Machteld

Gebruikersnaam Machteld

Teksten

Nieuwe buren

Het jonge stel dat naast ons woonde, is onlangs verhuisd. Ze woonden heel graag aan ‘ons’ haventje maar met twee jonge kinderen wordt dat op een gegeven moment toch lastig. Je blijft heen en weer rijden naar school, sportclub en vriendinnetjes. Mijn maatje en ik vonden het wel jammer, het waren aardige mensen. Toen ze afscheid kwamen nemen, kregen we een bos bloemen. Op het kaartje stond “bedankt dat jullie altijd onze pakjes aannamen”. Ach, dat was een kleine moeite. Een paar dagen stond het huis leeg. Toen stond er ineens een aanhanger voor de deur. We keken elkaar aan, een aanhanger, hoelang zou het verhuizen dan wel niet gaan duren. ’s Middags stond de nieuwe buurvrouw voor onze deur. Mijn maatje deed open en begroette het, in onze ogen, jonge meisje dat voor hem stond. “Ik kom naast jullie wonen met mijn vriend” zei ze vrolijk. Ze hoopte dat we niet te veel overlast zouden ondervinden. “Ach”, zei mijn maatje, “dat zal toch wel meevallen.” “Ik denk het ook wel hoor, het duurt niet zo lang” zei onze nieuwe buurvrouw, “wij hebben nog niet zo veel spulletjes…” In mijn gedachten vloog ik jaren terug. Het eerste eigen huis van mijn maatje en mij. Nieuw gekocht, helemaal zien opbouwen. Het was een hoekhuis in een nieuwbouwwijkje. Allemaal nieuwe huizen, relatief jonge mensen. Die eerste zomer waren we allemaal bezig met het inrichten van onze tuintjes. Wat waren we trots op ons eerste huis. Natuurlijk stond het nog niet helemaal vol met spullen maar wat we nodig hadden, dat was er. Sommige dingen splinternieuw, andere gebruikt en overgenomen of gekregen. Onze familie hielp met verhuizen en inrichten. Dat veroorzaakte nog wel eens misverstanden. Ik weet nog precies dat mijn maatje en ik tegels en sanitair moesten uitzoeken. Zijn moeder was mee, voor de gezelligheid. Toen ik ging voor grijs, lichtgrijs en wit, zag ik haar slikken. Zelf stond ze met een bruine staal in haar handen. Hmm, smaken verschillen. De eerste boodschappen, waar je nog helemaal niks hebt, nog geen vaatje zout. Het was een bijzonder boodschappenlijstje, vooral omdat we ook nog een televisie moesten gaan kopen en die er ook maar bijgeschreven hadden. Maar het moment dat ik me nog het beste kan herinneren, is toen we na de vakantie, die we genomen hadden voor het verhuizen, weer moesten gaan werken. We waren al vaker samen op vakantie geweest maar dan waren we ieder weer naar ons ouderlijk huis gegaan. En van daar uit gaan werken. En nu liep de wekker af en stonden we samen op. Koffiedrinken, brood smeren en dan op pad. Dat was raar. Wat zeg je dan, ’tot vanavond’? Inmiddels zijn we nog eens verhuisd, al een hele tijd geleden, en kom ik eigenlijk nooit meer in die buurt. Een enkele keer rij ik er nog wel eens door, als ik naar de tandarts ben geweest. Het is er veel veranderd, het valt me ook steeds op hoe krap het is in vergelijking met waar we nu wonen. Ik mis ook niet, terwijl ik dat wel had verwacht. Alleen dat gevoel, van de eerste keer samen in je eigen nieuwe huis, dat is iets dat nooit meer terugkomt.  

Machteld
5 0

Terug in de tijd

Heel, heel lang geleden ben ik ooit eens een keer in het Openlucht Museum in Arnhem geweest. Ik kon me daar vaag nog wat van herinneren. Dus toen vrienden vroegen of we misschien zin hadden mee te gaan, leek me dat een heel leuk idee. Gewoon op een doordeweekse dag, voor mijn doen ook al bijzonder. Het is nog steeds een rare tijd dus we kregen een tijdslot waarop we binnen mochten. Druk was het helemaal niet. We namen een plattegrond mee en begonnen aan de tijdreis. De echt oude huisjes zijn natuurlijk leuk om naar te kijken. Hoe koud moeten de mensen het vroeger in de winter gehad hebben. Er stonden dan wel wat beesten binnen maar als je een meter van het vuur vandaan kwam, vroren je tenen er toch wel af. En dan slapen in zo’n muffe bedstee, brrr. Geen wonder dat zoveel mensen ziek werden. Maar het feest van herkenning kwam toch wel bij het Wit-Gele Kruisgebouw en het huisje uit de jaren 70. Het Wit-Gele Kruis, opgericht in de jaren 20 van de vorige eeuw. Bij ons in het dorp was ook zo’n gebouw. Moeders gingen daar met hun baby naar toe, ik weet niet of het consultatiebureau daar gevestigd was of dat het Wit-Gele Kruis die consultaties deed. Ik kan me nog wel herinneren dat we daar met een heleboel andere kinderen in de rij moesten gaan staan voor een vaccinatie. Geen idee waarvoor, het zal best een kinderziekte zijn geweest. Wat ik ook nog heel goed weet, was hoe het daar rook. En toen ik het museumhuisje binnenliep, sloeg de bekende lysol-lucht me gelijk weer in het gezicht. Blèh. Dat ruik je nu nergens meer. Het jaren 70 huisje was ook geweldig. Al die spullen die mijn moeder ook had. En de moeders van mijn vriendinnen. Mijn ouders waren niet echt modern, ook niet in die tijd, maar ik weet nog goed dat de ouders van een vriendinnetje van mij oranje vloerbedekking hadden. En rotanmeubels. En een gemacrameede plantenhanger voor het raam. Dat was in die tijd supermodern. Stiekem was ik ook een beetje jaloers op zulke ouders. Natuurlijk had mijn moeder ook oranje en bruine spullen maar toch altijd net iets minder. Ach. We hebben bijna een dag rondgedwaald. En het was voor het museum zelf misschien wat minder, maar wij vonden het heerlijk dat het zo rustig was. Geen schoolklassen met kinderen die vinden dat zij de eerste zijn die ergens moeten kijken. Niet onder de voet gelopen worden door Chinese toeristen die zoveel foto’s maken dat het bijna onmogelijk is om ook vastgelegd te worden. Gewoon naar binnen lopen en rondkijken. En de geur van toen opsnuiven.

Machteld
0 0

We mogen weer op vakantie

We mogen weer op vakantie. Na 15 juni gaan de grenzen weer open. Natuurlijk, voorlopig alleen nog naar landen in Europa die dit toestaan en op eigen risico, maar het kan. Onze geplande vakantie naar Engeland moet een jaar wachten, dat land is nog niet veilig. Wat een bizar idee eigenlijk, dat je anno 2020 niet naar het Verenigd Koninkrijk kunt reizen omdat er een negatief reisadvies geldt. Wel jammer overigens, we hadden ons erop verheugd, lekker met vrienden naar de Cotswolds. Maar goed, wat in het vat zit, verzuurt niet, zullen we maar denken. Wat heel goed nieuws is, is dat België wel een land met code geel is. Wel toegestaan maar let op de risico’s. Ach, veel mensen zullen België sowieso een risico-land noemen. Het weer is niet stabiel, net als in Nederland. De wegen zijn vergeleken bij die van ons abominabel. De bewegwijzering is zo mogelijk nog erger. “Oeps, je had 50 meter geleden rechtsaf gemoeten.” Het onderstel van je auto heeft enorm te lijden van de hobbels en gaten. Maar, als je dan eenmaal op een terrasje aan een fameus Belgisch biertje zit, dan is dat leed al snel vergeten. We hebben al contact gehad met de mensen van de camping. Onze caravan staat nog steeds eenzaam op zijn winterplek. We moeten nog een nieuwe voortent kopen. Alles is dit jaar later dan anders maar het lijkt er toch op dat het eraan zit te komen. Er wordt al druk gewerkt aan voorzieningen in het sanitair. En de drukste weekenden, Hemelvaart en Pinksteren, zijn al achter de rug. Jammer voor de omzet en de gezelligheid maar wel beter voor de anderhalve-meter kampeerder. Dat gaat toch nog een uitdaging worden. De plaatsen zijn groot genoeg, daar is het makkelijk afstand te houden. Je zet gewoon je stoelen wat verder uit elkaar. Op het terras kan dat ook nog wel. Maar het kroegje is net zo groot als vier postzegels in een vierkant. Dat gaat hem niet worden. Het is maar te hopen dat we een mooie zomer krijgen, dan kunnen we buiten zitten. Het zal een bijzondere zomer worden, voor heel veel mensen. Vakanties buiten Europa zullen nog wel niet tot de mogelijkheden behoren. Niet backpacken door de Outback, niet met je rugzak naar Zuid-Amerika. Al die avonturen moeten een jaar wachten. We kunnen wel heel burgerlijk met de caravan naar Hintergarten. Terug naar de jaren 60 en 70. Ach, laten we er de nostalgie van inzien. Tenslotte wordt er bij Talpa en RTL4 ruzie gemaakt om de rechten van een programma dat terugblikt naar die tijd.

Machteld
6 1

Lunchwandelen

Inmiddels ben ik al een fiks aantal weken thuis aan het werk. Eigenlijk went het wel steeds meer. Mijn maatje en ik zitten elkaar nog steeds niet in de weg. Ik had ook niet anders verwacht, we zijn al zo lang samen dat we dit ook echt wel kunnen overleven. Stef vindt het nog steeds supergezellig. Hij ligt het liefst bij een van ons in de buurt. Of met dit weer buiten, in het zonnetje. Hij geeft een hele nieuwe definitie aan het begrip hondenleven. Een van de valkuilen van het thuiswerken is, in mijn geval, dat je geen pauze neemt. Als ik ’s morgen beneden kwam, was het eerste dat ik deed mijn pc opstarten. Dan kon ik nog even dit en nog even dat voor mijn eerste meeting om 09.00 uur begon. De koffie kon wel ondertussen. Ook tussen de middag dreigde ik dezelfde routine aan te houden. Snel een broodje smeren en tussen twee happen door een mailtje beantwoorden. Gelukkig was mijn maatje daar al snel klaar mee. Nu drinken we eerst samen koffie voor ik mijn laptop open klap. En tussen de middag gaat het scherm op zwart en eten we samen. Daarna komt er voor een klein zwart hondje een van de hoogtepunten van de dag. Hij ziet dat mijn broodje op is en komt verwachtingsvol naast me staan. “Samen op pad?” lijkt hij te zeggen. Dus ik zeg “ik ga even een rondje lopen, zou Stef mee willen”. Dat is het sein en hij rent naar de garage waar zijn riem ligt. Vooral met dit mooie weer is het heerlijk om buiten te lopen. Vooral als je op zo’n heerlijk plekje woont als ik. Stef en ik kijken samen naar de bootjes in het jachthaventje en lopen dan de polder in. Er zijn wat akkers geploegd en kleine plantjes hebben het al aangedurfd om op te komen. Vlak in de buurt nestelt een koppel ooievaars en deze foerageren regelmatig tussen de opkomende mais. Ik doe de riem van Stef los en kijk hoe hij er vandoor sprint. Om dan ineens weer te stoppen. Al die bijzondere geuren, die moeten allemaal onderzocht worden. Als we de weg over moeten steken, komt hij netjes naast me zitten. Natuurlijk, eerst staan en als ik voor de tweede keer ‘zit’ zeg, raken zijn billen eindelijk de grond. Ach, hij komt in ieder geval als ik roep. Nog even door het smalle padje langs de paardenstal. Ik klink echt als een dorpeling maar er gaat niks boven de geur van paardenmest. En dan weer aan het werk. Ik hou dat best vol.

Machteld
2 0

Corona eetclub

Vrienden zijn belangrijk, iedereen is daar wel van overtuigd. Je leert je echte vrienden ook pas kennen in tijden van crisis. We kennen allemaal wel de mensen die roepen “als ik je kan helpen, moet je het laten weten”. Maar o wee als je dan inderdaad een keer hulp nodig hebt, dan hebben ze heel dringende andere dingen te doen. “Ik wil je heel graag helpen maar het kan niet, dan snap je toch wel?” Jij knikt, je snapt dat die persoon toch geen echte vriend blijkt te zijn. Echte vrienden heb je maar heel weinig. Nu wil het feit dat wij gezegend zijn met echte vrienden. Mensen waar we altijd terecht kunnen, die geen vragen stellen maar helpen en steunen. Andersom proberen wij dat ook te doen. Geen vragen stellen maar steun bieden. In de winterperiode gaan we, naast de andere keren dat we elkaar zien, eenmaal per maand samen uit eten. Iedere keer een ander restaurant. De ene keer gaan we heel sjiek, de andere keer naar een schnitzelparadijs, waar we ook heel veel plezier hebben. Het zijn hoogtepunten in de donkere maanden. In januari en februari van dit jaar zijn we ook nog op pad geweest. In maart hadden we het laatste restaurantbezoek gepland. Traditioneel in een mooi restaurant waar we heerlijk zes gangen kunnen eten. Helaas, het liep anders. Een dom virus zorgde er voor dat de hele wereld op slot ging en iedereen aan huis gekluisterd werd. Wat nu? Ik weet niet wie het idee opperde maar we besloten iedere zaterdag samen te eten. De ene week zijn we bij hen, de andere week komen zij naar ons. Een soort van Corona-eetclub. De ene week bestellen we bij een restaurant dat thuis bezorgt, de andere keer koken we zelf. Het menu is net zo verschillend als onze restaurant-keuze in de winter. We hebben pizza gegeten, heerlijke pilav, Limburgs zoervleis, geweldige huisgemaakte Chinese rijsttafel. Ach, eigenlijk zou een bruine boterham met kaas net zo goed gezorgd hebben voor een gezellige avond. We raken nooit uitgepraat en als we in herhaling vallen, lachen we elkaar gemoedelijk uit. Er komt straks een tijd dat alles weer ‘normaal’ is. Dat we weer op pad kunnen, dat alle kroegen en restaurants weer geopend zijn. Dat mijn maatje en ik weer naar de camping in Aywaille kunnen. En dat is goed. Misschien zullen er wel dingen veranderen, maar daar wennen we wel aan. In ieder geval zal de noodzaak om thuis te blijven dan niet meer zo groot zijn. En hoezeer ik ook verlang naar die ‘normale’ situatie, ik zal onze zaterdagavonden gaan missen. Dat weet ik nu al. Natuurlijk blijven we vrienden en blijft onze geplande vakantie naar Engeland gewoon staan, maar toch, het gevoel van schuilen bij elkaar wordt minder. Maar je hebt geen crisis nodig om te weten wie echt je vrienden zijn.

Machteld
14 0

Wat een rare wereld

Wat er nou precies aan de hand is, weet hij niet helemaal zeker. Het vrouwtje is de hele dag thuis maar zit wel achter dat rare kastje waar steeds andere dingen op verschijnen. En een paar keer per dag gaat ze naar haar kamertje boven, dan mag hij niet mee. “Overleg”, zegt ze dan tegen het baasje. Die knikt begrijpend. Hij snapt er niet veel van. Hij heeft eens meegekeken toen het vrouwtje “overleg” had met iemand, maar die moest alleen maar heel hard lachen. En wat er nou zo lachwekkend was aan het feit dat hij bij het vrouwtje op schoot zat, dat weet hij nog steeds niet. Wat ook wel raar is, is dat ze met dit mooie weer niet naar de camping gaan. Hij heeft Yana en Luna al lang niet meer gezien. En wat te denken van Indy, die zal wel flink gegroeid zijn sinds vorig jaar. Toen was ze nog zo’n slungelige puberhond. Hij is benieuwd of ze een mooie dame is geworden. Ook zijn vriendjes Eggy en Monique heeft hij al lang niet meer kunnen knuffelen. Hij hoort het baasje en het vrouwtje er soms wel over praten maar ze gaan er nog steeds niet naar toe. Dat gekke woord, corona, wordt nog steeds genoemd als de oorzaak. Mensen zijn toch eigenlijk wel zwakke wezens hoor. Het is toch wel te hopen dat ze deze zomer nog naar de camping gaan. Hij moet toch wel gaan kijken hoe het met iedereen is. En bovendien, het is ook gewoon gezellig. Lekker ’s morgens met het vrouwtje naar het bos, achter de bal aan rennen met het baasje en ’s avonds naar het vuur kijken dat het vrouwtje zo graag stookt. En weet je wat ook zo raar is, als hij nu met het vrouwtje gaat wandelen, tussen de middag, dan komen ze ook helemaal niemand tegen. Ja, die gekke Husky, die altijd naar iedereen grauwt omdat zijn baasje hem al superkort houdt als er 100 meter verder op een andere hond aan komt. Arm beest, hij wordt bijna gewurgd. Dan zou hij zelf ook wel lelijk gaan doen tegen anderen. Maar verder bijna niemand, het is maar een enkele keer dat het vrouwtje een praatje kan maken. Hij heeft gehoord dat de kinderen inmiddels weer naar school mogen. Dat schijnt voor veel vaders en moeders goed nieuws te zijn. Geen idee waarom, maar het zal wel. Hij vindt het alleen maar fijn als iedereen bij elkaar is. En met kinderen kun je vaak lekker spelen. Ook dat mist hij van de camping. Nou ja, het voordeel is wel dat hij van het vrouwtje wat meer snoepjes krijgt. Maar als hij dat moet inleveren om weer “normaal” op pad te kunnen, dan doet hij dat graag. Zo is het ook allemaal maar saai.  

Machteld
0 0

Afscheid in deze tijd

Eigenlijk paste er maar één woord bij, respect. Respect voor hoe ze haar hele leven alles gedaan had wat in haar vermogen lag om mensen zich welkom te laten voelen. Ze zorgde niet omdat het moest maar omdat het een deel van haar zelf was. Ze genoot van de kleinste dingen, gezelligheid, mensen om haar heen, maar ook haar gezin, of als de kleinkinderen kwamen, als mensen iets voor haar mee brachten, of gewoon, als ze even heerlijk in het zonnetje kon zitten. Ik kende haar nog niet mijn hele leven maar als ik aan haar denk komt direct die gulle lach weer in mijn gedachten. Met haar zus verhalen ophalen over vroeger, tranen van het lachen. Aan een lange tafel, vol met hapjes en drankjes, pas tevreden al niemand iets tekort kwam. Als je op zondagmiddag even aanging voor een kopje koffie ging je pas na het eten weer naar huis. Met het gevoel dat je in een echt warm nest was geweest. Zelfs toen ze na een lang en hecht huwelijk haar man verloor, wist ze nog positief te blijven. Ze bleef achter in het zo vertrouwde huis, dankbaar voor alle hulp die ze kreeg. De omgeving die ze al zo lang kende, hielp haar in de dagelijkse gang van zaken. Tot ook voor haar het moment kwam om los te laten. Wat volgde was de wens van de kinderen om hun moeder een waardig afscheid te geven. Respectvol. In de ‘Corona-tijd’ een hele uitdaging. Uiteindelijk konden er dertig personen afscheid nemen, dan zouden de regels in acht genomen kunnen worden. Dertig mensen, een handjevol. Het bleek echter niet makkelijk dit aantal gevuld te krijgen. Oude mensen waren bang voor zichzelf, jonge mensen waren bang de oude mensen te besmetten. Het leek erop dat alleen de kinderen bij de kist zouden staan. Ze begrepen het wel. Maar daardoor deed het niet minder zeer. Dit was niet hoe het zou moeten zijn. Het was mooi weer, die dag. Stralende zon, prettige temperatuur. In het kleine zaaltje stonden de dertig stoelen klaar, op veilige afstand van elkaar. Met hun gezinnen hadden ze nog niet de helft van de stoelen nodig. Er waren wat gasten binnen gedruppeld, een handjevol. Zij hadden bescheiden de achterste rijen bezet. In afwachting van eventuele andere gasten. Het werd een sobere plechtigheid. Ze herdachten hun moeder met respect en met liefde. Het maakte op de gasten daardoor een verpletterende indruk. Afscheid van een vrouw die hare hele leven zo had klaar gestaan voor iedereen, waar gastvrijheid zo hoog in het vaandel had gestaan. En nu, nu waren er zo weinig mensen om afscheid te nemen. Het was schrijnend. Mijn maatje en ik waren getuige van het afscheid. Ook wij waren diep onder de indruk. Er zullen zoveel mensen zijn die haar gaan missen. En dat die nu niet aanwezig konden of durfden te zijn bij haar afscheid, het voelde als heel oneerlijk. Dat wij er wel waren, gaf ons een goed gevoel. En ook wij zullen haar, haar gulle lach en haar warme hart gaan missen.    

Machteld
0 1

Anderhalve meter dans

Het is bijna bizar, hoe mensen op dit moment om elkaar heen dansen om maar anderhalve meter afstand te houden. Bij de supermarkt staan de karretjes in de bekende rijen, normaal gesproken trek je een exemplaar naar je toe en groet je de man of vrouw naast je met een knik. Nu wacht je op een afstand tot de klant voor je zijn of haar karretje heeft gepakt of in ontvangst heeft genomen van de behulpzame winkelmedewerker die de handvatten heeft ontsmet. In de supermarkt wachten mensen aan het begin van een gangpad tot een andere klant een andere kant uit gaat. Even wachten met het uitzoeken van een stuk kaas tot de andere klant is opgeschoven naar de vleeswaren. Een groot voordeel is dat je bij de kassa niet tegen je enkels wordt gereden door het winkelwagentje van een ongeduldige klant die niet kan wachten tot hij (en heel vaak zij) de spullen op de band kan gooien. Net of de hardwerkende kassière kan toveren. Onlangs was ik in ons dorp bij de bakker op het dorpsplein. Een kleine winkel maar met heel veel lekkere en eerlijke producten. Normaal sta je hutjemutje in de winkel en erger je je aan die dame met haar handtas als een hutkoffer, waarmee ze in je ribben staat te porren. Nu is het anders, er zijn 3 klanten tegelijk in de winkel toegestaan en de andere wachten buiten onder de overkapping. En, afhankelijk van het weer inderdaad, dat is best gezellig. Waar iedereen binnen staat te kijken wat we dit weekend bij het ontbijt gaan eten, komen nu de verhalen los. De meeste mensen ondergaan de maatregelen gelaten en vinden sommige dingen zelfs wel leuk. Ik vind het ook helemaal prima om gesprekken aan te knopen met onbekende mensen. Tenslotte zitten we allemaal in hetzelfde schuitje en moeten we allemaal wachten. Het is mooi om te zien hoe creatief iedereen omgaat met deze nieuwe situatie. Ook bij de apotheek moest ik buiten wachten. Voor me was een dame die me vertelde dat ze de medicijnen voor haar moeder kwam halen. Die durfde zelf niet meer naar buiten en was al weken afhankelijk van haar kinderen. Nog een geluk dat het mooi weer was en dat het dus niet erg was om boodschappen te doen. Natuurlijk voelde ik me direct schuldig omdat ik altijd in mijn auto stap en het weer mij dus niet zo veel deert. Op weg naar huis belde ik gelijk naar mijn moeder. Hoe gaat het mam? Nou, het gaat op zich best goed. Natuurlijk vindt ze het saai, ze kan (en mag van ons) niet naar buiten en de meeste sociale contacten liggen stil. Dus heeft ze haar oude hobby weer opgepakt en is ze begonnen met het breien van een vest. Ik hoop van harte dat deze crisis snel voorbijgaat. Stel dat ze ook voor mij een vest wil breien. Ach, ik voel mijn oude jeugdtrauma alweer de kop opsteken.

Machteld
13 0

Gevleugelde uitspraken

Je hoort het mensen deze dagen vaak zeggen “pas goed op jezelf, zorg goed voor jezelf”. Dat doet me toch altijd weer denken aan een uitspraak van mijn vader. Die zei “Wie zichzelf bewaart, bewaart geen rommel.” Mijn vader had meer van dat soort gezegdes. Als rechtgeaarde onderwijzer en liefhebber van de Nederlandse taal, verzamelde hij ook gedichtenbundels. Ik heb een aantal van deze boeken geërfd. Van “Ongerijmde rijmen” tot “De verzamelde werken van Bloem”. Gedichtenbundel kun je ook niet lezen op een e-reader, die moet je in je handen houden Een van zijn meest geliefde gedichten ging over Madurodam, geschreven door C. Vaandrager, “De kroketten in het restaurant zijn aan de kleine kant” Ik weet het, veel mensen zullen het heel flauw vinden, maar mijn vader lag dubbel bij dit soort teksten. Het is ook het soort humor dat we deelden ten aanzien van het ouderwetse Tilburgse dialect. Het mooiste Tilburgse scheldwoord, een “gòllipaop”, een echte slome sufferd. Als je in de historie duikt vind je een Gallische paus uit de veertiende eeuw. Wat zullen de mensen een hekel aan die man gehad hebben. Er waren veel Franse invloeden uit Brabant, die namen we meepesaant maar even mee. En passant. De mooiste groet komt in deze tijd eigenlijk ook uit het Brabants. Houdoe. Houd je (goed). Ondanks het feit dat ik het woord eigenlijk nooit gebruik, wil ik het wel iedereen wensen.  Het is een rare tijd, mensen worden teruggeworpen op zichzelf en hun gezin. Voor mij geen enkel probleem maar ik kan me voorstellen dat het hier en daar toch tot spanningen kan leiden. Tenslotte is het wennen voor iedereen. En het is nog niet voorbij, het zal best nog even duren voor alles weer normaal wordt. Laten we goed op elkaar letten en proberen te genieten van kleine dingen. Die grote dingen komen vanzelf wel weer. Houdoe.

Machteld
6 0

Een leven lang leren

Anderhalf jaar geleden schreef ik dat ik gestart was met een opleiding e-learning developer. Dat ik voor mijn uitdaging stond. En hoe gaaf het was om weer in de schoolbanken plaats te nemen. Inmiddels is de uitdaging achter de rug en het felbegeerde papiertje binnen. Mijn maatje ging mee om naar mijn eindpresentatie te kijken en mijn collega’s zorgden voor een grote ballon de dag er na. Geslaagd. Het geeft je een gevoel van zelfvertrouwen. Je hebt een achtergrond die je beter in staat stelt een goede sparringpartner te zijn voor collega’s. Maar het is ook gewoon leuk, nieuwe dingen ontdekken die je dan ook nog kunt toepassen. Dus na een tijdje ging het weer kriebelen. De avonden op school, leren van medestudenten. Het maken van de opdrachten, informatie opzoeken en rondneuzen in allerlei artikelen. Alle nieuwe dingen die aan de orde kwamen. Maar vooral het jezelf ontwikkelen. Nieuwe dingen ervaren, nadenken over vraagstukken die eerder niet aan de orde kwamen. Omdat mijn werkgever volledig achter het volgen van (nuttige) studies staat, schreef ik me al snel in voor de opleiding Onderwijskunde. Lekker, weer naar school. Het liep wat anders, zoals bij veel mensen. De avond voor mijn eerste schooldag kreeg ik een telefoontje van de docent. Ze voelde zich grieperig en vond het niet verantwoord de bijeenkomst door te laten gaan. Ze wist niet of ze het corona-virus te pakken had maar ze wilde geen enkel risico lopen. We zouden zo snel mogelijk een nieuwe datum plannen. Een week later ging het land gecontroleerd op slot. Ondanks het feit dat ik het volledig begrijp en me aan de regels houdt, was de teleurstelling groot. Maar net zoals wij onze klassikale cursussen omzetten naar online of virtual classroom, zo werd achter de schermen ook hard gewerkt om de opleiding waar ik me voor ingeschreven had door te kunnen laten gaan. We planden, overlegden en maakten een afspraak. Afgelopen vrijdag was de eerste dag, online. Het was niet hetzelfde, zelfs een beetje onwennig, en heel intensief zo’n hele dag, maar het was wel supergaaf. Natuurlijk De klassikale bijeenkomsten komen wel weer en tot die tijd is dit een heel goed alternatief. We zijn in ieder geval weer van start!  

Machteld
6 0

Een huis als thuis

Ik kan me voorstellen dat in deze tijd mensen toch anders naar hun huis gaan kijken. Tenslotte zijn we veel meer thuis dan anders. We werken aan de eettafel, naast de kinderen die hun schoollessen volgen op hun tablet. Mooi dat het allemaal kan maar het vergt wel wat aanpassingsvermogen. En dan is er nog het verschil in ruimte. Waar de een riant woont en een eigen kamer ter beschikking heeft om te werken, moeten anderen de woonkamer delen met zijn vieren. Gezellig, maar een kantoortuin heeft ook echt zijn nadelen. Mijn eigen huis is ruim maar niet riant. Omdat we met zijn tweeën zijn is dit helemaal prima, ik zou niet anders willen. Onze eettafel is eigenlijk het hart van het huis, daar zitten we. Ik zeg wel eens lachend, wij hebben een hele dure hondenmand, want de enige die gebruik maakt van de bank is Stef. Natuurlijk kijk ik ook wel eens naar andere huizen, maar meer uit bewondering dan uit jaloezie. Ik weet nog goed dat ik tijdens de motorritten die wij maakten, ik achterop, met mijn handigheid is het niet aan te raden zelf een rijbewijs te halen, door de mooiste streken van het land reden. Vooral de Lek- en Linge-route was prachtig. We reden daar bij voorkeur in de lente, als alle bomen in bloesem stonden en de huizen trots afstaken tegen een blauwe lucht. Ik kon er geen genoeg van krijgen. Wat een huizen, groot, mooi, geweldig. Dan woonden wij toch maar in een kippenkooi. Of de routes in Noord-Holland, weids, ruimte zover als je kon kijken. Toch wel anders dan bij ons. Op één van die ritten kwamen we op de terugweg door een beruchte wijk in een grote stad. Waarschijnlijk waren we verkeerd gereden want de ANWB leidt je meestal door, met respect, de mooie stukken van Nederland. Links en rechts grauwe galerijflats. Graffiti, troep in de portieken. Grijs, grijs, grijs. Het was er stil op straat, op zich was dat niet verwonderlijk maar het gaf een vreemd gevoel. Er was een nergens een takje groen te bespeuren, geen bomen of perken alleen maar beton. Echt alles was grijs. Zo kun je ook wonen. We zochten de juiste weg en reden snel weg uit die droefenis. Na een uurtje snelweg namen we de afslag en ik zag ons huis, dat vertrouwde plekje dat ons thuis is. Het woord kippenkooi kwam echt niet in me op, kan ik je vertellen.    

Machteld
5 1

Nieuws dat geen nieuws is

Soms wordt het wel wat veel. Je kunt geen televisiezender aanzetten, geen nieuwssite aanklikken of je wordt geconfronteerd met het Corona-virus. Experts buitelen over elkaar hen om ons op de hoogte te brengen van alle laatste ontwikkelingen. De meest recente cijfers over besmettingen en (helaas triest genoeg) overledenen. Het is bijna niet mogelijk om niet op de hoogte te blijven. Zelfs het shownieuws is van de voorpagina verdreven. Niemand schijnt meer interesse te hebben in het liefdesleven van Dré Hazes of de gemoedstoestand van Patty Brard. Het is dat de reden zo serieus en ernstig is, anders zou ik er nog dankbaar voor zijn. Een paar dagen (misschien zelfs wel weken, wie weet) geen geneuzel over wannabee sterren en dito BN’ers die ons willen doen geloven dat hun leven zoveel interessanter en belangrijker is dan het onze. Ik moet zeggen, het scheelt wel veel ergernis. Je kon toch echt niet op televisie of internet kijken zonder geconfronteerd te worden met relatiebreuken, mensen die vreemdgingen of andere verschrikkelijke zaken moesten ondergaan. Ik kreeg gewoon een hekel aan die mensen. Zelfs het reguliere journaal kwam er mee. Je zou denken dat die toch met meer serieus nieuws zouden komen. Tenslotte is er nog altijd van alles aan de hand in de wereld. Niet dat we daar nu aandacht voor hebben. Het Corona-virus is het enige dat telt op dit moment. Begrijpelijk ook wel, het raakt een groot deel van de wereldbevolking. De angst regeert bij heel veel mensen. Dat zie je ook aan de posts op Social Media, het ene fantastische bericht wordt afgelost door een bericht met nog meer fantasie. Van gorgelen met zout als remedie tot de meest ingewikkelde complottheorieën. Rusland zit erachter, oh nee, China zit erachter. Of toch Bill Gates? Ook blijkt het Corona-virus al lang geleden voorspeld te zijn. Schrijvers als Dean Koontz mogen zich verheugen in een enorme toename van de verkoop van hun boeken. Alleen vanwege het feit dat zij jaren geleden schreven over de uitbraak van een gevaarlijk virus. Het is niet te hopen dat de schrijvers van Mad Max binnenkort ook gelijk krijgen. Maar goed, we hoeven ons in ieder geval niet meer te ergeren aan te veel nieuws dat geen nieuws is. Nu kunnen we tenminste kijken naar president Trump die ons verteld dat we rustig kunnen gaan slapen. Hij houdt de wacht.

Machteld
5 1

Thuis werken

Ik was al wel gewend om af en toe een dag thuis te werken. Mijn werkgever heeft dat heel goed ingericht, hardware en software maken dat ik eigenlijk nooit problemen ondervind. Of het moet door ons eigen wifi-netwerk zijn. Niks dat een simpele versterker niet kan oplossen. Zo’n thuiswerkdag is ideaal om een grote klus te klaren, geen afleiding, niet even kletsen bij de koffie-automaat maar gewoon doorbuffelen. Geeft aan het einde van de dag een heel tevreden gevoel. Dat tevreden gevoel lag toch wat anders, afgelopen dagen. Natuurlijk, het thuiswerken gaat prima. Mijn maatje voorziet me van alles wat ik nodig heb. Voor hem is het ook wel even wennen, constant iemand die hem op de vingers kijkt. Gelukkig hebben wij geen stress door het de hele dag bij elkaar zijn. Maar de achterliggende gedachte geeft een heel bevreemdend gevoel. Ik hoorde het ook terug van veel mensen, het lijkt alsof het niet echt gebeurt, heel onwerkelijk. Zo lang je zelf niet geconfronteerd wordt, zelf of in je omgeving, met besmetting, voelt het alsof er niks aan de hand is. De statistieken zijn wat het zijn, statistieken. Cijfers. En tot op heden is dit, gelukkig, in mijn omgeving het geval. De enige die het helemaal gezellig vindt is Stef, hij heeft heerlijk de roedel de hele dag compleet. Hij probeert op gezette tijden lekker op schoot te kruipen. Dat ik dan niet meer met mijn handen bij het toetsenbord kan, deert hem weinig. Tenslotte moet hij er van profiteren, het vrouwtje is niet altijd thuis. Hij krijgt niet veel mee van de crisis. Ik doe mijn best voor zijn boontjes en als dat niet lukt, krijgt hij iets anders. Wat hij volgens mij ook helemaal niet erg vindt. De natuur gaat sowieso zijn eigen gang. De zon schijnt en ondanks dat het fris is, kun je merken dat de lente in aantocht is. Het ruikt ook zo, buiten. Tulpen, narcissen en hyacinten zijn er in overvloed. Overal lopen struiken en bomen uit. Het feit dat de mensen binnen moeten blijven heeft daar geen invloed op. Mensen zijn daar niet voor nodig. Integendeel. Die maken over het algemeen meer kapot dan dat ze bijdragen. Misschien ook eens iets om over na te denken, als deze crisis straks achter de rug is.

