Lezen

"De Nederlands heel kapot"

We hebben samen een tekst van Filip Huysegems gelezen. “Optimisme is een plicht! Hoe blijf je positief in een boze wereld?” Drie bladzijden. Meer dan duizend woorden. En dat hebben we samen klassikaal en hardop kunnen doornemen. De collectieve zucht is er één van trots en opluchting. Alsof we samen een berg hebben beklommen. Het is een druilerige woensdagmiddag. Over een kwartier lopen zij hun vrije namiddag in. Dat de echte beklimming nog moet beginnen, daar lijken ze zich niet van bewust. Vijftien jaar geleden zat ik hier zelf op de schoolbanken. Nu hoor ik me woorden als ‘tekstanalyse’ en ‘parafraseren’ in de mond nemen. Plots behoor ik tot het andere kamp en sta ik aan de kant van diegenen die moeten begeleiden, instrueren en inspireren. Voor mij zit een groep laatstejaars aso-studenten. Mijn millenniumkindjes. Ze zijn 17, 18 jaar. “En Willem is van tweeduustenéén, meneer!” Het is niet gemakkelijk om hun aandacht vast te houden en een beeld uit ‘Detachment’ dringt zich meer dan eens op als ik door de gangen loop. Een gepijnigde leraar, vertolkt door Adrien Brody, wordt daarin omringd door teloorgang en verval terwijl hij Edgar Allan Poe citeert. “A sense of insufferable gloom pervaded my spirit.” Is de wereld waarin deze jongeren opgroeien zo anders dan de mijne? Zijn ze finaal de teugels kwijt en stevenen we met z’n allen af op een onherroepelijke culturele verloedering? In leraarskamers hoor je soms van wel en, toegegeven, het is niet moeilijk om argumenten en anekdotes uit de dagelijkse lespraktijk aan te voeren om mee te foeteren en te monkelen. Ja, ze verliezen hun aandacht al na enkele minuten. Ja, ze zijn vergroeid met hun smartphones. Nee, ze kunnen niet meer communiceren met elkaar en nee, ze zijn niet langer gericht op de essentie van de dingen. Zo vertelde een leerlinge onlangs dat ze het jammer vond dat er vooralsnog geen nieuwe editie komt van Feest in het Park. Niet omwille van de bands. Zelfs niet omwille van de dj’s. Omwille van de camping. En hun taal? Wij haalden vijftien jaar geleden een stapel woordenboeken op het secretariaat. Nu ligt er een stapel Chromebooks op hen te wachten. Lezen ze nog wel eens? Weten ze nog wie Maeterlinck of Gorter zijn? En weten ze nog wat hun teksten zo rijk en waardevol maakt? Hebben ze nog energie en tijd voor dat soort klimwerk? We hebben nog vijf minuten. Net voldoende voor een woordenschatoefening. En dan gebeurt het. Iemand maakt ongewild een fout. Een verkeerd lidwoord valt. “Maar meneer, de internet werkt niet.” Hilariteit. Ik ben ze kwijt. “De Nederlands heel kapot!”, grapt iemand. En ik moet lachen. Want de tekst van Huysegems heeft me geleerd dat pessimisme een hardnekkige mindset is. De pessimisten hebben ongelijk. Anders was de wereld al lang vergaan. Toch? “Een tegenoffensief dringt zich op”, schrijft Huysegems. En ik doe mee. Want zij zijn de toekomst. Toch? En wie weet, misschien keert één van hen over vijftien jaar terug en misschien stemt datgene wat hij of zij dan te zien krijgt hem of haar ook tot nadenken en misschien schrijft hij of zij daar wel een stuk over. Daar kijk ik nu al reikhalzend naar uit. Naar die tekst. En naar die toekomst.

