Lezen

Optellen en aftellen

We zitten in de stad. Letterlijk. Na de boodschappen verzoekt een vrijstaande terrastafel ons om te gaan zitten. We luisteren graag, want de hoge tafel met twee taboeretten is de enige die nog vrij is. De eerste lentezon heeft flink wat mensen gelokt. Als bijen naar een honingpot. Na het brengen van de consumpties, rekenen we meteen af bij de ober. Hij wil de prijs van de twee drankjes optellen, maar geraakt er niet meteen uit. De eerste zon wellicht en de drukte die het met zich meebrengt. Even later komt hij met de rekening. We moeten  5 euro en 60 cent betalen en de vriendelijke man denkt zichtbaar na over wat hij moet teruggeven van het briefje van 10. “Optellen”, wil ik helpen. “40 cent erbij is zes en vier euro erbij is tien euro.” Meestal gevolgd door een ‘geweest’, waarna het briefje in een dikke portefeuille en vervolgens in de schort van de ober verdwijnt. De lentezon duikt ondertussen achter een gebouw. Maar de ervaren terraszitters weten nog een zonnige plek. Tafels en stoelen verschuiven tegelijkertijd. Het lijkt wel een ballet. Als de zon zich even later definitief dreigt te verschuilen, zijn we de enigen met nog een streepje zon. Dankzij onze barkrukken zitten we hoger. Ik zie meteen enkele jaloerse blikken. We wenken naar de ober. Om het hem niet nodeloos ingewikkeld te maken, bestellen we hetzelfde. De vorige rekening ligt nog op tafel. Aan de tafel achter ons leest een man zijn krant. Als hij plots vrij luid gaapt, kijk ik om. “Dat zal de eerste lentezon zijn”, zegt hij. “Ze zeggen dat je daar moe van wordt.” Ik knik bevestigend en wil vragen of hij dat in de krant gelezen heeft, maar ik geniet nog even van de ondergaande zon. Nog goed twee minuten denk ik. We kunnen al aftellen.  

