Lezen

Gouden Tarwe

Stel je voor. Al jarenlang hoor je verhalen over een vorig leven. Vol kommer en kwel maar ook over zorg en respect van mensen die ooit heel belangrijk voor je waren en waar je altijd zo liefdevol over blijft praten. Bepaalde plaatsen en mensen blijven je bij. En plots staan we daar samen in dat verhaal.   Bienvenue chez Madamme Mathilde!  Kom binnen kinderen!  We zijn op doorreis naar Bourgogne. Onze eerste stop voor de nacht is in hotel 'Les Blés d'Or". Op het gemak gebold want we hebben tijd. Het is verlof!    Vannacht slapen we in Messancy, een klein dorpje net buiten Aarlen. Bij de kerktoren staat een oud huis met een grote binnenkoer. Mijn wederhelft  krijgt een nostalgisch gevoel als we de straat inrijden. Het verhaal over dit hotelletje is al meermaals door de jaren heen verteld geweest en is nu precies terug tot leven gekomen.   Enkel is deze vriendelijke dame 20 jaar ouder en is de tijd er gewoon blijven stil staan. Echt weer een avontuur op zich!  Je krijgt een ontvangst alsof je er kind aan huis bent, je krijgt een stoel onder je poep geschoven, een gratis drankje aangeboden en na 10 minuten voelt het echt als thuiskomen.   Mag ik je vragen hoelang je dit al doet vraag ik haar. Ik weet van mijn partner dat ze vroeg weduwe was en dit als aanvulling deed om rond te komen. Dit is een slaapplaats waar bouwvakkers en stielmannen overnachten en waar ook ooit mijn man zijn bed wekenlang had staan en zijn eten geserveerd kreeg alsof hij bij moeder de vrouw thuis kwam na een dag werken. Want koken kon ze als de beste geeft mijn Dirk haar als complimentje. Blozend zegt ze 32 jaar. En het was eigenlijk de bedoeling om het maar een tiental jaar te doen grapt ze nog na. Ze kon al 22 jaar op pensioen zijn.   We krijgen kamer 8 op de 2de verdieping. Beneden ons slapen de werkmannen. Je stapt binnen in een propere frisse kamer net alsof je je in 1969 waant. Je wordt gecatapulteerd in de tijd van toen maar met een supergoed bed uit de nieuwe eeuw. Het is intussen tijd om stil te zijn want die van onder ons moeten morgen werken zegt onze gastvrouw. Voor ons is het verlof maar niet voor onze onderburen.   Vanaf 8u start het ontbijt. Een frisse Madamme Mathilde staat ons op te wachten met lekker geurende koffie. Bonjour mes enfants!  Goed geslapen? Wat een energie heeft deze vrouw. De werklieden zijn ondertussen naar hun opdracht vertrokken en wij blijven nog even.   Dit is een plek waar je uren kan praten, gewoon wil blijven plakken. Maar we moeten verder. Verder naar Frankrijk. Volgende week stoppen we hier terug. Op onze terugweg naar huis. Het is hier te goed . Een aanrader voor wie houdt van ouderwetse gastvrijheid.  Hier krijg je een bed met ontbijt voor 32,5€ per persoon en de glimlach en huiselijkheid krijg je er gratis bij.   Tot volgende week Madamme Mathilde!  De 90 jarige karige dame met energie alsof ze net 50 geworden is staat ons glimlachend uit te zwaaien. "A bientôt mes enfants!" Waren er maar meer Mathildes op de wereld..          

