Ann Stuckens

Gebruikersnaam Ann Stuckens

Teksten

Als een blikseminslag bij heldere hemel

 Charlotte ging naar de bibliotheek.  Ze zocht een verhaal dat zich afspeelde tussen liefde, droom, realiteit en bedrog.  Een leeg boek bood zich aan.  Aarzelend nam ze haar pen en begon ze haar eigen verhaal te schrijven alsof haar bestaansrecht ervan afhing. Haar eerste zin luidde als volgt: Ze had niet zien aankomen dat hij nog niet had bedacht hoe hij het voor elkaar moest krijgen om samen met haar op vakantie te gaan. Dit tartte elke verbeelding in haar. Doorheen de jaren dat ze samen fietsten, op stap gingen, elkaars teksten lazen,… had hij haar hart gestolen omdat zij zich nooit teveel of als een last had gevoeld.  Waaraan ze dat verdiend had, wist ze niet. Hij schonk haar meer en meer zijn vertrouwen. Haar zelfwaarde groeide. Zij was hem erg dankbaar.  Dat hij was gehuwd en een echtgenote had, leek daarbij weinig van belang. Zijn huwelijk was al jarenlang gereduceerd tot een praktische verstandhouding zonder vrijheden. Ondanks de bizarre en ongemakkelijke situatie, wilde zij onder geen geding hun contact opgeven. Het draaide later anders uit. Zij ging uiteindelijk helemaal mee overstag toen hij haar voor het eerst hemels kuste en niet enkel seks met haar wilde. Hij wilde zijn werk opgeven, verbouwingswerken realiseren, bedacht een naam voor hun bedrijf.  Aan lovende woorden, heerlijke momenten en cadeautjes ontbrak het evenmin.  Waar ze ook kwamen, anderen zagen hen als een liefdevol stel. Zij stroomde over van geluk.  Als twee tegenpolen van elkaar konden ze elkaar perfect aanvullen tenminste als er veel tijd en communicatie mogelijk was.  Door het gebrek aan beide werd weinig tot niets uitgesproken.  Juiste woorden, Onze Taal of Taalpost hielpen hierbij niet.  Haar opwinding was groot en zijn seks bleef erg daadkrachtig hoewel hij ‘het’ moeilijk bleef vinden? Dat verwarde haar.  Wat was ‘het’? Een werkbezoek en hun verblijf in Luxemburg overtuigde haar dat een liefdesrelaties niet voor hen was weggelegd.  Zij voelde zich afgewezen.  Hij werd er ook niet gelukkiger van… Ze zouden nog op vakantie gaan.  Oh, wat keek zij daar naar uit.  Eindelijk eens een bewuste tijd voor hen samen, tijd voor vragen, antwoorden, min- en pluspuntjes.  Niets tegen de klok of in functie van het werk . Op Onze Lieve Heer Hemelvaart, exact 40 dagen na zijn verjaardag, volgde de totale ontreddering bij het willen vastleggen van hun vakantiebestemming.  Hij was nog nooit op vakantie geweest en hoe moest hij dat nu aan boord leggen? Hij vertrok.  Zij bleef sprakeloos achter.  Einde vakantie.   Vijf dagen later een mailtje in haar mailbox. Nog nooit had hij iemand zo graag gezien als haar maar toch lukte het hem niet om weg te gaan van zijn eigen plek.  Voor hem was het allemaal te drastisch.  Nu stelde zich daar voor hem de drastische keuze van alles of niets zoals hij het zelf uitdrukte.    Met een ongelukkig mailtje hoopte ze alsnog om een totaal verlies te verhinderen.  Ze wilde minstens een waardig afscheid voor ze hem nooit meer zag of hoorde . Niets van dat alles volgde. Zij probeerde hem en de gebeurtenis te begrijpen. Niets kon hij van de ene dag op de andere in de realiteit waarmaken zonder iets te doen.  In dromen kan alles.  In de realiteit kunnen mensen stap voor stap bouwen aan hun droom.  Was hij daar ooit mee bezig geweest? In de werkelijkheid speelde hun droom zich af binnen zijn levensgareel.  Nooit uit de maat zoals het ritme van een Zwitserse klok.  ‘Alles’ betekende voor hem zijn nestje, ooit opgebouwd met ‘de’ echtgenote.  Zijn leven was zijn werk, fietsen en dure consumptiegoederen verbruiken.  Hij ging Robert Marchand achterna, verslond werkgerelateerde boeken en werkte tot 10 uur per dag.  Het ging hem voor de wind. Zijn liefde was zijn kat, ….  Charlotte niets. Wat betekende zij voor hem? Van begin tot eind bleef het voor hem moeilijk om stappen te zetten in de richting ‘verandering’.  Hij koos voor onveranderlijke veiligheid. Waartoe liefde leidt is lijden als moed en durf ontbreekt.  Zij verzamelde van hem gekregen spullen.  Zette haar hoed op, koppelde haar handbike aan en vertrok richting postkantoor.  Zou ‘de’ echtgenote haar postpakket openen?   Ann Stuckens 23-01-2020  

