Lezen

De bakbutton

Jonah en Eli klauteren enthousiast op de keukenstoelen. Ik heb ze reeds tegen het keukenaanrecht geschoven en het hele oppervlak bedekt met bloem. Onze twee jongens nemen hun kleine deegrollen stevig vast. Jonah draait zich naar me om en knuffelt me. Hij zegt me hoe leuk het is dat we eindelijk nog eens samen koekjes kunnen bakken. En dat hij hoopt dat ik vanaf nu terug heel veel goede dagen heb om samen dingen te doen. Ik glimlach, knuffel hem met mijn rechterarm en moffel mijn opgezwollen linkerhand weg.   Het deeg voorbereiden ging niet echt vlot met een linkerhand dat maar half werkt. Eigenlijk deed het pijn maar ik wou het zo graag. Een leuk moment creëren nadat ik terug enkele dagen met koorts door een keelontsteking in bed had gelegen. Onze jongens zien vaak heel wat gebeuren, vangen flarden op uit gesprekken en maken zich zorgen. Iets wat we goed proberen opvangen, kaderen,... maar toch. Verdriet kan je niet goed wegstoppen en dat doen we dan ook niet meer. Soms mag dat verdriet er zijn. Een van mijn grootste zorgen is om hen een zo normaal mogelijk gezinsleven te geven. Wat dat dan ook mag zijn.   Die maandagnamiddag heb ik dus met behulp van een keukenrobot geprobeerd om een koekjesdeeg in elkaar te flansen. Ik kon amper de kom tegenhouden maar het is me gelukt. Mijn linkerhand is twee keer zo dik, rood en de pijn klopt fel in mijn vingers. Toch voelt het als een vreemd soort overwinning.  Alsof ik mezelf net een button met 'Goed bezig moeder' heb opgespeld. Ondertussen zijn Eli en Jonah al druk in de weer met de zandkoekjes. Ze duwen rondjes, bloemetjes en hartjes uit de lap deeg en proppen af en toe een brok in hun mond. Jonah draait zich, bedekt met patisseriebloem,  naar me om en zegt: "Later als ik groter ben dan wil ik een bakker worden die goed kan bakken. En een goede mama en papa net zoals jullie." Daar was ze, mijn button. Ik draag ze al de hele dag met me mee.  

Alice Bremt
1 1

Ademloos

Een maand of twee geleden kocht ik een nieuwe agenda, of nee, twee agenda´s om precies te zijn, een persoonlijke en, hoewel ons huishouden nog maar uit twee personen bestaat, een gezinskalender, iets waar lange tijd geen behoefte aan bestond omdat ik alle afspraken van ieder lid van ons gezin kon onthouden, daar zelfs prat op ging, maar spijtig genoeg vanaf het ogenblik dat ik begon te studeren en te schrijven niet meer zo goed functioneerde, immers, studeren en schrijven zijn twee activiteiten die veel concentratie vragen, en geloof het of niet, maar zelfs om je verbeelding te laten spreken moet je je kunnen concentreren en daar hoort afspraken in je hoofd prenten absoluut niet bij, met als gevolg dat ik nu ieder jaar in november een agenda koop, een agenda die aan verschillende criteria moet voldoen: hij hoort in elke handtas te passen, een buigzame kaft te hebben en glad en wit papier, plus een indeling over twee bladzijden zodat je wanneer je hem openslaat meteen een overzicht hebt van de hele week, wat je hele gemoed in één klap kan doen opklaren, alleszins het mijne, zo keurig en net als mijn afspraken in mijn agenda staan, sommige in potlood en andere in de kleur van mijn lievelingspen, gewoon omdat ik maar niet kan besluiten waarmee ik liever schrijf (ofschoon ik me daarover ook wel weer kan ergeren), omdat, tja, potlood heeft iets provisorisch, nietwaar, alsof het nog niet zeker is wat er staat, wat me enerzijds bij het schrijven goed van pas komt, me anderzijds in mijn kalender zo kan spijten voor de afspraak die ik heb gemaakt, terwijl het koningsblauw van mijn pen iets verhevens heeft, edoch niet bij iedere afspraak past, maar goed, in november heb ik dus twee agenda´s gekocht, een gezinskalender waarin mijn man heel af en toe iets schrijft, en een persoonlijke, een duurzame, gemaakt van graspapier, recycleer- en composteerbaar lees ik op de achterkant, in het juiste formaat en met een buigzame kaft, alleen, het papier is niet wit maar beige gespikkeld en ook niet glad omdat het is gemaakt van snelgroeiend en -drogend gras, waarmee ik niet wil zeggen dat ik daarover struikel, duurzaam is duurzaam, nochtans weet ik vandaag niet goed of ik hem nog wel zo leuk vind, hij ziet er zo leeg uit, en hoewel die weinige afspraken die erin staan zorgen voor perspectief, me het gevoel geven dat ik toch nog íets van een sociaal leven leid, confronteert hij me er ook mee dat dat leven zich hoofdzakelijk afspeelt op het internet, op Zoom, FaceTime en Skype, beneemt hij me soms zelfs de adem, met als gevolg dat ik dan weer mijn heil zoek op Youtube, bij Yoga with Adrienne, om op mijn sportmat in de woonkamer samen met acht miljoen andere gebruikers ademhalingsoefeningen te doen.  