NoNaSh
7 1

Koffie

"Alleen kan een mens niet biljarten. Hij zette z'n pet op en ging." Toon Hermans, Café Biljart   Mis je haar, Peter? Ik had er nog niet bij stilgestaan of ik haar miste of niet. Het voelde wat onwezenlijk, zo die eerste schoolweek zonder mijn vaste maatje, maar toen Stefanie de vraag stelde, kwam het gemis keihard binnen. Ja, eh. Ik zie het aan je ogen. Het is niet hetzelfde om hier zo alleen mijn koffietje te drinken, echt niet. Katrien en ik waren al tientallen jaren als twee collegiale handen op één buik. De laatste vijf jaren hadden we als leerkracht allebei gevraagd om het eerste lesuur niet te moeten lesgeven. Dan konden we hier samen een koffie komen drinken voor we aan onze dag begonnen. Hier was de koffie immers veel lekker en gezelliger dan in de leraarskamer. Het was als een soort van stilte voor de storm, we konden even ademhalen voor de hectiek van de dag het zou overnemen. Door de deur van brasserie ’t Sujet zag ik het wat gezette silhouet van Gerard verschijnen. Hij stak zijn hand op, ik stak mijn hand op. Volgende week had ik een afspraak bij hem om te kijken hoe het met mijn depressie gesteld was. Best dat ik dan dit gevoel van ontheemding ook even ter sprake zou brengen. Ik moest vechten tegen mijn tranen. Zou dat normaal zijn, of had dat ook met mijn depressie te maken? Stefanie zette zich op de stoel vlak voor me waar normaal Katrien altijd zat. Ze keek me recht in de ogen. Blauw. Katrien had grijsgroene ogen. Dat was anders. Katrien had ook nooit een open decolleté aan en zat mooi recht. Doordat Stefanie wat voorovergebogen zat, dwaalde mijn blik al te gemakkelijk naar haar grotere borsten. Tine had me in het begin dat we samen waren verteld dat elke vrouw dat onmiddellijk doorhad als een man naar hun borsten keek. Het kon me niet zoveel schelen, maar richtte mijn blik toch weer op haar gezicht. Dat was licht opgemaakt, de lippen waren subtiel gestift. Katrien maakte zich zelden op, af en toe een lijntje om haar ogen. Ze had ook echte natuurlijke krullen, terwijl Stefanie haar steile haar in een staartje droeg. Het waren twee totaal andere vrouwen, maar beiden mooi in hun eigen opzicht. Nochtans zou Stefanie nooit de rol van Katrien kunnen overnemen. Al was het maar dat Stefanie hier werkte achter de toog. ’s Morgens zette ze de koffietjes klaar die de obers vervolgens de zaal in droegen, maar nu zag ik dat Ruben even haar plaats had ingenomen. Fijn dat ze dat deden, maar dat zouden ze zeker niet elke dag doen. Katrien was trouwens onvervangbaar. Hoe gaat het eigenlijk met jou, Peter? Stefanie bleef me indringend aankijken. Het ging wel. Er waren nog heel wat moeilijke momenten, maar mijn vrouw was heel begripsvol en de collega’s ook wel eigenlijk. Ik had wel nooit gedacht dat een burn-out en een depressie zo ingrijpend konden zijn. Zelf had ze ook een paar moeilijke periodes gekend, zei ze. Of ik wist dat zij ook in het onderwijs had gestaan, maar dat ze er wat gedegouteerd uitgestapt was? Het zou een te lang verhaal zijn om te vertellen. Dat hield ze voor een andere keer. Hier zat ze goed. Het had eventjes geduurd, maar nu kon ze het met haar baas Luuk vaak regelen dat ze de kinderen wat vaker zag. Haar man, die les gaf in een andere school, ving de kinderen vlak na schooltijd op en zij kon tegen 18u stoppen en dan kon ze hen nog helpen met hun huiswerk en zo. In het begin dat ze hier werkte, lag dat moeilijk, maar nu niet meer. Vandaar dat ze elke ochtend de zaak opende. Dat werkte voor haar het beste. Of ik ook al aan een job buiten het onderwijs gedacht had. Ik denk niet dat ik iets anders kan. Ach, natuurlijk wel. Het hielp om je blik af en toe te verruimen. Dat deed Katrien toch ook. Zij is niet voor niets aan een andere carrière begonnen. Ze moest eens andere lucht hebben. Dat klopte als een bus en dat wist ik maar al te goed. Hoe vaak hadden we het er hier met elkaar over gehad. De laatste maanden voortdurend. Ik had alleen niet door dat Katrien het effectief zou doen, van werk veranderen. Mij hier alleen achterlaten in een periode dat ook ik het moeilijk had. Niet dat ik het haar kwalijk nam. Ik besefte maar al te goed dat ieder zijn eigen leven leidde en ik wist dat de depressie die me omknelde ervoor zorgde dat ik mij bijna halsstarrig aan bepaalde personen vastklampte. De weinige echte vrienden die ik had, leken voor mij in deze toestand