Lezen

Afscheid van de geobsedeerde seks. a

  Het was op een ochtend dat ik met een barstende kop van de avond ervoor — ik was straalbezopen mijn bed in gekropen — aan de ontbijttafel zat. Terwijl ik kusjes uitdeelde, ontwaarde ik plotseling een van de Zweedse mannen naast me: Björn, met zijn zongebruinde lijf en vlezige lippen. We praatten wat in ons hakkelende Engels en de hele dag door communiceerden we, soms van een afstand, dan weer dichtbij, tot we ’s avonds onze lichamen lieten spreken.Dan was er Willempje, met wie ik een hele avond danste, door wie ik opgewonden raakte en die de hele nacht bij me bleef. De eerste avond, de discoavond, wilde ik zo graag iemand versieren dat ik uiteindelijk stomdronken en alleen onder de lakens kroop. Toen ik me de volgende dag met een zware kater weer bij de groep voegde, besefte ik dat het onmogelijk was om iemand ‘het bed in te slepen’ in een sfeer waar iedereen constant samen was.Als je iemand wilde leren kennen of iemand lief vond, dan ging je samen eten, deed je de afwas, wandelde je en praatte je; kortom, je lééfde samen. Als ’s avonds de muziek speelde, danste je. En als de herkenning wederzijds was, vree je ook samen. De dwingende barsfeer van ‘moeten versieren’ was verdwenen. Het was gewoon samenleven.Zoals met Pierre uit Lyon, mijn vriend die ik de eerste dag al in zijn blootje had zien rondlopen. Ik bracht twee nachten heel dicht bij hem door, pratend. Er was geen verplichting tot seks, maar wel de behoefte om hem echt te leren kennen en te voelen wie hij was en wat hem bezighield.En Pierre uit Parijs, die ik de eerste dag nog als een leuke bedpartner beschouwde. De nacht daarna dommelde ik zachtjes in zijn armen in, in een roes van Armagnac en Ricard. Enkele dagen later zocht hij me op, overmand door een nog onuitgesproken verliefdheid; zijn betraande gezicht bracht mij ook bijna aan het huilen. Maar ik kon niet meer, het was op.En Mathias, die lieve Nederlander. Op een dag dat ik diep in de put voor me uit zat te staren, nodigde hij me uit om koffie te gaan drinken in een van de omliggende dorpjes. Daar voelde ik weer de afkeer van de buitenwereld tegenover ons expliciete homoseksueel-zijn; mijn nagels waren gelakt en mijn ogen opgemaakt. Toen we het café binnenstapten, voelden we de priemende blikken en hoorden we het gegiechel van de klanten. Het gezicht van de waard versomberde naarmate hij ons langer bekeek.Tot slot was er Eef, de lieve man met wie ik de terugreis maakte. Twee dagen lang kickten we langzaam af en begeleidden we elkaar in het terugvinden van ‘onze plek’ in de ‘normale’ wereld. Ik herinner me de paranoia die in het begin van het kamp velen bang maakte voor onvriendelijke dorpelingen of een politie-inval. Maar ik herinner me ook onze solidariteit toen we de huisbaas de deur uitwerkten omdat hij de sfeer verpestte.Deze fragmenten waren momenten van intens leven. Ik vertel niet alles, want dat zou ik niet kunnen. Het was een ervaring van veertien dagen vol herkenning met iedereen in het kamp, waardoor ik gesterkt terugkeerde in de fallocratische maatschappij. Een plek waar ik me opnieuw realiseerde dat mijn homoseksualiteit een kans is om te experimenteren met mezelf en de mensen om me heen. Sindsdien ervaar ik mijn homo-zijn als een constante verrijking, als individu in een groep die altijd in beweging is.     FOTO verf ed BLOEMENKLEUREN poppy in het veld foto gallery VERF ED https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
0 0

