Lezen

dîner

De vruchten zijn al gepeld en liggen zij aan zij in haar rieten mand, het was een cadeau geweest voor haar grootouders. Het is de eend die aan tafel geschoven wordt die voorrang zal krijgen op het tropische vruchtvlees in de rieten mand, voor later. Voor later want eerst eten ze allemaal samen de eend, en ook eend eet ze graag. De kamer ruikt hoe hij moet ruiken, en wat ze ooit ook eten, de kamer zal telkens zo blijven ruiken. Het is een houvast, een zekerheid dat elke keer opnieuw bij het binnen komen van hun huis, de geur hun ook deels thuis zal doen voelen. Het ruikt naar zekerheid, een zekerheid dat je je tijd mag laten wegglippen in een boek of achter je nutteloos werk, omdat ze al bepaald is. Maanden op voorhand weet je al hoeveel tijd je daar zal laten, en dat maakt het zo geïsoleerd, zo alleen. De puree is geboterd en gezout, mensen spreken luid over onderwerpen waardoor Jean het gevoel krijgt meer te weten over de wereld dan hun. Enkel Mrs. Claes weet hoe slim ze werkelijk is, hoeveel ze bereiken kan. Het is enkel een idee dat ze over zichzelf zet niet mee te kunnen spreken, door haar karakter, omdat haar familie het al weet. Maar Jean ergert zich aan de onuitgesproken barrière, die toch zo duidelijk is, die hun werelden in twee delen splitst. Op een andere manier wordt Jean dan binnen de geïsoleerde wereld van haar familie zelf ook geïsoleerd maar dan echt alleen. Want zonder woorden uit te spreken zal niemand ooit zeker weten dat ook zij mee kan praten, en ze kan zoveel meer. Het maakt het niet makkelijk je, ondanks de geur, thuis te voelen in een omgeving waar je niet spreken kan. En eens de beenderen van de volledige eend op de schaal overblijven, schraapt Jean de restjes saus met een stuk stokbrood van haar bord. Mrs. Claes haalt de zo verlangde mand boven en legt ze midden op de tafel, en bied Jean een litcgi aan, waarop ze haar grootmoeder verzekerd hoeveel ze van litcgi’s houdt. Ze eet er één en nog één. Het waren de eerste twee litcgi’s van haar leven. Op den duur kan ze niet meer onderscheiden of ze ze oprecht lekker vindt, of ze haar persoonlijke leugen aan het verderzetten is. Zoals ze de rest van haar leven al als een pathologische leugenaar rond heeft gelopen, want wat is het toch leuk om een tweede realiteit te maken als het leven je te saai wordt, denkt ze bij zichzelf, is dit weer een van de onnodige zijstraatjes waar ze zich in begint te wikkelen. Na een tijd wordt het wat moeilijk om te herkennen wie je bent, vastgeknoopt in die spinnenwebben van dingen die je tegen verschillende mensen vertelde, terwijl die verschillende mensen in eenzelfde ruimte over je aan het spreken zijn. Ik ben een samen gepuzzelde persoon uit alles wat ik aan andere mensen heb verteld, alles wat ik uit andere mensen heb gehaald, verteld ze zichzelf. En de eend smaakte en het tropische fruit smaakte, en voor hoever Mrs. Claes kon zien, leek iedereen gelukkig te zijn. Iedereen apart verdiept in een gesprek met zijn buur, tot dan een verdere buur het gesprek van de andere buur interessanter vind dan zijn buur in het algemeen, dan verplaatst die subtiel zijn stoel om van veraf een mening in het midden van de tafel te gooien. En dan denken al die verschillende hoofden dieper over zijn standpunt na. En Mrs. Claes glimlacht, ze hoopte dat de familie vaker zou langskomen, dan zou ze vaker overzicht kunnen hebben, en vaker kijken kan naar hoe hun hoofden dieper over het standpunt van haar man nadachten. Dan was ze bijna zeker te kunnen ontcijferen wat ze allemaal dachten. En dan zou ze vaker, bij een moeilijker standpunt – waar maar weinig mensen echt een mening hadden, naar Jean gaan, in de tuin wandelen en het haar vragen. Want wat vond Mr. Claes het toch geweldig om te weten hoe Jean dacht, de enige die niet via de ogen te ontcijferen was.

