Lezen

de stad is moe

De stad is moe De stad is vuil De stad is boos   10 jaar geleden was het alweer. Barcelona.  Terwijl mijn lief een conferentie bijwoont, strekt de dag zich voor me uit als een leeg canvas. Die tijd krijgen in een vreemde stad, het is een onverwachte luxe. Barcelona was altijd al complex voor me, een soort levende identiteitscrisis als kenner van het Spaanse binnenland, en wordt dat vandaag nog meer. Binnen een tijdspanne van 5 uur meander ik zonder kaart van een café solo onder een palmboom (in november!) via een tentoonstelling over feminisme, recht richting straatprotest. Sinds enkele weken bezetten jongeren het universiteitsplein in een geïmproviseerd tentenkamp, als protest tegen de uitspraak over de Catalaanse parlementsleden en het politiegeweld dat volgde na eerdere manifestaties. De bus die bezoekers naar de binnenstad brengt, moet er omrijden om Plaza Catalunya nog enigszins te kunnen bereiken. De stickers vind je overal in de stad: op vuilnisemmers, lantaarnpalen, onder je voeten op eeuwenoude tegels: l‘LLibertat Presos Polítics!’  - #genercacio14 -‘Spain, a real dictatorship’ - . ‘Todos iguales, todos san papeles’, #NiUnaMenos.   Een rugzak op mijn rug blijkt voldoende reden voor de inwoners om me stuurs aan te kijken of in het Engels aan te spreken, hoewel ik perfect Spaans spreek. Het is ontnuchterd als toerist te worden bejegend in een land dat ooit als mijn tweede thuis voelde. Maar ik ben natuurlijk écht: een toerist. Zoals 7 miljoen anderen per jaar. De paradox van de toerist is dat niemand toerist onder de toeristen wenst te zijn. Ook ik redeneer zo, en het uit zich in mijn gedrag: als ik sneller stap, in de metro verveeld voor me uit kijk, een zonnebril draag en de kleine parallelstraatjes induik in El Born – zal ik wel mooi oplossen in de lokale bevolking. Ik moet lachen om mijn eigen doorzichtige gedrag. Alweer een paradox is dat die zelfrelativering me niet belet het truukje toch vol te houden. De stad is vuil en druk. Ik haast me over de uitgesleten Rambla. Ook dit is Barcelona. Na Venetië en Amsterdam een van de meest geciteerde voorbeelden van massatoerisme, tegen wil en dank. Gevelspandoeken herinneren me aan de wens van de bewoners om geen gegentrificeerde woestijn van verhuurappartement te worden. Ik mijd bewust ketens, winkel bij de lokale kruidenier en kies boquerones fritos bij een oude Catalaan. Ik blijf mensen op straat of in het appartementsgebouw waar we logeren, consequent vriendelijk groeten, ook al groeten ze niet terug. Italo Calvino schreef: “de stad ademt in wat wij uitademen. Moge het in hemelsnaam liefde zijn.” Vandaag voel ik die liefde niet. Vandaag is Barcelona een podium van de wereld in crisis, van veranderde narratieven, van het omverwerpen van een dominant discours. De stad is handen van zij die de status quo verwerpen. Oude verhalen, nieuwe, urgente hoofdstukken. Dit is Barcelona. 

