Lezen

Zoals voorheen

de dagwerd vroeg oud vandaag         & jij vraagt uzelf afwelke kronkels je morgenmooi rondom heen gaat rijden& of je fiets al dan niet gestolen gaat wordenals je alleen wilt zijnkom maar met me meede nacht stilt zelfs geen winkelketens& uw telefoon vibreert u uit de slaapwaarom zijn die dingen zo belangrijk tegenwoordigmaar geen zorgen voor morgenop maandag is veel geslotenmaar de deur staat voor jouw altijd openals je alleen wilt zijnkom maar met me meeje dient je niet druk te makenom die drie bongobons die je met kerst kreegonoriginaliteit is menselijk maardat vergeet iedereen al wel eensde blauwprint van familie hebben                          of familie zijnwas het maar eens iets gemakkelijksals je alleen wilt zijnkom maar met me meealles moet altijd fantastisch zijnzelfs de glans in de spiegelhoe het bestek in de lade ligtof mensen hun korte fietsritten                  naar stiltegebiedenwaarom is achter weinig vragentegenwoordig zo snel teveel gevraagdals je alleen wilt zijnkom maar met me meeuw lachdie je opvallend veel laat ziennet zoals het achterste van je tongverraad dat er ergens wat stukken vielenmaar als je ze zag vallen weet je welhoe ze terug mooi in elkaar passengeen gaten in de muurniet gisteren niet vandaag& de kat ziet zwart net zoals zijn broertjeals je alleen wilt zijnkom maar met me meeje winkelt teveelomdat je een verbolgen romanticus bent                                & een klein wijnzwijnmaar de enige ondergang vanavondis de warmte van het vuur& het lampje van de dampkapmaar voorlopig laat ons dat even koudals je alleen wilt zijnkom maar met me meewe zien elkaar niet langer     of voor niet lang meer         niet zoals voorheen& het enige onvatbareblijft de kromming in je rug& hoe je het blijft klaarspelen    voor te blijven glimlachen& na jaar & dagblijf je nog steeds de knapste van de tweeals je alleen wilt zijnkom maar met me mee

