Lezen

Kraaienvrouw

Diep in het bos, waar de vogels niet fluiten en de muizen niet piepen, staat een eenzaam huis op een open plek. Een klein huisje met raampjes en een deur, zonder bel, zonder deurkruk. In het midden van het bos.   Hoog zijn de bomen en dicht is de begroeiing, met mistflarden om de toppen. Eeuwige duisternis ligt op de loer. Niemand durft zo diep het bos in te lopen, bang voor de duisternis, voor het verdwalen. Voor de verhalen over deze plek.   Als hij zo diep het bos in loopt, dat hij de mistdruppels op zijn huid voelt, op zijn tong proeft en de duisternis aan zich voelt likken, dan is de weg terug al uit zijn hoofd vervlogen. Is hij gedoemd om eeuwig rond te dwalen. Om de boomtoppen te horen ruisen, in de stilte van de nacht. Om de struiken te voelen kriebelen, angstaanjagend om hem heen.   Die open plek zal hem vinden, gretig inspelend op zijn angst, zijn snel kloppende hart, als een levend wezen. Hij zal ooit oog in oog staan met dat huisje zonder deurkruk en het licht achter die ramen zal hem doen trillen op zijn benen. Maar zijn hart verlangt naar zekerheid, gewoonte en geborgenheid. Zijn hand strekt uit, om te kloppen op de houten deur, verzekerd van een warm onthaal. Een route terug naar de bewoonde wereld.   ‘Kraaaaa! Kraaaaa! Kraaaaa!’ klinkt het vanuit het huisje en voor de laatste roep voorbij is, is hij niet meer te zien. Terug gevlucht in de duisternis, zonder aandacht voor het licht dat schijnt; een oude vrouw en haar kop thee, een kraai op haar schouder, in de  deuropening.   Hoofdschuddend kijkt de vrouw hem na, geamuseerd, gekwetst en bezorgd zijn geluiden volgend in het bos. Ze sluit haar ogen en ziet de boomtoppen, hoort de duisternis, ruikt de mistflarden en proeft de rennende voetstappen op haar natuur.   De struiken kriebelen om hem heen, de boomtoppen ruisen. Met open ogen rent hij door de mist, de duisternis benauwend in de achtervolging. Hij rent en rent, geplaagd door de kraaien die hem roepen, cirkelend om hem heen. In cirkels blijft hij verdwalen, nooit meer is hij alleen.

schaapschrijft
0 0

Kauwgombalherinneringen

Ze bekijkt de inhoud van een ouderwetse kauwgomballenautomaat. Eentje waar ook speelgoed in zit. Van een afstandje sta ik af te wegen of ze daar niet een beetje te oud voor is.   Normaal zou ik al zijn doorgelopen, maar ik kan mijn ogen niet van haar af houden. Vlak voor ze wegloopt raakt ze de grote doorzichtige plastic bol aan met haar vingertop. Een golf verdriet overspoelt me bij het zien van de blik in haar ogen. Als ze wegloopt lijkt ze zichzelf toe te spreken. Daarna schudt ze haar hoofd en lacht een beetje sullig.   Haar blik laat me niet los en even later sta ik voor de automaat. Haar vingerafdruk is nog zichtbaar en mijn hart smelt als ik zie wat ze aan wilde raken. Al het kleingeld dat ik bij mij heb, haal ik tevoorschijn.   Ik stop kauwgomballen in mijn mond en zenuwachtig kauwend haal ik de ene na andere bal eruit. De verkeerden stop ik in mijn tas, die steeds voller raakt. Ik heb het eigenlijk al opgegeven als de juiste bal eruit rolt. Gretig sluit ik mijn vingers eromheen en kijk naar links, maar de jonge vrouw is nergens meer te zien. Trots, maar ook teleurgesteld stop ik de bal in mijn broekzak, pak mijn en tas en loop al kauwend naar huis.   De volgende dag sta ik om dezelfde tijd op dezelfde plek. Ik kon haar niet uit mijn hoofd zetten, het was alsof ik naar deze plek toe werd getrokken. Zou ze hier weer komen?   De schemer begint in te zetten als ze eindelijk naar de kauwgomballenautomaat loopt. Vlug gaat ze door de knieën en zoekt de bal die ze gister zo bewonderde. Ik loop op haar af met mijn hand in mijn broekzak. Sta al een paar seconden naast haar voor ze naar mij opkijkt. Ze kijkt beschaamd.   Langzaam trek ik mijn vuist uit mijn broekzak en steek mijn hand naar haar uit. Voorzichtig vouw ik hem open. Met grote ogen kijkt ze naar haar bal. De plastic ring met vlinder en roze steentjes glinstert in de ondergaande zon.