ingridvdk
20 1

Grootse uitspraken van een achtjarige

 ‘Papa, heb je nou geluisterd naar wat je zelf net zei? Zou jíj het fijn vinden als iemand dat tegen jou zei? Zou jij daar een fijn gevoel bij hebben? Ik dacht het niet!’ Aan het woord was onze achtjarige dochter, als alleenstaand kind soms ietwat beperkt in speelopportuniteiten, maar absoluut niet in taal en grootse uitspraken. Dat heb je dan, als je alleen maar volwassenen om je heen hebt en je door je jeugdige leeftijd nog alles als een spons opzuigt en feilloos kan opslaan. En al wil je haar ook soms tegen het behang plakken, onze dochter is het meest prachtige geschenk dat dit leven ons geven kon. Ze is uitmuntend knap, heerlijk briljant, geweldig getalenteerd, onweerstaanbaar grappig,… Enfin, een beetje zoals elke ouder over zijn kind denkt. Maar net als elke ouder voelen we soms de behoefte wat bij te sturen. Omdat ze bijvoorbeeld al eens met zichzelf in de knoop ligt, maar toch een torenhoog verlangen heeft erbij te horen, gedraagt ze zich bij momenten als een stoerdere kopie waarbij ze – lachend en met goede bedoelingen – toch kwetsend of denigrerend kan overkomen.  Het was op één van die momenten dat we haar diets hadden proberen maken dat ze best kon proberen om zich naar anderen te gedragen zoals ze zelf behandeld wilde worden. Ondanks onze zoveelste poging om haar respect voor anderen bij te brengen, zagen we haar nadien toch af en toe hervallen in oude gewoonten, alsof onze inspanningen ijle woorden in de lucht waren geweest… Tot dus op het moment dat mijn echtgenoot – momenteel in een spannende fase op zijn werk – mogelijk een ietsiepietsie cru klonk bij het invraagstellen van mijn kookkunsten. Met haar gevatte opmerking bracht ze ons niet alleen in de onmogelijkheid ons gezicht in de plooi te houden, ze bracht ons onze eigen wijsheid bij die we zelf even vergeten waren. Bedankt wereld, dat er kinderen zijn!