Yoga. a

Yoga uit de jaren zestig: Twee lessen voor een lichter levenDe yoga die ik ken, ontdekte ik in de jaren zestig via een boekje van uitgeverij Desclée de Brouwer. Twee technieken die ik sindsdien bewust gebruik, hebben mijn leven een stuk aangenamer gemaakt. Ik deel ze graag, omdat ze ongetwijfeld ook voor u van waarde kunnen zijn. Het gaat om twee verrassende onderwerpen: de stoelgang en concentratie. StoelgangWie moeite heeft met zijn behoefte, heeft vaak de neiging om hard te persen. Hierdoor kan de darmwand naar buiten worden geduwd, wat resulteert in aambeien. De yoga-methode gebruikt de geest om de ontlasting op gang te helpen. Het werkt als volgt: zodra je op het toilet zit, ontspan je volledig. Oefen geen enkele fysieke druk uit op het onderlichaam. In plaats daarvan visualiseer je de meterslange darmen waar de inhoud doorheen moet glijden. Je wacht rustig af. Dat kan even duren, maar de verlichting die volgt wanneer de natuur zijn weg vindt, is onbeschrijfelijk. ConcentratieDit sluit nauw aan bij het voorgaande: het visualiseren van je eigen lichaam vereist focus. Deze concentratie kun je trainen, bijvoorbeeld door voor een brandende kaars te gaan zitten. Probeer de vlam met je geest te omvatten. Doe dit geleidelijk: de eerste dag één seconde, de tweede dag twee seconden, enzovoort. Op die manier leer je alle andere gedachten weg te duwen tot enkel het beeld van de kaarsvlam overblijft.Na verloop van tijd zul je merken dat je focus aanzienlijk verbetert. Deze oefening is bovendien ideaal bij slaapproblemen. Wie niet kan slapen en deze methode toepast, zal merken dat de slaap veel sneller vat krijgt. Lig je te woelen? Concentreer je dan op een denkbeeldige kaarsvlam, duw andere gedachten weg en... slaap. slaap……….slaap……….slaap……….   FOTO verf ed BLOEMENKLEUREN poppy foto gallery VERF ED https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
3 0

