Lezen

Aan dhr. Rudi Garcia, bondscoach van de Rode Duivels

Geachte heer Garcia U bent momenteel zowat de meest besproken persoon in ons Belgenland. Gewoon omwille van het feit dat u enkele keuzes moet maken die het landsbelang overstijgen. Zijnde: een ploeg samenstellen die de tegenstander doet beven van angst.  Omdat de eerste keer niet echt gelukt is, wil ik graag wat advies geven. Laat me beginnen met iets dat slechts zijdelings met het voetbalspel te maken heeft. Namelijk uw outfit. Terwijl de voetballers er bij officiële gelegenheden als echte mannequins bijlopen, had u zich tijdens de eerste wedstrijd van het WK, hoe zal ik het zeggen, een beetje met de Franse slag aangekleed. U had duidelijk snel wat bij elkaar geraapt. Een katoenen hemd, een rode plastron en een blauwe pet. Die rode plastron is een leuke knipoog, maar als de mussen door de extreme warmte dood van het dak vallen, laat u die best achterwege. Waarom geen frisse polo in plaats van dat hemd met lange mouwen? Ze hebben bij de voetbalbond voor elk grassprietje een functie in het leven geroepen, maar een stylist voor de coach hebben ze precies niet. En er zijn nog van die dinges. Maar laat ons naar het spel kijken. Mijn buurman Ömer, die in zijn vrije tijd de jeugdspelers van ons dorp training geeft, is het best geplaatst om voetbaladvies te geven. Hij heeft slechts één advies voor u. "Hij moet Hans Vanaken in het spel brengen, al vanaf de eerste minuut", vertelde hij in café De Kiezel. "Dat is een valse trage, maar dat zijn de gevaarlijkste spelers." Sta me toe om ook zelf enig speladvies te geven. Misschien kent u Guy Thys nog, de man die ons naar de halve finales van Mexico '86 loodste. Ik heb hem op de bank - met de sigaar in de mondhoek - iets horen zeggen dat u dezer dagen goed kan gebruiken. Hij riep eenvoudigweg dit: "Allez, tempo en pressen hè mannen." Ik heb het voor u even naar het Frans vertaald: "Allez, du rythme et du pressing, les gars!" Een gouden raad. Nu ik eraan denk, ik heb bij de bevalling van onze jongste ook tegen mijn vrouw "Allez, tempo en pressen hè schatje" gezegd, omdat ik die avond eigenlijk nog naar een zettersprijskamp moest. Maar dat viel niet meteen in goede aarde. Afijn, ik ben er zeker van dat dit advies u zal helpen. Ik wens u veel succes. Bonne chance!  Ondertussen verblijf ik, met de meeste hoogachting Désiré Dinges  

