Lezen

Rinus en Alice

Het was een warme dag. Een van die hondsdagen uit het gelijknamige boek. Ambetant warm zelfs. Om de plakkerigheid wat tegen te gaan, begaf ik me naar een vlakbij gelegen terras. Wachten op afkoeling in de vorm van een glas, maar ook wachten op de avondkoelte, tot de zon achter het hoge gebouw aan de overzijde van het terras verdween. "Kom, we gaan bij Rinus zitten." Het was Alice die het tegen haar vriend Theo zei. Het leek alsof Theo het niet hoorde, want hij liep zonder te antwoorden recht het café binnen. Alsof er daar iets op hem wachtte. "Zijn gazet", zegt Alice tegen Rinus. Ze zag dat Rinus Theo achterna keek. "Hij gaat zijn gazet halen". Rinus glimlachte. Alsof hij het niet onprettig vond om alleen met Alice aan het tafeltje te zitten. "Rinus, ik heb een kuisvrouw nodig", zei Alice. Uit de mond van Rinus kwam niet meer dan een 'ooh', waarna hij naar zijn glas Westmalle Trippel greep. Hij hield de kelk omhoog zoals een pastoor dat in een kerk doet, net voor het ter communie gaan. 'Het lichaam van Rinus' prevelde ik. Na de slok kwam een luide 'aaah' en een lik met zijn tong over zijn snor en rond zijn lippen. "Nu dat gij hier zit begint de zon te schijnen", zei hij. "Die schijnt al de hele dag", antwoordde Alice. "Dat bedoel ik", zei Rinus. Alice ging verder over haar poetsvrouw. "Als ik ze maar kan vertrouwen", zei ze waarbij ze naar Rinus keek. Rinus keek naar Alice en stond op. Hij ging naar binnen. In mijn hoofd zag ik Rinus als vrouw verkleed terug naar buiten komen. Het was een raar zicht met zijn snor. "Mij kunt ge vertrouwen Alice", hoorde ik hem zeggen. Het was Theo die naar buiten kwam met de krant in zijn hand. "Waar is Rinus?"’, zei hij. "Die is naar binnen", zei Alice. "Hebt ge hem niet gezien?"

Rudi Lavreysen
19 0

Valentijn

Vandaag lees ik op de kalender dat het Singles Awareness Day is. Ik stel er me verder niets bij voor. Behalve dat het vlak na Valentijnsdag valt. Dat doet me dan weer denken aan Valentijn die ik twee dagen vóór ‘lievekesdag’ – zoals ik me de 14de februari herinner uit mijn kindertijd – kort doch aanwezig heb ontmoet, op het perron van tram 9 aan Berchem station.  Dat zit zo: Ik stapte op genoemde locatie uit, samen met andere mensen. De ene stapte één richting uit, ik de andere. Intussen wachtten mensen om op te stappen.Het perron aldaar is nogal smal. Desalniettemin viel me, door al dat volk heen, op dat Valentijn ook van de tram stapte en tegen de reling achteraan het perron ging leunen. Ik stond nog even stil tussen links en rechts weg stappende mensen. De grote zak boodschappen over mijn schouder bungelend was, helaas, niet plaats besparend. Door de wereld in vertraging te aanschouwen, blijf ik kalm en aanwezig. Iemand zei: “Wacht, die madam moet nog op de tram.” Ik draaide me om. Een vrouw keek me aan, met de vraag nog in haar ogen. Na mijn “Ik hoef niet in te stappen”, ging ieder zijn eigen weg. Valentijn stond nog tegen die reling dit dagdagelijkse gebeuren te aanschouwen. Ik stapte langs hem heen en hij lachte naar mij, mét een knipoog, zo eentje die uitdrukt wat je samen ongepland deelt: Die drukte toch! Ik lachte terug en vervolgde mijn weg, half in gedachten. Vanwaar ken ik die man, hij is een acteur… ah, ja in “De helaasheid der dingen” speelde hij de hoofdrol.Weer thuis, even googelend, duurde het niet lang voor ik het wist; Valentijn Dhaenens. Man man, als ik zo’n vijftien jaar jonger was, ik zou … Ja, wat eigenlijk? Op een tas koffie trakteren, zo eentje met een hartenvorm chocolaatje erbij in een rood papiertje? Een theatervoorstelling bijwonen, dat is realistischer en duidelijk: De helaasheid der dingen voorbij!