JanaK
59 0

Het handtassenmysterie

Eens in de zoveel tijd breng ik een bezoekje aan de Kringloopwinkel. Ditmaal vergezeld door mijn 14-jarige petekind. Terwijl zij er een sport van lijkt te maken om het meest spuuglelijke voorwerp op te sporen, snuister ik tussen het porselein. Ik heb een voorliefde voor romantisch gebloemde borden en kopjes en moet me inhouden om niet met wéér een stapel servies thuis te komen. Dan valt mijn oog op een mooie schaal met lieflijke roosjes. O, wat is ie leuk! En nog helemaal gaaf. Ik spreek mezelf echter streng toe en ga op zoek naar mijn petekind dat ergens tussen de rekken ronddwaalt. Samen vergapen we ons aan de meest uiteenlopende voorwerpen. Vintage blikken dozen, asbakken in de vreemdste vormen, voorwerpen waarvan het doel niet duidelijk is, en nog veel meer. Als we weer langs het rek met serviesgoed komen, kan ik niet langer weerstand bieden. De gebloemde schaal blinkt me smekend tegemoet. Ach, die tweeënhalve euro kan ik nog wel missen, zeker? Er is vast wel een plaatsje over in de kast. Ik weet nog niet wat ik in de schaal zal serveren, maar ik bedenk wel iets. Hij gaat hoe dan ook mee. Blij als een kind loop ik met de felbegeerde schaal in mijn handen met mijn petekindje richting kassa. We komen langs de handtassen en ik blijf met open mond staan. De hoeveelheid handtassen die er is uitgestald, is niet te bevatten. Leren exemplaren, handtassen van kunststof, maar ook volledig stoffen tassen. En dat in de meest uiteenlopende kleuren. Met of zonder gesp, met korte handvaten of juist een lange riem. Met of zonder rits, franjes, veel of juist weinig vakken. Ik kijk mijn ogen uit. Sommige zien er nog als nieuw uit. Ongelofelijk dat mensen die allemaal wegdoen. En zo veel, zo ontzettend veel! Ik pak een mooie bruinleren handtas van het rek en bekijk hem van alle kanten. Ziet er nog prima uit en ruikt naar echt leer. Ik kom serieus in de verleiding. Maar ik heb thuis al een handtas en voorlopig nog geen nieuwe nodig. Hm, dat kleine hippe handtasje is ook wel erg leuk. En met veel handige vakjes. O, wacht, die rode is ook fijn. Zou mooi staan bij mijn retrojurkje. En is een zwarte handtas niet eigenlijk een onmisbare basic in een vrouwengarderobe? Ineens begint het me te dagen waarom er zo veel handtassen in omloop zijn. Ik heb zo’n vermoeden dat er hier ergens ook bijzonder veel vrouwenschoenen zullen liggen…

Vera's Column
3 0

Mens-worden

Nu heb ik echt hulp nodig. Nu kan ik het echt niet meer alleen. Nu heb ik jou nodig, papa. Nu moet je terugkomen, eventjes maar. Om me te helpen. Eventjes, maar je moet. Ik ben mezelf kwijt, al had ik mezelf eigenlijk nog nooit gevonden. Paradox. Hoe paradoxaal het klinkt dat op het moment dat je jezelf aanvaardt zoals je echt bent, dat je eigenlijk verandert. Dat las ik in een boek van Rogers deze week en het trok meteen mijn aandacht. Dat is mijn probleem. Ik aanvaard mezelf niet 100 procent zoals ik ben. Ik aanvaard me niet eens 50 procent. Dat is mijn probleem. Ik twijfel zogezegd altijd aan Nick, en of hij me wel graag genoeg ziet. Nee, dat is wat ik mezelf tot nu toe heb wijsgemaakt. Ik twijfel aan mezelf. Ik twijfel of ik het wel waard ben om zo graag gezien te worden. Want ik snap het niet. Hoe iemand zoals hij, iemand zoals mij graag kan zien en blijven zien. Drie jaar al. Ondertussen ben ik 20. Er is nog niks veranderd aan mijn onzekerheid. Die is nog steeds hetzelfde als op dag 1. Maar mijn inzicht in die onzekerheid is wel veranderd. Het ligt dus toch niet aan hem. Hem kan ik niets kwalijk nemen, niets. Only I am to blame. Ik heb als enige schuld aan die onzekerheid die al drie jaar lang in me zit te broeden. Ik wil daar zo graag van af. Ik moet leren mezelf graag te zien. Maar hoe??? Daarvoor heb ik dus je hulp nodig. Jij zou het me kunnen leren, daar ben ik zeker van. Jij zag me graag. Leer me hoe dat is. Leer me wat je dan in me zag dat ervoor zorgde dat je me graag zag. En ik zal je geloven, beloofd. Ik zal naar je luisteren. Ik zal aan mezelf werken zodat ik je trots kan maken. Geef me de kans om dat te doen, alsjeblieft. Toon me wat ik moet doen en ik zal het doen.  BELOOFD.

Layla Clarke
2 1