Lezen

Als het niet gaat, verdwijn ik graag

Afzeggen van een niet uit te stellen gebeurtenis, lang op voorhand gepland en naar uitgekeken. Dan gaat het niet! Dan neem ik tram of bus en soms zelfs trein. Daarna boor ik me in de stilte van een wandelinglangs water, het kan zomaar zee zijn of een rivier met wandelpad waarbij ik de eerste kilometer me toch tot nadenken gestemd voel bij het zien van zoveel cruisebotenen de vraag die rijst wie die LEZ-taksen zal betalen voor deze ofandere die daar op een stille zaterdagvoormiddag wandelt of jogt de verse uitlaten inademt tegen wil, dank en alternatief wegblijven in? Het gaat me niet, ik wandel verder meer ruimte, meer lucht, meer wind een gedachte houdt me vast en ik waag te verdwijnen in de mensenmassa van de stad met winkels, cafeetjes en eethuisjes dietoeristen en bewoners entertainen in hun vrijheid Hier en daar slenter ikeen winkel binnen en doe warempel onverwacht éénkoopje, een verraste winterjas elders, een heel andere winkel moet ik niets en kijk wat rond ookal voelt het eerder vierkant tussende tafels vol boeken en rekken met postkaarten door, waarvan ik dan tochnog, voor mijn nieuwe hobby, er tien koop ik weersta een boek, noteer het in mijn hoofdbinnenkort is het immers weer Kerst met lijstje Onderweg naar huis roltrappen neerwaartsde tram onder en boven daar voel ik het nog een keer‘het gaat niet vandaag’ en dan passeren alle beelden de revuedaar achter mijn ogen haasten ze zich om me te tonen wat ik zag van het  zwaar bekofferde en gerugzakte koppel tot het meisje in zomersportoutfitjoggend langs die boten met een geurtje aan de toeristen die over de loopplank wiebelen enhet broodje in mijn zelf meegebrachte tas met ookdat koopje, geplooid en de postkaarten voor mijn hobby Het gaat nog steeds niet en dat is niet erg, ik verdween voor even in het grijs van de massain de leegte van de stilte aan de rivier met boten zonder LEZ-allures en daarna met zicht tot achter de wolken die de beloftevan zuivering van lucht inhielden en een verse start na de alt ctrl delete die ik inplan voor thuis Marilou

Schrijfhoek
12 0

gedachten sorteren

Ik dacht: ik laat hier eens mijn gedachten lopen. Laat ik ze even vrolijk huppelen op dit papier, alhoewel, 't is geen papier. Ik kan het niet ruiken. En mijn gedachten zijn ook niet zo vrolijk momenteel. Lopen doen ze wel, snel. Want ik heb dit niet op voorhand geschreven, ik schrijf nu gewoon wat ik denk... En ik denk veel. Dat het niet stilstaat, dat is een feit. Zoals ik al zei: ze lopen. En soms kan ik ze niet bijbenen. Dus dan schrijf ik de absurditeit ervan op, zo kan ik het kaf van het koren scheiden. Piekeren vermijden. Of werkt dat zo niet? Jawel hè, jawel, dat werkt hè, mede-schrijvers. Oh, ik krijg een berichtje binnen. Mijn gedachte over een gedachte was duidelijk verkeerd, dat lees ik nu, terwijl ik schrijf... Multitasken noemen ze dat. Misschien is dit een fait divers en moet ik het bij het kaf sorteren. Na veertig jaar moet ik nog steeds leren dat gedachten niet bij iedereen zo huppelen tijdens een loop. Elk zijn loopstijl... En terwijl ik dit schrijf, denk ik: rust nu toch, stop eens met denken. Maar dat lukt niet, 't is als een lopend vuurtje dat op hol slaat. Of ja, lopend vuurtje... Die uitdrukking klopt niet helemaal, maar je begrijpt me wel. Niet te stoppen dus. En als iets niet te stoppen is, crasht het meestal eens. En dan vergeet je gewoon alles: waar je sleutels liggen bijvoorbeeld, of wat je ook alweer in de kelder ging doen.    Alleen    ver tra...gen    lij kt....te.....w...er...ke...n    *    "'k Moet pipi doen!" roept de kleinste.    Snel! Even andermans gedachten sorteren, hij moet dat nog leren.    Ik ga rechtveren.    Euh...    Wat wou ik nu ook alweer beweren?        