Anemos
26 0

Pakjes

Het pakje lag op tafel, zorgvuldig ingepakt met een kleurig lint eromheen. Toen ik vanmorgen naar beneden kwam lag het er niet meer. Jacques zit met de krant voor zijn gezicht. Ik schenk een kop koffie in en pak een krentenbol uit de broodtrommel. ‘Jij ook een?’ Hij doet net alsof hij mij niet hoort. De koffie is gloeiend heet en ik neem voorzichtig een slokje. Jacques laat zijn krant zakken en ik zie dat zijn gezicht op onweer staat. ‘Getver’, ik constateer dat mijn krentenbol beschimmeld is. Als ik de pedaalemmer met mijn voet open druk om de krentenbol erin te mikken zie ik bovenop de resten van de pasta carbonara van gisteravond het  pakje liggen. ‘Wat krijgen we nou?’ roep ik vol ongeloof uit. Jacques springt op uit zijn stoel. ‘Ik ben die klotepakjes helemaal zat, Gemma. Die eikel van een Roel moet maar eens ophouden met jou te stalken. Want dat is het namelijk, gewoon ordinair stalken.’ Inmiddels hebben zich in zijn mondhoeken kleine schuimvlokjes gevormd.  Dan gaat de bel. We verstrakken allebei. Jacques loopt naar de voordeur. Ik zie door het keukenraam dat er een koerier van Parcels4You voor de deur staat. ‘Goedemorgen meneer. Ik heb hier een pakje voor Gemma Gruyters. Zou u in dit vakje misschien even willen tekenen voor ontvangst? ’ De gil van de jongeman doet mijn toch al zwaar geteisterde zenuwstelsel bungeejumpen. Als ik mijn hoofd om de hoek steek zie ik hoe Jacques het pakje abrupt uit de handen van de koerier grist. Hij klemt het stevig onder zijn arm en trekt een sprint naar de gracht aan de overkant. De jongeman trekt wit weg. Met een wijde boog, een Olympisch discuswerper waardig, gooit Jacques het pakje in de gracht. De Parcels4You jongeman begint nu hysterisch te krijsen. ‘Oh, my God, het is toch geen bom?’ Op hetzelfde moment gaat de deur van de buurvrouw open. Zij vangt de kreet van de koerier op en begint vervolgens nog harder te krijsen. Ik trek de voordeur dicht en stop mijn vingers in mijn oren. Hijgend ren ik de trap op en ik duw de deur van mijn slaapkamer open. Frommels, onze oude Cocker Spaniël kijkt mij verbaasd aan. Hij rekt zich even uit en legt zijn kop weer op het hoofdkussen. Ik loop naar de kast en schuif een lade open. Mijn handen graaien nerveus door de sokken en mijn ondergoed. In een paar foeilelijke Kerstsokken (cadeau van Jacques) zit het prepaid mobieltje verstopt. Snel toets ik het mij welbekende nummer in. Het lijkt een eeuwigheid te duren voordat er op genomen wordt.  Ik  hoor de voordeur dicht slaan en vervolgens het geluid van zware voetstappen op de trap. De klink van de deur gaat naar beneden. Frommels springt van het bed. Van veraf hoor ik geluid uit mijn mobieltje komen. ‘Liefje, ben jij dat, wat is er aan de hand?’ Het lijkt alsof ik droom, maar dat gevoel heb ik mijn hele leven al.

Elle Hart
37 1