Lezen

Wat je doet voor vriendschap (en wanneer je moet stoppen)

Als er iemand was die mij zo kon doen schrikken was het wel mijn beste vriend Clay. Ik ben echter nog nooit zo hard van hem geschrokken als nu. Zijn botten zijn hier en daar zichtbaar en als ik zou willen zou ik zijn lieve hart er zo uit kunnen nemen. Dat doe ik natuurlijk niet. Een van zijn armen is gebroken en ergens mis ik een van zijn zachte vingers. Een van zijn benen eindigt bij zijn knie en hij ligt in een plas bloed, waarschijnlijk zijn eigen bloed. Hij mist een heel deel van zijn haar en zijn overgebleven voet is vermorzeld. Wie of wat zou er iemand nu zo iets kunnen aandoen? Mijn beste vriend Clay dan nog wel. Ik zal het te weten komen, of ik sterf in mijn poging om diegene te vermoorden. Dit is nu een week geleden en ik ben geen stap verder gekomen met mijn onderzoek. Ik weet alleen dat het geen maffia was, want daar was Clay niet mee gemoeid. Dan heb ik nog een kleine aanwijzing, en dat is dat er geen aanwijzingen zijn en dat is zo zelden voorkomend dat het wel iets magisch moet zijn. Clay was een van de mensen die ze kon zien. Hij zal wel zo stom zijn geweest om een overeenkomst met ze te sluiten zonder het te merken. Jammer genoeg vergeet Clay altijd alles, dus is hij die afspraak waarschijnlijk ook vergeten. Ik ben ook een ziener, aangezien zieners altijd ergens in een steegje in een plasje bloed eindigen was ik, noch de rest van de wereld verbaast over Clay's dood. Maar als een ziener kon ik ook als een van de enige de echte dader vinden. Dus aangezien het niemand van de normale wereld was, zat er voor mij niets anders op dan af te dalen naar het land van de magische. Tenminste als het inderdaad ergens onder de onze ligt.

Zoë
20 0

Wolf Food Market in Brussel

Afgelopen zondag ben ik eens gaan kijken. Er was duidelijk een probleem met de verluchting en het ventilatiesysteem. Er hing een nevelachtige witte wolk van alle dampen die de keukens produceren. Na 5 minuten wandelen draag je de geur van bakken en vooral aangebraden keuken in je kleren. Overbevolkt was het daar maar dat is allicht te wijten aan de opening, het effect van het nieuwe, de Kerstmarkt en zondag is toeristjesdag in DisneyBrussel. Ik mis hier zoals dikwijls in onze stad de keuze van lokaal kooktalent, maar misschien heb ik niet goed gekeken. Nu ja, dat heb je in de oude kazernes in Elsene, maar toch… De grote houten tafels zijn een echte afknapper. Van slechte kwaliteit en ik vrees in een half jaar aftands meubilair te vinden waartegen een kringloopwinkel ook neen bedankt voor de moeite zou zeggen. Er stonden zelfs mensen op de tafels, ja hoor, mensen doen dat, om sfeer foto’s te nemen. En de security wandelt gewoon voorbij. Nu ja, sfeer is relatief… Het was er ongezellig druk druk druk als een zaterdagnamiddag in de City 2 van de jaren ’80 van vorige eeuw. En dat is tegen elkaar aanlopen, zuchten, boze blikken werpen en bedenken van er zo snel mogelijk weer weg te zijn. Wat zou beter kunnen? Uiteraard het ventilatiesysteem. Wie wil nu naar gebakken vlees ruiken? Ik heb tal van Food Markets bezocht en dé Food Market bij uitstek zijn de Markets die je in Stockholm vindt. België kijkt veel naar Scandinavië, misschien kan hier ook eens naar gekeken worden. Daar hebben alle keukens hun eigen territorium, hun eigen tafels. Met de gemeenschappelijke tafels die je bij Wolf vindt, is het niet altijd leuk om naast luidruchtige ordinaire mensen te zitten. Vaak ook mensen zonder enige stijl of die geen enkele ‘ik-ben-in-een-restaurant-en-ik-gedraag-me’-houding hebben bij een maaltijd ‘op restaurant’. En dan die kinderen als loslopend krijsend wild zeg…! Het wordt al snel gereduceerd tot, alweer, een tweede City 2. Dat groepsgevoel van samen eten met mensen die je van toeten noch blazen kent en die, gsm in de hand, denken dat ze daar alleen zitten, hmm, dat had ik niet voor ogen voor een prestigieuze Food Market. De setting (de oude ASLK-bank) is leuk, jammer dat de stijlloze 21ste eeuw net hier juist zijn intrede doet. Alles kan beter, misschien moet over alles nog eens nagedacht worden dus wens ik het concept alleen maar veel succes toe. Maar ik betwijfel het. En oh ja, voor ik het vergeet, ruim die tafels eens af! https://wolf.brussels/nl/