Rudi Lavreysen
39 0

Een nieuwe koning

Mensen, ik heb iets meegemaakt. Iets uitzonderlijk. Als het iets normaals was, zou ik het niet op een podium vertellen, maar op het toilet terwijl ik wacht tot er iemand klaar met zijn grote boodschap is.   Mensen, ik kwam een raar figuur tegen. Dichtbij de statie. Hij riep naar het noorden, zuiden, oosten en westen. Ik kon niet nalaten hem een half oor te schenken. Hij zag dat oor en nam mijn hoofd. De man keek mij recht in de ogen en zonder enige introductie begon hij zijn relaas.   “Beste mens, waarde landgenoot. Tis tijd. Om even te babbelen. Over onze democratie, en hoe het daarmee gaat. Het wordt geen gezellige babbel. Tot spijt van wie het benijdt. Het was een leuk idee, versta me niet verkeerd, maar de uitwerking loopt mank. We blijven achter met een pad vol blutsen en gaten. Daar strompelen we doorheen met een knoert van een kater. Het volk beslist, dat zeker, het volk beslist zeker, maar het is eerder de beslissing van een kleuter om snoepgoed als gezond eten te beschouwen. Is het niet waar wat ik zeg? De ene verkiezing draait nog slechter uit dan de andere. Net als je denkt: het kan niet erger, wordt het nog erger. Zinken we nog dieper. En het resultaat? Regeringen vallen uiteen, leugens eindigen in doortraande persconferenties. “Ik moet hier ontslag nemen.” Is het niet waar? Een democratisch verkozen politicus met het zelfmedelijden van een Zonnekoning. Ik kan nog een eeuw doorgaan, mijn opsomming eeuwig updatend met de laatste onzin die passeert.   Om al dat gedoe, hé, daarom zeg ik: het is goed geweest. Het was leuk, maar het is genoeg geweest. België kan het niet meer aan. Natuurlijk niet. Waarom verschiet u daarvan? Het was al vanaf de start doorgestoken kaart. Vanaf de dag dat mijn voorvader, Karel August Eugène Napoleon de Beauharnais, zijn rechtmatige Belgische troon niet kreeg door de leugenachtige en valse stemming georkestreerd door die vuile Leopold I. Toen zat het al scheef. Mijn voorvader werd bestolen door die eerste Leopold. Was het maar bij 1 Leopold gebleven! Is het niet waar wat ik zeg? Zijn afstammelingen bleken nog armzaliger te zijn.   Net na het kronen van Leopold I bleek al wat een knoert van een vergissing zich daar had voltrokken. De kroon (van smaragden en schijn) zat amper op de inferieure krans van Leo, of daar stonden de Nederlanders al om deze nieuwe staat te betwisten. Je kan het hen moeilijk kwalijk nemen, met zo’n uil van een ‘heerser’. Een heerser die naam waardig is Leotje nooit geweest. Hij en zijn troepen werden overrompeld door de Nederlandse troepen. Engeland en Frankrijk hadden amper hun rug gekeerd, of ze moesten Leotje al uit de penarie redden. Om al dat gedoe, hé, daarom zeg ik: we moeten de historische fout corrigeren en de erfgenaam van Karel August Eugène Napoleon de Beauharnais zijn rechtmatige troon toewijzen. Ter uwer info: dat ben ik.   Meneer, ik zie dat u zich amper kunt bedwingen. U kwijlt al bij het binnenhouden van de woorden: “tis weer een witte heerser”. (Zo sprak hij recht in mijn irissen met speeksel spuwend op mijn oogwallen.) Ik zal u eens iets zeggen. U bent mis! Mijn voorvaderen had allen (en letterlijk allen) kinderen met hun Congolese huisbedienden. Thomas Jefferson-gewijs. Dat maakt van mij helemaal geen witte heerser. En als daar ook al iets verkeerds aan mocht zijn, dan hoor ik het graag. Uw commentaar kan u richten aan Geert Bourgeois, Martelaarsplein 19, 1000 Brussel.   De jeugd wil mij. Zij verkiezen een sterke leider boven democratie. Wat zullen hun ogen pronken bij het zien van niet enkel een sterke leider als ik, maar zowaar een sterke leider met steeds een sterk glas vol sterke drank! Ik hoor het u al mompelen. Allemaal goed en wel, maar waarom jij?  Tegen die twijfelaars die zoiets nooit in mijn gezicht zouden durven zeggen (en durf dat op dit eigenste moment niet te doen), zeg ik “Waarom niet ik?” Ik durf het in uw gezicht zeggen, maar u hebt daar de ballen niet voor. En tegen diegenen die zeggen: “Je kan het niet in je gezicht zeggen, omdat je bij de minste kritiek als een Olympisch renner wegloopt.” Daar zeg ik tegen: “Ik ren weg omdat ik aan mijn conditie werk. Met je kritiek heeft dat niet te maken. Het is louter toeval. Ik werk aan mijn conditie. De toekomst vraagt dat van mij.”   Mag ik jullie er ook aan herinneren dat ons koningschap niet familiaal hoeft te zijn? Jazeker. Wij kijken naar Filip als een koning uit vergane tijden. Maar onze koning regeert niet bij gratie Gods. Het is geen vanzelfsprekende opvolging van ouder op kind. Wij zijn geen Britten. De Koning der Belgen is koning bij gratie van zijn landgenoten. Hebt U daar gratie voor? Keurt U dat goed? Die gratie is zijn houdbaarheidsdatum al lang gepasseerd. Er zit schimmel op. De landgenoten moeten een nieuwe koning gratie verlenen. En daarom zeg ik: Waarom niet ik?   De Civiele Lijst. Nog zoiets. In deze tijden waarin armoede welig tiert, worden de onkosten van de koning gedekt. Gedekt, zomaar. Als koning beloof ik U dat ik zal leven als een bedelaar voor een supermarkt. Ik slaap op straat, ik eet wat er nog rest in de vuilstraatjes op de laatste dag van de maand. Geen cent betaalt het volk aan mij.   Wat ik wel zal doen als Koning is veroordelen en gratie verlenen. En of ik die rol met verve zal vervullen. Ik begin er meteen aan.   Wie wordt veroordeeld? Joke Schauvliege, die als een strontvlieg maar rond onze hoofden blijft cirkelen, zoemend in de microfoon. Met mij als koning der Belgen veroordeel ik Joke tot een bestaan als strontvlieg. Haar tijd op deze aardbol wordt beperkt tot 1 dag stront opkuisen in een manège. Daarna moet ze vertrekken en verrekken. Voorgoed.   Wie krijgt gratie? Wel, vanuit de goedheid van mijn hart en ziel, met alle liefde verwoord, schenk ik de gratie aan NIEMAND! Zorg ervoor dat ik je niet veroordeel, want dat is alles wat ik doe. Gratie is voor in historische romans.   Mijn credo aan het Belgische volk is dus: Leef volgens het goede, of anders zwaait er wat! Als die freakshow Filip I dit alles betwist, nodig ik hem graag uit om dit met mij uit te vechten in een duel. Zaterdag om 10u30 voor de HUBO op de Dambruggestraat. Het duel zal uitgevochten worden in sumo-stijl met fatsuits.   Dank mij. Dank mij. Dank mij.   Gegroet!"   Hij marcheerde van mij weg, steeds oogcontact houdend. Plotsklaps keerde hij zich 90 graden en marcheerde voorwaarts. Hij sprak een oude vrouw met een wandelstok aan en zei: “Beste mens, waarde landgenoot. Tis tijd. Om even te babbelen.””   Ik kocht een smos in de Panos, dronk een cola en ging verder de dag tegemoet. Tot spijt van wie het benijdt.

