Lezen

Vervuiling door het vervoer naar school en werk.

Beste Vlaanderen,  Ik vind het verschrikkelijk dat er zo veel vervuild wordt door het gebruik van auto’s. Zelf ga ik dagelijks met de fiets vanuit Leest naar school Virgo Sapiens dat in Londerzeel gelegen is. Dat is een goede 12 km en dat kan wel 30-40 minuten kosten van mijn tijd. Fietsen naar school of eventueel naar je werk is natuurlijk perfect voor het milieu want je vervuild namelijk niet. Wat is dan eigenlijk het probleem in Vlaanderen als we kijken naar de vervuiling van ons milieu. Dat probleem is zeer simpel om uit te leggen. Tegenwoordig rijdt slechts 25 % van de jongeren en kinderen naar school met de fiets. (https://www.standaard.be/cnt/dmf20140821_01227722 ) En dat is feitelijk een klein getal want hoe komen die andere kinderen op school? Met de auto, bus en eventueel een motor. En dat zorgt voor veel vervuiling want een kind moet 5 dagen in de week naar school gaan en dat is dan eerst van huis naar school rijden en dan van school terug naar huis.   Waarom is dit zo’n groot probleem?   Er zijn verschillende problemen bij de vervuiling op ons milieu zoals de opwarming van de aarde en vooral onze eigen gezondheid. Wat zijn de grootste oorzaken van de vervuiling? Tegenwoordig is het het gemakkelijkste om gewoon in de auto te stappen en te rijden naar je bestemming en doordat het zo gemakkelijk is doen veel mensen het en dat is een slecht gewoonte. Ook het weer in Vlaanderen is niet altijd even goed daardoor wil je liever in een droge warme auto zitten in plaats van op een koude fiets in de regen. Soms woon je namelijk ook ver van je school en is met de fiets naar school gaan niet mogelijk en dan moet je wel met de auto of eventueel met de bus naar school gaan. Maar van afstanden wordt veel misbruik gemaakt want ik moet elke dag 12 km heen en terug fietsen zelf vind ik dat dat redelijk veel al is maar toch goed doenbaar. Maar dat is mijn mening is ver, sommige mensen vinden 4-6 km al heel erg veel en nemen daarvoor al de auto en dat is eigenlijk waarom er een oplossing moet komen voor dit probleem. Want wat zijn dan de ernstige gevolgen van het vele auto gebruik? Het resultaat van slecht weer en ver van je bestemming wonen wordt het gebruik van je auto of natuurlijk het openbaar vervoer gebruiken. En het gevolg van het vele autogebruik is een slechte invloed op ons milieu waardoor we de wereld gaan kapot maken. Door dit probleem lijden natuurlijk veel mensen en vooral onze mooie natuur die stilletjes aan ten onder zal gaan als we niets veranderen aan dit probleem. Iets wat in mijn ogen een van de belangrijkste aspecten is is de gezondheid van de mensen. Door de vervuiling die we samen creëren worden veel mensen ziek en sterven er zelfs jaarlijks heel veel mensen aan milieuvervuiling, maar liefst 1 op de 6 personen die overlijdt overlijdt aan milieuvervuiling. Dus er moet een oplossing komen. (https://www.rtlnieuws.nl/economie/artikel/3703381/milieuvervuiling-kost-46-biljoen-jaar-en-eist-9-miljoen-levens#:~:text=Wereldwijd%20is%20%C3%A9%C3%A9n%20op%20de,000.000.000%20dollar%20per%20jaar. )  Zelf heb ik al goed nagedacht over een aantal oplossingen en een daarvan is Tesla’s meer in kaart zetten omdat dat auto’s zijn die niet op benzine of gas rijden maar op elektriciteit en dat vervuild vele minder in vergelijking van een normale wagen. Uit studies blijkt dat een Tesla tot 50% minder vervuilende gassen uitstoot dan een traditionele auto. (https://www.hln.be/auto/britse-universiteit-elektrische-auto-s-vervuilen-echt-minder-dan-traditionele-modellen~a23f5959/?referer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F ) Een andere oplossing kan zijn meer bussen laten rijden zodat het autogebruik ook verminderd. Jammer genoeg vervuilt een bus ook veel maar in vergelijking als alle mensen die op de bus zitten allemaal apart in een auto zitten en zo zich verplaatsen is een bus vele malen beter voor ons milieu. Een derde oplossing kan natuurlijk ook de elektrische fietsen meer ik kaart brengen zijn omdat die niet vervuilen en ook nog redelijk snel gaan zonder eigenlijk heel moe te worden. Door een elektrische fiets kan je geen excuses meer gebruiken van ik woon te ver voor de fiets of ik ben te lui om te fietsen. Wie kan er helpen bij deze eventuele oplossing? De maatschappij en de mens zelf want het is natuurlijk je eigen keuze om met het openbaar vervoer te gaan of een Tesla of elektrische fiets te kopen en die dan te gebruiken. Dat hangt af van je zelf maar ik vind dan wel dat de maatschappij duidelijk moet maken dat we samen te veel vervuilen dus dat we er ook samen kunnen werken om ons milieu te redden. Iedereen zou dus elkaar moeten stimuleren om milieuvriendelijk naar school, werk ,... te gaan. Zelf ga ik zeker nog met de fiets naar school blijven gaan tot ik eventueel mijn rijbewijs heb maar zelfs als ik een rijbewijs heb ga ik voor korte afstanden mijn fiets gebruiken of af en toe het openbaar vervoer. In mijn ogen is een auto niet heel noodzakelijk als je werk, school etc. in de buurt van je woonplaats is. Ik hoop dat mijn tips helpen tegen de vervuiling op ons milieu.   Robbe Teughels        Virgo Sapiens    6stwC    14        

