Lezen

Waar ben ik aan gehecht?

Mijn woonkamer is gelegen op de derde verdieping. Geen lift dus neem ik de trap. Die is van steen. Geen tapijt want een tapijt zou wijzen op welstand en dat standje ken ik niet. Als ik de voordeur van mijn appartement bereik zie ik meteen dat er iets niet klopt. Wat klopt hier niet? Er is iets mis met het slot. Ik zie dat er iets mis is met het goedkope slot. Op het matje ligt een donker ding. Ik buk me, raap het op, kijk nog eens naar het slot. Wat in mijn hand ligt is er een onderdeel van! Heel veel denkvermogen heb ik niet nodig om te beseffen dat het slot geforceerd werd. Is het zo? Het is inderdaad zo! Het luidruchtig kloppen van mijn hart maakt me zenuwachtig. Ik probeer het te kalmeren. Met de ene hand open ik de deur, met mijn andere maak ik een denkbeeldige vuist. Er zijn slechts twee stappen nodig; een, twee. Ik zet ze. Stoere stappen richting woonkamer. En dan zie ik hem. Hij ziet mij. Hij schrikt, ik ook. 'Wat doe jij hier?' De nadruk ligt op JIJ! De JIJ van een vijand. De JIJ van een belager, een indringer, een schoft! Hij zegt niets, ik loop naar buiten, weg uit mijn eigen woning. De treden lijken me te helpen bij het wegrennen; ze geven de bal van mijn rechtervoet een duwtje, de hiel volgt, de andere bal een duwtje, de andere hiel volgt. Meteen sta ik terug op het trottoir. Ren de rijweg over, oef, er reden geen auto's in volle snelheid voorbij. Ik duik de bloemenzaak binnen.  'Een telefoon! Nu! Geef me een telefoon!' Op de agenten hoef ik niet lang te wachten. Ze brengen mijn gedachten terug naar de inbreker, staat hij nog steeds in mijn woonkamer, zoekend in mijn kasten naar waardevolle spullen? Naar geld? Zal hij iets stelen waar ik gehecht aan ben? Waar ben ik aan gehecht?    