Brooddronken, deel 2, hoofdstuk 11

11   De eerste postbodes zijn reeds op ronde vertrokken wanneer Jimmy terugkeert naar het postkantoor. Met de ene hand in de zij en met de ander op zijn horloge tikkend, staat Bruno ongedurig toe te kijken hoe de jonge Sabbe, nu al verkleumd en nog maar een half uur buiten geweest, terug naar zijn werkpost komt. Die werkpost is leeg. ‘Ah, ge zijt daar ook nog ne keer,’ zegt Bruno, die voor zichzelf nog een kop koffie schenkt, ‘ik heb zelf bijna alles uitgesmeten en gestoken, hé. Want de overlasten moeten op tijd weg, nu Ringo ze niet gaat rondvoeren.’ Jimmy kijkt naar de vloer. Het kruiperige is er al goed in gedrild, denkt hij. ‘Het eerste pakske brieven voor de Weversstraat tot en met de Vlaanderenstraat is voor u, zulle, ge gaat ze moeten hersorteren want er zijn er weer een paar uitgekomen van uit den tri.’ gaat Bruno verder. ‘Het licht brandde maar geen antwoord,’ zegt Jimmy. ‘Wat hadt ge dan gedacht?’ vraagt Bruno, ‘hebt ge het al tegen chef Rik gezegd?’ ‘Ja.’ Bruno neemt nog een pakje brieven en steekt het tussen de sorteerblokken. Hij zucht. ‘Enfin,’ zegt hij, ‘zet u en steekt uw brieven. Ik ga naar de kantine. En haast u een beetje, want ik moet in de winkel staan na twee uur ’s namiddags.’ ‘Winkel?’ ‘Ja, mijn vrouw heeft een kleerwinkel. Is dat zo raar?’ vraagt Bruno. ‘Neen, maar gij hebt toch uw beroep als facteur?’ Bruno lacht. ‘Als ge denkt dat ge met een daguur van een facteur rondkomt terwijl ge een wijf gelijk de mijne moet onderhouden, manneke toch.’ Wat later zijn de laatste brieven op volgorde gestoken en kunnen de twee postmannen de kou gaan trotseren om de kerst- en andere wensen wereldkundig te maken, of toch tenminste hopelijk aan de juiste bestemmelingen te overhandigen. Terwijl Jimmy de brieventas aan zijn stuur bevestigt, geeft Ruben hem een pakje. ‘Heb ik die vergeten?’ vraagt Jimmy. Hij bekijkt het pakje en het zijn allemaal kaartjes. Allemaal dezelfde kaartjes. ‘Dat zijn uw zotten,’ zegt Bruno. ‘Hoe, we hadden toch geen zotten?’ ‘En nu hebt ge er wel. Raar hé? En avant, Jimmy.’ Jimmy kijkt naar de kaartjes in zijn hand. ‘Maar dat zijn er van uw kleerwinkel,’ zegt hij, ‘die stonden niet op de planning.’ ‘Ja, dat kan goed zijn, omdat ze ook niet op de planning staan. Ge gaat ze in elke bus steken en daarmee gedaan. Niet te veel op uw neus zetten of ‘k ga eens met vaderlief een koeterke slaan.’ Zuchtend neemt Jimmy het pakje reclames over en plaatst deze in de zijkant van zijn ransel. ‘Flinke jongen. Enneh,’ gaat Bruno verder, ‘bakkes dicht tegen de chef, postmeester of inspecteur, hé. Of uw tijdelijk contract zou wel eens heel snel voorbij kunnen zijn.’ Als dat nu nog eens kon gebeuren, denkt Jimmy bij zichzelf. Hij ontslagen, maar niet door zijn schuld. Enfin, het onaantastbare De Post zou er wel iets van maken opdat henzelf geen blaam zou treffen maar alles ofwel niemands schuld – het ging gewoon niet – ofwel Jimmy’s schuld zou zijn, waardoor Jimmy, zoals de postmeester het ooit nog tegen hem zei, met stille trom zou mogen vertrekken. En dan zou Jimmy net als zoveel andere jonge wijsneuzen op de mesthoop der gebuisde facteurs belanden. Bedelend in een interimkantoor om een job met gelijk welke uren, het maakt niet uit welke uren, waarna hij verder kan aftakelen tot hij de zoveelste loonslaaf is die ten onder gaat aan de raderwerken van het allesverslindende kapitalisme. En dat alles terwijl Reginald hem uitschijt omdat hij een nietsnut is die zelfs een job bij De Post niet kan houden, en Marjolein hem bezweert het werk te houden, omdat hij werk heeft. ‘Past op!’ Jimmy schrikt wakker van Bruno’s stem. Een postcamionette, want alleen zij zijn op dit uur op baan in de streken waar geen gerenommeerde winkels zijn om eindejaartroep in te slaan, moet voluit in de remmen gaan. Jimmy kan nog maar net alles dichtgooien en zijn fiets onder controle houden. De bestuurder van de postcamionette claxonneert. De autoruit van de bestuurderskant gaat naar beneden en Ronny steekt zijn hoofd uit het gat naar buiten. ‘Hei, Sabbe! Kunt ge niet kijken waar ge rijdt? Onnozel kieken!’ Jimmy mompelt tussen zijn tanden iets onhoorbaars en volgt dan Bruno, die al iets verder in de straat is. Bruno kijkt achterop. ‘Hei, beetje rapper rijden, hé! We moeten wel op tijd thuis zijn!’ roept hij. Jimmy zucht en versnelt zijn volgeladen fiets. Bruno heeft makkelijk praten, denkt hij, die heeft bijna niets in zijn fiets zitten. De kou bijt. De krant die Jimmy tussen zijn onderhemd en zijn blote bast heeft gestoken, zit al lang niet meer op zijn plaats. Hij tracht terwijl hij naar zijn eerste huis rijdt de boel nog te redden maar het is te laat. Ze zijn aangekomen in de Weversstraat. Jimmy neemt het eerste pakje brieven in zijn handen en ontdoet het van de elastiek die er om gespannen is, die hij aan zijn stuur hangt. Zijn geestesoog is beangstigend getraind op de bussen die komen zullen, dus verloopt het bestellen van brieven elke dag weer wat vlotter en vandaag is geen uitzondering. Hij is zelfs nog geen één keer bijna gevallen vandaag. Bruno fietst achterop en dan weer eens voorop, af en toe aan zijn sigaret trekkend. Een oudachtige man staat in het deurgat bij nummer zestien. ‘Nieuwe facteur?’ vraagt hij. Jimmy kijkt naar zijn pakje brieven waar hij het viertal kerstkaarten uit schudt en aan de man overhandigt. ‘Alstublieft, meneer. Prettige dag nog,’ zegt hij.   De werkdag verloopt verder zonder problemen of noemenswaardige dingen om over te schrijven. Het is zo’n typische “interbellum”-dag, de luwte tussen het feestgedruis van Kerst en Oudjaar, waar het werk redelijk tanend is en de meeste mensen thuis zijn, waardoor ook de postbodes een extra tandje bij steken om op tijd thuis te zijn, teneinde de toorn van de bediende op het kantoor of de vrouw thuis te vermijden.

Miguel
9 0