Tinkelbel
18 1

Sneeuwwitje en de zeven vrijgezellen

Op een dag, een jaar of achttien geleden Stond Georges in de keuken met een mes Hij sneed groentjes voor het avondeten Want het liefst verloor hij een kilo of zes Buiten begon de eerste sneeuw te vallen Zag hij door het aluminium raamkozijn Terwijl zijn gedachten afdwaalden Voelde hij plots een stekende pijn Het bloed drupte van zijn vinger Langs zijn mes, op het kookeiland Snel nam hij een keukenhanddoek Daarmee droogde hij zijn bloedende hand En plots voelde hij een intens verlangen Naar een dochter, klein maar fijn Met rode lippen, een witte huid En haar zo zwart als het raamkozijn   De buik van zijn vrouw begon te groeien Ze werd naar het ziekenhuis gereden Daar kreeg hij zijn gewenste dochter Maar zijn vrouw was overleden Georges wachtte niet af, maar sprong in zijn wagen En racete als de bliksem naar huis Hij nam het mes, sneed in zijn vinger En wenste een nieuwe vrouw in huis Zijn gsm begon meteen te trillen En meldde een nieuwe match op Tinder Een tovenares had hem gevonden Dus stuurde hij een Uber naar ginder Wat later kwam ze toe met haar koffers En duizenden volgers op Instagram Ze maakte foto’s van iedereen Die naar Sneeuwwitje kijken kwam Elke dag nam ze honderden selfies En vroeg aan de gsm in haar hand Twitter, Facebook en Instagram Ben ik niet de mooiste van het land?   Zo kabbelde het leven verder Sneeuwwitje werd langzaamaan groot Tot op een dag een onbekend virus Iedereen bij zich thuis opsloot. Sneeuwwitje moest thuis les volgen En maakte een account op TikTok aan Ze had meteen tienduizend volgers Dat kon haar stiefmoeder moeilijk aan Zo pijnlijk van de troon gestoten Bedacht ze een naargeestig plan Toen Sneeuwwitje buiten joggen ging Belde ze een klusjesman Die installeerde nieuwe sloten Op alle deuren van het huis Sneeuwwitje kon nu niet meer binnen En haar mobieltje lag nog thuis   Met haar vader in het buitenland Was ze helemaal alleen Ze beet op haar lip en dacht diep na Waar ging ze nu het beste heen? Het virus waarde in de stad Daar bleven alle deuren dicht Dus wandelde ze naar het bos En veegde de tranen van haar gezicht Ze wandelde tot ze durfde Bij een huisje aan te bellen Toen de voordeur open ging Stonden daar zeven vrijgezellen Met vier mochten ze in één huis En hier woonden ze al met zeven Maar omdat ze zo betoverend was Vergaten ze de regels even   ‘Wat ben je mooi,’ zeiden de mannen ‘Lust je soms een kopje thee? Het is warm in de woonkamer En de koers is op tv’ Sneeuwwitje zuchtte opgelucht En ging met hen mee naar binnen Maar toen de politie kijken kwam Konden ze niets beginnen Een lockdownfeest, oordeelden zij Iedereen kreeg een zware boete En Sneeuwwitje, het arme kind, Zou naar het politiekantoor mee moeten Gelukkig reed de prins voorbij Hij liet haar meerijden in zijn Lexus En na tien dagen quarantaine Kreeg ze van hem haar eerste kus  

Caroline Van Steenbergen
0 0

Die ene

Hoi! ik ben… Ach, ik ga je niet eens vertellen hoe ik heet. Want we weten allemaal wat er gaat gebeuren zodra ik dat heb gedaan. Jullie glimlachen vriendelijk en knikken een keer jullie hoofd. Vervolgens doe ik mijn zegje, jullie geven mij een applaus. Daarna glimlach ik, op mijn beurt, vriendelijk en knik een keer mijn hoofd. Tot slot loop ik hier weg en zijn jullie allemaal vergeten wie ik ben. Dan praten jullie straks na en hebben jullie het over die ene vrouw. Hoe heette ze nou toch, het ligt op het puntje van mijn tong. Maar dat ligt het niet, Truus, en je weet het. Je probeert gewoon net te doen alsof je kortetermijngeheugen nog net zo goed is als 10 jaar geleden, ondanks wat de dokters zeggen. Dus ik ga het jullie makkelijk maken. Ik ben die vrouw met dat korte haar. Ik ben die vrouw met de rode lippen, omdat haar lippen anders blauw zijn van de kou. Ik ben die vrouw die dikke klodders mascara op haar wimpers heeft gesodemieterd, omdat ze de mascara van haar moeder moest lenen. Omdat haar eigen make-up al 3 jaar op is en ze al 3 jaar lang te lui is om naar de winkel te gaan. Ik ben die vrouw, die vanmorgen dacht; wat zou ik eens gaan aantrekken? En het enige wat er in haar briljantje, modebewuste hoofd opkwam was een witte blouse met bretels. Want blijkbaar heeft die vrouw niet de innerlijke prinses in haarzelf gevonden maar de werkende man uit 1950. Ik ben… Ik ben… Ik ben…. Niemand... En iemand. Een van de miljarden. Dus ik ga jullie de moeite besparen. Klap in je handen, glimlach vriendelijk en knik een keer met je hoofd. Dan doe ik dat ook.    

