Lezen

De blaat-het-schaap-route

De vennen, de bomen, de bewegwijzering, dat alles ligt en staat in Oisterwijk. Geef toe, je denkt toch meteen aan oesters, een wijk vol oesters die in open monden verdwijnen. Met een  coupe champagne staat dat erg chique. Oisterwijk in Nederland dus, het is niet zo heel ver rijden.  We zijn met z'n drieën. Een vierde dame ligt in bed met migraine. Ik parkeer de auto aan Wout waar we allen plassen. Niet samen zoals van vrouwen wordt beweerd, maar iedereen apart. Niet samen bij de spiegel om de lippen te stiften, huidkleurig is oké vandaag. Tegen de dienster zeggen we 'tot straks' en wuiven erbij. De route telt 15km, dat is voor onze getrainde benen haalbaar. De gele cirkel aan de hemel warmt de aarde op, mijn bril met uv-bescherming komt van pas. Onmiddellijk valt de charmante omgeving op; rijhuisjes baden in decoratie en de straatstenen lijken vers gebakken. Het ruikt naar anjers in de bocht die we nemen. Besef nr.1: het plannetje vertoont enkele verrassingen. De cijfers links komen niet overeen met die aan de rechterzijde. Ik moet even herbekijken en draai het plan een keer op z'n kop, Martine neemt het over en concludeert in sneltempo, zij ziet dat al wat links staat horeca is, ik ben traag en moe. De route biedt ons een groene kijk op de wereld zodra we het dorp verlaten. Groen het gras met daarin een smalle beek. Een afgetopte boom zonder vogels, voorlopig horen we geen liedjes uit snavels ontsnappen. Het eerste ven duikt op, we lopen er langs. Ilse in een jeans, Martine en ik dragen een wandelbroek. Ik ben de enige met wandelschoenen van een merk dat wandelschoenen maakt, en toch word ik niet gezien als wandelaar. Ik ben het schaap. Dat zie je aan de vest die ik draag, een reden om mij vaak te knuffelen. Ze vinden dat belangrijk. Is dit een bijzondere dag? Het is een zondag zonder regen, het is een dag om natuurgebieden op te zoeken. Heel veel mensen doen het. Het is ook complimentendag. Het is een dag om te praten over mannen, kleinkinderen, borsten, baarmoeders, ex-en, en nummers. Er klopt iets niet na nummer 38. Na een koffiestop zoeken we nummer 62. Ergens te vinden? Nergens te vinden. Met drie bekijken we het plannetje, dan de omgeving, het plannetje, de wijdere omgeving waar we op de paaltjes enkel pijltjes zien, geen nummers.  Ik herinner me vaag dat ik jaren geleden, die richting uitging, dat kan toch niet kloppen, de herinnering wordt vager zodra ik ze uitspreek, het is echt jaren geleden, die richting is niet voor wandelaars. Hoopvol kijk ik in het rond. Martine neemt de leiding. Gelukkig neemt zij het van me over, ze vraagt het aan een man die bij zijn auto, hij bekijkt het plannetje. Hij kijkt achterom, bedenkt drie zadels die onder onze zitvlakken, hij zegt dat we via het fietspad, we doen wat hij ons vertelt. Zonder wanhoop geraken we verder. Nummer 42 straalt in het zonlicht. Is dat een paard? Ik kijk naar Ilse, dan in de verte, ik zie de rug van het dier, een ruiter ernaast. Kop richting grond, ze nam ons niet te grazen. Verderop lag het Diaconieven, een ven met een wel erg interessante naam. Martine wilde absoluut weten, het googlen begon, het ven was groter dan het Brandven, kleiner dan het Kolkven. We leerden dat het kloosterzusters betrof, we misten nummer 44 wegens onze blik op het scherm. Voor mijn part was het landgoed Lot met de Rosep het meest bijzondere gebied waar we doorheen wandelden; een privé-natuurgebied dat opengesteld voor iedereen nu voor een vijtiental minuten van ons was. Er lag een bruggetje over de Rosep, ik nam er een foto. Een elfde foto die in 2027 zal wissen. In dat jaar zal ik de beek onbelangrijk achten.  