Machteld
2 0

Hamsteren

Op vrijdag komt het vrouwtje altijd thuis met allerlei tassen en spullen. Ze lacht dan naar het baasje en naar hem omdat het weekend is en ze lekker niet weg hoeft. Eten en drinken in huis, lekker samen. Maar nu kwam ze al mopperend binnen. Ze had het weer over dat rare woord Corona. Geen idee wat het is maar het zet volgens hem wel alles op zijn kop. Iedere dag komt het weer ter sprake. Het baasje en het vrouwtje praten er samen over, op televisie is het steeds, het is toch wel ernstig waarschijnlijk. Maar goed, hij heeft nog niet gehoord dat hij iets moet doen dus tot die tijd gaat hij maar gewoon verder als altijd. Toch leek het nu toch wel ook iets met hem te maken te hebben. Het was blijkbaar heel druk geweest in de supermarkt en heel veel spullen waren uitverkocht. Het vrouwtje had niets extra’s gekocht, hij zag tenminste het normale aantal tassen. Hij ging even checken of ze ook aan zijn knaagbotjes had gedacht. Yep, daar waren ze. Oh, zelfs drie verschillende zakjes, lekker. Nou, toch niks aan de hand toch. “Verschrikkelijk, wat een toestand in die supermarkten. Je ziet mensen sjouwen met balen toiletpapier alsof er vanaf nu nooit meer iets in de winkels ligt. Alles wat een beetje houdbaar is, wordt meegesleept. Het hele schap met conserveren is zowat leeg. En weet je wat daar het ergste van is, er zijn geen boontjes voor Stef meer te krijgen. Nergens.” Ho, dit werd toch wat serieuzer. Hij liep voorzichtig terug naar de keuken. Een blik in de tassen bevestigde zijn vermoeden, er waren geen potten met boontjes, zelfs niet die blikken die het vrouwtje wel eens meebracht. Oei, dat was ernstig. Wat nu? Kijk, dat mensen elkaar geen spullen gunnen, dat is tot daar aan toe, dat doen ze zelf. Maar hij krijgt al zo weinig eten naar zijn zin, om er nu voor te zorgen dat dat nog minder wordt, dat is toch wel schandalig. Het baasje keek verbaasd. “Geen boontjes?” “Nee, helemaal niks, van geen enkel merk, niet van Hak maar ook geen huismerk.” “En nu? Heb je iets anders meegebracht?” “Ja, Stef moet toch eten, ik heb blikjes makreel meegebracht voor door zijn brokken, dat lust hij graag.” Kijk, dat was nog eens meedenken van het vrouwtje. Makreel is dan wel minder qua hoeveelheid dan boontjes, het is wel erg lekker. Zo zie je maar, zelfs van die gekke mensen-crisissen hebben toch soms hun voordelen.

Machteld
7 1

In de ban van.....

Als Brabander wordt het leven toch wat lastiger op het moment. Andere landgenoten zijn bang de brug bij Gorinchem over te rijden, beducht voor het gevaarlijke virus dat hen dan direct kan bespringen. Wat doe je, blijf je thuis als je een keer kucht, haal je extra boodschappen in huis voor het geval dat we hier ook Italiaanse toestanden krijgen? Of bewaar je de kalmte, luister je naar de richtlijnen van de overheid en was je goed je handen? Ik persoonlijk kies toch liever voor het laatste. Natuurlijk, ik probeer het niet op te zoeken. Mijn maatje en ik hadden al besloten toch maar af te zien van een bezoek aan een drukke beurs toen we het bericht kregen dat deze sowieso werd uitgesteld. Het stelde ons toch wel een beetje gerust, we waren niet overdreven bezig. Maar om nu balen toiletpapier te gaan inslaan, dat ging me toch echt te ver. Gelukkig waren er ook nog geen vreemde taferelen bij de supermarkt waar ik altijd kom. Als ik ’s ochtends naar mijn werk rijd, valt het me op hoe rustig het is op de weg. Normaal zijn er altijd files op mijn route maar nu kachel ik op mijn gemakje door. Ik besef dat dit allemaal niet goed is voor de economie van ons landje maar het is toch soms wel lekker. Even geen ergernis door op het laatst invoegende mensen en auto’s die denken dat ze nog wel even van dat kleine gaatje gebruik kunnen maken. Wel sta ik stil bij de mensen die niet thuis kunnen blijven. Die op pad moeten om andere mensen te gaan helpen. Want naast de problemen die zij tegenkomen, zullen zij vast ook wel geregeld te maken krijgen met de domheid van mensen in paniek. Tenslotte weet iedereen het ook weer beter. Doet de overheid niks, dan zijn het sukkels, kondigen ze maatregelen af, dan is het ook weer niet goed. De experts van Facebook weten het weer allemaal beter. Richtlijnen zijn overdreven of te slap. Volgens de een moet het hele land in quarantaine, volgens de ander is het allemaal een complot om andere zaken in de doofpot te stoppen. En daar zul je dan als hulpverlener maar tussendoor moeten laveren. Ik geef het je te doen. Voor mij is er voorlopig nog niks aan de hand. Ik probeer verantwoordelijk te handelen. En ach, dan maar een weekendje lekker binnen blijven. Glaasje, kaasje, kaarsjes aan. Laten we er maar het beste van maken, het zal best wel weer voorbij gaan.  

Machteld
7 0

Recepten van vroeger

Vegan is tegenwoordig het toverwoord in de keuken. Je kunt geen tijdschrift openslaan of geen website bezoeken of je wordt met je neus op de feiten gedrukt. Alles moet verantwoord en vegetarisch. Vlees is iets dat niet meer kan. We hebben vervangers en we eten groenten. Vervangers, het klinkt bijna als sciencefiction. Dan denk ik terug aan het eten dat mijn moeder vroeger op tafel zette. We aten bijna iedere dag vlees, aardappelen en groente. In het weekend werd dit wel eens vervangen door nasi, iets nieuws in die tijd, of stevige soep. Maar in de week, als we naar school gingen en mijn vader moest werken, dan aten we Hollandse kost. Dat kon ook in de vorm van een ovenschotel, ik herinner me nog de prei- met aardappelpureeschotel. Wat mijn moeder er verder bij deed, heb ik eigenlijk nooit gevraagd. Maar het was wel heel lekker. Gewoon eenvoudig en eerlijk eten. Daar was toen nog niks mis mee. We aten bitterkoekjespudding, custardsaus over warme appels, suiker in overvloed. Dat was toen nog niet slecht. En eigenlijk was het ook niet slecht, want niet alles kwam uit een potje. Niet alles was chemisch behandeld met allerlei toevoegingen en e-nummers. Je kon het ook niet zo heel lang bewaren, eten bedierf eerder dan nu. Ik weet ook zeker dat wij geen plofkip aten. Want mijn moeder wist precies waar het eten vandaan kwam. Ze haalde haar groenten en eieren bij boeren uit de buurt. Vlees kwam van de slager. Er kwam een man langs de deur met mosterd. Ik weet het nog goed, wij noemden hem oneerbiedig het mosterdmannetje en hij reed in een donkergroene NSU. Dat is allemaal verleden tijd, tegenwoordig kopen we alles in de supermarkt. NSU’s zijn niet meer zichtbaar in het straatbeeld. De boodschappen worden thuis bezorgd, dat wel, net als vroeger, maar toch is het anders. We weten niet meer waar ons eten vandaan komt. Supermarkten beconcurreren elkaar kapot. Ten koste van dierenwelzijn. Maar uiteindelijk is het onze eigen schuld. Zolang wij niet meer willen betalen voor onze kippenpootjes, zullen er altijd misstanden blijven. En dat is iets waar ik wel rekening mee probeer te houden. Ik ben me er van bewust dat er veel dierenleed verborgen zit achter een plofkip. Kiloknallers zul je bij ons niet aantreffen. Liever minder en dan eerlijk. Natuurlijk eten wij ook volgens de moderne richtlijnen. Niet te vet, niet te veel zout, veel groente. Maar als iedereen geniet van de erwtensoep die ik maak volgens het oude recept van mijn moeder, dan is dat voor mij toch wel een compliment. En dan zijn de food-influencers toch echt even vergeten.

Machteld
6 0

Het laatste nieuws

Ik weet niet wat het belangrijkste nieuws is van de laatste dagen. Het Corona-virus dat nu ook Nederland heeft bereikt, of het feit dat Bridget en André na 3 maanden elkaars grote liefde te zijn geweest, nu weer uit elkaar zijn. Ik weet het echt niet. Je kunt geen krant openslaan, of in mijn geval geen nieuwssite aanklikken, of je wordt geconfronteerd met een van beide onderwerpen. Het mooiste is natuurlijk weer het meelezen in de commentaren van de verschillende social media. Die arme man uit Loon op Zand. Naar een beurs geweest in Noord-Italië en dan besmet terugkomen. Hoe hij toch werd afgeschilderd. Hij was bijna een moordenaar dat hij toch carnaval was gaan vieren. Maar als je niet ziek bent, is er toch niks aan de hand. Je draagt het over door niezen en hoesten. Als je dat niet doet, kun je het ook niet overdragen. Althans, die kans is te verwaarlozen. Dit zeggen experts, niet ik. Dus lijkt het me ook niet eerlijk die man neer te zetten als een zware crimineel. Maar goed, de paniek schijnt toegeslagen te hebben in ons land. Bij geen enkele drogist is nog desinfecterende handgel te krijgen. Bijna alle handzeep is ook uitverkocht. Het wachten is nu op de run op mondkapjes. Misschien til ik er te licht aan hoor en ik zeg ook niet dat er geen voorzorgsmaatregelen genomen moeten worden, maar mensen, laat je niet gek maken. Ik las ergens dat er waarschijnlijk meer mensen last hebben van de paniekepidemie dan van de Corona-epidemie. Een waar woord. En als het niet gaat over de griep, dan gaat het wel over wat nu al de meest besproken break-up is van dit jaar. Die arme Bridget, had ze net de liefde van haar leven gevonden, loopt hij weer als een haas terug naar zijn ex. Wat dan toch blijkbaar de liefde van zijn leven is. Althans, op dit moment. Je vraagt je wel af waarom wij dat allemaal moeten weten. Natuurlijk maken de voor- en tegenstanders van de verschillende partijen elkaar verbaal af in de commentaren op alle posts. Ik volg geen van deze mensen, op geen enkel medium, maar zelfs ik ontkom niet aan alle bagger. Ik grijns en lees mee. Wat kunnen mensen toch dom uit de hoek komen. Ze vallen elkaar aan, op basis van niks, en hebben een mening over mensen die ze niet kennen en een situatie die ze niet hebben meegemaakt. Wat kan mij het schelen bij wie André Hazes slaapt. Als zijn ex hem de zoveelste misstap wil vergeven is dat toch haar zaak. Val mij er niet mee lastig. Ik hoop van harte dat het Corona-virus snel in kracht afneemt en dat er niet meer slachtoffers vallen. Net als ik dat hoop van elke reguliere griepepidemie. En wat Dré en Bridget betreft, ach, er komt wel weer een nieuwe grote liefde van hun leven. Daar ben ik zeker van. En dan lees ik graag weer mee.

Machteld
13 0

Een gewone verkoudheid

Ik denk in deze tijd vaak aan mijn schoonvader. “Je kunt het al goed zien aan de dagen”, was een van zijn gevleugelde uitspraken. Als je eindelijk kon merken dat de dagen langer werden. Of korter, maar dat vonden we uiteraard minder prettig. In het voorjaar was zijn gezegde meer dan welkom. Het lijkt wel of iedereen de winter beu raakt. En we hebben eigenlijk niet eens een winter gehad. Maar goed, al die regen komt op een gegeven moment ook je neusgaten uit. Dan denken we met weemoed aan de dagen vol vorst en zon. Heerlijk. De griepepidemie begon ook pas laat dit jaar, pas half februari. Mijn maatje werd geveld maar ik wist het op de been te houden. Al proestend en snotterend. Verkouden, geen griep. Er is niks in de wereld wat ik zo irritant vind als verkouden zijn. Je hoofd vol watten, een loopneus, die na een paar dagen snuiten zo rood ziet als een tomaat. Je kunt blijven smeren wat je wilt maar het enige dat je bereikt is een bijtend gevoel en een  glimmende gok. En ik kan ook niet beschaafd niezen. Ik weet niet hoe het komt maar het lijkt bij mij wel een ontploffing. Mensen vragen regelmatig bezorgd of ik niks gebroken heb. En eigenlijk, als je eerlijk bent, voel je jezelf best zielig. ’s Nachts kun je eigenlijk alleen maar op je rug slapen. Dan kun je nog het beste ademhalen. Maar ik slaap niet lekker op mijn rug. En als ik op mijn zij draai, loopt mijn neusgat dicht. Een vies verhaal, ik weet het, maar helaas de realiteit. Dus maar weer gaan zitten, snuiten en op mijn rug gaan liggen. Pfff, half 4, nog 3 uur slapen en dan moet ik al weer opstaan. Want thuis blijven met een verkoudheid is mijn eer te na. Dat gaat me niet gebeuren. Dus, ’s morgens met een gammel hoofd onder de douche en op weg naar het werk. Want mij krijgen ze niet klein. De enige die ik voor de gek houd, ben ik zelf. Mijn collega’s hebben alle begrip want zo vaak ben ik niet ziek. De hele dag zit ik mezelf in de weg. Mijn oren suizen en het lijkt net of ik er niet helemaal bij ben. Uiteindelijk kan ik naar huis. Mijn maatje  vraagt bezorgd hoe het is gegaan maar moet stiekem ook wel lachen om mijn pipo-neus. “Blijf dan ook een dag thuis, dat geeft toch niks.” Maar nee, eigenwijs als ik ben, sleep ik me al bulderend door de dagen. Ik ben bang dat het iets is van vroeger. Mijn moeder was niet zo flauw en als je kon lopen, kon je ook naar school. Of je nu verkouden was of iets anders triviaals had opgelopen. Het zou best over zijn voor ik een jongetje was. Er is niemand die zegt dat ik moet gaan werken. Het zit in mijn eigen hoofd. Maar ach, als het echt serieus is, val ik vanzelf wel om. Toch?

Machteld
8 0

Pincode perikelen

Ik denk dat iedereen wel eens phishingmails heeft ontvangen. Een sms die je vertelt dat je ABN/AMRO bankpas binnenkort gaat verlopen en dat je even de link moet volgen om een nieuwe aan te vragen. Terwijl je denkt “huh, ik zit toch bij de Rabobank.” Lastiger wordt het natuurlijk als je inderdaad klant bent van de bewuste bank. Macht der gewoonte maakt vaak dat je toch op die link wilt klikken. Daar gaat de verzender natuurlijk van uit. Onlangs ontving ik ook een mail met daarin de boodschap dat ik £ 400 moest betalen omdat anders mijn sexvideo’s online gezet zouden worden. Ik moest er om lachen, dat zou heel knap zijn, die video’s bestaan namelijk niet. Maar ik kan me voorstellen dat je toch onrustig wordt als je wel eens wat ondeugende opnames hebt gemaakt. Ik heb niet op de mail gereageerd. Heb er ook nooit meer iets van gehoord. Toch is het lastig. Al die wachtwoorden en pincodes. Ik weet nog wel dat mijn schoonvader er ook altijd moeite mee had. Arme callcenter-medewerkers van Ziggo, ik weet zeker dat hij minimaal eenmaal per week aan de telefoon hing. “Mijn tablet doet het niet meer, hoe kan dat nou.” En niet dat zijn tablet het dan niet meer deed, maar op een of andere vreemde wijze wist mijn schoonvader het Wi-Fi-wachtwoord altijd te vernachelen. Ondanks het feit dat je dat eigenlijk helemaal niet nodig hebt. Je logt de eerste keer in en daarna gaat het automatisch. Althans, bij de meeste mensen. Het meest heb ik met hem gelachen toen hij een nieuwe telefoon ging kopen. De oude voldeed niet meer en wij wilden wel graag dat hij een mobiel op zak had. Je moest er toch niet aan denken dat hij met zijn scootmobiel ergens op de hei rondreed en pech kreeg. Of dat hij ‘gewoon’ met een lege accu langs de kant van een eenzaam polderweggetje stond. Want hij reed de hele provincie rond, mijn schoonvader. Mijn maatje had hem beloofd dat ze samen even naar een telefoonwinkel zouden gaan om een goed toegankelijk toestel uit te zoeken. Dat kon natuurlijk pas eind van de middag, mijn maatje moest werken. Halverwege de dag kreeg hij een telefoontje van pa, hij was er zelf al op uit geweest en had een prima telefoon gekocht. Ik zag in gedachten mijn maatje al zuchten. “Geen geduld, die man.” Aan het eind van de middag kwam er weer een telefoontje, lang leve de vaste lijn. “Uh, zou je toch even langs kunnen komen?” “Ja, natuurlijk, maar waarom dan?” “Nou, ik was bezig met mijn nieuwe telefoon en nu geeft die aan dat ik de PUK code moet invoeren.” ”De PUK code?” “Ja, ik weet niet wat dat is.” “Maar pa, wat heb je nou precies gedaan dan?” Waarop mijn schoonvader een probleem voor veel oudere mensen feilloos blootlegde. “Ik moest mijn PIN code invoeren, en dan heb ik gedaan.” “Je PIN code, welke PIN code heb je dan ingevoerd?” “Nou gewoon, die van de bank……..” Mijn maatje heeft het probleem voor zijn vader opgelost. En het was niet de laatste keer dat pa tegen dit soort zaken aanliep. Het blijft lastig, wachtwoorden en pincodes.

Machteld
0 0

Patchwork

Soms ben je onbewust ineens jaren terug in de tijd. De vreemdste dingen kunnen dit triggeren. Zo brachten een paar patchwork pannenlappen, gemaakt door een aardige oude dame, me ineens weer terug naar een vakantie in de Elzas. De Elzas in het najaar, als de avonden nog heerlijk warm zijn maar wel wat korter. Als de meeste toeristen zijn geweest en de terrasjes dus plaats genoeg bieden voor het eten van Flammküchen en het drinken van Gewürztraminer. We, mijn maatje, mijn zus en haar man, hadden een kleine camping uitgezocht, niet gereserveerd want dat hoeft normaal niet in september. De camping was ook nagenoeg verlaten toen we arriveerden. Geen probleem dus, we keken op ons gemak rond waar we wilden gaan staan. En stonden dan ook raar te kijken toen we bij de receptie hoorden dat er wel plaats was, maar niet overal. Er was veel gereserveerd. We keken elkaar eens aan en bedachten dat het wel mee zou vallen. Mensen kunnen zo overdrijven. De spullen werden geïnstalleerd en we namen een drankje. We zouden later wel in het dorpje gaan kijken waar we konden eten. Er waren meer kampeerders, maar gelukkig geen Nederlanders. Een kampeerclub in september is wel leuk om naar te kijken maar het nadeel van ANWB-echtparen is dat ze vaak ook alles beter weten. En dit ongevraagd met je delen. Toen we na het eten weer terugkwamen bij onze Eriba-tjes, was het uitzicht drastisch veranderd. Overal waar we keken waren mensen zich aan het installeren. Er werden tenten opgezet, caravans geïnstalleerd, voortenten gebouwd. Het was een drukte van belang. We keken elkaar eens aan, zover als het oog reikte waren Nederlanders neergestreken. Wat was er aan de hand? Ach, we zouden het vanzelf gaan horen. En inderdaad, een vriendelijke dame met verstandige schoenen en een dito kuitbroek bleef onderweg naar het badgebouw bij ons staan. Ze bekeek ons uitgebreid en vroeg “zijn jullie hier ook voor het weekend?” “Nee”, zeiden wij “we wilden eigenlijk een weekje blijven.” Ze aarzelde, een week? “Maar zijn jullie dan niet hier voor het patchwork-weekend?” Een patchwork-weekend, ik had er nog nooit van gehoord. Heel lang geleden, op de middelbare school, toen we nog handwerkles kregen, heb ik ooit eens een patchwork kussen moeten maken. Het was geen succes. De voldoende die ik ervoor haalde was volledig te wijten aan de hulp van mijn moeder. Ik snapte niks van die kaartjes. Mijn zus was al niet veel beter. Ze was wel wat handiger dan ik, maar toch ook geen diehard creatieveling. We hebben onze ogen uitgekeken. In de ochtend stonden de echtparen klaar om naar het dorpscentrum te gaan. Uitgerust met enorme tassen, klaar voor de lapjesjacht. En waar wij de hele dag rondlummelden, een marktje bezochten en terrasjes pakten, waren zij druk met het scoren van dat ene stukje stof dat hun quilt zou veranderen van een ‘gevulde zak’ in een unieke deken. Het was ook te zien toen zij ‘s avond terugkeerden, moe maar voldaan. Ik denk dat zij ons net zo vreemd vonden als wij hen. Het is jaren geleden, de kleine Eriba is verkocht en onze vakanties zien er tegenwoordig anders uit. Maar zo’n simpel woord brengt toch dierbare herinneringen terug.

Machteld
0 0

Emancipatie

Ik denk dat ik van mezelf kan zeggen dat ik best een geëmancipeerde vrouw ben. Ik werk, heb een eigen inkomen en mijn maatje en ik zijn altijd al gelijkwaardig geweest. In die zin is er niks aan de hand. Ik ben ook een groot voorstander van emancipatie. Vrouwen moeten kunnen doen wat ze willen, of dat nu buitenshuis werken is of thuisblijven omdat je dat nou eenmaal zo hebt afgesproken, het is allemaal goed. Als je maar doet wat je zelf wilt en waar je zelf achter staat. Er is in de loop van de jaren gelukkig veel veranderd, ten goede. De rare regel dat je als vrouw geen eigen bankrekening mag hebben zonder de goedkeuring van je echtgenoot is gelukkig al jaren afgeschaft. Niet dat dat al heel lang zo is. Tot 1956 was een vrouw wettelijk handelingsonbekwaam. Als ik het zo zie staan, moet ik er bijna om lachen. Vrouwen mochten geen bankrekening hebben, geen verzekering afsluiten en als ze trouwden werden ze automatisch ontslagen uit overheidsdienst. Bizar toch. Zo konden ze een toegewijd echtgenote, moeder en huisvrouw zijn. Ik denk dat mijn maatje gillend bij me weg was gelopen, als ik hem heel toegewijd iedere avond zat op te wachten met zijn pantoffels. Als je wat verder graaft in de (best wel recente) geschiedenis, kom je heel wat van dit lachwekkende zaken tegen. Het feit dat ik er nu om kan lachen, wil wel zeggen dat er toen vrouwen voor gevochten hebben. Vaak alsof het tegen de bierkaai was. Het mannenbastion viel lastig te slechten. Tot zover ben ik heel blij met wat de militante zusters hebben bereikt. Stel je voor dat ik huisvrouw had moeten worden. Daar was echt niemand gelukkig van geworden. Maar er moet me nu toch wat van het hart. Af en toe heb ik het idee dat we erg doordraven. Dat er geëmancipeerd moet worden om het emanciperen zelf. En niet omdat vrouwen daar gelukkiger van worden. Nu zijn de verkeersborden weer het onderwerp van gesprek. De figuurtjes die erop zijn afgebeeld, zijn niet vrouwelijk genoeg. Alsjeblieft zeg. Ik moet heel eerlijk zeggen, het was me nog nooit opgevallen. Laat staan dat ik er aanstoot aan had genomen. Straks gaan we nog zeggen dat de vormen van verkeerslichten niet vrouwelijk genoeg zijn. Of dat het lettertype van de matrixborden niet aansluit bij het vrouwelijke handschrift. Het vervangen van die borden kost miljoenen. Ik vraag me af, zijn er geen nuttiger doelen om dat geld aan te besteden? Onderwijs, gezondheidszorg, ouderenzorg. Ik noem er maar een paar……

Machteld
8 0

Dieet

Het was vroeg dit jaar, meestal begon het vrouwtje pas in het voorjaar te mopperen dat hij te dik werd. Hij hoorde het wel hoor, ze had het over “zijn dikke billen” en vond dat hij op dieet moest. Zelf heeft hij er niet zo’n last van. Eten is nu eenmaal lekker en voor een snoepje wil hij best even van zijn warme plekje op de bank komen. Dat is wel het voordeel van de winter, het is zo veel donker dat het heerlijk tukken is op de vachten die zijn baasjes voor hem op de bank hebben gelegd. In de zomer moet hij steeds mee. Dat is ook leuk, maar als het zo vies is buiten of als het weer eens regent, is het toch maar beter om even een klein rondje te lopen en dan snel weer in zijn hoekje te kruipen. En dat hij dan wat ronder werd, ach, dat hoorde er nou eenmaal bij. Het vrouwtje had het steeds over “slecht voor zijn gewrichten” en “allemaal mee moeten slepen”. Wat een onzin toch. Hij ziet wel eens mensen die veel ronder zijn dan hij. Overigens horen het baasje en het vrouwtje daar niet bij. Daar kan hij helaas niks van zeggen. Het is dus komende tijd zaak om goed op te letten. Als hij namelijk zijn eten krijgt van het baasje, krijgt hij een behoorlijk volle bak. Als het vrouwtje eerder is, krijgt hij vaak maar een handjevol brokjes. Wel boontjes, dat dan weer wel, maar echt niet veel brokjes. Jammer dat hij het baasje niet wakker kan gaan maken. Sinds hij ’s nachts een keer stiekem naar boven is gegaan om op het bed te slapen, houden ze de deur zorgvuldig dicht. Maar het kan toch altijd nog erger. Een tijdje geleden kreeg hij alleen maar komkommer en wortelen. Dat was echt vies zeg. Dat is toch geen hondeneten. Brr. Hij heeft het twee dagen volgehouden maar toen is hij in hongerstaking gegaan. Het vrouwtje had niet zo’n medelijden maar gelukkig had hij in het baasje een medestander. Het werden weer boontjes en brokjes. Hij hoort het het baasje wel eens zeggen, “die hond heeft echt de hele dag honger”. Nou, honger is niet precies het woord, trek is meer een goede uitdrukking. En dan vooral zin in die oren. Die krijgt hij iedere avond één. Zo ongeveer een uur nadat hij zijn brokken heeft gehad. Hij houdt het goed in de gaten, rond die tijd gaat hij altijd bij het baasje zitten. Stel je voor dat die het vergeet. Het vrouwtje moet dan altijd lachen, “Stef heeft weer op zijn horloge gekeken”. Geen idee wat dat is maar het heeft er mee te maken dat hij zo goed oplet. Ze trekken er wel een vies gezicht bij, het baasje en het vrouwtje, maar hij vindt ze heerlijk. En wat nou stinken, zo ruikt dat toch gewoon. Mensen zijn af en toe toch wel viesneuzen hoor. Maar wel van dat stinkende spul uit flesjes gebruiken. Yak. Nou ja, niet erg dat ze het vies vinden. Des te meer blijft erover voor hem. En die paar extra kilootjes, die rent hij er komende zomer wel weer af.

Machteld
0 0

Bijgeloof

Soms lees je de meest geweldige berichten in het nieuws. Even geen kommer en kwel, moord en doodslag. Zo las ik laatst hoe een oud bijgeloof kan leiden tot een bijzonder onderzoek. Een zichzelf waarschijnlijk heel serieus nemende historicus ging met een ernstig gezicht proeven van de urine van iemand die zeker al honderd jaar dood is. Niet bewust, uiteraard. De fijnproever krijgt de gelegenheid om een nipje van de vloeistof uit een portfles van 150 jaar oud te nemen. Ik zie het tafereel helemaal voor me, waarschijnlijk heeft de expert witte handschoenen aan en neemt hij de dunne naald in zijn handen alsof hij van het duurste materiaal is. Een heel klein slokje, niet meer. Door de mond laten rollen, voorzichtig proeven, het publiek houdt zijn adem in. De bewuste aflevering van Tussen Kunst en Kitsch, weliswaar uit Engeland, trok natuurlijk veel aandacht. De historische fles werd weggebracht om de inhoud te analyseren. Hoe oud zou de port zijn en was de drank nog wel te drinken. Ook voor de gezichten van de onderzoekers zou ik goud geven. Stel je voor dat je, op de hoogte van de achtergrond, de vraag krijgt om de vloeistof te onderzoeken. Je doet alle proeven, checkt en dubbelcheckt en krijgt eindelijk de resultaten. Wat is de samenstelling, hoe werd port in die dagen gemaakt. Ik kan me zo voorstellen dat de onderzoeker in kwestie even met stomheid was geslagen. Urine? Echt? Zijn er geen fouten gemaakt? Misschien heeft hij, of zij, de proeven nog een keer gedaan maar de uitslag bleef hetzelfde. Het was urine, ordinaire pies. Honderdvijftig jaar geleden waren de mensen nog bijgeloviger dan nu. Veel verschijnselen waren nog niet te verklaren en mensen probeerden het ongeluk af te wenden met verschillende rituelen. Een daarvan was het begraven van een zogenaamde heksenfles. Deze zijn vooral bekend in Engeland en werden ingegraven onder drempels of verborgen in muren. Meestal werden de flessen gevuld met menselijke urine, smeedijzeren nagels of spelden en stukken stof. Ook werden soms menselijke haren toegevoegd. De bedoeling van de fles was om de vloek van de heks om te draaien zodat de heks zelf werd vervloekt. Tja, je kunt er maar in geloven. Uiteraard werd de uitslag in het kunstprogramma breed uitgemeten. De deskundige werd om commentaar gevraagd. Hij hield zich groot, hij had het niet willen missen, zei hij. Maar ik kan hem thuis al zien zitten, griezelend bij het idee dat hij niet alleen urine had geproefd, maar ook nog urine die al heel lang over de houdbaarheidsdatum was. Brr. Voortaan zou hij wel twee keer nadenken voordat hij zich liet verleiden tot een dergelijk experiment. Ik vraag me wel iets af. Is die expert nu voor zijn leven lang gevrijwaard van alle vloeken? Of juist niet?

Machteld
3 0

De kracht van media

Ik denk dat ik een van de weinige Nederlanders ben die niet kijkt naar het programma Chateau Meiland. De slogan “wijnen, wijnen” is niet meer weg  te denken uit de standaard-vocabulaire van de gemiddelde Nederlander. Natuurlijk, Martien Meiland is hilarisch. Maar hij is vooral een heel gewiekste egotripper die de media precies naar zijn hand weet te zetten. En Chateau Marillaux handig uit weet te baten. Hij heeft gelijk hoor, het is niet de gek die het ervoor vraagt… Bovendien wordt het steeds moeilijker om naar een interessant programma te kijken. Het is toch niet verwonderlijk dat de Netflixen van deze wereld zo in opkomst zijn. Op de reguliere zenders zie je alleen herhalingen. En om half elf een late night-show. Die laatste is al een soap op zich. Wie is de host, en nog belangrijker, wat is zijn of haar salaris. En is het niet te hoog, want dat zou toch wel een schande zijn. Ik vraag me dan altijd af wat anderen te maken hebben met het salaris van een presentator. En of ze zelf dat bedrag zouden afslaan. Volgens mij is het gewoon een kwestie van goed onderhandelen. Vraag en aanbod, maar dat terzijde. Niet dat ik het niet leuk vind om naar een late night-show te kijken. Absoluut niet. Het is vaak een ontspannen afsluiting van de dag. Zolang er maar niet te veel Peter R. de Vries in zit. Ik vind die man zo Jezus-toegevoegd dat ik er slecht naar kan kijken. Hij zal best veel goeds bereiken maar moet hij er dan zo betweterig over doen? Het lijkt wel of hij bij iedere zaak betrokken is als expert. Of nee, dat is natuurlijk ook zo. Kun je nagaan hoe het gesteld is met het niveau van de tv-experts tegenwoordig. Tot aan het tijdstip van de talkshow is het echt triest gesteld. Reality shows, suffe quizzen en spelletjes. En dat allemaal nog drie keer in de herhaling. Misschien zijn er te veel zenders en is het bijna onmogelijk om het aanbod zo divers te houden dat er voor ieder wat wils is. Mijn ouders keken vroeger op zaterdagavond naar de Mounties. In zwart-wit. Bij Een van de Acht kon je een kleurentelevisie winnen. En niemand die het in zijn hoofd haalde om de beslissing van de notaris in twijfel te trekken. Tegenwoordig moet je als programma de regels heel duidelijk op papier zetten. Anders krijg je zo maar een bekende advocaat achter je broek aan. En ergens begrijp ik wel, de inzet is tegenwoordig zo hoog. Daar zou je wel professionele hulp bij vragen. Echt ontspannen is het dan niet meer. En dat was toch volgens mij een van de redenen dat je televisie kijkt. Verstand op nul en vermaakt worden. Ach, zoals Doe Maar het al zong, jaren geleden, “er zit een knop op je tv”. Ik gebruik hem steeds vaker.  

Machteld
5 0

Een nieuw jaar

Hè hè, die feestdagen zijn gelukkig weer voorbij. Een heel nieuw en blanco jaar voor ons. Nog even bijkomen van het onbewust toch weer teveel eten en drinken. Hoewel deze jaarwisseling voor ons onverwacht rustig is verlopen. Gewoon thuis, samen, met Stef al snurkend op de bank. Natuurlijk hadden we contact met mensen, kennissen en vrienden, maar van afstand. Hoewel, net voor twaalf uur vielen vrienden binnen, even een borreltje, even samen het nieuwe jaar vieren. Ach, geen probleem toch, het is sowieso fijn om iedereen het beste te wensen voor het jaar dat komen gaat. Voor sommigen wordt het een heel bijzonder jaar omdat zij gaan emigreren. Spannend. Ik weet niet of ik het zou durven. Mijn maatje en ik hebben het er wel eens over, straks, als we niet meer hoeven te werken, alles achterlaten en naar een warm land. Het klinkt geweldig maar ik zie dat het toch ook best wat spanning oplevert. Er over praten en fantaseren is leuk, maar als het dan ‘voor het echie’ wordt, blijkt het toch een grote stap te zijn. Vooral het idee dat je in Nederland helemaal niks meer hebt, qua huis en thuis, lijkt me toch echt heel eng. Maar misschien went het, ik weet het niet, maar het blijft leuk om over te fantaseren. Voor anderen is het nog niet duidelijk hoe het jaar gaat lopen. Iedereen hoopt op geluk en goede gezondheid. We hebben het elkaar gewenst. Goede voornemens maak ik niet. Dat heeft toch geen zin. Ik weet best dat ik eigenlijk moet sporten maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat dat echt niet in mijn genen zit. Dus ik stel mezelf gerust door te zeggen dat ik een heel actief leven heb en zo beweging genoeg krijg. Plannen heb ik wel. Een nieuwe opleiding, uitdagingen op het werk, maar vooral gelukkig zijn met mijn maatje en mijn hond. Want een stabiel thuisfront is het belangrijkste wat er is. Dat weet ik uit ervaring. Gelukkig heb ik dat nu. En daar ben ik heel blij mee en heel zuinig op. Ik wens dat ook aan iedereen. Het mag nog, het is nog vroeg in januari. Wees gelukkig, volg je hart en doe niet al te veel domme dingen. Maar doe wel gekke dingen, het leven moet immers wel leuk blijven. Gelukkig nieuwjaar.