Jeroen Meylemans
42 0

Zachtgekookt ei

Veel te lang geleden dat ik het allemaal nog is van me afgeschreven heb en ik voel dat het hoog tijd wordt. Alles is even heel zwaar en chaotisch. Ik ben mezelf wat aan het kwijtgeraken en wil proberen het evenwicht terug te vinden.    Ik zit vol zorgen voor kleine dingen. Ik ben veel te perfectionistisch om te leven in een maatschappij waarin zoveel verwacht wordt. Ik verwacht al genoeg van mezelf, push mezelf tot het uiterste om die perfecte persoon te zijn die ik wil zijn, maar dat vraagt te veel als ik daarbuiten nog zoveel verplichtingen heb. Dat ben ik moe. Ik ben moe. Mezelf moe, dat vooral. Ik voel me zo vaak boos op mezelf, soms haat ik mezelf zelfs echt. Ik zie dat ik alles heb om gewoon gelukkig te zijn, maar ben dat niet genoeg. Ik heb soms van die kleine momentjes van rust waarop ik besef hoe goed alles nu is, en daar kan ik geweldig van genieten. Maar wanneer die rust wegvalt, valt ook dat besef weg. Daar word ik boos en verdrietig van. Wanneer ik even echt met mezelf en mijn gevoelens worstel, dan kan ik mezelf echt haten. Dan kan ik echt dood willen zijn, omdat ik besef dat ik niet gemaakt ben om gelukkig te zijn. Ik ga nooit zorgeloos gelukkig zijn, ik ga nooit ten volle kunnen genieten, en ik weet niet of ik dat wel zie zitten.    Er zijn nog zoveel dingen aan mezelf die ik helemaal niet begrijp. Zo word ik altijd verdrietig en boos als Nick zat is. Ik kan rationeel beredeneren dat dat niet erg is, dat dat normaal is, dat ik dat zelf ook zo vaak ben, maar vanbinnen woedt een vuur dat me helemaal verhit. De hitte maakt me boos, doet me pijn, en laat mijn hoofd op volle toeren draaien. Denk even na, blijf rustig, niet wenen, niet boos worden, loop niet weg, blijf op je benen staan, denk niet dat je er niet meer wil zijn, stop met zoveel te verwachten van anderen, stop met jezelf te zijn. Stop. STOP!   Volgend weekend is het carnaval en Nick maakt zich al klaar om zich ladderzat te zuipen. Ik maak me al klaar om me doodongelukkig te voelen. Ik maak me klaar om een heel weekend, en waarschijnlijk nog een hele week, tegen mezelf te vechten. Ik zie het echt niet zitten. Ik ben bang. Bang dat ik eens ga breken, want ik voel dat dat kan gebeuren.    HELP 

Layla Clarke
0 0