Lezen

tweepoot

Ik ben er niet uit … Ik ben er niet over uit over of de zonnebril een optisch instrument is dan wel een modeaccessoire? Gaat het om te zien of draag ik hem om gezien te worden? Een ding is wel zeker: door mijn zonnebril ziet het straatbeeld er letterlijk en figuurlijk anders uit. Al is het maar dat ik als zonnebrildrager een duidelijker en scherper beeld krijg van wat uiteindelijk ondersteboven op mijn netvlies geprojecteerd wordt. Voor mezelf denk ik dat beide functies van toepassing zijn, het esthetische en het functionele. Waarom zou ik mezelf indertijd anders de vraag gesteld hebben welke zonnebril het beste bij mijn te groot hoofd zou passen? Door mijn groot, breed, hoekig en vierkante Cowboy Henkachtige-tronie opteerde ik toen voor een groot ietwat afgerond ovalen montuur zodat mijn gelaatsuitdrukking wat verzacht werd. Ik liet me voor deze keuze bijstaan door een optieker en sloeg de raad van mijn partner (zij moet er per slot van rekening het meest op liggen staren) niet achteloos in de wind. Maar, waarheid en zelfkennis heeft zijn recht en het hoeft gezegd: van een aap maak je geen chimpansee. Voor de keuze van mijn zonnebril ging ik niet over één nacht ijs. Neen het was een doordachte, weloverwogen beslissing waaraan wel wat denk-en overwegingswerk vooraf ging. Door mij te onderwerpen aan dit doorgedreven keuze-en beslissingsproces was cognitieve dissonantie uitgesloten. Mijn bril was mijn bril. Een deel van mezelf. Een kers van de taart. Het verschil tussen zien en gezien worden. Toen ik vanmorgen nog slaapdronken achter het stuur van mijn auto neerplofte om te richting werk te begeven … dan moet het gebeurd zijn. Was het de onrustige nacht, waren het de gedachten die al afdwaalden naar de spannende werkdag, of was het de hectische chaos die tegenwoordig gepaard gaat met het drukke ochtendritueel. Sluitende antwoorden zal ik op deze vragen nooit krijgen. … De brilglazen, zo had de optieker me nog verzeker zijn onverslijtbaar. De beste man’s beweringen die toen eerder leken op goedkope verkoopspraatjes blijken bewaarheid al kan niet hetzelfde gezegd worden over het montuur. Het montuur werd vanmorgen door te veel ochtendgeweld gereduceerd tot 2 monocles die voor verder functioneel gebruik of esthetische verfraaiing compleet waardeloos zijn geworden. Vanmorgen dus nam ik abrupt afscheid van mijn trouwe tweepoot die bij de eerste prille zonnestraal, geruime tijd, rustend op mijn neusbrug het verschil maakte tussen zien en gezien worden. Mijn tweepoot is niet meer. Leve de tweepoot want straks ga ik voor een nieuwe, waardevolle vervanger die de asymetrische proporties van mijn gelaat minder zullen accentueren en weer opnieuw het verschil zal maken tussen zien en gezien worden. <object id="__symantecPKIClientMessenger" style="display: none;" width="300" height="150" data-extension-version="0.5.0.161" data-supports-flavor-configuration="true" data-install-updates-user-configuration="true"></object> <object id="__symantecPKIClientMessenger" style="display: none;" width="300" height="150" data-install-updates-user-configuration="true" data-supports-flavor-configuration="true" data-extension-version="0.5.0.161"></object> <object id="__symantecPKIClientMessenger" style="display: none;" data-install-updates-user-configuration="true" data-supports-flavor-configuration="true" data-extension-version="0.5.0.161"></object>

