Lezen

konijnentanden en navelstreng

Op een dag rond mijn achtste levensjaar merk ik voor het eerst op dat sterven een keuze kan zijn. Ik ben net uitgescholden voor mijn konijnentanden, die ik later nog zal missen wanneer mijn moeder ze zonder mijn toestemming laat kort slijpen. De belofte om niet te huilen verbreek ik, en later ook de tweede belofte, om niets tegen juf H. te zeggen wanneer ze met een rietje mijn gedachten uit me zuigt. Ik worstel maar ik vertel alles. Op dat moment heb ik mijn vrienden met mijn volle bewustzijn hun afgrond in gestuurd. Ik had het moeten slikken maar hun woorden waren als zandkorrels, ik zou het sowieso niet hebben kunnen verteren, en zelfs jaren later is mij bijgebleven dat hun idee van mij bestond uit mijn tanden en overmatige emotie. Alsof mijn enorme tanden als poort moesten dienen voor woorden die wel eens ongemakkelijk ozuden kunnen zijn. Mijn bolle jeukbeenderen waren een glijbaan om mijn tranen recht naar mijn oren te sturen. Zodat niemand ze kon zien en ik ze kon horen druppelen. Ik merk op dat ik dood kan. Ik weet alleen nog niet hoe. Ik stap buiten en word omringd door oude mijn-infrastructuur. Misschien als ik daarop klim en eraf vlieg, dat mijn lichamelijke vorm het wel op geeft. Zo zoet het idee ook mocht wezen, zo boos zouden mijn ouders zijn. En zo besloot ik vanaf dan elke dag om te leven, ook als ik eigenlijk niet wou. Zelfs mijn levenloos koud vel zou uiteen barsten bij het aanhoren van mijn moeders preek en mijn vaders alcoholisme. Mijn geboorte ontwikkelde zich als een soort contract. Ik wou zo graag uit mijn moeders harde, woelige, drukkende buik, maar daarmee ondertekende ik onbewust een soort belofte om in leven te blijven. De navelstreng leek bij ons nooit gescheiden te zijn. En hoe harder ik wegtrok, hoe sneller ik terug bij haar tegen de borst belandde. Mijn moeders binnenste zou volledig naar buiten keren moest ik sterven en dat is iets wat ik nog stees niet kan verdragen. Zelfs daar wil ik het haar niet toelaten om een bad te nemen in haar zelfmedelijden. 

Chloe synkineses
4 1

ezelbeet en de geest

5   Maar nu, al die jaren later, was een geest in een koffertje lachwekkend, of dat zou het zijn als ze niet voor een man stond die wel dubbel zo groot was als haar. Ondanks deze bijna bovennatuurlijke situatie was er maar 1 vraag die tegen de binnenkant van haar lippen bleef stoten en dat is waarom ze haar gekozen hadden. Ze had toch geen ervaring met geesten in koffertjes. Haar leven was pijnlijk eenvoudig geweest tot nu toe, en waarom zou iemand de moeite doen om daar verandering in te brengen? Er is een oneindigheid aan mensen met speciale gaven, een brein zoals een computer of spieren zo gespannen dat hun huid bijna openspringt, en Wilma behoorde tot geen één van die groepen. Het laatste wat er mocht gebeuren is mislukking, want dan zou het leven opnieuw de volle 180 graden draaien naar een onopmerkzaam en uitzichtloos bestaan.    “Wanneer u de opdracht voltooid mevrouw, krijgt u alles van ons wat u maar wilt. Een eenhoorn, knalgroene onderzeeër, een ruimteschip, elke dag kroketten voor de rest van uw leven? Alles kan, zolang het maar geen geld is.” En maar goed ook, dacht ze. Ze zou niet weten wat ze met geld zou moeten doen.  “nog vragen?” Haar vraag wilt met alle haast zijn uitweg tussen haar lippen door vinden, maar ze houdt haar kaken als verroest op elkaar gespannen. Haar angst om ondankbaar over te komen is groter dan haar nieuwsgierigheid.  “Wat voor verhalen lust de geest?” vraagt ze dan maar. “Alle verhalen die uit jezelf komen, kan hij wel smaken. Je leest best niets voor dat uit iemand anders’ brein gesponnen werd. Voor de rest maakt het weinig uit, je zal het zelf wel leren. En voor ik het vergeet, laat het kistje dicht tot wij bevelen dat het open mag.” Zijn gezicht is uitdrukkingsloos, maar niet gespannen. Het is een gezicht dat zelfs in volle ontspanning niet kwaad of opgewonden lijkt. Niet uitgeput of enthousiast. Anders dan zijn kleding was zijn gelaat compleet normaal. Zo normaal zelfs dat het er toch net weer ietsje uit sprong.     