Troja!
10 1

Pompoenmensen

Vandaag wil ik het hebben over de pompoen. Ja, de pompoen. Want een courgette, daar valt weinig over te vertellen. Een courgette kent haar plaats. Mes erop, schijfjes, klaar. Een tomaat geeft zich zelfs iets te gemakkelijk. Een champignon kunt ge met één hand klein krijgen. Maar een pompoen? Een pompoen is een middeleeuws fort. Ge snijdt hem niet. Ge neemt hem in. Hij ligt op uw aanrecht, rond en ongenaakbaar, met denkbeeldige kantelen en een slotgracht errond. Ge haalt uw grootste mes boven. Dat mes waarvan ge bij het uitpakken dacht: waarvoor heeft een normaal mens dit nodig? Hiervoor dus. Ge zet de punt erin. Duwt. Wringt. Vloekt. Op den duur hangt ge met uw volledige lichaamsgewicht boven het aanrecht, in een houding waarvan uw kinesist later zal zeggen dat het zo niet bedoeld is. De pompoen geeft geen krimp. Ik vermoed zelfs dat hij ervan geniet. En dan heeft hij ook nog een imagoprobleem. Vanaf oktober wordt de pompoen collectief veroordeeld tot twee carrières: soep of Halloween. Ofwel koken we hem plat, zetten er de staafmixer in en gieten er room bij. Ofwel hollen we hem uit, geven hem drie driehoeken en een slecht gebit en zetten hem aan de voordeur. Wat een vernedering. Heel uw zomer hebt ge op een veld liggen rijpen. Zon gepakt. Regen doorstaan. Met uw gat in de aarde gelegen. Vol smaak en grootse plannen. Komt er iemand met een Action-mesje ogen in u snijden. Terwijl er zoveel meer in zit. Ge moet er alleen door geraken. Want de pompoen heeft iets van een grumpy old man. Zo eentje die de wereld met enig wantrouwen bekijkt en niet van plan is daar voor uw plezier verandering in te brengen. Een mening heeft hij altijd klaar. Liefst kort, krachtig en zonder overbodige verpakking. Nuance wordt beschouwd als tijdverlies, diplomatie als een overbodige luxe. Ge kunt daartegen argumenteren, maar ge kunt evengoed tegen een pompoen beginnen praten. Die luistert ongeveer even aandachtig. En op zo'n moment denkt ge: waarom heb ik in godsnaam niet gewoon een courgette gekocht? Toch zit er iets fascinerends in dat stugge karakter. Niet alles moet onmiddellijk toegankelijk zijn. Sommige dingen hebben nu eenmaal een dikke schil, een eigen gebruiksaanwijzing en weinig belangstelling voor uw goede bedoelingen. Ge kunt blijven duwen, trekken en peuteren, maar daar wordt niemand zachter van. Integendeel. Voor ge het weet gaat de ophaalbrug omhoog en staat er boven op de kantelen kokende olie klaar. Ge moet weten waar de kleine poortjes zitten. Een pompoen moet ge roosteren. Olijfolie. Peper. Zout. Tijm. Rozemarijn. Een beetje masseren. Niet te bruusk. De oven in. En wachten. De randen worden donker en kleverig. De suikers karamelliseren. Het vruchtvlees wordt zacht en zoet. Aards. Nootachtig. Warm. Pompoen smaakt naar grond waar de zon nog in zit. De laatste jaren ben ik van die aardse smaken gaan houden. Paddenstoelen. Knolselder. Boter die bruin mag worden. Pompoen met zwarte randjes. Smaken die niet meteen hun beste beentje voorzetten, maar langzaam binnenkomen en blijven hangen. En ik hou ook van mensen die zich niet zomaar laten kruiden. Die niet bij de eerste kennismaking hun volledige binnenkant op tafel gooien. Geen grote verklaringen, geen emotionele ontboezemingen en al zeker geen demonstraties van kwetsbaarheid op een bergtop in een linnen broek. God verhoede. Soms zit de zachtheid in iets kleins. Een onverwachte grap. Een ogenblik van aandacht. Een gebaar dat nergens om vraagt. Een beetje warmte die er plots blijkt te zijn en even snel weer verdwijnt, alsof iemand vergeten was de ophaalbrug op te halen. En dan denkt ge dat ge binnen zijt. Dat ge de slotgracht overgestoken hebt en eindelijk aan de andere kant van die vervloekte muur geraakt zijt. Maar zo eenvoudig is het natuurlijk niet. Want soms staat ge daar met al uw goede bedoelingen, uw geduld, uw olijfolie en uw grootste mes en geraakt ge nog altijd geen centimeter verder. Ge kunt masseren tot uw armen eraf vallen, kruiden tot ge naar een Provençaalse markt ruikt en wachten tot de oven het begeeft. Maar een pompoen die niet wil, die wil niet. En op den duur moet ge u toch eens afvragen of al dat gewrik nog wel de moeite loont. Of ge niet meer energie in dat oranje kreng steekt dan ge er ooit aan smaak zult uithalen. Want niet achter iedere dikke schil zit goudgeel vruchtvlees. Soms zit er gewoon een heleboel niks achter. Of iets wat zo bitter is dat zelfs een halve kilo boter er geen redden meer aan heeft. En misschien is dat ook iets wat ge moet leren. Dat ge niet alles moet openbreken. Niet iedere ophaalbrug moet neerlaten. Niet iedere grumpy old man moet ontdooien. Sommige smaken hebben tijd nodig, maar tijd alleen maakt iets nog niet lekker. Sommige pompoenen moet ge gewoon pompoen laten. Die vragen erom tot een smakeloze soep gemixt te worden. Of uitgehold, met drie driehoeken en een mottig gebit aan de voordeur gezet te worden. Een beetje assorti met plastieken doodskoppen en chemische spinnenwebben. Ge houdt die echt letterlijk beter buiten.

