Lezen

over cat-calling

Elke keer dat ik naar de stad fiets (dat is meerdere keren per week), moet ik door een fietstunnel. Ik vind tunnels door de band genomen onaangenaam. Het enige nut dat ze mij bieden is om een telefoongesprek vroegtijdig af te breken: ‘oei, ik hoor je niet meer, ik rijd door een tunn-…’.   De reden waarom ik tunnels niet aangenaam vind, is omdat het naar mijn mening vrouwonvriendelijke plaatsen zijn.  Vorige week werd mijn stelling opnieuw bevestigd. Ik fiets naar de stad en ik moet in het midden van de tunnel twee jonge mannen passeren. Op het moment dat ik hen kruis, maken ze kus- en sisgeluiden. Ze ondersteunen hun verhaal ook met wat inspirerende onomatopeeën (muah, muah, smak, smak). Ik kijk strak voor me uit en negeer hen. Maar eigenlijk wil ik keihard roepen dat ze me met rust moeten laten. Onnodig te vermelden dat dit een eufemisme is.   Maar ik hou mijn mond, omdat ik al - voor ik hen kruis - weet hoeveel mensen er zich in mijn directe omgeving bevinden (geen enkele). Ik ken de situatie en ik ken het potentiële gevaar. Elke vrouw kent dit plaatje: wanneer je één of meerdere mannen moet passeren in wat aanvoelt als een onveilige context, scan je de omgeving. Je weet wie zich waar bevindt. En je schat in op wiens hulp je zou kunnen rekenen, mocht het nodig zijn. Voor de mannen is dit misschien moeilijker te begrijpen. Wel, bedenk dan dit: ‘zeg niets tegen een vrouw op straat wat jij niet wilt dat een man tegen jou zou zeggen in een gevangeniscel’. Ik hoorde deze uitspraak van Peter White en ik sluit me hierbij aan. ‘Ja, maar ik zou nooit op die manier tegen een vrouw praten’. Nee, natuurlijk niet, de meeste mannen niet. Maar bedenk dan hoe onveilig je je zou voelen als aangesproken gevangene. Het gaat over het erkennen en herkennen van een fundamenteel gevoel van onveiligheid. Catcalling, want zo heet dat, reduceert de vrouw tot een seksueel object en dwingt haar in een onderdanige positie. In een positie waarin hij macht heeft en zij inferieur is. Waarin zij zich machteloos en onveilig voelt.   Het gedrag van die beperkte groep mannen en het daaruit voortvloeiende onbehaaglijke gevoel van onveiligheid zet me op mijn paard. Misschien is dat wel een oplossing: mijn fiets inwisselen voor een paard. Zouden de heren dat nog zo’n felle bek hebben? En ik leer mijn paard om bij het horen van kus- of sisgeluiden zijn achterpoten op te zwaaien in de richting van het geluid. Cirque du Catcalling.   Ik dacht dat de openbare ruimte van iedereen was. Maar er zijn behoorlijk wat vrouwonvriendelijke openbare plaatsen. Denk tunnels, parken, openbare toiletten, ondergrondse parkings. Niet alleen ’s avonds of ‘s nachts, vaak kunnen deze plaatsen ook overdag beangstigend zijn.   Kan ik mijn dochters binnen een aantal jaren met een gerust hart alleen met hun fiets naar de stad laten gaan? Of moeten ze nu al leren paardrijden?   Dochter: wat is een onomatopee? Moeder: dat is hetzelfde als een klanknabootsing. Het is een woord dat het geluid dat het beschrijft nabootst. Dochter: en wat is een misogynist? Moeder: iemand die voornamelijk in onomatopeeën spreekt. 

Lore Dewulf
3 0

Ben ik een aap?