Chloe synkineses
0 0

Veto der (geïnformeerde) publieke opinie

Veto der (geïnformeerde) publieke opinie   De evolutie naar een geïnformeerde burgerlijke controle op de achterhaalde absolute representatieve democratie                       Kevin Meyvaert                                                                    Inleiding  Dit essay heeft als doel een inspiratiebron te zijn voor de politieke orde van de toekomst. Het heeft als finaliteit een ware paradigmashift te bewerkstelligen in de Belgische en Europese politiek. Weg van de absolute macht der representatieve democratieën. Het moet een nieuwe moderne weg plaveien voor de evolutie van onze politieke systemen in Europa. De representatieve democratie heeft in de twintigste eeuw zijn nut bewezen voor Europa. Het gaf de landen ten westen van ons continent decennialang stabiliteit na de Tweede Wereldoorlog. Het gaf de landen ten oosten van ons continent een referentiekader waar tot op vandaag voor gevochten wordt. Het was een noodzakelijke vulgarisering van een publieke opinie die nog moest leren omgaan met de democratie. Die tijd zijn we in West-Europa voorbij. En ook Oost-Europa zal snel inzien hoe het representatieve paradigma niet gemaakt is om ten volle de publieke opinie te volgen en te respecteren. Vandaag en de komende jaren zal de druk om het systeem te hervormen steeds luider klinken. De opkomende generaties zullen doordrenkt zijn met een vraag om betere democratie en/of een betere, sterkere staat. De hervorming van het democratisch systeem zal het lot van de Europese democratieën bepalen. Met een nieuw systeem waarbij gebruik gemaakt wordt van een Burgersenaat kan in Europa een nieuwe democratische periode floreren. Een periode waarbij alle burgers, voor welke partij zij ook stemmen, zich weer zullen verbonden voelen met hun staat en de politiek. Dit systeem is niet revolutionair. Het tracht enkel de huidige democratieën te verbeteren opdat de publieke opinie beter wordt gerespecteerd. In een particratisch land als België is dit een absolute noodzaak. Het essay bestaat uit twee luiken. Het eerste luik behandelt het nieuwe institutionele systeem waar we naartoe moeten. Namelijk een (geïnformeerde!) Burgersenaat die elke wet of beslissing van het parlement (en de regering) kan blokkeren. Het tweede luik behandelt de strategie en de tactiek die zal worden gehanteerd om de huidige politieke klasse onder druk te zetten om tot een dergelijke Burgersenaat te komen. Dit systeem is anders dan alle voorgaande ‘schijnpogingen’ tot burger besluitvorming in de politiek. Het gaat veel verder en kan bijgevolg burgers over het hele politieke spectrum bekoren. Burgerinitiatieven hebben nog te vaak enkel succes bij de eerder progressieve publieke opinie. Met dit voorstel zullen burgers van rechts tot links hun gading vinden.                                                   De Burgersenaat  Probleemstelling We gebruiken de Belgische casus - en zijn federaal niveau - om het huidige probleem van de representatieve democratie te illustreren. België is, met zijn particratie, het voorbeeld bij uitstek van hoe een representatieve democratie zijn democratische legitimiteit zelf begraaft.   