Ingrid Strobbe
24 0

Stemmen

Anna vlucht naar buiten, weg van de schreeuwende stilte in haar nieuwe studio, waar ze enkel met de stemmen in haar hoofd kan praten. Op straat is het gezellig druk. Marktkramers prijzen hun waren aan. Sappige dialecten stromen samen, krokante appels aan zachte prijzen, de kracht van de herhaling. Het zonnetje schijnt, mensen houden graag halt voor een praatje. Het nieuws verspreidt zich als een lopend vuurtje tussen de kramen: actrice Laura Peeters is gisteren overleden. Anna en Laura waren vriendinnen. Ze groeiden op in de schoot van hetzelfde polderdorp, een vergeten stipje op een vergeelde landkaart. Ze ontwikkelden elk hun eigen strategie om de wereld buiten het dorp te ontdekken, om uit te breken. Taal was hun geliefkoosde wapen. Anna had oneindig veel vragen, de antwoorden zocht ze in boeken, later begon ze al schrijvend ook haar eigen antwoorden te formuleren. Laura was voorbestemd om actrice te worden. De wereld was haar podium, ze speelde altijd, verstopte zich voortdurend achter een masker van drama en mimiek.   Op de dag van de begrafenis keert Anna terug naar het dorp. Laura’s ouders wilden afscheid nemen van hun dochter in intieme kring. Het is meteen duidelijk dat niet iedereen dat begrepen heeft. Anna ziet journalisten en huilende fans. Ze vraagt zich af of zij hier wél op haar plaats is. Haar ogen glijden over het dorpsplein, op zoek naar één gezicht, met ogen als donkere parels. Het dorp uit Anna’s jeugd was onverzettelijk en hardleers, een brokje onvervalste authenticiteit dat zich nu finaal lijkt over te geven aan de Vlaamse verkavelingswoede. Haar leven onder de kerktoren speelde zich af in een klein, gesloten kringetje: haar ouders, broers, grootouders. En Laura, Samuel en Oskar. Anna en haar vrienden waren even oud en op elkaar aangewezen. Ze hadden de ruimte om samen jong te zijn. Maar in hun tienerjaren werd het dorp plots te klein, te benauwd, ze verlangden naar de onbegrensde mogelijkheden van de stad. Ze hadden grote dromen, maar het dorp en hun jeugd konden ze niet zomaar loslaten.   De terugkeer naar het dorp is een stap terug in het verleden. De tijd verglijdt, samen met gemiste kansen en zachte leugens. Anna glijdt langzaam mee. Onvermijdelijk komt ze bij Samuel en Oskar terecht. De jongens uit haar jeugd zijn uitgegroeid tot succesvolle jonge mannen. Oskar heeft net zijn eigen IT-bedrijf opgericht, Samuel is chef-kok in een hoog aangeschreven restaurant. Ze omhelst haar vrienden, zoekt troost in hun vertrouwde stemmen, vergeving in hun vochtige ogen. Anna en Laura deelden alles, van hun diepste geheimen tot de liefde voor dezelfde jongen. Samuel viel eerst voor de excentrieke, wilde schoonheid van Laura. Later zocht hij toenadering tot de bedachtzame Anna. Er ontstond een bijzondere, kwetsbare vriendschap, voortdurend bedreigd door het gif van de jaloezie. Uiteindelijk koos Samuel voor een meisje uit de stad.  Anna probeerde haar verdriet te overwinnen met haar pen, ze vertrouwde op de kracht van de verbeelding. Ze rukte zich los uit de klauwen van het dorp en zocht lang naar haar eigen stem. Laura verdoofde de pijn, ze vluchtte in haar werk, in drank en pillen, in de armen van foute mannen en uiteindelijk in de dood. De dienst is voorbij. Oskar vraagt om hem te vergezellen naar het enige café in het dorp. Hij bestelt drie glazen witte wijn, de favoriete drank van Laura. De tv staat aan, er worden beelden getoond van hun vriendin. Ze was te zien in verschillende televisiereeksen en op het witte doek. Ze speelde altijd zeer intense rollen. Ze speelde zoals ze leefde, vol overgave, zonder compromissen. De drie overblijvers klinken op Laura. Haar glinsterende ogen vullen het scherm, ze knipoogt naar hen.