Robbe Teughels
0 0

Wat ik veranderen zou

Beste Vlaanderen, Als mensen mij vragen wat ik het meeste haat in de wereld antwoord ik met racisme. Ik verafschuw racisme en beschouw het als een barbaars iets. Ik heb nooit kunnen begrijpen hoe we mensen kunnen discrimineren op vlak van hun huidskleur of afkomst. Niemand wordt geboren met haat op andermans huidskleur, een mens leert haten. Als we kunnen leren haten, kunnen we ook leren liefhebben. Het wordt tijd dat we mensen gaan beoordelen op hun acties en niet op hun huidskleur.  Binnenin bloeden we  allemaal hetzelfde kleur bloed, wat maakt het nu uit als iemand er anders uitziet als jou?  Zelf ben ik een klein deel Congolees, het is misschien niet veel, maar ik ben er trots op. Racisme heb ik natuurlijk nog niet moeten ervaren vanwege mijn witte huidskleur, maar ik heb al veel verhalen gehoord dat mijn familieleden hebben moeten doorstaan door hun prachtige donkere huidskleur. Ik zal altijd opkomen tegen racisme.  Ook kwam dit onderwerp de voorbije maanden meer in de media. Er zijn voorstanders van ‘Black Lives Matter’, maar ook van ‘All Lives Matter’. Ikzelf kom op voor ‘Black Lives Matter’, alle levens zullen er pas toedoen als zwarte levens er ook aan toedoen.  Op twitter zag ik vaak filmpjes verschijnen van racistische acties. Racisme wordt niet erger, het wordt nu gefilmd. Ik zag bijvoorbeeld filmpjes van politie dat mensen met een donkere huidskleur anders behandelde. Als we niet op de politie kunnen rekenen, op wie dan wel? Ik weet dat ze niet allemaal zo zijn, maar ik schrok er wel van.  Kort samengevat, ik heb een droom. Ik droom van een wereld zonder discriminatie. Een wereld waar iedereen geaccepteerd  en gerespecteerd wordt. Een wereld waar het niet uitmaakt welke huidskleur je hebt. Een wereld waar we willen leren over andermans cultuur. Een wereld waar we niet alleen maar negatief commentaar willen geven op de rest. Een wereld zonder vooroordelen. Een wereld waar iedereen kan houden van iedereen ongeacht de verschillen qua cultuur, huidskleur, geaardheid. Een wereld zonder al die haat, zodat iedereen gelukkig is.  Wat zou het mooi zijn moest mijn droom ooit uitkomen, maar ik vrees ervoor dat dit nog even zal duren. Toch verlies ik de hoop niet, en droom ik nog even voort. Met vriendelijke groeten, Siska Philips

