Dimitri

Gebruikersnaam Dimitri

Teksten

Van god los

‘“Ben even weg.” God’s beroemde laatste woorden zoals u ze drie dagen geleden live kon horen op deze zender. Waar is god intussen? Niemand weet het. Vandaag bij ons in de studio zit Monseigneur de Paepe...’ Dirk draait de volumeknop naar beneden en kijkt naar Conny, die diep in de passagierszetel is weggezakt. Ze staart door het raampje naar het voorbijrazende landschap. ‘Wat denk je? Komt hij nog terug?’Conny kijkt Dirk met slaperige ogen aan. ‘Wat? Wie?’‘Op de radio schatje. Heb je het niet gehoord? God.’‘Oh ja. Radio. God.’ Conny haalt de schouders op en gaat rechtop zitten. ‘Ik weet het niet. Die gast is waarschijnlijk al dood.’Dirk schakelt en draait af naar links. Voor hen ligt enkel nog het open veld. Dirk kijkt Conny geërgerd aan. ‘Schat, zeg zoiets niet.’‘Och, wat maakt het uit. Wat heeft hij de laatste tijd nog voor jou gedaan?’ Conny haalt haar handtas boven en begint verwoed door de inhoud te woelen. Dirk haalt zijn schouders op en tuurt een ogenblik woordeloos over het eindeloze wegdek dat zich voor de auto uitstrekt. ‘Ik weet het niet. Ik vond zijn show wel goed.’‘Wat? Op de radio?’ Conny haalt een pakje van zilverpapier uit haar handtas. ‘Dat oubollige geleuter? Doe toch normaal.’Dirk bromt iets onverstaanbaars en schakelt. Hij drukt het gaspedaal in en de motor beantwoordt zijn aansporing met ronkend genoegen. Conny glimlacht en opent het pakketje op haar schoot. ‘Ook een boterhammetje schat?’Dirk steekt zijn hand uit zonder zijn ogen van de weg te halen. Hij neemt een hap en legt zijn hand met de resterende boterham terug op het stuur.‘Lekker,’ Dirk slikt de boterham door, ‘kaas.’Conny lacht zachtjes en legt haar hand op Dirk’s knie. Ze wisselen kort een blik en kijken vervolgens terug voor zich uit. Op de radio klinkt heel stilletjes het deuntje van een populair nummer.‘Denk je dat het iets wil zeggen?’ vraagt Dirk.‘Volgens mij was hij het gewoon beu. Na al die jaren.’ Conny haalt de schouders op en fluit toonloos tussen haar tanden. Ze trekt haar knieën op en omarmt haar blote onderbenen.‘Misschien heb je gelijk,’ Dirk wijst naar een wegwijzer en Conny knikt, ‘het moet zwaar zijn, zo’n leven in de showbizz.’‘Niet zo zwaar als een leven met jou.’ Conny knipoogt en ze lachen allebei.‘Toch. Het is raar. Zomaar verdwijnen. Misschien is hem iets overkomen.’‘Misschien had hij wel banden met de maffia en ligt hij nu met betonnen schoenen ergens op de bodem van de zee.’Dirk grinnikt en kijkt met geveinsde boosheid naar Conny.‘Wat als hij niet terug komt?’ Dirk neemt gas terug en slaat rechts af. Ze rijden over een aardeweg gevolgd door een grote stofwolk. ‘Wat moeten al zijn fans dan aanvangen?’‘Dat is een goeie vraag.’ Conny gaat rechtop zitten en controleert haar make-up in het spiegeltje van de zonneklep. ‘Wat moet de mensheid als god voorgoed van de aardbol verdwijnt?’ Conny haalt de schouders op en kijkt naar Dirk. ‘Gewoon. Geloven dat hij er is? Ergens.’Dirk fronst de wenkbrauwen. ‘Ik weet het niet. Dat is toch absurd. Niemand zou er voor gaan.’Conny haalt nogmaals de schouders op. ‘Nee, vast niet.’ Ze wijst naar een bouwvallig huisje verder langs de weg. ‘Daar is het.’Dirk knikt zonder iets te zeggen. Conny kijkt achterom naar de achterbank. ‘We hebben toch alles bij?’‘Natuurlijk schat, maak je geen zorgen.’‘Een wereld zonder god,’ Conny knikt en kijkt peinzend voor zich uit, ‘het is in ieder geval moeilijk voor te stellen.’Dirk kijkt Conny indringend aan. ‘Een wereld zonder god,’ hij pauzeert een moment en tovert een schalkse jongensachtige grijns op zijn gezicht, ‘dat betekent een wereld zonder zonde.’ Dirk’s wenkbrauwen schieten tweemaal kort de hoogte in. Conny glimlacht en kreunt zachtjes. Een minuut lang schateren ze van het lachen. Dirk gaat op de rem staan en brengt de wagen tot stilstand. Ze staan voor de bouwval die Conny eerder aanwees. Naast het huis staat een grote zwarte wagen.‘Ze zijn er al.’ Dirk kijkt naar Conny en strijkt met de achterkant van zijn grote ruwe hand langs haar wang. Hij neemt haar hoofd zachtjes vast en laat haar korte zwarte haren tussen zijn vingers glijden. ‘Zullen we?’Conny kijkt met grote glanzende ogen naar Dirk en bijt op haar onderlip. Ze knikt. Dirk leunt naar haar toe en kust haar vochtige lippen. Het koppel stapt uit. Buiten dwingt het felle zonlicht hen een moment de ogen dicht te knijpen. Dirk stapt naar de achterzijde van de wagen en opent het portier. Op de achterbank staat een grote zwarte sporttas. Met een zwaai zet Dirk de tas op het dak van de auto. Conny zwijgt en kijkt hem aan. Haar handen beven. Dirk opent de tas met een ruk. Boven op een stapel bankbiljetten liggen twee automatische pistolen. Dirk schuift een van de wapens over het dak naar Conny, die het lompe ding onhandig opvangt. Het andere pistool steekt Dirk onder zijn broeksriem. Conny komt naast hem staan en fluistert: ‘Nu of nooit.’‘Nu of nooit,’ zegt Dirk en grijpt de zak bij de handvaten. Zij aan zij stappen Dirk en Conny in de richting van het huis. Het wordt stil wanneer ze door de voordeur verdwijnen. Een verdwaalde duif zit bij de weg en pikt naar de grond. Naast het huis ruist de wind zacht door het schaarse bladerdek van de onverzorgde fruitbomen. In het lange gras klinkt het tjirpen van een geile mannetjeskrekel. Drie luide knallen in het huis doen de duif opschrikken. Een moment later zwaait de deur open en stapt Conny naar buiten. Op haar hoog opgeheven hoofd draagt ze een brede lach, in haar hand een zwarte sporttas. Conny werpt de tas op de achterbank en start de wagen. Op de radio klinkt de stem van een nieuwslezer. ‘Het lichaam van god werd deze ochtend teruggevonden op het strand van Oostende. De politie tast momenteel in het duister omtrent de precieze doodsoorzaak. Er wordt vermoed dat...’Conny draait aan de knoppen van de radio tot er luide rockmuziek door de luidsprekers knalt. Ze stampt op het gaspedaal en rijdt weg met knarsende banden.

