Lezen

Bewonder het gedonder

‘Goeiemorgen!’ zei ik tegen een man met een wit hondje. ‘Ik loop dezelfde kant op als u,’ waarop hij me begroette met een warme ‘Welkom’. Geen ongemakkelijkheid, niets: ik was duidelijk welkom. ’t Beestje was iets dat leek op een Maltezer, maar dan wat groter. Drie jaar oud en nog veel beter bestand tegen de kou dan de vriendelijke man zelf. Althans, dat is wat hij me vertelde. De koude zon bracht een soort rust die versterkt werd door de zaterdagochtendstilte. We beaamden het allebei, maar toch vibreerden mijn stembanden een momentverstorende opmerking over het feit dat ik het gisteren best druk vond op de weg. Tweede kerstdag, en mensen troepten samen alsof ze de afgelopen maand nog niet genoeg geld hadden uitgegeven.‘Njah, we leven in een rijk land,’ zei de man met een wijsheid die kennelijk dieper ging dan ik me kon inbeelden. Hij vervolgde: ‘En op het Gouden Kruispunt gedragen mensen zich in het weekend alsof er een oorlog gaat uitbreken.’  Cynisch of niet, ik was stiekem heel blij met zijn woorden. De donkere gedachtestroom van de voorbije dagen maakten weer even plaats voor een gevoel van verbondenheid met de mensen om me heen. Ik was even niet het enige zwarte schaap. Wonder boven wonder verruimde het mijn blik. Een afscheid en enkele kilometers later besefte ik dat ik heel goed wist hoe druk het was op tweede kerstdag, omdat ik er zélf deel van uitmaakte. Ook wij gingen winkelen — en naar wat voor eentje dan nog... ’t Was een poging van mijn liefde om me uit de donkerte te halen. Ze had verhuisdozen, spuitbusjes en een nieuwe pottenlikker nodig. In de Ikea hebben ze blijkbaar exact wat ze wil. Wetende dat ik op mijn 31e nog geen voet in de Ikea had gezet, besloot ik deze keer toch mee te gaan. There we go. Na honderd-en-één schapen die er even doelloos uitzagen als mezelf, beseft mijn vriendin opeens dat het veel drukker was dan ze gedacht had. Ze neemt het voortouw. Als een echt schaap moet ik enkel volgen of wachten; ik moet geen beslissingen nemen en mag zelfs afwezig zijn in angstige gedachten. Ze weet dat ik het niet zo heb voor massa’s. Bedankt lief, om me gewoon te laten zijn. Ik bedenk me alleen: 'Hoe zal ik ooit een goede vader kunnen zijn voor die kleine uk die groeit in je buik?' Stap voor stap lijkt op dit moment zelfs te zwaar. Eenmaal terug thuis stort ik in. De lichtknop van de keuken geeft voor de zoveelste keer slecht contact. Enkele pogingen baten niet en mijn vuist verdwijnt bijna in de gyprocwand. Ik ga naar boven om wat af te koelen. Even zonder prikkels, dat helpt meestal. Deze keer blijkt het toch erger. Mijn systeem is overladen. De salontafel begeeft het en mijn gsm vliegt door de ruimte om wat later stuiptrekkend enkel nog zijn laatste licht te flikkeren. Oeps, dat was heftig.  Ik kom weer met mijn voeten op de grond. Het is opnieuw leefbaar. Opgelost is het daarentegen helemaal niet... Deze gedachtestroom heeft lang genoeg geduurd. Ik wandel verder.  Ik moet opeens terugdenken aan de vriendelijke man met zijn gele tanden. Ik vermoed dat hij rookt of veel gerookt heeft. Ook zijn oogwit had een ietwat gelige tint. Waarschijnlijk heeft zijn lever het zwaar. Zou hij zich soms ook zo voelen als ik? Leverziekten en depressieve gevoelens gaan blijkbaar hand in hand. Misschien vandaar de verbondenheid die ik met hem voelde. Och, ik weet het niet, en dat hoeft ook niet. Wat ik wel weet, is dat ik hem de dag daarna wonderbaarlijk genoeg opnieuw tegenkwam. Manoeuvrerend met een auto die ik niet gewoon ben, reed ik tegen een paaltje toen hij voorbijwandelde. Ik stap uit, begroet hem en verontschuldig me bij zijn hondje omdat ik het paaltje niet had zien staan. Waarop de man antwoordde: ‘Och, het stond toch al los.’ Er was geen enkel oordeel. Een gesprek dat even goed had kunnen eindigen in een denigrerende woordenwisseling over mijn rijkunsten, eindigde in een hartelijke uitwisseling van onze namen. Fijne dag en de beste wensen, Rik en Mila. Wij zijn Lize en Bert. 