Karel-Willem Delrue
35 0

Verse kroketten

Ik zie het toestel nog staan. Het had een vaste plaats in de kelder, maar af en toe verscheen het op de keukentafel. Met het apparaat werden thuis verse kroketten gefabriceerd. Het was alleszins een opvallend ding, met die oranje kleur. In het bakje propten we de nog ietwat warme puree. Met een soort van hefboom persten we die puree door de buizen waar dan als bij toverslag lange kroketten uitkwamen. Als we braaf waren, mochten wij ze doorsnijden. Op de juiste lengte natuurlijk. Dankzij het verlangen waarmee we uitkeken naar de verse gebakken kroketten, smaakten ze later op de dag nog beter. Dat is minder het geval met een diepvrieszak die je opentrekt. De volgende stap in het artisanale krokettenmaakproces sloegen we als kind liefst over. We mochten de naakte kroketten nog door eiwit rollen. Dat leek een beetje op snot. Maar het was een noodzakelijke stap, anders kleefde het paneermeel niet. Al kenden wij het nog als chapelure.    Het doet er me aan denken, grootvader was ook dol op kroketten. Toen ze ooit op tafel verschenen, zei hij al lachend: “Hmmm, verse verketten”. Vanaf dat moment waren kroketten altijd ‘verketten’. Onze jongste maakte onlangs iets soortgelijks mee. Hij stond aan te schuiven in de rij van het schoolrestaurant. Op het menu stond ‘vol-au-vent met frieten’. De jongeman voor hem zei tegen de mevrouw achter de toonbank dat het bij hem thuis ‘vuile vent met frieten’ werd genoemd. De mevrouw kon een grijns niet onderdrukken. Tegelijkertijd hield ze een volle soeplepel met koninginnehapje al klaar voor onze jongste. Ik vermoed dat hij toen eenzelfde grijns op zijn gezicht had.    Och, die huisgebonden naam van gerechten geeft ze wellicht nog wat extra smaak. Al is het opletten geblazen, dat ik bij een volgend restaurantbezoek geen ‘vuile vent met verketten’ bestel.   

Rudi Lavreysen
26 0

Niet gepast

Wat kon ik me er aan ergeren, terwijl ik braaf stond te wachten in de krantenwinkel met nog een vijftal klanten voor me. Met die krant in mijn hand, af en naar voren kijkend, me afvragend waarom het niet sneller kon. Geduld is een schone zaak, maar het is niet mijn sterkste eigenschap. Ik kan het amper aan de dag leggen. En plots was het opnieuw zover. Ik zag het al gebeuren. Die ene oudere man kwam binnen. Het was altijd dezelfde man. Hij nam een krant van de stapel dagbladen, die toen nog vooraan in de winkel lagen, rammelde met het kleingeld in zijn hand, negeerde alles en iedereen, gooide de munten op de toonbank en zei: “Dat is gepast.” En weg was hij. Zo heb ik het een paar keer zien gebeuren. Niemand van de braaf wachtende mensen zei er iets van. Maar ik zag aan de uitdrukking op het gezicht van de winkeljuffrouw dat ze het allesbehalve ‘gepast’ vond.    Een volgende keer had de winkeljuffrouw - en niemand van ons - de moed om het tegen de man te zeggen. “Nee, Roger, dat is niet ‘gepast’. Iedereen staat hier te wachten, misschien ook met gepast geld. Zij wachten toch ook. Sommige van hen moeten nu gaan werken. Jij toch niet?” Oeps, die zat. Niet lang na dit voorval lagen de kranten plots achteraan in de winkel. Voorkruipen ging bijna niet meer. Misschien was Roger wel niet de enige die het zo lapte. Vandaar dat de kranten verhuisd werden. En Roger? Die heb ik niet meer gezien in de winkel. Misschien komt hij op een ander tijdstip. Of misschien heeft hij ondertussen een abonnement op zijn krant. En staat hij ’s morgens, uit gewoonte rammelend met het kleingeld in zijn broekzak, de postbode op te wachten. Vol ongeduld.

