Lezen

Pimpelmees van de foor.

Hoewel ik haar blik wou vermijden, ontmoetten onze ogen elkaar halverwege het gejoel, ergens tussen het schietkraam en de autoscooter, al heette die attractie in die tijd gewoon nog de botsauto’s. Zij keek snel verlegen weg en ik deed hetzelfde. Indien ik haar was blijven aankijken zou het me zeker zijn opgevallen dat ze lichtjes bloosde en dat ze met de tong voorzichtig haar bovenlip beroerde maar ik was nog veel te groen achter de oren om dat op te merken, dus keek ik ook snel achteloos weg, naar de prijzen die één kapotgeschoten pijpje in het schietkraam zouden kunnen opleveren. Zij kon onmogelijk weten dat ik heel veel moeite had gedaan om haar preutse oogopslag te vangen want telkens ze mij in de gaten kreeg, keek ze schaapachtig weg. Ik zal ook wel gebloosd hebben en mijn ogen zullen wel geblonken hebben maar dat was haar ook niet opgevallen. Mocht ik haar nu tegen het lijf lopen, ik zou haar garderobe goedkoop en een beetje vulgair vinden, maar toen gaven de zwarte plak-netkousen die ze onder haar grijze plooirokje droeg met daarboven een rode wollen jas met veel te brede schoudervulling haar iets mysterieus en onbereikbaar. Voor mij was ze de diva van de foor. ‘For your eyes only’, Sheena Easton zong door luidsprekers in woorden die ik maar half verstond omdat de BBC alleen aan de kust in het zenderpakket zat en we thuis dus alleen maar keken naar Nederlands gesproken uitzendingen van BRT één, BRT twee en Holland één. Ik had vijftig frank, drie jetons voor de botsauto’s en twee kaartjes voor de rups in mijn broekzak. Die zouden die bewuste namiddag nog goed besteed worden op het dorpsplein van Muizen waar de kermiskaravaan voor het lange weekend was neergestreken. In zaal Rerum Novarum vond op dat moment naar jaarlijkse gewoonte tijdens de grote kermis ook de vogelshow plaats. Een paar lokale duivenmelkers toonden hun prijsduiven en een handvol parkietenkwekers en kanarieliefhebbers gaven met evenveel lawaai als de vogels die ze tentoonstelden commentaar op hun favoriete gepluimde vrienden. Toevallig of niet maar zij paradeerde daar ook. Ze laveerde er tussen kooien en keven die overvol zaten met kippen en hanen en tussen volières waar exotische paradijsvogels en Chinese nachtegalen in rondfladderden. ‘Wist je dat de pimpelmees de trouwste zangvogel is en dat de rest van de mannetjesvogels al vreemd gaat vanaf het ogenblik dat de eieren gelegd zijn’, vroeg ik haar stompzinnig omdat ik geen andere veilige openingszin kon verzinnen. Toen ik haar met die wetenschap overviel zal ik zeker zo rood zijn aangelopen als de pioenen die bij mijn grootmoeder een paar straten verder in de voortuin bloeiden. ‘En wat voor vogel zijt gij dan wel? Een pimpelmees, een straatmus of een papegaai want ge kwettert wel nogal.’ Haar brutale antwoord stond me wel aan want ik antwoordde met heel slecht geacteerd zelfvertrouwen, dat ik haar dat wel in haar oor zou fluisteren in de rups. ‘Binnen vijf jaar dan toch’, bitste ze terug,  ‘wanneer ge uit uw korte broek gegroeid zijt’, en er verscheen een soort van glimlach op haar veel te rood gestifte lippen zodat het een grijns leek. Na twee zinnen stond ze al voor op punten en dat was slecht nieuws voor mijn gespeelde zelfverzekerdheid maar ik liet me er net als de vogels niet door uit mijn kot lokken. ‘Ziet ge die eend daar in die keef?’ en ik wees naar een mannetjeseend met een groene kop die wat verderop in een rieten mand nerveus rond trappelde. ‘Die is er veel slechter aan toe dan wij want als die gaat, waggelt zijn gat zo hard dat het lijkt alsof hij de ganse dag heeft paardgereden. Nu ziet ge dat niet maar als die stapt krijgt die zij poten niet meer toe.’ Ze probeerde ongeïnteresseerd haar ogen te rollen maar omdat zij een veel slechtere actrice was dan ik proestte ze het na twee seconden toch uit. ‘Gij zijt een grappig baazeke met uw korte broek en uwe grote mond, van waar zijt ge want ik heb u hier nog niet gezien?’ ‘Van over de stationsberg, van aan den overkant van de Steenweg. Zeg, zijt gij die vogels ook niet een beetje moe? Gaat ge met mij niet mee in de rups, ik heb al kaartjes.’ ‘Ja, om mij proberen binnen te doen zeker? Vergeet het maar, daarvoor is uw broek nog veel te kort. Betaal mij liever ne gesponnen suiker, als ge centen hebt tenminste, daarbij ge hebt me nog niet eens gezegd of ge nu een pimpelmees zijt of niet.’ Door die twee gesponnen suikers en die twee appels op een stokje was mijn kermisbudget een uur later al met een vijfde gesloken. Ik zat precies met een dure vogel op mijn dak bedacht ik en ik moest met mijn resterende veertig frank en met mijn drie jetons nog twee dagen toekomen. ‘Moogt gij karekollen?’ vroeg ik haar goed wetende dat haast geen enkel meisje van vijftien karrekollen lust. ‘Beikes!’, was dan ook zoals te verwachten haar antwoord omdat meiskes van standing in die tijd nog niet ‘ieuw’ zeiden. ‘Dat ga ik nooit van mijn leven eten, dat zijn precies dikke snottebellen uit de zee’, zei ze met een gezicht alsof ze die ooit al eens gegeten had. ‘Ik denk ook niet dat gij dat durft’, zei ik heel zelfzeker omdat ik wist dat ik met dat doordacht manoevre een lijn uit smeet ik waarmee ik in het Vrijbroekpark al dikkere karpers had bovengehaald. ‘Wat krijg ik als… , en ik zeg wel als ik dat toch doe?’ En ze liet die als klinken alsof de beloning er niet mee toe deed maar wel alsof ze tegenover een brutale snaak in korte broek geen gezichtsverlies wou leiden. ‘Ge moet met mij niet durven of doen spelen als ge dat niet wilt he, ik zou het niet op mijn geweten willen hebben dat ge straks ziek wordt …’ Ik kreeg de kans niet om mijn zin met ‘..in de rups’ af te maken want ze onderbrak me met een vastberadenheid alsof ik al haar dapperheid en pit met mijn opmerking in vraag had gesteld.  ‘Peisde echt dat ik dat niet durf, zeg het maar he, wat krijg ik of durft gij niet meer misschien?’ Ik toonde haar mijn jetons van de botsauto’s en de kaartjes voor de rups en zei, ‘als ge dat wilt kan ik u vandaag vrijhouden, ge moogt overal mee in waar ik in ga en ik wil er zelfs nog een kaartje van het spookhuis bijdoen, maar dan moet ge wel op die slakken bijten en ze niet zo maar doorslikken.’ De karrekollen kraakten tussen haar kiezen zoals zand dat doet wanneer je slecht gewassen mosselen proeft. Door het speels geplaag was de romantische spanning de hele middag naar een climax opgevoerd dus wisten we geen van beiden wie de weddenschap nu gewonnen had en wie ze verloren had. Toen in de krakende houten rups, tijdens het vierde rondje dat achterwaarts gereden werd de groene kap dicht viel en ze in mijn oor fluisterde dat ze hoopte dat ik een pimpelmees was, had ik nog veertien frank en vijfentwintig centiemen.