Erwin Abbeloos
43 0

Maar Michel toch

Mijn krant ging onmiddellijk naar beneden. Had hij dat echt gezegd? Ik keek met grote ogen naar het tv-toestel. Van het schrikken. Zoiets zeg je toch niet? Ik heb zelfs luid “Maar Michel toch” geroepen. “Naar wie zit je te roepen?”, vroeg mijn vrouw. Maar wacht, laat me eerst de plaats van het gebeuren meegeven. Er was een veldrit op de tv. Die dag eentje voor vrouwen. Een passieve activiteit die ik combineer met het actief lezen van de krant of een boek. Kwestie van me niet schuldig te voelen voor het complete nietsdoen terwijl de wielrenners zich het zweet uit het fietspak koersen. De Michel naar wie ik riep, is de vaste wielercommentator bij het veld- en wegwielrennen. Hij had het wel degelijk gezegd. In exact deze bewoording: "Maar kijk eens naar dat gat nu weer." Zelfs de co-commentator reageerde niet. Er was echter geen wielrenster te bespeuren. Ook niet in achteraanzicht, wat je zou verwachten bij een dergelijke uitspraak. Alleen een beeld uit de lucht van een modderige vlakte. De ‘weer’ in zijn uitspraak duidde erop dat hij nog een achterwerk gezien had. Net op het moment dat ik de terugspoelknop meende te gebruiken, zag ik het ‘gat’. Alsof iemand het licht aanknipte in het donker. Het 'gat' waarvan sprake was het gat of de ruimte tussen een aantal wielrensters. Hij kan toch ook vragen om naar de voorsprong te kijken? Afijn, dat krijg je natuurlijk als je ogen op de krant en niet naar de tv gericht zijn. “De krant lezen en tegelijk tv kijken gaat duidelijk niet”, zei ik. Ik zweeg over mijn misinterpretatie van het gat van Michel. Al had mijn echtgenote, die weet hoe ze als vrouw twee zaken tegelijk kan doen, meteen een oplossing. “Maak dan een gat in uw krant”, zei ze.  