SPhilips
0 0

Lulkoek en paaseivulling

  Het is nu eenmaal zo, beweert de kreupele, het moet rond dat fameuze kruis gestonken hebben naar ontlasting en urine, want als de geest het begeeft, dan houden ook de sluitspieren het voor bekeken. Ik hoop voor Marie-Madeleine dat ze goed uit haar doppen keek, dat ze niet in zijn stoelgang knielde, dat ze niet op haar knietjes zat te janken in zijn pies. Is dit beeld correcter dan al zijn opgesmukte varianten? Ik moet toegeven dat hij voor één keer terecht twijfel zaait, die vunzige hufter, maar hij blijft een kinkel. Kinderen mijden hem beter, want met één frase kan hij een jonge geest bederven, met één zinsnede kan hij een kinderziel klieven en als hij zure kool gegeten heeft, dan blijft hij maar doordrammen. Oké, er mogen dan excrementen gelegen hebben onder dat meest vereerde kruis. So what. Moet hij daarom blijven kwezelen, blijven emmeren en zeggen dat de vulling van paaseieren veel smeuïger en smeriger mag zijn, dat ze die wijwatervaten gerust met zieker sap mogen volgieten en straks begint hij weer met die opsomming van wat voor goors men kan verrichten in een biechtkotje. Het is niet goed, niet voor de gal, niet voor de lever, zelfs niet voor de fantasie van kinky koppeltjes. Hun lust zou snel bederven door de ongelikte lulkoek die hij uitkraamt. Als ik hem wil vergeten, dan denk ik aan Katja, want die etterbak heeft een absolute hekel aan tederheid. Hij lust geen tinteldrank in ranke glazen en Katja heeft de randen altijd graag versierd. Met korrelsuiker. Met een schijf citroen. Een zoen drijft nooit ver weg als lippen kleine kloofjes slaan en idylles kent hij niet, de kreupele, hij kijkt weg als ik een oogbol streel met blind gevoel, wanneer ik voor mijn Katja speelse prentjes uitzoek in die kisten van weleer, of in een lentecataloog, een titatoverboek en dan kan hij zich de neus danig optrekken dat snot zich mengt met hersenen. Aan de schimmel in zijn kop, aan de fungus die in zijn konterfeitsel groeit, wil ik niet méér woorden vuilmaken dan een belt verdragen kan en ik moet trouwens voort, ik moet naar De Blauwe Toren, naar de Stock Américain Vermeersch. Ik heb een sifon, ook een terugslapklep nodig want ik word bang, ik denk dat de afvoer van mijn spoelbak in verbinding staat met de smeerpijp van de mensheid. Ik vrees die vloed aan bagger. Het is een réseau de misère, een netwerk van buizen die alles leegzuigen en ik durf het amper. Ik moet voorbij het crematorium, wil ik bij die winkel van de familie Vermeersch geraken en ze zijn niet goed wijs, die oelewappers bij de Dienst Ruimtelijke Ordening van Stad Brugge. Het crematorium staat op nog geen driehonderd meter van de verbrandingsoven!  Alle lijkwagens, alle vuilkarren moet over datzelfde asfaltwegeltje! Normaal moeten de lijkwagens iets vroeger rechts afslaan dan de vuilniswagens. Ik ken de weg. Ik zal het nooit vergeten. Het was een zwarte dag met grijze wolken. Ik stond daar, in dat zaaltje met zijn deurtjes, kaarsjes, vlammetjes en ik weet niet hoe zijn functie omschreven wordt. Ik noem hem dan maar de asman. Of de asman die ik er ontmoet heb, daar altijd werkt, weet ik niet. Misschien sprong hij die dag in voor een habitué die zich 's morgens onwel voelde. Feit is dat Katja's asman een blauwe overall droeg met daarop het logo van IVBO, Brugse Verbrandingscentrale.  Hij stond allicht te grinikken. Buiten. De kreupele. Hij moet me gevolgd zijn met z'n oranje Honda Civic Automatique. De nummerplaat ken je en toen hij dacht dat hij zomaar plaats kon nemen in de ontvangstruimte, heb ik hem buitengebonjourd.  Voor Katja was er geen kist. Ze lag op een roestvrijstalen slede. Flauw benul speelde geen requiem en ze was getooid in een zuiver kleed. Het werd stil. Ik hoorde enkel nog het geknars van de wielen van de slede die zich in beweging zette. Haast geruisloos ging het juiste deurtje open en Katja verdween. De asman had een hart. Hij wilde na het gebeuren zijn middagmaal met me delen. Twee tv-worstjes lagen naast een zuurkoolkransje in een tupperwarepotje. Ik weigerde. Ook het dessert liet ik volledig aan hem. Het waren paaseitjes in roze wikkeltjes en de vulling, het hoe en waarom, alles staat in oudekinderboeken, in lexicons over natuur en techniek. Ik kan niet proeven, heb ik ingetogen tegen hem gepreveld, mijn smaak is dood, mijn tong te kreupel. Er liggen te veel levens op mijn lever. Mijn buikgevoel zegt. Dat al die ellende. Niet te verteren valt.     uit de reeks 'Residu'

Bernd Vanderbilt
10 1

Wortelen

Als ze geen zussen waren geweest, was het misschien anders gelopen toen de man met de kettingzaag kwam. Eerst ging Esja eraan, zij stond het dichtst bij het pad. De zaag raakte haar vol, niet ver boven de grond, haar lichaamsvocht spatte in het rond. Tikke, die er vlak naast stond, gilde en greep Esja beet, probeerde haar weg te trekken. En zo kwam ook Tikke tussen de zaagtanden terecht. Zij werd iets verder van de grond afgezaagd, de man hield de zaag een beetje schuin.Ondanks hun gegil volgden de andere 5 zussen al snel. De man had oordoppen op. Iedere volgende zus werd net iets hoger afgezaagd zodat ze er na afloop uitzagen als de pijpen van een kerkorgel.Escobar, de jonge plataan aan de overkant van het pad, zag het allemaal gebeuren. Hij voelde afgrijzen over het lot van de zeven abelenzusters. Het rondvliegen van lichaamssappen en splinters maakte hem een beetje misselijk. Maar ergens was het ook wel een opluchting voor hem. Er kon nu meer zonlicht bij de grond komen om zijn eigen wortels te verwarmen. Trouwens, bij milde briesjes lieten de zussen hun bladeren wel lieflijk ratelen, maar bij harde wind kreeg het geluid iets onaangenaam kakelends. Ja, bijna iets viswijverigs. En dan die proleterige gewoonte van jonge abelen om maar te pas en te onpas op te schieten uit de wortels van oude soortgenoten, zoals de zussen deden op de wortels van de oude Dris. Parasiteren op het voedsel en het water dat de oude boom zelf nodig had, dat was het. Het was goed dat daar korte metten mee werd gemaakt.Dris zelf dacht daar anders over, zijn bladeren ratelden in een murmelende klaagzang. De wind trok aan en de bladeren van Dris, moe van het murmelen en wapperen, vielen uit, suizend, knisperend en zuchtend. De wind trok verder aan en de lucht betrok. De man keek omhoog, pakte zijn zaag in en verliet het bos. Er vielen een paar dikke druppels.De wind ging even liggen en het hele bos was stil. De lucht werd donkerder en donkerder, de wind stak weer op. Een onweer barstte los. Escobar werd geveld door de bliksem. Er waren geen andere platanen in de buurt om om hem te treuren, maar door de takken van de abelen, de meidoorns en de essen fluisterde een zucht van verdriet.Na de winter zond Dris zijn sapstromen niet alleen naar zijn eigen takken, maar ook naar al het wortelopschot dat hem omringde, zelfs naar de orgelpijpresten van de zeven zussen. Het bleek niet voor niets, een voor een liepen zij weer uit, vormden knoppen, kregen bladeren. Esja was de laatste bij wie het lukte en een blij geruis ging door het bos om het begin van de lente. Escobars verkoolde stomp bood inmiddels onderdak aan een specht en een familie zwammen. 

