Lezen

Dansend naar de maan

‘I wanna thank you for letting me be myself again.’  Het meisje op de dansvloer zingt keihard met Sly & The Family Stone mee. Ze zwaait en maait wild met haar armen om haar heen en gaat helemaal in het nummer op. Joost slaat haar vanaf een afstand gade. Hij besluit nog een biertje te gaan halen. Als hij langs de dansvloer loopt pakt het meisje zijn arm vast. ‘Ik ken jou. Jij hebt toch ook in Octavia gezeten?’ Joost kijkt verlegen naar de grond. Ze trekt hem de dansvloer op. ‘Je moet dansen. Dat is heel goed voor je.’ Wat onwennig imiteert hij haar dansbewegingen. Ze brengt haar mond bij zijn oor. Hij voelt haar warme adem. ‘Ik was destijds verliefd op je. Wist je dat? Of misschien wilde ik gewoon graag verliefd zijn om in ieder geval iets te voelen. Begrijp je?’ Ze zingt weer luidkeels mee. ‘Looking at the devil, grinning at his gun.’ Hij vraagt of ze ook een biertje wil. Ze knikt. Joost loopt naar de bar en bestelt twee biertjes. Als hij terug loopt met de glazen ziet hij dat ze bij een tafeltje is gaan zitten. Hij zet het biertje voor haar neer. Ze drinkt het met gulzige teugen op. Vervolgens klopt ze op de lege stoel naast haar. ‘Kom even bij me zitten.’ Als hij naast haar gaat zitten legt ze haar hoofd op zijn schouder. Zijn lichaam verstijft. Hij probeert te ontspannen. ‘Gaat het nu goed met jou?’ Hij knikt. ‘Met jou ook?’ Ze lacht. ‘Als ik maar blijf dansen dan gaat alles goed.’ Ze trekt hem overeind. Voor het eerst in lange tijd heeft Joost weer het gevoel dat hij leeft.      

Elle Hart
18 2

OUD IJZER, KOPER, LOODZWARE JOB

Voor de derde keer op rij passeert er vandaag al zo’n wagen door mijn straat die oud metaal ophaalt. Het zijn er telkens andere, want wat er uit hun goedkope luidsprekers ontsnapt is inhoudelijk dan wel gelijkaardig, er zitten nuances in die duidelijk onderscheid brengen in het landschap der schrootcollectionneurs. Het moet wel een lucratieve business zijn.Deze morgen was de eerste aan zet: ‘Oud metaal, oud koper, oude fietsen, oude stoven, oude batterijen’. Deze man hecht een waarde aan de oudheid van het materiaal dat hij ophaalt. Voor nieuwe fietsen of recent aangekochte kachels haalt hij zijn neus op. De cadans en de toon van zijn woorden werken als een mantra, haast hypnositerend. Waarschijnlijk lukt het hem om mensen die helemaal niet de intentie hadden hun oude fietsen buiten te zetten in een hypnose te brengen waardoor ze dat wel doen. En zodus zal opa zich in de haren krabben, wanneer hij die Gazelle die toch maar in de garage stond en die hij vorige week aan zijn kleinzoon had beloofd niet meer kan vinden. De tweede metaaljager daarentegen gooit het over een heel andere boeg. Hij onderbrak de stilte tijdens mijn lunch met de profetische woorden: ‘Oud aaazer, loewd, koper en zink. Platte batteries en wrakken van awtoos’. Deze man speelt meer in op de omgeving, door het eren van het plaatselijke dialect. Ook heeft hij meer aandacht voor het metrum, waarbij hij erg slim jambische versvoeten afwisselt met de anapeste variant. Persoonlijk vind ik die menging van hoge en lage cultuur erg tot de verbeelding spreken. Maar het is toch de laatste goudzoeker die me het meest doet mijmeren. Haar lokroep – een vrouw deze keer, die ook in deze sector moet opboksen tegen een masculien monopolie – klinkt nogal achteloos, maar het is niet alleen haar stem die scherp over de Ter Rivierenlaan schalt. Je kan ook duidelijk het geluid van een kleuter horen. Een klein meisje dat af en toe iets brabbelt of ‘mama’ zegt. Dat zet me aan het denken. Ik ga ervan uit dat het niet live wordt omgeroepen (dus niet zoals die grap met de aftelklok voor een bom in de respectievelijke Naked Gun-film) maar dat het een op voorhand opgenomen tape betreft. Dan kunnen er twee dingen aan de hand zijn. Ofwel heeft deze vrouw de tape opgenomen terwijl haar kind aan het tekenen was of riep om haar billen te komen afvegen en had zij het niet nodig gevonden om de opname eens te beluisteren alvorens te gebruiken. Ofwel was zij gewoonweg tevreden met het resultaat, wat ik toch minder geloofwaardig vind. Tussen ‘ijzer’ en ‘lood’ en ‘zink’ en ‘oude stoven’ hoor je telkens ‘mamaaa!’ Het kan ook nog een bewust statement zijn, waarmee ze met haar dagelijkse rondrit aanklaagt dat ze zelfs tijdens het opnemen van haar leuze niet even op haar man had kunnen rekenen omdat hij niet wist hoe hij op de kinderen moest passen. Tenzij het natuurlijk allemaal wél live gebeurt. In dat geval moeten we toch meer respect opbrengen voor dit harde werk. Vooral voor moeders die deze carrière kiezen.Stel je voor, je bent aan het rijden en je moet goed uit je ogen kijken voor zowel potentiële klanten als het reeds buitengezette ijzer. Je dient ook je snelheid aan te passen aan de bebouwde kom, en ook omdat je anders moeilijk kan stoppen voor wanneer iemand snel beslist oud ijzer uit zijn garage te toveren. En tijdens die intense focus moet je dezelfde leuze continu in je luidspreker herhalen (in de correcte volgorde, anders sla je een flater) en dat allemaal met een jengelende kleuter op de achterbank. Nou, niet simpel! Ik ben blij dat ik gewoon in het onderwijs sta.