Désiré Dinges
24 0

De piraat die haar portemonnee kwijt was

Jos is het liefst piraat. Piraten zijn stoer en huilen nooit. Maar vandaag rolt er een traan uit haar oog. Een traan als een parel. Jos is haar portemonnee kwijt. Ze is heel verdrietig. Hoe moet dat nu als ze boodschappen gaat doen met mama? Piraten hebben een portemonnee nodig om hun geld in te doen. ‘We kopen wel een nieuwe portemonnee op de kermis,’ zegt mama. Daar hebben ze vast kinderportemonnees!’ ‘Kermis!’ Jos springt een gat in de lucht. Ze is haar verdriet onmiddellijk vergeten. Ze is dol op de kermis. ‘Gaan we echt naar de kermis?’ Haar ogen glinsteren als twee goudstukken. Mama knikt. ‘Het is kermis op het plein waar we altijd boodschappen doen. ‘Allemachtig, waarachtig,’ roept Jos. Ze pakt wat muntjes uit haar spaarvarkentje. ‘Voor mijn nieuwe portemonnee,’ zegt ze. Na het ontbijt doet Jos haar mooiste bandana om. De zwarte met allemaal doodskoppen op. Dan pakt ze haar lievelingszwaard uit de paraplubak. Ze kijkt in de spiegel. ‘Piraat Jos is er helemaal klaar voor!’ Ze knipoogt naar haar stoere spiegelbeeld. ‘Zal ik misshien ook mijn ogenlapje opdoen?’ Haar spiegelbeeld knipoogt terug. ‘Nee, beter niet. Dan zie je niks. En dan vind je geen portemonnee!’ Jos springt achterop bij mama op de fiets. Met één hand zwaait ze met het zwaard. Met de andere hand houdt ze haar muntjes stevig vast. Gelukig maar fietst mama. Jos vindt het reuze spannend. ‘Is de kermis al in zicht?’ ‘Daar!’ Mama wijst met één hand. Met de andere hand houdt ze het stuur vast. ‘Pas op mama! Een auto!’ roept Jos. Een auto zoeft voorbij. Snel pakt mama het stuur goed vast. Jos kijkt naar de plek waar mama heeft gewezen. Maar ze ziet helemaal niks. ‘Waar dan?’ ‘Daar! Achter dat grote gebouw,’ roept mama. Deze keer laat mama het stuur niet los. Jos ziet een groot gebouw. Dat is het zwembad, waar ze zwemles heeft. Ze is dol op zwemmen. Piraten moeten goed kunnen zwemmen. Bij het zwembad, neemt mama een scherpe bocht. Dan ziet Jos een draaimolen. ‘Kermis in zicht!’ roept ze blij. Er zijn heel veel mensen en er klinkt vrolijke muziek. Mama maakt de fiets aan een paaltje vast. Zoals een kapitein zijn boot aanmeert. Jos rent naar de grote tent met autootjes en bromfietsen. Uit de luidsprekers klinkt dansmuziek. Jos danst met mama op de klanken van de muziek. Ze wiebelen met hun kont en zwaaien met hun armen. Piraten zijn dol op feest vieren. Voor even vergeet Jos haar zorgen. ‘Wil je ook op een auto?’ vraagt mama. ‘Nee, zegt Jos. Ik hou niet van auto’s, maar ik wil wel dansen.’ En ze draait rond, net als de auto’s, en ze springt een paar keer in de lucht. Dat kunnen auto’s niet! ‘Gaan we nu een portemonneetje zoeken voor mijn geld?’ vraagt ze als de muziek stopt en de kinderen uitstappen. De hele tijd heeft ze haar geld stevig vastgeklemd gehouden in haar hand. Ze is moe. Haar vingers doen pijn. Alsof ze ook hebben gedanst. ‘Goed plan,’ zegt mama en ze lopen naar een kraampje met oude spulletjes. Jos kijkt met grote ogen naar al die schatten. Jos ziet poppen zonder kleren, vazen zonder bloemen, knikkers in alle kleuren van de regenboog en nog veel meer. Maar, hoe goed ze ook kijkt, tussen de schatten is geen portemonnee. Dan vraagt mama aan de verkoopster of ze misschien een portemonnee heeft. ‘Het is voor mijn dochter, de piraat.’ De verkoopster glimlacht naar Jos en zoekt tussen de spullen. ‘Hier heb ik er één, zegt ze alsof ze een schat heeft opgegraven. Maar dan kijkt ze sip. ‘Oh, nee, het is geen portemonnee, maar een brillenkoker! Ik moet hoognodig een bril!’ Ze doet de brillenkoker open. Hij is leeg. ‘Maar hier heb ik wel een pistool!’ De vrouw pakt een groene, plastic waterpistool.’ ‘Ik heb al een zwaard,’ zegt Jos. En ze zwaait met haar houten zwaard. ‘Jammer dan,’ zegt de vrouw. Jos en mama lopen naar de volgende kraam. ‘Hier hebben ze geen portemonnee, alleen enge foto’s van de boze wolf,’ zegt Jos. Ze wijst naar de platen die als de was aan een waslijn hangen. ‘Dat is niet de boze wolf, maar een hele grote hond, zegt mama die naar de grootste plaat wijst. ‘Voor de grote hond hoef je niet bang te zijn,’ zegt de verkoopster. ‘Ik ben nergens bang voor. Ik ben een piraat,’ zegt Jos en ze zwaait met haar zwaard. De vrouw frost met haar voorhoofd. ‘Maar je moet juist bang zijn! Kijk, er staat: pas op voor de hond!’ zegt ze tegen Jos. ‘Vallen ze mensen aan?’ vraagt Jos. ‘Ze blaffen als ze een dief zien. Die platen zijn om dieven weg te jagen.’ ‘Ik ben niet bang voor dieven!’ zegt Jos. ‘Als een dief bij ons komt, jaag ik hem weg, hé mama?’ Mama knikt. ‘Piraten zijn niet bang voor dieven! Ook als ze geen hond hebben.’ Jos zwaait naar de boze honden met haar zwaard! ‘Ik ben nergens bang voor! Ook niet voor dieven!’ Plots ziet Jos een lachende matroos op een raam. Hij houdt het stuur van een schip vast en knipoogt naar haar. ‘Kijk, de winkel met de matroos,’ zegt Jos. ‘Misschien hebben ze daar een portemonnee!’ Mama slaat zichzelf op het voorhoofd. ‘Wat slim van je!’ ‘Kom we gaan daar naar toe,’ zegt Jos. Mama tikt met haar hand tegen haar slaap: ‘Ajaj piraat!’ Jos glundert. Ze is blij dat ze haar ooglapje thuis heeft gelaten. Anders had ze de matroos misshien niet gezien. Nu moeten ze toch snel een portemonneetje vinden. Want ze heeft kramp in haar hand van de hele tijd het geld vasthouden. Ze geeft geen kik. Echte piraten houden zich sterk. Altijd. Maar ze is het wel zat. Ze stappen de winkel van de matroos binnen. Mama vraagt aan de verkoopster: verkopen jullie ook portemonnees? De verkoopster knikt en loopt met Jos en mama naar achteren. Daar doet ze een grote doos open. Het lijkt wel een verborgen schat. Ze haalt er een portemonnee uit. Ze doet de portemonnee open. Maar dan roept ze teleurgesteld: Oh, nee, het is geen portemonnee! Het is een pennenkoker! Sorry, we hebben alleen pennenkokers. Teleurgesteld lopen mama en Jos de winkel uit. Jos kijkt sip naar de matroos. Hij knipoogt naar haar. Alsof hij wil zeggen: Niet verdrietig zijn. Blijven zoeken! Zeelui geven nooit op! Je zult gauw een portemonnee vinden. Jos geeft stiekem een knipoog terug. ‘Ik zal niet opgeven!’ mompelt ze tegen de matroos. ‘Echte piraten geven nooit op!’ Mama zucht. ‘Ik had niet gedacht dat het zo moeilijk zou zijn om een portemonneetje te vinden,’ zegt ze. ‘Wat nu?’ Jos’ vingers zijn stijf en verkrampt. Ze houdt het geld stevig vast in haar handpalm. Ze is bang dat ze haar geld zal verliezen. Maar veel langer moet het niet duren. Ze moeten nu snel een portemonnee vinden. Een hand is niet gemaakt om geld in te bewaren. Een jaszak of broekzak wel, maar die heeft ze niet. Anders had ze daar haar geld wel in gestopt. Straks valt het geld uit haar hand. Het geld geven aan mama wil ze ook niet. Het is haar geld. Ze wil het zelf bewaren. Het is haar schat. Dan komen ze bij een draaimolen. Jos houdt niet van auto’s, maar wel van fietsen. Ze wil heel graag op de fiets van de draaimolen. Maar met het geld in haar hand kan ze het stuur van de fiets niet vasthouden. Haar muntjes zullen één voor één op de grond vallen. En fietsen met één hand zoals mama of zelfs zonder handen zoals de buurjongen, dat is niet slim. Dat is heel gevaarlijk! Het bewijs: De buurjongen heeft al een keer zijn arm gebroken. Ze wil geen piraat worden met een houten arm of been. ‘Stop het geld dan toch in je broekzak,’ zegt mama. Maar Jos heeft een zwarte joggingbroek aan en die heeft geen zakken. Ze heeft nu spijt dat ze geen andere broek heeft aangetrokken. Een broek met zakken. Ook al zit die minder lekker. En ziet die er minder stoer uit. ‘Mijn broek is zakloos,’ bromt Jos tegen mama. ‘Zakloos?’ Mama moet lachen. Jos vindt het helemaal niet grappig. Ze kijkt nors. ‘Wil je dan misschien touwtje trekken,’ vraagt mama lief. Ze wijst naar een kraam waar je touwtje kan trekken. ‘Ja!’ Dat wil Jos wel! Mama zet Jos op de brede toonbank. Jos legt het zwaard naast zich neer. Terwijl Jos naar de enorme bos touwen kijkt, geeft mama wat geld aan de vrouw van de kraam. ‘Je mag maar een touwtje trekken,’ zegt de kraamvrouw streng. Jos tuurt naar de kluwen touwen en denkt: Maar een touwtje? Oei, dat is moeilijk. Er zijn zoveel touwtjes. Hoe weet ik welke ik moet trekken? Alle touwtjes lijken op elkaar. Ze komen allemaal bij elkaar in één grote lus. Aan de lus hangt een grote staart. De staart ligt als een hondenstaart op de toonbank. Gelukkig zonder hond. Een hond die dieven moet wegjagen. Jos ademt diep in, legt haar geld in een hoopje naast haar zwaard. Dan trekt ze aan een touwtje boven de lus. ‘Goed gedaan,’ klapt mama in haar handen De vrouw van de kraam pakt het touw en trekt er hard aan. De prijs springt als een kikker omhoog. ‘Je hebt een tamboerijn gewonnen!’ zegt de kraamvrouw. Ze maakt de tamboerijn los en geeft hem aan Jos. Jos slaat met de palm van haar hand op de tamboerijn. De belletjes aan de zijkant rinkelen. Ze lacht. Ze is blij met haar nieuwe schat. Maar dan komt een ander meisje met haar moeder langs de kraam. Het meisje ziet Jos muziek maken met haar tamboerijn. ‘Ik wil ook touwtje trekken,’ zeurt ze tegen haar moeder. Die wordt nooit piraat, denkt Jos. De moeder zet het meisje op de toonbank. Naast Jos. ‘Je mag drie keer trekken! zegt de moeder toegefelijk tegen het meisje. Het meisje trekt niet één, niet twee, maar wel drie keer. Ze wint niet één, niet twee, maar wel drie schatten. Er gebeurt er iets geks. Jos kan haar ogen niet geloven. Aan het derde touw bungelt een roze portemonnee. ‘Die had jij moeten winnen,’ zegt mama verbaasd. Jos trekt haar schouders op. Ze zegt: De portemonnee is van het meisje. Het tamboerijntje is van mij. Ik hoef het geld niet meer. Aan mijn tamboerijn zitten muntjes die muziek maken. Dat is veel leuker dan echt geld. Ze legt haar losse muntjes in de tamboerijn en geeft het geld als op een schaaltje, aan mama. ‘De muntjes mag jij hebben,’ zegt ze. ‘Omdat ik aan het touw mocht trekken.’ Mama pakt de muntjes. ‘Bedankt! Je bent de liefste  piraat van de wereld!’ Haar ogen glinsteren. ‘Weet je wat! Met het geld trakteer ik je op iets lekkers!’ Dat laat mama zich geen twee keer zeggen. Ze zet Jos op de grond. ‘Wat eten piraten?’ ‘Broodje haring,’ zegt Jos. Ze is dol op haring. ‘Met heel veel uitjes…’ ‘Goed plan!’ Ze gaan naar de visboer en eten een broodje haring. Als ze klaar zijn, likt Jos haar vingers af. Dan trommelt Jos op haar tamboerijn en mama doet mee met haar portemonnee. De visboer lacht. Als ze naar huis fietsen, geeft Jos de zeeman op het raam nog snel een knipoog. Bedankt zeeman! Dankzij jou heb ik een prachtige schat gevonden. Als ik groot ben word ik een beroemde piraat en vind ik nog veel meer schatten. Ik ga heel veel oefenen. En ze zwaait met haar zwaard in de lucht. ‘Enteren!’ roept ze tegen mama als die het kruispunt over fietst. Door oranje. En een stukje door rood. ‘Mama! Niet zo gevaarlijk doen!’ roept Jos.  