Marijke Roza-Scholten
3 0

Textielgoed, erfgoed

 Honderd jaar geleden floreerde de textielindustrie in Nederland tierig. Die industrie is allang opgedoekt, maar tegenwoordig is het vocabulaire uit die sector eveneens vrijwel van kant gemaakt. Bijvoorbeeld: Wie kent nog de linnenkast? Bijna niemand. We spreken van garderobekast, kledingkast of inloopkast maar linnenkast? Nee.Ik wil niemand van katoen geven, maar wie van onze kreukvrije generatie draagt er linnen? Verder wil ik iets anders uit de doeken doen. We kennen de theedoek, toch? Wat heeft die met thee te maken? Vast iets, maar ik droog sinds mensenheugenis mijn vaat met de theedoek. Is dat de bedoeling eigenlijk, vraag ik me af. Want met mijn vaatdoek doe ik dus niet de vaat, maar poets ik het aanrecht. Er is, klaarblijkelijk, wat mis met onze taal óf met mijn gedrag, maar ik zie anderen hetzelfde doen dus doe’k het ook.Een zakdoek. Nog zoiets. Nagenoeg niemand heeft er eentje op zak en droogt er z’n zak mee af. Althans vrouwen niet. Die duurzame zakdoek is allang ingeruild voor de papieren tissue. Idee van onze wegwerpgeneratie en passend bij veelvuldig snikkende vrouwen, snuitende mannen en snotterende kinderen.  Dan de handdoek! Dat je daarmee weliswaar je handen droogt beschouw ik als een doekje voor het bloeden want je droogt  eveneens de rest van je lichaam ermee, dus ook dát woord is een wassen neus. Het grappige is dat we het doekje waar we wél alleen handen mee drogen vervolgens gastendoekje noemen! Gast, dat is toch bizar? Voor zover we handen überhaupt wassen. Ik kan me voorstellen dat rappers bij het woord ‘doek’ eerder aan witwassen dan aan handen wassen denken. Maar dat terzijde. De commercie heeft geprobeerd om de handdoek qua reputatie op te lappen door deze qua formaat te vergroten en douche- of badlaken te noemen. Alsof ze alleen in douche of bad bruikbaar zijn. Los daarvan, het zijn geen lakens want die twee kunnen zich niet meten aan de witte lappen die we wél als beddengoed  gebruiken. Die delen in bed nog altijd de lakens uit.  Al met al hoeven we er geen doekjes om te winden: het is schering en inslag als het gaat om verkeerd samengestelde woorden op textielgebied. We moeten onze verstofte taal uit de mottenballen en door de mangel halen. Vooral niet meteen de handdoek in de ring willen werpen. Een gastendoekje volstaat voor ‘Prince’ Verhoeven en ‘Bad Boy’ Hari. 