Onze jongste heeft vrienden op bezoek. Of het niet stoort, vraagt hij vooraf. Natuurlijk niet. Het gezelschap zet zich aan de tafel in de woonkamer. De gezelschapsspellen liggen klaar. "Ben ik een aap?" is de naam van het eerste spel. Je zet een haarband op je hoofd waardoor je op een tennisser uit de jaren '70 en '80 lijkt. Al waren dat naast haarbanden ook zweetbanden. Ze werden niet voor niets bekend door de 'Zweed' Björn Borg. In die band steek je een kaartje met de naam van een dier of voorwerp dat je moet raden. Zoals een aap of een schroevendraaier. Het is lachen. Luid lachen. Het is niet de eerste keer hij deze vrienden op bezoek heeft. Mijn vrouw twijfelt een seconde, maar ze trekt toch gewoontegetrouw haar pyjama aan om op de bank naar tv te kijken. Pyjamas, zeggen ze in het Engels, omdat het uit twee stukken bestaat. Net zoals ze tegen een broek trousers zeggen, want het zijn twee broekspijpen. Een bril bestaat uit twee glasses. Zal ik dat weetje op de speeltafel gooien? Nee, best niet. Ik zou voor aap staan. Het tweede spel is zo mogelijk nog luidruchtiger. Gelukkig heeft onze tv-serie ondertitels. Maar we vinden het niet erg. Plezier zien is plezier hebben. Jenga heet het spel. Het jengelt ook een eind weg. Zeker als de blokken op tafel kletteren door de ongelukkige die een steunbalkje uit de toren haalt. Het is de kunst om het niet te laten gebeuren. Ik schrik me telkens een aap. Weeral die aap. Ze zijn vanavond precies alomtegenwoordig. Misschien moet ik zo rond slaaptijd mijn beste Tarzan-imitatie uit de kast halen. Ik kijk naar mijn Jane, maar die is door het spelplezier heen in slaap gevallen. Ook een kunst.

Rudi Lavreysen
5 0

nachtvlinder

Klaarwakker kijk ik naar het plafond. Sinds het inluiden van mijn solitaire bestaan slaap ik met mijn gordijnen open, zodat een lantaarnpaal me troost kan bieden tijdens eenzame nachten zonder passie. Een warme gloed baadt mijn slaapkamer in een zachte oranje schijnsel en streelt teder mijn huid.  Het is een monotoon getik dat me uit mijn slaap houdt. Een mot katapulteert zichzelf repetitief tegen het raam, in de hoop te kunnen ontsnappen naar een andere wereld. Na een tijdje geeft hij het op en plakt zijn lijfje tegen het glas. Vanop zijn vleugels staren twee boze ogen me aan, ze zijn gitzwart en omtrokken met een penseeldun lijntje oranje. De rest van het gezicht gaat schuil achter een sober gestreept lijfje; als een masker van beige, grijs en wit. Ik bedenk dat we tegenwoordig allemaal motten zijn. Kwaad op moeder natuur droomt de mot van de kleuren van een echte vlinder, maar hij is slechts een grauwe afdruk van wat de werkelijkheid zou kunnen zijn. Hij verlangt naar zonnestralen om zijn vleugels te verwarmen, maar wordt gedwongen zich behoedzaam te manoeuvreren in een duistere schemerwereld. Bescheiden hervat de nachtvlinder zijn tot mislukken gedoemde ontsnappingspogingen. Tik tik tik tik. Zijn dansende vleugels hypnotiseren me in slaap. De nacht haalt me weg uit een wereld waar collectieve paranoia heerst, waar onderhuidse angst de overhand neemt op huidhonger, waar het laatste restje spontaniteit en zorgeloosheid als het sap van een citroen tot de laatste druppel uit de mens geperst wordt; en brengt me naar een wereld zonder rood-witte linten of tape op de vloer, en zonder mondloze wezens die me verkrampt aanstaren in de supermarkt. Een wereld waar de mens weer mens mag zijn. Dromend huppel ik op blote voeten door een bebloemd grasveld en vlecht een krans van madeliefjes in mijn haar. Er zijn anderen, en we dansen in lange witte gewaden rond een kampvuur, hand in hand, tot de nacht haar intrede doet en ons verblijdt met een blinkende sterrenhemel. Het vuur smeult zachtjes na en we zitten nog met twee te turen naar de tekeningen die de dampende slierten maken boven de gloeiende kolen. Zoals de rook speels draait in de wind vinden onze lippen elkaar en lossen we op in een wervelstorm van warmte. Plots proef ik de dood in mijn mond. Ik spuug een stukje glas uit, en nog één en nog één. Een oneindige bron van glas, waar geen einde aan lijkt te komen, probeert zich uit mij te stoten. Terwijl ik klam en bezweet wakker schiet, probeer ik, wanhopig speeksel aanmakend, de glassplinters uit mijn mond te pruttelen; maar buiten een rauw en schurend gevoel ter hoogte van mijn verhemelte blijkt de schade beperkt. Mijn ogen scannen de kamer: Het raam is leeg, de mot is weg. Zou hij ontsnapt zijn? Heeft hij een uitweg gevonden uit deze dystopische wereld? Of blijft hij gevangen in eenzaamheid? Heeft  hij zich neergelegd bij zijn lot om de rest van zijn leven te slijten in de quarantaine van mijn slaapkamer? Kiest hij voor onbevangenheid of voor eeuwige achterdocht?  Mijn sloffen schuiven zich rond mijn voeten en dragen me naar de badkamer. Terwijl ik mijn tanden poets, vraag ik me af wat mijn droom me wou vertellen. Zou hij me willen straffen omdat ik het waag om me ondoordacht over te geven aan mijn gevoelens, aan mijn drang naar verbondenheid? Ik besef dat zelfs in mijn diepste onderbewustzijn mijn hang naar intimiteit genadeloos de kop wordt ingedrukt en me als straf doet ontwaken met een droog en prikkend gevoel op mijn tong. Ik hoop dat ik het ooit kan loslaten, dat ik ooit weer mezelf durf geven, zonder teveel te piekeren of ik daarmee mijn doodvonnis teken. Mijmerend schrob ik mijn tanden verder en spuug het teveel aan schuim uit in de wasbak. Ik kijk naar beneden en mijn aandacht wordt getrokken door iets wat daar niet hoort te zijn.Tussen het wegebbende schuim wordt een grauwe snipper zichtbaar. En vanop die snipper kijkt het me roerloos aan: Een gitzwart oog, oranje omlijnd.   Marmerpiek - Mei 2020