schaapschrijft
17 0

Bouwaanvraag met zicht op eeuwigheid

  Toen ik acht jaar was ging ik in de zomer regelmatig met mijn grote zussen naar zee, meestal was dat Cadzand. We propten onze oude Fiat vol met handdoeken en zonnecrème en andere dingen waar we ’s avonds het zand niet meer uit zouden krijgen, en tuften naar het buitenland. Terwijl mijn zussen recto verso aan het zonnen gingen maakte ik altijd – hoe voorspelbaar kan het zijn- een zandkasteel. Water, zand en schelpen zijn tot nader order meer dan genoeg voor een kleine jongen om zijn ongebreidelde fantasie op los te laten. Op een dag wou ik er eens écht mijn werk van maken, een prestigeproject zou je kunnen zeggen, want de keer daarvoor had ik mij misrekend en te dicht bij de waterlijn gebouwd, waardoor ik door het opkomende water voortijdig in bouwverlof moest gaan. Deze keer dacht ik: nu gaan ze mij niet liggen hebben, ik ga ver genoeg naar achter bouwen, ver landinwaarts tot aan de duinengrens, waar mijn vesting veilig staat en soeverein het hinterland kan overschouwen. Het was natuurlijk een hele afstand als het eb was, ik zeulde voortdurend met twee emmertjes af en aan en bouwde het kasteel volgens een strak plan dat al dagen in mijn hoofd zat. Het had vier slottorens met als vlag een stukje zilverpapier van de verpakking waar onze boterhammen hadden ingezeten, een binnenplein met wenteltrap, steunberen langs de dikke muren die ik versterkte met een cordon schelpen, en een slotgracht rondom rond. Op elke hoek van de slotgracht legde ik ter afschrikking het karkas van een dode krab, en onder de ophaalbrug een kwal - met scheermesjes mijn emmertje ingelepeld - die een soort plaatselijke Loch Ness moest belichamen. Ik bouwde er de ganse dag met hart en ziel aan. En toen het af was deed ik om het kwartier wat kleine onderhoudswerken (in het zwart). Ik was fier op mijn onneembare vesting met moderne snufjes als domotica (mijn totaal onzichtbare hand liet de ophaalbrug bijvoorbeeld omlaag gaan, steevast enkele minuten voor de ridder van zijn werk thuis zou komen. Zo moest hij niet staan wachten. Nadat hij roffelend de houten brug was overgereden ging ze onmiddellijk terug omhoog – volledig automatisch.) Maar dan– ik was juist in de stoeterij de paarden aan het vaccineren - gebeurde er iets dat op geen enkele manier in mijn planning was voorzien. Rond een uur of vijf stond mijn zus op, schudde haar handdoek uit en zei : ‘Gaat ge opruimen jongen, we gaan naar huis hé. ‘ En ik weet nog precies wat ik aangeslagen en in paniek zei: ‘Moeten we nu al naar huis?’ Er werd een emotionele freesboor in mijn maag gedraaid. Mijn stem sloeg over. ‘Ik heb hier zo lang aan gebouwd, dat is hier mijn bouwgrond, dat kan toch niet dat we dat nu gewoon zomaar onbewaakt gaan achterlaten?’ Van het ene op het andere moment was ik geen ridder meer maar een lijfeigene. Er was niets aan te doen, we moesten op tijd thuis zijn, had ons moeder gezegd. Echte mannen huilen niet, maar maken dan wel op een andere manier je het leven zuur. Ik schopte de koelbox omver. Stak zand tussen de Princekoeken. Duwde een kwak zonnecrème in een schoen. Ik voelde geen erkenning, noch voor mijn schepping, noch voor mijn verdriet. Er kwamen beloftes: ‘We komen nog eens terug’ zei een zus paaiend. ‘Jamaar neen, het gaat over nu, over dit kasteel!’ zei ik. Een andere zus , die leep was en dat ook is gebleven, kocht mij om door te zeggen dat we nog eens gingen omrijden om snoep te gaan halen, en dat verzachtte enigszins de pijn. ‘We gaan nog eens langs bij Platte Simonne, in Zelzate.’ (Platte Simonne had wel een snoepwinkeltje maar geen borsten – zo plat - vandaar haar naam.) Snoep. Het vlees is zwak, ik weet het. Ik heb in de auto nog wat zitten bokken, maar besefte op de duur de onredelijkheid van mijn streven. Emotie is één, niet onbelangrijk, maar natuurlijk wist ik ook dat we daar niet eeuwig aan het strand konden blijven. Niets blijft zoals het is, maar bouwen aan iets, vol vreugde en overtuiging, is al een bewaren op zich. Al doende gebeurt er iets dat blijft. Een spoor, ergens.  