Annemagenta
3 0

Tellen tot drie, slapen en de Wallen van Amsterdam

Als snel in slaap vallen een olympische discipline was, won ik zonder verpinken de gouden medaille. Wanneer mijn hoofd mijn hoofdkussen raakt, maak ik in minder dan één minuut de oversteek. Ik slaap tot mijn wekker afgaat, of tot één minuut daarvoor (geconditioneerd zegt u?). De laatste maanden maakte ik echter kennis met insomnia. Het in slaap vallen binnen de minuut bleek nog altijd on point, maar plots werd ik midden in de nacht wakker om de slaap niet meer te kunnen vatten. Nu kan u allerlei trucjes gebruiken om terug de slaap te vatten. Eén daarvan is een app waarbij een nasale stem u vraagt om terug te tellen van 1000 naar 0. Ik kan u verzekeren: mijn frustratiegehalte telde omgekeerd evenredig op terwijl ik de nummers aftelde. Het leek een langgerekte overgang van oud naar nieuw (u kent het wel: glaasje bubbels in de hand, aftellen en toch niet té dicht in de buurt staan van die creep die al een uur lang elke vrouw in de feestzaal aanspreekt om te informeren of ze als eerste met hem wil kussen op middernacht.). Mijn concentratie verlegde zich gaandeweg, eerst tussen de honderdtallen, daarna tussen de tientallen. Bij 933 vroeg ik me af hoe ik me kon laten verleiden door een app, bij 897 vroeg ik me af wie in godsnaam deze app had gemaakt en bij 883 moest ik uit bed om op te zoeken wie de maker van die app was en om te checken of ik misschien toch een vorm van dyscalculie heb (kan iedereen vlot achteruit tellen? Eerlijk?). Vanaf het moment dat ik moeder werd, zie ik slapen als een kostbaar goed. Ook al levert slapen soms de meest onflatterende foto’s op. Ik hoop oprecht dat niemand ooit de fotoreeks in handen krijgt van onze Italiëreis in het zesde middelbaar waarbij het een sport was om een klasgenoot te fotograferen terwijl die in een semi-comateuze toestand op de bus sliep. U wilt niet weten hoeveel kwijl en dubbele kinnen er in één fotoboek gebundeld zijn. Ik behoorde niet tot de groep newborn moeders die gezegend was met doorslapende baby’s, niet op de leeftijd van één maand, een half jaar of één jaar. Ouders die mij vol trots vertelden dat zoon- of dochterlief na enkele weken al doorsliep kon ik geen ruimte geven. Ik kon hen alleen maar aanstaren, met een bleek gezicht en wallen die meer in het oog spongen dan de Wallen van Amsterdam. Ondertussen slapen mijn dochters doorgaans door (langgerekte avondrituelen daar gelaten: ‘ik heb nog één vraagje’). Maar ik ben nog steeds geen moeder die zomaar een kinderslaapkamerdeur kan opengooien om me te vergapen aan de schoonheid van een slapend kind. Doorslapen is één ding, vast slapen iets totaal anders. Wanneer ik me toch in hun kamer waag, krijg ik steevast de vraag: ‘Wat is er, mama? Wat doe je hier?’. Waarna ik sus en mompel dat ik de vuile was kom halen. Ik vraag u dus geen tips om mijn – hopelijk tijdelijke - insomnia te bestrijden, enkel tips om zo stil als mogelijk mijn slapende dochters te aanschouwen in de nacht.   Dochter: Weet je nog hoe je vroeger zei: ‘ik tel tot drie en dan vertrekken we’. Moeder (glimlacht): Ja, maar dat werkte alleen als jullie nog kleuters waren. Dochter: Nu doe je hetzelfde met jezelf. Maar eigenlijk is het niet eerlijk: als volwassene krijg je véél meer tijd.   Moeder: ? Dochter: Je telefoon telt tot 1000 en dan pas moet je slapen.