Machteld
7 1

De kortste dag

Ik weet het, het wordt afgezaagd want ik roep er ieder jaar over, maar 22 december is dit jaar toch een van mijn meest favoriete dagen. Het is nl. de kortste dag van het jaar. En vanaf die dag worden de dagen weer langer en wordt het weer langer licht. Het is ook een dag die in heel veel geloven wordt gevierd. De Kelten zien hem als de overwinning van de eik, het symbool van de wassende zon, op de hulst, wat het symbool van de afnemende zon is. De Eikkoning begint zijn heerschappij. De Germanen vierden hun midwinterfeest. Zij noemde het joelfeesten (winterzonnewende) en probeerden zo het boze te verjagen en het licht te begroeten. Natuurlijk kwam daarna het Christendom om de hoek kijken. Keizer Constantijn de Grote besloot in overleg met zijn bisschoppen dat Kerstmis op 25 december werd gevierd. De datum waarop tot dan toe de zonnegod werd vereerd rond de Middellandse zee. En omdat in die tijd Jezus het “Licht van de wereld” werd genoemd, wat dat een logische datum om zijn verjaardag te vieren. Volgens de wijze heren dan toch. Eigenlijk vraagt niemand zich meer af wat we nu eigenlijk vieren. We stouwen ons hele huis vol met kerstmannen die hun dikke buik in vrolijke rode jasjes hebben gestoken. Niemand staat er nog bij stil dat dit de uitvoering is die Coca Cola heeft verzonnen voor een reclamecampagne. Ik vind het ook leuk hoor. Ik hang kransen en lichtjes op en graaf in de doos met kerstspullen op zolder naar zaken waarvan ik vind dat ze dit jaar nog wel kunnen. Een grote kerstboom zetten we niet. Ik heb geen zin om het hele huis te verbouwen en ik ben ook bang dat Stef in het vuur van zijn balspel niet echt heel voorzichtig omgaat met die spullen. Stef staat ook redelijk achterdochtig tegenover mijn verzameling kerstmannen. Het exemplaar dat iedere winter plaatsneemt in mijn leesfauteuiltje wordt door hem zorgvuldig bekeken en besnuffeld. Hij zet zijn pootjes op de leuning en vraagt zich zichtbaar af wat hij hier nou weer mee moet. Aan de gewone kerstmannen doet hij niks. De exemplaren die geluid maken zijn weer een heel ander geval. Ik heb ooit eens een kerstman gekocht die heel hard “ho ho ho” roept als je hem in zijn hand knijpt. Dat trekt Stef niet goed, dat vindt hij niks. Ik heb het idee dat hij het griezelig vindt en dit probeert te compenseren door luidkeels te blaffen. Het ziet er grappig uit en we plagen hem er mee. Ieder jaar neem ik me voor geen extra spullen te kopen en ieder jaar trap ik er weer in. Het is toch iets wat in me zit. Ik wil het huis in deze donkere tijd gezelliger maken. Lichter ook. Totdat de natuur het overneemt en de dagen zichtbaar langer zijn.  

Machteld
0 0

Kerststukje

Lang, heel lang geleden, was ik lid van de Jeugdnatuurwacht. Geen idee waarom, waarschijnlijk was het iets dat op mijn lagere school werd aanbevolen aan kinderen die interesse hadden in dieren en planten. Ik moet ook eerlijk zeggen, ik weet er niet veel meer van. Ik herinner me een boswandeling, vaag, en een busrit terug naar huis. Verder is het niet zo helder. Op één herinnering na, die staat me nog in het geheugen gegrift. Niet omdat het zo’n succes was, integendeel. Ook in mijn kindertijd had je eenzame ouderen. En vooral in de tijd voorafgaand aan kerst, werd hier toch meer aandacht aan besteed. Ook door de Jeugdnatuurwacht. Alle kinderen werden opgeroepen en we gingen kerststukjes maken. Die dan daarna werden aangeboden aan ouderen. Om hen een sprankje licht te brengen in deze donkere tijd. Ik zie mezelf nog binnenkomen, in die grote zaal vol kersttakken, kerstballen, bakjes en andere rommel. Ik verzamelde de spullen die ik dacht nodig te hebben en ging met de moed der wanhoop aan de slag. Ik ben nl. niet handig. Verre van. Ik ben ook niet bijster creatief in dat soort zaken. Ik was dus afhankelijk van het afkijken bij de kinderen die naast me aan de slag waren en wel met wat takken en accessoires een redelijk uitziend kerststukje wisten te fabriceren. Dat van mij was daar natuurlijk een slap aftreksel van. Het bleef allemaal niet rechtop staan, de ballen zakten steeds naast elkaar in plaats van in een mooi reliëf, het was het allemaal net niet. Uiteraard hadden we niet de hele middag de tijd. De stukjes moesten ook nog rondgebracht en aangeboden worden. Een vriendelijke vrijwilliger ontfermde zich over mij en mijn huisvlijt. Samen stonden we voor de deur van een eenzame oude dame. Mijn begeleider belde aan en ik stond verwachtingsvol voor haar deur. Mijn cadeau aan haar voorzichtig in beide handen. Het was niet wat je in de winkel kocht maar het zag er toch in mijn ogen best acceptabel uit. De deur ging open en een chagrijnig uitziende vrouw stond voor onze neus. Ze nam ons van boven tot onderop en net op dat moment besloot de dennentak die ik als schutblad had benoemd langzaam maar zeker uit het bakje te zakken en op de grond te vallen. Ik bukte en stak het zo goed en kwaad als het ging weer terug in het bakje. Mijn begeleider legde uit dat we van de Jeugdnatuurwacht waren en een kerststukje kwamen aanbieden. De dame keek viezig naar mij en mijn stukje en sprak de woorden “daar doe ik niet aan mee.” Waarna ze met een fikse mep de deur voor onze neus dichtsloeg. Kerst is daarna toch nooit meer hetzelfde geweest……..    

Machteld
0 0

Tradities

Natuurlijk kun je twisten over tradities. Mensen zijn voor of mensen zijn tegen. Waar de een zich in kan verliezen, vindt de ander een verwerpelijk ritueel. Ik vind het allemaal prima zolang zij elkaar maar met rust laten. Uit je mening maar hou je handen thuis. Iedereen heeft recht op zijn eigen mening, ook je tegenstander. Als het uit de hand loopt, weten mensen niet eens meer waar het eigenlijk over ging. Ze weten alleen dat ze tegen de ander zijn. Heel bijzonder. Ik volg mijn eigen tradities. Pepernoten koop je niet al in augustus, die eet je inderdaad, zoals een collega mij bevestigde, pas als Sinterklaas in ons land is aangekomen. Dan is het tijd om het strooigoed in een schaaltje te gooien en er iedere keer als je er langs komt een handje uit te graaien. Tot je denkt “hè gelukkig, het bakje is leeg”. Ik heb ook nooit in augustus al nagedacht over kadootjes en surprises. Het was veel leuker om in de hectiek van “oei, ik moet nog…” terecht te komen. De avond voor Sinterklaas nog gedichten schrijven omdat dan de inspiratie het beste is. Datzelfde heb ik ook met kerst. In ons huis komt er geen kerst-uiting binnen voordat Sinterklaas weer is vertrokken naar Spanje. We zetten sowieso  geen grote kerstboom. Ik wil er mijn huis niet voor verbouwen en Stef is ook niet zo subtiel gebouwd. Ik vrees dat we ieder jaar zeker een doos kerstballen bij zouden moeten kopen. Maar ik weiger ook al naar een tuincentrum te gaan. Begin november is alles al uitgedost in de meest uitbundige kerstsferen. Wel leuk hoor, maar veel te vroeg. Dat kan gewoon nog niet, dat hoort niet. Wat wel een nadeel is, is dat ik door het vasthouden aan mijn traditie vaak genoegen moet nemen met de kerstrozen die er nog over zijn. De beste zijn vaak voor Sinterklaas al weg. Maar, dat is dan maar zo. Pas een volle week na Sinterklaas haal ik mijn kerststal van de zolder. Die is al oud, we hebben hem geërfd van een tante van mijn maatje. De familie vond er niks aan maar ik houd wel van de stijl van Lladro. Wel kitsch maar niet zo bont gekleurd. De dozen met kerstrommel komen beneden en ik zie mijn maatje zuchten. Hij is niet zo van die versiering. Dus probeer ik hem tegemoet te komen met veel lichtjes en waxinehoudertjes. Een beetje kitsch, want dat mag met Kerst. Ik hou ook van oude kerstspullen met een verhaal er bij. Het vogeltje met nog maar twee haren in zijn staart, het huisje waar je een theelichtje in kunt zetten, dat we geërfd hebben van tante Mina, een heerlijk kakineus dametje uit Den Haag. Zij loopt al lang niet meer rond over de aardbol maar zo denken we toch weer een beetje aan haar. En ook dat is weer een traditie.  

Machteld
2 0

Ongenode gasten

Wonen aan een haventje, aan de rand van een dorp, heeft heel veel voordelen. Het uitzicht is leuk, er is altijd leven in de brouwerij. In de zomer is het een komen en gaan van mensen die gaan varen of die gewoon een hele dag rondrommelen op hun boot. In de winter worden de kades bevolkt door vissers. Ze komen tegenwoordig al met bestelbusjes omdat ze anders al hun materiaal niet mee krijgen. Het ontbreekt er nog net aan dat ze een tentje opzetten. Waarschijnlijk omdat er te weinig plaats is. Helaas trekt het water en de polder ook gasten aan die wat minder welkom zijn. Vooral als het wat kouder wordt. Stef had het eerder in de gaten dan wij. Normaal gesproken kruipt hij na het eten van zijn brokjes en zijn varkensoren tevreden op de bank en komt hij daar alleen vanaf als hij vindt dat hij wel weer een snoepje kan komen halen. Maar nu stond hij gefocust bij de schuifpui. Zijn staartje als een volwaardige antenne recht omhoog. Omdat we eigenlijk het hele jaar door muizen in de tuin hebben, moesten we er om lachen. “Hij heeft weer een muis in het vizier.” Af en toe schoot hij naar buiten. En kwam dan even later onverrichter zake weer terug. Naar zijn uitkijkplek bij de pui. Mijn maatje ging eens kijken wat er aan de hand was maar kon ook niks vinden. We vonden ook geen sporen van dieren. In het voorjaar hadden we woelratten in de tuin en die veroorzaakten behoorlijke gaten in de vloer van ons houten tuinhuisje. Ook het visvoer dat daar stond, in keurig afgesloten emmers, had het moeten ontgelden. Maar dat was nu helemaal niet aan de hand. “Kom op Stef, niks aan de hand, het zijn maar muisjes.” Tot ik ineens op mijn werk een appje kreeg van mijn maatje. “We hebben toch weer rattengif nodig.” De collega aan wie ik de foto liet zien, sprong bijna tegen het plafond. Een enorme bruine rat zat op zijn gemak te drinken uit een bak waar de meest recente regenbui een behoorlijk plas water in achter gelaten had. Het was een bizar gezicht. Dus hebben we de rattenval weer gevuld en vergif neergelegd op plaatsen waar Stef absoluut niet kan komen. Ik weet het wel, ratten zijn gevaarlijk, ze brengen ziektes met zich mee en ze zijn vies. En ik wil niet dat Stef er achter aan gaat, stel dat hij een rat doodbijt die echt heel ziek is. Je moet er niet aan denken wat mijn kleine vriendje daar van op kan lopen. Maar ergens vind ik het toch zielig. Zo’n dier kan er ook niks aan doen. Dus hoop ik maar dat hij goed ver weg kruipt. Zodat ik hem niet kan vinden.  

Machteld
2 0

Sinterklaas

Het brengt toch altijd weer een bepaalde sfeer met zich mee. Een sfeer die ik voor mezelf probeer niet te laten verpesten door de zwartepietendiscussie. Het zijn ook maar kleine dingen die het gevoel weer helemaal terug laten komen. Een reclamefolder van de supermarkt waar ik altijd kom, een boekje met speelgoed, opmerkingen van kinderen op televisie. Het is een gevoel van nostalgie dat ik vaak probeer te koesteren. Het geeft een soort gevoel van beschermd zijn. Ik denk dat dat ook het belangrijkste is van al dit soort gebruiken. Kinderen het gevoel geven dat ze misschien wel stout zijn geweest, het afgelopen jaar, maar dat dat helemaal niet erg is. Dat kinderen stout mogen zijn. Ik heb geen kinderen. Ik probeer mijn mening daarom ook altijd zoveel mogelijk voor me te houden. Niet dat ik geen mening heb maar ik heb door de jaren heen ontdekt dat veel mensen vinden dat ik die niet mag geven. “Jij hebt geen kinderen, jij hebt daar geen verstand van.” Het klopt, ik heb geen verstand van kinderen opvoeden, maar ik zie heus wel dat kinderen tegenwoordig maar moeten en moeten. Ze moeten naar de sportvereniging, naar blokfluitles, naar bijles want ze moeten wel allemaal naar het gymnasium. Mijn zus heeft vroeger ook een blauwe maandag blokfluitles gehad. Op school. Op een gegeven moment gaf iemand commentaar op haar muzikaliteit waarna ze haar fluit op zijn hoofd in stukken sloeg. De hoofdonderwijzer, zoals een schooldirecteur toen nog heette, belde mijn moeder. Hij had moeite zijn lach te houden maar vertelde toch dat dit niet de insteek was van muziekles. Einde oefening. Mijn zus hoefde nooit meer haar toonladders te spelen. Ik kan je vertellen dat zij niet de enige in huis was die daar blij om was. Wat dat betreft hadden wij het toen wel iets makkelijker. We hoefden niet iedere dag vanalles. Daarom waren we ook niet echt benauwd voor Sinterklaas. Wat er in dat grote boek van hem stond, kon nooit verschrikkelijk belastend zijn. We hadden geen bijles waar we onderuit probeerden te komen en we hadden ook maar één sportclub per week. Als we onze schoen zetten, zat er altijd wel wat in. Al was het maar een mandarijn en een chocolade-sinterklaasje. Later maakten we surprises. Goedmoedig plagen met een gedicht dat eigenlijk die naam niet mocht dragen. Ach, het is al lang geleden dat ik met Sinterklaas een sperzieboon-surprise kreeg van mijn vader. Omdat dat de groente is waar ik echt van gruw. Ik hoop dat de kinderen van nu straks ook die herinneringen kunnen koesteren. Ik geniet in ieder geval weer van het moment dat hij bij ons het haventje in vaart.    

Machteld
9 0

Nieuws

Het is weer zover, Nederland is in de ban van een zeer belangwekkende gebeurtenis. Het hele land gaat los op de nieuwe relatie van een BN-er. Twitter en Facebook zijn weer volledig ontploft. Het nieuws is trending, zoals dat tegenwoordig zo trendy heet. Voor- en tegenstanders voorzien het hele internet van de meest ongefundeerde meningen. Hij is dit, zij is dat, de ex is zielig. En ik lees weer mee. Heerlijk. Alsof iedereen precies weet wat er allemaal echt gebeurd is. Ik heb het idee dat niemand dat ook echt belangrijk vindt. Het beïnvloedt in ieder geval niet de mening van het merendeel van de meute. Ik vraag me weer af of mensen zich niet schamen voor de kwetsende commentaren. Waarschijnlijk niet, dat moet immers allemaal mogen. Nu boeit het me eigenlijk helemaal niet wat de man in zijn vrije tijd doet, dat moet hij echt zelf weten. En hij is al helemaal vrij om te kiezen met wie hij dat wil doen. Alsjeblieft, val mij er niet mee lastig. Maar het is lastig over het hoofd te zien. Natuurlijk besteden ook de 'nieuws'-programma's van RTL en SBS dagelijks aandacht aan de voortgang van deze soap. Alle experts komen weer langs om hun woordje te doen. Met name maken zij zich zorgen om het welzijn van het zoontje van het voormalige stel. Natuurlijk is het voor hem ook sneu. Zijn vader en moeder zijn uit elkaar, dat lijkt me voor een kind altijd moeilijk. Ook zonder dat iedereen daar zijn commentaar over geeft. Misschien moeten die programma’s ook eens een keer hand in eigen boezem steken. Fotografen liggen weer klaar in de struiken om het eerste plaatje te schieten van het nieuwe paar. De ex wordt belaagd en vlucht bijna naar haar auto. Ik vind het eigenlijk gênant en ronduit zielig. We hebben commentaar op de Engelse pers maar dit komt toch al best in de buurt. De zogenaamde roddelbladen kunnen niet wachten om hun voorpagina te vullen met grote foto’s en beschuldigende letters. Daar leven ze van, dat weet ik wel, maar dan nog. Ik vraag me oprecht af waarom dit nieuws zo belangrijk gevonden wordt. Ik snap er niks van. De stikstofcrisis en de problemen bij de belastingdienst verdwijnen even naar de achtergrond. We hebben blijkbaar even belangrijkere problemen aan ons hoofd.

Machteld
6 0

Undercover

Mijn maatje en ik zijn jarenlang lid geweest van een schietvereniging. Wij waren serieus bezig met de sport, mijn maatje iets fanatieker dan ik. Eerlijkheid gebiedt me ook te zeggen dat hij beter was dan ik. Ik was een middelmatig schutter, vond het prima als ik een keer ‘de tien raakte’ en vond het verder vooral leuk om te doen. Mijn maatje ging niet voor een enkele tien, hij wilde uitblinken in iedere discipline. We hadden veel plezier, ook na de schietbeurten. We schoten wedstrijden, hadden zelfs een uitwisselingsverband met verenigingen in Engeland en Oostenrijk. Dierbare herinneringen. Op een gegeven moment werden de regels voor ons te streng. Het aantal verplichte schietbeurten per jaar werd vastgesteld, iedereen werd geacht eens in de zoveel tijd baancommandant te zijn en toezicht te houden op de veiligheid. We begrepen het heel goed maar het was niet meer op te brengen. Dus stopten we. In het begin hielden we regelmatig contact. Zeker met de schutters die we in Oostenrijk hadden ontmoet. Later werd dat wat minder. We hielden wel contact maar niet meer regelmatig. Soms zit ik ’s avonds een beetje rond te kijken op de nieuwssites, kijken wat zij te vermelden hebben. Zo ook afgelopen week. Beetje scrollen op Brabant Nieuws. Tot ik ineens rechtop ging zitten. “Alberto Stegeman legt misstanden bij schietvereniging bloot”. Sommige onderwerpen triggeren toch meer dan andere. Dus ik opende het artikel. En het bleek te gaan over de vereniging die ik zo goed kende. Of althans, dacht dat ik zo goed kende. Want de opmerkingen uit de video kwamen mij niet bekend voor. Zou er zoveel veranderd zijn in de jaren dat wij daar niet meer komen? Natuurlijk, een aantal zaken herken ik wel. Destijds was het ook zo dat sommige leden van het bestuur vonden dat ze meer waren dan een ander. De deur van de bestuurskamer was altijd zorgvuldig gesloten. De simpele leden hadden niks te maken met wat daarachter werd besproken. Er was op een gegeven moment zelfs sprake van een heuse machtsstrijd. De toenmalige voorzitter werd aan de kant gezet. Hij werd vervangen door een man die zichzelf zo belangrijk vond dat hij het liefst de naam van het schietsportcentrum had vervangen door die van hem. Ik moest er altijd zo om lachen. Een man van in de 60 met zwart geverfd haar, ach wat sneu. Hij schreef met een gouden pen de schietbeurten in zijn boekje maar ik zag hem vrijwel nooit op de baan. Er wordt gezegd dat de veiligheidsmaatregelen niet kloppen. Of zelfs niet goed worden nageleefd. Maar in de tijd dat wij er schoten, was er een grote sociale controle. Als iemand zich vergiste, werd hij daar vriendelijk op attent gemaakt. Zo zorgden we er samen voor dat het veilig was. Ik kan mij echt geen incidenten herinneren. Ik ben er al lang niet meer geweest, ik kan me niet voorstellen dat het zo veranderd is. Dus zaten mijn maatje en ik klaar voor de televisie. Undercover in Nederland, een programma waar we eigenlijk nooit naar kijken. Het was bekend terrein, wat daar in beeld werd gebracht. Maar we kregen wel allebei een beetje het gevoel alsof hier iemand onderuit werd gehaald. Zeker, wat er werd aangekaart was niet goed. Maar we zagen meer naïviteit dan iets anders. Mensen die te goeder trouw anderen wilden laten zien hoe mooi de schietsport is. Die er niet bij stil stonden dat een vuurwapen voor een sportschutter heel iets anders is dan voor iemand die hier nooit mee in aanraking komt. Voor veel schutters voelt het wapen net als een tennisracket voor een tennisser. Daar kun je wat van vinden en het is daarom heel belangrijk dat veiligheidsvoorschriften worden nageleefd, maar in dit programma lag de nadruk wel erg op het wijzen op fouten. En het veroordelen van goedwillende amateurs. Jammer.  

Machteld
4 0

Supermarktactie

Ken je dat, dat je in de supermarkt bij de kassa staat tijdens een actieperiode. Achter je staan geïrriteerde moeders met hun kroost. Zij komen niet vaak in deze supermarkt maar ja, die actie hè. Plaatjes, figuurtjes, korting voor een pretpark. Om van de jengelde kinderen af te komen zijn ze toch maar gezwicht. Normaal gesproken gaan ze ook altijd alleen. Dat is een stuk efficiënter en je hoeft niet iedere keuze te verantwoorden. Of terug te leggen, als het niet je eigen keuze was. Scheelt ook een stuk aan de kassa. "Nee, we nemen geen extra zakken chips alleen omdat ze in de aanbieding zijn, leg terug." Het is te hopen dat die actieperiode niet te lang duurt. Helaas verzinnen supermarkten om de beurt een nieuwe actie, je zou er bijna online voor gaan bestellen. De kinderen zijn het inmiddels ook wel beu. Zij wilden alleen mee om er zeker van te zijn dat hun moeder toch echt wel naar die supermarkt gaat. Het doet er niet toe welke kaartjes ze meebrengt, ruilen doen ze wel met hun vriendjes op school. Ze zijn de hele winkel mee doorgelopen, al zuchtend. Zich ergerend aan al die mensen die zich door de gangpaden worstelen met hun karretjes. Volwassenen zijn vaak zo vervelend. Ze hebben een boodschappenlijstje maar moeten toch alles nog bekijken. Wikken en wegen, zullen we dit of zullen we dat. Neem een besluit zeg. En die hele verzameling staat dan achter mij in de rij voor de kassa. Natuurlijk altijd ook nog in de verkeerde rij. Met mensen die artikelen hebben waarvan de streepjescode niet werkt. Of die per ongeluk zijn vergeten de tomaten af te wegen. Je voelt de irritatie achter je toenemen. Van verveling gaan ze duwen tegen het karretje. Net of het dan wat sneller gaat. Natuurlijk wordt er wel goed gevolgd wie de actiezegels aanneemt en wie niet. Want je kunt altijd vragen of ze ze niet af willen geven. Ik voel de wieltjes van het karretje tegen mijn hielen duwen en kijk verstoord om. Niet dat dat helpt, het joch achter me heeft het te druk met het in de gaten houden van de kassière. Waarom kan zo'n supermarkt niet gewoon korting geven. Daar hebben we allemaal wat aan. Als ik mijn boodschappen heb afgerekend, vraagt het meisje achter de kassa vriendelijk of ik de actiezegels spaar. Ik voel de verwachtingsvolle ogen van het joch achter me in mijn rug en zeg vals "nee dank u, die spaar ik niet."

Machteld
3 0

Wintertijd

Wat gaat zo’n zomer toch snel voorbij. Voor je kunt knipperen met je ogen wordt de wintertijd alweer ingesteld. Het wordt weer de tijd om je een mol te voelen. ’s Ochtends in het donker gaan werken en ’s middags in het donker weer naar huis. Zelfs Stef vindt het niet nodig om veel naar buiten te gaan, hij ligt het liefste de hele dag op de bank te tukken. Natuurlijk mag dat niet van ons, hij moet netjes mee een rondje maken. Ook de behendigheidsclub wordt nog bezocht, het is nog geen december dus nog geen winterstop. Bovendien houdt hij van lekker eten en daar staat beweging tegenover. De dierenarts was tevreden, dat willen we wel graag zo houden. De discussie over de zomertijd is weer een jaartje in de kast gegaan. Ik volg het zijdelings, als simpele kiezer kunnen we er toch niks aan veranderen. Als je het aan mij vraagt, zou ik het liefst de zomertijd houden. Maar daar schijnen ook weer nadelen aan te kleven. Ik snap er weinig van. Ik weet dat er mensen zijn die van slag zijn als we de klok verzetten. Dat kan ik me voorstellen maar ik heb er zelf gelukkig geen last van. Ik heb nog altijd last van slaappopsyndroom. Als ik ga liggen, gaan automatisch mijn ogen dicht. Maar waarom we dan die zomertijd niet kunnen houden, begrijp ik niet. Tenslotte is het toch maar iets dat we hebben afgesproken. Als we dan de tijd niet meer verzetten, hoeven mensen er ook niet meer aan te wennen. Ach, de herfst. Zoals ieder jaar neem ik me weer voor om nu eindelijk eens werk te maken van de herfstaankleding van ons huis. En waarschijnlijk wordt het ook dit jaar weer niks. Mijn handigheid bestaat normaal gesproken echt alleen uit het aanschaffen van een herfststuk bij de plaatselijke bloemist. Maar goed, ook dat staat leuk op de tuintafel. Op een gegeven moment wordt het zelfs een droogboeket, dat kan de pret niet drukken. Ik probeer ieder jaar weer de geneugten van de kou en korte dagen te bedenken. Gezelligheid, knus samen zijn. Het is ook niet verkeerd, ik kan echt wel genieten van een dagje in pyjama en dikke sokken op de bank, lekker Netflix kijken. En ik vind het heus wel lekker dat het nu weer tijd wordt voor dat glaasje port. Ach, zo probeer ik een lichtpuntje te zien in het feit dat het toch onvermijdelijk weer winter wordt. Ik ben niet iemand die het hele jaar uitkijkt naar Kerst. Geef mij maar zomer, ik kan niet wachten tot de klok weer vooruit wordt gezet.  

Machteld
1 0

Kapsalon

Op televisie zie ik vaak de meest moderne stylisten voorbijkomen. De nieuwste modetrends passeren de revue. Ik kijk ernaar met gepaste reserve. Ik ben niet zo’n modern mens. De tijd van de bloemetjesjurk met het touwtje om het middel is gelukkig al heel wat jaren voorbij maar om nu iedere keer mijn hele kast leeg te ruimen voor kleding die net iets anders is dan die van vorig jaar, nee, dat gaat me echt te ver. Zo ben ik ook niet van de kunstmatige hulpmiddelen. Voor mij geen acryl nagels of hair-extensions. Voor die nagels ben ik te onhandig. Ik zou mezelf en iedereen die in mijn buurt komt openkrabben en om de haverklap weer in de nagelstudio zitten om een afgebroken exemplaar bij te laten werken. Het lijkt me echt vreselijk onhandig. En extensions, nee dank je wel, dan moet je ’s morgens echt een half uur eerder opstaan om de recalcitrante pruik in het gareel te brengen. Poeh, niks voor mij. Natuurlijk ga ik wel naar de kapper. Ik ben al vanaf mijn dertigste levensjaar zo grijs als een duif. En dat trek ik niet. Het maakt je oud. En gelukkig zijn er betrekkelijk eenvoudige middelen om dat te camoufleren. Eens in de vijf tot zes weken verft de kapster waar ik al jaren kom mijn haren zorgvuldig in de door mij gewenste kleur. De laatste jaren ben ik hier redelijk terughoudend in. Mijn maatje heeft op dat gebied wel rust gekregen. In het begin had ik iedere maand een andere kleur haar. En dat varieerde dan echt van zwart met een paarse gloed tot wit met een platina vleug. De kapster had er plezier in. “Wat vond hij ervan?” was steevast de vraag als ik weer in de stoel ging zitten. Meestal moest hij er wel om lachen. Het is maar één keer voorgekomen dat hij me heeft gevraagd of ik alsjeblieft een andere kleur wilde nemen. “Je haar is echt gewoon paars!” Ach, het duurde maar een week, de zaterdag er na was het weer ‘gewoon bruin’. Ik kom er graag, bij mijn kapster. Ook zij is niet modern. Het is een kleine salon waar je wordt ontvangen alsof je een vriendin bent. Waar je koffie krijgt, en tussen de middag kibbeling of andere hapjes. Waar klanten zelfgemaakte boerengerechten achter laten die zij dan weer met gulle hand deelt met haar klanten. Waar je altijd terecht kunt en als je het niet breed hebt, maar wel naar een feest moet, dan betaal je gewoon wat minder. Want je moet wel op je mooist zijn als je wat te vieren hebt. Ik kan dat zo in haar waarderen. Vroeger had ik een hekel aan “naar de kapper gaan”, ik vond de geur van verf stinken en het duurde me allemaal te lang. Nu kijk ik er naar uit. Heerlijk om niet modern te hoeven zijn.  

Machteld
0 0

Boeren

Je kunt geen nieuwssite aanklikken tegenwoordig of je ziet hoe slecht de boeren in Nederland zorgen voor hun veestapel en hun gewassen. Sterker nog, alle problemen met het milieu zijn echt hun schuld. Kijk maar hoe ze met al die trekkers de wegen blokkeren. Wat denken ze nu, dat een file geen uitlaatgas veroorzaakt? Maar de meeste mensen tegenwoordig weten niet eens meer waar hun eten vandaan komt. Een tomatenplant? Hoezo, tomaten koop je toch in een plastic bakje bij de supermarkt? Komkommers, groeien die aan een plant? Als kinderen tegenwoordig koeien tekenen op school, is er altijd wel één die de kleur lila gebruikt. Lang leve de Milka chocolade. We eten wel vlees maar we willen niet zien waar het vandaan komt. Het moet bij de slager in kant en klare bakjes te koop zijn. Of bij de supermarkt in de aanbieding, dat is natuurlijk nog beter. Mijn vader was onderwijzer in een klein boerendorpje. Wij mochten wel eens mee als hij bij mensen in het dorp op bezoek ging. Mijn moeder haalde er haar verse eieren en groenten. We keken onze ogen uit als er lammetjes waren. Ik weet ook nog heel goed dat eens per jaar een bezoek werd gebracht aan een kippenboerderij. Mijn moeder kocht haantjes. ’s Morgens liepen ze nog rond, ’s middags gingen ze bij ons in de vriezer. Vreemd? Nee helemaal niet. Wij kinderen kregen in ieder geval het besef bijgebracht dat het niet zomaar iets was. Dat je respect moest hebben voor hetgeen je op je bord kreeg. En dat je niet zomaar dingen weg gooide. En bovendien, de smaak van die kip was vele malen beter dan die van de kip die je tegenwoordig in de supermarkt koopt. Een kip van het formaat kleine kalkoen verandert in de pan in een kuikentje. De plas water die je overhoudt, voegt ook niet veel toe aan de smaak. Hetzelfde geldt voor groenten. Misschien klinkt het als zeuren maar tomaten hebben eigenlijk geen smaak meer. Het uiterlijk is veel belangrijker dan de smaak, als ze maar mooi rond en rood zijn is het goed. Ik kan me voorstellen dat er best boerenbedrijven zijn waar het niet zo nauw wordt genomen met hygiëne en dierenwelzijn. En dat er best akkerbouwers zijn die de grond uitputten en volspuiten met pesticiden die eigenlijk niet meer kunnen in deze tijd. Maar zolang wij Nederlanders ‘zuunig’ blijven en ‘geen cent te veel hoor’ willen betalen voor onze maaltijden, zullen er altijd boeren zijn die proberen hieraan tegemoet te komen zonder zelf kopje onder te gaan. En ik ben ervan overtuigd dat de meeste boeren trots zijn op hun bedrijf en wat zij doen. Daar moeten wij als consument veel meer respect voor hebben. Ik denk dat het milieu en onze omgeving iets is waar we allemaal verantwoordelijk voor zijn. Tenslotte wonen we samen in dit kleine kneuterige landje. Het heeft geen zin te wijzen naar één doelgroep, we zijn allemaal afhankelijk van elkaar. Laten we het dan ook samen oplossen.

Machteld
0 0

Warme winterjas

Vrienden van ons vieren dat ze al 25 jaar samen zijn. Als je om je heen kijkt, is dat al een lange tijd. Zeker bij hen als je bedenkt dat in de homogemeenschap vaak toch iets anders wordt omgegaan met monogame relaties. Dat verzin ik niet, dat hoor ik. De grap is dat zij ook echt elkaars tegenpolen zijn. De een is commercieel, onrustig en altijd op zoek. De andere houdt van rust, is superzorgzaam maar wel heerlijk uitbundig. Waarschijnlijk is dat ook hun geheim. Ze houden elkaar perfect in evenwicht. Mijn maatje en ik zijn zelfs al langer bij elkaar. We durven geen van tweeën uit te rekenen hoe lang. Want dan ga je je toch echt oud voelen. En als ik dan bedenk wat we samen allemaal al meegemaakt hebben. Dat had ik toch voor geen geld willen missen. Wat tegenwoordig heel erg hip is, is om je relatie breed uit te meten in de Social Media. In navolging van Sylvie Meijs presenteren hordes dames hun nieuwe liefde direct via Instagram. Na een maand moet het bericht herroepen worden, de nieuwe liefde bleek toch niet de ware te zijn. Op naar de volgende. Op zich is het heel vermakelijk, ik moet er wel om lachen. Niet hardop natuurlijk, ik zou niet durven, daarvoor zijn de posts veel te serieus bedoeld. Je hele liefdesleven delen via Social Media. Ik vind het onvoorstelbaar maar ben dan ook hopeloos ouderwets. Facebook blijkt een prima manier te zijn om de buitenwereld te laten weten of je wel of niet beschikbaar bent voor de nieuwe liefde van je leven. Ik vraag me dan altijd af of mensen nadenken over de foto die ze bij het bericht plaatsen. Sylvie Meijs doet dat wel, dat weet ik zeker. Maar je ziet soms plaatjes voorbijkomen, oei. Nee, dat soort berichten moet je van mij niet verwachten. Ik vergelijk mijn maatje altijd heel oneerbiedig maar met een dikke knipoog met een oude winterjas. Hij ziet er misschien niet zo heel modern meer uit maar hij is zo lekker warm. De fijnste jas die ik heb, ik wil hem nooit meer kwijt.  

