Inne

Gebruikersnaam Inne

Teksten

Reisverhalen schrijven (Inne De Pooter)

Doelgroep: leerlingen in de onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers (OKAN) Beginsituatie: deze leerlingen zijn al een tijdje in België, de meesten van hen al een jaar. Ze hebben al eerder kennisgemaakt met woordenschat over kleuren, dingen om mee te nemen op reis, zintuigen. Het is een groep van ongeveer 12 jongeren tussen 12 en 18 jaar oud. Doelstellingen: De leerlingen zijn bereid naar elkaar te luisteren. De leerlingen zijn bereid om voor de hele groep te spreken. De leerlingen zijn bereid om samen te werken in kleine groepjes. De leerlingen kunnen een elfje schrijven aan de hand van theorie en schrijfhulp. De leerlingen kunnen zintuiglijk schrijven. Deze les duurt 3 lesuren of 150 minuten in totaal.   1) Wat voor een reiziger ben jij?   Tijd: 5 minuten uitleg + 5 minuten kiezen en zin voorbereiden + 10 minuten spreken = 20 minuten   Kennismaking   Er liggen diverse voorwerpen op de tafel: een spiegeltje, een plastic zak, een cactus, een nagelknipper,...   De opdracht: Wat voor een reiziger ben jij? Kies een voorwerp en beschrijf het in één zin.   2) Onderweg   Tijd:  20 minuten fase 1 + 40 minuten fase 2 + 20 minuten fase 3 = 80 minuten   Fase 1: elfje schrijven   Start: uitleg van een elfje = gedicht van 11 woorden en 5 regels 1 2 3 4 1   → toelichten met een voorbeeld: water wie gaat ik ben eerst wat is het lekker vakantie   Situatie: Er liggen kaartjes omgekeerd op de tafel. Op de kaartjes staan dingen die je meeneemt op reis: een tandenborstel, een handdoek, een boek,... Het is telkens een foto en een woord.   Opdracht: Trek een kaartje Schrijf een elfje aan de hand van volgende schrijfhulp:   1 woord Schrijf hier het woord dat op je kaartje staat. 2 woorden Beschrijf het woord. Wat is het? Waarvoor gebruik je het? 3 woorden Stel een vraag. 4 woorden Beantwoord je vraag. 1 woord Maak een samenvatting.   → we maken bovenstaande oefening eerst samen met de klas als voorbeeld   Iedereen klaar? Enkele leerlingen lezen hun gedicht voor. De leerkracht heeft er oog voor dat iedereen aandachtig luistert.   Fase 2: Zintuiglijk schrijven   Groepsverdeler: wat heb je zeker nodig op reis? Schoenen om te wandelen! Iedereen gooit 1 schoen in het midden, de leerkracht maakt duo’s van schoenen en zo ook van mensen. De volgende opdracht is per twee.   Situatie: We gaan naar buiten, liefst in een omgeving met veel natuur, zoals een bos of een park.   Opdracht 1: “Op deze plek zijn schatten verborgen. Ze zitten verstopt in filmkokertjes. Ga ze zoeken! Als je er één gevonden hebt, kom je terug naar hier. Je mag het nog niet open doen! De kokertjes gaan pas open als iedereen terug is.”   De leerlingen komen terug. Ze mogen allemaal samen hun kokertje openen. Wat zit erin? Niets! En wat hebben ze te vertellen over de weg ernaartoe? Hebben ze iets gezien, geroken, gevoeld, geproefd, gehoord? Conclusie: soms is onderweg zijn belangrijker dan je eindpunt. Daarom doen we de oefening opnieuw.   Opdracht 2: Elke groep neemt het volgende mee: een kokertje, de 2 elfjes, een balpen, een leeg blad papier en een instructieblad.   De leerlingen gaan op stap in de omgeving. Onderweg observeren ze hun omgeving met hun zintuigen. Op het instructieblad staan de zintuigen, ondersteund met pictogrammen. Bijvoorbeeld:   De zintuigen:   Horen Zien Proeven of smaken Voelen Ruiken   Eerste keer fluiten: verstop de koker Tweede keer fluiten: kom terug   De leerlingen vertrekken en voeren waarnemingen uit volgens de zintuigen op hun instructieblad. Als de leerkracht een eerste keer fluit, denken ze per twee na over 1 woord dat hun ervaring beschrijft. Bijvoorbeeld ‘vogel’ als ze een vogel gezien hebben of ‘trein’ als ze een trein hebben gehoord. Voor een doelgroep met een hoger niveau van Nederlands zou je hier ook met associaties kunnen werken. Ze scheuren het woord van hun blad en stoppen het in de koker. Op de plaats waar ze dan zijn, verstoppen ze de koker.   Vanaf dan gaan ze op zoek naar elkaars koker. Het idee? Als je een koker vindt, mag je het woord erin meenemen. Je moet er wel een ander woord voor in de plaats steken. Dat woord is opnieuw gebaseerd op je zintuiglijke waarnemingen. Je moet dus blijven observeren.   Vergeet niet: iedereen heeft ook zijn elfjes op zak. Je mag ook een elfje in plaats van een woord achterlaten.   Als de leerkracht fluit, komt iedereen terug met woorden en elfjes op zak. De inspiratie voor de volgende lesfase!   Fase 3: Beschrijf een reiziger   Opdracht: leg je verzameling woorden en elfjes voor je. Lees ze. Je kiest minstens 3 woorden of woordgroepen om voor de opdracht te gebruiken.   Maak een profiel van een reiziger, aan de hand van volgend schrijfkader:   Aangenaam, ik ben …………………………………. Ik ben ….. jaar oud en ik woon in ………………….. Mijn favoriete reisbestemming is ……………………… omdat …………………………………………………………………………………. Ik hou van ……………………………………………………………………. Als ik op reis ga, neem ik altijd …………………………………………….. mee. Op mijn laatste reis naar ……………… heb ik iets heel leuks / grappigs / stom / raar / gênant / triests meegemaakt: …………………………………………………………………………………………...…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………   3) Afsluiter: reisquotes   Tijd: 20 minuten woordspin + 10 minuten quote maken + 20 minuten voorlezen   Groepsverdeler:   Situatie: elke groep gaat aan een tafel zitten. Op de tafel ligt een groot blad met in het midden het woord ‘reizen’ op.   Opdracht:   “Je ziet in het midden het woord ‘reizen’. Waar denk je aan bij dit woord? Denk aan je eigen ervaringen, maar ook aan wat we allemaal al gezien hebben over dit thema. Belangrijk: detail: je hebt per groep maar 1 balpen en niemand mag praten. Dat betekent dat je op elkaar moet wachten, zo krijg je de kans om alle woorden aandachtig te lezen.” “Omcirkel elk 2 woorden.” “Ga nu verder op de woorden die je omcirkeld hebt. Waar denk je aan? Wat associeer je hiermee? Met dezelfde beperkingen als daarnet: 1 balpen, niet praten.” “Kies samen 3 woorden. Nu mag je wel spreken.” “Maak een quote over reizen.” We lezen er eerst nog enkele ter inspiratie:   "De wereld is onze speeltuin."   "Bezoek elk jaar een plek waar je nog nooit bent geweest." (Dalai Lama)   "Oost west, thuis best"   "Verzamel momenten, geen dingen"   "Het is beter een mijl te reizen dan duizend boeken te lezen"

