Lezen

Eén en ander - storm

"Er woedt een storm", zegt de één. De ander kijkt op, ziet de blauwe lucht en werpt een vragende blik. "Nee, niet daar," zegt de één. "Hier", en wijst naar hoofd en hart. De ander sluit de ogen en zoekt naar de storm in hoofd en hart, maar vindt enkel blauwe lucht en een vredige, witte wolk. En de één kijkt terug en opent zich. Uit de ogen komen tranen als regendruppels. Ze lopen langs het gezicht, langs het hart en stromen naar de grond waar de ander op staat. Handen en vingers trillen, de borstkas schokt op en neer. Uit de mond van de één klinkt de wind, met lange uithalen en diep gehuil, tot de trommelvliezen van de ander trillen.  Het water stroomt tot de lippen van de ander. Het gehuil trilt tot het hart van de ander. De vingers van de ander daveren. De handen beven. Het gehuil wordt oorverdovend en er klinkt een schreeuw. Uit de mond van de ander klinkt de wind. Uit de ogen van de ander vallen tranen als regendruppels. "Er woedt een storm," zegt de ander.   Een derde kijkt op, ziet de blauwe lucht en werpt een vragende blik.        Appendix   Een derde kijkt op, ziet de blauwe lucht en werpt een vragende blik. Eén en ander regenen. De derde haalt hout uit de grond en timmert een boot, laat zich varen met droge voeten. Eén en ander daveren. De derde voelt hoe het water de schokken dempt. Eén en ander joelen. De derde neuriet mee met de melodie. "Er woedt een storm", jammeren de een en de ander. "Er woedt een storm rondom", zingt de derde. 

SanneNadineF
3 0

Hemelse klanken

We staan op het dak van het MAS en kijken over Antwerpen. "En die kerk met de gekke toren, welke is dat?", wijst mijn Nederlandse compagnon. "Dat is de Sint-Jacobskerk", antwoord ik. "Ze hadden eeuwen geleden het plan om de hoogste toren van Antwerpen en ver daarbuiten te bouwen, maar dat is nooit gelukt. Daarom hebben ze nu die platte toren." "Ze hebben dus een beetje hoog van de toren willen blazen", lacht hij.  We delen een voorliefde voor spreekwoorden. En voor de koekenstad, al is hij er voor het eerst. Als ik vertel dat Rubens in die kerk begraven ligt, wil hij er meteen naartoe. Aan de kerk is de inkom bijna versperd door een bestelwagen van de nationale omroep. “We zijn nog maar een half uurtje open”, fluistert de man aan de inkom. “Daarom is het maar € 2 inkom”. Hij zegt het zo stilletjes dat ik het bijna niet hoor. Maar zo hoort het natuurlijk in een kerk. “Weet je trouwens waar de uitdrukking ‘rijke stinkerd’ zogezegd vandaan komt?”, vraagt mijn metgezel als we aan de grafkapel van Rubens staan. Ik knik bevestigend, maar hij vertelt het toch. “Vroeger werden de arme mensen buiten aan de kerk begraven. De rijke mensen hadden een plaatsje binnen gereserveerd. Maar dat gaf op de duur een geurtje. Hier liggen ze dan, de rijke stinkerds, zeiden de mensen.”    Even later zien en horen we wat de studiowagen van de nationale omroep aan de Sint-Jacobskerk doet. “Een Portugees koor voor de opnames van Klara Live”, zegt de man aan de inkom. “Blijf maar even luisteren”, voegt hij er aan toe. We worden er zowaar nog stiller van. “Dank je wel. Wat een hemelse klanken”, fluister ik. Hij knikt alleen maar. Al meen ik hem ook een moment naar boven te zien kijken.  

Rudi Lavreysen
0 1

Twee dingen die ik niet ben (een jonge vrouw en een hond)