Tess Declercq
19 1

De verdwijnende landgoed

De anekdote die ik je zal vertellen betreft mijn overleden oom - moge God hem laten rusten in de hemel. Toen hij negen jaar was, organiseerde zijn leraar een uitstap om fruit te gaan eten op een landgoed. Alle schoolkinderen waren uitgenodigd. De naam van de mysterieuze weldoener was, zoals je misschien veronderstelt, onbekend. De leraar leidde zijn kleine groep studenten langs stoffige padden, in de verstikkende hitte. Na een tijd onderweg, just voor de middag, bereikten ze het terrein. Wat een mooi uitzicht! De zware ijzeren poort stond helemaal open. Binnen, bewoog een zachte wind de taken van de ontelbare fruitbomen, de vruchten waren rijp, klaar om te oogsten. De waterput in het midden van dat paradijs nodigde iedereen uit erin te springen.  De vrolijke bende snelde vliegensvlug naar de frisse schaduw, ze sprongen in het water, verfristen hun lichamen en lesten hun dorst.  Zij verzamelden zich onder een grote amate boom, om de uitleg van de bewaker te horen. Een ernstige, diepe stem weerklonk vanuit alle richtingen en kondigden de kinderen aan dat ze mochten beginnen met fruit plukken. Zij konden eten tot hun buiken vol waren, de enige voorwaarde was niets mee te nemen. Mijn oom was de oudste van 6 broers. Hij hield veel van hen en was bereid alles voor hen te doen. In de jaren 60 leden de mensen honger in de dorpen van El Salvador.  De wegen waren slecht en het duurde uren vooraleer je in de dichtstbijzijnde stad geraakte, om producten te ruilen voor eten. In deze omstandigheden is het makkelijk te begrijpen waarom hij, tussen alle de andere, een grote zak vol fruit voor zijn broers wou stelen. De dag vloog voorbij, het was tijd om terug naar huis te keren. Zij namen afscheid van de wachter die onmiddellijk de poort dicht deed. De weg loopt op de bodem van de ravijnen, die natuurlijke muren aan beide zijden maakten. Lawaaierige zwermen papegaaien de lucht doorkruisten. Het was al lang vijf uur namiddag en de vogels zochten een goede plek om te overnachten. De kinderen waren uitgeput en ondanks hun inspanning geraakten ze niet meer vooruit. De schaduwen van de bomen werden lang, de dierengeluiden verminderden, maar zij konden nog niet de rode daken van het dorp huizen zien. Iets leek mis te lopen. Hun leraar stopte plots en verzamelde iedereen rondom zich. Hij veegde met zijn vieze hand het zweet die overvloedig van zijn gezicht viel. Hij schraapte zijn keel af en zei: "Wie heeft godverdomme fruit durven te stelen? Door zijn schuld kunnen wij niet terugkeren! Het is geen goed moment om zo dom te doen, de nacht komt eraan. Ik spreek voor jullie maar, ik ben niet van plan mijn hele nacht te verspillen en te zorgen voor een groep ondankbaar kinderen, terwijl een gruwelijke geest ons achtervolgd door hun schuld!" Vervolgens zei hij: "Ik ga me omdraaien, zodat ik de schuldige niet kan zien. De persoon die iets meedraagt moet die hier achterlaten, anders kunnen wij niet uit die doolhof ontsnappen." Zonder nog iets te zeggen, draaide hij zich om en begon traag te tellen. Ondertussen keken de bange kinderen elkaar aan, terwijl ze hun zaken leeg maakten. Jullie kunnen zich wel voorstellen, dat mijn oom niet de enige was die iets had meegenomen. Nadat de leerkrach tot 10 had geteld, riep hij zonder om te kijken, dat zij hun weg moesten vervolgen. Zij lieten een rommeltje takken, stenen ... tot de laatste zaadjes achter. Of dat was tenminste wat ze dachten... Zij volgden, hun voeten slepen een uur lang over het eeuwigdurende pad. Mijn oom greep met zijn hand onder zijn T-shirt naar een kleine, rode glanzende appel. Hij dacht: "Ik moet deze aan mij zus brengen, enkel deze rode voor haar allen. Ze is mijn enige zus, dat kán niet slecht zijn!" Deze gedachte begon vanzelf te verdwijnen met elke stap die hij deed. Hij voelde dat hij achteruit ging, zoals bij het natte zand van het strand, dat door de oceaan met zij golven wordt weggetrokken. De zon ging onder aan de horizon, toen hij met tranen in zijn ogen zijn gewaardeerde lading liet vallen.  Hij realiseerde zich eindelijk dat, als hij dit niet deed, hij niet meer thuis zou geraken. "Het leek wel magie!" vertelde hij later aan mijn oma. Hij herinnerde zich de pok van de val van de appel. Toen hij de appel liet vallen, merkte hij dat de trance brak. Het vrolijke schreeuwen van zijn klasgenoten betekende dat het dorp te zien was. De witte huizen en de kerk, verwelkom de groep studenten. De prachtige oranje tinten van de schemering baadden de zwarte stenen weg. Hier een daar kon je de vlammen van de gaslampen zien. Ze waren weer thuis, zij waren gered. Het was triest om niets aan zijn broers en zus te kunnen geven, maar hij was blij hen terug te zien.