Bert Symons
6 0

De herfst

Als ik aan de herfst denk, komen allerlei clichés zoals vallende bladeren, frisse ochtenden en steeds warmere truien naar boven.Maar bovenal blijkt de herfst het seizoen van loslaten te zijn. En dat doet me denken aan een ander soort loslaten waar we allemaal weleens mee te maken hebben. Je weet wel.. waar we niet zo gemakkelijk over praten. We doen het ook allemaal op een andere manier: Zo heb je bijvoorbeeld de trompet die als een zelfzekere herfststorm door de bomen raast: luid, aanwezig en onmogelijk te negeren. Hij laat het er gewoon uitknallen, eerlijk en ongefilterd. De bladeren vallen toch, dus waarom tegenhouden? Kortom, de trompet leert ons allemaal een lesje in onbeschaamde authenticiteit. De eenzaat daarentegen pakt het dan weer bescheidener aan en is eerder als een egel die zich klaarmaakt voor zijn winterslaap. Hij zoekt een afgelegen, rustig plekje waar hij niemand tot last is en alles veilig kan laten gebeuren. Maar ook een egel hoor je soms door de herfst stilte heen. Een zacht geritsel is een subtiele herinnering dat hij er nog steeds is. Dan is er ook nog de ontkenner, dat ene koppige herfstblad dat krampachtig aan de tak blijft hangen, ondanks de weersomstandigheden. Het doet alsof het onaantastbaar is en weigert toe te geven dat de herfst eraan komt. Maar vroeg of laat valt ook dit blad. En dan, dan ligt het net zo plat als al de rest. Een stilzitter is als een dam van bladeren en takken in een herfst beek die een sterke waterstroom probeert tegen te houden. Het water hoopt zich op en duwt steeds harder tegen de natuurlijke barrière. Uiteindelijk breekt er toch een straal doorheen, waardoor alles in beweging komt. De vraag is dan: Wat heeft die dam eigenlijk nog voor nut? De laatste - en misschien wel de ergste - is de stille stinker. Een mysterieuze mist die op een frisse herfstochtend plotseling opduikt. Geen geluid, geen aankondiging, alleen een geur die genadeloos toeslaat. Het is vergelijkbaar met een rotte appel die tussen de mooi gekleurde herfstblaadjes verborgen ligt. In alle anonimiteit aanschouwt hij glimlachend de reactie van zijn omgeving. Of jij in de herfst nu een trompet bent of een stille stinker, uiteindelijk hoort het erbij. Net zoals de bladeren vallen in de herfst, moet een mens soms gewoon iets loslaten - met of zonder knal. En nu, in wie of wat herken jij jezelf?

