Lezen

Over "Help, mijn kind kijkt naar porno!"

Het Vier programma “Help, mijn kind kijkt porno” is weer zo’n programma over seks en liefde voor hetero’s (*), alsof homoporno niet zou bestaan of iets vies zou zijn. Seks tussen mensen van hetzelfde geslacht lijkt ook hier weer taboe. Dat taboe, die onzichtbaarheid, begint al op de speelplaats waar flirten, verleiden en een eerste kus gedeeld met iemand van het andere geslacht het normale parcours is, ongeacht je geaardheid, maar daarna stopt het vrijwel voor iedereen die homo is. Althans op diezelfde speelplaats. Zelfs alleen maar flirten met iemand van hetzelfde geslacht is er not done. Deze gevoelens van liefde maar ook van seks zijn totaal afwezig wanneer je jonge homo bent, terwijl de pornotheek voor hetero’s heel compleet en alom aanwezig is in vrijwel elke media. In porno zit lust. Lust om met iemand seks te hebben. Dat is niet anders voor jonge en oudere homo’s. Maar of het nu op televisie, in seksbijbels of in de geschreven media is, telkens weer wordt seks tussen mensen van hetzelfde geslacht vermeden, men gaat het medicaliseren, normaliseren of heteroseksualiseren, terwijl gayporn eigen is aan een hele homocultuur. In het programma zwijgt men in alle talen over homoporno en dat is bedroevend. Voor jonge holebi’s, die ook gevoelens en goesting hebben, zie ik geen enkel rolmodel of representatie van wie je bent of wat je voelt als het over seks gaat. In brave fictieseries die je op tv ziet zijn holebi’s omgevormd tot heteroseksuele homo’s. Promotiefilmpjes of interviews in magazines veranderen daar niets aan. Films als “La vie d’Adèle” en “120 battements par minute” zijn gelukkig een uitzondering maar hebben na hun promotie geen effect meer. Er moet dus meer homoseks komen. En homolust, échte lust. Geen overgeacteerde kus op stijf gesloten lippen. De geschiedenis van homoporno heeft een aparte weg afgelegd en heeft zo te zien nog een lange weg af te leggen. Voor jonge homo’s uit de jaren ’70 van vorige eeuw betekenden de laatste pagina’s van de 3 Suisses catalogus hun seksuele bevrijding. En ook de eerste mannen-Flair uit de jaren ’80, waar een niet onknappe blonde kerel in een schuimbad zat, kon tellen als erotiek voor mannen. Het summum waren “de boekskes” aan de krantenkiosken in iedere grootstad waar je een paar keer nonchalant voorbijliep om toch maar een glimp op te vangen van enkele mannen die seks met elkaar hadden, ook al was een zwarte balk getekend over hun lid. Ik was amper 12 jaar en het voelde als thuiskomen. Voor homo’s is het kijken naar homoporno een bevrijding en een eerste contact van goed gevoel, van dit ben ik. Een herkenning en een erkenning van jezelf als seksueel wezen. Homoporno heeft veel homo’s gerustgesteld in hun diepste zijn en een antwoord gegeven op hun verlangen naar seks. Homoporno bouwt mee aan de identiteit van iedere homoman, terwijl iedere heteroman zijn seksuele identiteit al vanaf de speelplaats ten volle kan vormen. Homoporno is subversiever dan heteroporno omdat de gepenetreerde persoon een man is. Homoporno draagt ook bij tot persoonlijke ontwikkeling van homo’s en stelt ook onze genderrollen in de maatschappij in vraag. Porno maakt deel uit van het leven van iedere homoman. Porno is ook politiek, toen nog niet zolang geleden, in volle aidscrisis, gezegd werd hoe homo’s wel en niet seks mochten hebben. Porno is politiek omdat extreemrechtse partijen het nog steeds hebben over de waarden van traditionele families. Lesbische porno sloopt dezelfde heteronormatieve muren in onze maatschappij. We smijten vandaag nog altijd kwistig met woorden als inclusief en diversiteit, toch maken we keer op keer dezelfde fout. We gieten het allemaal wel in mooie woorden maar we willen het liever niet zien. In die zin heeft “Help, mijn kind kijkt porno” gefaald en paait het allicht enkel de kijkcijfers. Jammer van de gemiste kans van de immer sympathieke Evi Hanssen. Een passage bij jonge én oudere homo’s over homoporno had allicht een andere kijk kunnen werpen op de belevenis van porno voor mensen van wie de maatschappij liever de seksualiteit niet ziet. Die seksualiteit bestaat, die lust, die geilheid. Het experimenteren, het ontdekken. Het zit er allemaal in. Ook die seksualiteit bepaalt de identiteit van een individu. Homo’s hebben dezelfde gevoelens en dezelfde goestingen maar het praten over, het vertonen van of het spreken over homoseks is voor veel mensen en media nog steeds een brug te ver. De regels van het beleven van eigen seksualiteit gelden niet voor iedereen. Zal ik er dan maar mee beginnen? (*) : bij het schrijven van dit artikel is nog maar één aflevering uitgezonden. Navraag bij Evi Hanssen of er ook over homoporno en homoseks wordt gesproken, heeft nog geen antwoord van haar kant geleverd.