Lennart Vanstaen
10 1

Sue

Sue en de wereld die stilstond  Op een dag werd een meisje geboren, ze droeg de naam Sue. Ze groeide op in een warm gezin met een mama en een papa en twee broers die haar doodgraag zagen. Ze woonde met haar gezin aan de rand van een bos, een sprookjesachtig bos. Er stonden allerlei oude bomen, sommigen van hen waren zo oud dat het leek of ze bewoond werden. Het waren vooral dikke klimbomen, met wortels die boven de grond groeiden en waar Sue zich in kon verstoppen. Er groeiden ook veel verschillende en kleurrijke kruiden, Sue kende er een aantal van die ze mocht eten, dat vond ze zalig, vooral wanneer ze de bloemen mocht opeten. En er woonden ook een aantal prachtige diersoorten, uilen, eekhoorns, schattige egels, muizen en nog veel meer. Als Sue via het groene poortje, achteraan in de tuin, het bos inliep, volgde ze bijna altijd het pad langs links. Ze liep een eindje het bos in en kwam na een kwartiertje aan bij de vijver. In het midden van die vijver was een klein eilandje, ze kon er naartoe klauteren via een omgevallen eik. Daar, op het eilandje, speelde ze vaak met haar twee broers en de vrienden uit de buurt. Ze deed niets liever dan zich vertoeven aan de vijver in het bos achter hun huis. Als ze jarig was, koos Sue om haar feestje in het bos te vieren, aan de vijver. Dan hingen er vlaggetjes van bloemenstof tussen de bomen op het eilandje. Ze maakten een vuurtje, waarop ze popcorn poften en marshmallows lieten smelten aan takjes die ze in het bos gevonden hadden en waaraan ze een punt hadden gesneden met een zakmes. Dan zongen ze samen ‘vrolijke vrienden’ en speelden ‘balleke stamp’, tot ’s avonds laat. Sue was een vrolijk meisje met zomersproeten en lange, roestbruine haren. Ze droeg bijna altijd een sponsen short met een T-shirt en teenslippers. Ze hield van de kleur muntgroen en roestoranje. Sue was vooral dol op de lente. De tijd van het jaar, waarin de bomen in het bos bloesems droegen met heerlijke geuren en prachtige kleuren. Naast de vijver stonden er een aantal fruitbomen, kerselaars en appelaars en er waren ook veel braamstruiken, waarvan ze in de zomer en de nazomer heerlijk kon smullen. Thuis werd Sue wakker van het getjilp van merels en het geroffel van een specht, dat te horen was vlakbij het raam in het dakkapel van haar slaapkamer. Ze had een gezellige slaapkamer, met muren in oudroze en een houten bed, met een hoge achterkant en krulletjes graveringen in. Haar kamer hing vol met dieren uit het bos, ze was vooral fan van de opgezette kerkuil. Die had ze op een avond gevonden in het bos aan de vijver. De uil lag roerloos op de grond, hier en daar lagen veren tussen de takken en bladeren. Sue is dan in allerijl naar huis gelopen en riep tegen haar mama dat ze een grote zak nodig had, omdat ze een dode uil gevonden had. De uil heeft ze dan laten opzetten door een taxidermist. Het kostte heel wat geld, daarom moest ze dat jaar het geld dat ze kreeg voor Kerstmis en Nieuwjaar afgeven aan haar ouders. Maar dat had ze er zeker voor over. Drie maanden later stond de uil te pronken in haar kamer. Zijn vleugels waren open, alsof hij net zou uitvliegen. Zo vond ze hem het mooist.  Op een dag, 13 maart 2020, veranderde plots haar idyllische leventje. De wereld stond stil, de natuur gaf een teken dat er verandering nodig was. Sue kon niet langer naar school en mocht niet meer met de kinderen uit de buurt spelen. Haar mama werkte voortaan van thuis uit en moest vaak belangrijke videovergaderingen doen. Haar papa, die tuinaanlegger was, mocht nog wel gaan werken. De sfeer in de buurt veranderde plots. Alles werd stil, er waren zelfs momenten, in tegenstelling tot daarvoor, dat ze zich verveelde. Er vlogen geen vliegtuigen meer en er reden heel weinig auto’s in de straten. De zeldzame keren dat ze mee ging naar de winkel, moesten ze een winkelkar nemen, dat deden ze anders bijna nooit. De winkelkar moest vooraf door een mevrouw ontsmet worden. Vervolgens moesten ze in de rij gaan staan om binnen te mogen. Ze moesten veel afstand houden van de andere mensen. En als ze dan eindelijk in de winkel waren, mocht ze niks aanraken, alles wat ze aanraakte, moesten ze kopen. Sommige rekken waren helemaal leeg, zodat ze niet alles konden kopen wat