Lezen

Eén radijs

  omdat mijn ziel dan toch al zoveel slagen kreeg de littekens verzamelt straks met deeg een mooi gebarsten brood wil bakken   daarom maar niet voor iedereen ik ben niet gek alleen de liefste pijn is welkom in mijn tuin   ja het gesprek mag moeizaam gaan zwijgen hielp mij meer de speer met al haar gif zit nog diep in mijn hart   het is voor jou ik koop voor jou mijn lief dit lot een kans om alles mooi te doden   zure tijd een uur te lang gebloed er leeft een ridder diep in mij kijk de fenix vliegt voorbij   zijn klauwen dragen alles mee de fee zij weet dat zij mij niet verleiden kan   ik houd enkel van leed en al wie domweg feest is blind gelijk het beest dat in hen leeft   hij zweeft mijn fenix weet de prooien uit te kiezen   zie ze leven de barbaren met hun rare streken   over een week of twee zullen ze bedelen om blinde vinken hinken naar de overkant   daar leeft geen troost de oogst is weer mislukt de wereld gaat gebukt onder zichzelf en het gewelf   die sterren al die elfjes dertien engelen ze dromen weer van een dozijn konijnen zacht als tederheid die kleine kuikens zacht als dons ze willen niets   ik zeg het u gij grootheden der aarde de waarde van geluk is door u allen zwaar onderbenut   de dwaas hij roept in mij tegen de harde muren   uren later zal de urne vol met milde vreugd zij zal door hem de turnleraar worden verkracht   daarna zal ik voorzichtig wachten op een mier af acht   trouw verzet en doorzetting ze leven in mijn bloed ik heb een toverhoed   uw blik weet goed hij geeft te weinig ogen regenbogen zullen u niet helpen   om verdriet en beterschap te kweken moet je wekenlang soms maanden één radijs verzorgen   morgen, schat want lang kan ik niet wachten in ons paradijs zullen spechten in die tuin de gaten maken voor jouw taai verleden   wil het sterven zal het larven worden van hetgeen graag weg wil vliegen dan moet je gewoon durven leven ja het mag al bevend weg     uit de reeks 'Kleinood'

Bernd Vanderbilt
2 1

Mijn ellepijp toen ik zes was

die onderstak tak mijn stem 1 van de 12 eieren de code tot verdriet die vlindervleugel mijn ellenpijp toen ik 6 was soms gewoon rijst de ziel van iemand die ik zeer goed ken ijs van één nacht het oor van mijn kopje   Het is allemaal gebroken en gisteren. Toen ik daar stond aan de kassa van de Brolco, zag zij het. Koop dit niet, zo sprak zij. Je bent blind en jouw briefje van vijftig frank is ongeldig. Bovendien is dit een kleine tube. Het is logisch dat ik haar niet aankeek, maar ik voelde het. Zij zag het aan mij. Dat ik samen met mijn ogen probeerde, dat ik verdwaalde. Ik dacht weer eens aan alles tegelijk. Het duurt altijd even voor ik het besef. Ik geraak er nooit.   gevangenisdeuren traankanaaltjes de wielbouten des vaders tractor pijn soms woede een paard in drijfzand de ketting van mijn fiets op de bodem van een dode zee traumabeelden deze bijl in deze koppige stam de remhendel van mijn plastiek spooktrein het deksel op de oude verf en zijn pot   Het zit allemaal vast en vandaag, deze ochtend. Ik stond daar weer met al dat onzichtbare, met al mijn ongeldigheden. U weet het nochtans, zo zei ze. De strijd is hard. Prijzenslag, moordende concurrentie, besparingen op verwarming, op personeel en bovendien. Ze sprak. Helaas, mijn collega is ernstig ziek en ik sta vandaag alleen in deze winkel. U heeft daarvoor zo veel nodig, maar ik heb geen tijd om U alles te toenen. U kunt het ook rustig thuis bestellen. Online. Met de hulp van iemand die beter ziet.     uit de reeks 'Waanhoop'

Bernd Vanderbilt
0 0