Katrien Daniels
54 3

Ik hang

Wat als je blijft hangen, ergens tussenin? Wat als je struikelt over de drempel van de deur waar je door wil. Wat als je je droom voor je ziet vliegen en je kan er net niet bij?   Op dat moment, zie je net iets meer, net iets meer dan de rest. Je kan terugkeren en erover vertellen in het verleden, of de ervaring meenemen en er nieuwe paden mee leggen. Paden die steviger, mooier en dragend zijn. Soms stappen er mensen met je mee. Mensen die bruggen helpen bouwen, zelfs helpen rouwen en je naar boven hijsen met touwen. En dan is er dankbaarheid, die dankbaarheid brengt licht op je pad.   Wat als je ziet, dat mensen blijven hangen, ergens tussenin? Dan kan je ze lezen, tussen de lijnen. Kan je ze voelen, tussen stilte en spraak. Dan kan je ze laten zien, wat er nog bestaat.   “Wat is er?”   Een niet- afgelijnde vraag. Want er is iets, tussen goed en kwaad, tussen zwart en wit, tussen liefde en haat, …   Als je ooit bent blijven hangen, tussen leven en dood, dan wordt tijd relatief. Negativiteit een dief. Want, wat is het mooi, als je niet meer moest blijven hangen. Als je terug mocht verlangen.   Wat is het mooi om zonnestralen in regendruppels te zien schijnen, om mist te zien verdwijnen, om vogels te zien landen, ouderen elkaar te zien dragen op handen. Om naar luchtschilderijen te staren en Kunst te mogen ervaren.   Een kunstenaar bouwt aan paden, voor zichzelf maar ook voor de ander. De kunstenaar voelt, verft, tekent, behandelt, boetseert, schuurt, … de werken. Werken die jou kunnen meetrekken in een diepere dimensie. Waar je verhalen in voelt. Soms is het mogelijk om de werken te horen, te ruiken, en niet gewoon te bekijken maar te zien.   Ikzelf schrijf graag bij Kunst, want zoals bij velen, maakt het veel los.   Kunst lijkt de donkere lagen weg te schuren, zodat het licht er terug op kan vallen. Zo raakt het ook onze ziel.   Je zou het kunnen zien als het neerslaan van muurtjes die die oppervlakkigheid beschermen en dan precies weten waar je je vinger op moet leggen. Het doorzien van pijnpunten en erop duwen tot het licht erdoor komt. Tot je eruit leert en een prachtig pad bouwt. Tot je ook je droom najaagt, ongeacht de rugzak die je draagt.         In 2018 begon ik aan de opleiding fotografie en koppelde poëzie aan mijn beelden bij een eindwerk. Vanaf 2024 kreeg dit concept een diepere dynamiek door poëzie aan andermans Kunst/beelden te koppelen. ©Griet Decabooter (mei 2026/revised okt.'26)