Ann Stuckens
1 0

Fietsslim - mensdom

  Echo Benieuwd is een wezentje, een mysterieus en eenvoudig figuurtje.  Zijn lichaamsvorm is moeilijk te beschrijven.  Hij wordt één met zijn omgeving.  Hoe hij zich beweegt, is nog een groter vraagteken.  Rollend, kruipend en slepend komt waarschijnlijk het dichtst bij de manier waarop hij zich voortbeweegt. Tegen alle verwachtingen in beweegt hij zich vrij vlot.  Lucht houdt hem in leven.  Hij huist ergens op de buiten in een klein dorpje onder een spoorbrug gelegen op een geliefde fietsroute.  Zonder overdrijven, op een mooie winter-lente-zomer-herfstdag fietsen wel honderden fietsers het bruggetje onderdoor. Iedereen of bijna iedereen roept dan iets naar Echo Benieuwd toe.  Mensen zien hem niet.. Hij is onbestaande en ook weer niet.  Horen doen ze hem wel. Kinderen houden ontzettend veel van hem.  Ze willen hem telkens opnieuw horen.  Volwassenen katapulteert hij terug naar hun onbezonnen kindertijd, al is het maar voor even.  Hoe gehaaster of gestresseerde de rijders ook zijn, bij een kreet onder de brug is de ontlading gegarandeerd een troef.  Helaas vergeten gespannen mensen de deugd van uiting dan het vaaks.  Op dat moment zou Echo Benieuwd niet liever willen dan die mensen te helpen.  Hoe hij ook probeert in alle mogelijke bochten, het lukt hem niet.  Soms loopt hij gebukt onder zijn eigen niet kunnen en vervloekt hij zijn beperkte echokunde. Is hij jaloers op de mens met zijn kunnen en zijn creaties. Hij kijkt naar de fiets als voorbeeld.  De verscheidenheid ervan is enorm groot. Bakfietsen om spullen of kinderen te vervoeren.  Racefietsen om snel te fietsen.  Mountainbikes voor de bossen.  Ook hier onder het bruggetje op het beton zijn ze welkom.  Crossfietsen zijn dan weer geschikt voor elke ondergrond.  Ligfietsen bevinden zich heel laag tegen de grond.  Fietsen met fietszakken en kinderzitjes.  Grote en kleine twee- drie- of eenwielers. Rolstoelgebruikers klikken hun handbike vast en fietsen met hun handen. Fietsen hebben dikke, dunne, gladde of geribbelde banden .  Sturen hebben ook allerlei vormen.  Elektrische ondersteuning op het stalen ros zorgt nog eens voor een variant.  Kortom voor ieder, groot, klein oud of jong bestaat er een rijwiel in alle soorten, kleuren, gewichten en formaten.  Aan diversiteit en verscheidenheid geen gebrek.  Elk mankement aan een fiets wordt verholpen door een mens.  Geen fiets of mens die klaagt.  Bewonderingswaardig. ‘Hallo, hallo’ is zowat het meest voorkomende woord dat geroepen wordt in alle tonen en volumes.  Onmiddellijk daarna weerklinkt de klanknabootsing ‘hallo, hallo’ van Echo Benieuwd.  Wanneer mensen ’Hallo Echo’ roepen dan voelt Echo Benieuwd zich erg vereerd en geliefd.  Hij zegt het mooi na zoals het hoort.  Vooral kinderen kunnen er niet genoeg van krijgen, keren terug apart of met meerdere samen, zeggen het mogelijke, onmogelijke om hem uit te dagen. Soms gieren ze het uit van de pret en staat de verbazing op hun gezicht te lezen.  Echo Benieuwd valt niet te kloppen.  Keer op keer echoot hij hen perfect na. Hoogtepuntmomentjes. En dan die scheldmomenten.  Vreselijk.  Dieptepuntmomentjes.  ‘Hey makak , loser, hoer, janet, debiel of gekapte,…’ roepen mensen naar elkaar in zijn bijzijn. Hoe dom kan een mens naar mens niet zijn?  Waar is de mens nu met al zijn kennis en kunde?  Oplossingen en waarderingen voor mensendiversiteit blijven zoek.  Hoe kan dat nu?  Fietsslim maar mensdom.  Dat gaat Echo Benieuwd zijn verstand te boven.  Hoe hard hij ook ineen kruipt, probeert in alle talen te zwijgen, niets helpt.  Het is sterker dan hemzelf.  Opnieuw zegt hij het lelijks en het vernederendst na.  Het lijkt alsof hij, Echo Benieuwd, er nog een schepje bovenop doet met al zijn nabootsing.  Niets is minder waar.  Voor Wolk Amadeus wordt het pijnlijke hem te veel en begint hij te huilen.  De zon houdt stand.  Met haar zonnestralen dringt ze vastberaden binnen in een regendruppel.  Kort daarna schittert de regenboog in al zijn pracht aan de hemel.  Voor iedereen gelijk.  De rijkdom van de natuur.  Iets of niemand kan dat ontkennen.  Wolk Amadeus en Echo Benieuwd vinden het ook mooi. En dan komt Marieke enthousiast aangefietst en roept:’ Joepie, ik leef!’ ‘Joepie, ik leef’ echoot Echo Benieuwd blij!!!.   Ann Stuckens 03-01-2020      