Anne Bouma
24 0

Viktor

Op een zaterdag in 2011 besliste Viktor zijn mes met aardbeienconfituur niet schoon te vegen aan zijn witte boterham. Hij plantte het tuig in het bestekmandje van de vaatwasser en probeerde in zijn baan naar de trap de diagonalen van de koude vloertegels te tekenen met zijn blote dikke tenen. Bij het horen van de kreunende trap kreeg hij plots spijt van zijn vrolijke bewegingen. Alsof de oude treden hem probeerden duidelijk te maken dat verbeelding niet aan de orde was, dat de toekomst wel zou oordelen of hij zulke frivoliteiten mocht verderzetten, niet het heden.  In zijn kamer opende Viktor de bovenste bureaulade en nam de brief die twee jaar geleden zijn wereld op z’n kop zette. Het was een donderslag bij heldere hemel geweest, die als een echo bleef kaatsen in zijn puberende hoofd. Hij opende het geruite papier dat hij ooit in de vuilnisbak vond. Minuscule vezels dwarrelden doorheen een straal ochtendzon naar beneden; de brief was het niet meer gewoon zich ontvouwd te voelen. Nog steeds waren het deze letters die Viktor aan het blokjesparket nagelden. Hoewel ze aan zijn moeder waren gericht, las híj de woorden van zijn vader.  De man schreef dat hij spijt had, spijt dat hij haar had verlaten, spijt dat hij toen vooral bang was om vast te roesten, bang voor het gewone, de sleur die hij steeds duidelijker afgetekend zag rondom zich. Hij vroeg om de draad na al die jaren weer op te pikken, het te proberen, en of ze eens konden afspreken. Hij sloot af met naam, adres, email.  Viktor ademde weer. Dit is wat hij over zijn vader wist. Hij dacht niet dat zijn moeder het lef had hierop in te gaan, nee, dat zou ze nooit doen, gedane zaken namen bij haar geen keer. Maar Viktor wou meer. Hij zou met hem afspreken, in naam van zijn moeder. Die man moest toch weten dat hij een zoon had? Dat hij wellicht net voor de zwangerschap de vlucht koos. Hij moest toch weten dat het gewone niet altijd een sleur blijft, maar steeds beweegt en soms vervliegt, net als water.  Viktor klapte zijn computer open.  -  Het routeplan dat Viktor voor het opstappen van de loketbediende had gekregen, vertoonde na een rit van een uur en twaalf minuten nieuwe grenzen. Na tig keer vouwen en ontvouwen werden stad en noordwijken in vlakken verdeeld die dreigden te scheuren. Het plan toonde straten waar hij nog nooit was geweest en hun namen kwamen niet overeen met wat Viktor door het bekraste glas zag. De bus trok zich in de met fabrieken volgestouwde Lijsterlaan ronkend op gang naar de laatste halte, samen met Viktors hoop zijn biologische vader alsnog te ontmoeten. Hij zal zich toch niet bedacht hebben? Het eindstation naderde en de laatste medepassagier was zonet verdwenen. Zou híj zich vergist hebben van lijn? Hij nam immers niet vaak de bus en wanneer hij het deed volgde hij simpelweg zijn vrienden.  Telkens Viktor in de achteruitkijkspiegel keek, kruiste zijn blik die van de bestuurder. Toen de man vertraagde en bruusk zijn uitgestoken kin richting Viktor draaide, schudde Viktor haastig zijn hoofd. Hij wou niet stranden aan de laatste halte. De man plantte zich mompelend weer in zijn vertrouwde positie, keek een laatste keer naar de spiegel en zette de bus aarzelend in beweging. Misschien kwam hij pas helemaal op het eind? Net zoals hij al die jaren niets van hem liet weten. Viktor dacht aan wat zijn vader gisteren nog mailde. Hij zou pikzwarte schoenen dragen met daarboven een donkergrijze kostuumbroek en wit hemd.  En toen zag hij het. Ze waren er altijd geweest, de zwarte schoenen. Vol onwetendheid hielden ze om beurten alles in beweging. Hoe kon hij dit over het hoofd hebben gezien? De dienstlichten van de bus waren al gedimd, maar in Viktors hoofd werd alles helder. Was hij het nu? Een man wiens grijze hoofd door de jaren heen steeds dichter naar het grote stuur plooide. En wat nu? Moest hij opstaan vanuit zijn loge om deze arme man van het toneel te halen, hem de deur uit te trappen en de straat opstampen? Moest hij hem werkelijk vertellen hoe de vork in de steel zat? Of moest hij alles laten zoals het was en bleef de man enkel achter met de ontgoocheling zijn oude liefde niet te hebben ontmoet? De bus draaide de sorteerplaats op, schoof door bundels kille ledverlichting en sloot zich aan in een rij lotgenoten. Met ruwe bewegingen vulde de chauffeur zijn rugzak. Een witte roos werd geknakt door een nog zware brooddoos. Viktor scheurde het routeplan doormidden en wandelde met slome passen richting uitgang. 