Machteld
4 0

Kadootje

Af en toe heb je van die dagen die voelen als een kadootje. Zo’n heerlijke relaxte dag, in de warme najaarszon. In een weekend waarvan we eigenlijk dachten dat we thuis moesten blijven. Niet dat we moesten, de aanleiding daarvoor was alleen maar leuk, maar het is toch altijd beter thuis te zijn als het regent dan wanneer je kunt genieten van de heerlijke herfst. En als blijkt dat je je dan een week hebt vergist, is dat helemaal niet erg. Dus zaten we op zondagmorgen samen stil te zijn en te luisteren naar de geluiden van de natuur. Het wordt steeds stiller op ons favoriete plekje. Dit wordt ook gezien door alle eekhoorntjes die zich nu veilig wanen en steeds brutaler worden. Stef ziet hen als indringers in zijn eigen territorium en voelt zich verplicht hen met luid geblaf achterna te zitten. Als hij er een in het oog krijgt, spant zijn kleine lijf zich. Zijn staartje staat fier overeind en trilt van ingehouden opwinding. Je ziet dat hij zich klaar maakt voor de aanval. Gelukkig snapt hij niet veel van de jacht en boldert hij luid blaffend richting eekhoorn. Die wacht natuurlijk niet tot die kleine hond vlakbij is en klimt soepel langs een boomstam omhoog. Dat vindt Stef bijzonder, klimmen is een vaardigheid die hij niet bezit. Hij zet zich aan de voet van de boom en blijft verwachtingsvol naar boven kijken. Arm beest. De herfstkleuren doen ook alweer hun intrede. Door de droogte van de afgelopen zomer ligt het al bezaaid met bladeren. Daar kun je lekker doorheen schoppen. Even weer terug als klein meisje in het bos. Samen met mijn zussen materiaal verzamelen voor de herfstkijkdoos die we op school maakten. Dat mag niet meer, dat weet ik wel, maar wij plukten gewoon nog paddenstoelen. We schikten ze in een schoenendoos en maakten een kijkgat aan de voorkant. Als je naar de technieken van nu kijkt, was het ook wel heel oubollig. Dat is waar. Hoewel, het schijnt dat het nog wel wordt gedaan. Alleen moet je nu dan eerst een workshop volgen. Wij rommelden zomaar wat in elkaar. Dennenappels rapen wordt bijna niet meer gedaan. Mensen kopen die bij Intratuin en betalen er een vermogen voor. Wij rapen ze nog wel en stoken ze in onze vuurkorf. Ook Stef is er verzot op, hij knaagt ze enthousiast aan kleine stukjes. Dat deelt hij dan toch weer met de eekhoorns. De herfst is toch stiekem mijn favoriete seizoen. En voor mij nog altijd onlosmakelijk verbonden met nostalgie en melancholie. Daar kan ik dan toch ook weer van genieten. En in de herfst, dan mag dat ook.  

Machteld
0 0

Bolchrysant

Onvoorstelbaar, hoe snel de zomer weer voorbij is. Natuurlijk, ik weet het wel, hij is nog niet helemaal voorbij, we krijgen vast nog een mooie nazomer, maar het is inmiddels toch al weer eind september. De bolchrysanten verschijnen alweer in de winkels. Mijn licht-autistische inslag verhindert me nog wel om er één te kopen. Een bolchrysant koop je nl. pas vanaf oktober. Vraag me niet waarom, ik kan het niet verklaren, maar het is zo. Net zoals je in oktober nog geen pepernoten koopt en dat je kerstboom pas na Sinterklaas in huis mag komen. Ik koop er wel ieder jaar één. Een liefst zo groot mogelijke bolchrysant in mooie herfstkleuren. Iedere week gaat hij trouw even in een emmer water zodat de kluit niet uitdroogt en we er lang plezier van hebben. Stef is er niet zo van, die vindt volgens mij de bloemen enorm stinken. In de zomer ligt hij graag te tukken in de zon op onze zwarte tuintafel maar vanaf het moment dat de grote plant verschijnt, kruipt hij op zijn buitenkussen. Dat ligt ook lekker, dus ik heb er geen problemen mee. In de Ardennen ga ik in deze periode ook graag naar het kleine kerkhof in het dorp. Ik ken er niemand maar ik kijk graag naar de oude graven en probeer me voor te stellen hoe de mensen een eeuw geleden hier geleefd moeten hebben. Het kerkhof is in oktober en november ook versierd met honderden chrysanten. Het lijkt alsof er een explosie van kleuren heeft plaatsgevonden. Als er op een graf maar één plant staat, valt dat gewoon op. De meeste zerken zijn bedolven. Ik heb het idee dat deze traditie in Nederland een heel eind weg is gezakt. Terwijl het toch wel heel mooi is, om je geliefden op die manier te herdenken. Misschien vinden veel mensen een bolchrysant een nare plant, omdat ze doen denken aan mensen die gestorven zijn. In Azië wordt dat heel anders gezien, daar staat de bloem symbool voor geluk, gezondheid en een lang leven. En wenst men de overledene hierdoor het eeuwige leven toe. Dat is mooi, eigenlijk moeten wij daar ook zo over denken. Het graf van mijn vader is er inmiddels niet meer. We hebben zijn as uitgestrooid. Maar de bolchrysant die ik deze herfst ga kopen, zal me toch aan hem herinneren.   

Machteld
0 0

Bolchrysant

Onvoorstelbaar, hoe snel de zomer weer voorbij is. Natuurlijk, ik weet het wel, hij is nog niet helemaal voorbij, we krijgen vast nog een mooie nazomer, maar het is inmiddels toch al weer eind september. De bolchrysanten verschijnen alweer in de winkels. Mijn licht-autistische inslag verhindert me nog wel om er één te kopen. Een bolchrysant koop je nl. pas vanaf oktober. Vraag me niet waarom, ik kan het niet verklaren, maar het is zo. Net zoals je in oktober nog geen pepernoten koopt en dat je kerstboom pas na Sinterklaas in huis mag komen. Ik koop er wel ieder jaar één. Een liefst zo groot mogelijke bolchrysant in mooie herfstkleuren. Iedere week gaat hij trouw even in een emmer water zodat de kluit niet uitdroogt en we er lang plezier van hebben. Stef is er niet zo van, die vindt volgens mij de bloemen enorm stinken. In de zomer ligt hij graag te tukken in de zon op onze zwarte tuintafel maar vanaf het moment dat de grote plant verschijnt, kruipt hij op zijn buitenkussen. Dat ligt ook lekker, dus ik heb er geen problemen mee. In de Ardennen ga ik in deze periode ook graag naar het kleine kerkhof in het dorp. Ik ken er niemand maar ik kijk graag naar de oude graven en probeer me voor te stellen hoe de mensen een eeuw geleden hier geleefd moeten hebben. Het kerkhof is in oktober en november ook versierd met honderden chrysanten. Het lijkt alsof er een explosie van kleuren heeft plaatsgevonden. Als er op een graf maar één plant staat, valt dat gewoon op. De meeste zerken zijn bedolven. Ik heb het idee dat deze traditie in Nederland een heel eind weg is gezakt. Terwijl het toch wel heel mooi is, om je geliefden op die manier te herdenken. Misschien vinden veel mensen een bolchrysant een nare plant, omdat ze doen denken aan mensen die gestorven zijn. In Azië wordt dat heel anders gezien, daar staat de bloem symbool voor geluk, gezondheid en een lang leven. En wenst men de overledene hierdoor het eeuwige leven toe. Dat is mooi, eigenlijk moeten wij daar ook zo over denken. Het graf van mijn vader is er inmiddels niet meer. We hebben zijn as uitgestrooid. Maar de bolchrysant die ik deze herfst ga kopen, zal me toch aan hem herinneren.   

Machteld
0 0

Karretje

Soms zag hij het vrouwtje wel eens op zo’n raar ding stappen met twee wielen. Ze moest dan een soort pedalen ronddraaien en dan ging ze vooruit. Heel bijzonder. Ze ging dan nog steeds langzamer dan hij kan rennen dus hij zag het nut er niet zo van in. Maar goed, als ze dat leuk vindt. Het baasje heeft ook zoiets, maar die hoeft niet te bewegen. Dat is wel relaxter. Hij gaat ook veel sneller, die kan hij niet bijhouden. Toch blijft ook dat een vreemd apparaat. Hij heeft het er niet op. Het baasje heeft ook een karretje gekocht dat je achter die rare dingen kan hangen. Hij ziet het vrouwtje er geregeld boodschappen mee doen. Wel handig, zo kan ze wat meer meebrengen. Het schijnt alleen niet precies daarvoor bedoeld te zijn. Daar kwam hij pas nog achter. Tot schade en schande. Het baasje had het wagentje achter zijn scooter gehangen en riep hem. Hij weet het heus wel van zichzelf, hij is heel nieuwsgierig en dat breekt hem soms op. Dus hij kroop op aangeven van het baasje in dat rare wagentje. Die ritste het dicht en daar zat hij dan. Met alleen een gat boven zijn hoofd en verder niks. Brr, rete-eng. En wat nog veel griezeliger was, hij voelde dat het karretje ging rijden. Het wiebelde en hobbelde en hij hield zijn poten stijf onder zich. Echt, dat was helemaal niks voor hem. Als hij nou eens….. Het was even aanzetten in zo’n krappe ruimte maar het lukte toch. Met een scheve sprong was hij door het gat in het dak uit het karretje. Hij hoorde het vrouwtje geschrokken roepen. Natuurlijk ging dat stomme ding nog om ook en viel boven op zijn lijf. Hij schoof vooruit over het grind. Het baasje stopte meteen en hielp hem overeind. Natuurlijk was er niks aan de hand maar het vrouwtje keek ontzet. “Kijk toch eens naar zijn kin.” Zelf zag hij niks maar hij moest mee naar binnen en er werden rare witte lapjes tegen zijn kin gehouden. Volgens het vrouwtje ‘bloedde hij behoorlijk”. Nou, hij was al lang blij dat hij uit dat rare karretje was. En als hij zo eens naar het vrouwtje en het baasje keek, hoefde hij ook niet meer terug in dat stomme ding. Jammer alleen dat ze dat prikkende spul tegen zijn kin hield. “Dat ontsmet”, zei ze. Geen idee wat dat betekent. Ach, soms moet je drastische maatregelen nemen om mensen ervan te overtuigen dat bepaalde dingen helemaal niet leuk zijn. Ook al denken zij van wel. Gelukkig had hij zelf nergens last van terwijl het baasje en vrouwtje toch een beetje een schuldgevoel hadden. En dat leverde behoorlijk wat snoepjes op. Niks zeggen, gewoon een beetje zielig doen. Mensen, zo makkelijk voor de gek te houden.    

Machteld
0 0

Battle damage repairkit

Heerlijk, twee weken vakantie. Even niks moeten, geen wekker die afloopt. Gewoon lekker een beetje aanrommelen. En dat nog in de aanloop naar mijn favoriete maand, september. Wat wil een mens nog meer. Even kijken wat we allemaal mee moeten nemen. Het wordt mooi weer dus de zomerkleding mag nog in de koffer. Maar ook een trui, het koelt ’s avonds wel al behoorlijk af. “Vergeet je niet om brokken voor Stef mee te nemen.” Ach, het arme beest, hij zou toch eens honger moeten lijden. Niet dat hij niet wat kwijt kan, zijn baasje knijpt hem al voor de jaarlijkse afspraak met de dierenarts die net na de vakantie staat gepland. Want eerlijk is eerlijk, Stef is wel wat te dik. Systematisch wordt de auto gepakt. Mijn maatje kan dat prima, ik bemoei me dan ook nergens mee. Ik zet alleen maar klaar wat er mee moet. En loop in gedachten alles nog even na. “Niks vergeten?” “Nee, niks vergeten.” Stef springt op de achterbank en stelt zich met een hoorbare zucht in op een paar uurtjes kachelen. Het is zaterdag, dus het zal niet al te druk zijn. En inderdaad, na twee uurtjes rijden zijn we op ons favoriete plekje in de Ardennen. Ik ruim de koffers uit en vul de ijskast. Oh, ja, ik had een nieuw rolletje wattenschijfjes meegenomen. Dat kan in het vakje bij de toiletspullen. En dan zie ik het ineens. Ik ben wel iets vergeten. Ik ben mijn beautycase vergeten. Al mijn make-up, al mijn cremetjes en schoonheidsrommel, het ligt allemaal thuis. Nou ben ik niet echt een hele zware poederdoos. Mascara en eyeliner, daar houdt het wel mee op. Maar dat is dan ook iets dat ik nooit vergeet. Ik teken eerst ’s morgens mijn ogen op mijn gezicht en ga dan pas de deur uit. En dat al vanaf (denk ik) mijn zestiende jaar. Ik ga niet de deur uit zonder. Dan voel ik me bloot. “Daar ben ik mee geboren.” En nu ligt al dat spul thuis. Wat een ellende. Mijn maatje snapt het probleem niet maar snapt wel dat ik het een probleem vind. Hij vindt mij prima zoals ik ben. Heel lief, zeker, maar ik heb toch altijd maar liever wat maquillage. Gelukkig zijn in België de supermarkten ook op zondag open. Wel jammer dat ik zelf moet, mijn maatje heeft geen verstand van mascara en zou beslist met precies het verkeerde thuiskomen. Dus stapte ik, met mijn naakte gezicht, op mijn fiets en ging op pad. Een uurtje later stond ik met een blij gezicht voor de spiegel. En de grap is, mensen kijken helemaal niet vreemd naar je. Dat zit heel gewoon in je eigen hoofd.  Maar ach, iedereen heeft recht op een tic, toch?  

Machteld
0 0

Regen

Iedere kampeerder kent het wel, een dag waarop het alleen maar regent. Je hoort het al als je ’s ochtends wakker wordt. Het ritmische tikken op de caravan of tent. In de tijd dat wij met een tent gingen kamperen, was dit bij voorkeur op de laatste dag. Dan kon je alles kliedernat inpakken en reed je urenlang met een muf ruikende tent in de auto naar huis. Gelukkig was het daar dan meestal stralend weer zodat hij ook weer snel droog was. Dat was dan weer een voordeel. Nu zijn we wat luxer uitgerust en draai ik me nog eens een keer om als ik het hoor druppen. Geen stress, het droogt vanzelf wel weer een keer op. Ik loop op zo’n dag ook graag een keer over de camping. Zeker in de zomer, als de temperatuur op zich prima is, zie je her en der kleine tentjes staan. “Hoe doen die mensen dat?”, vraag ik me af. Ik zie nergens stoelen en de tentjes zijn zo klein dat je er volgens mij alleen maar languit in kunt liggen. Ach, misschien zijn ze in hun slaapzak gekropen en wachten ze op betere tijden. Kinderen maakt het niks uit, die stappen in hun rubber laarsjes en vervolgens met gierende pret in de grootste plas die ze kunnen vinden. Lekker stampen, wie de hoogste spetters kan maken. Samen met hen kan ik daarvan genieten. En een beetje schuldig moet ik ook toegeven dat ik ook altijd stiekem plezier heb als mensen niet in de gaten hebben hoe zwaar water kan zijn. Luifels die keurig waterpas gesteld zijn, buigen onder hun last en bezwijken. En dan moet je daar niet onder staan want daar helpt geen regenjasje aan. Vaak is het dan de vrouw die de laag water krijgt. Waarna de man ook weer de volle laag krijgt. Het is immers zijn schuld dat de luifel bezwijkt. Tenslotte heeft hij hem opgezet. Kamperen heeft zo zijn invloed op relaties. Tegenover ons stonden op een gegeven moment mensen die duidelijk nog niet vaak hadden gekampeerd. De caravan stond prima maar zij hadden geen luifel bij zich. Hmm, geen probleem. Er werd een losse tent gekocht en die werd voor de caravan geplaatst. En voor beginners, ik moet het zeggen, was de tent uitmuntend opgezet. Keurig en kaarsrecht. Ze keken er allebei tevreden naar. Zij konden lekker buiten zitten. En inderdaad, dat ging prima. Helaas voor hen trok er op een gegeven moment toch een klein buienfront over. En natuurlijk net op een dag dat zij een dagje weg waren. Het superlichte materiaal was niet tegen zoveel geweld bestand en zakte heel langzaam maar wel zeker in elkaar. Het was een zielig gezicht, die stokken zo zielloos omhoog en het doek verfomfaaid in de plassen. Ik ben benieuwd wie van hen de schuld heeft gekregen. Ze hadden de tent toch in goede harmonie opgezet. Een dag later stond hij weer. Niet meer zo mooi wit, niet meer zo mooi strak maar waarschijnlijk wel wat beter bestand tegen het weer. Ach, al doende leert men.  

Machteld
0 0

Rages

Wij Nederlanders zijn een nieuwsgierig volkje. We staan open voor ontwikkelingen en rages en proberen alles uit. Uiteraard slaan we daar weer regelmatig in door. Iedereen moet verantwoord eten, een killerbody ontwikkelen en supersonische sapjes drinken. Dat deze er uit zien als iets dat door een filter met compost is gelopen, dat doet er minder toe. Het is goed voor je. We volgen collectief de gezondheidsgoeroe. Tot er natuurlijk weer een nieuwe voorganger opstaat. Met een nieuw plan en een nieuw dieet. En hup, de hele goegemeente slaat mee af in de opdragen richting. In de tijd dat mijn ouders dertigers waren, was de wereld een stuk kleiner. Zij hadden geen last van deze rages. Uiteraard was de wereld toen ook een stuk bekrompener, dat wel. Maar bij verjaardagen werden bakjes chips op tafel gezet. Toastjes met ham-prei salade. En natuurlijk glaasjes met sigaretten, met en zonder filter. Oei, je zou afgeschoten worden als je dat vandaag de dag zou wagen. Het liefste bewandel ik de tussenweg. Ik ben allergisch voor rages die mij vertellen dat ik de hele dag moet leven op een rauwe wortel. Maar ik snap ook wel dat je niet ongestraft maar wat kunt doen. Ik ga ook niet naar de sportschool. Dat zit niet in mijn genen. In zo’n kleurig pakje stiekem kijken naar vrouwen die gestroomlijnd en gebruind met trots voor zo’n grote spiegel staan. Die staan ook nooit te klunzen. En ik regelmatig. Nee, dank u. Ik koop ook nooit boeken van dergelijke goeroe ’s. Geen kookboeken en ook geen lifestyle-boeken. Daar word ik alleen maar verdrietig van. Die discipline kan ik echt niet opbrengen. Ik heb er trouwens ook geen tijd voor. Ik moet werken, plezier maken met mijn maatje, voor mijn hondje zorgen en dan wil ik ook nog wel eens gewoon ongegeneerd op de bank hangen. Liefst met een glaasje wijn. En als dat dan betekent dat ik geen killerbody ontwikkel, tja dat moet dan maar. Een mens kan niet alles hebben. Ik denk alleen dat we moeten uitkijken met dat doorslaan. Ik heb niet meer de leeftijd dat ik me te veel zorgen maak over wat andere mensen van me vinden. Ik ben te oud om als schoonheidsideaal veel volgers te trekken op Instagram. Mijn account staat vol foto’s van mijn hond. Het zijn meer de jonge vrouwen waar ik me dan zorgen over maak. Ze moeten zo veel. Het hele plaatje moet kloppen en perfect zijn. Het lijkt me zo vermoeiend. Soms is het best fijn om wat ouder te zijn. Het geeft op een bepaalde manier ook rust. Als ik in mijn oude afgewassen joggingbroek achter mijn laptop kruip om te schrijven of huiswerk te maken, vindt mijn maatje dat gezellig. Ik hoef het decorum niet op te houden. Ik kijk meewarig naar al die druktemakende vrouwen op televisie, die mij willen vertellen dat ik het helemaal verkeerd doe. En als mijn maatje dan vraagt of ik een wijntje wil, zeg ik volmondig “hè ja, gezellig”.

Machteld
0 0

Suiker

Als kind kreeg ik van mijn moeder wel eens felgekleurde zuurtjes. Mijn zussen en ik deden een wedstrijdje wie de meest blauwe of rode tong had. De snoepjes op zich waren eigenlijk niet eens zo heel lekker. Het ging om de kleur. Waarschijnlijk zat er megaveel kleurstof in, ik weet het niet. Ik geloof ook niet dat mijn moeder zich er zoveel zorgen om maakte. We kregen ze niet iedere dag en ze werden ruim gecompenseerd door bruine boterhammen met kaas. Tegenwoordig zijn dergelijke snoepjes zwaar verboden. Suiker is het nieuwe vergif. Van rode snoepjes word je agressief en blauwe snoepjes, laten we daar helemaal maar over zwijgen. Toch wel jammer voor de kinderen van nu. Als er toentertijd kinderen jarig waren, werd er in de klas getrakteerd op dropveters of spekken. Ik heb geen idee wat er tegenwoordig getrakteerd wordt. Volgens mij zitten zelfs in mandarijntjes te veel suikers. Op televisie zie ik dat het glazuur spontaan van mijn tanden springt als ik alleen nog maar kijk naar een banaan. Wij gingen vroeger in de meimaand naar de Hasseltse kapel in Tilburg. Niet omdat we zo devoot waren, maar omdat er in die maand overal snoepkraampjes stonden om dat kleine kapelletje. Het was een waar walhalla voor ons kinderen. Je wist niet waar je moest kijken en wat je moest kiezen. Zuurballen, kaneelstokken, spekken, stroopsoldaatjes. Te veel om op te noemen. Ik weet dat het nog bestaat maar ik vind het al bijna een wonder dat het nog niet is verboden door de suikerpolitie. Waarschijnlijk worden de ouders die de kraampjes bezoeken verguisd door ouders die zich meer verantwoordelijk noemen. Er waren in mijn kindertijd wel meer kinderen met een slecht gebit, dat wel. Maar ook dat heeft voor mijn gevoel meer te maken met het schoonheidsideaal van deze tijd. Tenslotte hoor je er als kind niet bij als je geen beugel hebt gehad. Frisdrank had mijn moeder eigenlijk nooit in huis. We kregen thee, als we uit school kwamen. En gewone melk bij het eten. Maar misschien heeft iemand uitgevonden dat dat ook niet goed was. Je weet maar nooit. Waarmee ik nog altijd niet wil zeggen dat vroeger alles beter was, helemaal niet. Maar op sommige gebieden was het wel wat relaxter.  

Machteld
0 0

Roedel

Met een zucht keek hij naar het vrouwtje. Ze snapte er ook niks van. Hoe kon hij nou rustig gaan liggen als hij zo moest opletten. Op het plaatsje recht tegenover de caravan stonden die aardige meisjes met hun vader en schuin tegenover de caravan stond die vriend van het baasje. Eigenlijk was dat wel iets te ver uit elkaar. Zo kon hij niet goed overzien of er iets gebeurde. En daarom liep hij er steeds naar toe. Maar het vrouwtje snapte dat maar niet. Die riep hem steeds maar terug. Ze vond het ook veel te warm om teveel te lopen. Net of dat er iets toe deed. Toen ze even iets moest doen, was hij toch maar weer overgestoken. Even kijken of alles in orde was. Hij hoorde aan haar stem dat ze er niet blij mee was. “Waar is Stef nòu weer?” Oei. “Waarom kan hij nou niet even rustig hier blijven, hij is de hele dag al op pad.” Hij keek even om maar ze kwam met grote stappen op hem af. Aan zijn riem werd hij meegetrokken naar huis. Zijn voorpootjes raakten de grond niet eens. Hij ging maar gauw tussen de benen van het baasje liggen. Niet dat die hem dan hielp, die was het toch wel meestal eens met het vrouwtje. Hmm. Hij kon het ook niet goed uitleggen. Die meisjes waren ook wel heel aardig. Als ze bij het kraantje stond riepen ze hem altijd. Dan ging hij ook even kijken. Dat mocht gewoon, het was op hun eigen plekje. Maar als hij dan naar hun camper liep, was dat weer niet goed. Eigenlijk konden ze toch ook niet van hem verwachten dat hij nooit iets verkeerd deed. Mensen hadden zoveel regeltjes, onvoorstelbaar. En als je dan dacht dat je het door had, dan was het ineens weer anders. Het was toch niet te volgen. Mensen waren soms echt hele moeilijke wezens. Bij honden was het veel makkelijker. Je rook aan elkaar en soms snauwde je naar elkaar en dan wist je precies waar je aan toe was. Heel simpel. En zelfs dat vonden mensen vaak niet goed. Gelukkig waren zijn baasjes niet zo heel moeilijk. Over het algemeen vonden ze wel veel dingen goed. Je moest er toch niet aan denken dat je de hele dag moest doen wat ze zeiden. Daarom probeerde hij zich wel te houden aan de regels. Alleen als de roedel dan uitgebreid werd, zoals deze week, dan was dat toch weer last. Waarom konden ze niet gewoon bij elkaar blijven zitten. Met een zucht liet hij zich op zijn kussen zakken. Het was inmiddels donker en er was bijna geen geluid meer op de camping. Eindelijk rust.    

Machteld
0 0

Roedel

Met een zucht keek hij naar het vrouwtje. Ze snapte er ook niks van. Hoe kon hij nou rustig gaan liggen als hij zo moest opletten. Op het plaatsje recht tegenover de caravan stonden die aardige meisjes met hun vader en schuin tegenover de caravan stond die vriend van het baasje. Eigenlijk was dat wel iets te ver uit elkaar. Zo kon hij niet goed overzien of er iets gebeurde. En daarom liep hij er steeds naar toe. Maar het vrouwtje snapte dat maar niet. Die riep hem steeds maar terug. Ze vond het ook veel te warm om teveel te lopen. Net of dat er iets toe deed. Toen ze even iets moest doen, was hij toch maar weer overgestoken. Even kijken of alles in orde was. Hij hoorde aan haar stem dat ze er niet blij mee was. “Waar is Stef nòu weer?” Oei. “Waarom kan hij nou niet even rustig hier blijven, hij is de hele dag al op pad.” Hij keek even om maar ze kwam met grote stappen op hem af. Aan zijn riem werd hij meegetrokken naar huis. Zijn voorpootjes raakten de grond niet eens. Hij ging maar gauw tussen de benen van het baasje liggen. Niet dat die hem dan hielp, die was het toch wel meestal eens met het vrouwtje. Hmm. Hij kon het ook niet goed uitleggen. Die meisjes waren ook wel heel aardig. Als ze bij het kraantje stond riepen ze hem altijd. Dan ging hij ook even kijken. Dat mocht gewoon, het was op hun eigen plekje. Maar als hij dan naar hun camper liep, was dat weer niet goed. Eigenlijk konden ze toch ook niet van hem verwachten dat hij nooit iets verkeerd deed. Mensen hadden zoveel regeltjes, onvoorstelbaar. En als je dan dacht dat je het door had, dan was het ineens weer anders. Het was toch niet te volgen. Mensen waren soms echt hele moeilijke wezens. Bij honden was het veel makkelijker. Je rook aan elkaar en soms snauwde je naar elkaar en dan wist je precies waar je aan toe was. Heel simpel. En zelfs dat vonden mensen vaak niet goed. Gelukkig waren zijn baasjes niet zo heel moeilijk. Over het algemeen vonden ze wel veel dingen goed. Je moest er toch niet aan denken dat je de hele dag moest doen wat ze zeiden. Daarom probeerde hij zich wel te houden aan de regels. Alleen als de roedel dan uitgebreid werd, zoals deze week, dan was dat toch weer last. Waarom konden ze niet gewoon bij elkaar blijven zitten. Met een zucht liet hij zich op zijn kussen zakken. Het was inmiddels donker en er was bijna geen geluid meer op de camping. Eindelijk rust.    

Machteld
0 0

Smartphone

Je ziet ze toch nog regelmatig voorbij komen. Bestuurders in hun auto met hun telefoon aan hun oor. En het zijn vaak echt niet de kleine “goedkope” autootjes, vaak zijn het de duurdere Mercedessen of Audi’s. Ik vraag me dan altijd af of die mensen hun laatste cent hebben uitgegeven aan die glanzende bolide en geen geld meer over hadden voor een simpele carkit. Zo duur hoeft dat toch niet te zijn. Of zou het stoer zijn,” kijk mij eens, ik kan best een bekeuring betalen.” Je merkt het ook altijd aan hun rijgedrag, ze verminderen ineens hun vaart en gaan achter een andere auto of vrachtwagen hangen. Of hebben ineens meer ruimte nodig dan alleen hun eigen rijstrook. Heel bijzonder. Ik ben niet zo belangrijk, ik word niet zo vaak gebeld, maar ik heb wel een handsfree carkit. Gewoon, omdat ik een boete zonde vind van mijn geld. De smartphone lijkt toch steeds meer een onlosmakelijk geheel te vormen met de mens. Ik persoonlijk ken niemand die er geen bezit. Als je door de stad loopt, moet je slalommen om de op hun beeldscherm turende meute te ontwijken. Ik snap niet waarom je dan nog door de stad loopt. Eigenlijk kunnen die mensen beter thuis blijven, dan kunnen ze rustig zitten tijdens het appen en swipen. Het hele idee van shoppen gaat er toch aan op die manier. Het meest bijzondere vind ik de stelletjes die gezellig samen op een terrasje zitten. Drankje, schaaltje olijven en smartphone. Ze praten niet met elkaar maar loeren constant naar hun schermpje. Zouden ze elkaar appjes sturen, vraag ik me dan af. “Zeg schat, wil jij nog een drankje?” “Ja lekker, doe maar.” “Dan zal ik de ober even roepen.” Het liefst zouden ze de bestelling ook nog telefonisch doorgeven. Ik denk dat er een moment komt waarop dat kan, ik weet het bijna zeker. Dan hoeven ze helemaal niet meer te praten. Ik heb ook een smartphone. Ik gebruik hem vaak en inderdaad nog het minste om te bellen. Ik app, check Social Media, gebruik apps die het mogelijk maken van afstand de verwarming van mijn huis hoger of lager te zetten, ik ben echt wel een fan. Het ding zal alleen nooit een vervanging kunnen zijn van het plezier wat je kunt hebben met een groep vrienden op een terrasje in de zon. De onderwerpen hoeven helemaal niet hoogdravend te zijn, eigenlijk liever niet. Wat gaat er boven het lachen om gewone alledaagse dingen. Gelukkig is daar nog steeds geen app voor uitgevonden.    

Machteld
5 0

Quality time

Hé, dat was vreemd. De campingspullen werden klaargezet maar het vrouwtje ging gewoon werken. Ze kwam hem net als altijd een knuffel geven en zei dat hij heel braaf moest zijn. Nou is hij dat altijd, dus dat is geen moeite. Maar toch gek dat ze gewoon op de normale tijd naar haar werk ging. Het baasje zat op zijn gemak aan de koffie, dat was ook niet anders dan anders. Hmm. Even later kwam er toch leven in de brouwerij. Het baasje ging inderdaad de campingspullen in de auto zetten. Ook zijn dingen werden ingepakt. Nee, dan was het goed. Met een gerust hart ging hij weer liggen. Het baasje zou hem niet vergeten. En inderdaad, even later was alles ingeladen en werd hij geroepen. “Kom joh, we gaan.” Ah, was dat het, gingen ze samen naar de camping? Enthousiast sprong hij van de bank. Want als hij alleen met het baasje ging, dan kreeg hij toch wel meer aandacht, eerlijk is eerlijk. Als hij dan zijn bal bij het baasje op schoot legde, ging die meestal toch wel de werpstok pakken. En als het vrouwtje er bij was, bleef hij nog wel eens zitten. En, en dat was ook een groot voordeel, als het vrouwtje er niet bij was, kon hij lekker ’s nachts naast het baasje kruipen. Hij weet nog goed de eerste keer. Het baasje sliep en hij was heel stilletjes naar het bed gelopen. Normaal keek hij niet zo nauw maar nu had hij er voor gezorgd dat hij het baasje niet wakker maakte. Hij had zich lekker opgekruld en was gaan slapen. Het baasje had hem pas opgemerkt toen hij er ’s nachts even uit moest. Hij had het dekbed open geslagen en over zijn lijf heen gegooid. Daar was hij van geschrokken en had een beetje gebromd. Dat had het baasje gehoord. Hij moest vreselijk lachen en zei dat hij een kleine stinkerd was. Maar hij mocht toch blijven liggen. Lekker hoor. Toen na een paar dagen het vrouwtje kwam, moest hij wel weer naar de bank verhuizen. Dat lag ook lekker, maar naast het baasje was gezelliger. ’s Morgens moest hij wel wat langer op zijn eten wachten dan thuis. Het baasje ging altijd eerst koffie pakken. Thuis zorgde het vrouwtje eerst voor zijn eten. Het baasje wilde eerst even wakker worden. Ach, hij wist het inmiddels en hij vond het niet zo erg. De dag was nog lang genoeg. Het vrouwtje bleef nooit zo lang weg, maar een paar daagjes. Hij merkte het wel aan het baasje als ze zou komen, die keek dan toch wel vaker op zijn horloge. En zette dan ook altijd een extra glaasje op tafel. Maar wat wel grappig was, hij had het toch altijd als eerste in de gaten als ze er aan kwam. Hij herkende het geluid van de auto veel beter dan het baasje. En hij was er ook altijd als eerste om het vrouwtje te begroeten. Want eerlijk is eerlijk, het was toch maar het beste om compleet te zijn.  