een woord wordt gegeven, het spreekt voor zich het beeld is een vergaarbak voor liefdesstralen scherven in maanlicht over verwoestijnde straten een onderwereld verklaren aan de sterren ooit in de kern van het glas hun thuis begrepen betekenis is gebleven opdat het opzet dat zo bedoeld had, vragen worden opgeworpen, voorkomen dat problemen ontstaan als hoeder van de schaduw treed mijn lantaarn hoop uit een niet aflatend verleden een hond trouw voor zover hij zonder meester nooit vooruit is gegaan zijn nieuwe thuis als kunstlicht op klare dag de verklaring van het feit, niet bedoeld als ondersteuning voor de schuldenlast mijn standpunt verbloemt, voor zover ik het stilistisch nodig acht een beeld is origineel als het naar de kern teruggaat de wedergeboorte van het licht blijkt een achtervolgingswaan de drager een drenkeling mijn inzicht leidt de weg, niet de kern van mezelf de weg draagt meer hoop dan verantwoordelijkheid in de kern van een dood voorwerp een zelf bedruipend vluchtoord betrekken gedachten vooruitzicht strijkt een schakering hoop uit een zwart allegaar het woord, de indruk die je deelt, niet wat je nalaat eens het goede is gedaan het voorwerp ondergaat, maar een feit kent geen zelfbeklag de grauwe aanblik van mijn verveling overschildert in een afgewend ogenblik de leugen maar een voorgehouden spiegel vertelt een ander verhaal dan een nietsvermoedend vensterraam mijn schuldenlast verbergt dat het voor zich spreekt dat een inzicht wat gedaan is ondergaat een onderwerp, zwaarmoedig, voor zover ik probeerde te volgen vragen worden problemen als de kern van het voorwerp de schuldenlast ondergaat afstotelijk naakt na de dood van een ster als het woord is gegeven en de betekenis is gebleven had het origineel zich opgeworpen, was de aanzet van het opzet gedaan het beeld, een inzicht in de verklaring voor het feit dat voor het voorwerp een woord was ontstaan de leegte kreunt als hoeder van de schaduw zijn hond sleurt in een getrokken geeuw een tong onuitgesproken terug begrip omvat niet de mogelijkheid van het niet bestaan ik verlies je niet als ik je niet, onbewust, vergat de morgen ontmaskert patronen benen van wat hun reeds lang is ontgaan onderwijzend is de tijd als een moeder van wanhoop voor hun voeten geworpen ik begrijp je voor zover het niet zwaarmoedig werd zolang een hunkerend blank doek berust in zijn streken zullen zij dansen met de schemer verbloem het probleem in de kern van de verklaring voor zover een stilistisch beeld de verantwoordelijkheid van een standpunt niet mogelijk acht onuitgesproken het beeld van een naakte jonge vrouw een ingeving uit de onderstroom van een droom in de dood van een ster in uitgeholde oogleden vindt een doelloos kanaal afleiding in de verklaringen van de hond en zijn hoeder wiegen hun vragen het wrak van de leegte een weg door de schemer met een hond en een jonge vrouw tussen benen dingen die ik niet ben

Robijn Bodijn
15 0

De Ster

Vijf tellen inademen…. Tien tellen uitademen…Vijf in…Tien uit… Ik moet kalmer worden, rustiger. Hét moment is aangekomen. Mijn moment.   “Un, deux , troix! Grand battement! En opnieuw! Un, deux, trois, grand battement! Komaan meisjes, we stoppen niet tot iedereen het perfect doet!” Ik zweet en mijn lijf doet pijn. “Deze pijn is fijn!” roept madame Jacqueline, alsof ze mijn gedachten leest. Madame is al sinds ik begon bij de balletschool mijn lerares. Ze pikt de meest getalenteerde kinderen uit en maakt er haar levensdoel van deze ‘gelukzakken’ te infecteren met het balletvirus. Ik kijk de zaal rond en zoek de blik van Hanne. Ik zie dat dat ze ook zweet. Ze lijkt weer last te hebben van haar enkel. Een verkeerd uitgevoerde grand jeté enkele weken geleden… Haar ogen vinden de mijne en ik voel een steek in mijn hart. Ze houdt zich sterk maar ik zie dat ze veel pijn lijdt. De spanning is te snijden. Alle lessen staan in het teken van het grote recital morgen. Er wordt gefluisterd dat er zelfs een talentscout van Het Ballet van Vlaanderen in de zaal zal zitten. Madame duldt geen fouten en drilt ons met ijzeren hand. “Nόg een keer!” klinkt het onverbiddelijk. Ik doe mijn ogen toe en ga tot het uiterste.   Na de les zitten Hanne en ik als laatsten nog in de kleedkamer. Haar schouders hangen, ze staart naar een punt op de grond. “Het gaat me niet lukken Emma,” fluistert ze. Ik ga naast haar zitten. “Ik geloof in jou,” zeg ik, en ik leg mijn arm om haar heen. Hanne laat haar hoofd rusten op mijn schouder. “Dat weet ik.” Zo blijven we in stilte een hele tijd zitten.   Wanneer ik ’s avonds in bed lig, kan ik de slaap moeilijk vatten. Ik maak me zorgen. Morgen is de grote dag. Zal mijn leven morgen veranderen? Zal mijn fantasie uitkomen? Of lig ik hier morgenavond als een mislukking? Ik ben zenuwachtig, bang zelfs. Het duurt lang eer ik de slaap kan vatten.   Na een korte, onrustige nacht sta ik ongeduldig te trappelen in de coulissen. Volledig opgemaakt, tutu en pointes aangetrokken. Ik ben doodmoe maar ik voel het niet, de adrenaline raast door mijn lijf. Waar is Hanne? Ik zie haar niet meteen en voel paniek opborrelen. Wanneer ik haar uiteindelijk toch ontdek in de massa ballerina’s maakt mijn hart een sprongetje. Ik wring me een weg naar haar toe. Vijf tellen inademen…. Tien tellen uitademen…Vijf in…Tien uit… Ik neem haar beide handen vast en kijk in haar ogen. Ik moet kalmer worden, rustiger. Hét moment is aangebroken. Mijn moment. “Hanne,” begin ik, vastbesloten het point of no return over te steken, “Ik denk dat ik van jou hou.”