Rudi Lavreysen
0 0

de tuin

19:00 MAGALI Nonchalant plet Magali de aardappeltjes in de pan, terwijl ze met een halve blik de broccoli op het vuur ernaast in de gaten houdt. Na het eten heeft ze afgesproken met Sofie. Ze bellen bijna elke twee dagen uitgebreid, maar het praat toch gezelliger met een drankje en elkaars gezichtsuitdrukkingen erbij. Bij Jan kan ze haar ei niet echt kwijt, hij houdt niet van “geklets”. Hun relatie lijkt zich vacuüm te trekken. Magali hapt naar lucht. Ze ziet zichzelf de aardappels steeds fijner pletten en realiseert zich dat Jan daar ab-so-luut niet van houdt. Tja, hij zal het er mee moeten doen. Ze zet beide kookvuren uit, giet de broccoli af en gooit de koude kip van gisteren in de magnetron. Ze laat haar blik over de ruimte glijden en perst goedkeurend haar lippen samen. Alles ziet er netjes uit. Ze veegt haar handen af aan haar broek, ziet dan dat ze haar uniform nog aanheeft en snelt naar de slaapkamer om zich om te kleden.     19:30 JAN ‘Hoe was het in het ziekenhuis, schat?’ Iedere avond vraagt Jan hetzelfde, zelden luistert hij naar het antwoord. Hij weet dat het Magali de illusie geeft dat hij interesse heeft in haar en dat het hem vijftien minuten schenkt waarin hij ongehinderd naar haar kan kijken. Dat ze de mooiste vrouw is die hij ooit heeft gekend, is telkens weer zijn conclusie. Dat het jammer is dat ze zoveel praat en dat ze bovendien wil dat hij net zoveel terugpraat, is het andere. Toch houdt hij van haar. Alleen weet hij niet in welke vorm. Hij wil haar zien, ruiken, voelen en beminnen, maar het geringste woord van haar doet hem in die gedachte bevriezen. Jo heeft het tegenovergestelde effect op hem. Binnen twee uur ziet hij haar weer.     20:00 SOFIE ‘Hoe lang is het nu al geleden?’ ‘Pff. Ik ben de tel inmiddels kwijt. Drie maanden of zo?’ ‘Jeezes.’ ‘Tja. Regelmatig komen we wel eens in de buurt. Hij kan soms intens naar me zitten te kijken. Als ik hem dan een zoen geef en hem dicht tegen me aandruk voel ik dat hij hard is. Fysiek is er dus zeker geen probleem.’ ‘Waar gaat het dan mis?’ ‘Ik wou dat ik het wist. Er is altijd een moment waarop het helemaal kantelt, en dan lijkt het zelfs of hij afkeer voor me voelt. Hij draait zich dan snel van me weg en kijkt verder naar de sportzender.’ ‘Wat vreselijk. En ondertussen heeft hij jou natuurlijk helemaal opgegeild.’ ‘Inderdaad.’ ‘Je masturbeert dan wel even, veronderstel ik?’ ‘Hm. Eigenlijk niet. Dat is toch niet hetzelfde.’ ‘Natuurlijk niet, maar het is niet gezond om je verlangens op te potten.’ Sofie weet dat Magali haar als een soort promiscue vlinder ziet die langs de mannen en door het leven fladdert. Ze laat haar in de waan. ‘Misschien heeft hij wel gewoon een ander.’ ‘Misschien moet jij een ander nemen.’ ‘Ik heb hem eeuwige trouw beloofd.’ Sofie draait met haar ogen en giet het glas wijn in één teug naar binnen. Ze kijkt op de klok die links van haar aan de natuurstenen muur hangt. Ze moet het gesprek afronden, Thomas verwacht haar binnen een kwartier. ‘Wat versta je onder trouw? Zoenen, neuken, intimiteit? Want wat je met mij deelt is ook behoorlijk intiem. Misschien bedrieg je Jan wel een beetje met mij, het is maar hoe je het bekijkt.’     