Erwin Abbeloos
81 0

Zwaarteman

I   Hij had al twintig zakjes met zaad gevuld en was bezig met de voorlopig laatste. Hij keek naar zijn schoot waar een enkeling was ontsnapt. Hij pakte het zaadje voorzichtig op, bestudeerde het even en liet het vallen in de massa. Nog één kant dichtnaaien en dat was het dan. Hij wist dat zijn plan waanzinnig moet geleken hebben. En misschien was het dat ook. Misschien was hij dat wel, waanzinnig. Maar hij moest iets doen om meester te worden over dat onbehaaglijke gevoel. Het was niet dat hij dacht dat hij hier niet langer thuis hoorde, maar veeleer in zijn eigen lichaam. Het leek hem vreemd, onaangenaam en onherkenbaar. Iedere dag voelde alsof een ongekende kracht zijn lichaam net iets hoger oplichtte. Als een marionet die zonder touwen werd opgeheven: hoofd naar beneden, opgetrokken aan nek en schouders, armen en benen lichtjes geplooid, gewichtloos en wezenloos. Als verlamd, opgehangen in het ijle. Hij wist wel dat het niet echt zo was, maar het voelde wel zo. Hij had zich afgezonderd. In huis opgesloten en lang nagedacht over een oplossing. Zijn zwaartepak zou redding brengen. Dat moest het ook. Naaimachines en patronen waren hem niet vreemd, dus had hij het plan opgevat om het pak zelf te naaien. Het zou zijn lichaam terug voelbaar maken. Mentaal kreeg hij zijn lichaam niet meer aan de grond, dus dan moest het maar fysiek. Hij had urenlang kleine stoffen zakjes genaaid en gevuld met zaadjes en pitjes om ze uiteindelijk met de nodige zorg en precisie te bevestigen op een zelf ontworpen hemd en broek. Het was de enige manier om de wereld te trotseren. De zakjes met zaad gaven hem gewicht. Het hield zijn lichaam bijeen.   II   Op de muur verscheen een zacht silhouet dat ze niet meteen kon thuisbrengen. Het was al zo lang geleden dat de zon haar appartement was binnen gedrongen dat ze vergeten was hoe de koperen ballerina op haar dressoir zich elke lente ontpopte tot een sierlijke schaduwpartij. Ergens in het zuiden van Italië had ze het op een marktje zien staan tussen een houten juwelenkistje en een leren krukje bezet met metalen studs. Ze was op slag verliefd geworden op het kleinood. Hoe sierlijk het postuurtje ook was, het was geen evident stuk om in te pakken. De uitstekende armen en benen maakten het beeld broos. Ze had het ingepakt tussen enkele T-shirts en onderbroeken, hopend dat het niet zou worden verward voor een of ander wapen of de ideale drager voor smokkelwaar. Ondertussen fleurde de kleine danseres al een drietal jaar haar living op en in de lente ook haar muur. Hoewel ze genoot van de eerste lentezon, wist ze niet goed wat doen. Een wandeling in het park misschien of was het nu het moment om terug te beginnen lopen en wat spieren in dat slappe lijf te krijgen? De kans was groot dat ze lethargisch op de zetel eindigde, zappend van het ene scherm naar het andere. Zo was het meestal op zaterdag, tenzij iemand haar uit haar routine wist te halen. Ze ging voor het gemak al even zitten, voelen of de zetel ook vandaag haar luiheid zou aanvaarden. Het was niet alleen de gezelligste plek in huis, maar degene met het beste uitzicht, een blik op de bomenrij en het parkje dat nog net in de linkerhoek van het raam zichtbaar was. Als ze goed keek, kon ze ook bij de buren binnenkijken. Ze had al de vrouw aan de overkant bespied, die elke week haar gordijnen stofzuigde (God weet waarom). Of het jongetje schuin tegenover haar dat het huis rond kroop met een glazen potje waar hij allerlei dingen in verzamelde. Ze vermoedde dat het om insecten ging, maar dat waren speculaties. En dan had je nog de eenzame man op het gelijkvloers die naast de notaris woonde. Och ja, eenzaam, dat