Rudi Lavreysen
69 0

De kracht van een belediging

In de heisa rond de vertoning van plastisch chirurg Jeff Hoeyberghs, kunnen we eens nadenken over wat een belediging is, wie het viseert en wat het doet. Een belediging is niet louter een onschuldig woord om iets of iemand te beschrijven. Een belediging geeft niet alleen een informatie over wie of wat ik – of een groep – ben. De persoon die de belediging zendt, laat me weten dat ik in zijn/haar macht ben. De macht om mij of mijn gemeenschap te kwetsen en in mijn ziel schaamte te kerven. In die zin werpt een belediging verontwaardiging op omdat wat zij zegt of teweeg brengt, wordt door de maatschappij afgekeurd; een persoon of een groep mensen ziet zo zijn/haar imago bevuild. Ook bij mensen die niet tot de beledigde groep behoren, steekt verontwaardiging en afkeer de kop op. Een belediging heeft een performatieve kracht. De Engelse filosoof J.L. Austin onderstreept in  How to do things with words het belang van de gevolgen wanneer iets gezegd wordt (een angst voor iets, voor iemand om voor een bepaalde groep mensen maar ook gevoelens of uitspraken zoals ‘Ik waarschuw voor‘ kunnen teweeg brengen). De belediging is een taalhandeling waarmee een plaats in de wereld wordt gegeven aan wie de belediging geadresseerd is. Deze aangeduide plaats (de plaats van de vrouw) determineert hoe iemand op de wereld kijkt. Hier zegt Jeff Hoeyberghs : “Ik herleid je tot…”, “Je bent…”, “Jij hoort daar”. Een belediging heeft als functie effect te creëren, dit effect te laten duren en een duidelijke scheidingslijn te tonen tussen wat ‘normaal’ is en wie gestigmatiseerd moet worden. De belediging refereert naar een (mannelijke) hiërarchie in de wereld die als evident beschouwd en gedragen wordt door de persoon – of groep van personen -, en is gebaseerd op een eenzijdige perceptie van de wereld : man/vrouw, mannelijk/vrouwelijk. Bij uitbreiding gaat het hier ook over het overheersen van (mannelijke) heteroseksualiteit (het mannelijke) en het denigreren van homoseksualiteit (het vrouwelijke). Een belediging is niet verstoken van een seksuele betekenis omdat juist in hun wereld het deze hiërarchie is die de sociale inferioriteit van de vrouw en het stigmatiseren van homoseksuelen (het gepercipieerde vrouwelijke) rechtvaardigt. Wat ook de bedoeling is van degene die de belediging onderschrijft, een belediging wijst op deze seksuele hiërarchie van de alfa man (DS https://www.standaard.be/cnt/dmf20191213_04766569). Een belediging herinnert ons ook aan ons lichaam, hoe dat lichaam zich moet verhouden tot de wereld van degene die beledigt, wat aanvaardbaar is en niet mag afwijken in de alfa heteroperceptie van het bierdrinkende dikkertje tot het afgeborstelde gespierde. De door de belediging geviseerde groepen worden altijd door de dominante groep voorgesteld als bedreigend, immoreel of behorend tot een onduidelijke maar te behandelen geestesziekte. Zo krijgt in de wereld van degene die beledigt de beledigde partij nooit voldoende krediet of autonomie omdat de beledigde partij altijd beoordeeld zal mogen worden. Daarom is de strijd van vrouwenbewegingen ook de strijd van de LGBTQ-gemeenschap en moeten LGBTQ-verenigingen ook hier openlijk afstand nemen. Jeff Hoeybergs is een karikatuur geworden van zichzelf en zijn beweging. De filmpjes die nog circuleren over zijn performance zijn om te lachen als je ernaar kijkt als een stand up comedy. Wat het niet is, daar ben ik duidelijk in. De man bewandelt het veilige territorium van de karikatuur en doet beroep op de vrije meningsuiting. Een karikatuur drukt de inferioriteit uit om, bijvoorbeeld een vrouw te zijn in de maatschappij. Toch is het not done om een vrouw of een groep vrouwen (of de LGBTQ-gemeenschap) te beledigen maar laat de karikatuur juist toe om hele groepen sociaal, cultureel, politiek en juridisch geweld aan te doen. De karikatuur die de chirurg ophangt laat hem en zijn kliekje toe om met veel humor ‘de waarheid’ te verkondigen. Dat is uiteraard een slimme zet dat politiek veel gebruikt wordt door populisten. Wanneer een hele bevolking niet meer kritisch kan denken of respons kan geven, krijg je echter een ontwrichte en gepolariseerde maatschappij. Het is een goede zaak dat er klachten worden ingediend, al zullen deze klachten symbolisch blijven. Dat is vaak ook sterker dan eindeloze processen waar niemand baat bij heeft. Hooguit zijn mensen geschokt of verontwaardigd. Toch moeten we blijven weerwoord geven. Als gemeenschap. Als burger van de wereld. De LGBTQ-gemeenschap heeft een lange geschiedenis met belediging aan het adres van haar individuen. Deze gemeenschap heeft doorheen de geschiedenis de vernietigende kracht van een belediging in haar voordeel weten te draaien. Daar zijn (woord)strategieën voor die we moeten blijven gebruiken. Of zoals iemand al in een opiniestuk schreef : ja, ik doe mijn benen graag open, maar niet voor jou. Sterk!  