er op hun winkellijstje stond. Er liepen soms mensen in de winkel met een mondmasker op. Alleen winkels die eten verkochten, mochten opendoen. Ze konden dus geen nieuwe kleren gaan kopen. En als er iemand jarig was, mocht ze er niet naartoe om feest te vieren. Dan spraken ze een videoboodschap in en zongen ‘lang zal hij leven’. Ook alle cafés en restaurants waren dicht. Zelfs de speeltuinen en speelbossen in de buurt waren afgezet met hekken en rode linten. Er waren zelfs mensen die niet meer mochten werken, zoals haar tante en nonkel. Niemand in het land mocht nog op reis gaan en iedereen moest thuis blijven. Sue en haar twee broers verzonnen allerlei dingen om te doen. Ze knutselden veel, ze maakten tekeningen om op te sturen met de post naar hun oma’s en opa’s, tantes en nonkels en neven en nichten. Ze gingen op ‘berenjacht’ met hun gezin. Alle mensen hadden een knuffel voor het raam gezet, zo konden ze overal in de buurt knuffels spotten. Uit elk raam hing er ook een wit laken, mama vertelde dat dat voor de mensen was die in de ziekenhuizen werkten en voor de mensen die zorgden dat alles terug goed zou komen. Op de tocht had ze ook tekeningen bij, die ze in de brievenbussen van kindjes uit haar klas stak. Die stonden dan soms te zwaaien achter de ramen. Op een dag kwam haar juf langs, ze had werkblaadjes bij en een zakje met paaseitjes. De juf had alles bij de voordeur gelegd en op straat gaan staan. Sue mocht dan niet eens een knuffel gaan geven aan haar juf. Als ze op 17 april jarig was, kreeg ze ongelooflijk veel kaartjes, meer dan anders. ’s Morgens kreeg ze van haar mama en papa een grote kar die ze nog in elkaar moest steken, voor achter haar gocart te hangen. Dan gingen ze ermee naar de bakker, waar ze een taart en suikerbrood mocht kiezen. De boodschappen konden dan in de kar, zodat mama niet meer alles hoefde te dragen. Het leek wel of heel de wereld met haar wou videobellen, maar eigenlijk vond ze dat niet zo leuk, want ze wist niet goed wat ze dan altijd moest zeggen. Ze kreeg de volgende dagen bijna elke dag een cadeautje met de post. In de plaats van een verjaardag, leek het wel of ze een verjaarweek had. Maar toch miste ze haar vriendjes en familie om te knuffelen en samen te spelen, want eigenlijk vond ze dat toch het leukste dat er was. Een tijdje na haar verjaardag, kwam haar papa ziek thuis. Hij moest twee weken thuis blijven. Ze moesten met hun gezin in quarantaine, dat is een moeilijk woord voor opgesloten zitten in je eigen huis. Ze mochten gelukkig nog wel in de tuin. Voortaan deed oma hun boodschappen. Ze zette die dan aan de voordeur, belde aan en ging op straat staan. Sue mocht dan altijd wuiven en gooide een zoentje naar oma. Oma had steeds tranen in haar ogen en riep dat ze haar miste. Die moeilijke tijd ging gelukkig voorbij, na een tijdje mocht ze terug naar school en gingen de speeltuinen in de buurt weer open. Ze kon weer in het bos achter hun huis gaan spelen met haar broers en de kinderen uit de buurt. Hoe vreemd de coronatijd ook was geweest, ze was alles al snel vergeten en de wereld draaide weer als voorheen. Mensen hadden het weer druk, alsof ze vergeten waren dat de natuur hen een sein had gegeven om het rustiger aan te doen. Ze merkte wel in haar eigen leventje dat ze vaker stil stond bij de dingen van het leven. Ze begon gedichten te schrijven en ze probeerde van elke dag een prachtige dag te maken. Ze schreef gedichten op kleine papiertjes en die stak ze tussen boeken in de bibliotheek en een zwerfbib aan de kant van de weg. Ze schreef gedichten en kleine tekstjes naar haar vrienden en familie. Met haar gedichten probeerde ze de rust die de coronatijd met zich had meegebracht, te herinneren. Ze was heel blij dat ze weer vrij was in de dingen die ze wilde doen, desalniettemin probeerde ze te begrijpen waar zo’n rare tijd goed voor was geweest.   Gedichten van Sue:  Wil jij kijken, zoals er meestal niet gekeken wordt? Wil jij luisteren, zoals er meestal niet geluisterd wordt? Wil jij horen, zoals er meestal niet gehoord wordt? Naar mijn (zijn, haar, hun, het) verhaal…   druk mails checken eten maken was ophangen inkopen doen smartphone om de haverklap checken poetsen druk is wat jij er zelf van maakt  je kan het ook anders doen geloof me tijd moet je maken voor wat je echt wil doen hoe wil jij later terugkijken op je leven? … Dat ik genoeg genoten heb ik wil niet alles volplannen de leukste momenten zijn misschien wel de onverwachte ontmoetingen.   