jan pultau
0 1

Micky

Het hele eind van het tuinhok naar de achterdeur heeft Didier lopen denken aan wat hij zijn zoontjes zal zeggen, of eerder nog aan wat hij hen moet zeggen. Want zo voelt het aan: dit mag hij niet verzwijgen. Eenmaal binnen ziet alles er op een bevreemdende manier hetzelfde uit als vijf minuten geleden toen hij nietsvermoedend naar buiten trok om het gazon af te rijden. Luca en Florent liggen nog steeds in pyjama voor de tv gekluisterd, hun tere kinderlijfjes hebben zich voor geen millimeter bewogen. Ze hebben niet eens gemerkt dat hun papa achter hen is komen staan.   En dan zwijgt Didier alleen maar, zijn altijd schichtige blik samen met die van zijn zoontjes op het flikkerende scherm gericht. Maar de dansende figuren ontgaan hem. Wat hij ziet is hun kat, Micky, dood in de hoek van het tuinhok. Eerst zag hij het grijsgestreepte lijfje dat op zijn vertrouwde plekje lag. Maar toen hij het bij zijn naam riep reageerde het niet. Vervolgens ging hij wat dichterbij kijken en bemerkte de tong die uit de roze bek hing. En tenslotte was er de nodeloze bevestiging, het witte schuim om de opengesperde mond. Tegenover dat rauwe beeld voelt het alledaagse tafereel van zijn tv-kijkende jongens plots broos aan. Voor het eerst in de zeven jaar sinds hij vader is geworden is Didier zich bewust van het onmetelijke gewicht dat een moment kan hebben en dat nu op zijn schouders weegt: alles hangt af van wat hij nu zal doen, hij is het ankerpunt waaraan deze situatie is opgehangen.   Hij gaat zitten aan de ontbijttafel die nog niet is afgeruimd. Het is elf uur en Didier smeert zich een boterham met choco, doopt hem in de koffie en neemt een hap. Wanneer de boterham op is, veegt hij zijn mond af aan de mouw van zijn grijze werktrui en roept zachtjes de naam van zijn oudste zoon. Als hij het dan toch moet vertellen, dan enkel aan Luca, bedenkt hij, Florent is hier toch te jong voor.   “Luca?” Het klinkt twijfelend, alsof hij niet wil dat zijn jongen hem hoort. En terwijl het stil blijft trekt hij een reclameblaadje vanonder een stapel drukwerk, schikt het voor zich op tafel en diept uit de zijzak van zijn broek een timmermanspotlood op. Met drie rechte strepen bakent hij in de marge van de schreeuwerige advertenties snel een witte ruimte af. Terwijl hij het potlood steviger vastneemt neigt hij zijn hoekige hoofd ietwat schuin voorover tot het bijna het papier raakt. En dan vloeien de lijnen, nu eens lange smalle strepen, dan weer brede grijze vegen, hier en daar aangezet met krachtige zwarte kronkels.   “Wat teken je, papa?” Luca staat ineens naast hem en buigt zich over hem heen. Hij voelt hoe het jongetje naar het blaadje kijkt dat hij onder zijn brede handen tracht te verbergen. Hij kan zijn slaapgeur ruiken, zo dicht leunt hij tegen hem aan. Het is ook haar geur. “Oh niets, gewoon wat gekrabbel” lacht Didier. “Is dat Micky?” Luca weet het, toch vraagt hij het. Nog even aarzelt Didier. “Ja, vind je het mooi?” “Ja, heel mooi” Hij kijkt Luca aan, ziet zijn blauwe ogen die ook de hare zijn en hij weet dat hij het niet kan. Morgenavond komt zij de kinderen ophalen. Zij moet het maar doen. Zij heeft hem verlaten. Dit is allemaal haar schuld.