jan pultau
0 0

Weerwolven van Waraine

Proloog   'Hallo, is daar iemand?' Haar stem klonk angstiger dan ze zou willen. Ze draaide rondjes om haar as in een poging te zien wie haar besloop vanuit het struikgewas. Was haar voorgevoel juist, of bedroog haar intuïtie haar? Een konijn schoot van achter een boomstam tevoorschijn. Zijn pupillen waren enorm verwijd en hij zag er doodsbang uit. Hij spurtte onder haar benen door en verdween tussen de struiken aan de andere kant van de open plek. Ongerust slikte ze een brok in haar keel weg. 'Hallo?' fluisterde ze nogmaals. Vlakbij haar knapte er een droge tak. Ze keek om, maar er was niemand te zien. Wie speelde er een spelletje met haar? Had ze maar naar de anderen geluisterd en zich verdedigd, in plaats van koppig haar eigen zin te doen. Als ze de anderen had weten te overtuigen van haar gelijk, was ze nooit in deze situatie verzeild geraakt. Het werd steeds donkerder. Opeens hoorde ze een krakende stem die zo zacht was dat ze niet eens zeker wist of hij echt was, of dat ze het zich alleen maar verbeeldde. 'Wie bij de hond slaapt, krijgt zijn vlooien,' mompelde de stem. 'En wie in het gezelschap van de Wolf vertoeft, moet het ontgelden.' De laatste drie woorden klonken meer als het gegrom van een beest. Ze hapte naar adem toen ze de stem herkende. 'Nee! Jij!' Ze deinsde achteruit en struikelde over een boomwortel. Net op tijd wist ze zich recht te houden en draaide zich om. Ze begon te rennen en liep recht de grot in. Ze wist dat het erg dom was om zichzelf in te sluiten, maar er was niets anders dat ze kon doen. De anderen hadden gelijk gehad toen ze haar waarschuwden. Ze had niet naar hen geluisterd, en nu was ze op de vlucht voor iemand die ze als een vriend had beschouwd. Een vriend die haar wilde vermoorden. Ze rende voor haar leven.   Hoofdstuk I Gabriël drukte nerveus zijn nagels in zijn handpalm, zo hard dat de afdrukken ervan in zijn huid achterbleven. Er was iets ernstigs mis met de situatie waarin ze verzeild waren geraakt. Hij voelde zich ietwat ongemakkelijk, en dat kwam niet alleen door het feit dat er een onbekend meisje voor de deur van hun vakantiehuis stond. Ze droeg een donkere zonnebril en kauwde verwoed op een stuk kauwgom, waarmee ze af en toe een bel blies en die liet knappen. Nee, Gabriël kreeg vooral de kriebels van de mysterieuze sfeer die er tussen de eeuwenoude naaldbomen hing. Alsof ze geheimen met zich meedroegen die het daglicht niet mochten zien. Een waarschuwend gebonk ontstond in zijn hoofd. Gabriëls beste vriendin veegde het zweet van haar voorhoofd en nam het woord. Ze heette Guinevère, wat nogal een ouderwetse naam was, alsof hij recht uit een roman over ridders en jonkvrouwen kwam. Ze werd door iedereen Ginny genoemd, een vrolijke afkorting van haar naam die goed bij haar paste. 'Wie ben jij?' vroeg Ginny ruw aan het onbekende meisje dat zich voor de deur van hún vakantiehuis had geïnstalleerd. Gabriël, Christopher en zijzelf hadden deze vakantie al weken geleden geboekt. Ze konden er niets aan doen dat de poetsdame zo traag was en ze wilden nú naar binnen. 