België Ons land heeft een proportioneel kiesstelsel en een kiesdrempel van 5 %. Dat betekent, in het kort, dat de zetels worden verdeeld naar gelang het aantal stemmen dat de partijen halen in een kiesdistrict. Dat geeft, in tegenstelling tot de meerderheidskiesstelsels, een degelijk beeld van de publieke voorkeuren voor de partijen in het parlement. Al moeten de partijen wel in totaal 5 % van de stemmen halen om aanspraak te kunnen maken op zetels in het halfrond. De kiesdistricten zijn provinciale kiesdistricten voor de regionale en federale verkiezingen (en het Brussels Gewest). Politici gaan dus op een lijst staan van hun partij in de provincie waar ze wonen en worden er verkozen. Het zou bij deze logisch zijn dat diezelfde politici in het parlement de belangen van hun provincie en hun kiezers vooropstellen. En daar ligt al jaren het grote democratische probleem in België. Politici worden verkozen, maar krijgen geen enkele individuele vrijheid één keer in het parlement. Ze moeten allemaal trouw zweren aan de partij die hen die zetel heeft opgeleverd. Als de partijvoorzitter zegt dat je A moet stemmen, dan zal je ook daadwerkelijk A moeten stemmen. Ook al gaat A in tegen je eigen principes of tegen de belangen van jouw eigen kiezers. Je zal de partijlijn moeten volgen of je ligt er de volgende keer uit en dan kan je jouw politieke carrière vergeten. Dat is wat we in de Belgische politiek ‘particratie’ noemen. Het feit dat je één keer in een partij je eigen individuele ideeën zal moeten opbergen om die van de partij te dienen. Mensen stemmen bijgevolg niet echt voor personen, maar enkel en alleen voor een partij en haar programma die ze al dan niet steunen. Iedereen kan inzien dat dit een enorm probleem is voor de werking van onze democratie en het respect voor de echte publieke opinie. Die wordt hierdoor niet vertaald in het parlement, omdat elke stem voor een partij wordt aanzien als een legitimering van het hele partijprogramma. De meerderheid van de burgers stemmen op partijen op basis van enkele partijpunten, nooit door het hele programma te hebben doorgenomen. Het is van groot belang de burgers hiervan bewust te maken. Eén keer die bewustmaking er is, wordt de hervorming van het politiek systeem een logisch gevolg.   Trias politica Door dit systeem van particratie verzaakt de huidige Belgische democratie om de filosofie van haar machtsevenwicht te respecteren. De zogenaamde ‘Trias Politica’, ontworpen door de Franse filosoof Charles Montesquieu. Die vraagt namelijk dat de macht wordt verdeeld in drie componenten, waarbij geen enkel component (theoretisch) een ander mag beïnvloeden of onder druk zetten. Ze zijn, met andere woorden, alle drie onafhankelijk van elkaar. De drie machten zijn de volgende: -  De rechterlijke macht: Dat zijn heel simpel uitgelegd alle rechtbanken en hoven van het land.    -  De wetgevende macht: Dat is in de meeste landen het parlement. Het beslist over de wetten van het land. In een bicameraal systeem moet je daar ook nog de senaat bij tellen.    -   De uitvoerende macht: Dat is in Westerse democratieën de regering. In België is het officieel de koning die de uitvoerende macht uitoefent. Maar die heeft in werkelijkheid geen echte macht. Het zijn de regeringen die de wetten ‘uitvoeren’ via ministeriële en koninklijke besluiten.   In België hebben we hierbij een probleem. Oorspronkelijk moest de wetgevende macht een controleorgaan zijn op de uitvoerende macht. Zodat de regering niet zomaar alles kon doorduwen zonder het akkoord van de vertegenwoordigers des volks. Zij belichaamden wat het volk wilde. Dat is door de particratie steeds meer onder druk komen te staan. Je hebt een meerderheid nodig in het parlement om een regering te kunnen vormen. En daar ligt op dit moment net het probleem. Door de particratie krijg je als regering vrij spel in het parlement. De partijen van de meerderheid zullen al hun partijleden altijd alle beslissingen en wetsontwerpen van de regering laten goedkeuren. De regering kan dus zowat alles beslissen zonder zich echt vragen te stellen of dat wel door het parlement (en de senaat) goedgekeurd zal worden. Er is hier duidelijk geen parlementaire controle meer. De wetgevende macht en de uitvoerende macht zijn één en dezelfde macht geworden. Met de wetgevende macht als schijncontrole op de uitvoerende macht. De Trias Politica is verworden tot een duas politica met de uitvoerende-wetgevende macht aan de ene kant en de rechterlijke macht aan de andere kant.   