wel een soort bezit, een reddingsboei waar ik voortdurend beroep moest op kunnen doen. Dat ging natuurlijk niet, zo werkte het niet. Katrien had het ook waarlijk moeilijk en eigenlijk moest ik haar bewonderen voor de moed die ze had om voor een andere job te kiezen. Het was die moed en energie die mij voorlopig nog niet gegund was. Misschien moest ik daar ook niet op wachten en actief op zoek gaan. Ik zuchtte en voelde me moe bij de gedachte alleen al. Waarom stop je niet gewoon even met lesgeven en probeer je iets anders. Met proberen is niks mis. Ik zeg maar iets: in een winkel staan, bij tuinaannemers, die schreeuwden voor extra werkkrachten of zelfs vrijwilligerswerk… Is hier geen werk voor mij, Stefanie? Katrien en ik lachte er soms mee. Als we het beu zijn bij ons in school, dan komen we hier voor Luuk werken. Die is goed voor zijn personeel. Dat klopt. Ik werk hier graag, maar in het begin was het wel pittig. Voorlopig is er geen vacature. Heb je graag dat ik er iets van zeg tegen Luuk? Nee, laat maar. Ik denk niet dat in de horeca werken iets voor mij is.  ’s Morgens was het hier rustig genoeg, zoals ik hier zat, maar tegen de middag en avond was het veel te druk. Ik zou gek worden van al die drukte. Te veel indrukken. En ’s avonds was ik zo moe, zo moe. En dan zou ik de kindjes vaak niet zien. Nee, hier werken dat ging ik niet doen. Het was voor haar kindjes dat Katrien ander werk wou. In school was ze voortdurend kinderen in het gareel aan het houden en aan het foeteren. Zo veel dat ze thuis van haar eigen kindjes niks meer kon verdragen en bij het minste ontplofte. Dat wou ze niet meer: te veel voor andermans kinderen zorgen en de zorg van Bauke en Nienke niet meer aankunnen. Dat was de omgekeerde wereld. Bovendien vond ze het moeilijk om de leerlingen nog te motiveren voor Frans. Ze deden het gewoon niet graag en zij had er de energie niet meer voor om ertegenin te gaan. Ze verviel steeds vaker in een cynische houding en dat was niks voor haar. Het was zo erg dat ze niet meer overweg kon met haar rechtstreekse vakcollega’s die zo computeranalfabeet waren dat ze ook voortdurend aandacht en hulp nodig hadden. Zij zat in een straatje waar ze dringend uit moest. Ik knikte dan en begreep het, maar besefte niet hoezeer ze het meende en hoe zwaar het me zou vallen als ze effectief de overstap naar de privé maakte. En het viel me zwaarder dan ik wou toegeven. Dat voelde ik nu des te meer. Met mijn vrouw durfde ik het er niet over hebben, zij hoorde me al genoeg klagen en zagen. Ik wou niet dat ze zich vanalles in het hoofd zou halen en jaloers zou worden op Katrien. Ook al was ze een knappe vrouw en sympathiek en ook al waren er lustgevoelens, dat wou niet zeggen dat ik het te ver zou laten komen. Te veel gedoe en te vermoeiend, te veel mogelijke schuldgevoelens en gewoon allemaal te ingewikkeld. Niks voor mij. Ik zag Tine te graag, veel te graag. Elke avond fluisterde ik in haar slapende oor dat ik van haar hield. Heel veel. En ik meende het, dan ging ik haar toch zoiets niet aandoen. Nooit van mijn leven. Bovendien had ik niet de indruk dat Katrien enige gevoelens voor mij koesterde. Ik was voor haar een veilige gesprekspartner op dat gebied, vrees ik. Waarom ga je niet gewoon naar een interimkantoor en zeg je dat je eens wat ander werk wilt. Dat is vaak fysiek werk in de productie, maar andere lucht is andere lucht. Ik weet het niet, Stefanie. Ik weet het niet. Ze keek me aan met die grote, staalblauwe ogen. Het leken wel spiegels. Waarom waren die prachtige ogen zo bezorgd om mij, vroeg ik mij af. Op mijn gsm verscheen een whatsappje. Het was een foto van een bureau waarop een laptop en een tweede scherm te zien waren. Er stond een lege mok koffie naast. “De ochtend zonder jou,” stond erbij geschreven. Wat moest ik daar nu op antwoorden? Stefanie legde haar hand op mijn onderarm en zei dat ze me ging laten. Ze nam haar plaats weer in achter de toog en Ruben vertrok met een volle plateau naar het terras. Ik legde de juiste hoeveelheid munten op tafel, aarzelde en legde er tien cent extra bij. Merci voor de babbel, Stefanie! Dat is graag gedaan, Peter. En ze knipoogde. Waarom knipoogde ze? De psychiater stak zijn hand op toen ik hem passeerde bij het naar buiten gaan. Ik knoopte mijn jas dicht en dacht dat het misschien niet zo’n goed idee was om hier zo alleen te zitten elke ochtend.