'Wie ben jij, en wat doe je hier?' Hijgend zette ze haar reiskoffer neer en probeerde op adem te komen. Ze hadden het hele eind van het station naar het vakantiehuis gelopen, daarbij de zware last van hun koffers en rugzakken met zich meetorsend. Ze hadden een stukje naast het water op de zeedijk gelopen, en waren via een smal, kronkelend paadje naar de top van de klif geklommen. Het onbekende meisje zette haar zonnebril af en rolde met haar ogen. Met de punt van haar hooggehakte schoen duwde ze tegen de koffer van Ginny. Er bleven enkele natte grassprieten kleven, alsook een veeg modder. Het meisje staarde naar Ginny's versleten, tweedehands koffer alsof het ding elk moment kon ontploffen. Ginny kreeg het onaangename gevoel dat ze zich vergist had: het meisje was geen poetsdame, en ze leek al helemaal niet geflatteerd was door Ginny's onbeleefde vragen. Uiteindelijk richtte het meisje haar blik op Gabriël en kleedde hem uit met haar ogen, figuurlijk natuurlijk. Ze volgde iedere beweging die hij maakte en keek ongegeneerd naar zijn borstkas en zijn middel, die gelukkig gehuld werden in een t-shirt. Ze blies een roze kauwgombel en liet die knappen. 'Mijn naam is Shania. Ik ben uitgenodigd door een vriend en logeer deze week in dit vakantiehuis,' beantwoordde ze Ginny's vraag. Ze weigerde Ginny aan te kijken en bleef haar blik op Gabriël richten. Shania's ogen waren zwaar opgemaakt en de rest van haar gezicht had een laag oranje make-up gekregen. Pas na een minuut of wat sloeg ze haar ogen neer. Nu prutste ze met haar lange, roodgelakte nagels aan de riempjes van haar hoge hakken. Ginny keek naar Gabriël en zag dat diens mond open hing van verbijstering. Na een paar seconden besefte ze dat ze zijn houding kopieerde, en klapte ze haar kaken op elkaar. Eindelijk liet Christopher van zich horen. 'Kijk, dit is onze factuur. Er staat een routebeschrijving op en het adres klopt.' Hij haalde een verkreukeld papiertje uit zijn zak en streek het glad. Hij duwde het ding in Gabriëls handen en die controleerde het huisnummer nogmaals. Misschien hadden ze zich vergist? Hij tuurde met samengeknepen ogen naar het papiertje. Nee, het adres klopte. Verder was dit ook het enige huis in deze straat, dus ze konden zich niet vergissen. 'Mijn vríénd heeft dit huisje gehuurd,' beet Shania Ginny toe. Ze duwde zichzelf overeind, haar handen steunden stevig op haar kingsize koffer. 'En jíj staat op ons domein, dus maak dat je wegkomt!' Boos maakte ze een wuivend handgebaar dat niets aan de verbeelding overliet. Door die beweging liet Shania haar handtas per ongeluk los en het ding plofte op de grond. Shania schrok van het rammelend geluid: hopelijk waren haar parfum- en nagellakflesjes niet gebroken door de impact van de val. Haastig bukte ze zich om haar spulletjes op te rapen. Waar bleef Anthony? Als hij er was, zou hij dat klerewijf wel eens even duidelijk maken dat ze niet welkom was op hun date. 'Waar heb je het over?' vroeg Ginny verbaasd. 'Dit huisje is gereserveerd voor mij, Christopher en Gabriël. We vieren het einde van de examens.' Ze wees naar de twee jongens die aan haar zijde stonden. Christopher was een stuk groter dan Ginny, met halflang blond haar dat netjes gekamd in de plooi lag. Uiterlijk zag hij er kalm uit, maar schijn bedriegt natuurlijk. Hij had nog geen woord gezegd, maar vanbinnen kookte hij misschien wel. De jongen wiens gezicht rood aangelopen was, heette Gabriël. Hij was kleiner dan Christopher maar droeg zijn donkere haar in piekjes, waardoor ze ongeveer even groot leken. Gabriël tuurde met samengeknepen ogen naar de routebeschrijving die hij in zijn hand had, alsof hij een schatkaart probeerde te ontcijferen. 