Ine Moreels
7 0

Fietsslim - mensdom

  Echo Benieuwd is een wezentje, een mysterieus en eenvoudig figuurtje.  Zijn lichaamsvorm is moeilijk te beschrijven.  Hij wordt één met zijn omgeving.  Hoe hij zich beweegt, is nog een groter vraagteken.  Rollend, kruipend en slepend komt waarschijnlijk het dichtst bij de manier waarop hij zich voortbeweegt. Tegen alle verwachtingen in beweegt hij zich vrij vlot.  Lucht houdt hem in leven.  Hij huist ergens op de buiten in een klein dorpje onder een spoorbrug gelegen op een geliefde fietsroute.  Zonder overdrijven, op een mooie winter-lente-zomer-herfstdag fietsen wel honderden fietsers het bruggetje onderdoor. Iedereen of bijna iedereen roept dan iets naar Echo Benieuwd toe.  Mensen zien hem niet.. Hij is onbestaande en ook weer niet.  Horen doen ze hem wel. Kinderen houden ontzettend veel van hem.  Ze willen hem telkens opnieuw horen.  Volwassenen katapulteert hij terug naar hun onbezonnen kindertijd, al is het maar voor even.  Hoe gehaaster of gestresseerde de rijders ook zijn, bij een kreet onder de brug is de ontlading gegarandeerd een troef.  Helaas vergeten gespannen mensen de deugd van uiting dan het vaaks.  Op dat moment zou Echo Benieuwd niet liever willen dan die mensen te helpen.  Hoe hij ook probeert in alle mogelijke bochten, het lukt hem niet.  Soms loopt hij gebukt onder zijn eigen niet kunnen en vervloekt hij zijn beperkte echokunde. Is hij jaloers op de mens met zijn kunnen en zijn creaties. Hij kijkt naar de fiets als voorbeeld.  De verscheidenheid ervan is enorm groot. Bakfietsen om spullen of kinderen te vervoeren.  Racefietsen om snel te fietsen.  Mountainbikes voor de bossen.  Ook hier onder het bruggetje op het beton zijn ze welkom.  Crossfietsen zijn dan weer geschikt voor elke ondergrond.  Ligfietsen bevinden zich heel laag tegen de grond.  Fietsen met fietszakken en kinderzitjes.  Grote en kleine twee- drie- of eenwielers. Rolstoelgebruikers klikken hun handbike vast en fietsen met hun handen. Fietsen hebben dikke, dunne, gladde of geribbelde banden .  Sturen hebben ook allerlei vormen.  Elektrische ondersteuning op het stalen ros zorgt nog eens voor een variant.  Kortom voor ieder, groot, klein oud of jong bestaat er een rijwiel in alle soorten, kleuren, gewichten en formaten.  Aan diversiteit en verscheidenheid geen gebrek.  Elk mankement aan een fiets wordt verholpen door een mens.  Geen fiets of mens die klaagt.  Bewonderingswaardig. ‘Hallo, hallo’ is zowat het meest voorkomende woord dat geroepen wordt in alle tonen en volumes.  Onmiddellijk daarna weerklinkt de klanknabootsing ‘hallo, hallo’ van Echo Benieuwd.  Wanneer mensen ’Hallo Echo’ roepen dan voelt Echo Benieuwd zich erg vereerd en geliefd.  Hij zegt het mooi na zoals het hoort.  Vooral kinderen kunnen er niet genoeg van krijgen, keren terug apart of met meerdere samen, zeggen het mogelijke, onmogelijke om hem uit te dagen. Soms gieren ze het uit van de pret en staat de verbazing op hun gezicht te lezen.  Echo Benieuwd valt niet te kloppen.  Keer op keer echoot hij hen perfect na. Hoogtepuntmomentjes. En dan die scheldmomenten.  Vreselijk.  Dieptepuntmomentjes.  ‘Hey makak , loser, hoer, janet, debiel of gekapte,…’ roepen mensen naar elkaar in zijn bijzijn. Hoe dom kan een mens naar mens niet zijn?  Waar is de mens nu met al zijn kennis en kunde?  Oplossingen en waarderingen voor mensendiversiteit blijven zoek.  Hoe kan dat nu?  Fietsslim maar mensdom.  Dat gaat Echo Benieuwd zijn verstand te boven.  Hoe hard hij ook ineen kruipt, probeert in alle talen te zwijgen, niets helpt.  Het is sterker dan hemzelf.  Opnieuw zegt hij het lelijks en het vernederendst na.  Het lijkt alsof hij, Echo Benieuwd, er nog een schepje bovenop doet met al zijn nabootsing.  Niets is minder waar.  Voor Wolk Amadeus wordt het pijnlijke hem te veel en begint hij te huilen.  De zon houdt stand.  Met haar zonnestralen dringt ze vastberaden binnen in een regendruppel.  Kort daarna schittert de regenboog in al zijn pracht aan de hemel.  Voor iedereen gelijk.  De rijkdom van de natuur.  Iets of niemand kan dat ontkennen.  Wolk Amadeus en Echo Benieuwd vinden het ook mooi. En dan komt Marieke enthousiast aangefietst en roept:’ Joepie, ik leef!’ ‘Joepie, ik leef’ echoot Echo Benieuwd blij!!!.   Ann Stuckens 03-01-2020      