Hans Van Ham
22 0

Heb ik teveel noten op mijn zang?

Madeleine, de Duitse echtgenote van mijn neef, is een getrainde klassieke zangeres. Ik zie haar na de afgelopen covidjaren weer en raak in gesprek over haar carrière. Ze heeft ondertussen twee kinderen en geeft zelf zangonderricht.“Ik kreeg te horen dat ik een goede sopraanstem had”, begint ze. “Al snel werd ik aangespoord om verder te gaan dan ik zelf voor mogelijk achtte. Je moet altijd bezig blijven en je veel ontzeggen om je stem op peil te houden. Het valt allemaal wel mee, maar toch voel je dat je bepaalde zaken niet aankan en dat je om die hoge noot te halen hard moet werken. Ik was dikwijls oververmoeid en prikkelbaar. Soms sloeg net voor een optreden de paniek toe. Niet dat ik mij met hen wil vergelijken, maar ik begrijp de operadiva’s met hun rotkarakters.” Madeleine hapt  naar adem, dat doen zangeressen regelmatig. Haar zesjarig zoontje vraagt in vloeiend Duits of hij een koekje mag. Heerlijk toch, ukkies die al perfect tweetalig zijn. Ik maak van de gelegenheid gebruik om zijn mama te feliciteren met haar kennis en uitspraak van het Nederlands. Ze vervolgt: “Onlangs nam ik deel aan een masterclass. De stemcoach bracht me koudweg het nieuws dat ik niet durfde vermoeden:  je haalt wel de octaven van een sopraanstem maar in feite ben je een mezzosopraan. Wat een openbaring. Na jaren inspanning, is zingen plots geen opgave meer. Het is eens zo plezierig. Ik voel me goed in mijn vel en kan weer naar hartenlust zingen.” Waar had ik dit verhaal nog gehoord? Ik herinner mij een televisieprogramma met Cecilia Bartoli, telg van een sopraan en tenor, die ook later ontdekte dat ze een mezzo is. Ondanks haar immense succes en minutenlange applaus dat voor haar weerklink op podia over de hele wereld, ben ik niet zo gesteld op haar stem. Ik deel die mening met een familielid dat erg veel van opera houdt. Eerder schreven critici over haar dat ze een ‘kleine stem’ heeft. Op Klara, mijn favoriete klassieke radiozender wordt ze nochtans telkens weer de hemel ingeprezen.Madeleine is het verrassend met mij eens. Ook zij is niet zo'n fan van La Bartoli en vindt het onbegrijpelijk hoe haar jonge leerlingen dwepen met zangeressen en zangers, die best grote namen hebben in de muziekwereld. “Ik ken nog zo eentje die uit jouw land afkomstig is”, plaag ik haar.“Mag ik raden, is het een vrouw of een man?”“Het is een man van vooraan in de vijftig.”“Welke stem heeft hij, is het een bas, een bariton, een tenor of een contratenor misschien, die zijn weer helemaal in tegenwoordig?”“Het is een tenor en alle presentatrices, maar ook enkele presentatoren op Klara vinden hem de max. Hij mag dan ook knap genoemd worden.”“Is het Jonas Kaufmann? Ja het moet Kaufmann zijn, daar zijn al mijn vrouwelijke leerlingen van in de wolken. Wat vind jij van hem?”“Weinig, ik hou niet van zijn stem. Voor mij is ze te benepen, vooral in de hoge noten, die hij amper haalt, misschien moet iemand hem vertellen dat hij een bariton is.”“Spijtig voor de diehard liefhebbers, maar ik moet je  overschot van gelijk geven, ook als is het een landgenoot. Ik probeer mijn studenten tot inkeer te brengen, maar tegen zijn looks is weinig in te brengen.”“Op mijn applaus moet hij niet rekenen. Wordt hij aangekondigd, dan draai ik de geluidskop dicht. Het is zelfs zo erg dat ik zijn stem meteen herken. Tegenwoordig zingt hij aria’s uit de bekende Duitstalige operettes. Mijn ouders hadden alle elpees van Franz Lehár en consoorten. Die zangers herken ik ook, als ze al eens te horen zijn, gaat het volume omhoog.”“Jij weet wel iets over zangstemmen. Heb je zelf nooit gezongen?”“Heel lang geleden heb ik de man die de maat sloeg bij het zingen in de kerk wel eens vervangen. De nonnetjes vooraan lachten zich telkens een kriek omdat ik de zang te hoog of te laag inzette. Op applaus heb ik nooit moeten rekenen.”   