Tinne
0 0

Koffieleut

Soms doe ik weleens iets goed. Dan ga ik samen met mijn wederhelft naar een drankgelegenheid, laat ik haar eerst bestellen en herhaal gewoon wat zij zegt. Ik leer, niet snel, maar ik doe het wel. Vroeger dronk ik m'n koffie verkeerd, nu dus vooral latte macchiato, omdat zij het zo zegt.  Niet dat ik het helemaal snap. In de ene zaak ziet een latte macchiato er net hetzelfde uit als een koffie verkeerd in een andere. Ik maak me er niet druk om en volg de leidster. Feit is dat er zich op beide varianten vaak een schuimlaag bevindt en die zorgt dan weer voor een nieuw probleem.  Zij neemt altijd een zoetje. Jammer genoeg bedoel ik dan niet mezelf, maar eerder een 'canderelleke', zoals we zeggen. Een suikervervangertje dat in ons geval al lang niet meer van het merk Canderel is, omdat er nu eenmaal veel goedkopere alternatieven zijn en omdat we het verschil niet proeven. Vroeger deed ik wel meer verkeerd. Dan vroeg ik haar om een canderelleke (het gebeurt regelmatig dat die dingen niet meegeleverd worden door de uitbater en zij heeft sowieso standaard zo'n verdeeldoosje in haar tas) en gooide het daarna onwetend in de schuimlaag, waarna ik ging roeren. Grote fout, want op die manier lik je na de roersessie alleen superzoet schuim en blijft het vloeibare gedeelte eronder ongezoet. Nu sla ik eigenlijk een steeds wederkerend twistmoment over. Zij verdraagt geen echte suiker en ik wel. Bovendien hoor ik niet zo op mijn lijn te letten, omdat ik er tegenwoordig sowieso uitzie als een uitgemergelde windhond, vindt zij.  'Krijg ik eens een zoetje, zoetje?' hijg ik dan soms. Dat verhoogt de weerstand nog meer. We hebben immers niet de gewoonte om elkaar zoetje, liefje of schatje te noemen, zeker niet in het openbaar. Omdat het niet lekker bekt uit onze monden én omdat we weten dat koppels die dat wél doen elkaars bloed meestal kunnen drinken in de privésfeer, als er geen getuigen zijn. Nee, dan liever een koffie verkeerd met een hardbevochten suikervervangertje. En nu, nu komt het. Om te voorkomen dat het canderelleke in de schuimlaag blijft hangen, maak ik met mijn lepel vooraf een strookje schuimvrij, waardoor het rechtstreeks in het vloeibare deel belandt en op die manier zijn smaak op efficiënte wijze kan verdelen. Heel belangrijk!  'Wacht,' zeg ik dan altijd, 'ik maak eerst even een vaargeul.' Een vaargeul. Na wat research ontdek ik dat een vaargeul een waterweg is, speciaal aangelegd om het verkeer over water te vergemakkelijken. Een diepere strook. Een bebakend deel van het vaarwater dat is uitgebaggerd, waardoor schepen veilig kunnen navigeren.  Het is een woord dat ik, afhankelijk van onze uitgaansfrequentie, min of meer wekelijks spontaan gebruikte, zonder ooit de exacte betekenis te kennen. Ik zei het jarenlang zomaar, zonder nadenken, op gevoel. Ik ben als de dood voor water, heb helemaal niks met scheepvaart en heb nooit naast Mathilde gezeten. Ik heb al moeite genoeg om ons huwelijksbootje dobberend te houden.  Ach, ik geef nu wel op haar af, maar ik zie mijn mededobberaar graag, hoor. Ik ben zo blij dat ik haar heb, want het is zoals die Noord-Ierse zanger halverwege de jaren tachtig al zong: 'A good heart, these days, is hard to find'. Zoek het maar eens op. Een prachtig nummer van Vaargeul Sharkey. Excuseer. Feargal Sharkey.  