Erwin Abbeloos
41 0

Sanguis

‘Honderdvijfentwintigduizend euro wil ik,’ zei een koelbloedige stem ‘niet minder’ Ik dacht na maar wist dat ik niet zomaar honderdvijfentwintigduizend euro kon weggeven en verkrijgen. ‘Als ik het geld niet deze week verkrijg, dan stopt het niet bij je vrouw. Dan maak ik je hele familie kapot tot jij als laatste overblijft, capiche?’ Hij zette mij verdomme onder druk. Mijn handen trilden terwijl ik de telefoon vasthield. Ik zei niets want woorden schoten tekort. Hoe moest ik aan zoveel geld geraken? ‘Begrepen’ antwoordde ik uiteindelijk zo rustig mogelijk. De stem had opgehangen, ik hoorde alleen nog maar de piepgeluiden van de telefoon. Het was inmiddels het einde van de week. Ik had mij al voorbereid om mijn vrouw nooit meer terug te zien. Ik zou nooit aan zoveel geld geraken, onmogelijk. Ik opende mijn laptop terwijl ik aan mijn bureau zat. Mijn hart begon sneller te kloppen toen ik zag dat ik een mail had ontvangen. Zou het van de gijzelaar zijn? Ik klikte de mail open. Er was geen onderwerp alleen een filmpje dat er als bijlage was bij toegevoegd. Ik opende het filmpje, het speelde meteen af. Ik zag mijn vrouw met een doek in haar mond gepropt. Een man met een bivakmuts kwam in beeld met een kettingzaag in zijn hand. Wou ik nog verder kijken? Ik moest wel, ik keek hoe mijn vrouw volledig was vastgebonden aan een stoel. De kettingzaag maakte een luid lawaai. Het bevond zich steeds dichter bij haar handen. Nee nee, dit moest een nachtmerrie geweest zijn. Het moest verdomme een slechte droom geweest zijn. De man met de bivakmuts hield nog steeds stevig de zaag vast, die zich enkele centimeters van mijn vrouw haar vingers bevond. Ketchup, dat was het. Het was ketchup. De saus dat men eet bij de frieten, toch? Nee nee, het was geen ketchup. Dat mag ik je verzekeren. Het bloed spatte uit de vinger. Ik wou niet meer verder kijken, toch was er iets in mij dat me dwong. Haar vinger was op de grond gevallen. De gijzelaar leek niet genoeg voldoening te hebben. Het welgekende geluid van de kettingzaag klonk weer. Vinger twee was aan de beurt. Ik zag hoe mijn vrouw probeerde te schreeuwen, alleen met weinig resultaat door het doek dat nog steeds in haar mond was gepropt. ‘Welke psychopaat doet zoiets?!’ had ik gedacht. Ik was machteloos. Ik kon enkel toekijken hoe de man steeds meer vingers van mijn vrouw afzaagde. Inmiddels was alles wazig voor mij. Ik had al dertien minuten gekeken hoe de gijzelnemer zorgvuldig ledematen van mijn vrouw afhakte. Er werd hard geklopt op mijn deur. Het geluid zoog me weer in de realiteit. Ik had geen energie om op te staan, ik kon het niet. Uiteindelijk hoorde ik een hard geluid alsof mijn huis werd binnengestormd. Ik draaide mij om, een man met een zwart uniform, een kogelvrije vest en een zwaar wapen in zijn hand stond in het deurgat. ‘U staat onder arrest, meneer’ had de man in het uniform gezegd.

Nova
18 0

Het jaar van de verkleining

Dit was het jaar van de verkleining. Het eten van kleine kruimeltjes en lepeltjes gevuld met suiker. Ik werd kleiner met de dag. Elke nacht vanaf die maandag eind maart van dit jaar slonk ik en stond ik een aantal grammen lichter op. Ik had wel honger maar niet naar substantie. Ik hongerde naar antwoorden. En aanrakingen door een geliefde die ik had verloren aan zichzelf. De waanzin kan alleen bezit nemen wanneer je de deur openzet. De wonden uit mijn jeugd waren de open vensters. Ik had ze zelf opengezet; om te luchten. De sloten had ik weer vervangen door de sloten van toen hij nog hier woonde. Dezelfde deuren die ik had gesloten na het jaar dat ik groter werd.   Als de wolf met de biggetjes blies mijn hoofdpersoon eerst het strooien huisje omver. Het huisje van de verslaafde dat geen ramen noch deuren had. Daarna begon hij te knabbelen aan een ander huisje ergens op de scheidslijn tussen Wallonië en Vlaanderen. De gewezen juf had wel deuren en vensters en nodigde hem begeerlijk uit om binnen te treden. Ze hadden elkaar begeerd, zo vertelde ze mij toen ze aanklopte aan mijn sterke stenen huisje met deuren en vervangen sloten en ramen die open stonden maar alleen bij mooi weer. Ze klopte aan en ik herkende de klop. De klop van nieuws dat het leven doet wankelen. Ik deed aarzelend open en voordat ik de deur kon sluiten zette zij haar kleine vrouwtjes voet ertussen. No escape. Ik was gemangeld en werd gemarteld. Ze betoverde mijn dag naar nacht en wist me met haar weloverwogen woorden naar de afgrond te brengen. Ik kromp. Ik vroeg het hem. De man die ik liefhad of het waar was. Geen antwoord was de uitspraak. Ik slonk. Op zoek naar kracht om mijn huisje heel te houden bood ik mezelf aan en verving de nieuwe sloten met de oude van ons leven samen. Kom binnen. Kom drinken. Kom eten. Gebruik me. Het jaar dat ik dacht van kruimels te kunnen leven is bijna voorbij. Nog twee weken heb ik mijn kleine ik gegeven. Hem ook.  