wist ze niet, ze had nooit met hem gesproken, maar ze vermoedde dat hij niet de gelukkigste man op aarde was, aangezien ze er nog nooit bezoek had gezien. Hij trok het vaakst haar aandacht. Zeker de laatste dagen. Hij was met iets vreemd bezig. Ze zag het vanuit haar raam. Ze wist wel dat ze haar buren niet mocht bespieden, maar hij was te fascinerend. Ze begreep niet goed wat hij aan het doen was, maar het bleef haar intrigeren. Ze zag hem bezig met kleine rechthoekige zakjes die hij onder een naaimachine doorhaalde om ze nadien traag en zorgvuldig te vullen met kleine bolletjes. Geen flauw idee wat hij er mee van plan was, maar zelfs van veraf leek het een weloverwogen plan. Hij was haar vroeger nooit opgevallen, maar nu kon ze haar ogen niet van hem af houden. Hij keek opzij, haar richting uit. Ze wist niet zeker of hij het door had, maar voelde zich betrapt en vluchtte de keuken in. Genoeg de voyeur uitgehangen.   III   Een irritant, licht hysterisch geschater haalde hem uit zijn concentratie. Hij keek naar buiten en zag enkele voetgangers vluchten voor de regen onder het portaal van de notaris die naast hem woonde. Hij hoorde de stemmen lustig keuvelen over dat verdomde weer, terwijl de auto's de moedige fietsers voorzagen van een grote gulp water. Hij had eerlijk gezegd nooit begrepen hoe mensen van het weer een conversatie konden maken. Het leek hem zo zinloos. Tegelijkertijd maakte het hem jaloers. Praten over niets, denken aan niets, je nergens zorgen over maken. Het water kletste ritmisch verder tegen zijn ruiten. Ook de stemmen ratelden verder, maar het leek allemaal zo ver. Het bracht hem terug naar zijn kindertijd, toen hij zachtjes in de zetel voor tv in slaap viel, terwijl de stemmen van zijn ouders geleidelijk aan niet meer verstaanbaar werden en vervormden tot wollig gesus. Deze verdoezeling van klanken had lange tijd vertrouwd aangevoeld. Eraan terugdenken had hem altijd rust gebracht en een gevoel van gelukzaligheid. Nu was de stemvervorming eerder verontrustend. Hij lag niet in de zetel, sliep niet, was ook niet op weg naar de slaap en toch kreeg hij geen vat op wat hij hoorde. Hij ging rechtop staan en legde zijn oor tegen de muur in de hoop dat alles zou opklaren, de tonen zouden verscherpen en verstaanbaar worden, maar het leverde niets op. Hij voelde zijn adem versnellen. Een lichte paniek maakte zich van hem meester. Hij kreeg zijn ademhaling niet onder controle. Zijn hoofd tolde, zijn handen en voeten tintelden. Zijn ogen ontwaarden de eerste vlekken. Meer vlekken. Zwart. Niets meer.   IV   Ze had het moeilijk om de overbuur uit haar hoofd te zetten. Telkens ze wou gluren naar de overzijde, dook haar geweten op om haar tegen te houden. Het hield echter geen stand. Haar nieuwsgierigheid vertroebelde haar etiquette. Haar ogen gleden voorzichtig naar links, alsof iemand haar nauwlettend in de gaten hield. Het beeld dat ze zag, drong niet meteen tot haar door. De voeten lagen verwrongen aan de tafelpoot. Ze ging dichterbij het raam en bukte om alles beter te zien, maar zag alleen de benen vanonder de tafel uitkomen. Wat er ook was gebeurd, goed was het niet. Ze liep naar de deur, griste haar sleutels mee en rende de trap af. Toen ze het gebouw binnenstapte, was ze even niet zeker of het links of rechts was. Zelfs haar twijfelachtig oriëntatie vermogen zou dit moeten weten. Links dus. Ze bonkte op de deur, maar kreeg geen gehoor. Ze belde bij de buur aan, ook geen succes. Moest ze een ambulance bellen? De politie?   