Margaretha Juta
0 0

De bomen denken dat ik een vis ben

De bomen denken dat ik een vis ben   De bomen denken dat ik een vis ben. Ze fluisteren het naar elkaar
 via kabels van wortels,
 alsof het een verkeersbericht is
 voor een stad die ondersteboven hangt.   Ik wandel voorbij,
 maar mijn schoenen zwemmen.
 Een lantarenpaal oefent
 de bewegingen van een kwal.
 In een etalage verkoopt de lucht
 reserveonderdelen voor wolken.   De bomen denken dat ik een vis ben.   Daarom knikken ze beleefd
 wanneer ik door hun schaduw vaar.
 Hun bladeren draaien rond
 als kleine groene satellieten
 die vergeten zijn
 welke planeet ze moesten volgen.   Op het plein staat een man
 met een gezicht van dinsdag.
 Hij draagt een radio in zijn borstkas.
 Uit zijn ribben klinkt een stem:   same as it ever was,
same as it ever was,   maar ondertussen verandert alles:
 de stoep wordt rivier, de rivier wordt gedachte,
 de gedachte krijgt tanden
 en begint zachtjes te zingen.   Een hond leest de gebruiksaanwijzing
 van de maan.
 Een fiets groeit takken.
 Iemand hangt herinneringen te drogen
 aan een waslijn tussen twee minuten.   De bomen denken dat ik een vis ben.   Misschien hebben ze gelijk.   Want elke nacht zwem ik
 door kamers vol licht,
 langs meubels die doen alsof ze bergen zijn,
 langs spiegels die hun eigen spiegelbeeld vergeten.   En ergens,
 achter het decor van de ochtend,
 staat een bos geduldig te wachten
 tot ik eindelijk kieuwen krijg
 en de stilte binnenzwem
 als een bericht
 dat nooit voor mensen bedoeld was.   Tekst : Manfred - 9 juni 2026

Manfred
6 1

Handleiding voor een Wereld die Niet in de Lesmap Staat

Handleiding voor een Wereld die Niet in de Lesmap Staat   De directeur van het internet
 heeft mij een sticker gegeven: GESLAAGD Ik plak hem op een banaan. De banaan solliciteert onmiddellijk
 naar een functie in de cloud.   Op school leerde ik
 hoe een rivier naar zee stroomt. Niemand vertelde mij
 waar meldingen naartoe gaan
 als je ze negeert. Niemand tekende een schema
 van een gebroken hart
 met kleurcodes en legendes.   Niemand gaf een meerkeuzevraag: A) vertrouwen
 B) angst 
 C) alle bovenstaande antwoorden
 D) je batterij is bijna leeg   Leraar, ik heb uw formules nog steeds. Ze zitten ergens tussen
 oude wachtwoorden 
en recepten die ik nooit maak. Soms haal ik ze boven
 en houd ik ze tegen het licht. Ze lijken correct. De wereld blijft weigeren
 om de uitkomst in te vullen.   Volwassenen lopen rond
 met koffiebekers en toegangspassen. Van ver lijken ze deskundig. Van dichtbij
 zijn ze zoekgeschiedenis. Ze weten ook niet precies
 wat er aan de hand is. Ze bewegen gewoon overtuigend.   Ik dacht dat de test zou beginnen
 na het laatste examen. Maar de test blijkt overal te zijn. In de supermarkt. Om drie uur 's nachts. In een gesprek dat eindigt met:
"Doe wat goed voelt." Wat betekent dat zelfs? Mijn gevoelens hebben vergaderingen
 zonder notulen.   Leraar, kunt u mij nog één ding leren? Niet hoe ik moet winnen. Niet hoe ik gelijk krijg. Maar hoe ik rustig kan blijven
 wanneer de kaart van de stad
 niet overeenkomt
 met de stad. Wanneer de handleiding 
een roman blijkt. Wanneer de nooduitgang 
leidt naar een grotere kamer.   Ondertussen blijf ik oefenen. Ik voer mijn onzekerheid 
regelmatig water. Ik geef mijn fouten namen. Ik zwaai naar de toekomst 
alsof zij in een voorbijrijdende bus zit. Soms zwaait ze terug. Soms is het gewoon
 mijn spiegelbeeld in het raam. Maar de bus rijdt verder. En vreemd genoeg stap ik toch in.   Tekst : Manfred - 2 juni 2026

