Wanneer ik met iemand meerijd in de auto zie ik overal ongelukken. Ook als er niets gebeurt schrik ik me te pletter. Ik ken een man die, telkens wanneer zijn banden plat zijn, een nieuwe fiets koopt. Bij voorbaat weigert de pomp dienst. Geen bocht zo scherp of we hebben hem al ruimschoots bedacht. Bleek slenteren de feiten achter ons aan. Ik denk dus ik besta bij voorbaat vooral.
Bestheilig Man, Strikt genomen bent u mijn baasIk ben steeds bisschop gebleven Nu op het feest van SinterklaasWil ik u dit pakje geven Hopelijk gaat u niet denkenHoe haalt die man het in zijn hoofd?Om mij dat te willen schenkenHeeft hij mij dat dan ooit beloofd? Al eeuwen steekt het mij tegenAls man die tabberd te dragenHij gaat ook steeds zwaarder wegenIk ga daarom mijn kans wagen En schenk u graag dit wit kostuumHang nu uw kleed maar aan de haakBeslis dat in perpetuumWij ons kleden naar eigen smaak
Binnenstebuiten. Gevecht met introversie Rust in het spot licht
het in stand houden van deze ruïnewas nog nooit zo moeilijkonder bomen die genadeloos nog net niet helemaal kaal zijnop een maandag die wordt vergetenzelfs door iedereen die er middenin loopt op de zwijgende tegelslangs de bussen die de leegte vooruit duwende fontein die het zwijgen van het park de lucht in klatertmet sjaals die op stiltebovenop schouders hangenwaar het blauw bewegingsloos in het grijs verschijnten de bladeren langzaam in de wind eroderen alsof de droom de plek iswaarin je eigenlijk wakker zou moeten wordenin plaats van dit dakloze stuk vandaagweggeveegd door de regen opgevangen door de verwelkte geur van vervalste rozen blijven hangen uit een synthetische zomer
Stadsdichteres Burgervader der KoekenstadAan jou richt ik vers en bede Wat was er dan wat zij niet had De dichters zijn ontevreden Ik ben niet zo erg blij vandaag Al was jouw ontvangst een traktaat Ik kwam en kom hier echt zeer graagHet moest gebeuren vroeg of laat Antwerpen blijft een mooie stadZonder verzen op de torenKrijg jij van mij nu ook eens wat Een petje met ezelsoren Jij krijgt hierbij ook nog de kans Maak goed wat er fout is gegaanZeg het hen Bart met zwier en glans Opdat zij weer aan ‘t dichten slaan
Het licht weerkaatst fel. Kale man aan de tafel. Vol zelfreflectie.
Uiteindelijk is dit uitstellen flirten met de klif.Limiteer mij. Baken de tijd af; vereng de wegtussen opstaan en weer het kussen raken.Geef mij de vervaldatum van begeerte;de reikwijdte van mijn brein tot het keerpuntnaar vergeten. Hoe ver kan ik gaan tot ik stopmet terugkomen.
Je strooit woorden als poedersuikerover me uit. Ze dringen in poriën,vormen klonters. Klevenaan mijn wimpers en mond.Steeds woester fluister jeme de huid vol.
De bomen laten alles los Ik laat mijn blaadjes vallen Dichter bij mijn naakte ik Een rilling van de kou Tasten in het donkere De stilte omarmen Luisteren naar de innerlijke stem Vallen in de winterslaap Herinneren wie ik werkelijk ben
Voeten en een bal veroorzaken ellende als sport bijzaak wordt
de treurwilg herleeft zelfs in verdriet kruipt poëzie laat ons weer helen
Oeps, de novembervers is bijna op zijn eind? En nu? Toch nog eens meedoen? Deze november is net schaduw, veel te donker zonder zon.
In aanloop naar een betere bestemming rijdt men niet zelden de E40 op en af. ronkende auto’s, motoren als fallusdringen beurtelings om de voorste positie. De spits van de file. Wagenzieke kinderen maken geenszins de reis makkelijklaat staan ontspannend. Muzak muziek overstemd het ouderlijk gemoed. Koppels op de terugweg in het leven proberen zich vast te klampen en herinneringen te makenvan wat de reis brengen zal. Die E40, zo recht en langzal hij mij naar jou toe brengen? Jij, stip aan de horizononbereikbaar in mijn dromenhoe lang de weg ook duurt.
Spreken in het niets Rode oortjes schijnen rond Bibliotheek leeft - Het ziekenhuis roept De regen uit mijn ogen Kwaad aan de balie - Niets blijkt er over Draden van het onderzoek Rusten op de grond - Handen neer voor werk De linkervuist steekt omhoog De stem verenigt - In het water rust De moeilijkste proef komt nog Een trage zwemmer
Hoekenslijten cijferloosaf en aanis niet meer mogelijk :vierkant @Vera Steenput
de kat spint haar eigen web gluurt hooghartig opzij. wee wee wee deze zetel is van mij.
wat de wolvis wolvis maakt weet men niet precies want hoe je ´m ook draait of keert of draagt: hij is vis noch fleece
ik zei nog kijk uit haar woorden zijn omgekeerd evenredig ik zei het nog en zie nu ik zou je hoofd willen omdraaien goedgelovige stomkop (en soms je nek ook)
nog jong, scherp en spitstoch moet de bergtop lijdenonverbiddelijk snerpt en schuurt de wind hem totoud en afgebot – het lot @Vera Steenput
Soms moet het fiezelenMiezeren, druilen, pissenSoms moet je missen Ik ben een houthakker gemaakt van houtSoms hak ik mezelf omDan moet ik miezeren, fiezelen, druilen Want ik ben miezerig, fiezelig en druilerigDe vloer is koudHet regent