Gert André
0 0

De maker en de Luisteraar

  Ze waren vrienden. Godzijdank, ze waren vrienden. Dat verscheurende gevoel in zijn borst? Dat allesverzengende, hongerige monster dat zich diep genesteld had tussen zijn ribben? Dat zou hij maar in toom moeten houden. Dan zou er maar een gat groeien. De Luisteraar zat voor het raam, zijn oren gevuld met onafgebroken, zoete muziek. Zoals het altijd al was, correspondeerde de muziek perfect met de gevoelens in zijn brein en borstkas. De diepe, geaarde tonen pompten doorheen zijn ribben. De ellenlange, dooreengewarde melodieën knoopten zich vast aan losse zenuwen die nog niet klaar waren met lijden.   De Maker was weer op zoek. Hij had opnieuw oneffenheden, productiefouten en scheuren nodig. Hij had nooit iets anders gekend. Het was een natuurlijke reflex: wakker worden en op zoek gaan naar kleine foutjes in het systeem, die dan ophalen, naar zijn professionele kot brengen en maken. Fixen, in andere woorden. De lange, ebbenhouten schabben boven zijn werkblad worden reeds jaren gevuld met oude horloges, versleten poppen en afgewerkte kruiswoordraadsels. De Maker wist dat als hij maar genoeg foutjes ongedaan zou maken, genoeg spullen zou fixen, de rust in deze chaotische wereld misschien ooit bereikt zou worden. Daar was hij van overtuigd. Het was een ongelukkig toeval dat er zoveel mensen rondliepen, want die waren het moeilijkst om te maken. Ze vonden altijd wel een manier om weg te kruipen in straten, zwart door het stof waar ze zo vaak waren doorgegaan. Ze hadden steeds opnieuw de drang om zichzelf te verdrinken in miserie.   Op een of andere manier waren mensen net zoals Ikeakasten. Ze zien er op het eerste gezicht simpel uit en komen voor in je dagelijkse leven, maar je hebt er godverdomme lang aan gewerkt om ze juist ineen te steken. Het is een geluk dat ze zo lang meegaan, eens ze correct in elkaar zitten. Hij moest maar eens vertrekken. De maker had een fout recht te zetten.   Er was bezoek. Dat had de trouwe dienaar gemeld. Daarna was hij achteruit gewandeld, had het hoofd gebogen, toch lichtjes meeknikkend op het ritme van de compositie. De Luisteraar had ook geknikt, bevestigend. Bezoek, bezoek, wat eraan te doen? Wat eraan te doen, wanneer de ritmes net zo fijn in elkaar vloeiden. Hij wilde geen stromen van woorden, geen verbale beek van nonsens. Hij wilde rust. En muziek natuurlijk. Altijd muziek. Hij ademde in ritmes. Hij dacht in melodieën. Hij at noten. Hij werd onderbroken door het kraken van de houten deur. Een langgerekte, zwarte schaduw verscheen als een zielenzuiger op het plafond. Het was de maker. Daar moest hij niet eens over nadenken. De maker had zijn ziel reeds enige tijd in zijn bezit. De Luisteraar vroeg zich af of de maker in staat zou zijn om het te maken. Zijn gescheurde hart had heling nodig. Wellicht wist de Maker niet dat er een vertrokken grimas zat achter zijn blanke vest.   Je moet een emmer met water laten vollopen. Je moet de fietsband erin houden. Je moet eens goed knijpen. Je moet zoeken, je moet er bijna zeker van zijn dat er lekken zijn, voor je ze kan vinden. Zo is het. Je moet daarvoor eerst merken dat je fiets niet meer zo gladjes rijdt. Je moet de moeite doen om je band van je fiets te halen. Moeite, moeite, wat eraan te doen?   Niemand zou die moeite doen voor hem. Het lek in zijn borst zou groter worden.   Twee handen werden zachtjes neergelegd op de achterkant van zijn met bloemenprint bedekte sofa. Ze gleden subtiel van de rand, tokkelden de ritmes van de trom op de leuningen. De Maker naderde. Elke keer wanneer een pianotoets aansloeg, blies hij zachtjes zijn adem uit. De nek van de Luisteraar rimpelde en krulde, nog niet omdraaien, wees onbewogen, hij heeft echt geen idee. Langzaam voelde hij zijn beschadigde hart vallen uit het gat in zijn borstkas. Hij keek neer, zijn handen waren nog altijd leeg. De pijn, de pijn, wat eraan te doen? De pijn doet een man zich dingen verbeelden die er niet zijn en dingen verzwijgen die er wel zijn. Langzaam rees hij, de liefde tegemoetkomend als een vriend. De liefde was meestal blind, niet de verliefde. De liefde lachte gewoon en verwarmde de bloedstromen van de verliefde terwijl die zijn uiterste best deed zijn eigen glimlach niet terecht te laten komen op die van zijn gast. De liefde was blind en had nog steeds de mooiste ogen die de Luisteraar ooit gezien had. De Maker boog. Hij wilde dansen. Hij had meer tijd nodig. Met muziek kon hij de tijd tot in de eeuwigheid rekken bij de luisteraar, met een dans net tot waar het nodig was. De luisteraar was een fragiel theekopje, dat niet zou aarzelen om over te lopen. Dat vertrouwen had hij, dat wist de maker. Maar het vertrouwen van een geliefde? Langzaam dwarrelden ze rond elkaar. Het tempo leek steeds trager te gaan, het was echt niet zo dat ze zich dat verbeeldden. Zich iets met z’n tweeën op hetzelfde moment verbeelden, is erg onwaarschijnlijk toch? De klok tikte dus trager. De ritmes zwollen dus aan en verzwolgen onuitgesproken gevoelens, voeten en vooral tijd. Voet voor voet brachten ze hun gezichten op gelijke hoogte, de maker lichtjes door zijn slechte knieën zakkend. Die gezichten bleven steken op een expressie van verwachting, verwarring en een band alsof er een draad om hun hoofden gebonden was. Ze zaten aan elkaar vast. Ik kan mezelf slechts selectief repareren. Ik laat me gaan.   Dansen rondom woorden was een goede manier om ze te vermijden, maar de omtrek van hun duet-spiraal werd kleiner, een frontale botsing was nu onvermijdelijk. Met de hoop op een gladjes verloop, opende de Luisteraar zijn mond. “Wat eraan te doen?” De gong klonk. De stilte na de muziek sneed de kamer aan flarden. De Maker plaatste de toppen van zijn vingers op de handpalmen die naar hem werden uitgestoken en zei: “Jij zegt dat alles verklaard wordt door muziek. Ik zeg dat de liefde niet klinkend, maar vretend is. Leg je hand op mijn borst. Hoe verklaar je dan dit verlangende gat in mijn borstkas?”