Manfred
0 1

Voetafdrukken in de Sneeuw

Voetafdrukken in de Sneeuw(Gebaseerd op de fatale schietpartijen in Minneapolis in januari 2026, toen Renee Nicole Good en Alex Jeffrey Pretti werden gedood door federale immigratie- en grenshandhavingsagenten.) De winter kwam niet stil,hij droeg keiharde laarzenen een lange jas.Hij liep door straten met namenen liet ijs achterwaar ooit adem was. In Minneapolis brandde vuur onder sneeuw,een stad die keihard leerde hoe kou voeltwanneer ze bevelen draagt.Wet werd een wapen,orde een excuus. Ze noemden het handhaving,maar het klonk als bezetting.Riemen vol wapens,wetten zonder gezicht,een staatdie gemaskerdniet zomaar wou ondergaan. Bloed tekende voetafdrukkenop plekken waar barmhartigheidhad moeten staan.Namen bleven liggen in de sneeuwalsof herinnerenverboden was. Maar de stad sprak terug.Met fluitjes, pancartes, telefoons,stemmen die trildenmaar niet weken.Tegen pepperspray en leugensstond waarheid,onbeschermdmaar koppig. Autoritarisme komt niet altijd schreeuwend.Soms komt het met formulieren,met stempels, en grote handtekeningen,met een hand die zegt:dit is alleen administratief, "but i'ts gonna be so great". In een auto,omringd door wapens en winter,vlak voor het schot:“I’m not mad at you.” Een mens is nooit illegaal.Geen kind is fout gespeld.Geen moedereen ontbrekend document.Grenzen bestaan op papier,niet in ademende longen,niet in kloppende harten. Vandaag komen ze voor “die illegaal”,morgen voor de buur,en overmorgenvoor wie dachtdat zwijgen bescherming was. Daarom staan we op.Niet als helden uit boeken,maar als lichamen in de kou,als stemmendie weigeren te verdwijnen. We onthouden de namen.We weigeren het verhaal dat zegtdat geweld orde isen angst beleid. Want een stad leeftzolang zij weigert te knielen.Geschiedenis leert niet vanzelf,ze moet verdedigd worden. Tekst : Manfred – 28 januari 2026