Inne
0 0

Schrijfopdrachten Joris en Emke (door Inne)

Schrijfopdracht Joris   17.12. Waarom houdt ze haar hoofd de hele tijd boven water? Het is niet dat ze Angelina Jolie-lokken heeft. Straks klimt ze op het stalen trapje het zwembad uit en hangen er bruine slierten uit haar blonde staart. Ze houdt toch nooit alles droog.   17.15. Over een kwartier moet ik het kleedhok in. Dan heb ik tien minuten om me om te kleden, twee minuten om mijn haar te drogen en acht minuten om naar huis te fietsen. 17.22. Of ik niet wat trager kan zwemmen. Ik bijt mijn tanden stuk wanneer ik haar antwoord, het klinkt alsof ik ze bijvijl met een slijpschijf. Mijn antwoord is uiteraard negatief, want ik moet Karel nog ophalen van de muziekschool, een quiche in de oven steken en Wims beste kostuum strijken. 17.26. Het duurt lichtjaren voor ze me inhaalt. Mijn vlecht voelt plots strak aangespannen. Ik wil snel naar de oppervlakte zwemmen om te ademen, maar dan besef ik dat mijn hoofd al boven water drijft. 17.29. Ik beeld me in hoe mijn zus me met mijn haar naar beneden snokt. Ze glimlacht als ze naast me komt zwemmen. Ik roep. Niet ingebeeld, maar echt. Het klinkt niet als mezelf, maar ik schreeuw, ik tier, ik brul. Ik moet het water uit, nu.     Schrijfopdracht Emke   Hij was een ballenjongen. Hij had geen ballen aan zijn lijf, dus raapte hij die van anderen maar op van de grond.   Zijn vettige haar hing als zwarte slierten zeewier over zijn ogen. Zijn blik stond strak op het rode tennisveld.   Er bonkte iets in zijn slapen. Klik klik klik. Net iemand die zijn balpen aan en uit duwt, zo hard dat zijn wijsvinger wit uitslaat.   Vandaag zou hij de ballen teruggooien naar waar ze thuishoorden. In het paarse gezicht van Samuel Riga.

Inne
0 0