Susanna
21 0

Running joke

Op zondag 8 oktober 2017 zou ik in Eindhoven mijn eerste marathon lopen. Tot ik twee weken ervoor geblesseerd raakte en er niks anders op zat dan mezelf hysterisch jankend, mankend, wandelend en daarna opnieuw lopend door een revalidatie van anderhalf jaar te sleuren. We spoelen twee jaar verder. Op zondag 13 oktober 2019 zou ik in Eindhoven mijn eerste marathon lopen. Tot ik twee weken ervoor geblesseerd raakte en … bon, je begrijpt het wel. Het is duidelijk dat ik goed op weg ben om de running joke van mijn omgeving te worden. Verhaegens zijn geen stappers. Wij lopen en we lopen verdomme hard. We gaan geen brood halen, wij lópen een brood halen. We crossen de zolen van onder onze schoenen om de trein niet te missen. En we spurten naar de wc. Want wandelen is tijdverlies en als er iets is wat Verhaegens haten, naast alcoholvrije dranken, dan is het tijdverlies. Voor tijdverlies heb ik gewoonweg geen tijd, zeg ik altijd. Je hebt m’n toestemming om dat op je bedrijfsmuur met inspirerende quotes te hangen. Tot zijn laatste werkdag liep mijn nonkel elke dag van Schriek naar z’n werk in Antwerpen en terug. Over de autostrade, want dat was de kortste weg en het is niet makkelijk om met een gevulde brooddoos, een banaan, een appel, een mandarijntje, een suikerwafel, een Double Lait-reep, een thermos koffie, een boek van Suske en Wiske, een gebruikte onderbroek van mijn tante en een volle gereedschapskist te lopen. Vergeet ook niet dat dat in de tijd was dat het gevaarlijk was op de snelweg omdat je nog niet tussen de stilstaande auto’s kon zigzaggen. Maar niemand van de familie doet het beter dan mijn overgrootvader Kamielius Senior (de Tweede). Die heeft het in 1894 klaargespeeld om in één dag 325 kilometer te lopen, tot in Parijs. Vava Kamiel, zoals wij hem noemden, was geselecteerd voor het WK 100 meter patattenpleklopen dat in de Franse hoofdstad doorging. Maar hij moest er wel eerst geraken en ons enige paard had op die dag de smerigste diarree in de lokale geschiedenis van smerige paardendiarreeën. Dus vond vava Kamiel er niks beters op dan met 6 hardgekookte eieren, een paar extra klompen en een gebruikte onderbroek van m’n overgrootmoeder in een op z’n rug gebonden jutezak naar Parijs te lopen. Ginder bakte hij er natuurlijk niks van omdat hij de volgende dag stijver was dan de steel van een schop. En dat was niet de enige tegenvaller, want toen hij drie dagen later thuiskwam kreeg hij te horen dat z’n paard dood was. Het beest was uit heimwee haar baasje gevolgd, maar had onderweg letterlijk de ingewanden uit haar lijf gescheten. De darmen lagen tot in Zemst. Dat allemaal om te zeggen dat in onze familie een serieuze loopgeschiedenis leeft en dat ik mezelf belachelijk maak als ik niet eens een simpele marathon kan uitlopen. Het is dus op zondag 11 oktober 2020 dat ik in Eindhoven mijn eerste marathon ga lopen. Hinkend, kruipend of meeliftend op de rug van een uit de kluiten gewassen Ruud, Sjoerd of Jaap. Het kan me niet schelen, maar finishen zal ik. En terwijl zal ik hier en daar een druppel op mijn hard werkend loperslijf voelen vallen, en ik zal heel goed beseffen dat dat niks heeft te maken met de Eindhovense herfst, maar dat het vava Kamiel is die in de hemel een traan wegpinkt, beseffende dat drie generaties later de loopnaam van de Verhaegens nog altijd in stand wordt gehouden.

Hans Verhaegen
17 0