Manfred
0 1

Kerstmis

Kerstmis Kerstmisis de damp boven plastic bekers,zoet en muf stinkend,kruidnagelschaamlapvoor wat rot is geworden. De zon is al lang geen argument meer,het licht een marketingclaim,hoop een seizoensartikeldat na Driekoningen in de uitverkoop gaat. We eten, vreten,alsof schuld beter verteert met saus,we drinken cognacom het knappen van morele bottenniet te hoeven horen.Buiten vriest iemand doodtegen een raam dat van binnenuitfeestelijk beslagen is. Naastenliefdeis afgeschaft wegens inefficiëntie.Empathie past niet in de balans,solidariteit rendeert slechtop de lange termijn van het eigen gelijk.Wij zijn start-ups met een hartslag,ondernemers van onze eigen consumptie,breekbare, kitcherige kerstballenfailliet verklaard bij de eerste traan. Er hangt nog een klein iets in de lucht,naast die weeë walm van warme glühwein,iets ouds, iets dat weigert te sterven.De eisdat het gezellig moet zijn.Dat ruzies worden ingepaktin cadeaupapier met rendieren.Dat familie een morele plicht isen vrede een avondvullend programma. Dit is geen feest,het is een hinderlaag. Terug naar symbolen ?Terug naar hoop ? De zon keert terug, ja,maar de zee stijgt sneller.De lente komt,maar niet voor iedereen.Wie nu nog jubelt om het lichtheeft niets begrepenof te veel gedronken. Er was zogezegd ooit een kind,geboren in kou en angst,vluchteling nog voor het kon spreken.We noemen dat een verhaal van liefdeen herhalen hetterwijl we de grenzen sluiten. In Brussel twisten ze intussenover de kerststal:te modern, te inclusief,te weinig ezel, te veel menste veel ezel, te weinig mens,Autoritaire neoliberaleneisen traditiezoals ze eigendom opeisen. Ze bewaken de kribbealsof het een grenspost is,en noemen dat waarden,terwijl ze met dezelfde handhet kind terug de kou in duwen. Laat ons Kerstmis niet vieren.Laat ons het laten verdampenzoals glühwein die te lang warm bleef:stinkend, plakkerig, beschamend,onmiskenbaar aanwezig. Maak er een stille dag van.Van kaarsen uit het noodpakket.Van lege handen.Van denken, eindelijk denken,over wat we verbruiken,wie we vergeten,en waarom warmtealtijd van binnen moet komen. Manfred - 30 december 2025 Kerstmisis de damp boven plastic bekers,zoet en muf stinkend,kruidnagelschaamlapvoor wat rot is geworden. De zon is al lang geen argument meer,het licht een marketingclaim,hoop een seizoensartikeldat na Driekoningen in de uitverkoop gaat. We eten, vreten,alsof schuld beter verteert met saus,we drinken vodka en cognacom het knakken van morele bottenniet te moeten horen.Buiten vriest iemand doodtegen een raam dat van binnenuitfeestelijk beslagen is. Naastenliefdeis afgeschaft wegens inefficiëntie.Empathie past niet in de balans,solidariteit rendeert slechtop de lange termijn van het eigen gelijk.Wij zijn start-ups met een hartslag,ondernemers van onze eigen consumptie,breekbare, kitcherige kerstballenfailliet verklaard bij de eerste traan. Er hangt nog een klein iets in de lucht,naast die weeë walm van warme glühwein,iets ouds, iets dat weigert te sterven.De eisdat het gezellig moet zijn.Dat ruzies worden ingepaktin cadeaupapier met rendieren.Dat familie een morele plicht isen vrede een avondvullend programma. Dit is geen feest,het is een hinderlaag. Terug naar symbolen ?Terug naar hoop ? De zon keert terug, ja,maar de zee stijgt sneller.De lente komt,maar niet voor iedereen.Wie nu nog jubelt om het lichtheeft het niet begrepenof te veel gedronken. Er was zogezegd ooit een kind,geboren in kou en angst,vluchteling nog voor het kon spreken.We noemen dat een verhaal van liefdeen herhalen hetterwijl we de grenzen sluiten. In Brussel twisten ze intussenover de kerststal:te modern, te inclusief,te weinig ezel, te veel menste veel ezel, te weinig mens,Autoritaire neoliberaleneisen traditiezoals ze eigendom opeisen. Ze bewaken de kribbemet een Coca-Cola truck,alsof het een grenspost is,en noemen dat waarden,terwijl ze met dezelfde handhet kind terug de kou in duwen. Laat ons Kerstmis niet vieren.Laat ons het laten verdampenzoals glühwein die te lang warm bleef:stinkend, plakkerig, beschamend,onmiskenbaar aanwezig. Tekst : Manfred - 30 december 2025(met dank aan het interview met Ilja Leonard Pfeijffer, voor de inspiratie)

Manfred
0 1