Schrikkentist
0 0

Op zoek naar wiet, drank en pillen

‘Nancy,’ zei Guido tegen het blonde grietje aan kassa drie bij de Lidl in de Langestraat van Poperinge, ‘ik ben op zoek naar wiet, drank en pillen.’     Het meisje nam een komkommer van de rolband, scande het etiket, keek terloops naar mijn banaan en fles Chateau De Paupe uit 2012, trok haar geëpileerde wenkbrauwen op en legde de komkommer in de metalen ‘gescande artikelen’ bak. Ze krabde met een slanke wijsvinger met drie zilveren ringen aan haar bovenlip, controleerde de vingertop of er lipstick aanhing, keek naar Guido en glimlachte met haar blauwe ogen.     ‘Guido,’ zei ze en tikte met diezelfde wijsvinger op het naamplaatje op haar boezem, ‘Ik heet Naëma.’ Iedereen in Poperinge kende Guido.    Guido bewoog zijn hoofd dichter naar het naamkaartje en deed alsof hij het trachtte te lezen, staarde naar haar boezem en hoopte door de Lidl-blouse heen te gluren. Uiteraard. Naëma was als het liefdeskind van Claudia Schiffer en Bradley Cooper of de vrucht van passioneel fleppen van David Beckham met Bella Hadid. Of nee, schrap dat tweede voorbeeld. Beckham blondeert zijn haren en Bella’s haar is zo zwart als Nelson Mandela.     Naëma was beeldschoon, af, perfect, mocht er niet geprutst zijn op haar lijf. Waarom besloot Naëma ooit Tattoo Bert binnen te stappen en te roepen: ‘Ik wil een wolk sterretjes op mijn perfecte kop en een ratelslang die van mijn schouder over mijn rug, langs mijn hals, naar mijn kin sist? En waarom vond Bert dat ‘een prachtig idee’ en Naëma een geschikt canvas om uit testen of tatoeëren iets voor hem was?   Een casting directeur voor catwalks, een Miss Universe rekruteerder of een regisseur van miljoenenblockbusters had haar zonder die verminkingen al lang van de Lidl-kruk getrokken, rechtgezet, van kop tot teen bekeken, schaamteloos gevraagd of ze lingerie aanhad en indien ze ja knikte, die afgrijselijke Lidl-blouse van haar ranke schouders gerukt. Om dan te fluiten en, luid, zodat iedereen het kon horen, haar te complimenteren, ‘Milaan, Japan, New York èn Dubai’ beloven, een bundel papieren uit het kostuum toveren en haar het exclusiviteitscontract doen tekenen. Die man, of vrouw, dat kon ook natuurlijk, rukte haar microfoontje uit de kassa, riep ‘Jos aan kassa drie gevraagd’ waarna Jos naar kassa drie huppelde, hij, of zij,  de arm over Naëmas schouders vleide en zei: ‘Jos, ik neem Naëma mee. Kijk nog eens goed want als je dit juweeltje volgend jaar in de krant ziet blinken, en je “Ahmaneezeg, da’s ons Naëmaatje van kassa drie, hoe ist mogelijk?” tegen je vrouw roept. Je wijf de krant uit je poten sleurt, Naëma bewondert en zegt dat ze een ferm schoon kind is. Salut Jos! Kom Naëma, we zijn weg!’ Allemaal niet gebeurd, door Bert met zijn klungelige hand. Guido hing met zijn lijf over de kassa, wiebelde, grabbelde naar zijn kar maar miste en zat bijna met zijn tronie tegen haar borsten. Hij snoof alsof hij aan de onderkant van een meloen de rijpheid peilde en veerde terug in de normale ‘aan de kassa’ pose. Hij veerde te vlot, te sierlijk voor een grijze vijftiger, maar veerde zoals je kon verwachten van een yogateacher. Waarom vroeg Guido, de joga guru, naar wiet, drank en pillen? Hier in de Lidl? De Lidl staat vol met liters Jupiler, kratten Veuve Clicquot, rosé á volonté maar iedereen weet toch dat je wiet en pillen hier niet kan krijgen?    