Machteld
0 0

Spanning

Het was een klein item in het nieuws. Twee glazenwassers hingen vast met hun bak langs de gevel van het Ministerie van Justitie. Een storing, de bak ging niet meer omhoog of omlaag. Hij moest direct denken aan die keer dat hij zelf met een collega vast hing met de glazenwassersbak. Bij dat bejaardentehuis. In die tijd had je nog regenpijpen. Hoe oud zou hij zijn geweest, tweeëntwintig, drieëntwintig? Hij was in ieder geval uit de bak geklommen en via de regenpijp naar beneden geklauterd. Zijn collega vond het maar niets, die beriep zich op het feit dat hij vrouw en kindjes had. Oh, hij was ook wel eens gevallen. Hij ziet nog zo het wit vertrokken en ontdane gezicht van de burgemeester van Kaatsheuvel voor zich. Hij was precies langs het raam van diens kamer gevallen. Toen had hij wel veel geluk gehad. Het was een val van 7 meter en hij had maar een week mank gelopen. Verder had hij er eigenlijk niks aan over gehouden. Nou ja, pijnlijke knieën en enkels. Wat hadden ze veel plezier gehad in die tijd. Jonge kerels, nergens bang voor. De veiligheidsmaatregelen waren ook nog niet zo strikt als tegenwoordig. Toen kon je nog ondersteboven voor een raam gaan hangen. En dan het liefste voor een kantoor waar voor het merendeel vrouwen zaten. Een kippenhok was er dan niks bij. Destijds mocht je ook nog met lange ladders werken. En met ladders die je aan de rand van het dak kon hangen. Dan klom je over de rand en als je omlaag keek, keek je zo in het luchtledige. Hij moest er toch eigenlijk niet meer aan denken. Ze hadden het er soms aardig afgebracht, met zijn allen. Ze werkten ook nog met houten ladders. Lekker zwaar, waaiden tenminste niet om. Die nieuwe aluminium ladders schoven bij de minste of geringste windvlaag een heel eind verder. Ze waarschuwden ook niet, ze braken gewoon. Een houten ladder ging tenminste nog kraken als hij wat ouder werd. Dan wist je dat je uit moest kijken. Nee, tegenwoordig zijn het allemaal hoogwerkers en osmose-apparaten. Hij heeft er ook wel mee gewerkt, zijn osmose-apparaat was destijds toch een rib uit zijn lijf. Maar de meeste klanten vonden het prachtig. Het zag er ook heel professioneel uit. En inderdaad, je hoefde niet met zware ladders te sjouwen. Alleen had niemand vooraf bedacht hoeveel last je van je nek kreeg, als je de hele dag boven je hoofd stond te werken. Vaak worden die dingen bedacht achter een bureau. Hij kan terugkijken op een mooie carrière. Altijd eigen baas geweest en eigenlijk had hij de klanten voor het uitzoeken. Hoe mooi is het als je tegen een klant kunt zeggen “Sorry, hier scheiden onze wegen, ik adviseer u een andere glazenwasser te zoeken want ik kom niet meer.” De dame in kwestie stond met haar mond vol tanden. En dat valt niet mee, voor een operazangeres.    

Machteld
0 0

PHPD

Af en toe kan ik er jaloers op zijn. Jonge mensen die de hele week werken en dan op vrijdagavond de kroeg in duiken. Daar lekker borrelen en dan op zaterdag weer fit opstaan om weekend te gaan vieren. We hebben dat ook jarenlang gedaan. Iedere vrijdagavond zagen we een groep mensen in de kroeg. We spraken niks af, het was niet verplicht, als je er was, was het gezellig. Soms gingen we om half twaalf naar huis maar er waren ook wel eens avonden dat we om twee uur eruit geveegd werden. Op zaterdagavond sliepen we een uurtje uit en deden dan onze klussen. Na verloop van tijd werd de groep toch kleiner. Het bleef gezellig, dat wel, maar de avonden tot twee uur kwamen steeds minder voor. Om een uur of elf keken we elkaar aan en vroegen om de rekening. Inmiddels zijn deze vaste kroegavonden gestopt. Nu ben ik op vrijdag blij als ik thuis ben. Lekker samen met man en hond op de bank. We nemen een borreltje en om half elf begin ik te gapen. Tijd om naar bed te gaan. Niet dat dat iedere vrijdag zo is. Gelukkig spreken we nog regelmatig af met vrienden. Maar de tijden van een nacht overslaan en dan de andere dag om half negen weer present zijn op het werk zijn toch echt voorbij. Als ik dat nu probeer, denk ik dat ik een week moet bijkomen. Als ik om me heen kijk en luister, ben ik gelukkig niet de enige. Ik kan dan in mijn hoofd nog wel vijfendertig jaar oud zijn, de realiteit roept me soms wel eens tot de orde. Maar daar hebben meer mensen last van. Zoals de man die constateerde dat hij nu toch echt wel wat ouder werd. Hoe hij dat merkte? Hij begon geluid te maken bij het bewegen. Als hij iets van de grond moest oprapen en hij kwam weer omhoog, dan maakte hij een onbestemd geluid. Het hield het midden tussen kreunen en grommen. Zijn vrouw had hem er op attent gemaakt en toen hij er op ging letten, ontdekte hij dat ze gelijk had. Hij probeerde het niet meer te doen maar af en toe ontsnapte het hem toch. En zo zijn er meer verhalen. De mooiste omschrijving vond ik die van iemand die zei dat iedereen die wat ouder werd last kreeg van phpd. Op de vraag wat dat dan was, antwoordde hij “nou, heel gewoon, een pijntje hier en pijntje daar….”  

Machteld
12 0

Goede doelen

In Nederland zijn heel veel goede doelen die onze aandacht vragen. Langlopende acties, kortlopende acties en de instanties die door middel van loterijen onze bijdrage vragen. Ik vind het prima. Mensen geven wat ze willen en het is mooi als je iemand kunt helpen. Vroeger kwamen er dan ook regelmatig collectanten langs de deur met een collectebus. Veelal een groene. Waarom dat was weet ik niet, misschien de meest neutrale kleur. Je deed een euro in de bus en wenste de collectant veel succes. Tegenwoordig werkt het anders. Er staat een goedwillende student voor je neus met een iPad. Na dat ze je het hemd van het lijf hebben gevraagd en alles hebben ingevuld, kom je er achter dat het niet om een eenmalige donatie gaat maar om een maandelijkse machtiging. “Ja maar die kunt u volgende maand weer opzeggen, dan heeft u maar één maand gedoneerd.” Ja, dat klopt. Maar dan moet je het dus weer zelf in de gaten houden en zelf contact opnemen om er van af te komen. Maar goed, je hebt al een kwartier gestaan dus je vindt het ook lullig om nu te zeggen, ik wil niet. In de agenda zetten dan maar. “Wat is de reden dat u de donatie stop wilt zetten?” Eigenlijk wil je dan zeggen, “omdat jullie zo irritant zijn om mij te laten denken dat ik eenmalig geef maar dat het dan om een machtiging gaat.” Maar je legt het netjes uit en de vriendelijke dame schrapt de donatie. En je neemt je heilig voor er niet meer in te trappen. Of die sms-jes die je kunt sturen. Eenmalig een klein bedrag voor een goed doel. Dat klopt. Maar dat goede doel blijft je vervolgens weken telefonisch achtervolgen om te vragen of je toch niet maandelijks wilt gaan steunen. Want het is een heel belangrijk goed doel. Nee, dat wil ik niet! Anders had ik toch geen sms-je gestuurd, dan had ik wel op de website gekeken of ik donateur kon worden. Ook iets waarvan ik denk “nou nee, laat maar.” Een andere ergernis is de grote hoeveelheid post die je krijgt van goede-doelen instellingen. Stapels post van de Postcodeloterij, de Hartstichting, het Rode Kruis. Enveloppen die linea recta verhuizen van de deurmat naar de oud papierdoos. Zou er iemand zijn die de moeite neemt die reclame te lezen? Natuurlijk moet je bij de Postcodeloterij uitkijken want het zou wel eens zo kunnen zijn dan je zomaar een pak stroopwafels bij het oud papier gooit. Nou ja, pech gehad. Die instanties weten ook dat mensen het irritant vinden. Maar ze kiezen er voor om het toch te blijven doen. Ik snap dat niet, steek het geld dat je uitgeeft aan dat papier en de postzegels in het goede doel. Dat scheelt toch weer. Doneren vind ik mooi. Ik wil best op mijn manier een steentje bijdragen. Maar alsjeblieft, laat het me op mijn manier doen.  

Machteld
0 0

Popcorn

Ik heb er al eerder over geschreven, over mijn quilty pleasure van het lezen van commentaren op Social Media. Ik kan er zo van genieten. Vooral posts over bijvoorbeeld klimaatverandering kunnen rekenen op een stevige discussie. De voor- en tegenstanders van het artikel slaan elkaar om de oren met al dan niet gegronde argumenten. Naarmate er meer commentaar komt, worden de opmerkingen ook fanatieker en hatelijker. Je zou bijna adviseren het rustig aan te doen. Van die verhitte discussies alleen al warmt de aarde op. Erg leuk zijn ook de posts over dingen die de politiek raken. Links en rechts staat klaar om te melden wat er allemaal verkeerd gaat in het land. En dat dat de schuld is van die ander. Want zelf doen we uiteraard helemaal niks verkeerd. Sterker nog, we zijn eigenlijk het slachtoffer. Iedereen heeft een mening maar niemand vraagt naar de achterliggende feiten. Pas las ik ook weer een bericht over het rookbeleid dat een bepaalde voetbalvereniging gaat doorvoeren in het stadion. Roken wordt verboden in de publieke ruimtes dus ook op de tribune. Ik klik benieuwd op “meer opmerkingen weergeven” en ja hoor, daar komen ze. Tegen roken, tegen verboden in het algemeen, voorstander van het verbieden dan ook van broodjes kroket en blikjes bier. Geweldig. Vooral de verwensingen die mensen bedenken voor anderen die zij nog nooit gezien of gehoord hebben. Of de commentaren op de bestuursleden van de club. Die moeten heel snel hun ontslag indienen en iets anders gaan doen want het beleid rammelt aan alle kanten. Wel roken verbieden maar geen fatsoenlijk voetbal kunnen bedrijven. Alsof het een met het ander te maken heeft. Ikzelf ben helemaal geen voetbalvolger maar ik ben die ene Facebook-relatie toch weer dankbaar dat hij commentaar gaf. Beschaafd commentaar, gelukkig, maar het maakt mij weer attent op een hele reeks kletspraat. Zouden die mensen nu denken dat dat commentaar echt zoden aan de dijk zet? Ik kan me niet voorstellen dat de aangesprokenen in kwestie de opmerkingen lezen en denken “poeh, laat ik het beleid maar wijzigen en daarna mijn ontslag indienen.” Waarschijnlijk lezen ze de reacties helemaal niet. Heel verstandig. Gelukkig ben ik niet de enige die met een brede grijns mee kijkt. Het mooiste commentaar las ik laatst. En dame tagde haar vriendin met de woorden “Heerlijk zo’n discussie, pak jij de popcorn vast..”      

Machteld
0 0

What goes around, comes around

In onze Westerse wereld nemen wij de dingen aan alsof ze vanzelfsprekend zijn. Daarom luister ik zo graag naar de verhalen van mijn collega. Zij zet me regelmatig weer met beide benen op de grond. Leven in een derde wereld land zet je namelijk echt wel aan het denken. Waarom hollen we in de Westerse wereld overal achteraan, willen we altijd meer en meer, beter en beter, maakt dat ons gelukkig? Zij denkt van niet. Tevreden zijn met wat je hebt is in Afrika een eerste vereiste. Een dak boven je hoofd en te eten. Als je geluk hebt ook nog een leuke baan. Maar wie niet tevreden is met wat hij heeft, zal nooit gelukkig worden. In ‘haar’ land leer je de betrekkelijkheid van alles. Dat hebben natuurlijk ook de mensen die al heel veel hebben meegemaakt. Aards bezit zegt zo weinig. Een beetje meer geld is makkelijk maar het maakt niet gelukkiger. Goede gezondheid, dat nemen we altijd maar voor lief, maar als we roofbouw plegen op ons lijf krijgen we toch vroeg of laat de rekening. Zij probeert te leven met de dag en is iedere keer weer blij als ze wakker wordt. Ze is er nog en de zon schijnt. Ze luistert naar de vogels, de poezen en de honden staan aan de deur te krabben want die willen naar buiten. Dus eruit en genieten van al het leven om je heen. Sinds kort heeft ze weer een baantje. Kun je je dat voorstellen, ze is net 70 geworden en kreeg een baantje voor een of twee dagen in de week. Natuurlijk krijgt ze geen salaris maar wel een onkostenvergoeding voor de diesel die in haar auto moet. Ze doet administratie in een ziekenhuis. Er glipt teveel geld weg wat niet traceerbaar is en dus roept men graag de hulp van een Europeaan in. Die kijken toch nauwkeuriger dan de gemiddelde inwoner. Onder de palmbomen of mangobomen zitten kan altijd nog. Voorlopig heeft ze weer iets om blij mee te zijn. Er gebeurt altijd wel wat. Vaak er is geen internet of er is geen elektra. Dat weet je nooit. Je krijgt nooit een waarschuwing dus plannen maken heeft niet zoveel zin. Als je een van de twee nodig hebt moet je gewoon gebruik maken van de tijd die je wel hebt. En morgen is er weer een nieuwe dag. Zij had eigenlijk nooit echt een doel in het leven en accepteerde alles wat kwam met het idee dat het wel ergens nodig voor zou zijn. Maar ze had wel een droom en die is uitgekomen. Vaak heeft zij zich afgevraagd hoe ze haar droom werkelijkheid kon maken. Uiteindelijk heeft ze het leven geaccepteerd hoe het kwam en dat bracht haar waar ze wilde zijn. Prachtige kinderen en kleinkinderen en wonen in vrijheid in de zon. Wat wil een mens nog meer. Haar advies: geniet van het leven want het is zo kort. Probeer goed te zijn voor je medemens en discrimineer niet. We zijn allemaal mensen met goede en slechte eigenschappen. En zoals ze in Afrika zeggen: “What goes around comes around and that is true”.    

Machteld
0 0

Oh My God

“Oh my god, ik ben mijn muntje vergeten.” “Dan haal je dat toch even, het is een minuut lopen.” “Oh, ja, wacht je dan even op mij?” “Ja, natuurlijk.” “Oh my god, hij is boos op mij.” “Hoezo?” “Nou, omdat ik niet binnen een minuut reageerde. Maar ik heb toch ook vakantie.” ”Ach, dan moet je gewoon de Wifi uitzetten, dan ziet hij niet dat zijn bericht is aangekomen.” “Oh ja, dat is wel verstandig.” “Maar ik snap het ergens wel hoor, jij zou andersom ook graag hebben dat hij reageerde.” “Ja zeg, ik ben toch echt wel op vakantie hoor.” “Oh my god, ik ben mijn badschuim en shampoo vergeten.” “Je mag die van mij wel lenen, ik schuif hem onder de deur door.” “Maar dan moeten we wel tegelijk douchen.” “Dat klopt, anders komen we niet uit.” “Mijn muntje doet het niet.” “Echt niet, dan moet je op die knop voor teruggave drukken.” “Oh ja, hij doet het.” “Mag ik jouw shampoo?” “Wat zeg je, ik versta je niet, ik ben een maskertje aan het opdoen.” “Oh my god, wat is die douche heet.” ” Hoe lang zou je kunnen douchen?” “Ik weet het niet, ik denk vijf minuten.” “Vijf minuten!!??” “Nou ja, misschien wel langer.” “Ik mag het toch hopen. Ik moet ook mijn benen nog scheren.” “Oh ja, vergeten, en ik wil ook een rokje aan.” “Mijn warm water is op!” “Dan wordt het scheren met koud water.” “Oh My God!” Er klonk gestommel en ik pakte snel mijn spullen in. Gelukkig was ik al klaar met de simpele bezigheden die ik had. Op mijn leeftijd neem je de maskertjes niet meer mee naar de camping. Die moeten tegenwoordig langer zitten dan de korte tijd die de douches me daar bieden. Maar ik zorgde dat ik op tijd weg was. Volgens mij is er voor een tienermeisje nl. niks zo gênant als een oud mens dat gierend van de lach jouw ernstige gesprekken staat te volgen.  

Machteld
0 0

Nieuwe vriendin

De vriendenkring is inmiddels weer uitgebreid. Naast Yana en Luna is nu ook Indy op de camping komen wonen. Wel een lastig ding hoor, in het begin. Ze had nog niet precies door dat hij de baas is. Nou, dat heeft hij haar dan toch maar even duidelijk gemaakt. Jonge honden dienen zich onderdanig te gedragen. Niet dat ze daar erg van is, maar het gaat nu toch wel beter. Gelukkig is het baasje van Indy een gezellige man. Altijd in voor spelen met de bal. En hij kijkt ook niet lelijk als er vuile poten op zijn broek komen. Hij snapt dat je er niks aan kunt doen als de bal in het water rolt en je die moet gaan halen. Dan krijg je vuile voeten, tja, niks aan te doen. Je hebt van die mensen die je dan met man en macht weren maar het baasje van Indy niet, die kijkt niet zo nauw. Die vond het ook niet erg dat hij Indy terecht wees. Hij gaf hem zelfs een compliment. Dat had hij wel eens anders meegemaakt. Als hij op de hondenclub een jonge hond terecht wijst, krijgt hij meestal op zijn donder. De baasjes van die honden kunnen dan ook zo angstig kijken. Net of hij hun honden iets aan doet. Tssss. Ze snappen niet dat het zo werkt in de hondenwereld. De instructeur wel gelukkig, die kijkt altijd maar zo een beetje meewarig en moet lachen. Maar Indy, nee, dat gaat prima. Lekker samen stoeien. Indy is tenminste ook niet zo’n flauwerik. Die gaat niet piepen als ze een keer ondersteboven gaat. Ze heeft nog wel een uithoudingsvermogen zeg. Dat moet hij wel toegeven. Zelf liep hij te hijgen als een stoomlocomotief en bij Indy zag je niks. Toen ze weg waren, was hij gauw op zijn kussen gekropen. Het baasje lachte hem uit, hij zag het wel. Die had het over bouw en ras, hij snapte er niet veel van. Gelukkig bedacht het vrouwtje dat hij wel een snoepje verdiend had. Geen idee waarvoor, maar dat was van minder belang. Snoepjes zijn snoepjes. Toch wel zalig zo, op de camping. Daar zijn de regels toch wat anders. Vooral als het mooi weer is. Hij heeft gemerkt dat hij niet zoveel op zijn kop krijgt als hij niet achter alle mensen aanloopt die naar het eilandje gaan. Had dat dan eerder gezegd, wist hij veel. Hij vond het wel grappig. Maar nu hij dat niet meer doet, laten ze hem lekker z’n gang gaan. Eigenlijk heeft hij het best goed voor elkaar. Hij heeft zijn baasje en zijn vrouwtje prima opgevoed. Ach, geven en nemen hè.  

Machteld
0 0

Fake news

Opa zei het vroeger al “je moet niet alles geloven dat in de krant staat, ver weg, dat liegt lekker.” Nu was hij van nature een zeer achterdochtig persoon, maar dan toch. En dan lag het er nog maar aan welke krant je las. Mijn ouders, modern maar wel katholiek, lazen de Volkskrant. Als kind had ik er geen erg in, maar het nieuws zal waarschijnlijk anders zijn gebracht dan in het NRC. Het was een ritueel. Vroeg in de ochtend viel de krant in de bus. Mijn vader stond altijd als eerste op en had dus het eerste recht op het dagblad. Nou had hij dat natuurlijk sowieso, hij was het hoofd van het gezin, dat was toen nog zo. Hij had niet heel veel tijd, de belangrijkste artikelen werden gescand. Dat was anders op zaterdag. Dan werd de krant helemaal uitgespeld. Het leverde stapels oud papier op maar het had wel wat. Tegenwoordig lezen we digitaal. Sites als Nu.nl bepalen het aanbod. En natuurlijk de sites van de reguliere kranten. Maar abonnementen daarop kosten geld terwijl Nu.nl gratis lijkt te zien. Dat is het niet, natuurlijk, je betaalt gewoon op een andere manier. Met je persoonlijke gegevens. Die vervolgens door Nu.nl worden verkocht aan andere partijen die dan een advertentie op je scherm plaatsen die speciaal voor jou is uitgezocht. Er zit een ingenieus systeem achter. Waar ook heel veel geld mee wordt verdiend. Nu.nl is overigens maar een voorbeeld. Het systeem van data-verkopen wordt door heel veel sites gebruikt. Je zoekt een keer naar ‘blauwe schoenen’ en de komende maand lijkt het wel of er geen andere kleur meer te koop is. Met of zonder hakken. Soms zie je ook berichten voorbij komen waarvan je denkt “nee, dat kan toch echt niet.” Vaak is het dan ook niet waar. BN-ers die adverteren voor allerlei dubieuze praktijken. Waarna blijkt dat hun foto onterecht is gebruikt en dat zij met de aanbieder helemaal niks te maken hebben. Een kwalijke zaak, want hoeveel naïeve mensen zouden er al ingetrapt zijn. “Als hij/zij het doet, dan zal het toch wel goed zijn?” Vroeger had je op vakantie de time-sharing verkopers. Mensen die daar mee in zee gingen, durfden thuis ook niet te vertellen dat het een grote oplichtersbende was. Zo werd het langer in stand gehouden dan strikt genomen nodig zou zijn geweest. Het is bijna onmogelijk het internet te gebruiken zonder een spoor na te laten. Maar ik denk dat het belangrijk is dat je je daar bewust van bent. Net als van het feit dat je gegevens worden gebruikt door heel veel partijen. En dat je in ieder geval kritisch blijft.

Machteld
0 0

Hygiëne

Ik kan met verbazing kijken naar Stef als hij bezig is met zijn dagelijkse hygiëne-ritueel. Met een lenigheid waar ik alleen maar jaloers op kan zijn, stopt hij zijn voet in zijn bek en begint grondig te poetsen. Het is alleen die lenigheid, overigens, waar ik jaloers op ben. Dat met die voet, dat sla ik toch maar liever over. Nauwgezet wordt alles afgelikt. Oei, jeuk in het oor. Zijn hele lijf schudt heen en weer als hij met zijn poot zo diep mogelijk in zijn oor probeert te komen. Hè, dat voelt beter. Hij bekijkt even zijn tenen en hup, daar gaan ze weer in zijn bek. Verder met schoonmaken. Daar moet ik als mens toch helemaal niet aan denken. En dan is Stef niet eens een lenige hond. Zijn gedrongen bouw beperkt hem toch ernstig in het aantal plaatsen dat hij kan bereiken. Soms is dat een voordeel. Toen hij nog wat jonger was, hebben wij hem laten castreren. We willen geen nakomelingen en Stef zou er rustiger van worden. Na de ingreep waarschuwde de dierenarts dat we moesten zorgen dat hij niet aan de wond kon likken. “Ach”, zei mijn maatje, “dat zal wel meevallen. Daar kan hij toch niet bij.” De dierenarts keek verbaasd, een hond die niet aan zijn eigen ballen kan likken, poeh. Niet dat hij niet zijn best doet, maar het lukt hem echt niet. Maar de delen die wel bereikbaar zijn, worden nauwkeurig gepoetst. Nou zijn honden natuurlijk over het algemeen wel viespeuken. Katten zijn veel netter wat dat betreft. Het boeit Stef ook niet of hij door de viezigheid moet lopen. Plassen zijn anders, daar krijgt hij koude voeten van, maar modder, dat is je ware. Vooral bermen met hoog gras en veel vuiligheid zijn heerlijk om in te grasduinen. Dan zie je hem lopen met een gelukzalige blik en een hoop onbestemde rommel om zijn bek. En dan hebben wij nog geluk. Er zijn ook honden die het heerlijk vinden in een weiland een koeienvlaai op te zoeken en er door te rollen. Of die ergens een kadaver vinden en dat gebruiken als een vreemd soort deodorant. Je wilt zo’n dier eigenlijk helemaal niet meer mee naar huis nemen, hoeveel je er ook van houdt. Het valt niet mee de lucht uit die vacht te krijgen. De dag erna hangt de geur van verrotting nog heel subtiel in huis. Het blijven bijzondere gewoontes maar ach, eigenlijk kun je er toch alleen maar jaloers op zijn. Het gestel van een hond is zoveel sterker dan dat van ons als mens. Als wij binnen zouden krijgen wat een hond soms opeet, dan waren we al lang met gillende sirenes en een darmkoliek naar het ziekenhuis gebracht. Dat is een ding dat zeker is.  

Machteld
0 0

Verbijsterd

Soms kom je mensen tegen die alles tegen lijken te hebben. Wat er maar fout kan gaan, gaat ook fout. Als buitenstaander heb je dan het idee dat ze het zelf veroorzaken maar is dat wel zo? Want je wilt toch niet dat al je relaties de mist in gaan. Maar je verdiept je niet in haar problemen, je hebt het te druk met andere zaken. Je ziet elkaar ook niet zo heel vaak dus het raakt meer en meer op de achtergrond. Ze krijgt een relatie, met een man die al een aantal kinderen heeft. De relatie gaat mis maar ze blijft moeder voor de kinderen. Samen met haar eigen kind probeert ze ze zo goed mogelijk op te voeden. Ze is alleen nog zo jong, zo onervaren. Fout op fout. Probleem op probleem. Ze wil zelf ook leven. Genieten. Maar ze kent geen grenzen. Dat heeft ze nooit geleerd. Dus ook daar loopt ze tegen zaken aan die ze niet kan oplossen. Ze verwaarloost zichzelf. Drank, drugs, de maatschappij keert zich tegen haar. Haar gezondheid laat haar uiteindelijk ook in de steek. Dan treft ze een goede man. Rustig, huisje, boompje, beestje. Ze krijgen samen een kind en even lijkt alles in rustiger vaarwater te komen. Maar het lukt niet, de onrust in haar lijf blijft haar achtervolgen. Ook die relatie loopt stuk. Het lukt haar weer niet. Het zorgen voor haar zoon valt niet mee. Weer vervalt ze in de oude fouten. Haar omgeving spreekt er schande van. Hoe kun je je kind zo verwaarlozen? Het doet haar verdriet, ze doet haar best maar het lukt gewoon niet. Iedere keer weer die valkuilen, ze mag toch zelf ook wel genieten. Mensen noemen haar een slechte moeder. Ze zoekt troost. Maar de mensen die zich haar vrienden noemen, bezorgen haar meer dan een slechte naam. Ze is niet meer welkom op de plaatsen waar ze eigenlijk rust zou moeten vinden. En het is niet eenvoudig andere vrienden te vinden. Ze zit vast in haar omgeving, zonder werk, zonder inkomen, zonder vooruitzichten op een betere toekomst. Ze berust en probeert op haar manier gelukkig te zijn. En dan, dan is het ineens voorbij. Haar omgeving blijft verbijsterd achter. Wat is er gebeurd? Heeft ze het zelf opgegeven? Hadden we het kunnen voorkomen? Hadden we meer kunnen doen? Helaas, we zullen het nooit weten.

Machteld
13 0

Gespreksonderwerp

We kennen het allemaal wel denk ik. Je zit samen met mensen en vallen er stiltes. Het valt niet mee om het gesprek gaande te houden en je denkt over allerlei mogelijke onderwerpen maar er komt niks. Er zijn zo weinig gezamenlijke gespreksonderwerpen dat je van armoe maar begint over het weer. “Jammer hè, van afgelopen weekend. Het was echt niks.” Er wordt instemmend geknikt en dat was het weer. Stilte. Sommige mensen zijn ook gewoon heel saai. Daar moet je de woorden uit trekken. Of ze zijn zo dodelijk verlegen dat ze zich niet voor kunnen stellen dat iemand anders interesse heeft in wat zij te vertellen hebben. Ik weet nog dat wij een kleine verbouwing aan ons huis lieten uitvoeren. De mannen die het werk kwamen uitvoeren waren keurig netjes, als ze naar huis gingen lag er geen kruimeltje troep. Niet in ons huis en niet in de tuin, waar ze ook bezig waren. Maar och, wat duurden de dagen lang. “Hoe laat drinken jullie koffie?” “Om 10.00 uur, maar dat hebben wij zelf bij ons.” “Lusten jullie tussen de middag soep?” Gelukkig, dat lustten ze wel. Ik kon gerust adem halen. Om 12.00 uur zette ik de pan soep op tafel en de mannen schepten op. En aten zwijgend. Daarna kwamen de boterhammen op tafel. Zwijgend. De vragen die ik stelde werden beantwoord met ja of nee. Uiteindelijk heb ik het opgegeven. Het kan ook heel anders. Pas geleden had ik eindelijk, na een paar jaar, een afspraak met een oud-collega. We hadden het al zo vaak geprobeerd maar iedere keer kwam er weer wat tussen. Soms serieuze zaken, soms deden we ook gewoon niet genoeg ons best. Maar, uiteindelijk, de datum werd vastgesteld en we beloofden elkaar dat er nu niks tussen zou komen. En dat gebeurde ook niet. We troffen elkaar in zijn kantoor en na nog geen minuut was het weer als vanouds. We bespraken de oude vertrouwde onderwerpen. Geliefden, kennissen, werk. Alles kwam weer aan bod. Samen gingen we uit eten en veroorzaakten we overlast voor de naast ons gezeten restaurantgasten. Ach, die mensen kenden we toch niet, en als ze last hadden van ons gelach, waren het eigenlijk maar chagrijnen, Het werd een gouden avond en aan het eind waren we weer helemaal bijgepraat. Wat stom dat we elkaar zo lang niet gezien hadden. We namen afscheid met een dikke zoen en de plechtige belofte nu zeker eerder af te spreken. Nu kan ik natuurlijk alleen voor mezelf spreken, maar ik denk echt dat we allebei die belofte gaan houden. En ik verheug me er al op.  

Machteld
0 0

Verhalen vertellen

Een collega-schrijver las mijn verhalen en vond dat er nog veel verhalen verteld moesten worden. Dat ik mijn vader wel beschreef maar hem geen recht deed. En eigenlijk had hij daarin gelijk. Ik heb nooit de beklemmende sfeer van de 70-er jaren beschreven. De tijd waarin de mensen zo modern waren. En tegelijk zo bekrompen. Vrije seks en macramé. Krakers en bruidjes van 17 jaar oud. Ik weet nog goed dat mijn vader mij naar een middelbare school stuurde die niet bekend stond vanwege het drugsgebruik van haar leerlingen. Maar dat betekende niet dat er geen drugs werd gebruikt. Integendeel. Onlangs vertelde een collega dat hij in zijn jeugd samen met zijn vader een Simca 1000 had opgeknapt. Met de bedoeling rally’s te gaan rijden.  Ik was gelijk weer een heel eind terug in de tijd. Mijn vader bracht ons met zijn Simca 1000 naar de kleuterschool. HIj haalde er mijn oom mee op, die in een klooster woonde, om te komen logeren. Wij mochten dan mee. Op de achterbank, geen hoofdsteunen, geen gordels. Skai bekleding, lekker zweten in de zomer. Daarna kocht mijn vader een Simca 1100. Ik weet nog dat ik dat als kind een hele grote auto vond. Als ik hem nu, sporadisch, nog eens tegenkom, denk ik, oei, wat een klein autootje. We reden ermee naar Frankrijk. Ik weet nog heel goed dat we op een gegeven moment vlakbij Lille stil vielen. Mijn vader stapte uit, deed de motorkap open en trok een technisch gezicht. Hij draaide aan wat zaken, klopte hier en daar eens op en sloot met een klik de kap. Zelfverzekerd stapte hij achter het stuur en draaide de sleutel om. Waarschijnlijk was de auto onder de indruk van deze houding want de motor sloeg aan. We konden weer verder. Toen had ik ontzag voor mijn vader. Hij was de man die ons veilig naar Frankrijk bracht. Die ‘s avonds toch mijn spoken wegjoeg. Pas veel later ben ik er achter gekomen dat mijn vader gewoon ook een man was met angsten en onzekerheden. Mijn vader was heel gelovig. Heel katholiek. Heel ouderwets, zelfs toen al. Hij had vier dochters en dat was ook een hele opgave. Want er kan heel wat gebeuren met vier dochters. Die kunnen tegen heel veel foute jongens aanlopen. Niet dat dat het geval was, welnee, maar mijn vader bekeek al onze vriendjes met argusogen. Ik heb wel eens gezegd “al was ik met iemand van koninklijke bloede thuis gekomen, mijn pa had er nog een vlekje aan kunnen vinden.” Achteraf vind ik het wel aandoenlijk. Toen niet, ik vond het mega irritant. En heb dat ook tegen hem verteld. De arme man. Ik heb zelf geen kinderen. Ik weet niet hoe het voelt als ze gaan uitvliegen. Ik weet alleen dat ik nu pas snap dat mijn vader eigenlijk op dat gebied een getergd man was. Misschien kan ik, door dit verhaal te vertellen, enigszins recht doen aan zijn onzekerheden.

Machteld
0 0

Peuter-influencer

Ik heb een nieuw begrip geleerd. Dat is op zich niet bijzonder, ik leer iedere dag bij. Maar dit is voor mij wel een openbaring. Ik wist nl. helemaal niet dat dit ooit zou kunnen bestaan. Waar heb ik het over, wel, over de peuterinfluencer. Wat zegt u, ja inderdaad, de peuterinfluencer. Kinderen van een paar jaar oud, die helemaal niet bezig zijn met Social Media. Zelf ook meestal nog niet kunnen lezen of schrijven. Hun foto’s gaan de hele wereld over. Alle peuters willen zijn zoals zij. Huh? Welnee, het is gewoon een gewiekste moeder die haar peuter schaamteloos uitbuit. En daar vreselijk veel geld aan verdient. Want het zal die kinderen waarschijnlijk een zorg zijn. Als ze maar lekker kunnen spelen. Dat vergelijken met elkaar komt pas later. Dan wordt het pas belangrijk om de juiste kleren te dragen en de juiste mensen te kennen. Ik vraag me wel af of de moeders hun commentaren eerst bepreken met die kleine eigenwijsjes. Hoe gaat dat gesprek dan aan de keukentafel. “Kijk, je hebt er weer 100 volgers bij.” En denkt zo’n kleintje dan “oh, maar dat is fijn, dan kan ik nog meer invloed uitoefenen op het modebewustzijn van de wereld.” Of komen de woorden eigenlijk niet eens binnen en wil de peuter het liefst gewoon lekker verder met spelen. De moeders denken dan waarschijnlijk “yes, meer advertenties, meer inkomen”. En hijsen hun kind in een nieuwe outfit om op weg te gaan naar de volgende foto-shoot. “En denk er om, wel lachen hoor.” Eigenlijk is het gewoon zielig. Je kind wordt gewoon een attribuut. Het is sowieso een vreemd fenomeen, influencers. Ik heb altijd geleerd dat je jezelf moet proberen te zijn. Uniek, tegendraads, je niet mee laten slepen door de massa. Of is dat allemaal pas later gekomen. Ik weet het niet meer. Ach, misschien zie ik het allemaal veel te serieus. En moet ik volgers op Instagram met een korreltje zout nemen. Hoewel het toch wel een miljoenenindustrie is geworden. Maar ook dat houden we met z’n allen zelf in stand. Nee, dan zie ik toch liever de verrichtingen van Influenza. Ik denk dat Paul de Leeuw er net zo over denkt als ik.    