marmerpiek
39 0

Hoe ik de ziel kocht van een vlogger

Hoe ik de ziel kocht van een vlogger Vorige week werkte ik in de nacht bij een drukkerij. Daar moest ik stickers snijden. Veel stickers voor veel geld. Geld gebruik ik niet, ik kwam voor de reality check. Zo kan het ook zijn, kan ik dat aan? Het antwoord: ja. En nu heb ik geld over. Dus ik kocht een website: verkoopjeziel.online. Het leek mij grappig. De deal was simpel: ‘schrijf je in, met je naam en adres en je ontvangt een tientje’. En een brief, maar dat bleef onvermeld.Om mijn dienst te promoten koos ik voor selectieve marketing. Dit aanbod is alleen voor dagelijkse vloggers, dat had iets met de rentree van een dader te maken. Ik koos een top 5, en spendeerde duizend euro aan gerichte Facebook en Insta advertenties. Ik kreeg één naam en een adres.  ☒ ‘ja, ik verkoop mijn ziel en ontvang een tientje’.  Ik kijk graag naar Kees van der Spek. Hij kreeg ooit te maken met een waarzegster. Je had twee keuzes: betaal veel, en ze voorspelt je gouden bergen, of, betaal niks, en je voelt je misselijk na haar verhaal. Kees zijn redactielid kwam somber terug na een gesprek met deze vrouw. De redactrice was voorbereid en ongelovig. Toch was de dag, om één uur in de middag, voor haar voldoende. “Wat een nare dingen zegt die vrouw.” Ik heb haar opgespoord, de waarzegster natuurlijk. Ik heb haar euro’s toegeschoven in ruil voor tekst. YouTube heading: “Ik verkocht mijn ziel” (reactievideo) – Kanaal: [op verzoek verwijderd] “Welkom bij mijn vlog, vandaag doe ik weinig. Ik had een plan met deze dag, maar het plan dat is verloren. Ik heb mijn ziel verkocht, daar heb ik spijt van. Het klinkt gek, dat weet ik. Het was via een rare site, ik kreeg er een tientje voor. Ik ben niet bijgelovig, dus ik dacht: gratis geld. Het tientje kreeg ik, snel, ik gebruikte het als korting voor deze nieuwe trui. Maar dagen later kreeg ik een brief. De enveloppe was netjes, met goud versierd en met zo een middeleeuwse stempel. Toen ik begon met lezen kantelde mijn maag. Er stonden nare dingen in, zoals dat mijn ingewanden ziek zijn, mijn geld zal verbranden en dat mijn opa in de hel zit en in mij teleurgesteld is. Het is heel gek, wat woorden met je doen. Peace out, tot morgen misschien.

Dromedaris
9 0