Lode Van Wabeke
0 0

Wat zal ik vandaag weer aantrekken?

Van zolang ik me dat kan herinneren, heb ik daar elke dag moeite mee. Als je gaat werken, dan moet je iedere dag iets anders aan doen of je wordt scheef bekeken door je collega's. Vandaar dat ik uniformen een fantastisch idee vind. Je hoeft je niet af te vragen: wat zal ik nu weer dragen? Je pakt gewoon je uniform uit de kleerkast en hup, weg ben je. Niet vergeten te wassen en te strijken anders word je ook scheef bekeken, natuurlijk.    Vooral als je een kilo of 5 teveel hebt, dan wil je dat verstoppen zodat niemand je overtollige vet kan zien. Dat lukt jammer genoeg niet altijd (heb ik net gemerkt als ik in de spiegel keek) dus je hebt je hoofd gebroken over wat te dragen maar dat is allemaal voor niks geweest omdat je nog steeds dat overtollig vet ziet. Zoals alles heeft het goede leven zowel voor- als nadelen. In feite zou ik gewoon moeten vermageren maar daar heb ik nu geen zin in.    Maar zelfs toen ik een stuk magerder was, had ik problemen met niet weten wat aan te doen. Ik zou het liefst van al een shopping coach willen die me iedere ochtend zegt hoe ik me aankleed. Daarvoor is geld nodig (zowel voor die shopping coach als voor de nieuwe kleren die ik dan allemaal zou kopen). Dus, ik hoop te winnen met de lotto vandaag - ik heb gespeeld voor 2,50 euro - ik zou dat geld zo goed kunnen gebruiken. Ik zou bv. niet meer gaan werken voor een werkgever, da's nummer 1, en een shopping coach tewerkstellen, da's nummer 2 en mij alleen maar bezig houden met de dingen die ik wil doen, niet met de dingen die andere mensen me zeggen te doen.    Het zou zo fantastisch zijn: just me myself and I. Mezelf ontwikkelen op mijn manier, bijleren en wat ik bijleer schriftelijk delen met de mensheid. Cursussen volgen, ideeën uitwisselen, researchen op internet over van alles en nog wat, lezen lezen en lezen en daarbij schrijven schrijven en nog eens schrijven. Hmm, en dit alles misschien ergens in Zuid-Europa waar de zon bijna altijd schijnt en waar de (meeste) mensen zoveel vriendelijker zijn (ik kan het weten, ik heb er gewoond).    Dan zou ik me zeker geen zorgen meer maken. Mij niet meer afvragen wat ik vandaag weer zal aandoen. Nooit meer, never again, plus jamais!    Dan is er nog iets anders. Vorige week was het super warm en vandaag is het zeker 20 graden minder. Het is koud, het regent, geen zonnestraaltje te voelen of te zien. Ik vertrok deze morgen zonder aandacht te schenken aan het weer. Ik kwam buiten en het was aan het regenen. Ik was veel te licht gekleed - het is tenslotte zomer, niet waar? Ik was natuurlijk mijn paraplu vergeten en mijn bril zat snel vol met waterdruppels. Brillenwissers (zoals ruitenwissers maar dan voor brillen) heeft men nog niet uitgevonden, zou wel gemakkelijk zijn.    We kunnen hier niet wennen aan het weer. Te heet, te koud, regen, zon, onweer en bliksem. Ik vraag me af of dit steeds het geval is geweest in dit landje en hoe dat dan mogelijk is dat het weer zo wisselvallig is. Neem daar nog eens bij dat de meeste Belgen een goed stukste kunnen zagen, vooral als ze het hebben over het weer. In feite ben ik er nu ook over aan het zagen, zal u denken, maar dat is niet zo. Ik zaag niet, ik zeg gewoon hoe het is. Het weer is slecht vandaag en vorige week was het ondraaglijk, en daarmee uit! ...    Wanneer zal het nu eens terug simpelweg goed weer zijn? Jammer genoeg heeft niemand daar een antwoord op en daarmee is de kous af. Laten we hopen dat het morgen beter is dan vandaag en overmorgen beter dan morgen. En dat betreft niet alleen het weer hé. 