Lore Dewulf
12 0

Brief aan Vlaanderen

Ik ben een zeventienjarig meisje dat zeer graag in Vlaanderen woont. Opgegroeid in een normaal gezin. Mama en papa die mij steunen in alles wat ik wil bereiken. Twee broers waar ik een goede band mee heb. Opgegroeid in een rustig gelegen huis is een dorp. Ik ga graag eens naar een drukke stad, maar ben ook heel graag op het platteland. Ik vind dat Vlaanderen de ideale mix is en dat ik zeer dankbaar mag zijn dat ik hier geboren ben. Wel heb ik mijn eigen mening over bepaalde dingen en kunnen sommige dingen zeker beter aangepakt worden in deze maatschappij. We leven nu in een pandemie, dat maakt het natuurlijk niet makkelijker. Maar misschien heeft het wel voordelen voor ons gedrag tegenover elkaar en de maatschappij.  Ik keek voor corona naar Vlaanderen met een bezorgde blik. Ieder voor zichzelf, dat was de maatschappij. Wil je iets bereiken, dan moet je er zelf voor zorgen. Dat is het zeker nog wel op sommige vlakken, maar corona heeft er ook voor gezorgd dat Vlaanderen warmer werd, naast natuurlijk alle miserie dat het virus met zich meebracht.  Mijn kijk op Vlaanderen is een beetje veranderd, maar toch ook niet helemaal. Ik zie mensen nog steeds in een boog rondom mij gaan of naar de grond kijken als ze mij passeren. Misschien is dat normaal, misschien is dat uit angst voor het virus, maar dat was soms ook al voor corona. Ik zie het juist als een kans om de mensen eens in hun ogen te kijken. Meer te vragen hoe het met hun gaat, want emoties kan je moeilijk aflezen van een gezicht waarvan meer dan de helft bedekt is met een mondmasker.  Er zijn mij zeker dingen opgevallen. Zo had je het applaus voor de zorgsector elke avond om acht uur. Een heel mooi gebaar vind ik, die mensen zijn de echte helden in deze crisis. Doe het maar eens, elke ochtend opstaan wetende dat je met honderden mensen in contact gaat komen die besmet zijn met een dodelijk virus waar men nog niet eens alles over weet. De moed en passie voor hun werk moet immens zijn. Elke dag weer alles eraan doen om zoveel mensen zo snel mogelijk te genezen. Mijn respect voor die mensen is enorm groot. Eerlijk gezegd, ik zou er de moed niet voor hebben. Ook was er een drone die soms over Vlaanderen vloog waar je een boodschap kon overbrengen voor iemand, de zorg, de bevolking, wie dan ook. Ook dat vond ik een zeer mooi gebaar. Het is zoals ik hiervoor al zei, Vlaanderen is warmer geworden. Over na corona kan ik nog niet praten, want we zitten er nog midden in. Ik hoop dat mensen dat ook beseffen.  Frustraties zijn er altijd. Je kan het nooit eens zijn met alles en iedereen. De beslissingen van de overheid snap ik vaak niet. Maatregelen laten vallen wanneer er nog steeds zeer veel besmettingen zijn frustreert mij mateloos. Langs de andere kant ben ik ervan overtuigd dat die mensen wel gewoon hun best doen, maar gewoon ook niet voor iedereen goed kunnen doen. Ik denk dat er veel dingen zijn die wij niet beseffen waar de overheid rekening mee moet houden. Ook frustreert het mij wanneer ik de bus opstap en vier veertienjarigen hun mondmasker niet zie dragen en hoor roepen naar elkaar of ik iemand zie met zijn neus uit zijn mondmasker. Het is nu ook niet moeilijk de maatregelen correct te volgen. Het zijn er al niet veel, leef ze dan ook na! Sommige mensen kunnen zeer respectloos zijn tegenover andere mensen zonder dat ze het zelf beseffen.    Mijn boodschap voor Vlaanderen zou zijn, maak het beste van de situatie waar we nu inzitten. Sterker zelfs, maak er gebruik van eens mensen in de ogen te kijken, te vragen hoe het met hen gaat, knik eens, knipoog, spreek met uw ogen! Zeg eens dank u als je een verpleger, dokter of eender wie ook tegenkomt die echt wel de titel held verdient. Hou de warmte in Vlaanderen, ook na de pandemie. Draag uw mondmasker, bescherm niet alleen uzelf, maar ook een ander. Wederzijds respect, liefde en het creëren van een warm gevoel bij uzelf en de mensen rondom u zijn de ingrediënten voor de ideale samenleving. Laten we samen van Vlaanderen een maken.  

Marg
6 0

Brieven aan Vlaanderen – schrijfwedstrijd

Wat na corona? Een mooie vraag die veel mensen zich de afgelopen tijd wel gesteld hebben waar niet echt een duidelijk antwoord op was. Maar intussen terwijl we blijven denken is er zich een antwoord aan het ontwikkelen op deze vraag. Maar hebben we het antwoord wel onder controle? Willen we terug naar hoe alles was? Hebben we echt niets ingezien tijdens deze lockdown? Voor mij was deze lockdown een periode om alles eens op een rijtje te zetten, en voornamelijk een periode om eens goed stil te staan bij alles. Zijn wij wel gelukkig? Waarom werken wij zo hard, en word ons harde werk wel beloond? Allemaal vragen om eens bij stil te staan!   Zoals we allen weten, zijn er veel problemen in onze maatschappij. Onze focus ligt op de economie, er zijn milieuproblemen, er is racisme en dat is nog niet eens alles. Tijdens de corona-crisis zijn er vele mensen ongelukkig geweest, ze waren ‘opgesloten’ in hun huis met hun bubbel/gezin, het leven was voor vele mensen zeer moeilijk omdat ze ook ‘werkloos’ vielen en niets meer te doen hadden. Maar klopt dit fenomeen? Mag ons leven afhangen van ons werk? Mogen we ongelukkig worden omdat we ‘niets’ meer te doen hebben? Maar waarom leven we dan? In functie van onze economie, om ons te bewijzen tegenover andere landen en zelf te leven zonder enige ambitie? Zodat wij de ‘besten’ zijn, maar zijn we daarom gelukkig en innovatief? Zijn dit de redenen waarom we onszelf tot het uiterste pushen en zo hard moeten vechten tegen de druk die onze samenleving ons oplegt? Voor mij is het antwoord duidelijk NEEN. Ik denk dat wij gewoon een foute mentaliteit hebben ontwikkeld in onze maatschappij, de kern zou geluk moeten zijn en niet dat we ons constant moeten bewijzen/verantwoorden voor alles. Deze constante druk zorgt dat mensen zich slecht beginnen voelen, twijfelen aan zichzelf en geen zin meer in het leven zien waardoor veel mensen psychische problemen ontwikkelen. Mensen krijgen de kans niet om hun kwaliteiten naar buiten te brengen of eveneens te ontwikkelen, want we worden in een kader gehouden waar we niet uit mogen en dit alles voor een doel waar we niet gelukkiger van zullen worden. Ook heeft corona ons laten inzien dat de manier waarom we leefden tijdens de lockdown veel beter was voor ons milieu, dingen waar we zolang voor gevochten hebben kwamen opeens vanzelf door onze andere manier van leven. Maar moeten we hier niet eens even bij stilstaan? Want we hebben de kans gekregen om in te zien dat we ook anders kunnen leven, dat er oplossingen zijn, maar zijn wij echt zo egoïstisch om zo door te gaan om economisch beter te worden terwijl we de wereld en onze gezondheid kapot maken? En een veel gezegde uitspraak is dat de natuur zichzelf hersteld, maar zou het niet kunnen dat de natuur ons nu een kans heeft gegeven om in te zien dat we moeten veranderen en niet terug moeten naar hoe het was?   Slotsom zijn we toch terug aan het versoepelen en hopen we terug te gaan naar de ‘tijd voor corona’. Maar in mijn ogen zijn we weeral fout bezig. Dingen gebeuren nu éénmaal en of ze nu goed of slecht zijn ligt allemaal in onze handen, de manier waarop we erover nadenken en er mee omgaan. Maar willen we echt doen alsof er niets gebeurd is en we niets ingezien hebben tijdens deze corona-crisis? Deze crisis heeft heel erg veel negatieve kanten maar misschien moeten we toch ook eens naar de positievere dingen kijken in deze negativiteit? We hebben de kans gekregen om te leren uit onze fouten en er vanaf nu anders mee om te gaan. Maar toch gebeurd het niet en zouden we liever doen alsof er niets gebeurd is zoals met de beelden en dergelijke van Leopold II. Nog een prachtig voorbeeld van hoe we liever de slechte gebeurtenissen doen verdwijnen in plaats van ze te accepteren en er iets uit te leren. Ik vind het vooral spijtig dat we weeral eens een kans gekregen hebben om iets te veranderen aan onze mentaliteit en maatschappij maar deze kans negeren en toch voor onze comfortabele zone gaan die niet duurzaam is en ons niet laat ontplooien in onze kwaliteiten. De toekomst ligt in onze handen dus misschien is het geen slecht idee om toch eens na te denken waar we mee bezig zijn.   De Saeger Cathelina               De Saeger Cathelina, 14/04/2003, desaegercathelina@gmail.com, Sint-Jozef Ternat

