Lezen

hormoon-balans

De boiler buldert zijn laatste warmte. Het water blijft toch koud. Vandaag ga ik terug werken na een zombie-keelontsteking en de etter die ik de afgelopen week doorslikte lijkt zich nu te hebben getransformeerd tot ongelukkige collega's. Ik vraag niet door want ze doet een handgebaar dat ik interpreteer als 'nu niet'. Ik stel de foute vraag en het antwoord blijft uit. Een vroeger familielid vraagt me om hulp in haar onderzoek naar de ontrouw van haar voormalige man, mijn neef. Ik wil haar wel helpen maar anderzijds interesseert het me niet. Hij heeft ondertussen een kind met een ander, zijn collega. Ik heb dit soort spelletjes nooit gespeeld en ik ontwikkel een nieuw voornemen. De volgende keer dat mijn tante een debiele opmerking maakt over mijn afwezigheid schijt ik haar uit. Dan mag ze de etter vanuit de achterkant van mijn keel eens proeven. Hoe langer ik zwijg, hoe erger ze het te verduren zal krijgen en ik heb al heel, heel lang gezwegen. Het zal zo onvoortreffelijk vies zijn, ze zal door haar eigen egoistisch afgietsel zakken wanneer ze mij vraagt wanneer ik voor kinderen zal zorgen. Ze heeft er zelf bewust geen, haar rijkdom mag niet gedeeld.  Over een halfuur mag ik met de fiets door het donkere bos naar huis en ik ben mijn hoofdtelefoon vergeten. Het is oke, ik kan mijn aanval al boorbereiden.  Mijn lieve, lieve vriend maakt taco's vanavond en de boiler wordt herstelt. Wij samen zijn sowieso warm genoeg en ik barst van liefde met een mes achter de rug. Dat is voor wanneer de buurman zijn beklag komt doen over het weer.     

Chloe synkineses
6 0

Alleen je vrienden kies je zelf

Ik zit aan de keukentafel. Voor me ligt een verveeld wit blad, dat ongeduldig wacht tot ik er iets op schrijf. ‘Ken je personage,’ klinkt het door mijn hoofd, ‘beter dan je beste vriend. Je staat er mee op en gaat ermee slapen. Je houdt er meer van dan van je eigen partner.’  Na de cursus ‘Levensechte personages ontwikkelen’ en talrijke blogs en tutorials over het onderwerp, stuiteren deze tips door mijn hoofd. Helaas blijft het daar bij. Het witte blad wacht tevergeefs op invulling. Driftig denk ik na over de hobby's van mijn personage. En zijn kindertrauma, veroorzaakt door zijn ouders voor wie ik nog geen gepaste naam heb gevonden.  Als ik eindelijk een paar zinnen uit mijn pen heb geperst, ben ik teleurgesteld. Mijn personage voelt onecht. Een vergezochte constructie die plat op het verder volledig lege blad neerligt. Levenloos.  Verdrietig kijk ik naar mijn dode ‘beste vriend die ik beter ken dan mijn eigen partner’. Ik probeer hem nog één keer tevergeefs te reanimeren door hem ruzie te laten maken met de buurvrouw. Terwijl ik zwoeg over een plausibele reden voor dat conflict, wordt de doodsoorzaak plots duidelijk. IK HEB HEM VERMOORD!  Een personage laat zich niet boetseren. Het kiest zijn eigen weg in het verhaal. Het enige dat ik moet doen is het de ruimte geven. Om me te verrassen met een wonderlijke tocht die ik in geen van mijn eerdere verhalen heb gemaakt. Hoe langer ik mee loop, hoe meer het personage zich blootgeeft. Ik zou het liefdevol kunnen sturen als het de verkeerde kant opgaat. Het herinneren aan het veilig uitgestippelde kader dat ik ervoor maakte.  Of ik kan niets doen. Alleen maar toekijken als het in een ravijn stort. Wanneer het op de bodem ligt, misschien met een rare knik in de nek, kan ik voorzichtig afdalen. Om daar te ontdekken dat het me zonet heeft toegelaten in de diepste krochten van zijn geheimen. Of ik die geheimen nu spannend, prachtig, magisch, afschuwelijk, verdrietig of stinkend rot vind, verwonderen zullen ze me zeker. En voor ik het besef, staat er een volledig mens van vlees en bloed op mijn papier. Mijn nieuwe beste vriend? Niets van! Je vrienden kies je zelf. Maar je personages? Daar heb je niets over te zeggen! Ze bouwen zelf hun weg en geven geen sik om wat jij daarvan vindt. Trek je dat echter niet aan. Als het resultaat je niet bevalt, kan je je personage nog altijd in een strak regeltjeskader vastsnoeren om het daar langzaam en pijnlijk te vermoorden.  