Inge Lanneau
28 0

Herfstwind 3

Mijn herfstwind, Dagen gaan voorbij,                               Geluk Ik voel                  geluk Ik leef                  geluk Ik draag               geluk Ik praat                geluk Ik antwoord       geluk                                             Jij bent nu maar een vage herinnering Aan liefde, geluk, boosheid,                                             Woede                                                            Drift                                                                           Lust                      Telkens weer                               En opnieuw                                                            En opnieuw                                                                                          En opnieuw Aantrekken                        afstoten aantrekken       afstoten                             aantrekken               afstoten Vage werkelijkheid van                                             Aaien                                                            Liefkozen                                                                           Muziek                                                                                          Twinkelende ogen                                                                                                                       Gloeiende lichamen Prille ochtendgloren en warme avonden Aan koffie                               Aan drank                                                            Aan gezellig                                                                                          Aan bed                                                                                                                       Aan afscheid                                                                                                                                      Aan kans op regen Aan jou ………………………………………………………………………………………………………………….denk ik ==========================-------------------=============zuchtje===----------- Jouw lentebriesje

Daphne
0 0

Het Groot Dictee Heruitgevonden 2018 – Gesprek met een filosoof

‘Schrijven wil zeggen dat er stapje voor stapje een ik buiten jezelf ontstaat, die je vertelt wat je bedoelt.’ Vik kijkt Mona door zijn johnlennonbrilletje aan. ‘Rutger Kopland’ zegt hij en snuift lawaaiig. Mona knikt en glimlacht. Ze vraagt zich af waarom ze zich door Imke heeft laten overhalen tot een ontmoeting met deze man. ‘Vik is eindredacteur van een literair magazine,’ had Imke geopperd. ‘Een heel boeiende man. Jullie hebben vast tig gemeenschappelijke interesses. Hij heeft oosterse filosofie gestudeerd en hij is nog hups ook. Mocht het toch niet klikken, dan heb je tenminste een namiddag naar een seduisante man gekeken.’Mona had ten slotte toegegeven. Baat het niet dan schaadt het niet. En zo was ze met deze wijsgeer in de koffiebar van de bibliotheek beland. Toen ze aankwam, sloeg Vik een roman dicht, die hij net scheen te hebben uitgelezen. ‘De Idioot’ van Dostojevski, een voorbode van wat de rest van de namiddag zou brengen. Na het citaat van Kopland, blijft Vik Mona met grote ogen aanstaren. Zij doet een poging om iets ad rems te verzinnen, maar slaat daarbij helaas volledig tilt. ‘Lekker chocoladecakeje,’ merkt ze dus maar op. Intussen wijst ze als een imbeciel naar het gebak dat voor haar op tafel staat.