De pan
De pan
Men zegt dat, als drie ongelukken samen komen, er één je geluk opbrengt. Ik weet niet of dit waar is, maar tijdens mijn eerste dagen in België gold dit. Toen ik nog geen dak boven mijn hoofd had, de taal niet kende en niet wist dat je geldige papieren nodig hebt om te werken, vond ik toch een baan.
Een landgenoot had mij gevraagd of ik wou werken. “Ja, maar waar?” antwoordde ik.
Hij zei tegen mij: “In een keuken.” Hij bedoelde dat ik in de keuken van een restaurant kon werken. Ik zei tegen hem dat ik geen Nederlands kon. Hij vertelde dat de kok voor wie ik zou werken een man was van weinig woorden.
Ik vroeg: “Voor hoelang?” “Niet zo lang.”, antwoordde hij met opgeheven handen. Hij voegde er aan toe dat bijna niemand het lang kon uithouden bij die strenge oude kok.
Ik zei: ”Ja…oké.” Omdat ik geld nodig had om een intensieve taalcursus te kunnen volgen.
De eerste keer dat ik naar het restaurant ging, ging ik rechtstreeks naar de keuken. Daar stond een berg vuile afwas die ik onmiddellijk begon af te wassen, tot de kok mij riep. Hij vroeg met een luide stem en een gestrekte arm: “de pan!” Uit zijn gebaren wist ik op te maken dat hij mij had gevraagd om hem iets te brengen. “Maar wat?”, vroeg ik mezelf af. Ik keek rond en zei tegen mijzelf:
“Reza, geen paniek. Dit is een restaurant, je bent in de keuken, hij is de kok en hij is soep aan het maken, dus wat heeft hij nodig?”
Ik keek nog een keer rond en plots viel mijn blik op iets oranjerood in deze grijze keuken. ’ Wortelen!’ Ik ordende mijn gedachten:
“Dit is een restaurant, ik ben in de keuken, de kok is soep aan het maken, dus zijn er wortelen nodig.”
Snel greep ik met volle overtuiging naar de wortelen en zette deze voor de kok neer. Maar tot mijn verbazing riep hij na een paar seconden: “Pannn!” Ik zei tegen mijzelf: “Reza, simpel houden, denk na.” Ik probeerde nog eens mijn gedachten te ordenen: “Het restaurant, de keuken, de kok, soep maken, wortelen, duuus…ze eerst spoelen natuurlijk!”
Snel en handig pakte ik de wortelen over van de kok en begon ze met water te spoelen. Nadat ik de wortelen had gespoeld, gaf ik ze hem terug. Maar nog steeds riep hij: “Pan! Pan!” Deze keer was het snel en kort, twee keer na elkaar.
In mijn gedachten ging ik terug naar mijn formule:
“Het restaurant, de keuken, de kok, soep, wortelen, spoelen; duuuus… In stukjes snijden zeker.”
Ik heb snel de wortelen weggehaald en begon ze met een groot mes in kleine stukjes te snijden. Maar alweer riep hij nu bijna blaffend: “Pan..pan.. pan!!” Ik ging snel naar mijn formule maar ze werd nog abstracter:
“Het res…, de ko…, de keu…, soe…, wort…, spoe…, snij…, dus… tempo, tempo Reza!” Ik was volop bezig met het snijden van de wortelen in kleine stukjes en dacht: “Reza je bent goed bezig, tempo, tempo.”
Dan hoorde ik plotseling een BENGGGGGGGG!!!, achter mijn hoofd.
“Mijn formule… bom… Irak… Sadam… oorlog… het paradijs…waar ben ik?”
Het mes viel uit mijn hand, een paar seconden lang wist ik niet waar ik was. Toen zag ik het grote hoofd met de volle snor van de kok, onder een witte koksmuts en besefte dat ik in de keuken was.
Mijn blik ging van zijn hoofd naar zijn linkerschouder en vandaar naar zijn linkerarm en draaide zich dan met 90 graden van zijn linkerarm naar zijn voorarm. Waardoor ik zijn linkerhand zag die naar zijn rechterhand wees terwijl ik hem langzaam hoorde zeggen: “Pannn.” Met een rond voorwerp in zijn rechterhand ‘een pan!’. Zo leerde ik mijn eerste Nederlandse woord.
Ik keek rondom mij heen. Van hoek tot hoek waren er alle soorten pannen en potten, messen, vorken en lepels opgehangen aan de muren.
Na een paar seconden rondkijken riep de kok plots luid: “De wortel!”
En ik vroeg mijzelf verbaasd af: “Welke dingen is nu de wortel?”
‘Badandjan’, wat is een badandjan?
Een badandjan is een badandjan!, zoals hij eruit ziet.