V   Toen hij wakker werd, lag hij op zijn bed gekleed in zijn zwaartepak, getergd door een priemende pijn die een lijn leek te trekken van zijn achterhoofd naar zijn kin. Het was een vreemd neveneffect van zijn dissociërende geest. Ergens tussen bewusteloosheid en bewustzijn had hij zijn nieuw ontwikkelde pak aangetrokken. Of had iemand hem daarbij geholpen? Het was de derde black-out deze week en wijzer werd hij er niet van. Voorzichtig ging hij op de rand van zijn bed zitten en wreef verveeld over zijn voorhoofd. Hij wist dat er er iets moest veranderen. De hoofdpijn, de verwardheid, het geheugenverlies. Het was niet alleen lastig, maar ook verontrustend. Terwijl hij zat, zag hij plots een briefje van zijn schoot vallen. Hij las het. “Ik zag je liggen, je slot is kapot. Sorry.” Helemaal wakker voelde hij zich niet, maar hij liep de keuken in om een glas water te halen. Hij keek uit het raam naar boven op zoek naar zijn buurvrouw. Ze was zoals gehoopt ook naar hem op zoek. Voor hij het goed en wel besefte, nodigde hij haar met een simpele handbeweging uit om naar hem toe te komen.      VI   Zijn stem klonk helder en luid. Het voelde alsof hij voor de eerste keer sinds jaren een woord uitte. Of zelfs voor de eerste keer ooit sprak. Hij had zin om zijn tong over alle letters van het alfabet te laten rollen, maar om haar niet helemaal van de wijs te brengen, vroeg hij simpelweg waarom ze naar hem staarde. Haar wenkbrauwen fronsten. Ze was nog jong, maar het vele piekeren en overpeinzen hadden al twee duidelijke lijnen op haar voorhoofd getekend. Ze was nieuwsgierig, zei ze. Ongerust was juister, dat zag hij. Maar hij knikte bevestigend. “Vanwaar die zakjes?” Vroeg ze. “En hoe kom je aan dat zaad? En die naaimachine? Doe je dat al lang?”. “Te veel vragen”, zei hij. Weer die frons. “Hoe kom je aan dat zaad?” “Dat kan je toch overal kopen”, ze hij. “Ja, maar jij bent bang van mensen. Jij gaat dat niet gewoon kopen.” “Jij bent hier toch?” “Ja, maar ik verkoop geen zaad. En ik ben je eerste bezoek in maanden.” Zijn uitleg over een gepubliceerd zoekertje voor vogelzaad vond ze absurd. “Wie doet dat nu?” Hij keek haar geïrriteerd aan. “Thee?”, vroeg hij. Het was de enige suggestie die in hem op kwam en gepast leek. “Leuk”, zei ze. Hij greep naar de kast waar drie glazen theepotten bestoft stonden te wachten op een bezoeker en haalde uit een lade een rond theebuiltje te voorschijn. Hij vulde het builtje zoals ze vroeger haar grootvader zijn pijp had zien stoppen. Met geduld en een beheerst verlangen plukte hij telkens opnieuw de tabak uit de houten pot, waar ook enkele gedroogde sinaasappelschillen in verborgen lagen, en drukte ze laagje per laagje in de pijpenkop. De geur kwam haar bij de gedachte tegemoet. Net zoals koffie ruikt tabak veel beter wanneer hij zijn nut nog niet heeft voldaan. De laatste strengels thee vielen elegant de theepot in. “Heb je mij op bed gelegd?” ‘’Je vroeg om je pak en ik wist niet goed wat doen, dus heb je er maar in geholpen. Je viel als een blok neer op je bed. Ik staarde om te zien of je ok was. Ik wist niet goed of ik een dokter moest sturen. Ik sta al een uur te nagelbijten.” “Dat kunnen we niet hebben”, zei hij terwijl hij haar een kopje aanbood. Ze dronk, maar wist niet goed wat zeggen. Ze was vooral blij dat ze niemand ongewild had laten sterven. Ze keken elkaar tevreden aan. Er hing geen spanning in de lucht, enkel opluchting. Ze gaf hem opnieuw een briefje. “Iemand om je te helpen”, zei ze. Hij volgde de krullen van de cijfers met zijn wijsvinger en staarde ongemakkelijk voor zich uit. Zijn linker mondhoek krulde omhoog. “Misschien.” Hij kneep in haar hand, maar was te moe om te spreken. Zijn bed riep. Hij ontdeed zich van zijn pak en ging languit neerliggen. Ze nam een laatste slok thee, keek hem nog even aan en trok de deur achter zich dicht.          

