Lezen

Het uur van de tureluur

  I tic tac tik tak knabbel aan seconden probeer op je gemak ok en ik koop alvast dit station omwille van dit schoon perron het uitzicht op vertrek   II nou dat was alvast een goed begin zegt er een spreuk die nog geen schedelbreuk opliep straks win ik zelfs beweert de voorspoed terwijl het sprookje blijft geloven dat het echt kan zijn   III werveltje werveltje in mijn rug draag mijn nek en hoofd terwijl ik naar de sterren kijk   werveltje werveltje in de wind spaar die ziel op zee de duinen willen echt geen uitzicht op een kinderlijk   werveltje werveltje op het strand verniel nooit een kasteel waarin schone onschuld woont   IV concentreer je op de wereld deze straten hier en nu doch echte winst wordt niet geboekt want hij die brussel nieuwstraat heeft gekocht reed gisteren een egel dood hij moet naar de gevangenis ja want ik houd van zuiver lot gerechtigheid nochtans zoek ik gewoon wat rust en geef mij nog zo'n stimorol die dromen stimuleert en roze bellen produceert   V dit lijkt een sprookje zonder olifant een winketje met fluisterend kristal doch de dag moet voort  alvorens hij weer spoken baart daarom jeugdelingen zieke mensen allen die maar blijven hopen op wat beterschap wij zetten door doe mij na neem ook een schop en zoek met mij een mol ik wil die fraaie duisternis voorzichtig aaien   VI later eerst nog  die historie voor mezelf ik was een spruit een jaar of tien het elfje dat mijn dromen zocht ik heb haar nooit gezien misschien is ze verdwaald niets is gebeurd en tegelijk zo veel ik ben allicht verblind geraakt ik zie nu scheel wat is nog echt ik lijk verward door die geleden tijd zelfs de paarden op het schaakbord willen weg het wit is vuil het zwart te loom   VII het is alsof de tijd de kleuren heeft geschrapt het uurwerk weet waarom het is al even moe de grote wijzer danig uitgeput een spin maakt eindeloos veel rondjes langs de cijfers twee drie vier vijf zes ik doe mijn ogen opnieuw open weg is de prinses   VIII heb ik te veel gepreveld alle hoop verjaagd verdroeg de rug van de tijd die last niet meer herinneringen druipen van een kaars ik heb alles klaargezet kruimels op een bordje voor de tureluur   voor haar een sober avondmaal bij kaarslicht en de einder is akkoord hij zal bloedmooi rood zou laten zien zomaar zonder angsten zou de toekomst overleven intiem vuur ons hart verwarmen   IX hallo sorry neen dank u maak mij niet bang meneer ik wil geen brandverzekering meneer alstublieft miltvuur is mijn beste vriend laat ons gerust ik was aan het herleven in een fabeltje na die fatale dag   X wereldje wereldje het is tijd haak nu maar af ik heb genoeg van uw gedoe   wereldje wereldje ik ben er niet want de prinses zij is gelukkig weer op weg en straks   wereldje wereldje dan stopt zij hier o wee bij mijn hotel te mol bevrijdingslaan   XI hi! je bent dan toch tot hier geraakt ik raak je best niet aan ik zou mezelf betrappen op een flauwe grap gemaakt door een illusie   toch en echt welkom kijk overal en rond ik heb dit bouwwerk zelf gemaakt ooit voor de bijen ook een liefdevolle wesp of twee   XII nog enkele uren te gaan de wolfspin staart mij aan hij kent de taal niet van bedrog mijn maag blijft leeg dit hoofd te vol ik drink nog wat het glas heeft weerom dorst de hemel buiten vriest hij wordt straks van kristal dat weet hij al de olifant     uit de reeks 'Majnun, het gebrabbel van een gek'            

Bernd Vanderbilt
7 0

Sounds of Soundos.

De hele week las ik over haar en over hem, over de vurige discussie, over haar melding en zijn fout. Over haar cijfers en zijn vriendinnen. Over haar, over hem. Ik hoorde haar geroep, ik zag zijn onhandigheid. Ik zag haar fluo haaknagels, ik zag zijn achteruitdeinzen. Ik hoorde en zag sounds of us; journalisten en specialisten die de discussie gingen ontleden. Ik las de schrijvers met een mening of een poging tot inname van een standpunt. Heb ik een standpunt? Dat vroeg ik me af. Ik voelde me aangetrokken tot hem, niet tot haar. Haar geroep en getier had ik gezien, ik had daarachter verdriet vermoed. Ik had zijn opmerking niet fout gevonden. Ik had zijn lach niet ontwapenend gevonden.  Ik zocht het midden, zag de kampen, ik wilde noch rechts noch links. Als buitenstaander zocht ik het midden. Stond ik er echt buiten dan? Ging die onveiligheid dan aan mij voorbij? Ik, die erin was opgegroeid? Kon ik iets zeggen over die onveiligheid? De viespeuk in de auto met zijn ontbloot geslacht is een vage herinnering. De verkrachting in dat hotel is slechts een vage herinnering, en toch werd ik verkracht door mijn toenmalig lief die gedrogeerd wilde krijgen wat ik moest geven en dat toch niet deed. Kon ik iets zeggen over mijn vader die me nooit betaste maar wel bekeek; heel subtiel met zijn ogen onder mijn rok naar mijn tienerbenen. De hele week las ik over hem, over haar, over de verhitte discussie. Ik dacht aan dit beeld (zie foto) het werk van Mark Manders. De krop, de keel, woorden om uit te breken. Ik dacht aan de mannen die de vrouwen angstig maken, de verhalen van meisjes die slachtoffer werden aan meisjes die het nooit wilden worden. De serie over de serieverkrachter Sambre. De woorden van mijn moeder die slachtoffer werd van het geweld van mijn vader. Daar dacht ik aan, aan die angst waar ik nog niet volledig van bevrijd ben. Ik hoop maar dat de sounds of Soundos niet méér meisjes bang zullen maken want tegen de cijfers geen enkel argument. Zijn er cijfers van meisjes die van hun angst afraken, en hoe deden ze dat? Ik hoop maar dat de sounds of Bart veilig aanvoelen voor zij die met angsten kampen. Ben ik nu toch langzaamaan richting één kamp aan het redeneren? Ik wil niet links, niet rechts. Ik wil het midden. Ik wil mezelf, alle vrouwen veilig. Ik wil de mannen met viezigheid in hun hoofd, de mannen met slechte plannen in hun hoofd in het midden van het plein, op een podium op het plein, met zeer luide woorden die zij uitspreken, geen getier en geroep maar oprecht en beschaamd horen zeggen wat er mis loopt in hun hoofd. Ik wil ze horen zeggen dat ze het zelf vreselijk vinden, dat ze willen ophouden, dat ze vrouwen veilig willen, dat ze niet meer en nooit meer, dat ze berouw hebben, dat ze vrouw willen zijn om te voelen wat het is een vrouw te zijn, dat ze opnieuw mens willen worden. Ik wil ze in het midden van het plein of in de lotto arena; alle mannen die in hun leven vrouwen een onveilig gevoel hebben gegeven. Ik wil ze horen zeggen dat ze dan zelf onveiligheid hebben ervaren, dat ze zich niet geliefd en gewenst hebben gevoeld. Ik wil ze horen zeggen dat ze het niet voelen, niets voelen en opgesloten willen worden, gestraft willen worden. Dat iemand (een beul) met een hakbijl hun geslacht mag maaien. Dat moet toch kunnen.  Heb ik nu een standpunt waar ik me goed bij voel?

Ingrid Strobbe
6 0