Vroeg hij misschien in codewoorden naar oudemannenpampers? Of werd Guido seniel?    Gunther zei er gisteren niets over aan de bar van Café Sport na het kleiduifschieten. ‘Hoe ist nog met uwe pa?’ vroeg ik. ‘Goed,’ zei Gunther, ‘onze guru heeft weeral een nieuwe vlam.’ We lulden nog wat over hoe hij alles van zijn pa geleerd had om iedereen in bed te praten en welke specimen hij laatst scoorde. Gezwans, gezever en allemaal lulkoek, Gunther zat elke nacht te programmeren aan zijn Tinder clone, maar zei niets over gele druppels in zijn pa’s onderbroek.    ‘Drie euro twintig,’ zei Naëma, ‘spaart u zegeltjes, Guido?’ Haar neus en naamkaartje wipten.      ‘Wie spaart er nog zegeltjes?’ zei Guido, krabde met zijn rechterhand aan zijn bil door zijn joga pantalon en legde zijn andere hand op de rolband. Hij wilde zijn pose standvastig doen lijken. Mocht Naëma met haar voet op het knopje drukken die de rolband activeert, joga Guido zou omvallen, opnieuw naar zijn kar grabbelen en slungelig tegen het plexiglas bonzen.     ‘Als je iets gratis bij elkaar kan sparen, kan je niet snel genoeg vreten om de spaarkaart tijdig vol te plakken,’ zei Guido, ‘en als je er wel in slaagt genoeg zegels af te likken en ze binnen de lijntjes in dat boekje te duwen, betaal je nog teveel voor prul dat je nooit wilde kopen.’ Hij legde zijn bankkaart op de betaalterminal en tuurde opnieuw naar haar naamkaartje. Of haar borsten. De terminal piepte tweemaal als teken dat de betaling gelukt was.    ‘Trouwens, … Naëma… ,’ ging hij verder, ‘Naëma is geen naam voor een blondje met blauwe ogen. Alice, Lilly, Ella, Wilma, Maja of zo iets Zweeds, Noors of Deens past beter . Agneta bijvoorbeeld. Of Nancy, vandaar mijn verwarring. Ach ja, wat zou het, daar kan je zelf niets aan doen. Je kiest je naam niet zelf. Verwachtte je moeder een mulatje? Dacht ze dat na het slippertje met Big George, zijn zwarte zwemmers de oorlog met je vaders soldaten onmogelijk kon verliezen?’     Guido werd gemeen. ‘Verleidingstruc numero uno uit Guido’s Grote Verleidersboek’ volgens Gunther. Mooie meisjes verleid je niet met complimenten, want dat weten ze al. ‘Je pa liep al weg voordat jij uit je moeder floepte, hé?’ vroeg Guido. ‘En met George is het ook niets geworden, die gozer werkt bij Rode Mien.’    Naëma keek plotsklaps anders naar hem. Ze snikte en knikte traag haar hoofd. De sterretjes bewogen mee. Haar blik rustte op de komkommer.    ‘Het is niet jouw fout, Nancy’ zei Guido, legde zijn linkerhand op de hare en streelde met zijn rechterhand de komkommer. ‘Jij bent ook op zoek naar wiet, drank en pillen. Kom met me mee!’     Maar allée, Guido flipte. En dat voor een jogaleraar?    ‘Drank met hopen hier te koop, ouwe,’ zei ik. ‘Wiet kan je krijgen bij de Groene Boerenjongens,  en je Viagra haal je bij Apotheek Fillemon.’    Naëma en Guido staarden me aan alsof ik net uit een vliegende schotel sprong en de weg naar het toilet vroeg.    Wist ik veel dat Wietdranq Ken Pillen in Poperinge op tournee was.     U weet wel, die befaamde yoga guru.

