Lezen

De Goedgemutste Gozer uit de Gemeente Maasgouw

Er was eens een goedgemutste gozer uit de gemeente Maasgouw. Gewoonlijk gaf hij grijnzend de groeten aan zijn gemene buurvrouw. Gegroet, Alyssa. Hoe gaat het vandaag?   Zijn buurvrouw gaf een gemene blik en vloekte met grote gestes: ''Gaat je godverdomme geen donder aan.'' Hij zag dat zij wegstrompelde. Als hij bleef praten, kreeg hij de volle laag Gemoedelijk zag je aan zijn gelaatsuitdrukking, dat hij vandaag meteen minder goed in zijn vel zat. Nou wat?                                    Toch moest hij naar zijn baan. Hopelijk valt er niets in het roet. Want wie goed doet, goed ontmoet. Hij stapte humeurig zijn auto in en heeft snel gas gegeven,                                                          Zuchtend gaf hij geen voorrang aan de grijze Tesla,                                                                        Hij dacht bij zichzelf, wat een opschepper, met zijn luxe leven. De eerste gemene blik op zijn gelaat verscheen,                                                                             Godzijdank, gaf die ongelofelijke gluiperd geen tegengas meteen.  De afslag naar de snelweg gaf hem het gewenste resultaat, gelukkig geen tegenliggers, zijn gedachtes dwaalde af naar wat hij gaat eten. Wat ga ik eten tegen zeven, vroeg hij aan zichzelf?                                                                        Niet hetzelfde als wat ik gisteren heb gegeten. Dat heb ik een zes gegeven. Gegrilde groenten met gegratineerde aardappelen? Gebakken eitje met gegaarde garnalen? Hongaarse Goulash met groene kool? Of toch gebraden gehakt met gemberwortel. De keuze was snel gemaakt in zijn gedachten, goed, dit gaat het worden.  Heb ik alle ingrediënten? Heb ik genoeg over voor morgen? Hij maakte zich zorgen. Geweldig, dacht hij humeurig. Gaat er bij de Appie ook zo’n gruwelijk grote rij staan? En welke kaas is gebruikelijk bij dit gerecht? Gorgonzola? Gouda kaas? En wat wil ik achteraf? Gelato van de goedkoopste merk. Een gevulde koek?  En wat ga ik drinken? Een blikje Grolsch? Grapefruit? Granaatappelsap of Guave? Eenmaal op zijn werk kwamen zijn collega’s in grote aantallen bijeen. Gaat er iets gaafs gebeuren? Ik voelde spanning in mijn grote teen. De grote opening van het gloednieuwe gebouw. Onder groot applaus werd het gebouw met grandieuze grootspraak met geweldig onthaal geopend door de directeur.  De massa viel snel uiteen, hey, wat een luxe, eindelijk een draaideur! De werkdag ging gelukkig zonder tegenspoed. Bij de supermarkt was er geen grote rij. Waarom was ik humeurig? Kwam het door Alyssa die gemeen doet? Zijn gekozen gerecht ging schranzend zijn goedgevulde maag tegemoet. En het werd de guave, onder genot van de zonsondergang keek hij vanuit zijn balkon naar de haven. Alyssa stond ook op het balkon naast hem, en gaf een grof gebaar. Hij zei, ''dit vind ik gewoon naar'',                                                                                                    Zij schreeuwde als een gillende gorilla, ''gij zijt ook zo raar''.                                                          Hij gaf haar geen ruimte volgens haar bezwaar.                                                                          Hij mopperde, ''nu is het klaar''. Hij greep de ongeopende blik Grolsch en gooide het met een grote boog met steun van zijn elleboog totdat het in haar gezicht vloog. De dag liep ten einde, de normaal zo goedgemutste gozer kon eindelijk weer grijnzen.