Ann Stuckens
30 0

Hou jezelf levend

'Dat is dan 78 euro alstublieft.' zij een vrouw aan de kassa. De man haalde zijn portemonnee boven en stopte zijn creditcard in de gleuf van het apparaat. De zaken, die hij zojuist had gekocht, stopte hij in een zak. Al snel was hij de winkel uit. Hij liep over de parkeerplaats richting zijn auto. Hij nam zijn sleutels uit zijn zakken toen hij voor een Ford Mustang stond. Net voor hij wou vertrekken, werd hij gebeld. Hij hield zijn gsm vast nadat hij had opgenomen. Voor een tiental seconden hoorde hij niets 'Met wie spreek ik?' vroeg de man met de gsm nog steeds in zijn hand. 'Hou jezelf levend' zei een koelbloedige stem die duidelijk vervormd werd. Hij begreep niet wat dat te betekenen had, de man vroeg voor een tweede keer met wie hij sprak. De stem antwoordde niet op zijn vraag maar zei weer 'Hou jezelf levend.' 'Waar gaat dit over? Is dit een soort grap?' zei de man met een stem die nerveuzer begon te klinken. De stem waarschuwde dat het nog 1 minuut zou duren. Hij had alleen geen idee wat er dan te gebeuren stond. 'IK HEB VERDOMME GEEN ZIN IN GRAPJES!' Zei de man uiteindelijk nadat hij er genoeg van had. 'Waar gaat dit eigenlijk over?!' probeerde hij daarna, iets rustiger, te vragen. De stem antwoordde niet meer en al snel hoorde hij hoe de lijn was toegelegd. Hij keek naar de digitale klok op zijn gsm, het was half vier in de namiddag, klaarlichte dag. Wat kon er hem gebeuren? Niets, toch? Het was waarschijnlijk een grappenmaker, althans dat hoopte de man. Nog even wachten dan is de minuut voorbij, dan kon hij rustig naar huis. De minuut leek een eeuwigheid te duren. De man keek steeds nerveus rond zich, met de gedachte dat iemand hem zou vermoorden. Hij moest er weg, volgens hem was het de gevaarlijkste parkeerplaats van het land. Met handen die vol zaten met zweet, nam hij zijn autosleutels vast. Hij keek in een spiegel van zijn auto en zag een man steeds dichter bij de auto stappen. Het zag er geen normale man uit want al van ver was te zien hoe zijn halve gezicht bedekt was met brandwonden. Door de andere helft van het gezicht van de man, die steeds dichter kwam, liep een groot litteken. Hij was nu zo erg in paniek dat het hem de grootste moeite kostte om de auto te startten met de auto. De vreemde man was nu enkele meters van zijn auto verwijderd. Het was duidelijk dat hij richting de Ford Mustang liep. Nu pas merkte hij dat de man, die steeds dichter kwam, een hakbijl in zijn handen had. De auto was gestart, gelukkig. Hij had zelden zo graag weg willen gaan van een parking. Nadat hij de normale weg terug was opgereden, draaide hij een andere straat in. Hij stopte meteen zijn auto toen een man voor de Ford Mustang stond. De man liep richting het raam van de auto, die zich aan de kant van de bestuurder bevond. De man tikte met zijn hand op het raam. Hij wist wat hij wou, zijn tijd was gekomen. Hij opende het raam met zijn linkerhand. De man met de bijl leunde op de auto. 'Angst voor parkings?' vroeg de man iets té luchtig.