TonyCoppo
91 2

Het aangeprate schuldgevoel

Universele of goddelijke liefde oordeelt niet, maakt geen onderscheid tussen goed en slecht. Werkelijk alles mag in al zijn glorie bestaan, ook datgene dat wij vanuit menselijk perspectief werkelijk verwerpelijk vinden, en dat getuigt van onvoorwaardelijke liefde in zijn puurste vorm. De oneindigheid ervan gaat ons menselijk inbeeldingsvermogen te boven. Het woord God wordt als vanzelfsprekend geassocieerd met de bullebak die het Christendom beenhard heeft neergezet. Eentje die een oordeel velt over zijn creatie en straffen uitdeelt. Al ettelijke generaties lang vertelt men hoe wij uit zijn gratie kunnen vallen. Dat wij in feite zondaars zijn die dienen vergeven te worden. Zulke consequente negatieve inprenting, vaak al beginnend in de kindertijd, kan niet anders dan sporen nalaten op het (collectieve) zelfbeeld. Ook wie beweert niet gelovig te zijn, blijft niet gevrijwaard van de invloed die religie uitoefent op zijn of haar overtuigingen. Zo gaat het verwerpen van het bestaan van God helaas vaak gepaard met het uitsluiten van een spirituele en ruimere betekenis van het woord. Door het woord God volledig uit het vocabularium te schrappen, wordt het kind met het badwater weggegooid. De oorzaak ligt natuurlijk niet enkel bij de diepe inprenting van het Christelijke verhaal, maar het is wel zo dat wij collectief met een minderwaardigheidscomplex kampen. Veel mensen worstelen, al dan niet aan de oppervlakte en vaak ook onbewust, met een gevoel van niet te voldoen. Met een onderhuidse overtuiging niet te deugen. Dit uit zich op ontelbaar veel manieren en kleurt het leven donkerder. Een gebrek aan eigenliefde kan in principe de bron van alle ellende genoemd worden. Net daarom vind ik het zo belangrijk om hierover te schrijven. Ik ervaar zelf ook hoe het maken van keuzes die gestoeld zijn op eigenliefde, ook al zijn deze niet altijd voor de hand liggend, deuren opent en vreugde schept. En ik voel ook nog steeds hoe zelftwijfel en strengheid jegens mezelf kwalen en uitputtende situaties uitlokt. Nu religie in ons hedendaags westers bestaan zo goed als van het toneel verdwenen is, neemt de wetenschap de megalomane rol van een alwetende entiteit op zich. Nu is het de wetenschap die zegt dat wij niet deugen. Dat we onze planeet onder grote druk zetten en een parasiterende plaag zijn. Dat elke droogte en watersnood onze eigen schuld is. Dat we moeten boeten en betalen. En de kans is groot dat we dat dan ook massaal gewillig doen. Omdat we systematisch, op subliminale wijze, onszelf hebben leren verwerpen. Het verhaal rond covid heeft dezelfde uitwerking. De wetenschap zegt dat we besmettelijk kunnen zijn en daarmee anderen in gevaar brengen. En dat ons lichaam zwak is en mogelijk niet kan overleven zonder een tussenkomst van de wetenschap. Elke mening die anders luidt zou van onwetendheid, egoïsme en slechte wil getuigen. De ongevaccineerden zijn de zondaars van vandaag. Los van religie en wetenschap, wordt er ook nog een schuld- of minderwaardigheidsgevoel omtrent de culturele achtergrond aangepraat. Zo heeft wie blank en geprivilegieerd is, geen recht tot klagen. Te midden van zoveel welvaart en comfort moet er niet flauw gedaan worden, met een nieuwe vorm van zelfkastijding tot gevolg. We branden onszelf op, omdat we denken beter en meer te kunnen zijn dan we zijn. Het schuldgevoel sijpelt door in verschillende lagen. Als het niet iemand anders is die het ons probeert aan te smeren, dan wentelen we onszelf er wel in. Ik schrijf deze tekst specifiek om u, lieve lezer, eraan te herinneren dat je een volmaakte creatie bent. Dat je niets hoeft te doen, noch iets verkeerd kan doen, om onvoorwaardelijk geliefd te zijn. Goddelijke liefde maakt geen onderscheid, sluit niets uit. Indien ze dat wel zou doen, zou ze zich tegen zichzelf keren, daar alles wat is uit haar voortkomt. We kunnen het ons als mens haast niet voorstellen wat het is om zelfs de diepste duisternis te omarmen. We hebben geleerd om onszelf in te binden en te twijfelen aan onze goedheid en schoonheid. En dat maakt ons ziek en ongelukkig. Het leven zou een pak lichter aanvoelen indien we milder zouden zijn tegenover onszelf en anderen. Schuldgevoelens en zelftwijfel trekken de collectieve vibratie naar beneden. Hoe meer we onszelf eren, des te mooier onze samenleving wordt. Ik wou dat we het collectief konden injecteren met zelfvertrouwen en eigenliefde in plaats van met chemische substanties.