AmateurAuteur
5 1

De mobilhome van Gutenberg

Gutenberg neuriede zachtjes terwijl hij het zonovergoten plein opliep. Sommige mannen stonden druk te discussiëren. Anderen zaten peinzend op een bank. Gutenberg glimlachte tevreden. Het was de eerste dag van de Renaissance en iedereen in de stad was zich zeer bewust van deze historische dag. Als er kranten zouden bestaan, dacht Gutenberg, zouden ze tientallen pagina’s wijden aan deze grootse gebeurtenis. Een oudere man sprak Gutenberg aan. ‘Mobilhome!’ ‘Mobilhome?’ ‘Ja! Weet u toevallig wat dat is, meneer?’ ‘Geen idee,’ zei Gutenberg. ‘Het is de eerste keer dat ik dat woord hoor.’ ‘Verbaast me niks,’ zei de man hoofdschuddend. ‘Ik heb het net bedacht.’ ‘Ach zo. Dan weet u toch vast wel wat het betekent?’ ‘Was het maar waar! Ik heb geen idee wat het is. Het kwam plots in me op. Dat overkomt me wel vaker. Onlangs nog deed ik een nieuwe ontdekking: flashmob. Wat zou dat zijn?’ ‘Geen flauw idee. Maar als ik ergens een mobilhome of een flashmob tegenkom, laat ik het u zeker weten.’ ‘Dank u zeer. Daar zou u me een groot plezier mee doen.’ ‘Geen moeite,’ glimlachte Gutenberg vriendelijk. ‘Tot ziens.’  Enkele weken later – de Renaissance was in volle zwier – deed Gutenberg de uitvinding waarvoor hij voor altijd beroemd zou blijven. Voldaan stak hij een sigaar op. Zijn vrouw kwam het atelier binnen en staarde vol ontzag naar de uitvinding van haar man.  ‘Wat doe je, vrouw?’ vroeg Gutenberg. ‘Je gelaat vertoont zulke vreemde vormen.’ ‘Ik kijk vol ontzag naar je uitvinding.’ ‘En moet je dat op die manier doen?’  ‘Geen idee. Het is de eerste keer dat ik vol ontzag kijk. Weet jij hoe je vol ontzag moet kijken?’ Gutenberg schudde zijn hoofd.  ‘Heb je al een naam voor deze machine?’ vroeg zijn vrouw. ‘Nee. Het moet een naam zijn die de lading dekt. Zijnde: een machinale manier om letters op papier te zetten en zo makkelijk en snel teksten en boeken te drukken.’ Zijn vrouw hield haar vuist voor haar voorhoofd.  ‘Wat doe je nu, vrouw?’ ‘Ik peins,’ zei zijn vrouw terwijl ze ook nog steeds vol ontzag keek. ‘Wat dacht je van… boekdrukkunst?’ Gutenberg verslikte zich bijna in zijn sigaar. ‘Zeker niet!’ zei hij ferm. ‘Ik hoor het de mensen al zeggen… Gutenberg noemt zichzelf kunstenaar. Hij krijgt het hoog in zijn bol. Nee, ik wil niet arrogant overkomen, vrouw.  Dit is een machine, geen kunst.’ Er viel een stilte terwijl Gutenberg nadacht en zijn vrouw vol ontzag peinsde.  ‘Eureka!’ riep Gutenberg zoals het een zichzelf respecterend uitvinder past. ‘Ik heb het!’ Het gelaat van zijn vrouw sloeg in een kramp toen ze haar met ontzag peinzende blik een vleugje nieuwsgierigheid wou meegeven. ‘Eb je eun nam?’ was alles wat ze over haar dubbelgevouwen lippen kreeg. ‘Dit,’ zei Gutenberg terwijl hij naar zijn machine liep, ‘is de uitvinding die het leven op deze wereld ingrijpend zal veranderen! Ik stel u voor… de mobilhome!’  Zijn ogen fonkelden van opwinding. ‘De mobilhome zal de mensheid in staat stellen op massale schaal teksten te drukken. De kennisoverdracht zal veel eenvoudiger worden en nieuwe inzichten zullen zich razendsnel over heel Europa verspreiden. Allemaal dankzij de mobilhome!’ Gutenberg had in al zijn enthousiasme niet opgemerkt dat zijn vrouw grienend, vol ontzag peinzend en met een nieuwsgierige blik op de grond lag. De blijdschap die ze voelde was er te veel aan geweest. Gutenberg liet het niet aan zijn hart komen. Hij had nog een woord in zijn hoofd dat dringend een concrete invulling behoefde.  ‘Ik ga nu iets nieuws uitvinden, vrouw. Ga maar alvast slapen. Ik werk de hele nacht door. De flashmob wordt mijn volgende meesterwerk. Waarmee ik niet gezegd wil hebben dat ik een kunstenaar ben.’     

Van Horen Zeggen
10 1