Pluk de dag  Op een dag zag ik een man de dag plukken, hij nam de dag en plukte hem uit de aarde. De dag die hij in zijn handen had, was een leuke dag, een fijne dag voor iedereen. En nu had hij die dag in zijn handen. Ik zag hem wegwandelen, heel gewoon, alsof er niets aan de hand was. In zijn rechterhand droeg hij de krant van die dag en in zijn linkerhand droeg hij de dag. Ik had nog nooit iemand zo gewoon de dag zien plukken. En tot zover ik kon zien, zag ik de dag in zijn hand glinsteren. Het was een dag om nooit te vergeten. De dag plukken is niet voor iedereen weggelegd. Maar die man kon dat, hij was ervoor weggelegd om op een goede manier de dag te plukken. Ik had al vaker iemand bloemen zien plukken, of gras, dat gebeurde altijd op een andere manier, maar de man die de dag plukte, plukte de dag heel gewoon. Alsof hij dat elke dag deed.     Een computer een gsm een speelgoedauto een televisie een tweede auto twintig paar schoenen dertig kleedjes vijf zonnebrillen dertien sjaals een buitenverblijf waar halen we het  toch vandaan denken we bij elk  nieuw ding dat we er gelukkiger van worden?    Elke vrijdag een etentje op restaurant. Twee keer in de week naar de tennisles. Typles is belangrijk. Ook nog naar de tekenschool. Als ik kan, ga ik nog naar de scouts, de dansles, de voetbaltraining en op ponykamp. En dan verschiet ik ervan dat ik geen tijd meer heb  voor mijn vrienden,  om naar moemoe te gaan,  om te wandelen in het bos,  om te leren voor school,  om dat boek te lezen,  om te spelen met je kinderen,  om te luisteren,  maar echt luisteren,  naar mijn geliefden,  om mezelf af te vragen hoe het met me gaat,  om een bloem te planten,  om me te verdiepen in mijn interesses,  om mezelf even te vervelen.     Wat op mijn hart ligt, wil ik even kwijt de wereld heeft nood aan verdraagzaamheid schrijf het in de lucht met een stukje krijt laat me toch wandelen met een oude geit ravotten als een zotte meid even met rust met mijn geblèt waarom krijgen mensen toch zo snel het schijt laten we zorgen voor meer beleefdheid geef iedereen wat meer vrije tijd hij heeft nood aan jouw eerlijkheid minder druk zorgt voor tevredenheid in mijn dromen heb ik een wereld gekleid daar is voor iedereen meer zekerheid echt, als ge daar zijt vergeet je je rusteloosheid iedereen baadt er in vrolijkheid er heerst overal samenhorigheid en, in alle eerlijkheid ik hou van alle soorten geaardheid ik vind het fascinerend hoe iedereen een ander leven leidt met of zonder zelfstandigheid wel of niet voorbereid in bewuste of onbewuste aanwezigheid wel, dat wou ik even kwijt!  Als een vlinder bij de zonnebloemen in de tuin niet als een berm vol met puin wel als een nachtegaal hoog in de kruin of als een kind  spelend in de duin niet als het vervuild koraal zonder leven helemaal bruin wel als een prachtige rivier recht of schuin zo wil ik me  de wereld blijven herinneren!   Onder een kast op zolder? Bij mijn moemoe in de zetel? Aan een bloemenveldje? Ergens in de Liereman? Op reis met mijn gezin? In een andere job? Vanachter in de tuin? Bij mijn kindjes in de klas? Tijdens een etentje met vrienden? Nu ik dit gedicht schrijf? Tijdens het naaien van een vlaggenlijn? Waar kan ik mezelf vinden? Wanneer heb ik mezelf gevonden? Heb ik mezelf al gevonden? Vindt iedereen sowieso zichzelf? Of kan je ook iemand anders vinden? Wat voel je bij het vinden van jezelf? Wat vind ik van mezelf?   een leesboek is een boek om te lezen een bureaulamp is een lamp op je bureau een slaapkamer is een kamer om in te slapen maar is … een paddenstoel een stoel van een pad? … een paardenbloem een bloem van een paard? … een oogappel een appel van een oog?   Vogels in de vlucht naar warmere oorden! Mensen op de vlucht naar een beter leven?  ik droom over prinsessen die dansen en kabouters die sjansen over kippen van zilver met eieren van goud over vliegende ik dat geeft me een kick  als ik even weg wil als ik even stil wil dan ga ik naar buiten dan lees ik een boek zal ik de deur sluiten vind ik wat ik zoek? 