'Shania, ken ik jou van ergens?' vroeg de lange jongen plotseling. Zijn stem was zacht en bemoedigend, alsof hij Shania nog een kans wilde geven. Ieder ander zou hem meteen vertrouwd hebben dankzij de manier waarop hij sprak, maar Shania bekeek hem met een schampere blik. 'Ha, ha. Je denkt dat je mij kent? Dat zou je wel willen, hé?' Shania snoof minachtend en duwde haar zonnebril nog verder omhoog. Verder negeerde ze de anderen en tuurde in het rond. Tussen de bomen door zag ze de glinsterde zee, een heel stuk lager dan de klif waarop zij zich bevonden. Waar bleef Anthony toch? Ze haalde diep adem. Wat moest ze doen? 'Ik vrees dat jullie het mis hebben,' zei ze uiteindelijk. 'Anthony zou nooit liegen tegen me.' Met haar lange nagels grabbelde ze in haar tasje en haalde er een verfrommeld stuk papier uit. Ze vouwde het open, duwde het onder Gabriëls neus en snauwde: 'Kijk dan. Het staat er zwart op wit: uw reservatie loopt van vrijdag 5 juli tot vrijdag 12 juli. Kan je soms niet lezen? Ik denk dat jullie beter jullie koffers kunnen pakken en als de bliksem terug naar het dorp gaan.' De woorden hadden haar lippen nog niet goed en wel verlaten of er kwamen twee jongens het bos uitgelopen. De linkse was groot en breed, de rechtse klein en mager. Ze zagen eruit als Laurel and Hardy, en Gabriël moest zijn best doen om niet in lachen uit te barsten. De jongens liepen naar het groepje ruziënde tieners toe. Ook zij sleurden beiden een zwaar uitziende rugzak met zich mee. De kleinste van de twee had eveneens een reiskoffertje bij zich. De breedgeschouderde jongen glimlachte in eerste instantie nog, maar die lach verdween als sneeuw voor de zon toen hij zag wie er voor het vakantiehuisje stond. Zelfs de kleine jongen kreeg een blik van herkenning op zijn gezicht. 'Bram, is dat niet dat gestoord wijf? Shania?' vroeg hij aarzelend. Hij wees naar de geblondeerde vrouw die op haar hoge hakken stond te wiebelen. Ze waren nog ruim buiten gehoorafstand, maar Bram gebaarde dat hij zijn mond moest houden. 'Hou je mond, Koen!' Bram wilde Shania niet uitdagen of een ruzie uitlokken. Vooral niet zo vroeg op de avond, wanneer de donkere nacht nog voor hen lag. Bovendien had hij geen zin in het oneindige gebekvecht van Shania, zeker niet na een dag als vandaag. Sinds die ochtend was alles misgegaan. Bram en Koen hadden zich allebei overslapen, en als klap op de vuurpijl was hun reservewekker ook niet afgegaan. Uiteindelijk was het al na tienen toen ze eindelijk wakker werden en beseften dat ze vandaag met de jeugdbeweging op dropping zouden vertrekken. Toen ze zich haastig aangekleed en ontbeten hadden, bleek dat de rest van de groep zonder hen vertrokken was. Ze hadden hen gewoon achtergelaten. Zoals verwacht reageerde Koen nogal hysterisch door alle mogelijke rampscenario's op te sommen, maar Bram had de touwtjes in handen genomen. Ze waren op eigen houtje naar het station gelopen en hadden de trein naar Waraine genomen, in de hoop dat hun vrienden daar op hen zouden wachten. Bram en Koen liepen steeds dichter naar het ruziënde groepje toe. Wat was er aan de hand? Waarom stonden er zo veel mensen voor het vakantiehuis? Uiteindelijk kon Bram de aanwezigheid van Shania niet langer negeren. 'Hoi, Shania,' begroette hij haar op een zo neutraal mogelijke toon. Shania rolde met haar ogen en kneep haar handen tot vuisten. Haar lange nagels prikten venijnig in haar handpalmen. 'Wat doe jíj hier?' blafte ze. 