Cathelina
8 0

Brief aan Vlaanderen

Brief aan Vlaanderen   Door de corona crisis is er heel veel verandert, niet alleen de manier van leven maar ook ons gedrag. We zijn meer voor elkaar gaan zorgen en we dachten wat minder aan onszelf. Maar zal dit wel blijven duren? De periode voor corona Voor deze zware periode was iedereen erg gehaast. Alles moest sneller en beter, we moesten het beste presteren en hadden amper tijd voor iets anders. Onze agenda was steeds volgepropt met “belangrijke” afspraken. Voor familie en vrienden maakten we steeds minder tijd. Want we vonden het werk het allerbelangrijkste dat er bestond. Het leek maar niet te stoppen. De periode tijdens corona Opeens stond alles stil. We zaten allemaal thuis, sommigen met hun gezin, anderen helemaal alleen. Maar voor de mensen in de zorg, artsen, verplegers en verpleegsters, voedingswinkels, … stond het leven niet stil. Integendeel, voor hun ging het nog een versnelling hoger.  Ook zelf droegen we ons steentje bij: we bezochten diegenen die er helemaal alleen voorstonden, we deden de boodschappen voor onze buurman, we hingen witte doeken uit ons raam om de mensen in de frontlinie te steunen,… Vlaanderen was solidair, behulpzaam en minder egoïstisch. De periode na corona Door deze pauze in ons leven zijn veel mensen beginnen nadenken. Is mijn job wel zo belangrijk en is het iets wat ik graag doe? Maak ik wel genoeg tijd vrij voor familie en vrienden? Heb ik wel genoeg vrije tijd? Sommigen hebben hun leven wel degelijk aangepast. Ze maken meer tijd vrij voor wat ze leuk vinden en voor hun familie. Anderen keren gewoon terug naar de tijd voor corona en gaan weer zeer egoïstisch door het leven. Ze zijn ook de inzet van de mensen in de frontlinie vergeten. Mijn boodschap aan Vlaanderen is om toch nog even stil te staan bij wat we allemaal deden tijdens deze zware periode. En dan bedoel ik niet het aanleggen van je moestuin of het renoveren van je huis, maar het zorgen voor elkaar en de mensen die het het zwaarste hebben steunen.   Liesa Ruysseveldt