Floor Lenaerts
0 0

AA*

  Drie weken voor de A.A. bijeenkomst begon ik te beseffen waar ik aan begonnen was. Ik stopte met joints, alcohol en andere versnaperingen. Drie weken later was mijn hoofd drie keer zo groot geworden van de ontbering. Vroeg in de ochtend stond ik te wachten op het perron van het treinstation in mijn kleine dorpje. Aangezien ik nog even moest wachten, besloot ik koffie te gaan drinken. Op zondagochtend in een klein dorp in West-Vlaanderen is er nu niet veel bedrijvigheid meer vergeleken met vroeger. Op zondagochtend was er vroeger een drukte van belang. Mensen gekleed in hun beste kleding stroomden de kerk in aan de ene kant van de straat en aan de andere kant van de straat stroomden mensen het café in. Maar nu niet meer. In het café zag ik alleen een paar andere mensen, zoals de voormalige burgemeester, die smekend naar me keek. Hij was ooit even beroemd geweest en wist inmiddels wat dat betekende. Naast de vriendelijke opmerkingen krijgen beroemde mensen ook vaak hatelijke opmerkingen naar hun hoofd geslingerd. Dat had de man niet verwacht. Ik knikte hem vriendelijk toe en hoorde hem opgelucht zuchten toen ik voorbij liep. Terwijl ik de vertrektijden bekeek, zag ik opeens een man van middelbare leeftijd in de richting van het station komen. Vanaf een afstand kon ik al horen dat hij binnensmonds aan het praten was, duidelijk nog de naweeën van de vorige nacht. Op zo'n moment is het belangrijk om iemand heel nadrukkelijk te negeren, dus ik keek zeer geconcentreerd naar het A4-velletje waarop de vertrektijden stonden aangegeven. Hij liep rakelings langs me heen terwijl hij in een onbekende taal mompelde. En toen deed hij iets wat niemand in ons dorp ooit deed: hij stak niet via het tunneltje de spoorweg over, maar liep over de rails, gewoon over de spoorweg heen. Na enig getreuzel kwam de trein die me naar Brugge bracht. Maar in het hele treinstation van Brugge kon ik nergens Mister Cach vinden. Pas drie kilometer verderop vond ik de eerste geldautomaat. Brugge, zo mooi en toch zo achterlijk. Na een paar uur reizen kwam ik aan in Antwerpen. Ik verliet het station via het Astridplein en werd overweldigd door het enorme plein dat door een of ander architectonisch trucje toch klein leek. Het hotel aan de overkant droeg daar waarschijnlijk aan bij. En na een paar stappen in de buurt waar ik jarenlange woonde kwam ik aan bij het ECO-huis. De knapste mannen die ik de laatste tijd had gezien liepen daar zomaar los, al die studs bleken de dichters en schrijvers te zijn.  Ik was enthousiast en mengde me in het gejoel. Eén van hen vertelde me dat hij ooit gestopt was met drugs en dat maakte indruk op me. Er waren ook enkele vrouwen aanwezig en na een paar uur kennismaken werden we uitgenodigd om het huis te betreden en kon de kennismaking formeler verlopen. Toen ik daar was, werd mijn dichtkunst met enorm applaus en toejuichingen begroet, wat me tranen van vreugde bezorgde. Na ongeveer een kwartier was het voorbij en verliet ik het ECO-huis. Ik kwam de beroemde schrijver VITALSKI tegen en we omhelsden elkaar en kusten. Hij noemde me "VERF ED, de beroemde fotograaf" en ik vertelde hem over mijn bezoek aan de A.A.