Danny Vandenberk
3 0

Vluchtroutes

We gaan hem Marc noemen. Dat is veiliger. Marc is verantwoordelijk voor veiligheid in een grote eventlocatie. Dat maakt hem, per definitie, de partypoeper van dienst. Terwijl anderen denken in confetti, rookmachines en wauw, denkt Marc in doorgangen. In meters. In dingen die vrij moeten blijven. Hier geen auto. Daar geen foodtruck. Nee, ook niet “maar heel even”.Hij is degene die zegt: “Als het misgaat, moet dit leeg zijn.” En niemand wil horen over misgaan wanneer het net gezellig begint te worden. Zijn collega’s dromen van feest, entertainment en spektakel. Marc droomt van een nooduitgang die zichtbaar blijft. Van een deur die niet geblokkeerd is door een goedbedoelde plantenbak. Van pijlen die nog exact wijzen waar ze gisteren ook wezen. En net daarom vind ik hem leuk. Marc kan gepassioneerd vertellen over dingen die niemand sexy vindt. Vluchtroutes. Brandcompartimenten. Fluohesjes die op de juiste plaats hangen. Luidsprekers die het altijd moeten doen, ook als niemand ze wil horen. Tussen pot en pint vertelt hij over brandoefeningen. Over hoe nodig het is om alles opnieuw te doen. Niet omdat het spannend is, maar omdat je anders vergeet waar alles ligt en of het nog werkt. En terwijl hij praat over controleren, over eens testen, over zeker zijn, glijden mijn gedachten weg. Dat gebeurt wel vaker bij mij. Ik denk aan die one night stand van een half jaar geleden.Niet omdat hij spectaculair was.Net niet. Ik vond hem eigenlijk wel leuk. Warm genoeg om er iets bij te denken. Te warm, blijkbaar. Bij one night stands wordt het mij altijd pas de week nadien duidelijk.Nooit die nacht zelf.Altijd daarna.Op het moment dat ik, tegen beter weten in, in gedachten al mijn trouwkleed begin te kiezen.Niet eens wit. Gebroken wit. Praktisch. Met zakken misschien. En dan komt hij. De keiharde waarheid.Het was maar één keer.Eens om te kijken.Eens om te voelen of alles nog lag waar het moest liggen.Of alles nog marcheerde. Geen vervolg. Geen verhaal. Geen nooduitgang richting samen. Enfin. Een brandoefening. Marc praat intussen verder.Over procedures. Over hoe belangrijk het is dat zo’n oefening geen drama wordt, maar een test. Gewoon even nagaan of je in paniek niet verkeerd zou lopen. Ik neem een slok en denk: sommige mensen doen dat ook met anderen.Even binnen.Even voelen.En daarna weer naar buiten, alsof er niets aan de hand was. Behalve dan bij degene die dacht dat het een feest was en achteraf merkt dat het alleen maar ging om te zien of de alarmen het nog deden. Marc is een vriendwaarbij je je vanzelf veilig voelt.Niet omdat hij je vasthoudt, maar omdat hij al gekeken heeft waar je naartoe kan als het donker wordt. En misschien is dat het verschil tussen liefde en een oefening:de één blijft wanneer het alarm afgaat, de ander was alleen even aan het testen of de uitgang nog vrij was. Katrien Daniels