Er is met andere woorden nood aan een institutionele hervorming die ons een echte derde macht en controleorgaan op de uitvoerende-wetgevende macht geeft. Die vinden we terug in een doordachte nieuwe senaat: een geïnformeerde Burgersenaat.   De macht der (geïnformeerde) publieke opinie De antipolitieke gevoelens in de Belgische samenleving nemen elk jaar toe. Dat is nu al verschillende jaren zeer duidelijk. De burgers geven aan zich niet meer betrokken te voelen door de politiek en hebben desgevallend hiertegen een desinteresse ontwikkelt. Het is bij deze van primordiaal belang om de burger weer centraal te stellen binnen ons institutioneel politiek systeem.   Veto De burgersenaat mag niet zomaar een tigste slappe poging zijn om de burgers bij de besluitvorming te betrekken. Die senaat kan enkel betekenisvol zijn als die een duidelijke en directe invloed heeft op de besluitvorming van de regering en het parlement die beiden doordrongen zijn van particratische invloed. Daarom zal de Burgersenaat noodzakelijkerwijze een veto voor alle beslissingen van het parlement moeten hebben, en dus ook op die van de regering. Dankzij dat veto zullen de burgers echte en reële invloed hebben op de Belgische politieke besluitvorming. Het zal iedereen weer het gevoel geven dat ze weer tellen in deze samenleving. Het is niet de bedoeling burgers meteen de mogelijkheid te geven om zelf helemaal autonoom wetten te gaan schrijven of staatsbelangrijke beslissingen te nemen. Zo’n evolutie zal tijd vergen en dient zeer grondig onderzocht te worden op zijn effectiviteit en zijn wenselijkheid binnen de samenleving. Dat dit er in de toekomst komt of niet moet de samenleving zelf beslissen. Dit is hoe dan ook niet het opzet van de Burgersenaat. Het enige doel van de burgersenaat is om een burgercontrole te organiseren op de huidige representatieve democratie in België. Door de particratie worden de kiezers niet meer vertegenwoordigd door hun ‘vertegenwoordiger’. Daarom is het noodzakelijk om elke beslissing door het parlement en de regering te toetsen bij een representatieve steekproef van onze samenleving. De burgersenaat zal werken met een normale meerderheid om een beslissing van het parlement goed te keuren of te verwerpen. Dit kan uiteraard vatbaar zijn voor uitzonderingen (vb. staatshervormingen).   De overgrote meerderheid van de burgers stemt op een partij op basis van enkele punten van haar programma, nooit op het hele programma. Toch beslist ons politiek systeem dat een stem op een kandidaat van één partij een steun en goedkeuring is voor het hele programma van de partij. De stem van de kiezers wordt hiermee gebruikt om met een vals gevoel van legitimiteit zaken te stemmen in het parlement waar de kiezers eigenlijk niet voor hadden gestemd. En waar misschien zelfs geen meerderheid voor is binnen de publieke opinie. Met de Burgersenaat kan je deze valse legitimiteit ongedaan maken en de partijen meer verantwoordelijkheid geven.   