'Kom je mijn vakantie verpesten? Heb je je afstotelijke vriendje meegebracht zodat jullie me samen het leven zuur kunnen maken?' Met elk woord werd haar stem hoger van woede. Waar blééf Anthony? Wat had dit circus te betekenen? Ze keek naar Brams gezicht met de blauwe ogen en de vriendelijke lach. Ze kon zichzelf er niet van weerhouden om terug te denken aan de tijd toen hij haar liefdevol aankeek. Haar blik gleed onwillekeurig naar zijn met een grappige quote bedrukte t-shirt, waarachter een gespierde borstkas verscholen zat... 'Koen en ik waren verdwaald. We hadden geen plek om te slapen,' meldde Bram droog. Zijn kalme stem rukte Shania uit haar dagdroom. Het duurde een paar seconden voordat ze besefte dat ze eigenlijk ruzie met hen stond te maken. Ondertussen ging Bram verder met zijn uiteenzetting over waarom Koen en hij hier waren. 'In het dorpje kwamen we een of andere vreemdeling tegen die zei dat we in zijn vakantiehuisje konden slapen. Hij zei dat er momenteel geen gasten waren en dat...' De klap waarmee Shania tegen de brievenbus schopte deed Bram zijn woorden inslikken. 'Niet waar!' schreeuwde Shania stampvoetend. 'Je liegt! Je liegt dat je zwart ziet! Jullie zijn me gewoon gevolgd om me te pesten! Jij en dat rotjong wilden me gewoon in het oog houden!' Ondertussen waren er twee jongens en een meisje opgedoken aan het einde van de weg. De nieuwkomers naderden snel en keken verbaasd op toen ze ontdekten dat er een hele groep mensen bij hun vakantiehuisje stond. Het nieuwe meisje viel op door haar gigantische krullenbol en haar brede lach. De jongens hadden beiden donker haar dat in pieken alle kanten op stak. Ze waren alledrie knap, elk op hun eigen manier. 'Wat doen jullie hier?' vroeg het meisje vrolijk. Haar glimlach was tot nu toe niet van haar gezicht verdwenen. Ze trok de band van haar rugzak een beetje hoger. 'Ga me nu niet zeggen dat jullie dit vakantiehuis óók geboekt hebben,' gromde Shania. De nieuwkomers keken haar vragend aan: ze wisten natuurlijk niet wat er zich de voorbije tien minuten afgespeeld had. 'Dit zou het begin van een grappig verhaal kunnen zijn: een groepje jongeren die per ongeluk hetzelfde vakantiehuisje op hetzelfde moment geboekt hebben,' merkte Christopher op. 'En die elkaar niet kunnen uitstaan,' voegde hij er stilletjes aan toe. 'Klopt, hém kan ik zeker niet uitstaan.' Shania priemde met een lange, roodgelakte nagel naar Bram. Die haalde zijn schouders op en mompelde iets dat Shania niet verstond maar dat verdacht veel klonk als 'idem dito'. 'En wie zijn jullie?' De nieuwkomers staarden met open mond naar Shania. De twee jongens luisterden naar de namen Zeke en Viktor, en het goedlachse meisje met de krullen heette Helen. Nog voordat ze zichzelf hadden voorgesteld, stampte Shania gefrustreerd tegen haar koffer. Die viel omver en de ritssluiting vloog open, waardoor het pad naar het vakantiehuis bezaaid werd met make-upspullen en ondergoed vol kanten frutsels. Shania sloeg een kreet van ergernis en probeerde haar spullen zo snel mogelijk bij elkaar te graaien. Bram lachte haar uit en raapte een gevallen slipje van de grond. Shania griste het ding woedend uit zijn handen en verstopte het snel onder een topje. De situatie met het verkeerd geboekte vakantiehuis begon uit de hand te lopen. Hoe kon de eigenaar zich zo vergist hebben? Zeke voelde aan dat hij moest ingrijpen voordat de boel ontplofte. 'Ho!' riep hij uit. 