Nova
37 1

In alle eerlijkheid

Het is zover. Ik heb er eentje. Onze oudste confronteerde me er mee. We waren een dag gelijk op pad en hij hoorde het iets te vaak. "Pa, stop daar eens mee", zei hij. "Je zegt het bijna na elke zin." Het was me wel eens opgevallen, maar dat het zo erg was, wist ik niet in alle eerlijkheid. Kijk, daar is het opnieuw. Mijn stopwoord: 'In alle eerlijkheid'. Ik had nooit gedacht dat ik iemand zou zijn met een stopwoord. Om de paar zinnen komt het er automatisch uit. Zoals de koekoek elk uur uit zijn koekoeksklok springt. Het is klokvast. Het moet eruit. Ik kan het niet meer controleren. Ik heb voor de aardigheid enkele zinnen genoteerd. Zinnen waarin het bijna automatisch voorkomt. "Er is in alle eerlijkheid niks met een portie bitterballen.” "Ik proef het verschil ook niet in alle eerlijkheid." "Ik snap dat wel in alle eerlijkheid." Dat zijn er nog maar drie, maar u snapt mijn probleem. Het is alles bij elkaar een gek ding. Soms betrap ik er mezelf andermaal op dat 'in alle eerlijkheid' uit mijn mond komt en dan begin ik te vloeken. Dan lijkt het alsof ik het syndroom van Gilles de la Tourette heb. Nee, er moet iets aan gedaan worden. Voor je het weet gaat het zijn eigen leven leiden en beginnen de mensen je een naam te geven. Zoals bij mijn kennis de Wittewel.   Het goede nieuws is dat ik in de eerste fase van mijn probleem zit. De herkenningsgfase. Ik ben me bewust van mijn probleem. Een zelfhulporganisatie is daarom geen slecht idee. Maar die zal wellicht nog niet bestaan voor mensen met deze aandoening of stoornis. Wat denkt u bijvoorbeeld van de Storende Stopwoordgebruikers? Al is de afkorting daarvan in alle eerlijkheid niet het beste idee.  

Rudi Lavreysen
24 1

Anita gaat vreemd

Anita gaat vreemd. Haar minnaar woont om de hoek. Het is de buurman die nu en dan haar wederhelft bezoekt. Dan kijken de mannen samen voetbal en lachen ze met vrouwen. Ook met haar. Maar: als de kat van huis is, danst Anita rond hém heen. De 'gelukkige' minnaar heet Willy, een naam die klinkt als een klepel van een te traag tikkende klok. Tik... tok. Toch is hij een snelle man, een turbo die niet stilvallen kan. Willy is de match die haar licht ontvlambare lijf doet branden. Grommend als een wilde beer stort hij zich op haar. In ruil zet zij haar tanden in zijn weelderig begroeide torso. Maar soms… Soms voelt ze de drang eens goed door te bijten. Hem pijn te doen, genadeloos af te maken. Naast zijn zweet en zoutig vel zijn bloed te proeven. Zijn ribben te doorboren met een stomp maar krachtig voorwerp. Zijn ogen dicht te schroeien met vuur of één of ander bijtend zuur.   Het is het sluimerende, plots opduikende schuldgevoel dat haar tot zulke waanzinnige gedachten drijft. Ze wordt boosaardig en tegelijk zo teder, zo lief dat ze niet weet of ze moet schreeuwen, hem verscheuren of simpelweg beminnen. Haar lijf davert, haar poriën openen, haar stem gromt. Zo grommen ze samen: hij van opwinding, zij van verwarring, kwaadaardigheid.   Willy weet niet wat het is, bedriegen, hij staat met zijn alleenstaande-status aan de andere kant. Daar waar het niet pijn doet, daar waar het schone leven heerst van cadeaus en saunabeurten. Ze wil het hem inpeperen, kerven in zijn rode, door haar doodgebeten vlees. Tegelijkertijd moét ze hem waarschuwen. Scheer je weg, vlucht voor ik je genot bezorgende lichaam in stukken snijd en in een fondue van chocolade en vruchten dompel. Ach Willy, ga weg!     Maar Willy blijft. Leest enkel liefde op haar schuldbewuste gelaat. Hij voelt geen haat. Hoopt dat ze haar man voorgoed verlaat. Dat die straks in de deuropening staat, hen betrapt tijdens de daad. Anita wil dat hij gaat. Maar hij blijft en zegt “grrr”. Zij gromt “grrr”.  