Representatieve Burgersenaat De Burgersenaat zal een representatieve weerspiegeling moeten zijn van de Belgische samenleving. Het is dus de uitdrukkelijke bedoeling om ervoor te zorgen dat alle groepen binnen de samenleving er goed worden vertegenwoordigd. Dat zal in eerste instantie gedaan worden door middel van een lukrake steekproef (en de daarbij horende ‘wet van de grote getallen’). Om daarna zeker te zijn dat alle groepen proportioneel goed worden vertegenwoordigd, zal er, indien nodig, een gestratificeerde steekproef worden gedaan om zo aan onze representativiteitscriteria te voldoen. Hoeveel burgers er in totaal geselecteerd zullen worden voor die burgersenaat moet nog worden beslist en onderzocht. Toch zie ik liefst een 200 à 250 burgers in de senaat opdat de representativiteit zo goed mogelijk wordt gerespecteerd. De Burgersenaat zal door een nieuwe steekproef vervangen worden na een vooraf bepaalde termijn.   Geïnformeerde burgers Dit is het belangrijkste luik van het model van een burgersenaat: geïnformeerde burgers die een geïnformeerde beslissing nemen in de senaat. De leidraad in mijn kijk op de samenleving is al verschillende jaren de volgende: “De mensen zijn niet dom, ze zijn enkel slecht of niet geïnformeerd”. Dat moet dankzij de Burgersenaat verholpen worden. Het doel van de Burgersenaat is, zoals hiervoor herhaaldelijk gezegd, om een burgercontrole aan te bieden op de particratische representatieve democratie. Daarnaast is het ook een middel om weer te werken aan een echt publiek debat, dat vandaag nog amper bestaat. De overgrote meerderheid van de beslissingen in het parlement worden genomen zonder dat daar in de samenleving een echt publiek debat over is geweest. Mensen worden bij deze dus helemaal niet geïnformeerd over de gevolgen van mogelijke beslissingen binnen het parlement. De mensen slikken wat de pot schaft. Hier komt dan de informatiestrategie in werking. De informatiestrategie van de Burgersenaat kent twee luiken: 1.   Het eerste luik betreft de partijen zelf: Elke partij aanwezig in het parlement zal een vooraf bepaalde tijd hebben om de mensen in de Burgersenaat te overtuigen om de beslissing van het parlement (en de regering) goed te keuren of ongedaan te maken.  Dankzij deze verplichting zullen de partijen dus een grondige argumentatie moeten ontwikkelen om zich te verzekeren van de steun van de burgers. De partijen zullen niet meer ‘vlug vlug’ iets door het parlement kunnen jagen. Ze zullen hun beslissing heel goed moeten onderbouwen en dat zal het intellectuele en publieke debat alleen maar ten goede komen. Het publieke debat zal hiermee ook veel meer worden aangewakkerd, omdat de burgers zelf dienen geïnformeerd te worden. Het mediatiseren van de argumentatie van de partijen in de Burgersenaat zal hier van groot belang zijn.   2.   Het tweede luik betreft experts:  Over elke kwestie, elk probleem of elk onderwerp bestaat er binnen de wetenschap of de academische wereld discussie. Er zullen altijd verschillende visies zijn, ook bij experten in het vakgebied van een bepaald probleem of onderwerp. Daardoor is het noodzakelijk om elke visie binnen de academische en wetenschappelijke wereld aan bod te laten komen in de burgersenaat. Zo krijgen de burgers alle mogelijke visies op een probleem om later hun beslissing te nemen. Ook dit zal het publieke en intellectuele debat versterken, doordat experten zo goed mogelijk hun eigen visie zullen moeten onderbouwen om de burgers te overtuigen. Op basis van dit tweeluik aan informatie gaan de burgers uiteindelijk beslissen of ze een beslissing van het parlement en de regering goed keuren of ongedaan maken.   