'Laten we allemaal even kalmeren.' Hij keek de groep rond en zag overal gelaatsuitdrukkingen die ergens halt hielden tussen boosheid en verbazing. 'Het lijkt erop dat er sprake is van een misverstand. Er moet een fout gemaakt zijn bij de registratie van de boekingen en dat is niemands schuld, behalve misschien die van de eigenaar van het vakantiehuis. Of misschien staan er wel meerdere vakantiehuisjes op het terrein?' hij gluurde hoopvol naar de ruimte achter Shania, maar daar bevond zich toch echt maar één vakantiehuis. Shania klakte afkeurend met haar tong en keek demonstratief de andere kant op. Ze durfde niet meer op haar koffer te gaan zitten en sloeg daarom haar armen over elkaar terwijl ze rechtop bleef staan. Bram mompelde iets over 'wachten op de bus' en Koen lachte luid. Zeke stak zijn handen omhoog in een sussend gebaar en probeerde iedereen tot kalmte te manen. 'Het is niet onze schuld dat we hier met z'n...' Hij telde snel even alle gezichten. 'Met z'n negenen zitten,' besloot hij. 'Ja, die jongen heeft gelijk,' beaamde Bram. Hij schopte tegen een steentje en keek vanuit zijn ooghoek naar Shania. Hij hoopte dat ze niet zou ontploffen van woede, want hij wist hoe ver ze kon gaan als ze kwaad was... Hij knakte met zijn vingers en schraapte zijn keel. 'Dit is gewoon een misverstand. Niemand probeert de vakantie van iemand anders te verpesten.' Koen knikte driftig en zei dat de eigenaar zich vast vergist had van datum. Wat kon er anders gebeurd zijn? Iedereen knikte begrijpend en stemde in met wat Zeke en Bram zeiden. Iedereen behalve Shania, die nog steeds met haar armen over elkaar geslagen stond en weigerde de anderen aan te kijken. De woede die ze uitstraalde was zelfs voelbaar voor de anderen. Bram deed een poging om haar uit te leggen waarom hij en Koen waren opgedoken bij 'haar' vakantiehuis. 'Luister, Shania... Koen en ik deden mee aan een dropping van de jeugdbeweging. We hadden ons overslapen en de groep was al vertrokken. We besloten er in ons eentje op uit te trekken, maar onze poging om hen achterna te gaan, mislukte jammerlijk.' Hij dacht terug aan het moment toen het tot hen doordrong dat ze hun groepsleden niet zouden vinden. 'Uiteindelijk waren we zo erg de weg kwijt dat we naar de zeedijk toeliepen. Daar kwamen we iemand tegen die vroeg of we verdwaald waren. En of we misschien de nacht wilden doorbrengen in een van zijn buitenverblijven.' Bram maakte een hoofdbeweginkje naar het vakantiehuis. 'Ja,' vulde Koen aan. 'Hij zei dat het huisje deze week vrij was.' Vanuit het niets sprong Shania op Bram af en begon hem te krabben en te slaan. 'Je liegt,' krijste ze uitzinnig. 'Je wilt mijn relaties gewoon dwarsbomen, jaloerse vent!' Bram greep de polsen van Shania beet en duwde haar van zich af. In zijn nek stonden krassen waaruit bloed opwelde. Koen stond erbij met een krijtwit gezicht maar deed niets om zijn vriend te helpen. Gelukkig wist Bram hoe hij Shania moest aanpakken en was hij sterk genoeg om haar in toom te houden. Ook de anderen bewogen zich niet, behalve Viktor, die een stap vooruit zette. 'Shania, je kraamt onzin uit. Laten we kalmeren en erover praten.' Viktors sussende toon had het effect van een rode lap op een stier. 