Camilla Peeters
1 0

Superdino's

Een supermarkt. Het lijkt ondertussen een gewoon, alledaags en zelfs saai concept. Dat is althans wat de meeste Westerlingen vermoedelijk zouden antwoorden wanneer je hen zou vragen wat de supermarkt betekent in hun gejaagde leven. Helemaal het tegenovergestelde dus van wat het voorvoegsel van het woord doet vermoeden. Ik moet toegeven dat de gedachte aan overvolle parkings, uitpuilende winkelkarretjes, zeurende kinderen en uitgehongerde bejaarden die zich als een leeuw op de proeverijen storten, mij ook niet bepaald doet warm lopen, maar toch is de supermarkt voor mij een welkome bron van inspiratie. Ten slotte brengen al die kinderen, ouderen, parkings en karretjes steeds weer iets nieuws met zich mee en worden ze stuk voor stuk geconfronteerd met terugkerende eerste-wereld-problemen.   In de afgelopen jaren zijn er in mijn buurt verschillende supermarkten neergestreken en dat tot groot ongenoegen van de gevestigde oude exemplaren. Deze vorm van super-concurrentie mag dan wel nadelig zijn voor de eigenaars van de filialen in kwestie, voor mij betekent elke nieuwe supermarkt een nieuwe wereld van vreemde snuiters, onbekende zielen en mysterieuze verhalen. Een categorie kopers blijft echter onveranderd, alsof ze de tand des tijds heeft doorstaan; en als je de gemiddelde leeftijd van die categorie er even bijhaalt, dan mag je dat best letterlijk nemen. De ervaren supermarktganger weet vast al over wie ik het heb, maar aangezien dit mijn eerste column is, wil ik er graag even langer bij stilstaan en de nieuwelingen onder ons wat meer bijbrengen over wat ik de superdino’s noem. Toegegeven, de naam is misschien wat oneervol voor de bejaarden die elke dag klokslag acht uur klaarstaan aan de deur van de supermarkt, maar mijn frustratie kent ook zijn grenzen. Ik wil jullie in geen geval aansporen om de term in de toekomst publiekelijk te gebruiken, laat staan als roepnaam te hanteren. Wat ik wel wil doen, is voor jullie hieronder kort de kenmerken en karaktertrekken opsommen van deze dino’s, zodat jullie er in de toekomst niet ten prooi aan vallen. Om het simpel en concreet te houden, neem ik jullie mee naar een zaterdagochtend om 8 uur aan de ingang van de lokale supermarkt.   7:45 – De eerste oude karren stromen toe op de parking – voor alle duidelijkheid verwijs ik hier naar de voertuigen en niet de nog antiekere wezens die erin zitten. Uiteraard maken de vroege superdino’s al gretig gebruik van hun strategisch vermogen om de plaatsen die het dichtst bij de ingang zijn gelegen, volledig in te palmen. Vanuit hun kristalheldere autoramen turen ze eerst naar de ingangsdeur en vervolgens naar hun mogelijke concurrenten. Maximum vijf minuten. Dat is de toegestane tijd om nog even voor de strijd losbarst de omgeving in zich op te nemen en eventuele voorzorgsmaatregelen te hanteren.   7:50 – Mariette, Fons, Gerard en Nicole. Zij zijn de gelukkigen die als eerste de twee meter brede draaideur kunnen versperren dankzij hun jarenlang opgespaarde zwembandjes, de veel te wijde driekwartbroeken en – niet te vergeten – het gepersonaliseerde boodschappenkarretje waarmee ze lastige achtervolgers tegen de schenen kunnen rijden en zo makkelijk van zich afschudden op weg naar de producten.   