de amechtige specht
19 1

Ergernissen

Heb je je ook al eens blauw geërgerd aan auto’s die via de pechstrook aan de hitte van een ellenlange file proberen te ontsnappen? ‘He, geldt het niet voor jou dan? Voel je je beter dan een ander?’ De kans is misschien wel reëel dat er iemand achter het stuur zit die zijn macho-instinct laat domineren over de algemene beleefdheid. Maar zou het héél misschien ook kunnen dat op de achterbank een vrouw aan het bevallen is, of iemand een hartaanval heeft en dringend op spoed moet geraken? Dan heb je natuurlijk geen tijd om na te denken over wat de andere bestuurders van je gebrek aan hoffelijkheid vinden. Wij Belgen zitten – in tegenstelling tot wat de Nederlanders misschien over ons denken – niet verlegen om een mening. We spuien ze met gemak rond en bazuinen onze waarheden in de oren van elke kleine muis die het horen wil. Daarbij gaat het nu niet alleen meer over het pijnlijke gebrek aan kennis bij de weermannen of de manifeste onkunde bij leerkrachten of de zielige hebberigheid van verzekeraars. Het gaat ook niet zozeer meer over wat er bij de buren gebeurt of de bakker die er toch zo slecht uitzag en die dus zeker kanker heeft. Momenteel draait veel over wat er verkeerd beslist werd in de coronacrisis. Natuurlijk mag iedereen een mening hebben. Het is prima om naast jezelf ook de wereld rondom je in vraag te stellen. Alleen stel ik me soms vragen over hoe die mening werd gevormd. Want over alles wat je om je heen ziet gebeuren, is er wel iets duister, niet onderzocht of bevraagd, een andere kant van het verhaal. En als je dan alleen dat ene futiele artikel van die ene journalist las, die op een verdoken manier vaak gewoon zijn persoonlijke mening op het verhaal meegeeft, eerder dan de naakte feiten, weet je dan echt heel zeker dat je over alle informatie beschikt om er überhaupt al een mening over te hebben, voor je die als een onvervalste waarheid gaat verkondigen? Dus lieve lezer, wees tolerant, aardig en slim en bedenk eerst dat meerdere scenario’s mogelijk zijn wat betreft hetgeen rondom je heen gebeurt, voor je beslist ‘je lekker dubbel over de pechstrook te gaan zetten om die potsierlijke macho eens een lesje te leren!’.

Vlechtenmeisje
0 1