Machteld
0 0

Online shoppen

Foutjes zijn makkelijk gemaakt. In het pre-digitale tijdperk was een komma verkeerd zetten nog handwerk, maar tegenwoordig is het zo gebeurd. Niet dat het toen niet gebeurde, ik zie nog het gezicht van mijn schoonmoeder voor me toen ze zich realiseerde dat haar man niet 10 maar 1000 euro had overgemaakt naar de Hartstichting. Doneren en helpen is mooi maar dit was toch overdreven. Pa keek er schuldbewust bij, hij had zich echt gewoon vergist. Gelukkig is de Hartstichting een eerlijke organisatie en zagen zij ook wel dat de maandelijkse donatie ook deze maand een nette 10 euro moest bedragen. Op mijn vraag waarom pa niet gewoon automatisch liet incasseren antwoordde hij “Nee, ik wil de baas zijn over mijn eigen rekening.” Ik beet op mijn lip om geen bijdehante opmerking te maken. Ma was minder tactvol, “ja, dat zien we, sufferd.” Tegenwoordig is alles met een muisklik te bestellen. Je zoekt een product, plaatst het in het winkelwagentje en klikt op bestellen. De radertjes gaan lopen en een paar dagen later staat de pakketdienst voor de deur. Dat gaat natuurlijk wel eens fout. Een gemeenteraadslid in Duitsland bestelde in plaats van 20 pakken 20 pallets toiletpapier voor het gemeentehuis. Gelukkig raakt dat niet over de datum, ze kunnen nog jaren vooruit. Of wat te denken van die werkgever die per ongeluk iedere werknemer 30.000 euro teveel salaris uitbetaalde. Verstandige werknemers lieten het geld ongemoeid maar er zijn natuurlijk ook altijd feestnummers die een buitenkansje ruiken. Of mensen met loonbeslag, die zijn gelijk van een groot deel van hun schulden af. Althans, zo lijkt het. Het lijkt me voor de loonadministrateur een heel beroerd moment. Allereerst het moment dat hij beseft dat hij een enorme fout heeft gemaakt. Was dat een seconde nadat hij op ‘send’ had gedrukt? Of had iemand hem er fijntjes op attent gemaakt. Had hij een telefoontje gekregen van een dankbare collega? Ik kan me voorstellen dat hij het even heel warm heeft gekregen. Ooit had ik een collega die door een fout  van de belastingdienst bijna een ton bijgeschreven kreeg. Hij besefte direct dat hij dat terug zou moeten betalen. Hij wist alleen niet wanneer. Dus opende hij een nieuwe spaarrekening, je kreeg toen nog rente, zette het geld apart en wachtte rustig af. Het duurde bijna een jaar voordat de belastingdienst de fout ontdekte. Van de rente is hij lekker met zijn vrouw uit eten gegaan. Ik moet zeggen, ik heb zelf nog nooit een meervoud van spullen besteld. Ik moet het afkloppen want ik ben nogal ongeduldig en redelijk ‘klikkerig’. Als ik denk dat het niet goed gaat, klik ik vrolijk verder tot het wel lukt. Ik weet het, daar moet je mee uitkijken. Voor hetzelfde geld staat er binnenkort een koerier voor de deur met 20 dozen varkensoren. Terwijl ik maar 20 oren heb willen bestellen. Ach, ik weet dat er één kleine man in ons huishouden dan heel dankbaar gaat zijn. Dat dan weer wel.

Machteld
0 0

Zo maken ze ze niet meer...

Mijn middelbare schooltijd speelde zich af eind jaren 70 en begin jaren 80. De tijd van punk, new wave maar ook van disco. Er was een duidelijke scheiding tussen de verschillende groepen. Hoewel, mijn klasgenoten en ik hingen verschillende stromingen aan. We gingen graag naar de disco maar echte adepten waren we niet. We zongen mee met Doe Maar en met Pat Benatar. Maar ook de meer alternatieve muziek kon onze waardering wegdragen. De punkbeweging had zo zijn bekoringen. Vandaar dat ik een paar weken geleden toch weer van mijn stuk werd gebracht. Mark Hollis is overleden. Wie? Veel mensen zegt het niks. Maar Mark Hollis was de zanger van Talk Talk. Een van de helden uit mijn jeugd. Wat heb ik die elpee grijs gedraaid. Ik weet niet eens of ik hem zelf gekocht had of gekregen van iemand. Het was wel mijn favoriet. Het bracht me gelijk weer jaren terug. Boeh, middelbare school. Onzekerheid, niet weten wat je moest, wat je wilde. Nog denken dat je de wereld kon verbeteren. Ik wil niet cynisch klinken hoor, want dat ben ik helemaal niet, maar van dat idee zijn we op een gegeven moment toch maar afgestapt. Ach, het overkomt volgens mij iedereen. Daar moet je ook niet te zwaar aan tillen. Maar die muziek, die is voor mij toch altijd wel gebleven. Zelfs mijn maatje werd enthousiast over mijn muziek. Die was van huis uit weer fan van heel andere muziek. Elvis, Roy Orbison, dat soort mannen. Ook mensen waar tegenwoordig de meesten hun neus ophalen. Ik leerde Elvis waarderen en hij werd fan van Alyson Moyet. Ook daar hoor je helaas niks meer van. Maar misschien is dat maar goed ook. Laatst kwam ik nog informatie tegen over Kim Wilde. Dat was in mijn tienertijd toch wel een droom van heel veel jongens. Inmiddels is ze een groot fan van de Keukenhof. Heel spannend. En wat te denken van Blondie. Debby Harry was natuurlijk de definitie van sexy. Totdat je foto’s opzoekt en ziet wat een ravage botox kan aanrichten. Nee, laten we de muziek uit de jaren 80 maar gewoon blijven koesteren. Helaas beginnen de helden van toen weg te vallen. Het heftige artiestenleven begint zijn tol te eisen. We horen het nieuws en zoeken de oude nummers nog eens op via Spotify. En dan kijken we elkaar aan, lachen om onze eigen oubolligheid, en zeggen “zo maken ze ze niet meer hè.”

Machteld
6 0

Rare jongens, die mensen.....

Mensen kunnen zich soms zo druk maken om overdreven zaken. Hij snapt er niks van. Wat maakt een beetje modder en zand nou uit. Laatst ook weer, ze waren naar de behendigheid club geweest. Superleuk is dat altijd. Dit keer was zelfs Noah er weer. Die had hij al lang niet meer gezien, niet meer sinds het vorige seizoen. Maar nu konden ze weer lekker naast elkaar staan, Bobby, Noah en hij. Ze waren toch wel de club-oudsten. Iedereen die erna nog bij kwam, werd even onderworpen aan een onderzoek. Laatst nog die Beagle, die hoorde er niet echt bij. Kwam ook niet meer. Niet dat ze een hekel aan hem hadden, helemaal niet, maar je moet wel een beetje mee kunnen doen. Maar goed, de behendigheid club dus. Het was overdag niet zo heel mooi geweest dus het veld was behoorlijk nat. Meestal ook wel lachen hoor. Het vrouwtje is niet zo heel handig dus die kan nog wel eens uitglijden. Maar eigenlijk ging dat deze keer heel goed. Ze was voorzichtig. Hij niet, hij nam de hindernissen in volle vaart. Het waaide wel hard, de wip bleef niet eens staan zoals hij moest. Ach, dan maar wat sneller springen. Het vrouwtje had moeite hem bij te houden. Soms moest hij zelfs even wachten tot ze kwam. Dan bleef hij even voor het witte vlak wachten. Ze wilde dat hij daar ook overheen liep. Daar had ze zelfs een snoepje voor over. Makkelijk scoren hoor, even blijven staan, snoepje eten, paar stapjes op het witte vlak en dan hup, eraf springen. Meestal wist hij zelf wel welke hindernissen er na kwamen. Na een uurtje rennen was de les voorbij en liep hij met het vrouwtje weer naar huis. Nog even lekker door de plassen en de bermen. Er was een tijd geleden gemaaid en niet alles was opgeruimd. Wat daar allemaal onder zit, heerlijk. Daar kun je uren in snuffelen. Nu was daar geen tijd voor natuurlijk. Ze moesten naar huis en hij had onderhand ook wel honger. Voor ze naar de club gingen, kreeg hij nooit eten. Gelukkig stond het eten wel klaar als hij binnenkwam. Maar voor hij dan naar binnen kon, dat duurde toch altijd zo lang. Zeker in de winter. Jas uit, schoenen uit. En dat moest allemaal in de garage omdat het anders binnen vies wordt. Tsss. En hij maar wachten. Hij stond heen en weer te springen tot het vrouwtje eindelijk zijn tuig af deed. Gelukkig vergat ze hem schoon te maken met die grote handdoek die daar altijd voor klaar hing. Dat was een foutje, dat wist hij wel, maar toch. Eerst eten! Na het eten sprong hij gezellig bij het baasje op schoot. Oei, dat was een vergissing. “Je bent vergeten Stef schoon te maken!” Het vrouwtje schrok er een beetje van, hij zag het. “Wat suf, dat ben ik inderdaad vergeten.” En ja hoor, daar gingen ze weer, hij moest mee naar de garage om schoon geschrobd te worden. Wat een onzin toch steeds, dat schoonmaken. Wat maakte dat zand nou uit. Nog een geluk dat het baasje met hem mee ging. Je zou het niet geloven maar die was een stuk minder hardhandig dan het vrouwtje. Mensen, ze zijn heel lief hoor, maar ze maken zich druk om de vreemdste dingen. Hij zal ze nooit begrijpen.  

Machteld
0 0

(Gebrek aan) respect

Of er nu een aanslag wordt gepleegd, een vreselijke ramp gebeurt of door wat voor oorzaak dan ook mensen om het leven komen, het is een respectvol gebaar om dan het normale leven heel even op een lager pitje te zetten. Sommige zaken kunnen best even wachten, een concert kan uitgesteld worden, een staking kan ook volgende week. Ook de vlaggen halfstok hangen, al is het alleen bij overheidsgebouwen, is ook een mooi teken. Toch lijkt het erop dat onze maatschappij dermate hard is geworden dat sommige mensen het nodig vinden om de noodzaak van stilstaan in twijfel te trekken. Natuurlijk, je kunt niet “voor elke mafkees de vlag halfstok hangen”. Maar een kleine blijk van medeleven voor de nabestaanden, hoe moeilijk is dat. Zijn wij dan zo vreselijk gewend geraakt aan aanslagen en het vallen van slachtoffers dat we onze schouders ophalen en gewoon doorgaan? Ik mag toch hopen van niet. En natuurlijk, ik hoor onze premier zijn blijk van medeleven uitspreken. Voor de zoveelste keer. Ik zie weer het bericht dat de koning laat publiceren. Dezelfde woorden die een verlies absoluut niet goed kunnen maken. Maar moet je dan maar niks doen? Is het voor de nabestaanden toch niet een klein beetje troost dat er mensen zijn die meeleven. Die in hun hart gelukkig zijn dat het niet hun geliefden betreft maar die er bij stilstaan dat dat zomaar wel had kunnen zijn. En dat zij dan de rouwenden waren. Laten we daarom respect blijven tonen. Aan slachtoffers, nabestaanden, vrienden en bekenden. In de hoop dat zij dat ook voor ons doen als het ons overkomt.    

Machteld
0 1

Politiek

Vroeger was politiek een ernstiger zaak dan tegenwoordig. Politiek werd bedreven door bezadigde oude mannen, in een driedelig kostuum. Zij droegen een lorgnet en een deftig horloge op hun buik. Uiteraard rookten zij ook gezamenlijk een sigaar. Zij bespraken wat goed was voor de mensen in het land (en voor zichzelf) en handelden daar naar. Den gewoone mensch hoefde zich hier niet mee te bemoeien, die hadden daar toch geen verstand van. Politiek speelde zich ook veelal af in besloten kring, ver van alle arbeiders die na een zware werkweek weinig puf hadden zich nog te verdiepen in complexe zaken. Tenslotte moesten zij op zondag al de preek van de pastoor c.q. dominee ondergaan. Dat was al complex genoeg. Ik kijk graag naar die oude foto’s. Ik zou ook wel graag een keer daar vlieg hebben willen zijn. Zomaar even vanaf het plafond luisteren naar het zelfgenoegzame georeer van zichzelf teveel respecterende deftige mannen. Gelukkig kwam er toch een ommekeer. Het viel niet mee maar mensen als de socialisten brachten een ander geluid. Je kunt het er mee eens zijn of niet, daar geef ik geen mening over, maar je kunt niet ontkennen dat er toch iets gebeurde. Langzamerhand veranderde het politieke toneel in wat we nu kennen en zien. De politici bleken toch ook normale mensen van vlees en bloed te zijn. Met een gezin en alle problemen die normale mensen ook kennen. Politici laten zich ook graag voorstaan op het feit dat zij ‘gewoon’ zijn. Dat valt tegenwoordig goed bij de kiezer. Mensen willen zich kunnen identificeren met diegenen die hen vertegenwoordigen. De tijden van “hou jij ze dom dan hou ik ze arm” zijn gelukkig wel voorbij. Natuurlijk vliegt de politiek ook wel eens uit de bocht. Want waarom houdt een man die zichzelf de redder vindt van de ‘gewone’ Nederlander en dit land voor de Nederlanders wil behouden, dan zijn eerste speech in de Kamer in het Latijn. Heeft hij heimwee naar de sigarenrook en zakhorloges? En waarom worden er soms toch zoveel interessante woorden gebruikt. Het gebruik van moeilijke woorden is vaak een teken van onzekerheid. En dat zou toch niet moeten hoeven. Het zal toch geen poging zijn om toch een beetje boven de simpele mensheid uit te stijgen? Misschien zouden mensen zich toch meer interesseren voor politiek als er meer gewone taal werd gesproken. Niet teveel oreren, gewoon benoemen hoe het heet. Natuurlijk mag dat vanuit de eigen overtuiging, daar is niets mis mee. Want één ding is toch wel hetzelfde gebleven. Ze zijn er nog steeds van overtuigd dat ze het het beste voor hebben met mensen van dit land

Machteld
0 0

Dialect

Ik ben geboren in Tilburg, diep in het Brabantse land. Het land van de zachte g. Dat hoor je aan mij. En dat vind ik niet erg. Ergens vind ik het wel charmant, die zachte spraak. Maar het echte Tilburgs, dat vind ik een heel ander verhaal. En dan is er nog een groot verschil tussen het Tilburgs “van vroeger”, het dialect dat mijn vader zo graag met zijn broer sprak, en het Tilburgs “van nu”. Want daar loopt het kippenvel me van over de rug. Brrr. Het oude dialect, daar kan ik van genieten. De Prent van de Week, die iedere week in het Nieuwsblad werd gepubliceerd. Met droge humor en het op scherp zetten van de verhoudingen onderling. Ik heb alle bundels van mijn moeder gekregen en ben er erg zuinig op. Dat dialect had nog een zweem van romantiek om zich heen. Een besloten gemeenschap van mensen de in de textielindustrie hun geld verdienden. Met mooie gezegden en uitdrukkingen. Veel woorden komen uit het Frans, souvenir uit de tijd van de Franse bezetting. Een verkèt is nog altijd een vrije vertaling van een fourchette. Er zijn ook nog altijd mensen die geïnteresseerd zijn in die oude woorden. Zij organiseren een Tilburgs dictee, waarbij ieder naar hartenlust los kan gaan op ouderwetse uitdrukkingen. Al die mooie oude woorden, ik luister er graag naar. Het doet me ook altijd denken aan mijn vader die met zoveel humor die uitdrukkingen gebruikte. Hij sprak keurig ABN, als onderwijzer werd ook niet anders van hem verwacht, maar in zijn vrije tijd mocht hij graag anders uit de hoek komen. Toch ben ik wel blij dat wij opgevoed zijn in het ABN. Hoewel het een beetje ver gaat om zelfs het woord ‘houdoe’ uit te bannen. Ik gebruik het nog steeds niet, ik vind het onecht klinken als ik het zeg. Mijn maatje heeft me er hartelijk om uitgelachen. Maar als ik nu ergens het moderne Tilburgs hoor, lopen de kriebels over mijn ruggengraat. En het gebeurt ook altijd zo onverwacht. Of nu Roy Donders failliet is gegaan en zijn comeback staat te promoten. Of dat de mensen die in aanraking zijn gekomen met Chrome6 op televisie vertellen dat zij het niet eens zijn met de geboden schadevergoeding. Met die laatste groep heb ik zeker compassie hoor, het zal je toch maar overkomen. Dat je bijna verplicht wordt iets te gaan doen om je uitkering te behouden, en dat dan later blijkt dat je daar toch wel ernstig ziek van kunt worden. Ik begrijp dat mensen hun zegje willen doen. Maar moet dat dan in dat verschrikkelijk ordinaire taaltje?

Machteld
0 0

Lekker door de modder

Het baasje houdt niet van regen. Omdat het dan overal zo’n blubber wordt. Zelf houdt hij ook niet van regen maar dat is meer omdat je er zelf nat van wordt. Blubber is geen probleem. Hij sjeest het liefst door plassen. Vorige week nog is hij met het baasje en diens vriend heerlijk op pad geweest. Lekker rennen door de bossen. Waar je wel voor uit moet kijken, zijn die mooie lichtgroene vlakken. Spiegelglad zijn ze. Tenminste, dat lijken ze. Hij weet nog goed dat hij eens heeft geprobeerd over dat vlak te lopen. Dat was een behoorlijke vergissing. Hij zakte er direct doorheen. En wat nog veel erger was, hij kon er niet meer uit. Er zat van die vreselijke plakmodder onder. Hij werd er helemaal ingezogen. Even dacht hij dat hij kopje onder zou gaan maar dat viel gelukkig mee. Als hij zijn kop goed omhoog hield, kon hij net boven de modder uitkijken. En nu maar hopen dat het baasje hem snel zou zien. Hij hoorde het vrouwtje al roepen “Stef, waar ben je?” Even later zag hij het baasje en vrouwtje boven zich. Allebei een beetje geschrokken maar ook moeite hebben om niet in lachen uit te barsten. “Kijk nou toch,” zei het vrouwtje, “moet je die oogjes zien, alleen het wit valt nog op.” Hij dacht nog, “nou, haal me hier nou eerst eens uit.” Gelukkig pakte het baasje zijn tuig en trok hem naar boven. Pieuw, hij stonk echt! Wat een viezigheid, het zat tot in zijn oren. Het vrouwtje stond hem gewoon uit te lachen, fraai was dat. En ze waren ook nog niet thuis, dat duurde nog wel even. Ze liepen gewoon de ronde uit en de modder op zijn lijf ging uitdrogen. En breken. Maar goed dat ze geen bekenden tegenkwamen, hij zag er volgens hem niet uit. Straks thuis zou hij het wel op zijn gemak schoonmaken. Helaas hadden het baasje en het vrouwtje andere plannen. Hij werd stevig vastgehouden en schoongespoeld met de tuinslang. Nog een geluk dat er warm water is in de garage. Wringen hielp niet, het baasje liet niet los. En toen hij schoon was, was het vrouwtje nog niet tevreden. “Hij stinkt nog steeds, hij komt zo niet binnen hoor.” En toen kwam het allerergste, hij moest in bad. Vreselijk. Een paar plekken in het huis moet je te allen tijde zien te mijden en de badkamer is er daar één van. Maar ook hier hielp geen moedertje lief aan. En wat nog het ergste was, het vrouwtje maakte nog een foto van hem ook. Er zou toch ook een vertrouwenspersoon voor honden moeten zijn. Hij had er wel van geleerd. Lekker raggen door modder en plassen is prima. Als hij maar wegblijft van sloten. Die plekken zijn slecht voor je imago.

Machteld
0 0

Selfie

Met de komst van de smartphone is ook een heel bijzonder fenomeen ontstaan. Een fenomeen waar het nut er van volledig aan mij voorbij gaat. De selfie. Mensen die zich in allerlei bochten wringen om een foto van zichzelf te maken met een bijzondere achtergrond. Omdat de armen van een mens maar een beperkte lengte hebben, zijn de portretten over het algemeen niet om aan te zien. Wallen, rimpels, onderkinnen, het komt allemaal prominent in beeld. De hoek van waaruit de meeste foto’s worden genomen is zo slecht dat als de foto door een ander was genomen, je desnoods een rechtszaak had aangespannen om publicatie te voorkomen. <!-- /wp:paragraph --><!-- wp:paragraph --> Natuurlijk gaat het om de omgeving, de situatie. En daarvoor gaan we ver. Een zeehond die even ligt te rusten op het strand wordt onder het mom van “misschien mankeert hij wel wat” belaagd door wandelaars die hun kans schoon zien. “Leuk Piet, ga er eens naast staan.” Een meer heldhaftige wandelaar waagt het de arme zeehond aan te raken. Het dier raakt meer en meer gestrest en, jawel, haalt uit naar de fotograaf. En ik denk “goed van je”. Want niet de gebeten fotograaf is het slachtoffer, dat is de zeehond die er helemaal niks van snapt. De dierenbescherming kan waarschuwen wat ze wil, wij Nederlanders weten het toch altijd beter. <!-- /wp:paragraph --><!-- wp:paragraph --> Natuurlijk is dit niet alleen een Nederlandse kwaal, het komt overal voor. Zo las ik dat in Tasmanië de bewoners van Maria Island een eed hebben afgelegd om wombats te beschermen. Toeristen belagen deze knaagdiertjes met hun zachte pels met hun selfiestick. En met welk doel? Ze bereiken er alleen maar mee dat de jongen van deze dieren door hun stress zichzelf verwonden of erger. En als er dan een keer een dier is dat zijn kans schoon ziet en zichzelf beschermt, dan is het huis te klein. Alles voor de social media. <!-- /wp:paragraph --><!-- wp:paragraph --> Waar ik dan wel weer om kan lachen, is het nieuws over een vrouw die met een geladen vuurwapen poseert voor haar vriend en hem per ongeluk doodschiet. Ik weet het, het is heel tragisch, maar hoe dom kun je zijn. Uiteraard gebeurde dat in de Verenigde Staten, het land waar je in de supermarkt een geweer koopt en je revolver bewaart in het nachtkastje. Waarschijnlijk was het zijn wapen en vond zij het wel spannend om het ding vast te houden. Koel staal, gevaarlijk, dodelijk, supersexy. “Uitkijken hoor, hij is geladen, niet je vinger aan de trekker.” De vrouw in kwestie staat te stuntelen, want een wapen is zwaarder dan je in eerste instantie denkt. “Oeh, dat valt toch nog best tegen”, ze probeert zwoel te kijken en oeps, er klinkt een knal. Op zich ook raar, want ook de trekkerdruk is veel zwaarder dan je zou verwachten. Misschien was het een excuus, wie zal het zeggen. <!-- /wp:paragraph --><!-- wp:paragraph --> Een selfie, het internet is er van vergeven. En dat geeft niet, dat moeten mensen vooral zelf weten. Maar jongens, neem jezelf toch alsjeblieft niet zo serieus. Zelfs de zelfportretten van Vincent van Gogh misten een onderdeel.

Machteld
0 0

Samen boodschappen doen

Ik stond in de supermarkt in de rij voor de kassa. Vrijdagmiddag, mijn laatste adres dus ik had de tijd. Voor me stond een echtpaar waarvan de man waarschijnlijk niet goed had opgelet tijdens de lange tocht door de gangen met artikelen. Bij alles wat de vrouw uit het karretje haalde en op de band deponeerde, had hij commentaar. Hij pakte zelfs spullen in zijn hand om ze aan alle kanten te bekijken. <!-- /wp:paragraph --><!-- wp:paragraph --> “Waarom moet je twee bosjes bloemen hebben?” <!-- /wp:paragraph --><!-- wp:paragraph --> “Deze zijn in de reclame.” <!-- /wp:paragraph --><!-- wp:paragraph --> De caissière voelde even de noodzaak om in te grijpen. “De tulpen zijn in de reclame mevrouw, niet deze rozen.” <!-- /wp:paragraph --><!-- wp:paragraph --> De man sloeg zijn ogen te hemel en zuchtte. Even weifelde de vrouw maar dan legde ze de bloemen toch op de band. “Zo”, leek ze te denken. Ik keek en genoot. <!-- /wp:paragraph --><!-- wp:paragraph --> De rij achter me groeide gestaag maar het kon mij niet schelen. Ik amuseerde me en keek verwachtingsvol naar de komende ontwikkelingen. <!-- /wp:paragraph --><!-- wp:paragraph --> “Hebben wij altijd dit merk koffie?” <!-- /wp:paragraph --><!-- wp:paragraph --> “Ja, en leg nou maar in het karretje.” <!-- /wp:paragraph --><!-- wp:paragraph --> De vrouw leek toch een beetje ongelukkig te worden. Haar bewegingen werden langzamerhand vinniger. De caissière werkte door en de man moest aanpoten om alles bij te houden. En toen gebeurde het onvermijdelijke, de man liet wat vallen. Een doosje met 12 eieren kletste tegen de grond, tussen de wieltjes van het boodschappenkarretje en de stevige ouderwetse schoenen van de man. Het eigeel spatte alle kanten uit en veranderde de keurige broekspijpen van de geschrokken man tot een plakkerige smeerboel. <!-- /wp:paragraph --><!-- wp:paragraph --> Even was het alsof de hele supermarkt zijn adem inhield. De caissière hield een doosje doodstil boven de scanner. De mensen achter me in de rij stopten even met ongeduldig zijn. De man keek naar zijn schoenen, naar zijn vrouw en weer naar zijn schoenen. De vrouw stond roerloos. Gelukkig kwam het praktische meisje achter de kassa toen direct in actie. “Schoonmaakploeg, kassa 5 alsjeblieft”. <!-- /wp:paragraph --><!-- wp:paragraph --> Ik denk dat de man te overdonderd was om iets te zeggen. Of hij schaamde zich zo dat hij daarom zijn mond dicht hield. Toen de meeste troep was opgeruimd vertrok hij met zijn vrouw richting uitgang. Ik zag hen ruziën. Ik grijnsde maar eens naar de caissière, “ze hebben nog steeds ruzie.” “Ach”, zei het meisje, “dat is iedere week zo, ik ben er aan gewend.” <!-- /wp:paragraph --><!-- wp:paragraph --> Als ik die vrouw was, ging ik volgende keer alleen. Of naar een supermarkt met een zelfscan-systeem. <!-- /wp:paragraph --><!-- wp:paragraph -->  

Machteld
0 0

Er bij horen

Een aantal jaren geleden heeft in China een, inmiddels volwassen, man zijn nier verkocht om met het geld dat hij daar voor kreeg een iPhone en iPad te kopen. Uiteraard zonder hier zijn ouders van op de hoogte te brengen. Wat zullen die arme mensen geschrokken zijn. De jongen wilde graag aan zijn klasgenoten bewijzen dat hij een coole gast was. Gelukkig zijn de mensen die dit mogelijk maakten opgespoord en veroordeeld. Het bericht kwam onlangs weer in het nieuws omdat de man nu lijdt aan nierfalen. Hij is inmiddels aan bed gekluisterd. Wel in het bezit van een iPad om dit wat draaglijker te maken. Dat dan weer wel. Hoe dom kan iemand zijn.Of is het niet alleen dom? Is de druk om er bij te horen zo groot dat je er zelfs dat soort drastische en onherroepelijke maatregelen voor neemt? Er zijn zelfs sites voor jongeren die je vertellen hoe je hier mee omgaat. Dat je jezelf moet blijven en geen dingen moet doen die je echt niet wilt. Wat voor mij wil zeggen dat dat dus wel gebeurt. Dat mensen zich laten leiden door wat de groep wil. En daardoor buiten hun eigen comfortzone stappen. Zelfs crimineel gedrag gaan vertonen, alleen maar om indruk te maken.Als kind wilde ik er ook graag bij horen. Welk kind wil dat nu niet. In de laatste klassen van de lagere school vormde zich al een groepje populaire meisjes. Ze droegen hippe kleren en mochten bij de kapper om meer vragen dan alleen puntjes er af. Hun moeders begrepen dat het heel belangrijk is om goede schoenen te dragen, maar dat die schoenen in de ogen van meisjes wel heel erg stom zijn. Mijn moeder was toch meer van het individualisme, geloof ik. Ze vond het ook niet zo belangrijk dat haar dochters ‘er bij hoorden’. Ik ben echt wel eens uitgelachen. Nu weet ik dat die meisjes mij niet veel zouden kunnen brengen maar toen voelde dat toch anders.In de eerste klassen van de middelbare school was het al niet veel anders. Meisjes zijn veel geslepener dan jongens. Jongens schelden of vechten en dan is het klaar. Meisjes stoken en zijn achterbaks. Ik mag dat zeggen, ik ben ook een meisje. Smoezen en dan stil houden als jij binnen komt. Steelse blikken, stiekem lachen. Ik heb het allemaal gezien. En waarom? Alleen maar omdat je misschien niet precies volgens de laatste mode gekleed was. Gelukkig heb ik er niks aan overgehouden. Ik hoefde niet naar een praatgroep. Hulpsites via internet bestonden sowieso nog niet dus ik klaarde het in mijn eentje. Zoals zoveel meisjes in die tijd. Want een groepje populairen kan alleen maar bestaan bij de gratie van de ‘gewone kinderen’. Ik weet niet of de groepsdruk in deze tijd groter is dan toen ik puber was. Ik weet niet of er toen meer gepest werd dan nu. Ik ben nooit gepest, gelukkig. En ik heb gelukkig nooit lichaamsdelen verkocht. Misschien ook wel omdat toen nog niemand van Steve Jobs en zijn iPhone had gehoord. En de Commodore 64, ach, die was toch een stuk minder sexy.

Machteld
0 0

Herhalingen

De term “Luister- en kijkgeld” wordt al lang niet meer gebezigd. Mijn ouders betaalden het, mijn maatje en ik ook, tot het in het jaar 2000 werd afgeschaft. Toch is het een uitdrukking geworden. Hoe vaak we niet tegen elkaar zeggen “daar betalen we dan kijk- en luistergeld voor”. Televisie is het feest van de herhalingen. Althans, dat willen de producenten ons wijs maken. En dit geldt niet alleen voor de publieke omroep. De commerciële omroepen zijn helemaal koning “We zenden het nog maar een keer uit”. Als je iets mist, is er geen man overboord. Je kijkt gewoon morgen, of overmorgen, of de dag er na. En anders is er altijd nog Uitzending Gemist.Soms is het ook wel een leuk hoor. Tijdens de kerstdagen hoefden we pas laat de deur uit. En RTL Crime zond twee dagen onafgebroken Baantjer uit. Heerlijk, wat een knullige serie als je het nu bekijkt. En de herkenning soms. “Oh, dat is die acteur, die is veranderd.” Maar dat is dan ook eigenlijk het enige.En de programma’s die niet herhaald worden, zijn gewoon het bekijken niet waard. Temptation Island, wat een verschrikking. En dan heb je ook nog de VIPS-editie. Waar volgens mij VIP staat voor Very Irritating Person. Want de meeste deelnemers ken ik niet eens. Zo vreselijk Important zullen ze dus ook wel niet zijn. Ook het format van de hulpprogramma’s wordt volledig uitgemolken. Heb je een bouwval als huis? Vind je dat je geld tegoed hebt van je familie? Bel RTL en zij lossen het op. En als je dan in je familie helemaal oorlog hebt, kun je altijd nog bij Bert van Leeuwen aankloppen. Gezamenlijk eten heelt alle wonden.Je vraagt je wel af hoe wanhopig je moet zijn om aan dergelijke programma’s mee te willen doen. Of is het alleen maar mediageil. Iets is er toch aan de hand. Want de week erna moet je toch weer naar de supermarkt. Daar sta je dan met je pak toiletpapier. “Spaart u zegeltjes?”Gelukkig zijn er ook de echte hulpprogramma’s. Lieke van Lexmond die met haar perfect gestylde haar en make-up tegen iemand met een serieus probleem staat te vertellen dat schoonheid aan de binnenkant zit. Huhuh. Lieke is geen domme meid, helemaal niet, maar als ze geleken had op de zus van Eucalypta, hadden ze haar hoogstwaarschijnlijk niet voor dit programma gevraagd. Nu helpt ze zelfs hele families. “Zit die grote haakneus in de familie? Geen probleem, dan gaat toch gewoon iedereen onder het mes.” Lang leve plastisch chirurgie. Wel in een particulier instituut hoor, daar heb je als producent tenminste niet zo’n last van regeltjes.Ach, over een paar jaar kijkt er niemand meer naar die ouderwetse televisie. Netflix en Videoland voor onze films en series, nieuws-apps om op de hoogte te blijven van wat er gebeurt in de wereld. Een hele serie B-acteurs en -presentatoren beschikbaar op de arbeidsmarkt. En ik ben bang dat we het dan toch gaan missen. Die avonden “dat er weer helemaal niks op tv is.”