Eline Van de Voorde
75 0

Ik ben niet te doen sinds zaterdagnoen

Liedtekst : Ik ben een ajuin… van ons stad Ik ben heel vies… ik ga nooit in bad Ben op weer de dool… eindig in een riool Mijn vrouw heeft ’t gehad… ik ben weeral zat Zit mijn hoofd weer vol… ga ik uit de bol Draag al haar kleren… het kan verkeren Heb ik weer leut… drink mij een teut Een hete stoot… dan ga ik in ’t rood Elk jaar weer prijs… met Jan Theys Ik zal er zijn… voor het groot festijn Ik drink dan gin, bier… en veel wijn Heb dan leut… tot de laatste sleut Ben ik nog wakker… dan voel ik mij dapper Jajaja… Ik ben niet te doen, sinds zaterdagnoen Ik ben een Aalst kapoen Ik ben niet te doen, sinds zaterdagnoen Ik ben een Aalst kapoen En ben ik weer zat, dat heeft zij ’t gehad Dan is de muis weer eens niet thuis Dan ben ik de kat in een diepe zak Dan nog liever bier en weer in de bak Neeneenee… Ik ben niet te doen, sinds zaterdagnoen Ik ben een Aalst kapoen Ik ben niet te doen, sinds zaterdagnoen Ik ben een Aalst kapoen En ben ik weer zat, dat heeft zij ’t gehad Dan is de muis weer eens niet thuis Dan ben ik de kat in een diepe zak Dan nog liever bier en weer in de bak Héhéhé… Ik ben niet te doen, sinds zaterdagnoen Ik ben een Aalst kapoen Ik ben niet te doen, sinds zaterdagnoen Ik ben een Aalst kapoen En ben ik weer zat, dat heeft zij ’t gehad Dan is de muis weer eens niet thuis Dan ben ik de kat in een diepe zak Dan nog liever bier en weer in de bak   https://autismestorm.home.blog

Autisme Storm
7 0

Sunparks (2)