KarolienDeman
7 0

Jezelf durven zijn zonder handleiding

De enige ankerpunten waaraan ik mijn identiteit kan koppelen, zijn genetische factoren, mijn omgeving, mijn ervaringen en mijn authentieke persoonlijkheid. Deze elementen vormen het fundament van mijn persoon. Daarnaast is er (gelukkig) geen handleiding die zegt wie ik ben en waarmee ik mijn kostbare levenstijd dien in te vullen. Ik ben dankbaar voor die vrijheid, maar er is anderzijds ook geen houvast. Het laat ruimte voor twijfels. Met een niet al te destructieve, maar wel irriterende, regelmaat word ik overmand door twijfels over mijn keuzes en overtuigingen. Die twijfels worden veelal opgewekt door het beeld van mezelf gezien door de ogen van een ander. Ik lijk wel eens te vergeten dat anderen evenmin over een handleiding beschikken. En dat de platgelopen weg van de meerderheid niet perse de mijne hoeft te zijn. Mij afvragen of ik ‘goed bezig’ ben, is niets anders dan een gezonde reflex. Het mag alleen geen inwendig vretend zelfverwijt worden. Er zijn ook momenten waarop ik echt trots ben op mezelf. Op hoe mijn leven eruit ziet en waarmee ik bezig ben. Dan sta ik sterk in mijn schoenen, volledig en schaamteloos opgaand in mijn authenticiteit. Want ik weet verdomd goed dat het verloochenen van mijn gevoelskompas resulteert in niets dan ellende. Dat het leven te kort en te waardevol is om krampachtig aan verwachtingen te voldoen. En dat ik sowieso met afkeuring zal geconfronteerd worden, ongeacht welke keuzes ik ook maak. Ik wil mijn inzichten en overtuigingen niet telkens opnieuw tegen de vlakte gooien wanneer de twijfels binnen sluipen. Ik wil kunnen voortbouwen zonder dat de boel aan het wankelen gaat.   Onverstoord door het leven gaan, is een vet onderstreept aandachtspunt in mijn ontwikkelingsproces. Rotsvast in mijn kern blijven staan, ongeacht de turbulentie van emoties en de al dan niet uitgesproken weerstand van anderen. Ik zal altijd open blijven staan voor het advies en de meningen die mij toekomen, maar dan zonder de slopende reflex om mezelf neer te halen. Sociaal contact is de ultieme, doch soms confronterende, spiegel om aan zelfreflectie te doen. Uiteraard ben ik, in het belang van zowel mijn mentale als fysieke gezondheid, hierin selectief. Om in te schatten of een relatie gezond is voor mij, vraag ik me af in welke mate iemand mijn authentieke ‘ik’ aanmoedigt. Sommige contacten bleken mij helemaal geen deugd te doen en triggerden zelftwijfel. Elke ontmoeting is een reflectie van een deel van mijn interne wereld. Van mijn zelfbeeld. Vind ik mezelf, bewust of onbewust, niet goed genoeg, dan zal ik ook geconfronteerd worden met personen die dit gevoel bij mij opwekken. Vibrationeel of energetisch gezien ben ik dan ook een match voor zulke ontmoetingen. Sterker nog, het kan zelfs zijn dat ik mij aangetrokken voel tot die personen. Of zij zich tot mij. Want de uitgezonden vibratie werkt magnetisch op de ‘passende’ vibratie van iemand anders. Ze willen elkaar bevestigen. Naarmate mijn vibratie verandert, zie ik ook dat mijn sociale contacten veranderen. Change the vibe, and your surrounding will follow. Dit is de reden waarom veel gevoelige en onzekere mensen zich aangetrokken voelen tot narcisten. Ze vormen als het ware een ‘vibrationele match’ en bevestigen elkaars zelfbeeld. Het is een fenomeen dat ik aan de levende lijve ondervonden heb, alsook regelmatig in mijn omgeving constateer. Relaties eindigen op het moment dat één van de twee partijen zijn/haar vibratie verandert. De vibratie die ik uitzend is rechtstreeks gelinkt aan mijn zelfbeeld. Daarmee komen we terug bij de aanzet van dit schrijven, namelijk de vaststelling dat niemand anders dan ikzelf kan bepalen tot waar mijn identiteit reikt. Voluit authentiek handelen vraagt om lef waarmee je dwars door alle oordeel heen boort. Ongegeneerd jezelf durven zijn, geleid door je unieke innerlijk kompas, is vaak een kwestie van durven. Ondanks het gebrek aan richtlijnen en verwarrende sociale structuren probeer ik mijn uniciteit volledig te ontplooien en aanvaarden. En dat gaat met periodes van knagende twijfel, opflakkerende rebellie, maar ook berusting en vertrouwen. https://www.karoliendeman.com/blog/2021/9/26/zonder-handleiding-jezelf-durven-zijn