* en gaf hem een dichtbundel van de geniale schrijver B.V. die bekend was bij Sabine Luipaerts. Hij was blij met het boek en vertelde me dat hij in één van de krotten in de buurt woonde. Voordat hij vertrok, vertelde hij me dat hij de website zou bezoeken en als er een onbekende fb opduikt, weet ik waar het vandaan komt. Maandag was de dag van de flauwte door de hitte. Het deed me denken aan wat me ooit overkwam in Barcelona. Mijn reizen naar Barcelona begonnen meestal in Figueres, eerst het DALI-museum en daarna de stad Barcelona. Tijdens mijn eerste reizen leefde de GROTE MEESTER nog. In Cadaqués, waar de grote meester woonde, keek ik met bewondering naar zijn modernistische huis. Plotseling zag ik een schaduw toen ik mijn blik omhoog richtte. Ik staarde sprakeloos naar het gezicht van de oude MEESTER. Na een angstaanjagende stilte sprak hij me aan met de woorden "Hoe gaat het met je?". Natuurlijk sprak hij in het Spaans, maar mijn Spaans is niet zo goed, dus ik verstond niet wat hij verder zei. De laatste woorden die hij tegen me sprak waren "een cervesa ?". Ondertussen wist ik ook wel dat het niets met worsten te maken had. In Spanje drink ik nooit bier, dus ik antwoordde "een carajillo". Zijn ogen lichtten op en hij riep uit "FLAMENCO". "Ja, Vlaams en zigeuner", antwoordde ik. De MEESTER had me niet gehoord en liep wild en enthousiast de weg op naar zijn huis, luidkeels roepend "FLAMENCO", "FLAMENCO", "FLAMENCO". Plotseling begreep ik dat hij het had over de vogel. Maandag was goed begonnen met een tocht door Antwerpen. Ik vertrok vanaf mijn verblijf op het Kiel en liep via de Nationalestraat en Aalmoezenierstraat naar De Boer op het Mechelseplein. Daarna ging ik via het Elisabethziekenhuis naar De Wapper, waar het al druk was. Op de Meir was het een stroom van mensen en op de Ossenmarkt zag ik lummelende studenten. Nadat ik de Leien was overgestoken, kocht ik een friet met drie sauzen en een koude lookworst bij de frituur op de hoek. Met deze lekkernij in mijn hand liep ik het De Coninckplein op. Tot mijn verbazing werd ik hongerig aangestaard door zwarte medemensen. Ze hadden nog niet vaak een blanke man gezien die rondliep met een dikke, vettige stapel friet. Ik liet me bewonderen, maar toen ik het Rozenveldplein opstapte, kreeg ik een appelflauwte. Het immense plein was vol met mensen en de drukte benam me even de adem. Gelukkig kon ik veilig terug naar mijn logeeradres met de tram. *A.A., Anonieme Auteur FOTO BLAUWEN ********************************************************************** FOTO GALLERY verf ed https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/ ***************************************************************************** Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen."Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig.   http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
11 0