Troja!
7 1

Het geleende lichaam

Ze trok het bos in om terug te vinden wat ze onderweg was verloren. Haar zinnen die ze inslikte, haar verlangen dat telkens opnieuw door redelijkheid aan banden werd gelegd, haar ritme dat ouder was dan taal. Ze luisterde en ademde de vochtige herfstlucht in. Hier vroeg niemand wie ze was. De strakgespannen spieren in haar schouders lieten eindelijk los. Haar hand gleed teder langs de boomstammen. Sommige voelden glad en uitnodigend, andere hadden een ruwe onleesbare schors. Tussen de varens zag ze hem liggen: een statige, geknakte boomstam. Ze observeerde hem met de zeldzame blik waarmee ze een man te kennen gaf dat hij haar verlangen had aangeraakt. In haar gedachten schetste ze hem: de bast die op enkele plekken opengebarsten was, de lichte kromming van zijn rug, de manier waarop hij daar lag alsof hij haar al verwachtte. Ze ging naast hem zitten en legde haar hand tegen de schors. Ze volgde een oneffen groef en dacht aan de rug van een man, aan de plek tussen de schouderbladen wanneer hij zich vooroverboog, net voor hij binnendrong. Ze trok haar schoenen uit en klom op de stam. Ze zakte voorzichtig voorover tot haar buik tegen het hout rustte en haar wang de ruwe schors raakte. Ze duwde zich harder tegen hem aan. Onder haar ontwaakte iets. Ze beeldde zich in dat hij daar lag, zijn adem in haar hals. Ze werd zich bewust van haar volle borsten tegen het hout, van haar dijen, de spanning in haar onderrug. Een korte zucht ontsnapte. Ze verlangde naar zijn stevigheid, naar het gevoel dat ze zich tegen hem kon afzetten zonder hem te breken. Ze drukte een kus op het hout en liet haar lippen even rusten. Ze voelde een borstkas die onder haar op en neer ging. Tussen de boomtoppen bewoog het licht. Ze hoorde het zachte kraken van de takken. Ze nestelde zich dieper in het geleende lichaam dat eerst vreemd, maar toch vertrouwd aanvoelde. Haar gedachten cirkelden steeds weer terug naar hem. De man die haar had laten ontwaken en een vuur in haar had aangewakkerd dat ze nooit alleen had kunnen vinden. Na een lange winterslaap gloeide haar huid. Ze richtte zich op en duwde haar bekken tegen hem aan. Ze wiegde mee met de boomtoppen. Haar adem verdiepte, haar spieren verloren hun waakzaamheid. Haar vingers spreidden zich over de bast en zo greep ze hem stevig vast. Ze sloot haar ogen en stelde zich voor hoe hij haar bezat. De zon stond bijna tegen de horizon. Het gefilterde licht van een late herfstnamiddag gleed over haar rug. Loom tilde ze haar hoofd op en keek naar de smalle strook hemel. Ze was kwetsbaar, maar niet weerloos. Nog even bleef ze liggen, haar spinnende lichaam uitgestrekt over het hout. Haar vingertoppen tikten tegen de bast, een nieuw voorzichtig ritme klonk. Een trage, oeroude cadans, die ergens diep onder haar huid niet meer te stoppen was.  