20:30 JAN Hij is te vroeg. Hij heeft nochtans traag proberen te stappen, maar het verlangen gaf hem vleugels. Normaal ziet hij haar minstens één keer per week, nu hebben ze elkaar door omstandigheden bijna een maand niet gezien. Hij steekt een sigaret op en leunt met zijn rug tegen de lantaarnpaal op het plein waar ze steevast afspreken. In deze buurt zijn er een hoop pensions, ze proberen af te wisselen zodat ze nergens worden herkend als vast stel. Hij ontmoette haar op zijn kantoor, nu zo´n half jaar geleden. Ze is pakjesbezorger voor hun bedrijf. Bij toeval liep hij een keer langs de receptie toen ze daar stond te wachten op een handtekening. De receptie was leeg. Jan vond haar meteen intrigerend, hoewel erg jong. Ze was excentriek gekleed, punk vermoedde hij. Kort rokje, lange zwarte laarzen, kapotte panty´s, knalrood haar, piercings. Jammer van die piercings, dacht hij nog, anders wel een lekker ding. Hij keek even of hij de receptionist kon vinden maar zag hem niet meteen. Ze stelde zich voor als Jo, hij besloot bij haar te wachten. Vreemd genoeg kan hij zich niet meer precies herinneren wie van hen met het voorstel was gekomen om af te spreken. Wel ziet hij helder voor zich hoe ze hadden staan flirten…     21:00 LARA Lara maakt zich klaar voor een avond uit. Ze is niet zeker wat de gepaste kledij is voor de gelegenheid. Uiteindelijk kiest ze voor een zwart jurkje, eenvoudig maar sexy. Jo gaat niet mee vanavond. Lara heeft niks van haar plannen verteld. Jo is niet thuis, vast weer op avontuur met één of andere scharrel. Ze hebben een open relatie, maar die wordt vooral door Jo geconsumeerd. Lara houdt niet van onenightstands en al zeker niet met mannen. Hoe ze op vrouwen moet toestappen weet ze niet. Ze is best verlegen en is er vast van overtuigd dat ze op niemands gaydar verschijnt. Soms voelt ze echter wel een zeker verlangen in haar borrelen. Haar stille fantasie is om een keer met een stel te vrijen. Ze besloot dat het tijd was voor actie, maar in plaats van een idiote advertentie te plaatsen, koos ze voor de “veilige” omgeving van Club Eden.     21:30 MAGALI Magali ligt uitgestrekt op de bank naar één of andere romcom te kijken met een glas wijn in de hand. Ze zapt regelmatig door om te zien of er niets beters is, want het rom-gedeelte begint haar flink tegen te steken. National Geographic misschien. ‘Het paargedrag van vrouwelijke kevers laat mannetjes koud…’ Zucht. Dan maar uit. Toen ze thuis was gekomen had ze het huis verlaten gevonden. Ze wilde vooral niet piekeren over waar Jan zou kunnen uithangen dus liep ze naar de koelkast, schonk zich een glas witte wijn, dronk het in een paar slokken leeg en vulde het meteen weer tot de rand. Ze gaf zichzelf een schouderklopje en duffelde zich in onder het deken op de bank. Maar nu overheerst plots weer de stilte en voelt ze de onmiddellijke aandrang om in ieder geval nog één glas te drinken. Kan je overspel plegen met een boezemvriendin? En is dergelijke ontrouw verkeerd? Is het wel overspel als de ander niet van je houdt? Magali is ervan overtuigd dat Sofie haar een beetje saai vindt. Na het vierde glas kruipt ze in bed. Ze weet nu wel zeker dat Jan een affaire heeft. Hij dacht vast dat ze de hele avond op stap zou zijn met Sofie, wat normaal ook zo zou zijn geweest, alleen had Sofie nog andere plannen voor vanavond, geen idee wat eigenlijk. Ze zou moeten masturberen, inderdaad. Straks misschien.         