Van Rivier
14 0

Schildpadsoep

Julian kwam thuis na veel dagen werken buiten op het platteland. Zijn jachtgeweer op de ene schouder, zijn prooi op de andere. Er hang een tecomate vol water van een zelf gemaakte mecate touw aan zijn taille. In zijn cebadera brengt hij een cadeautje voor zijn dochter, een rivier schildpad. Het meisje was de laatste tijd heel verdrietig. "Brisa", haar hert huisdier, was overleden door een giftige spin beet. Het meisje huilde elke namiddag toen zij zich herinnerde dat om deze tijd van de dag ze Brisa voederde en samen speelden tot zonsondergang. Dat was het moment toen zij afscheid namen en het dier naar de paardenstal werd gebracht om te gaan slapen.  Hij wist dat een schildpad geen vervanging van haar geliefde Brisa kon zijn. Het was wel een curiositeit dat haar dochter nog nooit had gezien. Hij kwam snel binnen. Hij zette zijn geweer en prooi opzij op een rustieke houten tafel. Hij ging naar de achtertuin waar hij zijn handen en gezicht proper maakte met het water van de gootsteen. Hij voelde zicht gerenoveerd door elke druppel zuivere water die hun zongebruinde huid veegde. Eenmaal gewassen kleedde hij zich om. Hij was klaar om zijn dochter te zien. Een van zijn grootste genoegens was een glimlach op het gezicht van zijn dochter zien. Hij nam het cadeautje mee en zo snel als hij kon, richtte hij zich naar het huis van zijn zus. Zij was de opvoeder van het meisje vanaf haar moeders dood.  Hij vond ze melancholisch naar de hemel te staren. Zij had een halverwege gegeten fruit in haar mond. Haar bennen hingen vanaf de guava tak waarmee zij zich schommelde. Hij riep ze. Fidelina! Kom naar beneden aapmeisje! Dat kleedje is zeker al kapot! Kom! ik heb hier iets mooi voor jou. De belofte van een cadeau maakte dat zij zich naar beneden haasten. Zij gleed van tak naar tak met de soepelheid van een eekhoorn. Zij einde haar daad met een acrobatische salto en landde naast haar vader.  Zij veegde haar kleren met haar vieze handen. Zij maakte moeite om er goed uitzien voor haar vader. Zij keek nieuwsgierig naar uit met een grote glimlach op haar gezicht en vroeg: Wat heb je voor me? Snoepen, mijn favorieten gele bloemen?  Wat is het? Mag ik het zien? Dat was het meisje waar van hij hield. "Doe jouw ogen toe" zei hij. Zij deed zoals gevraagd en strekte ineens haar handen uit. Hij zette voorzichtig het beestje op haar handen. Zij kreeg kippenvel van de koude schild van het dier. Zij keek het boos en verbaas te gelijker tijd terwijl zij zei: Een schildpad? Waarom gaf je me een dier? Heb ik jou niet gezegd dat ik geen huisdier meer wil!  Zij liet het diertje op de grond vallen. Hij keek zij stomverbaasd aan. Dat was niet haar gewoon gedraag. Hij raapte het dier van de grond. Hij had een verwijtende bliek. Hij hield niet van mensen die wreed waren tegen dieren. Zij onverstoorbaar sprak hij tegen: Weet je wat, ik heb gehoord dat de schildpadsoep heel lekker is. Ik heb nooit schildpad gegeten. Maak het dat voor me klaar? Hij was gechoqueerd. Hij keek zij met grote ogen aan en probeerde haar gedachten te veranderde: Hoe kun je dat denken? Kijk het aan! Het is een mooi diertje, het zal zeker lang leven en je kan met het veel spelen.  Haar gezicht was rood geworden, toen zij hoorde: "het zal zeker lang leven..." Hoe oneerlijk kan het leven zijn? Waarom had de dood haar Brisa weg genomen? Nu wou zij die stom schildpad meer eten.  Zij zei tegen hen met de wreedheid die allen kinderen kenmerkt: "Als je het niet voor me kook zal ik geen cadeau meer van jou pakken." Julian wist hoe koppig zijn dochter kon zijn. Het was een van haar kenmerken die van hem had geërfd. Hij krabde zijn hoofd, onzeker: "Wat ben je koppig meisje! Wat kunnen wij van dat eten? Maar goed wij zullen schildpadsoep voor het avondmaal hebben ter voorwaarde dat je jouw bord leeg moet eten zonder te klagen over de smaak. Begrepen?" Zij keek hem uitdagen aan en knikte. Toen hij het dier slachtte ontdekte dat het een vrouwtje met eieren was. Hij maakte het schild leeg en zette het apart. Hij naam als de eetbare gedeelten en waste hem goed. Hij kruidde het en maakte en soep klaar. Het was onverwacht overheerlijk! Het vlees smolt of hun mond.  Het meisje at alles en veegde met een stuk tortilla het kommetje. Hij grinnikte, hij dacht: 'Kijk hoe zij aan genieten is!, Hoe zou ik weten dat het dier een hoge kwaliteit ingrediënt was! Zij is de mijne waardig. Ik zal het mooi schild aan mijn collectie toevoegen.' Na het avondmaal liet hij haar de afwas doen. Als zij klaar was met die taak, gaaf hij haar een nachtzoen terwijl hij haar haar in de war bracht. Zij klaagde en zei dat haar haar al slordig genoeg was. Vanaf die dag stopte zij met huilen. Het was zoals de soep een soort van geneesmiddel was tegen het verliest van haar huisdier.  