Katrien Daniels
87 2

Jaren luisteren

Ik maak elk jaar een playlist op Spotify.Niet omdat ik ordelijk ben - wie mij kent, weet beter - maar omdat sommige dingen anders verdwijnen. Alsof ze nooit echt zijn gebeurd. Alsof ik ze mij inbeeldde om het leven wat draaglijker te maken. Het idee leende ik ooit van een beste vriend. Zoals je de beste ideeën altijd leent en ze daarna achteloos inpakt in je eigen bestaan. Hij zei: als er iets gebeurt en er speelt op dat moment een liedje, zet dat in een lijst. De rest doet de tijd wel. Zo maak ik mijn jaaroverzichten. Geen hoogtepunten. Geen successen. Maar momenten die zich vastbijten in muziek zoals een geur in een jas die je eigenlijk had willen weggooien maar toch blijft dragen. Ik weet dat het 2017 was omdat “I Miss You” daarin staat. Dat was Steven.Liefdesverdriet heeft blijkbaar versterkers nodig. In datzelfde jaar staat ook “Lena Lena”. Omdat Rembert De Smet stierf. Ik heb daar geen datum bij nodig. Dat nummer is die dag. Zo werkt rouw: niet netjes, niet chronologisch, maar op repeat. En “Waar Jij Niet Bent”. Weer Steven. Sommige mensen verhuizen niet met dozenmaar met stilte. Ze laten een lege plek achter die je pas hoort als een lied begint. Dan plots “Love of My Life”. Van Queen. Dat moet Peter geweest zijn.Ik weet het niet meer precies. Maar mijn lijf weet het nog. Mijn lijf onthoudt dingen waar mijn hoofd liever niet meer komt. Dat lijf is een koppig archief. Zo werkt het dus. Mijn hoofd poetst weg. Mijn Spotify niet. En dan is er 2025. Die lijst begint met “Magnificent”.En dat klopt. Omdat goed soms niet jubelt maar blijft staan. Omdat niet alles een punt moet zijn. Sommige dingen mogen ook een halve zin blijven die nergens heen hoeft. Ik zette ook “Behind the Walls” van Ward D’Hoore erin .Jong. En precies daarom zo raak. Omdat hij muziek maakt die niet bewijst maar blijft.Omdat hij durft fluisteren waar anderen hun gelijk uitschreeuwen. Omdat eerlijkheid ook een vorm van lef is en je daar soms stiller van wordt dan je had verwacht. En dan “Chiquitita”. De bananendans op kamp. Omdat niets heilig is behalve samen belachelijk doen met volle overtuiging. Lachen als zorgvorm. Dat nummer ruikt naar kinderen die nog niet weten dat dit later een herinnering wordt. “Nightswimming”. Zo puur dat het schuurt. Zo zomer dat je er nat van wordt zonder ooit echt te zwemmen. Een lied waarin je mag blijven hangen zonder plan, zonder richting, zonder belofte. En ergens - als een ruggengraat die niet altijd recht staat - de soundtrack van Paris, Texas.Ry Cooder die precies daar schuurt waar je liever zou wegkijken. Liefde die wringt. Kijken zonder aanraken. Blijven terwijl je beter zou vertrekken. Niet kapot. Maar ook niet passend. Er staat ook “Feel So Different” tussen. Van Sinéad O’Connor. Een zomer. Een huid die sneller ja zei dan het verstand kon bijhouden. Een liefde zonder toekomst maar met alles wat er toen was. Warm. Helder. Maar voorbij. En “Perfect Symphony”. Een auto. Mijn twee grote zonen aan boord. Wij drieën, ramen dicht, volume belachelijk hoog, uit volle borst meezingen. Omdat het kan. En omdat we zo zijn. Nog altijd. Gelukkig. Als ik de afspeellijst van 2025 beluister, hoor ik geen drama. Ik hoor leven. In verschillende toonaarden. Met rafels. Met humor als reddingsvest. Met ademruimte en hier en daar een lichte schaafwonde. Misschien is dat de zoetheid van dit jaar: het hoefde niets te worden. Het mocht er gewoon zijn. Zoals een goed lied dat je niet begrijpt maar ook niet afzet. En helemaal op het einde staat “Jardin Secret”. Niet om iets af te sluiten. Maar om iets verborgen te houden. Een geheim. Een onbeantwoorde liefde. Iets wat nooit uitgesproken werd omdat het anders misschien zijn kracht zou verliezen. Dat nummer is geen slot. Het is een kamer waar ik soms nog binnen ga zonder het licht aan te doen. Waar iets blijft liggen dat nooit gekozen werd maar ook niet verdween. Een gevoel dat nergens heen moest om echt te zijn. Niet alles is van iedereen.Niet alles moet gedeeld.Niet alles wil opgelost.Sommige liedjes bewaar je omdat ze blijven vragen en nooit antwoorden.  