Jolien Van de Velde
159 1

Een potentiële bestseller

Ik beken: ik ben een waardeloze verkoper. Als diëtist weiger ik mijn patiënten vervangmaaltijden voor te schotelen en loop duizelingwekkend vette commissies mis. Ik doe niet aan lichaamsanalyses met dure weegschalen, omdat ik niet geloof in mensen extra laten betalen voor een bonnetje met rode cijfers waarvan ze alleen maar zenuwachtiger  worden. Ik verkoop geen supplementen voor problemen die met normaal eten opgelost raken. Als schrijver ben ik nog een grotere ramp.  Ik schaafde uren aan mijn eerste manuscript. Leurde ermee bij bekende en minder bekende uitgeverijen. In het beste geval kreeg ik een standaardafwijzing dat ik niet in het fonds paste. Enige tijd geleden was er een redacteur die de moeite genomen had en me een met redenen omkleed njet stuurde: ze zag onvoldoende potentie voor mijn roman. Potentie is iets wat ik eerder associeer met carrièretijgers met een indrukwekkend cv. Denk aan een vuilnisophaler die activist geworden is. Of een activist die vuilnisman wordt. Toen viel mijn euro! Zo iemand heeft iets te vertellen. Een schrijver moet vooraleer hij ook maar één letter op papier zet, zelf een verhaal zijn. Hoe verkoop ik mezelf? Ik heb gebrainstormd en opperde tijdens ons aperitiefmoment  op vrijdag om een affaire te beginnen, een vechtscheiding te ensceneren of polyamoureus te worden. Helaas, mijn echtgenoot vindt het teveel gedoe voor een betere flaptekst. Ergens kan ik hem wel begrijpen, want diep in mijn hart wil ik schrijven over ouder worden. Over keuzes die ik maakte en keuzes die ik nog moet maken. Over liefde in tijden van twijfel, maar probeer daar maar eens een acquirerend redacteur warm voor te krijgen. Stel je voor dat ik die op de boekenbeurs aanspreek: ‘Dag, ik ben een witte vrouw van bijna zestig die al eenenveertig jaar met dezelfde man is. Allebei zonder burn-out of bijna-doodervaring. Ik heb wel ervaring met: Alles in vraag stellen. Een trap op lopen en halverwege vergeten waarom. Drie keer per dag vijftien minuten wandelen om mijn bilspieren te rekken. Met een peesontsteking en een brace om mijn pols verdomd onhandig typen. Me afvragen of de kleinkinderen op de eerste plaats moeten komen.’ En dan, als uitsmijter. ‘Ik weet het allemaal niet meer. En al helemaal niet  waarom ik nooit mijn eicellen heb laten invriezen of naar Oekraïne ben gefietst om de oorlog daar te verslaan.’ Die redacteur zal me peinzend aankijken. In werkelijkheid zijn redacteuren doorgaans vrouwen, maar gênant om toe te geven, soms laat ook ik me verleiden door de verpakking. Ik lees hele dagen de kleine lettertjes op voedingsverpakkingen, maar een man in een strak pak, met een knap, zelfverzekerd gezicht heeft bij mij altijd een lengte voorsprong. Bij een vrouw zie ik meteen wat ik liever niet zie: mijn leeftijd, mijn rimpels, mijn onzekerheid. Zo’n jonge redacteur ziet er gewoon goed uit. Dat leidt minder af. Hij zal zeggen:  ‘Ik zal eerlijk met je zijn. Op dit moment ben jij onvoldoende materiaal voor een bestseller. Je moet absoluut eerst aan je personal branding werken. Begin met een  professionele foto voor je website en je auteursprofiel. Liefst tegen een verweerde muur.  In gedachten verzonken, maar niet te ernstig. Je moet eruitzien alsof je iets te vertellen hebt.’ Op het moment dat hij beseft dat hij iets te enthousiast op mijn vervaldatum heeft ingezoomd, zal hij proberen de schade te herstellen met een stortvloed aan advies. ‘Een  Unique Selling Proposition. Dat  heb je nodig! Vermeld in je  LinkedIn dat je zwerfvuil verzamelt. Maatschappelijk geëngageerd. Benadert activisme.Speel je leeftijd uit. De menopauze. Daar kun je zeker een boek uit persen.’ ‘Zonder epidurale,’ zeg ik. ‘Je hebt hem beet. Dat zoeken we. Humor. Storytelling.’ ‘Mijn brace?’ ‘Ook storytelling.’ ‘Mijn bilspieren?’ ‘Daar kan een zelfhulpboek over personal growth in zitten.’ Ik beken vervolgens dat ik tijdens mijn dagelijkse wandeling in mijn hoofd naar Oekraïne fiets om de blikken te ontwijken van de koeien die me aanstaren. En verder dat ik dat wandelen alleen volhoud om mijn fysiotherapeut zoet te houden. De redacteur knikt gewichtig. ‘Relatiemarketing heet zoiets.’ ‘Ik heb kleinkinderen.’ ‘Dat is duidelijk human interest.’ Ik aarzel even. ‘En een roman over een traumatische ervaring? De dag dat ik tijdens de eclips bijna het zonlicht niet meer zag.’ ‘Dat is het! Daar kan een redactie iets mee.’ Dan buigt hij zich naar voren. ‘Persoonlijk denk ik voor jou aan een roman met de titel Het leven van een grijze muis. Daar zit potentie in!’