22:00 SOFIE Sofie kan de afdruk van zijn lippen op de hare nog voelen. Thomas zoent haar altijd op de mond, eender waar of met wie ze zijn. Ze vindt het tegelijk leuk en een beetje irritant. Alsof hij haar wil bezitten of zo, afschermen van andere potentiële kapers op de kust. Terwijl ze helemaal niet van hem is, integendeel. Thomas is behoorlijk gay of bi of whatever. In zíjn woorden: “vrij-seksueel”. Sofie geniet ervan met hem te vrijen omdat de intimiteit tussen hen als beste vrienden haar een veilig gevoel geeft. De anderen zijn altijd toevallige en niet zo succesvolle ontmoetingen, die boordevol onhandigheden zitten en weinig voldoening bieden. Jammer eigenlijk dat Thomas en zij niet verliefd zijn, ze passen op veel vlakken goed bij elkaar. Het contact met hem heeft haar wel veranderd. Enerzijds heeft ze ontdekt dat ze best seksueel is, haar lustgevoelens lijken te vergroten na elke vrijpartij. Anderzijds is het duidelijk dat ze die seksualiteit wil beleven met een echt maatje, een partner, “die ene”. Vanavond gaat ze iets doen met Thomas waar ze allebei stiekem over fantaseerden en wat ze vanuit de vertrouwensband met elkaar nu aandurven: ze gaan naar een seksclub. Sofie kijkt van onder haar wimpers naar Thomas die op het bankje tegenover haar uit het raam van de trein zit te staren. Hij bijt op zijn nagels. Ze reikt over het halfslachtige tafeltje en pakt zijn handen in de hare. Ze beeft een beetje.     22:30 JO Jo steekt twee sigaretten tegelijk aan en geeft er een aan Jan. Zoals gewoonlijk nemen ze tussendoor even pauze, op vraag van Jan. Ze vindt hem wel vermakelijk. Niet heel aantrekkelijk, maar dat heeft weinig belang. Dat hij een man is, is eigenlijk meer dan voldoende. En dat hij niet wil leuteren over zijn werk, zijn vriendin, wat dan ook. In die zin is Jan meer dan geschikt. Presteert behoorlijk, houdt zijn bek, zelfs tijdens de rookpauze. Wanneer ze ziet dat hij nog een sigaret aansteekt besluit ze niet langer te wachten. Als een adder glipt ze onder de lakens en laat haar tong trillen tegen zijn lid, net zolang tot het weer wakker schiet.     23:00 THOMAS Van zodra ze binnen zijn in Club Eden, heeft Thomas al spijt. De schaars verlichte ruimtes met hun donkerfluwelen bekleding verhullen niet dat de meeste gasten boven de vijftig zijn. Gelukkig komt de entree met vrije consumptie van alcohol. Hij bestelt een whiskycola, voor Sofie een gintonic. Terwijl hij bedachtzaam aan het rietje slurpt observeert hij Sofie, die met een brede glimlach de ruimte rondkijkt. Hij meent in die glimlach een spoortje van paniek te ontdekken. Gelukkig.             Na een paar drankjes zijn ze uitgelaten genoeg om nog eens een rondje langs de kamers te lopen. Ze beloven elkaar een open geest te houden. De alcohol doet de mensen er plots aantrekkelijker en jonger uitzien – of is het nu nóg donkerder dan in het begin? Door kijkgaten in de muur kunnen ze gluren naar een stel dat ligt te vrijen. Thomas merkt dat hij vooral naar de man kijkt, maar weet niet of hij zichzelf ermee vergelijkt of dat het hem gewoon esthetisch aantrekt. Sofie grapt altijd dat hij uit de kast moet komen. Maar hij zit niet in de kast, er ís geen kast! Of beter nog, iederéén zit in de kast, allemaal op een hoop, wat veel mogelijkheden biedt…     23:30 JAN Jan komt thuis met een onbevredigd gevoel, ondanks de twee orgasmen van vanavond. Het huis is in duisternis gehuld. Zachtjes sluipt hij naar de slaapkamer, waar hij beweging ontwaart onder het dekbed. Wanneer hij zich realiseert dat het Magali is die ligt te masturberen blijft hij in de deuropening staan kijken en luisteren. Hij ritst zijn broek open.     Magali merkt niks, ze heeft vast de ogen gesloten en gaat helemaal op in haar eigen fantasie. Juist dát doet de passie in hem helemaal oplaaien. Alsof ze hem helemaal niet nodig heeft. Ze wil op dit moment niks van hem en net daarom wil hij haar alles geven. Geruisloos kruipt hij onder de dekens tegen haar aan en fluistert in haar oor: ‘Ik hou van je, Magali. Zal ik dat even van je overnemen, schat?’     