Ann Stuckens
0 0

Een plek

Een plek Vandaag was ik aan het luistervinken. Niet helemaal, want de buurman had een klok van een stem, de muren waren van karton en als onze beide deuren open stonden, was het echt niet zo moeilijk om te horen wat hij te vertellen had. Anekdotes over de goede oude tijd in het gezellig plat Antwerps zoals mijn grootvader dat ook deed. Mijn buurman vertelde ze aan zijn kamergenoot.   “Het werk van loopjongen was zwaar” zo begon hij . “Vroeger brachten ze alles aan huis.  En nu maken ze ruzie over wat zwaar werk is.” Dat klonk mij bekend in de oren. Mijn grootvader legde als 14 jarige lange trajecten af met de fiets door wind, regen en als het vroor als het kraakte. Ik herinnerde mij als kind ook nog de plaatselijke melkboer met de pet die heerlijke roze yoghurt in glazen halve liters flessen van Inza bracht, de groentekar, de bakker en de brouwer. Dat gebeurde niet meer met de fiets maar per auto of bestelwagen. De pakjesdiensten waren nu in, geen enkel land was hen teveel en de gezinshelpster deed de servies aan huis. Op zijn minst had zij twee uur aan taken in te vullen, waren mijn laatste bedenkingen. Of mijn aandacht werd alweer getrokken door zijn spreken.  “Tegenwoordig weten ze al van jongs af aan waar de klepel hangt. Onlangs wist een klein kind van een jaar of drie of misschien vijf dat ze een kleine ‘pissen muis’ had.” “Dat is wel erg jong” antwoordde de kamergenoot met zachtere stem. “Wij moesten het leren vanop de straat “. “ In Sint-Job had hij een ‘maske’(meisje) meegenomen tot in het bos. Tot hij in de mot (in het oog had) had dat zijn jongste broer aan het kijken was. Voor het overige was ik niet meer helemaal mee met het verhaal. De twee broers hebben er later nog veel om gelachen. Sint-Job-in-‘t-Goor was de vakantie- en kampeerplek van mijn grootouders. Hij had leren zwemmen met een zeelke (touw of koord) rond zijn lee(lende) in het Scheld (Schelde). Op het moment dat hij merkte dat zijn zeel weg was, zwom hij in paniek naar de kant. Mijn grootvader had op dezelfde manier zijn jongste broer leren zwemmen. Zijn vertellingen verraadde ook dat hij zoals mijn grootvader, had hij, weten te overleven in de oorlog, waren ze beiden dokwerker geweest en hadden met stukgoed gesleurd. Een lijk dat werd bovengehaald uit het Scheld, zijn zus was met  ‘n polies ( een politieman) getrouwd en waarom een lijk in een ziekenwagen werd gelegd waren voor mij de nieuwe verhalen. De puzzelstukjes vielen bijeen als het over de dood ging. Volgens zijn dochter kon hij en zijn kamergenoot wel 100 jaar worden.  Zijn kamergenoot betwijfelde dat. “Uiteindelijk kon je dat niet weten en het overkwam iedereen” antwoordde hij hierop. “En zolang het maar zonder zeer (pijn) was, want dat was pas erg.” Mijn grootvader, superbompa voor de kleinkinderen -ook dit was een overeenkomst met de grootvader van een ander- was al bijna tien jaar dood, vijf maanden voor mijn vader gestorven en vijf jaar later dan mijn bomma. Allen bijna even plots, met of zonder pijn, was moeilijk te zeggen. Heeft een comapatiënt pijn? Mijn bomma was overleden in het ziekenhuis waar ik nu verbleef. Op hetzelfde verdiep zo wist mijn moeder mij nog te zeggen. Toen heette het nog Eeuwfeestkliniek  Nu waren Jos en onze Frans weer samen en zouden ze nu een klapke  (babbeltje) doen met Guido? Samen met hen was hun sappig plat Antwerps taaltje mee met hen gestorven. Uitgestorven. Mijn moeder sprak met haar Maa en Paa in dezelfde taal. Mijn broer en ik leerde hun taaltje niet. Verstaan deden we ze nog wel, onze kinderen, ook dat niet meer. Ik bevond mij op scheut van mijn laatste werkplek. Een banaal ziekenhuis voor mijn schouderoperatie, een plek waar ik moeilijk rust vond, werd plots een plek vol herinneringen. Het leek alsof ik voor het laatst in Antwerpen moest vertoeven. Zoals ik voor een laatste keer een gebouw binnentrad of dierbaren zag. Tijd om naar huis te gaan, naar het bekrompen Kessel, naar een plekje waar ik op de één of andere manier ook van hield en als het er op aan kwam, ging missen. Ann Stuckens 11 maart  2018  

Ann Stuckens
0 0