'Hou je mond of ik ruk je tong eruit!' brulde Shania. Zwaar ademend liet ze zich op haar rechtopstaande koffer zakken. Ze probeerde zo voorzichtig mogelijk te zijn, want ze wilde niet dat haar ondergoed een tweede keer tentoongesteld zou worden voor de buitenwereld. Waar zat Anthony? Ze wachtte ondertussen al meer dan een uur op hem. Waarom had hij de sleutels van het vakantiehuis niet onder een steen gelegd of zo, dan kon ze al naar binnen gaan terwijl hij onderweg was. Met haar duim en wijsvinger drukte ze hard op haar slapen om de hoofdpijn die opkwam te onderdrukken. Een eindje verderop plofte Ginny neer op een platte steen. Ze bukte zich en wroette met haar vingers in een hoge graspol, alsof ze daar een schat had gezien. Shania had Anthony nog nooit in het echt ontmoet, maar ze hadden veel online gechat en foto's uitgewisseld. Ze had hem vertrouwd, anders was ze nooit naar Frankrijk gekomen voor hem. Waar bleef hij? Ze werd hoe langer hoe kwader. Hoe durfde hij haar zo voor schut te zetten? Een schrille kreet reet haar trommelvliezen aan stukken en bezorgde haar een pijnscheut in haar hoofd. Ginny schreeuwde opgewonden en zwaaide vrolijk met de sleutels van het huis. 'Ze lagen gewoon verstopt naast de brievenbus! Nu kunnen we naar binnen!' Ze liep naar de voordeur toe met de rinkelende sleutelbos in haar hand. 'Goed zo,' zei Viktor met een behoedzame blik op Shania. Ze waren nog steeds op hun hoede voor een woede-aanval. Viktor keek vlug weg toen hij haar gezicht zag, dat op onweer stond. 'We zullen onze koffers naar binnen brengen en kijken of er iets te bikken valt. Alea acta est.' Viktor strooide wel vaker Latijnse spreuken in het rond. Op Zeke en Koen na keek iedereen verbaasd: ze kenden geen Latijn. 'De teerling is geworpen,' vertaalde Zeke. Viktor keek enigszins beteuterd, want hij vond het net leuk dat niemand zijn uitspraken begreep. Alea acta est. De teerling is geworpen. Viktor greep het handvat van zijn rugzak, zwaaide het ding over zijn schouder en liep het vakantiehuisje binnen.   Meer lezen? Volg Eva Linden op haar Facebookpagina

Eva Linden
36 1
Tip

catalogus van het treinverkeer

je zit moederziel alleen in een trein een zeer lange en goedkope taxi op sporen zeg maar hij brengt je daar waar je het eerst aan denkt istanboel sao paulo een konijnenhol onder de heuvel   sommige treinen zijn zelfs in staat om van de wereld af te rijden of in ondiepe watervlakten te stranden (als in een film van Miyazaki)   er zijn er die hobbelig binnenhikken nauwelijks het eind van het perron halend andere stormen met een rotvaart aan en stoppen met tegenzin voor het in en uit van reizigers   statistisch gezien bevindt zich ergens in een trein vandaag een postzak met een vlekkerige brief waarin het spijt me hier eindigt het tussen ons   nooit te vergeten en met gepaste deemoed het historisch perspectief naar Auschwitz gingen treinen alleen heen   heel anders dan wie naar de dood reist zonder in te stappen al wie op sporen heeft gelopen met plannen zich gelegd heeft gesprongen is plak al die gezichten naast elkaar aanschouw een collage der wanhoop   of hou het luchtiger en verbeeld je dat er treinen zijn die wat schudden en het juiste geluid produceren maar die eigenlijk stilstaan terwijl er een overtuigende film van bomen en huizen velden en fabrieken langs de ramen rolt dit is bedrog! de film speelt af in loop je zal nergens aankomen   tot slot en veruit in de meerderheid de treinen vol forenzen dagjesmensen opgewonden kinderen naar gelang van de soort met hoofden vol nota’s offertes kantinepraatjes bieren op terrasjes koopjes olifanten luchtbedden aardbeienijsjes  

Sandra Roobaert
73 1