Katrien Daniels
64 1

roxette

Listen to your heart.When he’s calling for you.   Serieus! Is dat nu een manier om mensen wakker te maken? Alsof mijn wekker denkt dat hij een life coach is. Ik luister al genoeg naar mijn hart. Meer dan genoeg zelfs. En tot nu toe heeft het mij vooral wallen opgeleverd, omwegen en een abonnement op melancholie. Geen duidelijkheid.Geen plan.Zeker geen hulpmiddel om kwart voor acht fris en monter richting werk te vertrekken.Ik druk het nummer weg net voor het refrein. Kwart voor acht. Een rit van drie kwartier én de wil om om acht uur te beginnen werken. Dat is een zelf uitgevonden wiskunde die elke ochtend opnieuw haar ongelijk bewijst. Dus: de kortste weg. Altijd de kortste. Maar wat is de kortste?  Door de stad, zeggen de apps.Alleen starten de scholen straks.Dus fluohesjes, bakfietsen, ouders met haast in de ogen en kinderen die treuzelen. Dan maar de binnenwegen.Iets langer.Meer bochten. Ik blijf even staan.Motor draait. En daar is ze.Mijn maag. Niet als fluistering.Als ultimatum. Mijn honger is geen klein ongemak.Geen oei, ik zou iets kunnen eten.Mijn honger is een karaktertrek.Een persoonlijkheidsstoornis met een agenda. Ze komt niet zacht.Ze komt niet vriendelijk vragen.Ze neemt plaats.Zet haar ellebogen op tafel.Eist aandacht. Als ik zo vertrek, zonder eten,dan word ik iemand anders. Iemand die dingen zegt die al lang gedacht zijn maar normaal netjes achter een filter blijven steken. Angela zal het voelen. Ze zal enthousiast beginnen over haar kleinkinderen. Foto’s tonen. Filmpjes. Zeggen hoe schattig ze zijn. Hoe slim. Hoe echt al zichzelf En ik zal lachen. Niet mee. Maar nét hard genoeg dat ze twijfelt. Ik zal iets zeggen als: “Ja amai… ze lijken precies allemaal op elkaar.” Luc ook. Altijd net iets te dichtbij. Zijn adem die al voor hem binnen is. Ik zal hem aankijkenen eindelijk zeggen wat al maanden klaarzit: “Zeg Luc, een deodorant is geen luxe, hè.Dat is een investering. Voor u. Voor ons. Voor de wereld.” En Ronny. Ronny zal iets laten slingeren. Papieren. Een koffietas. Zijn rommel, altijd voor straks. Ik zal niet meer wachten. Niet meer tellen tot drie.Ik zal zeggen: “Ruim het op. Niet straks. Nu. We werken hier niet in uw living.” Dat is wie ik word als ik honger heb. Niet slecht. Wel eerlijk. Te eerlijk. In het winkeltje doe ik snel ochtendgymnastiekmet vier bananen. Goudakaas ook. En ja.Een chocoladebroodje. Of twee. Dit is geen luxe. Dit is onderhoud. Terug in de auto. Acht uur. Ik start de afspeellijst nostalgie mama.Die mama ben ik. De lijst bestaat sinds 2015. Sinds de ritten naar het zuiden. Frankrijk.Vroeg vertrekken. De achterbank slapend. Dat ene uur tussen vijf en zes waarin ik de auto en de rit helemaal voor mij alleen had. Ik vond het stoer. Dat ik dat deed. Zo ver rijden. Met kinderen. Met muziek. Met péages en wegbeschrijvingen. Een ultieme manier om tegen de wereld te zeggen: Ik heb geen man nodig! Die muziek droeg mij. Gitaarintro’s die langzaam open gingen. Stemmen die bleven. Liedjes die wisten wanneer ze moesten zwijgen. Nu rijdt diezelfde playlist mee op een maandag in december. Onderweg naar the office. Naar vergaderingen en plannen. Mijn kaas rolt zich vanzelf op. De bananenschil ligt op de passagierszetel. Een lege verpakking schuift bij elke bocht tegen de deur. Buiten is het zacht. Niet wat je verwacht van een ochtend in december. De lucht is lichtblauw, wit, met een randje roze. Alsof de dag zich even vergist heeft van seizoen. Er was een tijd dat er ontbijt klaar stond.Niet groot. Maar juist genoeg om te voorkomen dat alles ontspoorde.Iemand die wist dat het anders mis ging nog voor de middag. En dan -  Lay a whisper on my pillowLeave the winter on the groundI wake up lonely… Het nummer vult de auto. Niet te luid. Net genoeg om alles wat los ligt samen te trekken. De lucht. De rommel. Mijn handen aan het stuur. It must have been love,but it’s over now. Katrien Daniels

