eerste paar longen het begaven in ziekenhuizen waarvan we ons de binnenkant voor de geest konden halen zonder camerabeelden, sijpelde het stilaan door tot in de meeste huiskamers, of er nu glazen wijn, blikken bier of flesjes River-cola op de salontafel stonden. Niemand zou onveranderd blijven door deze dreiging. Hoe contradictorisch ook, dit ding zou ons, door mensen weg te rukken, harder dan ooit verbinden met elkaar. Dus we hingen vlaggen uit voor de zorgverleners, die we hiervoor misschien nooit voldoende naar waarde geschat hadden. En we zetten beertjes voor ons raam om de kinderen, én – geef maar toe – volwassenen, toch even aan iets anders te laten denken. En een tijdje voelde het aan alsof het EK al begonnen was en we met 11 miljoen allemaal voor hetzelfde team supporterden. Ik weet dat ik niet de makkelijkste mens ben om je rond te bewegen. Ik maak me druk om dingen die anderen niet opmerken. Ik erger mij kapot aan mensen die hun gsm niet op stil zetten, waardoor ik elke toetsaanslag, elke Instagramstory en elk binnenkomend bericht mee moet ondergaan. Ik stoor me mateloos aan mensen die de pijlen in de Colruyt niet volgen, maar doen alsof jíj́ hen de weg verspert. En ik wil mijn haar uittrekken elke avond wanneer dat nerveuze ventje op de trein de twee vrije stoelen voor me negeert en naast mij komt zitten – hij wordt misselijk van tegen de richting in te rijden – om dan z'n krant op het tafeltje vlak voor mij – míj́n tafeltje, waar míj́n iPad staat! – te leggen, vervolgens z'n dagelijkse stuk fruit – een overrijpe banaan – begint weg te smakken, tussendoor z'n zenuwtrekjes kucht, in zichzelf praat en mij minstens vijf keer per rit met z'n knie of elleboog aanraakt, ook nadat hij onhandig over mijn benen naar het vuilbakje heeft gereikt om er zo de stank van de bananenschil voor de rest van de reis in mijn neusgaten te parkeren. Misschien is dat de hoogsensitiviteit. Misschien mijn slechte concentratievermogen. Of misschien ben ik gewoon een onverdraagzame eikel. Mijn conclusie is dat andere mensen gewoon onnoemelijk irritant zijn. Het was dan ook een verrassend aangename ervaring om eerst twee weken in quarantaine thuis te zitten en de dagen dat de griepsymptomen verzwakt waren, in alle rust te lezen, Netflixen en ongestoord introvert te kunnen zijn. Toen ik terug buiten mocht, leek ook de buitenwereld een vredigere plek dan dat ik me haar herinnerde. Motorgeluiden hadden plaatsgemaakt voor vogelgezang. Verkeerslichten aan het drukste kruispunt van de buurt veranderden van kleur zonder getuigen. Mensen wandelden en fietsten rond alsof de auto een futuristisch speeltje voor de allerrijksten was, wat, hoewel ik in Heist-op-den-Berg woon, ervoor toch anders was. En dan begon het. Al snel bleek dat elke Belg een hiervoor nooit ontgonnen passie voor wandelen, lopen en fietsen in zich droeg. Ik wil niet weten hoeveel niet-essentiële verplaatsingen er de laatste weken bij mekaar 'gesport' zijn. We moeten allemaal in ons kot blijven en er was nog nooit zoveel volk op de been. Sweet, sweet irony. Maar goed, we moeten mentaal gezond blijven en fysieke inspanning kan dat alleen maar bevorderen. Tot daar ben ik akkoord. Maar sommigen snappen het blijkbaar nog altijd niet. Zo leerde ik in de tijd uit m'n kot dat de 1,5-meter-afstandsregel blijkbaar niet geldt voor fietsers. Het maximum aantal dat in de broodjeszaak tegelijk binnen mag, telt niet voor die flapdrol die elke week z'n twee broodjes op voorhand bestelt. Met een ander koppel op je dakterras barbecueën mag, zolang je onze achterburen bent. Vorig weekend nog, wandelde ik langs een achtertuin waar zes mensen lustig aan het buurtfeesten waren, de glazen cava nog op tafel. Om maar te zwijgen van de vierkoppige groepjes wielrenners. Zelfs als ik rondkijk in m'n straat zie ik hier voordeuren vlotjes opengaan en mensen binnenlaten alsof het 2019 is. Als dat allemaal gezinnen zijn, is polygamie duidelijk een pak meer mainstream dan ik dacht. Ik begrijp het, hoor. Het is niet fijn om je aan opgelegde regeltjes van wereldvreemde grootverdieners in kostuums of experten in V-halstruien te moeten houden. Zeker als we daarvoor moeten inboeten aan onze oh zo vanzelfsprekende vrijheden. Maar het gaat hier nog altijd létterlijk om levens. Kunnen we dus alsjeblief nog even doen alsof er een virus onder de mensen hangt dat al 7.500 slachtoffers eiste en dat opnieuw zal doen als wij te eigenzinnig zijn om onze dagdagelijkse futiliteiten ervoor te laten? Ik snap dat je 't niet voor mij doet. Maar doe het dan voor je ouders. Voor je grootouders. Voor je kinderen in het derde, vierde en vijfde leerjaar die hun vrienden ook de komende weken nog zullen blijven missen. Voor je kleinkinderen. Doe het voor de zorgverleners die al zeven weken hun leven op het spel zetten in de meest traumatische omstandigheden die ze ooit beleefden. Voor de koerier die jou tegenwoordig voorziet van zowat álles, en je de eerste week wc-papier bracht omdat elke winkelbezoeker permanente diarree verwachtte te krijgen. Doe het voor de horeca-uitbaters die kortademig worden als ze naar hun omzet en hun vaste kosten kijken. Doe het gewoon. Dan kunnen we binnenkort allemaal onze familie nog 'ns vastpakken. En dan kan ik mij terug dood ergeren aan dat nerveuze ventje op de trein, omdat er geen grotere, levensbedreigende problemen zijn om mij mee bezig te houden.

Hans Verhaegen
186 6