Lees hier deel 1 van de Sunparks Saga. Na een deugddoende nacht van 3 uur ononderbroken slaap op een matras die enkel Sunparks-brochuremakers en Auschwitz-gevangen als luxueus durven omschrijven, zijn we vertrekkensklaar. Blarenpleisters? Check. Kompas? Check. Drie liter water per persoon? Check check check! Wij dus op trektocht naar het winkeltje voor ontbijt. Ik klok af op één uur drieënveertig. Maar twee keer verkeerd gelopen. ‘Dat ging verrassend vlot,’ zeg ik, terwijl we het naar chloor ruikende supermarktje binnenstappen. ‘Goh, vlot… Beeld ik het mij in of werden we niet net achternagezeten door een inheemse stam die onze kleren wilde stelen?’ Ik lach naar mijn schoonbroer en stel hem gerust. ‘Ik denk dat het een familie uit Tienen was.’ Het winkeltje lijkt maar één doel te hebben: alle kinderen in het park zo snel mogelijk veranderen in opgefokte monsters, die zo’n zware suikertrip beleven dat je ze rond bedtijd met hun klauwen uit het plafond moet trekken. Chocolade, chips en frisdrank strekken zich uit zover het oog reikt. Water lijkt voorbehouden te zijn voor het zwembad. Mijn vrouw speelt ondertussen Waar is Wally?, waarbij Wally in dit geval een product is met minder dan 400 kilocalorieën. Uiteindelijk geeft ze het op en nemen we ons allemaal een koffiekoek van 7 euro en het enige brood dat we vinden, suikerbrood. De Sunparksstam passeert ons op weg naar de kassa met twee kratten Jupiler en een opengetrokken halve liter in de hand. ‘Overduidelijk Tienen,’ zeg ik tegen m’n schoonbroer. Na het ontbijt, dat de geschiedenis zal ingaan als ‘en exact op dat moment hebben we met de hele familie diabetes gekregen,’ hoor ik m’n vrouw enthousiast zeggen: ‘Wij zijn klaar voor het dolste wateravontuur van ons leven met niet één, niet twee, maar drie adembenemend snelle aquaslides!’ Ik bekijk haar achterdochtig, tot ik merk dat ze een quote voorleest uit de folder op het salontafeltje. Ondertussen komt m’n schoonvader binnen met opgetrokken hemd. ‘Valt goed mee qua litteken, hè? Ze hebben zelfs gezegd dat ik al direct mee mag gaan zwemmen.’ We bedanken hem met het hele gezelschap voor z’n vrijgevigheid: ‘En of we gaan genieten nu we met vier toestellen op de wifi kunnen!’‘Ach, ’t is maar een nier, hè,’ wuift hij het voorval weg. Ik sta in het kleedhokje van het zwembad bewegingen te maken die lijken op een combinatie van de regendans en een epilepsie-aanval. Ik probeer om m’n zwemshort aan te trekken en tegelijk zo’n klein mogelijk oppervlak van m’n voeten in het wrattenparadijs onder me te zetten. Uit het kleedhokje naast mij hoor ik een vrouw met scherpe stem om de vijf seconden op Davy roepen. Na een minuut heb ik door dat Davy al de hele tijd mee in het hokje stond, wat meteen het doffe, ritmische gebonk op de wand tussen ons in verklaart. Wanneer ik Davy en vrouw iets later met peuter uit het hok zie komen, beslis ik voor mezelf dat dit zo’n moment is waarop ik me wat minder vragen moet stellen. ‘De vloer is lava, de vloer is lava…’ Ik loop op m’n tippen naar het toilet om nog snel te plassen, spoel mezelf af onder de douche en voel gek genoeg het kind in me naar boven komen. Ik merk zelfs bijna niet op dat het voetbad eruitziet alsof iemand een bouillon heeft getrokken uit de afvoerputjes van het park. ’Eindelijk nog eens zorgeloos plezier maken,’ zeg ik tegen m’n schoonbroer. We klimmen behendig rond het voetbad, duwen de plastic linten opzij en stappen naar de beloofde, meest onvergetelijke zwem-experience van ons leven. Wanneer ik het tafereel voor ons zie, hoor ik zelfs boven het rumoer van 300 huilende kinderen het laatste stukje optimisme in m’n lichaam kapotbreken. Het water in de baden heeft een geelbruine schijn, twee van de drie glijbanen staan droog en zelfs de fake planten zijn verwelkt. Lees hier deel 3 van de Sunparks Saga.