Dimitri
0 0

Het spel

De klok tikt. Ze tikt. Ze tikt maar door. Morgen. Morgen zullen we wel zien.   Voor mij ligt het restant van wat niet zo lang geleden een berg cocaïne was. En ik. Ik ben ‘s werelds grootste bergbeklimmer. Meesteralpinist.   Kon ik maar slapen. Maar in mij brandt nu het vuur van duizend zonnen. Eeuwig. Gewelddadig.   Er is een vrouw. Mijn vrouw. Van mij. Gewonnen in een pokerspel. Nee, mijn talent voor manipulatie nemen ze me nooit meer af. Niet dat. De menselijke geest is mijn speeltuin. Ha! Round and round we go!   Naast de bestofte spiegel ligt een revolver. Een kanon. Magnum .44. Ik hou van mooie dingen. Bombastische dingen. Ik draag mijn beste zwarte pak. Italiaans maatwerk. Achter de revolver staat mijn heupfles. Zilver, met mijn initialen zwierig gegraveerd in het ranke lichaam. De Bourbon die er in zat, die zien we nooit meer terug.   Wall Street. Fuck! Ik doe nog een lijn en neem de revolver in mijn hand. Het is een aangenaam gevoel. De manier waarop het beest perfect gebalanceerd in mijn klauw past. Door het gewicht voel ik me oppermachtig. Het ivoren handvat glijdt als fluweel door de palm van mijn hand. Ik laat de cilinder draaien en mik. Ik mik op de muur tegenover me. Wat een kale muur. Ooit was hij wit. Nu kijkt hij me spottend aan met z’n bruine vochtplekken.   De vrouw. Achter de muur moet ze ergens zijn. Of misschien is ze boven. Ach wat! Het maakt ook allemaal niet uit!   Ik balanceer op de achterste poten van de gammele stoel, maar houd mijn blik strak gericht op die verdomde muur. Dirty Harry. Klaar om de trekker over te halen. Ik veins een schot en de ingebeelde terugslag brengt mijn hand naar omhoog. Even lijkt het alsof ik mijn evenwicht zal verliezen, maar nee. De stoel staat weer met al z’n voeten op de grond. Cool.   Rechts van me staat het zware eikenhouten bureau. Ik heb het tegen de deur geschoven. Niemand komt erin. Niet vannacht. Buiten woedt een storm. De helft van New York is naar me op zoek.Boven hoor ik gestommel en het gerinkel van glazen. Ik schreeuw tegen de vrouw dat ze stil moet zijn. Verdomde hoer.   Je moet het heft stevig in handen houden. Ook als de wereld om je heen in elkaar stort. Er is slechts één weg, één richting en dat is vooruit.   Op het schap achter me staat een ouderwetse radio. Naast gekraak hoor ik occasioneel ook muziek. Tom Waits herkauwt een zeemzoete ballad met de finesse van een versleten betonmolen. Ik sta recht en trek mijn vest uit. Voorzichtig hang ik het over de stoel. Ik stroop mijn mouwen op. Eerst links. Dan rechts. Uit de borstzak van het vest vis ik mijn ebbenhouten kam. Ik tem mijn gitzwarte haren met drie precieze halen.   Ik wandel rond de tafel. Eenmaal. Tweemaal. mijn lederen schoenen kraken. De houten vloer kraakt. Alles kraakt.   Die verdomde vrouw. Ik had ze nooit mogen accepteren. Ze ziet er goed. Dát wel. Maar wat moet ik nu in godsnaam met een vrouw?   God. Vanaf het kruisbeeld boven de radio staart die deemoedige lul me afkeurend aan. Ik laat hem kordaat mijn middenvinger zien en vraag ‘m wat-ie er van vindt. Geen respons.   Ik trek de bovenste lade van het bureau open en vind wat ik zoek. Wat ik nodig heb. Een pakje Lucky Strike, gouden aansteker erbovenop. De klik van de aansteker. De vlam waar voorheen niets was. Het knisperend geluid wanneer vuur en sigaret elkaar ontmoeten. Een perfect moment. Gretig vul ik eerst mijn longen en daarna de kamer met baldadige blauwe rook.   Meer gestommel. Ze probeert vast het huis uit te komen. Dom kind. Ik probeer al jaren te ontsnappen. Deze plek, kent geen uitweg.   Ik steun met beide ellebogen op het tafelblad. Handen in het haar. Het is warm. Het is heet. Zweet verzamelt zich in opstandige parels op mijn voorhoofd. Één van de onverlaten rolt langs mijn neus naar beneden. Hij valt recht op de sigaret die uit mijn linker mondhoek bengelt. Vlak boven mijn hoofd hangt een oude gloeilamp die een warm geel licht verspreidt. Ze zoemt. Zoemen. Zoemen zonder eind.

Dimitri
0 0

Fruit

Dit is de wereld. Zij is saai. Tommy staart voor zich uit. Hij zit op het kleine balkon van zijn kleine appartement op de derde verdieping van een klein gebouw in een kleine stad. Zijn voeten voeten kruislings over elkaar, rustend op de balustrade, zijn stoel gevaarlijk balancerend op de achterste poten. Naast hem staat een bakje kersen op een stoeltje met drie poten. Één van de  poten is korter dan de andere, waardoor ook het bakje onder een suboptimale hoek de zwaartekracht bevecht. Één voor één steekt Tommy de kersen in zijn mond. Hij werkt ze traag naar binnen. Een berekend en gekoesterd procédé. Het gevoel van de gladde, stevige buitenkant wanneer hij één van de vruchtjes tussen zijn lippen door naar binnen zuigt. Een voorbode van de explosie van smaak die komen zal. Hij huivert van pure anticipatie, tot hij eindelijk, tentatief het oppervlak doorboort. Wanneer de eerste druppels van het hemelse sap zijn tong en gehemelte strelen kan hij zijn gulzigheid niet langer bedwingen. Gretig ontdoet hij het kleine harde pitje van het omvattende vruchtvlees. Hierbij gebruikt hij voornamelijk zijn geoefende tong, doch hij schrikt er niet voor terug om van tijd tot tijd, hetzij heel voorzichtig, ook zijn bijters in de strijd te gooien. Wanneer hij nog slechts de naakte steen in zijn mond houdt, kan het echte werk beginnen. Met een zekere, beheerste precisie mikt hij de pitten de afgrond in. Meesterlijke spuwtechniek. Terwijl hij dit doet, verroert hij verder niet. Hij luistert aandachtig en vooral geduldig tot hij één van de vele voorbijgangers hoort schrikken of vloeken. Meestal hoort hij niets. Dit is de wereld. Zij is saai.

Dimitri
0 0