Aantrekking burgers  Burgers warm maken om te participeren, en zeker de meest kwetsbare groepen, is een enorme uitdaging. Daarom wordt er het allerliefst gewerkt met een verplichte participatie in de Burgersenaat. Mocht dat niet (meteen) mogelijk zijn, dan moeten we vooral hopen dat het parlementairloon (ongeveer 7000 euro per maand) genoeg mensen zal stimuleren om te participeren. Dit loon is alvast voor de lagere sociale klassen en de middenklasse in onze samenleving zeker een stimulans om te participeren in de Burgersenaat. Daarnaast werk ik het liefst met een anonimisering van de burgers aanwezig in de Burgersenaat. Zo vermijd je (politieke en sociale) druk op de geselecteerde burgers.                                                      De apolitieke beweging  Hoe deze institutionele evolutie te bewerkstelligen kan voer voor discussie zijn. Het zou kunnen door externe druk uit te oefenen op de bestaande partijen om dit nieuw institutioneel model mogelijk te maken; door te lobbyen bij bepaalde partijen om dit model op te nemen in hun partijprogramma’s; door een partij te vervoegen om dit idee te doen groeien binnen de politiek zelf. Dat zijn allemaal pragmatische manieren om het te verwezenlijken en geen enkele strategie kan op dit moment worden uitgesloten. Ik verkies in dit essay om de meest gewaagde en moeilijkste strategie aan bod te laten komen : de strategie van de  ‘apolitieke beweging’. Dat is de meest ideale strategie, omdat je je hiermee zeer duidelijk afzet tegen de particratische partijen en makkelijker kan spreken over een ‘nieuw politiek tijdperk’.     Ideologische diversiteit door bindmiddel  Binnen deze apolitieke beweging zal er geen partijlijn bestaan. Elk lid van de beweging zal zijn eigen ideeën en ideologie mogen verdedigen. Elk lid zal zijn kiezers voor de volle 100 % mogen vertegenwoordigen. Elk lid zal bij gevolg individueel campagne voeren voor zijn eigen ideeën. Nooit zal de beweging een ideologische of politieke beslissing of stemming opleggen aan leden die verkozen raken in een parlement of gemeenteraad. Wat de beweging wel zal vragen is totale loyauteit aan het hoogste doel en bindmiddel van de beweging: het tot stand brengen van de Burgersenaat. Elk lid van de beweging zal bij het vervoegen van de beweging op eed beloven dat het de Burgersenaat altijd zal opleggen bij onderhandelingen met een mogelijke meerderheid: het zij een regering of het zij een gemeentebestuur.     Drukkingsmiddel bij uitstek Door van de Burgersenaat altijd een breekpunt te maken voor het vervoegen van een meerderheid zal het op de politieke partijen heel veel druk zetten. De partijen zullen door die druk de eerste grondwettelijke stappen neerpennen in het regeerakkoord om zo te kunnen komen tot de eerste noodzakelijke constitutionele stap voor een Burgersenaat. Dat moet de conditio sine qua non worden van onze leden als ze een meerderheid willen vervoegen of steunen. Wordt dat niet opgenomen in een regeerakkoord, dan zullen onze leden niet volgen en is er bijgevolg geen regering. Deze strategie laat je toe om met een beperkt aantal zetels in het parlement boven je gewicht te boksen en de partijen heel hard onder druk te zetten. Voorbeeld: Een mogelijke meerderheid heeft net drie zetels nodig om een regering te kunnen vormen en onze beweging heeft vijf verkozenen in het parlement. Van die vijf verkozenen zien vier verkozenen het zitten om de meerderheid te steunen of te vervoegen om een regering te vormen, omdat die ideologisch wel iets zien in die partijen en hun beleidsvoorstellen. Door van de Burgersenaat dan een breekpunt te maken zullen de partijen de noodzaak voelen om dat toch in het regeerakkoord neer te schrijven, om zo een regering te kunnen vormen. Het is het enige wat onze leden op dat moment vragen en het zal bij het publiek een zeer negatieve indruk nalaten als je als partij de facto zegt: “Die burgers die ons controleren, dat zien we toch niet zo zitten. We houden liever zelf de macht volledig in handen”.   