Machteld
0 0

Diavoorstelling

<!-- wp:paragraph --> Bij het opruimen van mijn zolder kom ik ze weer tegen. Twee grote tassen met dia’s, verhuisd naar een uithoek van de rommel verzameling. Ik veeg het stof er af en rits een van de tassen open. Dat valt nog niet mee, het materiaal wordt er in de loop van de jaren niet soepeler op. De rits is uitgedroogd en het nylon begint sporen van slijtage te vertonen. Terwijl de tassen toch niet veel gebruikt worden. Ik haal een cassette uit de tas, hoeveel dia’s zullen er in zitten. Mijn vader was heel gestructureerd maar door de jaren heen zijn de dia’s door elkaar geraakt. Afbeeldingen van mij en mijn zussen worden afgewisseld met plaatjes van de Franse kastelen die hij samen met zijn broer bezocht in de zomer. Ik kom de turquoise Simca 1000 weer tegen met mijn oom er naast. Goh, hoe lang zou dat al wel geleden zijn. <!-- /wp:paragraph --> Na iedere vakantie werd er een avondje gepland. Mijn vader haalde de projector en het scherm van boven en er werd een klein bioscoopje ingericht. Mijn moeder en oom op een stoel, mijn zussen en ik voor hen op de grond. Ik voel nog precies de rand van het kleed onder mijn billen. Eigenlijk kon je beter op de parketvloer gaan zitten, dat was in ieder geval gladder. Maar dan kreeg je weer een koude kont. Papa stond naast de projector, heer en meester van de presentatie. Ik hoor nog het zoemen en het klikken van de cassette die mechanisch vooruit werd geduwd. Om de zoveel dia’s zat er natuurlijk weer een op zijn kop. Mopperend kwam de voorstelling tot stilstand en werd de dia rechtop gezet. Waarna we weer ondergedompeld werden in de Franse historie. <!-- /wp:paragraph --> Ik heb me al zo vaak voorgenomen om ze te gaan digitaliseren. Ik heb ook al gekeken wat het kost om dat te laten doen. Maar daar schrik je van. Het bedrag per dia is niet hoog maar als je bedenkt dat ik er een paar honderd heb liggen, dan denk je toch nog wel eens na. Vooral als je er waarschijnlijk naderhand nooit meer naar gaat kijken. Net als naar al die andere foto’s die ik op een harddrive heb staan. <!-- /wp:paragraph --> Eigenlijk jammer, de dia-avonden van mijn vader waren hilarisch. Vooral de keren dat een van zijn dochters net een nieuw vriendje had en hij met veel vertoon een avond organiseerde. Mijn zussen en ik zaten met samengeknepen tenen terwijl mijn vader de ene na de andere gênante afbeelding op het scherm toverde. Hij genoot. En als het vriendje na deze avond nog steeds met zijn dochter wilde zijn, dan zat het wel goed. <!-- /wp:paragraph -->

Machteld
0 0

We gaan weer naar school

<!-- wp:paragraph --> Het was toch weer een rare gewaarwording. Een schoolgebouw waar je nog nooit bent geweest. Altijd weer even zoeken. De les begint om 18.00 uur, dus om 17.30 uur staan soep en broodjes klaar. Dat scheelt, ik kan gewoon mijn neus volgen. Een klein lokaal met kleine tafels. De docent belooft ons dat we vanaf volgende keer een groter lokaal hebben. Nu paste het niet helemaal in de planning. <!-- /wp:paragraph --> <!-- wp:paragraph --> Ach, het maakt niks uit. Ik schenk soep in een grote kartonnen kop en leg een broodje op een papieren bordje. En schuif aan naast een van mijn medestudenten. Heerlijk, die knulligheid van onderwijs. Het duurt al meer dan een kwartier om iedereen toegang te geven tot het wifi-netwerk. Je moet een halve IT-er zijn om alle instellingen goed te krijgen. Alsof je toegang zoekt tot het Pentagon. Uiteindelijk lukt het en kan iedereen inloggen op de Leeromgeving. <!-- /wp:paragraph --> <!-- wp:paragraph --> De docent is een professional, hij heeft zijn presentaties goed ingericht. Natuurlijk is zo’n eerste avond altijd nog een beetje kennismaken. Het programma wordt doorgenomen, de opdrachten worden besproken. Eigenlijk vliegt de avond om. <!-- /wp:paragraph --> <!-- wp:paragraph --> Niet dat het geen uitdaging is, het programma is vol en strak gepland. Maar wel met onderwerpen die mijn interesse volledig hebben. Leren leren, mijn vader zou trots op me zijn. Daar denk ik af en toe nog wel eens aan. Wat zou hij al die nieuwe ontwikkelingen leuk gevonden hebben. Ik denk dat we vast wel een keer samen achter de computer gekropen zouden zijn om te zien hoe zo’n e-learning module nou precies in elkaar zit. Tenslotte was onderwijs zijn passie. Hij stond altijd open voor nieuwe ontwikkelingen en probeerde zijn eigen lesmateriaal af te stemmen op de individuele leerling. <!-- /wp:paragraph --> <!-- wp:paragraph --> De eerste avond is een feit, we zijn van start. Om kwart over tien sta ik weer buiten. Als ik naar mijn auto loop, kijk ik nog even om. Het komende jaar zal ik hier regelmatig binnen gaan. Ik kan me er alleen maar op verheugen. <!-- /wp:paragraph -->

Machteld
0 0

Vissers

Het huis waar mijn maatje en ik wonen heeft uitzicht op een klein jachthaventje. Heel gezellig, in de zomer altijd bedrijvigheid, in de winter zeker bij sneeuw een idyllisch gezicht. In die winter, zodra het wat kouder wordt, manifesteert zich ook een bijzonder fenomeen. Ik ga ‘s ochtends op tijd naar mijn werk. Jas aan, sjaal om, handschoenen aan, inwendig mopperend op de kou en het feit dat het nog donker is. De auto is nog koud en sputtert wat als ik het smalle straatje uit stuur. Maar langs de havenkant is het dan al druk. Mannen hebben een stoeltje neergezet, visspullen uitgestald en zitten al geconcentreerd naar het topje van hun hengel te turen. De winter is de tijd dat de vissen zich terugtrekken uit de rivieren en de Biesbosch en een warmere plek opzoeken. Ons kleine haventje wordt een waar walhalla voor snoeken, baarzen en ander klein grut. En die reputatie wordt meer en meer bekend. Het begon met een enkele eenzame visser maar inmiddels is het druk. Als ik ‘s avonds terugkom, mopperend op de kou en het feit dat het alweer donker is, zitten diezelfde mannen er nog. Ingepakt in dikke pakken, mutsen op die enkel een klein stukje van hun gezicht bloot laat. Ik heb geen idee of ze veel hebben gevangen en wat ze doen met die vangst. Ook in het weekend zijn ze present. Dan zelfs met publiek. Het is vaak zo vol dat we amper onze eigen straat uit kunnen rijden. Een vriendelijke vraag om even de auto te verplaatsen wordt met schouderophalen afgewimpeld. Geen tijd, er mocht eens een vis bijten. Dreigen met gewoon doorrijden, alle schade ten spijt, wil nog wel eens helpen. Gelukkig heb ik een dikke huid, scheldpartijen interesseren me niet. Ik vraag me dan hardop af of zij wellicht niet thuis mogen komen van hun vrouw. Vuile blikken zijn mijn deel. Maar de kerstdagen vieren in de kou, met als enige gezelligheid een vuurkorf met wat blokken hout, is toch niet mijn idee van een vrolijk kerstfeest. Ik snap dat mensen een hobby hebben maar dit lijkt toch wel erg veel op een obsessie. Ach, de ergernis duurt maar een paar maanden. Het houdt gelijke tred met de kou en het vroeg invallende duister. Als straks de temperatuur weer stijgt en het water weer warmer wordt, vinden de vissen ook weer hun weg terug naar de grotere wateren. En keert de rust langs het haventje weer terug. Nu is het wachten op de vrolijkheid van de mensen op de boten. Daar zijn ook vissers bij. Maar die laden in de ochtend hun spullen in de boot en varen naar de Biesbosch. Wij zwaaien hen in gedachten uit en wensen hen een goede vangst. En genieten verder van de rust.  

Machteld
0 1

Tevreden

Het is een discussie tussen hondenmensen en mensen die dat niet zijn. Mag de hond naar boven, naar de slaapkamer, en mag hij zelfs op bed slapen? Onze hond mag niet op bed slapen. En eigenlijk gewoon vanwege het feit dat hij zich in het begin heel bescheiden opstelt, maar naarmate de nacht vordert, steeds meer plaats nodig heeft. Op een gegeven moment lag hij met zijn dikke kop op het kussen van mijn maatje. En toen was daar de maat vol. Dus Stef is verhuisd naar een comfortabel kussen met een vacht erop naast het bed. Want ik vind het wel gezellig, dat gesnurk in de slaapkamer. Hij houdt het zelf in de gaten, die kleine man. Als het wat later op de avond is, ligt hij heerlijk te tukken op de bank. Alleen het toverwoord ‘snoepje’ krijgt actie in die kleine pootjes. Maar mensen zijn gewoontedieren en wij hebben ook onze eigen rituelen. Aan het eind van de avond zet ik koffie klaar voor de dag er na en doet mijn maatje alle lichten uit. We zeggen niks maar Stef denkt ‘hé, even opletten’. Zodra de deur naar de gang open gaat, is hij geteleporteerd vanaf de bank en staat naast ons. Hij gaat mee naar boven. Na even onze persoonlijke ruimte te hebben verkleind door geïnteresseerd te kijken hoe wij tanden poetsen, kruipt hij op zijn kussen. Een diepe zucht volgt en Stef valt in slaap. Hij snurkt als een oude zeeman en af en toe schrikt een van ons wakker doordat hij in zijn dromen achter vanalles aan zit. Er wordt geblaft, gemorreld en zijn pootjes maaien door de lucht alsof hij in volle galop door het bos rent. Ik vraag me even af wat er in dat kleine koppie om gaat. Het lijkt even heel druk en avontuurlijk, maar meestal snurkt hij na een paar minuten tevreden verder. “De buit is gevangen”, denk ik dan. Ons huis is ons thuis, maar zoals bij de meeste huizen ligt er op de bovenverdieping een laminaatvloer. Lekker makkelijk, goed schoon te houden en toch leuk. Wij hebben tegelmotief. Hondenpootjes, en dan met name hondennagels, hebben echter de nare gewoonte een enorm geluid te veroorzaken op deze vloeren. Stef vormt hierop geen uitzondering. Mijn wekker loopt iedere dag om zeven uur af maar Stef is altijd een half uurtje vroeger. Hij gaat eens kijken of een van ons twee al wakker is. Het geluid van de nagels op het laminaat maakt dat ik denk “oh ja, kom hier Stef, laat het baasje slapen.” En dan volgt voor Stef een van de hoogtepunten van zijn dag. Omdat ik niet wil dat hij mijn maatje wakker maakt met zijn getrippel, mag hij heel even op het bed liggen. Ik strijk de punt van het dekbed glad en klop op het bed. Stef kijkt en springt, begroet me even en draait dan om. Met een zelfvoldane zucht zakt hij door de pootjes en kruipt tegen mijn been. Je ziet hem denken “dit mag eigenlijk niet van het baasje, oeh, ik blijf gewoon heel stilletjes liggen, dan word ik er niet afgejaagd.” Heel af en toe zie je zijn staartje een beetje heen en weer gaan, hij kan zijn enthousiasme maar moeilijk beteugelen. Zijn geheimpje met het vrouwtje, lekker stiekem even op bed. Samen wachten we tot de wekker afloopt. De dag begint en daarmee weer de standaard rituelen. Koffie, eten, werken. Ik pak mijn spullen om te gaan werken. Stef is inmiddels op de bank gekropen en kijkt onze verrichtingen een beetje meewarig aan. Ik geef hem een knuffel en even lijkt het of hij tegen me knipoogt. “Morgen weer?”

Machteld
0 0

Blijven leren

Ik ben van nature een nieuwsgierig mens. Veel mensen, met name mannen, zullen zeggen dat dit een vrouwelijke eigenschap is. Ik weet het niet, misschien wel. Wat ik zeker weet, is dat ik graag op de hoogte blijf van nieuwe ontwikkelingen. Vooral op het gebied van gadgets. En dat is dan weer een heel mannelijke eigenschap. Thuis ben ik ook degene die de smart-tv instelt en de nieuwe apps installeert. Ik kan ook helemaal blij worden van een digitale verwarmingsthermostaat. Toon is helemaal mijn ding. Mijn maatje lacht er om en laat me rustig mijn gang gaan. Hij vindt het wel handig dat hij zich niet hoeft te verdiepen in automatisering. Hij is wel handig, veel handiger dan ik, maar meer op het praktische vlak. Zo vullen we elkaar prima aan. Als ik bedenk wat er allemaal veranderd is in de tijd dat ik aan het werk ben. Onvoorstelbaar. Ik heb nog net de telex meegemaakt. Wat een vreselijk apparaat. Die stomme bandjes braken steeds en dan moest je ze weer aan elkaar plakken. Opnieuw beginnen was veel makkelijker. Op een gegeven moment deed de fax zijn intrede. Wat een uitvinding, geweldig. Jammer wel dat het thermische papier zo vervaagde. Maar goed, een kopietje en ook dat leed was weer geleden. De personal computer werd geïntroduceerd. Naast het gevreesde mainframe, waar de algemene administratie op draaide, kwamen er steeds meer pc’s op de werkplekken. WordPerfect, wie kent het nog. Rekenen deden we met Lotus Symphony. Wat is Excel dan toch veel gemakkelijker. Het maakt in ieder geval gebruik van een reservebestand. En als je iets wilt deleten, vraagt het systeem je wel tien keer “of je het zeker weet”. Ik weet nog dat ik in Symphony een hele rapportage had gemaakt. Ik was er geloof ik bijna een dag mee bezig geweest. Helaas zorgde een kleine stroomstoring voor een dip en kon ik gewoon weer opnieuw beginnen. Niks reservebestand, gewoon alles kwijt. Binnenkort begin ik met een nieuwe opleiding, e-learning ontwerper. Weer een jaar naar school. Weer een nieuwe ontwikkeling. Zelfs het ‘ouderwetse onderwijs’ is aan vernieuwing onderhevig. Niet om de leraar of trainer te vervangen maar als aanvulling. Leren op het moment dat het jou uitkomt, gewoon thuis in je eigen vertrouwde omgeving. Op afstand. Ik kan me voorstellen dat er mensen zijn die het niks vinden, al die ontwikkelingen. Het gaat zo snel, het is bijna niet bij te houden. Maar je ontkomt er niet aan, het is niet te stoppen. En je hoeft ook niet overal aan mee te doen, het is meer een kwestie van kijken waar je interesse ligt. En die van mij is heel breed. Ik hou van nieuwe dingen.

Machteld
0 0

Taalvoutjes

<!-- wp:paragraph --> Heerlijk, een avondje luisteren naar Wim Daniëls. Ik kan me voorstellen dat er mensen zijn die daar echt geen euro aan zouden willen spenderen. Of die zeggen, Wim wie? Maar toen een vriendin vroeg of ik mee wilde gaan naar zijn lezing in het theater, hoefde ik niet na te denken. Natuurlijk ging ik mee. <!-- /wp:paragraph --> <!-- wp:paragraph --> Ondanks het feit dat mijn vriendin en ik ook niet meer heel piep zijn, proberen wij dit niet uit te stralen. Het publiek dat samen met ons kwam luisteren, had daar duidelijk minder moeite mee. Heerlijk, pittig korte kapsels, verantwoord schoeisel, het kwam allemaal voorbij. Allemaal gewapend met een kaartje inclusief pauze-arrangement. Natuurlijk hadden wij dat ook. <!-- /wp:paragraph --> <!-- wp:paragraph --> Wim Daniëls vermaakte ons met een aantal mooie anekdotes maar leerde ons ook wat achtergronden waar we nog nooit over hadden nagedacht. Waar komt taal vandaan, waarom gaan alle dialecten verloren binnen nu en een jaar of veertig. Dingen waar ik nooit zo over nagedacht had. We begonnen bij de Australopithecus die geboren werd in Afrika en kwamen via via bij de Homo Sapiens, onze opa. <!-- /wp:paragraph --> <!-- wp:paragraph --> Ik leerde weer veel bij. Weetjes waar je op zich niks aan hebt, maar toch. Ik weet nu tenminste waar het woord ammehoela vandaan komt. En dat kan toch niet iedereen zeggen. Het interesseert natuurlijk ook niet iedereen maar voor mensen met mijn tic was het smullen. <!-- /wp:paragraph --> <!-- wp:paragraph --> De wervelwind Daniëls bleef aan het woord. De pauze schoot er bij in. Het drankje ook. Het was goed opletten om de draad niet kwijt te raken. Het ging van de Romeinen, de Grieken via de Kelten naar de Franken en de Germanen. En daarna naar het Brabants dialect. Heel herkenbaar. Gelukkig geeft Daniëls toe dat onze spelling eigenlijk het gevolg is van de voorkeur van een paar geleerden die zomaar wat regels hebben verzonnen. En dat het dus ook vaak niet precies te volgen is. <!-- /wp:paragraph --> <!-- wp:paragraph --> Toen we naar buiten liepen, duizelde het me. Ik wist dat ik even nodig zou hebben om alles te laten bezinken. Als mijn maatje zou vragen “hoe was het”, zou ik alleen maar kunnen zeggen “echt leuk”. Morgen zou alles terugkomen en zou ik in mezelf lachen. Nu nog niet. <!-- /wp:paragraph --> <!-- wp:paragraph --> Gelukkig hoorde ik ook nog een mooi voorbeeld van onze geliefde Nederlandse taal. We liepen de trap op en ik hoorde mensen achter me praten. “Gaan we nog wat drinken?”, de vrouw richtte zich duidelijk tot haar man. En die sprak de legendarische Nederlandse woorden “natuurlijk, het is toch gratis.” <!-- /wp:paragraph -->

Machteld
0 0

Mooiste dag

Brrr, koud. Ik heb mijn winterjas weer van de kapstok gehaald. Het is er weer voor. De voorruit van de auto is weer aangeslagen en ik weet dat het niet mag, maar ik rij de straat uit terwijl ik door een klein gaatje in de wasem kijk. Gelukkig zorgt de airco er voor dat de ruit snel schoon is. Herfst, aan de ene kant een prachtig seizoen. De natuur pakt nog eenmaal uit met prachtige kleuren. Maar aan de andere kant ook weer gewoon naar weer, kou, regen en wind. Je ziet mensen weer weggedoken in hun kraag. Iedereen is op een holletje op weg naar zijn of haar bestemming. De tijd komt weer dat ik me een mol voel. ‘s Morgens ga ik in het donker naar mijn werk en als ik ‘s avonds naar huis ga, is het weer donker. Het lijkt net of ik de hele dag niet buiten ben geweest. Het is ook het weer voor rode port en haas. Dat is wel weer een voordeel. Ik ben een groot fan van herfst-eten. ‘s Ochtends vroeg opstaan om de grote gietijzeren pan te vullen met ingrediënten voor een heerlijke stoofpot. ‘s Avonds de kaarsen aan, de pan op tafel en heel lang samen zitten. Praten over vanalles en nog wat. Stef die om de zoveel tijd zijn snoet tussen je knieën stopt omdat hij vindt dat het wel weer tijd is voor een hondensnoepje. Om zich daarna weer op te krullen op zijn plekje bij de verwarming. Ook hij is geen liefhebber van de kou. Soms trekken we onze regenjassen en laarzen aan en trotseren de storm. Heerlijk uitwaaien op het strand als er bijna niemand is.  Zo heeft ieder seizoen zijn mooie kanten. Ach, je moet er zelf iets van maken. De herfst gaat over in de winter en daarna wordt het vanzelf weer voorjaar. Een paar maanden van bezinning en rust. Afspreken met vrienden en kennissen die we al lang niet meer hebben gezien, veel energie steken in relaties en contacten. Ook dat is heel waardevol. En dan weer wachten op een van de mooiste dagen van het jaar, 21 december. De dag waarna de dagen weer langer worden.  

Machteld
0 0

Ontruimingsoefening

Eens in de zoveel tijd is het weer zover. BHV ontruimingsoefening. Zelfs de BHV-ers, waar ik toe behoor, zijn niet precies op de hoogte van de datum en het tijdstip van de oefening. Dus zit ik nietsvermoedend te werken als het alarm iedereen doet opschrikken. Je kunt het niet missen, je eerste reactie is om je handen voor je oren te slaan. “Oh ja”, denk ik, “oefening, dat is waar ook.¨ Ik graai in mijn la naar mijn flatteuze geel fluorescerende vestje en loop de gang op. Waarom doen ze die oefening altijd als ik mijn torenhoge hakken aan heb. Inwendig grommend sjouw ik de hele gang door. Oh ja, de toiletten. Ik ken ze, ze verbergen er zo iemand die in het complot zit. Gelukkig zijn mijn collega’s goed opgevoed en gaat iedereen gedwee mee naar buiten. De verzamelplek is bekend. Ook de sollicitant, die voor zijn tweede gesprek een workshop moest verzorgen, volgt breed grijzend de meute. Wat er voor af gaat, komt er achter niet meer bij, ik zie het hem denken. Ik meld me bij onze receptie. Een collega heeft de leiding genomen en stuurt me met een andere collega een bepaalde afdeling in. Daar stuit ik op een recalcitrante collega. Ik kan het risico niet nemen, het kan zijn dat hij speciaal geïnstrueerd is. “Kom joh, mee naar buiten.” Hij moppert en bromt dat hij eerst zijn jas moet gaan halen. Ik twijfel even. “Ok, maar dan loop ik met je mee.” Want ik ken hem, als ik niet meeloop gaat hij rustig weer aan het werk. Hij knikt en schikt, braaf gaat hij mee. Buiten staan alle collega’s te wachten tot we alle ruimtes hebben gecontroleerd. Gelukkig schijnt de zon en is het niet koud. Iedereen staat te keuvelen. Tenslotte hebben de meesten wel in de gaten dat het om een oefening gaat. En die oefening is geslaagd, binnen 10 minuten hebben we 250 mensen naar buiten gedirigeerd en alles gecontroleerd. Ook de ‘controleurs’ zijn tevreden, de oefening is goed verlopen. Natuurlijk zijn er altijd wel wat verbeterpunten maar we hebben geen grote steken laten vallen. Er is niemand achtergebleven, zelfs de clandestien verborgen verstekelingen zijn ontdekt en mee naar buiten gesleept. De oefening wordt afgesloten, iedereen mag weer naar binnen. Veel haast wordt er niet gemaakt, daar is het te lekker weer voor. De BHV-ers blijven nog even achter voor de evaluatie. Ik wiebel nog even van de ene hak op de andere. Een collega komt naar me toe. “Ik wil wel verslag hoor”, lacht ze. Nou Annelies, bij deze.  

Machteld
4 0

As

Volgend jaar is het twintig jaar geleden dat mijn vader overleed. Twintig jaar. Ik weet het nog als de dag van gisteren. Ik zie mezelf nog staan, naast mijn bureau. Ik kwam net op mijn werk, ik had net koffie gehaald. Mijn telefoon ging, het was mijn moeder. Ik weet nog dat ik dacht “waarom belt ze, we zijn gisterenavond nog geweest, heb ik misschien iets vergeten?” Ik had nooit gedacht dat het overlijden van mijn vader de boodschap zou zijn. Mijn vader was ook niet ziek. Hij was 66 jaar oud en voor zijn leeftijd zo gezond als een vis. Hij ging ‘s avonds slapen en werd nooit meer wakker. Op zich een gezegende manier om te gaan. Aan de ene kant hard voor ons nabestaanden, aan de andere kant ook weer niet. We hebben nooit hoeven toekijken hoe hij ziek was, hij is tot het einde gewoon ons pap gebleven. In het kleine dorpje waar hij zijn hele leven onderwijzer was geweest, is de urn met zijn as begraven in een klein graf. Een eenvoudige steen met wat planten er om heen. Mijn vader was nooit zo uitbundig. Veel kwam ik er niet, de herinnering aan mijn vader was er toch wel. Maar nu, na bijna twintig jaar, moet er een beslissing genomen worden. Wat doen we met het graf. Kopen we voor veel geld voor de komende twintig jaar nieuwe grafrechten? Wie weet wat er in die periode allemaal kan gebeuren. Voor mijn moeder hoeft het niet, ook zij komt niet vaak op het kerkhof. Maar wat doen we dan? Eigenlijk waren we het snel eens, mijn moeder, mijn zussen en ik. We gaan de as van mijn vader na twintig jaar alsnog uitstrooien. Dat mag. Voor de tweede keer in korte tijd zal ik dan weer met een urn in mijn handen staan. Weer de resten van een dierbare zo heel dichtbij. Het is niet dat ik er bovenmatig veel moeite mee heb maar het is toch iets dat je niet iedere dag doet. Het voert je toch weer terug in de tijd. Herinneringen aan vroeger, de beelden komen weer terug. Ach, wat is het lang geleden. Het is nog niet zo ver, we moeten nog een afspraak maken om het graf te laten openen en de urn op te halen. En nog bedenken waar we hem precies gaan uitstrooien. Er zijn genoeg plaatsen die mijn vader dierbaar waren. We gaan een mooi plekje zoeken. Ter nagedachtenis.  

Machteld
0 0

Rentenieren

Het zat in de planning, al een hele tijd. Hij riep het eigenlijk al vanaf de tijd dat hij net goed en wel als zelfstandige was begonnen. “Op mijn 55e stop ik met werken!” De datum wist hij ook al, net als het jaartal. Het klonk als een grap en zo was het in de beginjaren ook bedoeld. Op je 55e, goh, dat duurt nog zo lang. Maar de jaren gingen voorbij. Hij had veel plezier, werkte hard en liep zeker ook tegen problemen en verdriet aan. Net als ieder ander mens, helemaal niet bijzonder. Zijn 55e verjaardag kwam heel langzaam dichterbij gekropen. Hij lette er niet op, was er niet mee bezig. Hij merkte wel dat het werken hem steeds zwaarder viel, tenslotte had hij al jaren veel van zijn lichaam gevergd. Hij begon er over na te denken, stopte het weg, dacht er weer eens over en merkte toen tot zijn verbazing dat zijn maatje er ook mee bezig was. Ze kwam met het voorstel om het nu echt te doen, stoppen met werken. Het klonk aanlokkelijk. Maar ook griezelig. Hij stopte het maar weer weg. Toch, steeds vaker, kroop  het naar boven in zijn gedachten. En hij ging er over praten. Want hoe moest dat dan? Na veel samen praten werd de knoop werd doorgehakt. Hij verkocht alle spullen, zocht een goede collega die zijn klanten overnam en stopte. Het ging niet zonder slag of stoot, het verlies van zijn vader overschaduwde zeker de eerste maanden. En stoppen met werken bleek helemaal niet zo makkelijk als hij dacht. Natuurlijk, hij hoefde niets meer, dat was fijn. Maar die haast, die zat nog altijd in zijn lijf. Ik moet dit, ik moet dat. Hij was gewend iedere minuut voor zichzelf te moeten verantwoorden. De planning die hij iedere week opstelde, moest wel gehaald worden. Hij bleef maar plannen. En eigenlijk hoefde hij niks meer. Vakantie was geweldig, maar dit was geen vakantie. Wat moest hij nu gaan doen. Het maakte hem onrustig. Uiteindelijk merkte hij dat het moeten inderdaad alleen in zijn eigen hoofd zat. Dat gaf wel rust. Hij mocht zo lang denken als hij wilde, hij hoefde nu niet te beslissen. En er zou best wel iets op zijn pad komen. Wat dat was, wist hij nog niet. Maar dat gaf niet, dat zou vanzelf wel komen. En tot die tijd, ging hij lekker genieten van het “rentenieren”.  

Machteld
0 0

Eindelijk weer behendigheid

Na een behoorlijk aantal maanden wachten is het vanavond dan eindelijk weer zo ver. Stef mag weer naar zijn geliefde behendigheidsles. Hij is voor zijn laatste controle bij de dierenarts geweest en deze heeft verklaard dat hij meer dan 100% is genezen. Zelfs de artrose, veroorzaakt door het te lang doorlopen met zijn ernstige blessure, is helemaal verdwenen. Stef mag weer rennen en vliegen naar hartelust. Dus belde ik de mensen van de hondenclub om te vragen of we weer konden komen. En dat kon, gelukkig. Natuurlijk wist Stef van niks. Het was voor hem al zo lang geleden, mijn maatje en ik vroegen ons af of hij het nog wel zou weten. Maar die donderdagavond kreeg hij geen eten op zijn normale tijd. Dat vond hij al verdacht. Geen brokjes, wat was dat nou? Ik liep naar boven om me om te kleden. Ik moet wel voldoende snoepjes in mijn broekzakken kunnen stoppen, tenslotte draait het allemaal om de beloning. Stef stond al achterdochtig te kijken toen ik beneden kwam. Binnen een paar seconden drong het tot hem door. We gingen weer, hij mocht weer. In zijn enthousiasme sprong hij me bijna omver. Weer een paar blauwe plekken erbij, ach. We kunnen lopen naar de club, het is bij ons om de hoek. En ik was blij dat het niet veel verder was, Stef trok bijna mijn arm uit de kom. En ja hoor, zijn sportmaatjes waren er nog. Er werd weer gesnuffeld “ja, je bent het echt”. Alsof we er geen jaar tussenuit waren geweest. Het toeval wilde dat er die avond een clubwedstrijd was. Drie rondes volgens een vastgesteld parcours. Stef kon niet wachten tot hij aan de beurt was, hij sprong heen en weer van enthousiasme. En eindelijk mochten wij dan van start. Vol verwachting keek hij naar me en volgde naar de eerste hindernis. Hij wist het nog, keurig ging hij zitten om op het startsein te wachten. Pas halverwege maakte hij in zijn enthousiasme een fout. De tweede en derde ronde gingen foutloos, de derde maakte hij zelfs de snelste tijd. Wat was ik trots op die kleine man. De instructeur keek tevreden. Wel moesten we het bij die drie rondes laten, nog niet te veel inspanning. “Morgen zal hij wel spierpijn hebben.” Na een vrolijk “tot volgende keer” gingen we allebei voldaan naar huis. Stef begroette zijn baasje en klom op de bank. Even later lag hij tevreden te snurken. En ik, ik genoot.  

Machteld
0 0

Geur van herinneringen

Het is echt een cadeautje, prachtige herfstdagen met hoge temperaturen. Lekker buiten, schoppen door de afgevallen bladeren maar nog geen dikke jas aan. Heerlijk. ‘s Ochtends is het fris, soms zelfs mistig. Maar dat geeft niet, het enige nadeel van de hoge temperaturen is namelijk dat het niet ruikt naar herfst. Het is te droog in de natuur. Dat komt vast nog wel, dus daar zal ik niet over klagen. Ik hou zo van die geur. Ik weet wel, het is eigenlijk gewoon maar rottend blad, maar ik blijf maar snuiven. Geuren kunnen zo snel herinneringen oproepen. Het brengt me in een oogwenk terug naar mijn jeugd. Mijn ouderlijk huis had een ouderwetse parketvloer. Mijn moeder boende die, op haar knieën, met een grote zachte lap en ouderwetse boenwas. Door het jaar heen werden de stukken bijgehouden waar veel gelopen werd maar eens in het jaar, in het voorjaar, werd de hele vloer onder handen genomen. Het hele huis rook dan naar boenwas. Als mijn moeder klaar was, kocht ze een grote bos forsythia. Ik zie de ouderwetse vaas nog zo voor me. De combinatie van boenwas en die mooie gele bloesem betekent voor mij nog altijd lente. En datzelfde heb ik met het najaar. Dat begon voor mijn gevoel eigenlijk al eerder, aan het einde van de zomervakantie. Die duurde voor ons kinderen voor het gevoel een eeuwigheid, Aan het einde van die vakantie mochten we met mijn vader mee naar school. Als onderwijzer ging hij altijd zijn klaslokaal in orde maken voordat het weer overspoeld werd door lawaaierige kinderen. Wij mochten dan op ieder tafeltje een schriftje, pennen, potloden en gummetjes neerleggen. Ook die materialen hadden hun eigen specifieke geur. Wat later, toen ik op de middelbare school zat, rook ik datzelfde als we schoolinkopen gingen doen. Ik kan het niet omschrijven, het is de geur van een nieuw schrift wat nog helemaal onbeschreven is. Sommige leerlingen schreven verder in hun schrift van vorig jaar. Dat was voor mij ondenkbaar, ik moest een nieuw jaar beginnen in een nieuw schrift. Voeg daarbij de geur van de herfst tijdens de fietstocht naar school en mijn melancholie is compleet, Zo zijn er in de loop van de tijd veel geuren bij gekomen. IJkpunten in mijn eigen eenvoudige geschiedenis. De geur van desinfectiemiddel in het ziekenhuis, de geur van houtvuur op een zomeravond, het zijn allemaal herinneringen. Mooie en minder mooie. Ik hoop er nog veel te kunnen maken.  

Machteld
5 0

Los op elkaar

Ik blijf me verbazen. Mijn maatje is altijd op zoek naar nieuwe informatie over Clusterhoofdpijn dus hij is ook lid van een Facebook-groep. De zgn. Steungroep Clusterhoofdpijn. Het brengt hem heel veel nuttige informatie, zeker. Daarom blijft hij ook regelmatig kijken. Maar ook in deze groep van zogenaamde lotgenoten gaan sommige mensen volledig los in hun commentaar op elkaar. Ik lees mee en vermaak me. Niet iedereen is hetzelfde en niet iedereen gaat hetzelfde om met hoofdpijn. Er zijn mensen die niet meer functioneren en dus ook niet meer kunnen werken. Maar er zijn ook mensen die doorbikkelen en zichzelf hebben voorgenomen zich niet te laten kennen. Geen van tweeën doen het goed of fout. Althans, in mijn ogen. Het is maar net hoe je zelf met zaken om kunt gaan en hoe heftig je aandoening zich manifesteert. Maar dat is maar een mening. En sommigen zijn toch echt een andere toegedaan. Laatst nog. Een groepslid vroeg in het algemeen hoe medeleden omgaan met een depressie. Een levendige discussie ontspon zich. Maar iedereen was het er wel over eens dat je hier serieus mee om moet gaan, of het nu een gevolg is van de Clusterhoofdpijn of je “gewoon” overkomt.  Therapieën werden aangeraden, levenswijzen werden voorgesteld. Tot er iemand was die het nodig vond dit in het belachelijke te trekken. Hij was blijkbaar wel een ervaringsdeskundige maar er van overtuigd dat alleen zijn zienswijze de juiste was. Dat in combinatie met een neerbuigende toon was voldoende om een stroom aan commentaren uit te lokken. De beledigingen, al dan niet gespeld in behoorlijk Nederlands, vlogen in het rond. Gelukkig heeft de groep een verantwoordelijke beheerder en deze greep direct in. Voor de zoveelste keer wees zij er op dat de groep bestaat uit lotgenoten die alleen verbonden zijn door hun aandoening dus niet allemaal hetzelfde zijn. En dat we met respect met elkaar om gaan. De aanstichter van de discussie vond het blijkbaar genoeg en verliet de groep. Waarschijnlijk hebben meerdere mensen een zucht van verlichting geslaakt. Ik was het helemaal eens met de handelswijze van de beheerders. Maar het is toch wel een ‘guilty pleasure’ van me om eens door zo’n discussie heen te scollen. Wat mensen toch verzinnen om elkaar te beledigen, ik vind het onvoorstelbaar. En die mensen kennen elkaar niet eens, hebben elkaar nog nooit ontmoet en in de ogen gekeken. Toch zijn ze er van overtuigd dat de ander echt van de pot gerukt is en vooral zijn of haar gore bek moet houden. Dit zijn citaten, ik heb het niet zelf verzonnen. De veroorzaker van deze discussie neemt niet meer deel aan de groep. Gelukkig zijn er op andere plaatsen voldoende andere heethoofden die van zich doen horen. Facebook, Twitter, je kunt er je hart ophalen. Ik geef nooit commentaar, ook niet als mijn handen jeuken. Maar ik lees graag mee.  