MiMa
0 0

Paringsdans - Zilvergrijs en mauve

  Paco droeg een zilvergrijs pak met een lichte ondertoon van mauve. De kleur mauve was in de 19de eeuw toevallig uitgevonden door een achttienjarige, die zich een vakantie lang had opgesloten in een zelfgebouwd laboratorium op zolder, uit liefde voor de scheikunde en in de hoop om een middel tegen malaria te vinden. Die belangrijke uitvinding was niet gebeurd, maar hij ontdekte wel de kleurstof mauve. Het was een dure kleur en het zou even duren vooraleer ze een geliefde kleur werd bij de meest modieuze, welgestelde dames. Dat was vooral nadat een extravagante keizerin deze kleur stelselmatig was beginnen dragen, omdat ze vond dat het de kleur van haar ogen was. Maar zoals elke jeugdige schoonheid kwam ook de kleur mauve in verval en werd ze door Oscar Wilde in Het portret van Dorian Grey, gebruikt om een generatie oudere dames, die de kleur trouw waren gebleven, te duiden. ‘Vertrouw nooit een vrouw die mauve draagt’, waren zijn woorden. Paco was dan wel geen vrouw, hij was een echte vrouwengek en mauve misschien wel de perfecte kleur voor hem. Het was zijn hoge vlindergedrag dat het vertrouwen in een langdurige relatie bij het andere geslacht kelderde. De afgelopen tien jaar was het een komen en vooral gaan geweest van vrouwen. Knappe, elegante vrouwen met blonde of bruine haarlokken, rood golvend haar of zwarte krullen. Hij had ze allemaal met zijn liefde omarmd. Ze vertoefden maar wat graag in zijn buurt. De aandacht die hij gaf kende bij andere mannen geen gelijke. Zijn charme was aanstekelijk, de attente blik die ze van hem kregen deed hen zwijmelen, om nog maar te zwijgen over zijn toewijding tussen de lakens. Was het een frisse lentebries die de lakens van hun lichamen had ontdaan? Zijn handen gleden over al hun curven en benadrukte hun vrouwelijkheid met een overvloed aan strelingen, die als een onzichtbare jurk bleven nazinderen nog lang na zijn vertrek. Hij was als het ware de beschermheer van hun naaktheid en de dienaar van hun vrouwelijkheid.   Maar Paco kon ook heel erg in zichzelf gekeerd zijn. Iedereen dacht dat het kwam door die vervelende laatste vlucht tijdens zijn opleiding als F16-piloot. Hij had de schietstoel moeten gebruiken en dat betekende voor elke leerling-piloot dat hij zijn strepen wel mocht vergeten. Tot op de laatste dag was men in de opleiding keihard, oorlogshard, had men geen greintje mededogen, hoe goed de rest van het parcours ook was afgelegd. Het gevechtsvliegtuig was immers een fortuin waard, de opleiding evenzo om nog maar te zwijgen over de veiligheid die ten alle tijde moest worden gevrijwaard. In een dichtbevolkt land als België had een dergelijk manoeuvre burgerlevens kunnen kosten.   Het groepje dat na vier jaar training was overgebleven had al plannen gemaakt. Ze hingen aan mekaar, kenden elkaars zielenroerselen, waren makkers voor het leven geworden. Velen hadden de opleiding niet gehaald, maar zij die de beproevingen hadden doorstaan mochten worden beschouwd als de crème. Ze keken na deze tijd van niet-aflatende fysieke en mentale testen, theoretische examens en praktische proeven uit naar hun eigen plekje in de officiersmess. De feestelijke overhandiging van hun strepen zou een week later in uniform plaatsvinden met ‘s avond een galabal en 50-koppige jazzband. De hele legertop zou aanwezig zijn.   Maar nu was er dit voorval. Een schietstoel moeten gebruiken tijdens de opleiding betekent voor een beginnende gevechtspiloot de doodstraf. Als je piloot had willen worden had je net zo goed niet op die knop kunnen drukken, afgelopen was het sowieso. De laatste dagen voor de uitreiking was de sfeer in de groep gelaten. Zelfs zij die hun finale vlucht al goed hadden doorstaan en voor 99 procent zeker waren van hun strepen, konden er niet van genieten. Paco had zijn lot aanvaard op het ogenblik dat hij met zijn twee voeten op de grond was gekomen en zijn parachute in mekaar was beginnen rollen. Geen cockpit meer voor deze voeten, geen G-krachten, geen blauwe lucht daarboven wanneer het hele land bedolven lag onder een grijze wolkenmassa.    

Attendant Moon
0 0