KarolienDeman
6 1

Berichten uit de psychiatrie: Nadine

Nadine*en het belang van knuffels We kennen elkaar nog maar net. Twee, misschien drie weken. Al meteen bij onze eerste ontmoeting vraagt ze mijn naam. Sindsdien, telkens we praten zegt ze om de twee zinnen mijn naam. Haar geheugen werkt beter dan het mijne, ik moet geregeld naar haar naam vragen. Zij, wat gezet, niet meteen met het hoogste IQ gezegend, maar met fonkelende ogen en een ontwapenende glimlach. Ik, met een gemiddeld IQ dat mij tot op heden niet bijster veel heeft opgeleverd. Soms heeft ze wijze woorden die ze achteloos rondstrooit, als 'tussen de soep en de patatten', woorden die impact hebben, meer dan ze beseft. Die mij aan het denken zetten. Een vrijdag, we nemen samen de bus. Ik vraag haar waar ze heen gaat. ’Naar mijn vriend, in het ziekenhuis.’‘Niets ergs, hoop ik?’‘Een longontsteking.’‘oei.’ Stilte. We zijn samen alleen in onze gedachten, ik bij mijn vriendin, zij bij haar vriend. Maandag.Vreselijk nieuws. Onverwacht is haar vriend overleden. Ik weet niet wat gezegd, vind geen woorden. Zij lijkt het niet te begrijpen. Onwezenlijk. Hij is er niet meer.Nooit meer. Hij is weg. ‘da’s echt ‘beuh’ hoor, filip.’‘waar denkt ge dat hij is , filip?’‘hij is niet gelukkig ,zenne , waar hij is. Dat voel ik, filip.’‘Wanneer wordt hij begraven?’‘Hoeveel kost zo’n kist? Kan je dat eens opzoeken, filip? En wie gaat dat betalen, filip?’ Het vragen stopt niet, en ik heb geen antwoorden. Ik denk aan Jean Gabin -je sais qu’on ne sait jamais- en tracht te troosten. Ik vraag de volgende dagen regelmatig of ze wat kan slapen, of het gaat.‘Moeilijk, ik moet altijd aan hem denken.’‘Het is ni gemakkelijk hoor, filip, het is moeilijk.’‘Ja, want dat doet echt pijn hoor filip, altijd. Pijn!’ Ik vertel haar dat dat normaal is, en dat het verdriet en de pijn nog een hele tijd zullen duren. Dat het betert, na verloop van tijd, maar dat het nooit echt weggaat. Dat ze de mooie momenten moet koesteren. Ik praat niet verder, op zo’n momenten zijn woorden maar woorden. Ik streel over haar schouder. We zwijgen even. Dan volgt een spervuur aan vragen. ‘Dat moet toch niet tof zijn, zo in ne put, met grond over u, he filip?’‘Hoe diep is dat eigenlijk, zo’n put, filip?’ Ik weet het niet, ik weet niet wat te antwoorden, ik ben agnost, wat kan ik doen om te troosten? Symboliek? -‘Als hij ergens is, dan zal hij wel gelukkig zijn.’ -‘maar waar is hij dan? Onder de grond?’ -‘Neen, zijn lichaam wel, maar zijn geest niet.’ -’is dat zo?’ -… ‘is dat zo?’ ‘…misschien, ik weet het niet, maar je kan aan hem denken, en hij aan jou, misschien kijkt hij naar jou.’ -je sais que je ne sait pas- In de living hangt een kadertje met typisch zweverig Boeddhistische afbeeldingen. Kaarsjes, warme kleuren, links onder een klein zwevend Boeddha-beeldje, rechts boven een Boeddha in zijaanzicht. In het beeldje ziet ze haar vriend, en ze ziet dat hij niet gelukkig is. Verhalen helpen ons mensen, dus ik probeer: -‘Misschien wacht hij gewoon, waar hij is, tot jij afscheid neemt, waarna hij verder kan, misschien wel naar de hemel. Of misschien wordt hij een ster, kijkt hij naar je, en is hij altijd bij jou, in je hart.’ -‘die hemel, bestaat dat dan? En waar is dat dan, filip?’ -… -On ne sait jamais le bruit ni la couleur des choses-  Tussen de lijnen door had ik al gelezen; veel sociaal contact heeft ze niet, ze heeft een zus, en hier en daar waarschijnlijk nog wat mensen, maar weinig. -‘Als je wil kom mee naar de begrafenis, om je te steunen?’ Begrafenis. Eenvoudige, serene dienst. Mooie woorden. De psycholoog, een van de zorgverleners, en iemand van het mobiele team -die haar goed kent- tekenen present. Ik ook. Ik heb de man -haar vriend- nooit gekend, maar hij heeft, naar ik vermoed, niet meteen een foutloos parcours gereden. Ik wil, kan en mag niet oordelen, in de dood zijn we allen gelijk. Het is hier, in het mortuarium, verstopt onder of achter de parking van het ziekenhuis (wat kunnen e dat toch zo goed, de dood verstoppen) dat ik de eerste tranen zie. Ik hou me wat op de achtergrond, maar groet haar bij het buitengaan, we geven elkaar een knuffel. Daar en dan gebeurt het meest menselijke, het mooiste; het gevoel verbonden te zijn. ‘af en toe een knuffel, dat hebben we nodig’, zeg ik. Ze huilt, ze knikt, ze lacht.We weten, we hebben gelijk.En weer denk ik aan Jean Gabin. -On oublie tant de soirs de tristesse Mais jamais un matin de tendresse!- *De gebruikte naam is om privacyredenen gefingeerd.