Dubbele controle Onze leden die een meerderheid vervoegen of steunen betekent ook dat de meerderheid niet zomaar een particratische meerderheid zal zijn. Onze leden zijn niet gebonden aan een partijlijn of partijstandpunt. Daardoor kunnen ze in het parlement nog altijd stemmen tegen beslissingen van de regering indien ze die niet goed achten. De meerderheid zal dus ook onze leden, indien nodig, moeten overtuigen met goede argumenten. Dat maakt dat je een zekere dubbele controle hebt op de regering vanuit het parlement enerzijds en vanuit de Burgersenaat (als die er later komt) anderzijds. Stel dat onze beweging op een bepaald moment meer dan 50 % van de stemmen haalt, dan heb je de facto de particratie omvergeworpen. Want op dat moment zal je een meerderheid aan mensen hebben in het parlement die niet gebonden zijn aan een partijlijn. Dan zal ook het parlement weer in ere hersteld zijn, met name in zijn functie als controle op de regering.                                                                Conclusie  Dit essay heeft als doel een nieuw paradigma tot stand te brengen in de Europese en Belgische politieke wereld. Een paradigma weg van de absolute representatieve democratie. Een paradigma die een plaats geeft aan volksvertegenwoordiging en aan volkscontrole op zijn eigen vertegenwoordigers. Via een systeem van geïnformeerde Burgersenaat, is het de bedoeling om de Trias Politica weer te herstellen in België en in Europa. Het is voor de gewone burger niet veel gevraagd, maar voor de huidige politieke partijen zal dit een grote mentaliteitswijziging vergen. Hoe we dit ook draaien of keren wil, een hervorming van ons politiek systeem is nodig om de afschuwelijk ondemocratische particratie omver te werpen. Wat er ook komen zal in de toekomst, de limieten van de absolute representatieve democratie zijn bereikt. Dit model van de Burgersenaat is daar een poging tot antwoord op.

Kevmey
54 0

De grens van ons bestaan

Hier staan we weer op de grens van ons bestaan. Een vlekje op de camera. De ruimte tussen onze woorden. Het is zo makkelijk te negeren  en toch blijft het aan me vreten. Ik staar dwars door je heen, de zon prikt in mijn ogen. Even wil ik jouw naam roepen maar de wind duwt ze weer terug in mijn mond. Kinderen lopen rond onze voeten met emmertjes  gevuld met dromen. Scherven van ons zijn spoelen aan terwijl we er onbeweeglijk naar staren. Is een aaneengelijmde vaas nog ooit zo mooi als een ongebrokene? Kan je jezelf wijsmaken dat hij nooit gebroken is? Ik graaf wanhopig een mal in het zand met trillende handen. Langzaamaan krijgt het de vorm van een herinnering die we allebei willen najagen. Onze gebroken resten leg ik er langzaam te rusten tot het zoute water ons overspoeld. We versmelten nog eens met elkaar maar deze keer worden we iets anders. Iets getwister. Als een vlezige legering, een amalgamatie, klauteren we uit ons graf. Onze handen graaien in de lucht op zoek naar een herinnering van betere tijden. Daar vinden we ze, ons, met emmertjes gevuld met dromen. We slepen ons voort met al onze onmogelijk gebogen ledematen. Wanneer we onszelf hebben bereikt barsten we uit in gelach,  krijsen we het uit van de pijn en zuchten we diep. “Wij zijn de geesten van de nabije toekomst. Zorg dat wij, dat jullie, nooit zover komen.” Dan storten ze zich in de zee, die monsters die we aan elkaar beloofden nooit te worden. En toch staan we weer hier, terwijl ik door je staar. Terwijl de wind jouw naam weer in mijn mond stopt. En een traan in een leeg emmertje valt.  

Raf Elewoud
0 0