7:55 – Het gebruikelijke gestommel, getrek en geklaag zwelt aan. 8:00 is 8:00, hé! Gelukkig weet ik uit ervaring dat de winkelbedienden geen minuut vroeger zullen openen. Het probleem is natuurlijk dat de horloges van onze dino’s steeds 5 minuten of zelfs meer voor staan; je moest op je oude dag maar eens ergens te laat komen. Waar de ouderen alvast wel opgetogen over zijn, is de grote rode sticker die heel het linkerraam naast de deur beslaat. Vanaf vandaag is er namelijk korting op de gezondheidsproducten. Ideaal dus voor Mariette die haar eindelijk een nieuwe fles intieme reinigingsverzorging kan aanschaffen en Gerard die na vier jaar aan een nieuwe tandenborstel toe is.   7:59 – Er komt schot in de zaak. De lichten springen aan, de geur van vers gebakken brood baant zich een weg door de kieren van de draaideur en de corpulente onthaalbediende komt rustig naar de draaideur gewaggeld met een veel te dikke bos sleutels. De vier oudjes zetten zich schrap.   8:00 – Het moment is daar. De deur komt nog maar knarsend op gang en Nicole zit al in het eerste compartiment. Spijtig voor haar blijft haar winkelwagentje haperen en valt het hele systeem stil. Al die moeite voor niets, want Gerard ziet zijn kans en maakt van de vrijgekomen ruimte gebruik om bij haar te glippen. De onthaalbediende die intussen gewend is geraakt aan het vreemde spektakel, rolt met haar ogen en haalt haar schouders op.   8:02 – Na twee minuten van hun kostbare tijd te hebben verloren, zijn alle superdino’s klaar voor de jacht. Eerst nog voorbij het flapperende deurtje en dan kan de supermarktmarathon beginnen. Eerste halte: de groenten- en fruitafdeling.   8:06 – Gekneusde tomaten, half leeg gevreten druiventrossen, bananen met bruine vlekken en aardbeiendoosjes zonder aardbeien. Dat is de tol na vier minuten van losgeslagen superdino’s, en dan moet de hoofdbuit nog komen.   8:07 – Ondertussen staat Mariette zich te vergapen aan de verrukkelijke chocoladesoezen en de gekarameliseerde vanilletaartjes. Deze onoplettendheid blijft echter niet zonder gevolgen, zeker niet in de broodafdeling die voor onze dino’s de hoeksteen vormt van hun hele eetpatroon. Nicole, Gerard en Fons draaien elk brood twee keer om en na deze tot in de puntjes uitgevoerde broodkeuring gaan ze ervandoor met het beste en op dit vroege uur beperkte aanbod. Bij het zien van de andere vluchtende oudjes barst Mariette uit in een weeklaag. Haar favoriete brood is in  de handen gevallen van haar concurrenten. Dat wordt vanmiddag op de kin kloppen. Gelukkig kan ze nog genieten van de korting op haar intieme reinigingsproduct. Met deze fijne gedachte in het vooruitzicht krabt ze zich ongegeneerd onderaan en stuift ze achter haar lotgenoten die al richting de kassa trekken.   8:08 – Door het vroege uur is er nog maar een kassabediende die volledig klaar is. Zowel Nicole als Fons willen snel hun producten op de lopende band zetten, maar een afkeurende blik van de kassierster richting Fons doet hem even terugdeinzen. Nicole die enkele luttele seconden verloor aan de draaideur, grabbelt gauw in haar winkelmandje en is nu eindelijk echt eerst aan de beurt. Ondertussen heeft Mariette haar fles reinigingsmiddel en kan ze ook Gerard achter zich laten die kennelijk verbaasd is over het aanbod tandenborstels dat in vier jaar tijd ongelofelijk is verruimd.   8:15 – Na een kwartier zit alles erop. De vier superdino’s hebben hun taak volbracht en de ontlading valt duidelijk van hun gezichten af te lezen. Nu hebben ze tenminste nog een hele dag voor zich om hun andere verplichtingen af te werken.

Cedric Holemcki
0 0