00:00 JO Jo is nog wakker. Ze loopt rondjes in huis. Ze verlangt naar Lara. Vraagt zich af waar die eigenlijk uithangt. Lara is er niet het type naar om laat weg te blijven. Ze gaat zelfs nauwelijks op stap. Lara is haar kleine, altijd studerende, lieve huisvrouwtje. Kicken. Dat ze er nu niet is maakt Jo nerveus. Ze beseft dat de aanwezigheid van Lara in dit huis haar enige constante is. Haar bron van rust, die de stemmen in haar hoofd werkelijk tot bedaren brengt. Al het andere is spel, onschuldige afleiding. Waar blijft ze toch?     00:30 LARA Lara voelt zich warm vanbinnen. Aan de alcoholvrije cocktail waar ze af en toe aan nipt zal het niet liggen. Ze voelt zich een beetje Alice in Wonderland, hier tussen al die onbekende, fascinerende mensen. Sommigen dragen leer en kettingen, anderen lopen halfnaakt rond. Ze merkt dat ze best veel aandacht krijgt van iedereen. Ze geniet. Drie koppels spraken haar al aan, maar ze voelde zich te onzeker om er op in te gaan. Ze besloot een beetje rond te lopen. Op de eerste verdieping zag ze een deur die ze impulsief opentrok. Een man en een vrouw lagen naakt op het bed dat de piepkleine ruimte volledig vulde. ‘Oh, sorry, excuseer. Ik wilde niet… Ik wist niet…’ Ze sloeg de ogen neer en wilde de deur weer dichttrekken, wanneer de vrouw zich in één beweging naar haar toe boog en haar hand nam. ‘Kom…’ Ze wist niet meer zeker of ze Lara of Alice was, of wie van beiden haar werkelijke zelf was. Sofie en Thomas waren lief voor haar, zeiden dat ze mooi was, stelden haar op haar gemak. En plots was ze niet meer onzeker, maar gaf zich volledig over.     01:00 THOMAS Thomas laat de meiden achter in de club. Hij voelt zich onbehaaglijk maar weet niet precies waarom. De vrijpartij met hun drietjes was prachtig. En toch… Hij stapt stevig door, de weg naar huis is nog lang. Thomas vindt zichzelf een ruimdenkend mens, hij gelooft niet in vakjes. Toch voelt hij dat er één vakje is dat steeds meer aan hem trekt. Hij vloekt. Maar Sofie dan… en Lara? Na nog een kwartier wandelen besluit hij iets radicaals: als hij morgen tijdens de repetitie met de jongens zoals altijd de elektriciteit in de lucht voelt, alsof zijn gitaar onder spanning staat, dan… Dan weet hij dat het niet aan de gitaar ligt.     01:30 SOFIE Sofie belt een taxi. Nu Thomas weg is, is de lol er voor haar af. Ze belt even naar Magali, laat een voicemail achter. Deze avond heeft haar gevoelens bevestigd: dit soort avontuurtjes vindt ze spannend. Alleen zou ze echt iemand willen vinden waarmee ze dit alles en meer kan delen, waarmee ze zichzelf kan delen. Iemand die niet gay is, iemand die de hare is.     02:00 MAGALI Ze had de sigaret geroken op zijn lichaam en het had haar opgewonden. Ze had in zijn ogen zijn lust en zijn liefde voor háár gelezen. Ze zit in het donker op de bank, Jan slaapt al. Ze voelt zich fantastisch en wil eigenlijk een sms naar Sofie sturen wanneer ze ziet dat ze een voicemailbericht heeft.   Hoi Mag, ik bel je maar even, zomaar. Kom net terug van een club. Had ik je niet over verteld,…  ach, het doet er niet toe. Ik wou je even melden dat ik een man ga zoeken. Een echte man! Zo eentje als die van jou... Beloof me dat je er zorg voor draagt? Hij houdt van je, net zoals ik. Dat weet je toch hè, dat ik van je hou? Oké… goed, ik ga ophangen. Spreek je later!

LL Rigby
0 0