Katrien Daniels
84 1

02/02/2022

Ik word wakker in een bed dat niet van mij is. De lakens zijn te strak. Het licht te wit.Dit is geen hotel. Geen logeerkamer. Geen vergissing. Crisisafdeling, zegt mijn hoofd. Al weet ik niet wanneer iemand dat woord heeft uitgesproken. Het hangt hier gewoon. Zoals de stilte. Zoals de vraag. Wat kom ik hier doen? Hoe is het zover kunnen komen dat ik wakker word op een plekwaar deuren zacht sluiten en niets vanzelfsprekend is? Mijn lichaam voelt ouder dan gisteren. Mijn gedachten zijn een doos waarin alles tegelijk ligt: angst, schaamte, vermoeidheid, een klein restje hoop dat zich verstopt. Ik probeer me te herinneren wat de laatste juiste beslissing was. En waar ik daarna ben afgeweken. Alsof dit een wandeling was en geen glijbaan. Dan staat er plots een verpleger in mijn kamer. Niet dreigend. Niet plechtig. Gewoon… daar. Hij vraagt of ik witte of bruine suiker wil op mijn pannenkoek. Een pannenkoek. Hier. Nu. Mijn hoofd hapert. Niet omdat ik geen zin heb. Maar omdat ik alles wil.Ik wil wit. Ik wil bruin. Ik wil niet kiezen. Ik wil vooral niet dat dit afhangt van mij. Ik zeg dat ik het niet weet. Dat ik het allebei wil. Dat ik vandaag geen beslissingen kan nemen. Hij lacht niet eens. Hij knikt. Alsof dat het meest normale antwoord ter wereld is. Later zal ik weten dat hij Davy heet en dat hij een nobelprijs verdient. Later zal ik begrijpen dat dit zorg was. Zorg in zijn zuiverste vorm: iemand die je pannenkoeken aanbiedt op het moment dat jij denkt dat alles verloren is. 02/02. Lichtmis. De dag waarop pannenkoeken traditie zijn. Voor overvloed. Voor hoop. Voor een nieuw begin. Ik wist dat toen niet.  Ik wist alleen dat er iets warms mijn dag binnenkwamzonder dat ik erom had gevraagd. Sindsdien heb ik een pannenkoeken-fetisj. Ik noem het zo, omdat het anders te groot klinkt. Pannenkoeken zijn altijd goed. Om te troosten. Om te vieren. Om een verloren dag toch te beginnen. Ze zijn rond. Vergevingsgezind. Ze laten zich omdraaien. Ze mislukken zelden definitief. Als ik geen woorden heb, maak ik pannenkoeken. Als ik iets te vieren heb, ook. En als alles op instorten staat, dan zeker. Elk jaar op 2 februari bak ik ze. Op de gezondheid van Davy.En van iedereen die ooit dacht: dit komt niet meer goed en toch iets kreeg aangereikt dat zei: je mag hier nog even zijn. Witte of bruine suiker? Vandaag weet ik het antwoord. Allebei. Katrien Daniels

Katrien Daniels
83 1