filip couck
4 0

Interieur

In een lange, gebloemde jurk met sneakers eronder flodderde ze aan ons tafeltje voorbij. Hoe belachelijk, dacht ik en draaide nog net niet met mijn ogen, de zoveelste die aan het hedendaagse modebeeld wil beantwoorden en niet met die kleren staat. Toch maakte ik me ook wat ongerust. Misschien was ik wel de belachelijke. De eigenzinnige die absoluut niet wil meegaan met sommige trends. Iemand die graag vrouw is maar niet weet wat ze moet doen of laten om erbij te horen.      De kelner rukte me los uit mijn gedachten. Hij bracht het dessert. Ook qua eten weiger ik de trend te volgen: ik houd van zoet en iedereen mag het weten.  De volgende morgen bleef diezelfde mevrouw aangenaam getroffen voor haar ontbijttafeltje staan. Enthousiast wees ze haar man op het glaasje versgeperst sinaasappelsap, de kaas en het vlees, kunstig gedrapeerd op een hoge, ronde schotel. Ook het broodmandje, de twee stukjes zalm, de ananas en de boter in een vlootje konden haar goedkeuring wegdragen. Je hoorde en zag het meteen.     Ze schoof haar stoel achteruit en ging zitten. Energiek streek ze haar haren achter haar oren en begon een boterham te smeren. Ze zag er opgewekt uit en fris uitgerust, constateerde ik jaloers. Terwijl ik op de kamer een half uur had geprobeerd de wallen onder mijn ogen te camoufleren.      Al gauw kreeg ze ook interesse in het interieur. Van het intieme hoekje bij het raam gleden haar ogen naar de grijze wand, en vandaar naar de lage kast ervoor. Bevlogen sprak ze haar man aan, haar ogen nog altijd op de wand gericht. ‘Kijk, hij moet als bank dienen, kijk dan, bij ons, voor de kleinkinderen, daar, die gekleurde kussens…’ Haar man at rustig verder. ‘Onze nieuwe keuken, ‘als we nu ook eens…’      Met haar kop koffie in de hand begon ze aandachtig ook het plafond, de hoge ramen en het indirecte licht te inspecteren en ik zag hoe ze in zichzelf begon te prevelen. Ik herkende dat. Ze was aan het rekenen, aan het passen en meten. Wat voelde ik me met haar verbonden. Een mooi interieur zien en meteen de toepasbaarheid in het eigen huis proberen na te gaan - dat doe ik ook. Altijd en overal. Opgelucht reikte ik naar de overgebleven croissant en smeerde er chocoladepasta op. Er zijn nog vrouwen zoals ik.

ingridvdk
14 1

Ontbijt bij Tiffany

"Ken jij Frans?" "Nee, maar Frans kent mij wel." Een mop zo oud als de straat. Ik vertelde ze afgelopen zomer nog in Brussel, waar we met vrienden enkele dagen in een hotelletje vlakbij de Vismarkt logeerden. Le Vismet, zeggen ze in het Frans. Makkelijk toch. Het Nederlands van de eigenaar was maar comme ci comme ça. We moesten ons beste Frans bovenhalen. Een prachtige taal als u het mij vraagt, zowel gesproken als gezongen. Maar niet de gemakkelijkste. Dat zou nog blijken tijdens ons verblijf. Na een hele dag en avond gebrusseld te hebben, schoven we 's morgens aan voor het ontbijt. Alles pico bello, enkel een eitje ontbrak. Misschien ging het er de tweede dag wel bij zijn. Anders zouden we het zeker vragen. Onze vriendin spreekt een aardig woordje Frans en verzamelde bij de uitbater enkele interessante culinaire tips in de hoofdstad. We hadden het plan om richting Louizalaan (den Avenue Louise) en Elsene te stappen. Op de terugweg passeerden we voorbij het geboortehuis van Audrey Hepburn. En wat een toeval, daarna zagen aan de Waterloolaan plots Tiffany’s liggen. Een perfect bruggetje naar het ontbijt van de volgende dag. Want na een verkwikkende nachtrust lag er nog steeds geen eitje bij het petit dejeuner. Ik trok mijn stoute Franse schoenen aan en richtte me vriendelijk tot de uitbater. “Vous avez un oeuf s’il vous plaît?”. Ik besefte meteen dat het eruit kwam alsof ik het persoonlijk aan een kip vroeg. “Seulement un oeuf?”, lachte hij. Nee, natuurlijk niet. “Des oeufs peut-être?” “Oui oui, des oeufs”, zeiden hem we in koor na. Het klonk alsof we ons aan een Franse chanson waagden. Een kwartiertje later kwam hij aanzetten met vier voortreffelijk gekookte eieren. Hij had het begrepen, dat is het belangrijkste, n’est-ce-pas? Och, die Franse taal. Eitje toch!

Rudi Lavreysen
11 1