Ingrid Strobbe
0 0

Brievenpost van Dinges | Aan dhr. Jan Jambon

Geachte heer JambonMijnheer de ministerBeste Janus “Wat schrijft gij daar nu? Janus?”, zei mijn vrouw toen ze over mijn schouder naar het beeldscherm van mijn laptop keek.  “Jawel”, zei ik. “Janus. Maar dat staat er niet zonder reden. Dat ga ik nu uitleggen aan de minister van pensioenen.” “Janus? Dat is toch die Romeinse god waar januari naar genoemd is?” “Ja ja”, antwoordde ik ietwat ongeduldig. “Wacht, ik kom daar toe. Laat me eerst uitleggen waarom ik een brief aan de minister schrijf. Anders leest hij niet verder.” Afijn, nu tot u mijnheer de minister. Maar u zal wel kunnen raden waar dit schrijven vandaan komt. Uw beslissing over het afschaffen van de landingsbanen heeft heel wat deining veroorzaakt. En nu hoor ik u vloeken tot hier. Natuurlijk hebt u die landingsbanen niet afgeschaft. Maar als die niet meer meetelt voor ons pensioen, hebt u die de facto wel afgeschaft. U hebt die ten grave gedragen op de landingsbaan van het vliegveld. Klaar om overreden te worden.  Ik hoor mijn buurman Gust nog altijd vloeken. Ik was buiten de stoep aan het borstelen. Hij zat zoals gewoonlijk over zijn krant gebogen. Ik zag hem zitten aan zijn keukentafel. Vloeken dat hij deed. Nooit meegemaakt. “Stukske hesp van mijn voeten dat ge daar staat.” Ik vrees dat het aan u was gericht. Gust is wellicht een van uw slachtoffers.   U kreeg – en dat is nieuw in een pensioendossier – zelfs kritiek van de werkgevers. “Zo blijven oudere werknemers het volhouden tot aan hun alsmaar langer uitgesteld pensioen”, stelden ze. Ze hebben overschot van gelijk. Het landingsgestel is bij heel wat oudere werknemers stuk of aan vervanging toe. Daarom dat die landingsbaan een zegen is.  Ik geef u ook mee wat Gust aan de kaarterstafel in café De Kiezel zei. Hij had geen zin in een rondje wiezen. De kaarten lagen wezenloos naast zijn amper aangeraakt glas bier. “Hun eigen  landingsbaan zal wel niet afgeschaft worden. Straks krijgt ook hij een uittredingsvergoeding van een paar honderdduizend euro, zoals al die politiekers. “ Hij zag zo rood als het tafelkleedje dat er al eeuwenlang op de cafétafel ligt.  Maar dan die Janus. U hebt uw naam niet gestolen. Aan die Romeinse god hebben we behoorlijk wat te danken. Zoals de uitdrukking ‘iemand met twee gezichten’. Janus, de god van het begin en het einde, werd immers afgebeeld met twee gezichten. De zon en de maan. Nu kennen we die uitdrukking voor iemand die onbetrouwbaar, onoprecht of hypocriet gedrag vertoont. Tja. Janus gaf inderdaad zijn naam aan de maand januari. Maar in tegenstelling tot hem bent u niet de minister van het begin en het einde. Maar wel de minister van het begin van het einde. Let op de nuance.  De nieuwsbulletins geven ons ondertussen enige hoop. Naast de werkgeversorganisatie hebben niet alleen de oppositie, maar ook anderen in de meerderheid hun stem laten horen. Zelfs de Raad van State gaf tegenwind.  Ik wil maar zeggen. U moet zich vooral geen god wanen. En er zijn nog van die dinges. Ondertussen verblijf ik Met de meeste hoogachting Désiré Dinges  

Désiré Dinges
0 0

Stoten uit een blinde hoek

Ik zet me op de stoel aan de tafel in de bar waar een jaar geleden een oudere dame zat die gretig probeerde te achterhalen waar ik nu ‘echt vandaan kwam’. Het is zeker niet de eerste keer dat ik een ‘aanvaring’ heb met mensen die geïnteresseerd zijn in mijn raadselachtige etniciteit. Dat betekent niet dat ik daarom goed voorbereid ben op het type ijsbreker dat start met een “Excuseer, maar –” en niet met een “Hallo, ik heet [XXXX], wie ben jij?”. Een ongepaste vraag, die ik probeer zachtjes weg te lachen bij gebrek aan een beter antwoord. Nu ik hier, een jaar later, haar plaats bezet, heb ik nog altijd geen correct antwoord op haar vraag. Blijkbaar zou dit wel bestaan – assertief, geestig, een tikkeltje brutaal zelfs – als ik mijn witte vrienden en familie moet geloven. “Je had haar een lesje kunnen leren! Je had haar neer kunnen zetten en kunnen uitleggen waarom dergelijke vragen kwetsend en frustrerend zijn!” Een ietwat begrijpelijke reactie van mensen die nooit verder dan de schaduw van de kerktoren hoefden te reizen om al hun familie te zien. Om andere mensen met hun eigen tinten en vormen te zien. Daar zijn ze onder gelijken. Zo gelijk zelfs, dat ze misschien wel verlangen naar iets dat hen net een tikkeltje unieker zou maken. Maar dat nog altijd sociaal aanvaard is, uiteraard. “Waarom zeg je niet gewoon wat je origines zijn? Dat is toch niets om beschaamd over te zijn?” Alsof schaamte het gevoel is dat ik ervaar als ik me gevangen voel in hun wit koplicht. Het zijn goedbedoelde vragen, goedbedoelde opmerkingen, stoten uit een blinde hoek. Ik deelde dit voorval, samen met vergelijkbare voorvallen uit het verleden, met mensen die ook deze vragen krijgen, al dan niet vaker dan ik. Ook hier pik ik een patroon op. De ene persoon reageert met een lach en een grap op mijn eerste anekdotes, de andere met wat argwaan in de ogen. Maar na een openhartig gesprek vinden we herkenning en erkenning in elkaars levenservaring. Er volgt geen simpel advies, geen geestige ‘comebacks’, geen gemakkelijke oplossingen.

Eden Oscar
0 0