Amanda Bos
48 3

Veldboeket

Vrijdag 10 november, 3u47, toonde het schermpje van de digitale alarmklok. Helena lag klaarwakker en met wijd open ogen in bed. Een luid gebonk had haar gewekt. Net nu Thomas op zakenreis was en ze voor het eerst een nachtje alleen sliep in hun nieuwe huis.  Ze vloekte stilletjes. Een beveiligingssysteem hadden ze overwogen maar uiteindelijk toch niet geïnstalleerd wegens te duur. Ze hadden zich immers al laten verleiden door een luxueuze sofa met bijhorend eikenhouten salontafeltje. Misschien was het de investering toch waard geweest? Nu lag ze daar. Alleen. Angstig was ze niet, eerder ongerust.  Zou er iemand beneden zijn? Zou een inbreker er met de mooie designsofa en het tafeltje vandoor zijn?  Ze overwoog vanuit bed de politie te bellen. Helena, doe niet zo kinderachtig, waarschijnlijk is het gewoon Rémy die van de kast is gesprongen. Zo sprak ze zichzelf moed in en besloot te gaan kijken.  Voorzichtig gleed ze vanonder het warme dekbed in haar pantoffels, griste haar badjas van het haakje aan de slaapkamerdeur en baande zich een weg naar de trap. Trede per trede sloop ze naar beneden, zorgvuldig de plekken vermijdend waar het hout zou kraken. Rémy, haar geliefde grijze Chartreux, lag vredig te ronken in zijn mand. Hij was het dus niet geweest. Vanop de laatste traptrede keek ze rond. In de ruime living met open keuken was niets of niemand te bespeuren. Alle meubels stonden ook nog keurig op hun plaats. Had ze gedroomd, zich het geluid gewoon ingebeeld? Ze voelde een koude windvlaag en rilde. Nu werd ze wel bang.                                                                                                                                        Plots zag ze dat de schuifdeur naar de tuin op een kier stond, net breed genoeg om de nachtelijke bries binnen te laten. Dat had ze zich alvast niet ingebeeld. Gauw trok ze de deur in het slot. Ze keek nog een keer rond in het lege huis. De maan zorgde voor juist voldoende licht om te zien dat alles rustig was.  Helena liep naar de keuken, vulde een glas met kraantjeswater en besloot terug naar bed te gaan. Vermoedelijk had Thomas de schuifdeur niet goed gesloten na zijn laatste sigaret. Ze voelde zich nu eerder geërgerd en best wel kwaad. Haar nachtrust verstoord voor niets voor zo’n prul. Ik geef Thomas onder zijn voeten als hij thuiskomt.   Na een halfuurtje woelen en draaien, viel ze uiteindelijk terug in slaap. Pas toen ze de volgende ochtend nog half slapend beneden kwam om koffie te zetten, merkte ze de enorme vaas met prachtig boeket veldbloemen op in het midden van de salontafel. Had die er vannacht ook gestaan? Plots hoorde zachte muziek. Your Song van Elton John. Hun liedje. Was dit wat ze dacht dat het was? Ineens voelde ze beweging achter zich. Twee sterke armen namen haar stevig vast. Ze draaide haar hoofd en zag het gezicht van haar lieve Thomas. "Ja, ja, ja !!!" Helena riep het nog voor Thomas iets kon vragen of zeggen. Hij lachte breed. Zijn nachtelijke plannetje was dan toch gelukt.

Melanie Huyghe
31 1