HildeDS
2 0

vraag van vandaag

ik sta op het balkon om de zon te begroeten, mijn ogen moeten wennen aan het knipperlichten, het donker is soms beter te verdragen als je droomslaapt door je leven.   mijn ogen stellen zich op scherp, een groepje bomen komt dichterbij, een straatnaam, kentekens op steenworp, een rijtje huisnummers aan de overkant. mijn ogen staan op steeltjes, geen wonder dat ze prikken, ze zien teveel. het informatiebord is vol, maar in de hooiberg is geen speld te bekennen, waar is Wally?   ik oefen mijn oogspieren, trek een lijn van mijn duim naar de horizon. ik zie een kat in mijn ooghoek, een duif vliegt over, er is een man met een vuilniszak, milieupas in zijn andere hand, het leven speelt zich af in de periferie.   mijn blik glijdt over een busje, AIRCOTECHNIEK.NL staat op het voorportier. waarom zie ik dan opeens in het zijruit een vraag verschijnen, levensgroot, niet te missen door mijn linkeroog?   LEG VANDAAG NOG EEN VERKLARING AF: kun je aanvaarden dat je leven nooit volmaakt, dat de schade aan balken niet volledig hersteld, hooguit gestut, dat er altijd tranen zullen zijn als je voor meer dan 70% uit water bestaat, dat er geen verlichting bereikt wordt, dat je dood heel gewoon zal zijn, voor jou 10 anderen, dat je sterft zonder handreiking, of heldendichten?   kun je de dood dan maar beschouwen als iets dat verder reikt dan het oog, als ultieme liefdesverklaring aan jezelf, ‘de crematie vond plaats in gesloten kring’, de cirkel was altijd al rond.   kun je nu al zeggen: ik lijd mijn leven in vrijheid, omdat de leidinggevende is opgestapt, en zit de opluchting misschien juist daarin, zodat er geen koeling nodig is en je rustig kunt blijven ademen zolang de windrichting het toelaat?   afbeelding: Pixabay DanielHannah Eye

Hedianne
4 0