‘Een moelleux,’ zegt Vik. Hij roert in zijn muntthee en kucht licht geïrriteerd.‘O ja, zo heet dat,’ mompelt Mona. Ze neemt een hap en kijkt snel even rond in het etablissement.‘Schrijf je al lang?’ Vik legt zijn hand op zijn lijvige boek dat nog steeds op de tafel ligt. Zijn duim aait bijna liefkozend de kaft.‘Best wel eigenlijk, ik kan me niet herinneren dat ik het niet deed,’ antwoordt Mona.‘Al veel gepubliceerd?’ ‘Ik heb een blog en ik neem hier en daar weleens deel aan een wedstrijd waar ik occasioneel iets win. Ik heb ook een boek uitgegeven.’ Mona’s stem klinkt een beetje weifelend.‘Mooi, een boek,’ zegt Vik. ‘Heb je veel verkocht?’‘Niet echt, ik had er meer van verwacht. Ik was eigenlijk best teleurgesteld toen ik de verkoopcijfers te zien kreeg.’Vik gnuift: ‘Het is zoals Nietzsche zei: het schrijven als een vast beroep beschouwen, moet gezien worden als een vorm van waanzin.’Mona weet niet meer goed waar ze het heeft. ‘Best jammer eigenlijk. Het blijft toch ergens de droom van elke auteur om met schrijven de kost te verdienen,’ stamelt ze.Vik slaat zijn ogen naar het plafond en zucht: ‘Ah, de poging om de hemel op aarde te verwezenlijken, brengt steeds de hel voort.’‘Dostojevski?’ probeert Mona en wijst met haar kin in de richting van het boek dat nog steeds door Viks hand wordt gestreeld. Hij schudt zijn hoofd: ‘Mis, dat was Popper.’ Mona knikt schlemielig. Dit wordt met de minuut gênanter. Vik haalt zijn hand van zijn boek en duwt het in de richting van Mona. ‘Heb je het gelezen?’Mona neemt nerveus nog een hap van haar gebak. ‘Neen, met mijn sociaal leven vind ik nooit de tijd om mij in zulke dikke boeken te verdiepen en na een lange werkdag kijk ik ook graag eens gewoon televisie.’ Vik gniffelt pedant. ‘Televisie? Ik lees liever een fascinerend boek. Gandhi zei ooit: ‘Wie smaak vindt in het lezen van goede boeken, is bij machte om de eenzaamheid te dragen, waar dan ook en met groot gemak.’Nu heeft Mona er genoeg van. ‘Luister eens hier wijsneus: talent ontwikkelt zich in eenzaamheid, karakter in de stroom van het leven, Johann Wolfgang von Goethe.’ Vik kijkt haar onthutst aan, maar Mona is onvermurwbaar. ‘En nu ga ik naar huis, lekker triviaal televisiekijken. Om gelukkig te zijn moet je doen waar je gelukkig van wordt.’ ‘Aurelius?’ poogt Vik nog.‘Neen,’ zegt Mona gedecideerd: ‘Johan Cruijff.’ Ze neemt haar handtas en loopt de zaak uit. Deze tekst werd vrijdagavond 7 december gelijktijdig voorgelezen in Het Groot Dictee Heruitgevonden in 60 Vlaamse en Brusselse bibliotheken.Met veel dank aan de bib van Mechelen voor de kans die zij mij gaven en de super fijne avond die het op 7 december werd.

