De zwijgende eik
Het kluizenaarsleven is mij gegeven,ik zie een mier een ander berijden;hoor staal op hout na een overlijden,naar perfectie moet je blijven streven.
U denkt dat ik lawaai heb uitgetrokken,als een zwerende plek heb weggeveegd;mijn pijn in de maatschappij heb geleegd,wat je al hebt moet je niet vergokken.
Weglopen van mijn schaduw doe ik niet;laat haar onder de zwijgende eik verblijven;ze mag mij al vele jaren, en ik haar.
Het land dat mij leest, is een rijk gebied,dat haar benen kromt, niet wil bezwijken;nog steeds verschrompel ik bij elk fout gebaar.