Hans Verhaegen
43 4

Over moeten

Ik (moet) loslaten. Deze nacht lag ik wakker. Misschien beter: vele nachten lag ik al wakker. Waarom is “rusten” toch zo moeilijk voor me? De moeheid is er, net zoals de onrust. Het blijft: knagend, zeurend manifesteert het zich. Behalve als ik schrijf. Maar soms moet je alles kunnen uitzetten. Herbronnen. De tijd stilzetten. Hoe doe je dat?  Ik (moet) rusten. Moet?Toen begreep ik het. Ik moet juist niets. Ik heb een teveel aan moeten en dat maakt me nog meer onrustig. Ik moet te veel van mezelf en denk daarbij ook nog eens dat mensen denken dat ik iets moet. Zelfs rusten moet? Ik besef plots dat het moeten iets is dat ik moeilijk kan loslaten. Omdat het een gecontroleerd, gepland en strevend naar perfectionisme soort moeten is. Je moet rusten, je moet werken en daarbij het beste van jezelf geven, je moet een goed huwelijk hebben, beter dan dat van je ouders, je moet je kinderen goed opvoeden, zij moeten daarbij aan sport doen, voldoende bewegen, goede resultaten halen, hun talenten ontwikkelen, net als jij, jij moet het goede voorbeeld geven. En haar rol daarin? Zij moet je beminnen, vastpakken als het nodig is, lekker koken, goed advies kunnen geven met diepe gesprekken: vrouw, moeder en filosoof zijn. En mijn rol daarin? Jij moet een echte vent zijn, genoeg verdienen, een betaalbare elektrische auto kunnen kopen, sterk zijn, goed presteren, luisteren en incasseren als een held en goed kunnen kokkerellen: man, vader en superheld zijn. Met alle genderclichés erbij, want wat ben je nog zonder die clichés? Een stuurloos schip op de rand van de afgrond? Tenzij er ergens een nieuwe koers bestaat? Welke koers moet? En zo raast het maar in mijn hoofd. Maar ergens moet het en wordt het ook van je verwacht. Denk je. En daarnaast moet je nog genoeg tijd hebben voor je hobby’s en je passies, als je die hebt, zo niet moet je die hebben.Tenslotte moet je ook letten op wat je allemaal eet en zegt en hoe je het zegt en leuke uitdagende vakanties boeken, zonder het vliegtuig te nemen, de beste foto’s maken en teksten erbij posten die iedereen inspireren en bovenal moet je de wereld redden van zijn nu al bijna zekere ondergang. Ja er is veel moeten dat moet gebeuren. Is er een overdosis aan moeten? In mijn hoofd alvast wel. En al zeker als dat nog eens komt vanuit een streven naar perfectie en controle. Hoe zou dat komen? Ik behaag, dus ik ben. Vanuit een groot verlangen naar behagen en behaagd willen worden, moet veel en lijkt het alsof je erbij hoort. Moet dit dan ook nog eens perfect zijn, met de juiste balans tussen paaien en schoppen? Niemand is perfect en je kan niet alles en iedereen veranderen. En al zeker niet door je op te jagen zoals zo goed lukt op afstand: in de wagen, op sociale media, vanuit je eigen cocon. Ian Fleming beschreef zijn James Bond Girls als imperfect. Er was altijd wel iets dat eraan scheelde, want perfect –dat wist hij ook- bestaat niet.  Je bent mens en je ademt en je leert en je maakt mee en je laat los. Ja vooral dat laatste, omdat je anders te veel jezelf én de ander vastzet: “you will make a fool out of yourself”. Gonst het ergens in mijn achterhoofd. Goed daar zijn we al uit, maar hoe laat je dat dan los? Dansen helpt en doen wat je echt graag doet. En misschien via een zelfgeschreven mantra. Carnavalsmantralaat losdat streven naardat moeten doendat perfect willen zijndat streven naar meer en zelfs minderlaat losdat je moet veranderendat jij of zij andersmoeten zijnlaat los dat je kan laten zienwie je bent en waaromlaat los en leef zonderde uitmuntende controledat er willen zijn van je vraagtzonder meer zonder moetengewoon omdat het islaat losdat masker van het moeten Bedenking bij de bedenking. Er is natuurlijk een verschil met iets moeten en iets willen, waar je zelf voor kiest.Een willen vanuit een echt zijn, niet vanuit een scheefgegroeid ego. Ik adviseer om eens neer te schrijven wat jij zelf wilt (niet die ander). Zo wil ik(vanuit het graag doen)goede leesbare teksten kunnen schrijvendie iets vertellen (want dat vertellen zit er nu eenmaal in)en wil ik (naar best vermogen) een goede vader zijneen echtgenoot die luistert (ook al zit m’n hoofd soms overvol)en kunnen bijdragen aan een leefbare wereld (tja, me ook maatschappelijk nuttig voelen)en dit laten samenkomen in mijn dagelijks leven. Ik mag dit met vallen en opstaan (want dat alleen al is een uitdaging en groeiproces). Meer niet, dit is al meer dan genoeg. Je mag. Ik mag alleen de lat mentaal niet te hoog leggen en te veel verwachten. Zelf ondernemen, niet opjagen en op tijd opladen. Laten we daarbij “moeten” vervangen door “mogen”. Want dan heb je nog een keuze. En die keuze wordt dan uiteindelijk een “ik wil” en nog steeds heb je daarin een keuze. Je mag rusten, een goed huwelijk en goede vriendschappen hebben, geld correct verdienen, kinderen coachen als verantwoorde individuen, je mag het allemaal, proberen, je mag… leven. Omdat je er zelf voor kiest, op jouw tempo. F*ck de rest! Meer zin of onzin wil ik niet en wil ik er niet meer achter zoeken. Alles mag. Niets moet. Toch?   Bij deze post ik ook eens een blogje uit mijn blog: https://bartsidiosyncrasies.blogspot.com/

Bart Vermeer
44 0