Ans DB
16 0

De droom van Arnaud

Het was vroeg op de avond, 18:02 om precies te zijn, toen een kleine groen blinkende ordinaire strontvlieg de keelholte van Arnaud binnenvloog. Hij was op terugweg naar huis en had zonet een levering besteld bij Hubert Leman, de bekende acteur uit de televisie serie ‘Les heures du Coeur’. Hubert Leman kwam sinds jaren rond deze periode vanuit oostelijk  Parijs naar deze contreien om drie weken uit te rusten van al het vreemdgaan in de televisie serie en in zijn persoonlijke leven. Door het vele grote geld dat hij verdiende had hij zichzelf de onhebbelijkheid aangekweekt om elke ochtend een nieuwe tandenborstel te gebruiken. Zoals gewoonlijk bij zijn aankomst had hij de plaatselijke apotheker gebeld voor zijn bestelling. Een half uur later sprong Arnaud op zijn mobylette met achterop een doos waarin 21 halfzachte tandenborstels zaten, samen met een potje anti-rimpel crème en een door de apotheker zelfgemaakte tube gel tegen aambeien. Dit alles, en vooral de tube tegen aambeien, mocht door niemand geweten worden, zo benadrukte de apotheker aan Arnaud. Want de Paris Match had al genoeg roddels over Huber Leman gepubliceerd. Maar dat was voor Arnaud geen probleem. Hij adoreerde de man. Hij keek al negen jaar naar de serie en droomde ervan om zelf acteur te worden. En in het dorp werd hij alleen maar aangemoedigd door iedereen. Zijn jovialiteit kende geen grenzen. Alleen was hij, enkele maanden geleden, lelijk gevallen waardoor één van zijn voortanden deels was afgebroken. Arnaud had uitgerekend dat hij drie en halve maand moest rondrijden voor de apotheker. Dan zou hij genoeg bijeen gespaard hebben voor een tand operatie. En twee maanden later kon hij zich dan inschrijven voor de Toneelschool van Avignon. Toen hij aanbelde bij Hubert Leman was hij tamelijk zenuwachtig maar de man was innemelijk en gaf hem de handtekening op de foto die Arnaud vanop het internet had afgedrukt. Voluit vrolijk reed Arnaud terug naar het dorp. Hij was al begonnen zingen op het moment dat hij zijn helm opzette, het thema nummer van ‘Les heures du Coeur’. En toen vloog die vervelende vlieg zijn keelholte binnen op een moment tussen lalala en la. Hij remde abrupt, viel bijna van zijn mobylette en hapte naar adem. De vlieg was zijn linkerlong binnengedrongen en hij voelde de kriebels op zijn alveolen. Strompelend en proestend trok hij in de bocht van de weg net voor het dorp zijn helm af toen een vrachtwagen geladen met beton hem frontaal aanreed. Hij was niet op slag dood. De chauffeur van de vrachtwagen rende terug langs de brutale remsporen die hij had achtergelaten en zag nog net een ordinaire groene strontvlieg ontsnappen langs de mond van Arnaud’s laatste reutel.  Zonder la.

Ignace Collin
17 0

Herfstwind 2

Mijn Herfstwind, ________________________________________________ waaiend over land__________________   Zee, bos en akkers Liet je achter, een oorverdovende                                                                           STILTE liet je achter een verstikkende schreeuw Geurloze geuren en onvoelbare aarde                           MIJ LIET JE ACHTER Vruchteloos                                                                                                                              Onvruchtbaar Lusteloos                                                                       Onvervulbaar Inwisselbaar Hopeloos                                          Brandbaar   Hulpeloos                                        Daadloos   Breekbaar   Krachteloos                                     Dakloos                                           Liefdeloos          Genadeloos   Geruisloos                         Gevaarloos         Herkenbaar                                                     Gevoelloos                        Kwetsbaar Geweldloos                      Strafbaar Onuitstaanbaar Gewetenloos                                                                Gezichtloos                       Krachteloos                                       Machteloos                       Moedeloos         Vervangbaar     Hopeloos                           Moeiteloos                                                    Oeverloos geliefdkoosd Zichtbaar EINDEloos                  ------------------------------------------------------____________________________________________--------------__________________----------------------------------------_____________________Jouw winterstorm

Daphne
0 2