Lezen

Casa obscura, casus cinereus

  via toegangsdeuren die zelfs hun scharnieren ooit hebben verraden het was met wentelingen naar een ondergang misschien een keldertrap door de sluwe gangen met een tegelvloer voor mank geschaak naar de tuinen waar de ondergrond met veel ongemak de tijd verteert weg zijn de bloemen en ze verschijnen weer die boomskeletten raven hebben er hun nesten, de gebroken takken zijn getemd  is er iemand die de doornstruiken snoeien durft, bloed graag proeft wil de hemel mij nu zeggen waar de rode pannen zijn gebleven  wil het maanlicht schijnen, de gordijnen met wat tederheid bekleden waar is het bed zonder die spijkers, geef die kaars nooit meer vals vuur laat me rusten in de weemoed, slapen op die asse van verkoolde tijd adieu wereld, fout been en fontein vol treurnis, het is tijd ik moet weer moedig opstaan, durven, steigeren gelijk een mier het is naar die gebarsten regenboog, weg van hier, dat ik trekken zal onderweg naar overmorgen, via gisteren, opnieuw door dat gellegat door die boringen gemaakt voor kleinigheden in de bast van treurwilgen naar die stervende rivier, met zijn heen- en weerwolf op dat vlot grauwe nevel doet de wanhoop goed, de regen is voorlopig echt voor hoe lang nog, voor welk duister doel, loerde ergens ooit geluk heeft de toekomst ooit gebloeid, roeide ooit een lichte bries me tegemoet was er ooit een kans dat er larven zouden dansen op het wateroppervlak vraag me nu niets meer, verdwaalde uil, mijn vingers worden liever stil ik wil dit plot verlaten, proeven eten van het dunne winterlicht         uit de reeks 'Reizen met Ricky'  

Bernd Vanderbilt
2 0