Liesa_R
4 0

Cijferpijn en letterleed

1-KGB-911 is geen diplomatieke nummerplaat want die beginnen met CD. Voor de rest lijkt het me beter om het gewoon toe te geven. Ik heb een nummerplaatobsessie. Ik verzamel ze. In mijn synapsen. Niet dat ik zo sterk ben als Solomon Sherashevsky. Trouwens, een groot verschil is dat Solomon fier was op zijn capaciteiten. Met plezier liet hij zich bestuderen door neuropsychologen. Ik niet. Mij kwelt het enkel en de smarten die bepaalde cijfers en letters veroorzaken, variëren. Het gaat van balorige weemoed, over pijn in de lever van mijn zelfbewustzijn, tot panische angst bij het zien van sommige nummerplaten. Ik kan enkel hopen dat ik bepaalde cijferlettercombinaties niet tegenkom, dat ze niet op me af komen rijden, geen gifkikkergroene Massey Ferguson van het type 35 en geen enkele Volvo 740. Dat zijn ze de meest te vrezen rijtuigen en het is dom van mij om daar zelf over te beginnen. Ik doe mezelf iets aan. Gelukkig is er Xanax, de godin van de kalmte, met haar rustgevende kruidenbollen, met haar bijen. Ik gun mezelf dan angeltjes met dronken tegengif. Ook ken ik trucjes om de kreupele buiten de deur te houden. Ik zal ze niet verklappen, want hij leest alles en als die sleeppoot zou rondrijden in een karretje, dan zou het geen Porsche 911 zijn, maar een Honda Civic, gebouwd in 'het jaar stilletjes'. Betty heeft er ook zo één. Een witte. Die van de kreupele moet echter knaloranje zijn, zodat ik hem goed kan zien aankomen. Het is best een automaat voor die oen met manke linker poot en verder staat 911 niet enkel voor stervelingen die maar uit wolkenkrabbers blijven vallen. Het staat ook voor negen november. Op die dag van het jaar 2002 zag ik de kreupele voor het eerst. De nozem zat eerst half verscholen achter een zerk op de Centrale Begraafplaats te Assebroek. Twee minuten later stond hij tegen een kruisbeeld te plassen. Neen. Een kruis dat danig naar urine ruikt, is erover, het zorgt voor reflux en misnoegen. Pas op dinsdag 8 december van het jaar 2009 zag ik hem weer. Hij stond aan een mariabeeldje te prutsen in de gang met prullarai. Hij kwam weer eens naast me staan, zei dat een mantel van tin loodzwaar moet zijn en hij wees naar buiten, naar de Lexus van Tanguy. 242-ESB las ik, terwijl BSE-242 de nummerplaat van mijn vader is en ik hoorde in de verte weer mijn favortiere hymnes van opstand, daarna al snel het gebonk van ontreddering. Front 242 dreunde weer door de ruïnes van weleer en dat is muziek die hij verfoeit, die verafschuwd wordt door die zieke os. Hij is een onwel rund dat blijft voortzoeken naar gewillige grietjes. Zelfs minder gedweeë freules moeten eraan geloven. Hij is net zoals Tanguy en een Lexus moet zich gewillig laten sturen. Rond half zes verlieten ze gezwind de parking van de kringwinkel, Tanguy aan het stuurwiel en Katja haalde zalf boven. Tanguy moet zijn hand al richting Katja's kruidentuin bewogen hebben, nog voor ze de poort gepasseerd waren. Dat terwijl onder haar zonnebril nog een blauw oog zat te lijden en ik had ze niet geteld, maar ik wist het. Er stonden om kwart voor zes nog 1153 boeken in de rekken. Slechts twaalf waren er verkocht die dag. Ook een singeltje van Will Tura met een telefoonnummer. Vals, verzonnen door een kleuter en onbestaand is dat nummer. De smeerlap! En dat terwijl dozijnen Vlaamse zeugen biggen van hem willen. Je zou de indruk krijgen dat de kreupele mij bijstaat in bange tijden, dat zijn commentaar relativerend werkt, maar niets is minder waar. Hij kraamt enkel vunzigheid uit en vertelde me die avond, toen ik op het bankje bij de azijnfabriek zat, dat hij aan Katja geroken had, dat ze geurde naar starre rozemarijn waarvan de twijgjes maar niet knakken willen en hij had haar slipje naar beneden getrokken, toen ze in een pashokje nog snel een bloemenkleedje uitprobeerde. Hij beweerde zelfs dat zijn neus het vruchtvlees bijna had aangeraakt. De jurk had Katja teruggehangen. Te breed. Te dun geworden was dat laagje hoop op beter leven en voor ze wegging, heeft ze me enkel gevraagd om Vaarwel Krokodil, of de Prijslijst van het Geluk opzij te leggen, mocht dat boekje ooit binnenkomen. Tanguy stond ver genoeg, een Snoecks terug te zetten. Ze sprak stil en zei dat ik haar dan kon bellen, op dat ene, korte nummer. Enkel het codewoord Azijnfabriek mocht ik dan zeggen en nog geen maand later wilde het geluk, lag dat krokodillenboekje in die bruine bak met opschrift 'te sorteren'. Al het leeg karton, de drie karren met tot vod gedeclasseerd textiel, alles heeft toen mateloos voor mij gebeden, dat ik haar mocht vinden en het was op een dag met zeven letters dat ik het boekje in haar handen leggen kon, ginds op het bankje van bevrijding en vergeten eenzaamheid. Nu, jaren verder, staat ze er nog altijd, de bank, en in de planken van de rugleuning zijn ze goed en diep gekrast. Letters. Tekens en symbolen. Cijfers van gedeelde breuken. Die weerbarstig leed geworden zijn.     uit de reeks 'Residu'

Bernd Vanderbilt
21 1