Vic de Bourg
7 1

Koning Heldernacht

  Op de bodem van de slotgracht met haar zwaan of twee, daar wacht de sidderaal, daar liggen ze bij duisternis, de lijken hand in hand. Als ik maar heel even rust mocht zijn, weg kon uit de burcht van Koning Heldernacht. Helaas. Nog zelden heerst de eenvoud van de maan. Bedaar en sus de schemer. Zwijg nu, kikkers. Kwaak niet uit de modder over bange dagen. Er is een gier geland en dat was gisteren, toen klein geluk zijn hol niet vond, een dood konijn nog uit één oog kon zien, hoe uit de hemel zwarte regen viel. Het parelgras verloor zijn groen. Een laagje teer ligt op het hart van onze bloemen. Mijn schat, in onze tuin, die liefde voor ons scheppen zou, trachten drie vuurvliegjes de bui te overleven. Het einde lonkt. Altijd. Ze weten het. Zo ook de visser op de oever met zijn lege aangezicht. Hij vroeg mij eens of ik de wormen, die zich in mijn darmen voeden met de onverteerde droesem, aan hem schenken kan. Domme kranigheid en het verzuim te sterven. Ze hebben tijd gestolen van een staande klok. Het ding heeft ooit een winter lang de wereld heen en weer geslingerd. Ze tikt nog steeds. In de hal van het fort, met scherpe torens, scheve spitsen en volg je de trap, durf je langs die manke treden, dan vind je in zijn kop een hele hoop scharminkels. Het zijn schrale skeletten van de fantasie, fantomen die gescheurde kleren dragen. Ze wijzen je de weg. Naar zijn troon, naar die koning met zijn zieke tronie. Heldernacht? Te troebel is zijn blik en aan een draad daar hangen ze te drogen voor zijn natte mond, wanneer de duisternis haar gal uitspuwt. Het is sprot met rode ogen. Het zijn vodden die graag mottengaten wilden omdat aangetaste stof hen beter past. Uitgekleed zijn alle dromen en de waan ligt poedelnaakt aan zijn voeten. Of ik hem strelen wil. Of ik zijn bulten aaien wil en de koning lacht veel groener dan het parelgras.  De lijken hebben grijs gestolen van een tortelduif en zeggen het. Allemaal. Dat ik best meekom naar die bodem, die geneugten van de sidderaal. Het is voorbij, mijn lieveling. Zoek mij niet meer. De zwanen drijven naast elkaar. Slechts op prentkaartjes van het kasteel. Mijn ogen zijn te moe. De wormen willen mij. Mijn hart is voor de gier.     een sprookje uit de reeks 'Majnun het gebrabbel van een gek'

Bernd Vanderbilt
8 1