Van Rivier
0 0

Vlieg...

Na een uurtje klimmen bereiken wij de top van de bergflank. Daar ontvouwt zich het onwaarschijnlijke schouwspel dat ons jaren geleden voor het eerst overdonderde. Zo ver het oog reikt zie je besneeuwde bergtoppen. Dit is de plek waar ik Tim voor het eerst ontmoette op een jeugdkamp. Wij kenden elkaar niet maar werden er vrienden voor het leven. Onze  gezinnen kennen het verhaal en de echtgenotes en kinderen hebben ons op Vaderdag verrast met een weektrip voor ons beiden naar het Zwitserse Melchtal.  “Zie jij wat ik zie?”“Bedoel je dat witte wolkje?” Ik wijs naar een helwit iets in de staalblauwe hemel.“Het is een ballon. Het doet mij denken aan de duizenden ballons die in Brussel opstegen tijdens de Witte Mars.”“Indrukwekkend was dat. Driehonderdduizend mensen die protesteerden tegen het manklopen van de justitie in de zaak Dutroux. Sedertdien zijn witte ballons symbool geworden voor het herdenken van overleden kinderen.”Wij volgen de vlucht van de ballon. Vanuit de bergen steekt een briesje op dat hem onze kant uitstuurt.  Tim slaagt erin het touwtje te grijpen. Er hangt een plaatje aan waarop staat: ‘Vole, vole, mon amour –Gregory-12 ans’.“Geloof jij in toeval?”“Wat bedoel je?”“Weet je nog hoe we samen keken naar Star Academy op de Franse televisie? De jongen die toen de wedstrijd won heette Gregory. Hij was een Mucopatient en overleed kort na zijn overwinning. Heel Frankrijk stond in rep en roer.”“Ik las onlangs dat het programma na dertien jaar nieuw leven is ingeblazen. Bij de laatste drie overgebleven kandidaten is een Belgische jongedame. Vanavond is de halve finale, zullen wij weer samen kijken?”De longen volgezogen en met ijle hoofden van de pure berglucht komen wij bekaf terug in onze chalet.Wij eten Geschnetzeltes en ploffen daarna op de bank om de uitzending te kijken.  Onze landgenote zingt als solonummer het lied van Céline Dion. Ik heb het plaatje dat aan de ballon hing meegenomen. Het refrein van het lied wordt ingezet Vole, vole, …  Ik zie een glinster in Tims ogen en zeg: “Ja, ik geloof in toeval”.  Vole 

Vic de Bourg
50 4