mme evil
98 4

Slechte voornemens

De uitgelopen mascara op het gezicht van het molligere meisje verraadt dat ze gehuild heeft. Een oudere vrouw slaat een arm rond haar schouders en fluistert haar iets toe. Wat verderop grijpt een man met beide handen naar z’n borstkas alsof hij enkele minuten geleden dacht nooit nog zuurstof in z’n longen te kunnen zuigen. Rondom het gebouw is het asfalt bestempeld met honderden rode voeten, allemaal stapten ze door de wijnkleurige plas naast het lichaam. In de verte nadert een sirene, terwijl achter het enige raam dat nog heel is, de eerste loopband zachtjes in beweging komt. Ja, het was ook deze 2de januari weer heftig toen de gemotiveerde mensenmassa het fitness center probeerde binnen te raken. Wat me meteen bij mijn vraag brengt. De vraag die je al lang wilde horen, maar die je jezelf nog nooit durfde stellen. Zullen we het dit jaar gewoon eens laten voor wat het is, lieve lezer? Kijk, het laatste wat ik wil doen is je schofferen. Maar geef toe, we maken ze tóch niet waar. Nu niet, vorig jaar niet, twintig jaar geleden niet. Het enige waar we onszelf mee opzadelen is een gevoel van mislukking dat zwaarder weegt dan ons walgelijke lichaam in post-feestdagenmodus. En daarvan wil ik je dit jaar besparen. Noem het mijn nieuwjaarsgeschenk voor jou: weg met die goede voornemens. Begrijp me niet verkeerd, er is niks mis met ambitie. Ikzelf ben al 10 jaar op rij getransformeerd in een kruising tussen Jerommeke, Pascale Naessens en Ingeborg. Ik crossfit mezelf uit m’n kledingmaat, vreet mij een overdosis aan vitamines en mediteer mezelf een gat in het plafond. Tegelijk raak ik geen druppel alcohol meer aan, zorg ik ervoor dat suiker en ik te allen tijde minstens twee straten van mekaar verwijderd zijn en blink ik wekelijks de trofee voor meest gestofzuigde huis van de eeuw op. Alleszins, zo zie ik het voor mij op 1 januari. De werkelijkheid echter, da’s andere kost. Tot half januari waan ik me nog de nieuwste health guru en inspireer ik de wereld via YouTube met hoe ik 10 sit-ups per dag doe en één keer friet in de week eet in plaats van drie. In de derde week van het jaar lukt zelfs dat niet meer en is de enige sport die ik nog doe de olympische discipline ‘zo veel mogelijk Doritos tegelijk in één mondholte proppen’. Om mezelf beter te voelen, uiteraard. De logica daarachter is me na al die jaren nog altijd vreemd, lieve lezer, maar hier, neem ook een chipje. Ik beken dat ik ze zelf ook al had opgelijst, mijn goede voornemens voor 2020. Geen vervallen lasagne van de Aldi meer eten. Geen pepperspray meer spuiten in de ogen van de Turkse man die mijn dürüm komt afgeven aan de voordeur. M’n hand minder opvallend in m’n broek steken wanneer er een vrouw tegenover me komt zitten op de trein. En stoppen met lazarus in de tuin van de overburen te schijten, vooral omdat ik daarvoor altijd eerst uit de zetel moet komen en omdat het triest is om te zien hoe onze buur vastberaden is de vos te vinden die elke week z’n tuin onderjorist met iets wat lijkt op oranje pannenkoekenbeslag met brokjes groen gehakt. Maar waarom al die moeite doen? Zowel jij als ik weten toch dat ik het niet volhou. Meer nog, tijdens oudejaarsnacht zat ik om exact 3 na 12 al gehurkt tussen de perfect getrimde buxus en het rozenperkje, niet wetend welke lichaamsholte er als eerste die emmer wijn en dat hertenkalf zou uitgooien. En toen gebeurde er iets magisch. Terwijl ik daar in m’n blote reet boven de grond hing te zwalpen, hoorde ik het. Een donderslag. Waarna de hemel onmiddellijk oplichtte en ik getrakteerd werd op het prachtigste licht- en kleurenspel dat m’n ogen ooit mochten aanschouwen. En toen wist ik het zeker. Een duidelijker teken kon het universum mij niet geven. Je bent goed bezig, Hans. Je hebt gelijk. ‘Weg met die goede voornemens,’ schreeuwde ik lachend naar de hemel, terwijl ik delicaat als altijd m’n anus afveegde met een handvol vers geplukte rozenblaadjes.

Hans Verhaegen
32 0