Machteld
0 0

Napoleon

Napoleoncomplex is een informele term uit de psychologie. Het is een vorm van minderwaardigheidscomplex. Alfred Adler was de eerste die de term gebruikte, waarmee hij doelde op een overgecompenseerd gevoel van minderwaardigheid. De naam is ontleend aan Napoleon Bonaparte. Adler zag hem als voorbeeld van iemand die extreem ambitieus gedrag vertoonde om minderwaardigheidsgevoelens over zijn geringe lengte te compenseren. Zo zei Napoleon ooit tegen maarschalk Ney: "U bent dan wel langer, maar ik ben groter". Napoleon was met ongeveer 1,67 m overigens niet kleiner dan de meeste Europeanen van zijn tijd. De wijdverbreide opvatting over zijn geringe lengte valt vooral terug te voeren op Engelse spotprenten uit het begin van de negentiende eeuw. Bovendien leek hij relatief klein omdat hij zich omringde met lijfwachten die allemaal flink langer dan gemiddeld waren. (Bron: Wikipedia) Mijn eerste baas was zo’n Napoleon. Een klein mannetje met een ego dat ver boven hem uit steeg. Natuurlijk had hij zijn kwaliteiten maar die lagen voornamelijk in het verleden. Automatisering hield zijn geheim streng voor hem verborgen. Mijn collega’s en ik maakten daar dankbaar misbruik van. Hij wilde namelijk ook niet toegeven dat hij er weinig van begreep. De nieuwste apparatuur was ook altijd voor hem. Als een collega een nieuwe laptop nodig had, kreeg hij die van de manager en werd voor hem een nieuwe besteld. “Hij krijgt weer een nieuwe bureaulamp”, was steevast het commentaar van een nuchtere collega. Deze gaf hem ook altijd een blanco diskette als er een update kwam van het rekenprogramma dat wij altijd gebruikten. De arme man heeft het nooit geweten. We hebben het hem ook nooit verteld. De mooiste anekdote vond ik die keer dat diezelfde collega stiekem op de laptop van onze manager een wachtwoord had ingesteld. “Eens zien hoe lang het duurt tot hij er achter komt.” Er gingen weken voorbij maar er gebeurde niks. Blijkbaar had hij nog niet geprobeerd in te loggen. Alle collega’s kenden het wachtwoord, qwerty, wat door onze automatiseringsafdeling standaard werd gebruikt. Het mocht natuurlijk niet teveel opvallen, we moesten wel allemaal dezelfde smoes kunnen gebruiken. De laptop stond eenzaam op zijn bureau. Niemand keek er verder naar om. Tot het moment dat een collega, het hoofd van onze administratie, een laptop nodig had om thuis wat zaken af te maken. En zich wendde tot onze manager. “Zeg, kan ik jouw laptop vanavond lenen, ik kom anders echt in tijdnood.” De arme man durfde geen nee te zeggen. Die avond ging om negen uur mijn telefoon. “Uh, ik heb iets heel doms, ik ben mijn wachtwoord vergeten en nu kan Gerard niet inloggen”. Ik had veel moeite mijn lach te houden, inwendig schudde ik en viel bijna van de bank. “Oh, ik weet het niet, ik denk dat het gewoon ‘qwerty’ is, dat gebruikt automatisering toch altijd.” Een zucht van verlichting klonk aan de andere kant. “Ach ja, dat zal het zijn.” De dag erna schoof hij schichtig binnen. Ik vertelde het verhaal in geuren en kleuren aan mijn collega’s. Wat hebben we gelachen. Wat moet die man zich ongelukkig hebben gevoeld. Maar goed, uiteindelijk veroorzaakte hij het zelf. En eerlijk is eerlijk, veel heeft hij er niet van geleerd. Tot aan zijn pensioen is hij een zeer belangrijk man geweest. In zijn eigen ogen.  

Machteld
0 0

Afspraak is afspraak

  Ondanks alles zijn wij Nederlanders een principieel volkje. We gaan nog altijd uit van het standpunt "afspraak is afspraak". En natuurlijk, er kan altijd iets tussenkomen, maar dan laat je het weten. Mensen die hier de hand mee lichten, kunnen meestal rekenen op behoorlijk wat commentaar. Zoals te verwachten is dit in een Afrikaans land heel anders. Alle afspraken, of het nu vergaderingen zijn of sociale afspraken, zijn altijd ondergeschikt aan eigenbelang. Een uur te laat komen, of helemaal niet verschijnen, wordt door de meeste mensen als heel normaal geaccepteerd. Ook als je niet eens de moeite hebt genomen om even te laten weten waarom je verhinderd bent. Zelfs de stichtingen die vrijwilligers leveren worden hiermee geconfronteerd. Hoezo dankbaar zijn, het is toch Allah die heeft gezorgd dat deze vrijwilligers doen wat zij doen. Natuurlijk moet je dit als buitenstaander tot op zekere hoogte accepteren. Binnen de hekken van een Nederlandse compound gelden echter andere regels. Er zijn vastgestelde werktijden en je pakt niet iets dat van een ander is. Simpel, zouden wij zeggen. Het blijkt echter niet zo heel eenvoudig als het lijkt. Als iets er al een tijdje ligt zonder gebruikt te worden, dan kun je het toch net zo goed meenemen? Of niet dan? Het grootste probleem is echter het liegen. En dan wel om de simpelste dingen. Een bepaalde stichting in Gambia sponsort meisjes zodat zij naar school kunnen. Een regel daarbij is wel; er wordt niet gestolen en er wordt niet gelogen. Gebeurt dat wel, dan stopt de sponsoring direct. Dat klinkt misschien hard, maar het is de enige manier. Als er gelogen wordt over kleine dingen, wordt er zeker gelogen over grote zaken. Een schrijnend voorbeeld hiervan is een meisje dat een kwitantie wilde inleveren ter waarde van één euro. Het papiertje was echter gekopieerd en er was een gedeelte wit gelakt. Daar was iets anders overheen geschreven. “Nee, nee, ik heb dit echt zo van school gekregen.” Argwanend door ervaring werd er contact opgenomen met de schooladministratie. Er valt altijd te controleren wat bepaalde zaken kosten. De administrateur stond perplex, de kwitantie was overduidelijk vervalst. Voor de stichting was maar één reactie mogelijk, hoe verdrietig ook. De sponsoring werd gestopt, het meisje kon niet meer naar school. De dag erna meldde het meisje in kwestie zich. Voor ze zelf van wal kon steken, werd haar gevraagd waarom ze gelogen had en de kwitantie had veranderd. Waarom voor één euro. Het meisje bleef stug volhouden dat ze de kwitantie zo had gekregen. Helaas voor haar werd de administratie van school eerder geloofd. Even later kwam haar moeder, zij maakte het verhaal nog erger. “Nee, het was voor een pasfoto en het was niet de administrateur maar een leraar die de kwitantie had veranderd.” De vrijwilliger had moeite niet in woede te ontsteken. “Laat die leraar dan maar komen om het uit te leggen.” Weinig kans, die man komt echt niet, die heeft er nl. helemaal niks mee te maken. Dus heeft dit meisje haar toekomst op het spel gezet voor één eurol Ze was de beste van haar klas maar kan nu niet meer verder. Omdat ze niet wil toegeven dat ze heeft gelogen. De principes van de stichting zijn strak, de sponsoring stopt. Dit klinkt wellicht hard maar toegeven betekent dat het hek van de dam is. Het is heel jammer maar de voorwaarden zijn vooraf uitgebreid toegelicht. En toen is er instemmend geknikt. Helaas is het daar voor deze mensen bij gebleven. Het valt niet mee om ter plekke te blijven helpen. Hoeveel makkelijker is het om, zoals de meesten van ons dat doen, een klein bedrag te storten en te denken “veel succes er mee”. Wij lopen niet tegen die cultuurverschillen aan. Wij oordelen van een afstandje, lekker makkelijk. Gelukkig blijven er mensen zijn die zich daar te plekke inzetten. En daar heb ik veel respect voor.  

Machteld
0 0

Heerlijk herfst

Als wij in september op vakantie gaan, is het altijd maar de vraag of het mooi weer is. We blijven in de buurt, in de Belgische Ardennen, dus we kunnen niet uitgaan van warm weer of zelfs droog weer. Deze onzekerheid weegt voor mij alleen niet op tegen de geur van de herfst. In de ochtend kun je het al ruiken, ietwat vochtig, ietwat rottend blad. Mijn maatje deelt maar ten dele mijn voorliefde voor de geur van rottende natuur, voor hem is het een voorbode van de winter. Voor mij ook, maar ik kan toch wel genieten van dat laatste knallen van de natuur. Nog even uitpakken in de meest mooie kleuren. Op de camping waar wij geregeld komen, staan een paar perenbomen op het terras. Hier wordt niet veel mee gedaan. De meeste peren komen al rottend aan hun eind, honden worden er van af getrokken en eventueel passerende ratten hebben een feestmaal. Dit jaar zagen echter de peren er zo mooi uit dat ik ze niet kon weerstaan. Ik maak stoofperen namelijk op een heel moderne manier. Mijn moeder kookte ze in water, met rode suiker. De pan stond een paar uur te pruttelen en het resultaat waren lichtroze peertjes die, met excuus aan mijn moeder, smaakten naar het water waar ze in gekookt waren. Ik vond er niet veel aan. Tot ik tegen een recept aan liep dat er heel anders uit zag. Met zwarte peper, kaneel, maar vooral ook veel rode wijn en een flinke scheut port. Volledig geschikt voor de magnetron. De alcohol vervliegt, dus dat is geen probleem, maar de smaak blijft. Pittig, gepeperd en prachtig rood. Ik klom op een stoel en trok wat peren van de boom. Natuurlijk kreeg ik direct hulp en samen met een dame van de camping plukte ik een grote doos met peren. Bij de plaatselijke supermarkt werden de benodigde ingrediënten ingeslagen, kaneel, steranijs, port, wijn. Niet direct de meest gangbare zaken die je in je vakantie koopt maar wel grappig om ook een keer in je karretje te hebben. Op de camping trof ik de voorbereidingen. Mijn maatje was zo lief geweest om ondertussen alle peren al te schillen. Geen makkelijke klus, stoofperen zijn vreselijk hard. De wijn, suiker en peper ging in een schaal en in de magnetron. Ons plekje begon te ruiken als een regelrechte whisky-stokerij. Daarna de peren en verdere toebehoren in de magnetron. Het ruikt naar de kroeg maar het smaakt voortreffelijk. Natuurlijk heb je altijd te veel. Het voordeel daarvan is dat je kunt uitdelen. De hele camping ging aan de stoofperen. Heerlijk, wat is de herfst toch een prachtig seizoen.  

Machteld
0 0

Vrij weekend

Verschillen in culturen uiten zich soms in de kleinste zaken. Zo is het in Gambia helemaal niet gewoon om een tuin te hebben. Iets waar wij in Nederland al heel wat jaren aan gewend zijn. Dus het wieden van onkruid, voor ons de normaalste zaak van de wereld, is daar een eeuwigdurende strijd tussen tuineigenaar en tuinman. Bovendien stelt de laatste, is het veel handiger een plant uit te trekken die al wat groter is, ook al is het onkruid. Dus waarom op je knieën die kleine plantjes verwijderen. Je kunt veel beter wachten tot ze wat groter zijn. Scheelt werk. Dat dat niet de essentie is van een tuin, ontgaat hem volkomen. Hetzelfde gebeurt bij het verzoek om het gras te maaien. "Hoezo, dat is toch nog helemaal niet hoog." De geduldige uitleg; "de bedoeling van een gazon is dat het kort is, en dat is ook makkelijker met maaien", komt niet helemaal aan. Rare jongens, die Europeanen. Niet dat de mensen niet behulpzaam zijn, of van goede wil, dat is niet het probleem. Helemaal niet. Ook niet als het gaat om hulp in de huishouding. Maar stoffen boven ooghoogte, dat is toch echt overbodig werk. Dat zie je niet eens. En wie gaat er nu op zijn knieën zitten om de plinten te inspecteren? Zonde van je tijd om daar aandacht aan te besteden. Nee, dan is het heerlijk om een keer alles achter te laten en een weekend naar zee te gaan. Als je om 07.00 uur 's morgens opstaat, kom je alleen de dorpsvrouwen tegen die naar hun tuinen gaan. Zij verbouwen groenten en bewateren deze de hele dag. Ze hebben een paar lokale putten waar zij met een emmertje aan een touw water uit kunnen halen. Van de vroege ochtend tot de late middag zijn ze hier mee bezig. Dan lopen ze naar huis, wat vaak ook nog een uur gaan is. Je kunt gerust bewondering hebben voor deze vrouwen, AH.nl komt hier niet voorrijden met een krat vol boodschappen. Het strand is leeg, er is niets dat het uitzicht bederft. Geen bar, geen restaurant, geen moderne lounge-club waar je voor veel te veel geld wazige dingen eet en drinkt. Geen schreeuwerige borden die je er op wijzen dat dit 'the place to be' is. Nee, een strand zoals een strand bedoeld is. Zand, water, zon. Het echte vakantiegevoel. Even geen zorgen, even geen oplossingen hoeven bedenken. Alleen maar stilte en rust. De geluiden van de natuur. Het enige dat je dan kunt doen, is stil zijn. Morgen vangt het gewone leven weer aan. Ook in Gambia is het soms nodig even er tussenuit te gaan en gewoon te genieten. Waarschijnlijk is dit een overeenkomst tussen alle culturen.    

Machteld
0 0

Tante Nonnetje

Heel af en toe kom je er nog een tegen. Een non. Meestal gekleed in een zwarte of grijze jurk, degelijke kousen en stevige schoenen. En een kap, natuurlijk. Alle haren zorgvuldig weggestoken onder een sluier. Als kind hadden wij ook een tante nonnetje. De zus van mijn opa was ingetreden in een Frans klooster. Haar ouders hadden niet voldoende geld voor de bruidsschat die zij moest meenemen naar een Nederlands klooster, dus vertrok zij naar het buitenland. Natuurlijk moest ze daar wel hard werken, zij werd operatiezuster. Het klooster was verbonden aan een ziekenhuis, de moeder-overste van het klooster was tevens directeur van het ziekenhuis. Dat kon toen nog. Regelmatig was zij een paar dagen op bezoek bij mijn opa en oma. Wij vonden dat wel interessant. Ze bracht ook vaak snoepjes voor ons mee, vaak gekonfijte amandelpitten. In Nederland niet bekend maar in Frankrijk geschikt voor iedere gelegenheid. Ik weet nog dat zij, toen mijn jongste zus werd geboren, voor iedereen een klein zakje roze exemplaren bij zich had. De Franse taal is niet makkelijk. Het viel me op de middelbare school niet altijd mee. Vooral de boeken die we moesten lezen voor de boekenlijst waren best een opgave. De Kleine Prins werd door mijn leraar niet geaccepteerd. Het verhaal was dan misschien ook wel geschikt voor volwassenen, de taal was niet precies wat hij bedoelde met literatuur. Dus begon ik een briefwisseling met mijn oudtante, in het Frans. Natuurlijk over koetjes en kalfjes, tenslotte lagen haar en mijn wereld mijlenver uit elkaar. Maar het hielp wel. Het vervoegen werd makkelijker en ik leerde meer woorden kennen. Een paar jaar schreef ik regelmatig. En zij schreef terug. Later werd het minder maar toch stuurde ik haar met kerst een volgekriebelde kaart. En ik kreeg er een terug. Haar handschrift werd wel wat bibberiger maar het bleef toch prima te lezen. Ik werd ouder, leerde mijn maatje kennen en ging met hem samenwonen. Plotseling stopten de kerstkaarten. Ik, in mijn naïviteit, zocht er in eerste instantie niets achter. Misschien had ze mijn nieuwe adres niet, misschien was ze het vergeten, tenslotte werd ze ook een dagje ouder. Ik maakte er een keer een opmerking over tegen mijn moeder. Ze mompelde wat en nam een ontwijkende houding aan. Het wakkerde mijn nieuwsgierigheid aan en ik wilde weten wat er aan de hand was. Na lang zeuren was mijn moeder eindelijk bereid de waarheid te vertellen. Tante nonnetje bleek niet zo ruimdenkend te zijn, het “behandel uw naaste gelijk uzelf” was toch lastig in praktijk te brengen. Vooral ten opzichte van iemand die niet wettelijk gehuwd is. Mijn moeder schaamde zich. Ik heb er hartelijk om gelachen. Ik heb mijn tante nooit meer gesproken. Ze heeft een hoge leeftijd bereikt en is rustig ingeslapen. Waarschijnlijk in de veronderstelling dat het gelijk aan haar zijde was. Ach, iedereen heeft recht op zijn eigen mening.  

Machteld
0 0

Bijzondere eigenschappen

Ieder mens heeft recht op een aantal bijzondere eigenschappen. Zo hou ik van sorteren. Dat klinkt redelijk dwangmatig maar ik kan er prima mee leven. Sorteren geeft me rust, vooral in mijn hoofd. Ik weet nog dat we mijn schoonouders hielpen met verhuizen van een huis met schuur en garage naar een seniorenappartement. Dat op zich was al een klus, er moest van heel veel zaken afscheid genomen worden. Met name de inhoud van de schuur was een probleem. Al die potjes met spijkertjes en schroeven. Mijn schoonvader had alles gesorteerd en geclassificeerd onder de noemer “van alles wat”. En omdat mijn maatje nu eenmaal ook niet sterk is in weggooien, ging de meeste voorraad mee naar huis. En toen ging ik sorteren, heerlijk. Verstand op nul en schroefjes schuiven. Ik werd er helemaal rustig van. Ik tel ook. Ik kan prima zien wat drie of vier suikerklontjes zijn maar toch tel ik ze af. Een, twee, drie, vier. Toen ik op mijn arm de initialen van mijn maatje en mijzelf liet tatoeëren, was ik daar toch niet tevreden mee. Wel met de letters zelf, die waren precies zoals we wilden. Maar het gevoel dat er iets miste, bleef aan me knagen. Het duurde even voordat ik het begreep. En een afspraak maakte bij de verantwoordelijke voor die initialen. Hij zette op mijn andere arm een kleine afbeelding van mijn sterrebeeld. “Kijk” zei ik tevreden, “nu loop ik weer recht.” De tattoo-man keek me verwonderd aan, ik denk niet dat hij die reactie vaak kreeg. Het wordt wel wat minder hoor. De neiging om alles recht te zetten kan ik tegenwoordig prima onderdrukken. En ik kan heel goed leven met het feit dat andere mensen geen last hebben van een gebrek aan symmetrie. Ach, degene die er het meeste de draak mee steekt ben ik zelf. Ik zie mezelf de dingen recht zetten. Net als mijn vader vroeger als hij de tafel dekte voor het ontbijt. De botervloot kaarsrecht naast de broodschaal. Ik heb het denk ik van geen vreemde.  

Machteld
0 0

Kleinemannetjessyndroom

In de hondenwereld kent men zeker rangen en standen. Zo heb je de zelfstandige honden, de Basset van mijn zus is hier een goed voorbeeld van. Hele leuke hond, maar gruwelijk eigenwijs. Ook niet te straffen. Als hij weer eens eten heeft gepikt en hij daarvoor op zijn donder krijgt, gedraagt hij zich alsof hij ernstig wordt mishandeld. Hij jammert en moppert als een klein jongetje en kruipt als het zieligste wezen ter wereld in zijn mand. Waar hij zich vervolgens tevreden opkrult en in slaap sukkelt, tenslotte heeft hij toch maar mooi wat extra’s gegeten. Ook heb je de slimme dames. Zij spannen de dominante mannen voor hun karretje. En gaan dan zelf van een afstandje staan kijken hoe die sufferds door hun baasjes terecht gewezen worden. Hele slimme meiden. Zij laten nadien ook genadiglijk toe dat het mannetje bij hen komt zitten. Niet te dicht, dat niet, hij moet wel zijn plaats weten. De dominante mannen laten zich ook gewoon gebruiken. Zij komen elkaar tegen en schatten de ander in. Normaal gesproken komen ze tot een overeenkomst. Dan wordt er wederzijds geknikt en ze lopen verder. In een enkel geval moet er even wat machtsvertoon gebruikt worden. Gelukkig is het meestal maar show. Ook de dominante mannen weten dat zij een baas hebben. En die zorgt voor eten en drinken, een niet onbelangrijk iets. En dan heb je nog de categorie irritante honden. Meestal van klein formaat maar met een enorm ego. Je kunt er langslopen met een Jack Russell of met een Bullmastiff, ze keffen zich altijd de longen uit hun lijf. Het maakt geen verschil En ze kunnen dat ook voor het gevoel uren volhouden. Het keffen beperkt zich niet alleen tot reageren op andere honden. Dat is iets te veel gevraagd. Alles en iedereen vormt een trigger. Een mus die het waagt in de buurt te komen, een kind dat alleen maar even zijn bal komt halen, overal moet tegen geblaft worden. Je vraagt je af of zo’n hond niet moe wordt van zichzelf. Tenslotte haalt het niks uit, de mus blijft gewoon zitten en het kind speelt een eindje verder vrolijk door. Het is ook niet dat ze niet bestraffend toegesproken worden, voor de eigenaar is het ook geen feest. Soms moet er zelfs een blafband aan te pas komen om te proberen het lawaai te stoppen. Zoals het in de hondenwereld gaat, zo gaat het eigenlijk vaak ook met mensen. Types met kleinemannetjessyndroom zijn niet te stoppen. We kennen ze allemaal, ze worden meewarig bekeken maar hebben vaak een te dikke huid. Of een plaat voor hun hoofd. En blafbanden, dat is voor mensen niet toegestaan. Helaas.  

Machteld
0 0

Zomerkleding

Een camping is doorgaans niet de plaats om er op zijn modieust uit te zien. In tegendeel, kleding moet comfortabel zijn, tegen een stootje kunnen en bij voorkeur moet je niet direct kunnen zien dat je net een hond met modderpoten op schoot hebt gehad. Een stevige spijkerbroek voldoet daarom eigenlijk het best. Natuurlijk zijn er temperaturen die rechtvaardigen dat je je steekt in een wat luchtiger omhulsel. Bij voorkeur de hele zomer, maar dat is vaak een ijdele wens. Hoewel, dit jaar hebben we toch zeker nog niks te klagen gehad. Veel mensen, en de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat dit dan toch ook vaak Nederlanders zijn, denken dat een hoge temperatuur een rechtvaardiging is voor het dragen van spullen waarvan een stylist waarschijnlijk denkt dat het regelrecht uit de zak van Max komt. Vrouwen dragen te korte rokken, te korte broeken en te strakke topjes. Mannen hullen zich in korte broeken met een streepje, gecombineerd met shirts met een schreeuwend, en dus vloekend, printje. En dan afgemaakt met opgetrokken sokken, soms zelfs gestoken in sandalen. En het hoeft helemaal niet volgens de laatste mode. Mijn maatje is ook van het kaliber lekker makkelijk. Maar hij heeft toch wel het besef dat het “moet matchen”. Tenslotte is hij lang genoeg met zijn twee nichtjes op pad geweest. Iedere miskleun werd door de dames genadeloos afgestraft. Zelfs de door hem voor de gelegenheid aangeschafte Björn Borg short kon de goedkeuring niet direct wegdragen.   Het ligt aan mij hoor. Ik ben niet meer van het type “iedere zichzelf respecterende vrouw draagt te allen tijde kousen”, maar een beetje aandacht voor hoe je eruit ziet, dat lijkt me toch wel het minste. Ik kan me niet voorstellen dat een linnen blouse zo warm is dat je die niet kunt velen op je blote huid. Maar het gaat altijd zo van het ene uiterste naar het andere. Als het wat fris is, zijn de ANWB-echtparen, gehuld in eendere Human Nature-jassen en afritsbroeken niet van de lucht. En als het dan wat warmer wordt, zie je die zelfde echtparen paraderen in hun beige korte broek en dito hemd. Heel bijzonder. Een kennis had om die reden een vreselijke hekel aan de zomer. Zij kon niet wachten tot het weer herfst werd. Zo erg ben ik niet, ik kan enorm genieten van de zomer met zijn heerlijke lange avonden. Alleen niet van het gebrek aan smaak wat daar vaak mee gepaard gaat.  

Machteld
0 0

Reden tot klagen

De medische gezondheidszorg in Nederland is een verschrikking. Er worden fouten gemaakt, de wachtlijsten zijn enorm. En wat te denken van de zorgverzekeringen. Die rekenen toch maar wat. Ze hebben alle macht dus ze kunnen de tarieven kunstmatig hoog houden. Dagelijks lees je in de Social Media hoe triest het in onze ziekenhuizen is gesteld. Nee, hoe anders is dat dan in Gambia. Verpleegkundigen behandelen de patiënten als onmondige kinderen. Ze moeten gewoon niet zeuren, uiteindelijk hebben zij niet gestudeerd. Zeker kinderen moeten stil zijn, er wordt niet gehuild  en er is geen reden om bang te zijn. Hou je mond! Marijke is diabetespatiënt en heeft (in Nederland) twee nieuwe heupen gekregen. Zij klaagt daar niet over maar moet wel bepaalde regels in acht nemen. Onlangs had zij echter een onhandige dag, ze viel behoorlijk. Met haar heupen is dat geen succes dus ze moest naar het ziekenhuis om te laten  controleren of er wat ernstigs aan de hand was. Deze keer had ze veel geluk. De Senegalese orthopeed die ze trof, was bovenmatig geïnteresseerd in haar protheses en vroeg zelfs toestemming meer röntgenfoto’s te maken om het fenomeen te bespreken met zijn collega’s. Marijke bleek haar spieren behoorlijk gekneusd te hebben en mocht, ondersteund door twee krukken, weer naar huis. Met een zucht van verlichting. In een ziekenhuis in Gambia zijn de verpleegkundigen niet aangenomen om patiënten te verzorgen. Daarom hebben zij niet gestudeerd! Zij geven de patiënten hun medicijnen en komen af en toe eens kijken of je nog leeft. Je krijgt een bed met een doek erop en een kussen. Om de  vliegen weg te houden zetten zij de ventilator zo hard aan dat alle patiënten liggen te bibberen. Nachtkleding in de vorm van een pyjama kennen ze niet. Je ligt in je gewone kleren op bed. En als je geen hulp krijgt van familie of vrienden, moet je het ook je hele verblijf met diezelfde kleren doen. Er wordt een infuus aangelegd en dat is dat Een vriend van Marijke moest even geleden opgenomen worden. De man is oud, zwak, heeft Alzheimer en pas een Tia gehad. Bovendien is zijn suikergehalte niet in orde. Gelukkig heeft hij wel een goede verzorgster. Marijke laat zich niet wegsturen. Na een woelige nacht met weinig slaap verwachtte zij dat de artsen het suikergehalte van de patiënt zouden checken. Niks was minder waar. De onverschillige arts vertelde dat de bloedwaarden wel niet helemaal goed waren maar dat hij toch naar huis kon. Een nacht infuus met zoutoplossing had hem goed gedaan. Naar de verdere aard van zijn problemen werd niet gekeken. Daar stonden ze. De arme man werd nog net in de auto geholpen maar verder moesten ze het maar uitzoeken. Het ging slechter en slechter. Een zorgvereniging werd ingeseind en deze mensen reageerden wel adequaat. Hij werd met de ambulance naar het ziekenhuis gebracht en daar werd geconstateerd dat zijn suikerspiegel zo in de war was dat hij in een hypo was geraakt. Inmiddels gaat het weer beter met hem. Marijke krijgt haar medicijnen vanuit Nederland. Ze adviseert het ook al haar gasten. Breng je eigen spullen mee, een medicijnenpaspoort en een goedgevulde verbanddoos met eigen naalden als je het binnenland in gaat. Afrika is prachtig maar medische zorg is vaak niet in de buurt. Misschien zijn wij in Nederland verwend?  

Machteld
0 0

Ballonvaart

Het bedrijf waar ik werk heeft een hele mooie traditie. Iedere medewerker die zijn 25-jarig jubileum viert, krijgt een ballonvaart aangeboden. Een gerenommeerd bedrijf heeft in de vloot een ballon met levensgroot de naam van het bedrijf er op. Onnodig te zeggen dat deze ballon wordt ingezet voor deze prachtige tochten. Onlangs viel mij de eer te beurt. Mijn jubileum was alweer wat maandjes geleden maar inmiddels waren er genoeg collega’s om een mandje te vullen. Het weer was prachtig, geen wolkje aan de lucht, het zou een rustige vaart worden. We stegen op en keken onze ogen uit. Het is grappig het bedrijf waar je werkt van bovenaf te zien. Het geeft een heel nieuw perspectief, zullen we maar zeggen. Helaas waren de weergoden ons iets minder gezind. Nog geen tien minuten nadat we de lucht in waren gegaan, kreeg onze piloot de melding dat er onweer op komst was. Haar besluit was snel gemaakt, “we gaan landen, deze vlucht doen we over”. Jammer, vonden wij, maar natuurlijk geen probleem. Er werd uitgekeken naar een veilige plek om te landen. Alleen, ineens viel de wind weg. We hingen stil. En dat was nog niet zo erg. Maar we hingen boven een knooppunt van twee snelwegen. De auto’s raasden onder ons voorbij. Wat nu? De pilote bleef rustig. “We laten de ballon stijgen en dan kunnen we op de thermiek weer verder”. Na wat gestegen te zijn bleek de wind toch meer wispelturig dan verwacht, we werden teruggeblazen in de richting waar we vandaan kwamen. Niet zoals gepland, in de woonwijk onder ons was ook niet veel plaats om te landen. Inmiddels was de wind ook aangewakkerd. Normaal gesproken voel je in de lucht geen wind. Toch voelden we exact waar we heen zouden gaan. Een ballon is dan eigenlijk maar een speelbal van de elementen. We volgden de snelweg in de richting van waar we gekomen waren. Onze pilote werd serieuzer, zij focuste zich volledig op de vaart en er was geen tijd meer voor flauwekul. Dit gaf toch het gevoel dat hier iets serieus aan de hand was. Geen grapjes, geen foto’s, gespannen kijken naar een plaats om te landen. De wind wakkerde aan en nam ons met een noodgang mee. De pilote deed wat zij kon om te zorgen dat we een plaats vonden voor een veilige landing. “Is dat gras? Trouwens, niet belangrijk, we gaan nu landen”. We kregen instructies, hielden ons schrap en deden onbewust onze ogen dicht. Met een bons landde de mand op de grond en viel op zijn zij. Helaas was het daar niet mee over want door de snelheid waarmee we neerkwamen, werd de mand nog een flink eind gesleurd. Samen met een collega lag ik onderin en voelde allerlei bladeren langs mijn gezicht gaan. Geen idee wat het was. Ik probeerde mijn hoofd wat opgetild te houden om de grond niet te raken. Eindelijk lagen we stil. Ik opende mijn ogen en ontdekte dat we in een bietenveld waren geland. Het bietenloof zat rond mijn oren en het zand zat in mijn mond. Maar we waren veilig geland, dat was het allerbelangrijkste. De volgers die ons in de auto na waren gereden, slaakten een zucht van verlichting. Mijn maatje voorop, hij had gezien hoe de ballon weerloos was meegevoerd. Met zijn vrouw daar in. Hij had het niet leuk gevonden. Achteraf is het een spannend verhaal. Met een goede afloop. En de eerlijkheid gebiedt te zeggen, dit is volledig te wijten aan onze kundige pilote. Zonder haar ervaring en focus had het heel anders af kunnen lopen. Dank je wel Monique. Het was een ervaring om nooit te vergeten.  

Machteld
0 0

Naïef

Als kind had ik een heel simplistisch beeld van de wereldproblematiek. Ik had het ook zo opgelost. Gewoon al het geld dat wordt uitgegeven aan wapens, besteden aan eten. Dan hebben de mensen in de derdewereldlanden genoeg te eten en is er gelijk geen oorlog meer. Want er zijn dan geen wapens meer beschikbaar. Later leerde ik dat het zo niet werkt. Aan oorlog wordt veel geld verdiend, aan voedsel niet. Dictators kunnen alleen de absolute macht behouden door mensen te onderdrukken. En er is altijd een groep mensen die aan zo’n dictator veel geld verdienen, dus hem het liefst aan die macht houden. Macht is immers het enige waar het om draait. Ik maak me geen illusies, de leiding van IS wil niet dat andere mensen hun  geloof aannemen, zij willen alleen de macht over hen overnemen. Om daar dan weer geld aan te verdienen. In Amerika zit nu een president die volgens mij denkt dat het één groot spel is. En dat hij op hoog niveau mee mag spelen, hoi. Ik moet zeggen, hij zit er al langer dan ik had verwacht. Ik had echt gedacht dat hij het al veel eerder niet leuk meer zou vinden. “Ze doen helemaal niet wat ik wil, ik krijg steeds commentaar, bah bah.” Nu heeft hij natuurlijk wel als een ware pater familias zijn nazaten en aanhang aan een goedbetaalde baan geholpen, dus wellicht raden zij hem tijdens de familiediners aan om toch nog even te blijven zitten. Macht en geld, daar zijn ze weer. Ach, en als je dan naar die andere grootmacht kijkt, dan zie je daar iemand die zichzelf zo geweldig vindt dat hij het liefst poseert in poses als een echte man. Op een paard, ontbloot bovenlijf, God's gift to women. En de rest van de wereld natuurlijk. Ook hij heeft waarschijnlijk een heel leger van mensen om zich heen verzameld die hem naar de ogen kijken. Niet omdat ze hem zo geweldig vinden maar omdat het hen persoonlijk goed uitkomt. Van tegenstanders houdt hij niet. In het kielzog van de grote leiders volgt dan een stoet ‘mindere’ goden. De landen waar zij de scepter zwaaien zijn niet zo groot, hun ego echter des te meer. Het lijkt wel of een groot deel van de wereld wordt geleid door heren die graag een karikatuur van zichzelf maken. Als het niet zo gevaarlijk was, zou ik er heel hartelijk om moeten lachen.  

Machteld
0 0

Zappen

Zo, alles opgeruimd, koffie gezet. Een avond waarop ik me heb voorgenomen niets te doen en eens lekker voor de televisie te gaan zitten. Even verstand op nul en kijken. Dus ik vraag mijn maatje “wat er op is”. Van het aanbod dat die overvloed aan zenders ons biedt word ik direct narrig. Je kunt kiezen tussen verschrikkelijke bak- en kookprogramma’s, diverse vreselijke hulpprogramma’s, met steeds dezelfde deskundigen. De talentenjachten zijn niet van de lucht. Blijkbaar kijken we graag naar mensen die zichzelf voor schut zetten maar vinden we het ook leuk om BN'ers nerveus te zien ronddraaien. Iedereen moet kunnen zingen tegenwoordig. Of kunnen dansen, dat is ook erg modern. En wat te denken van mensen die denken dat ze zonder enige voorbereiding en met een minimaal budget een bouwval kunnen opknappen of een restaurant kunnen beginnen in een varkensstal. En dan nog liefst in een land waarvan zij de taal niet machtig zijn en zonder zich ook maar een moment te hebben verdiept in de regels van dat land. En in, nog veel belangrijker, de cultuur van dat land. Wij zijn Nederlanders, dat gaat ons wel lukken, toch. Gewoon een zak geld mee en arrogant kijken. De verbazing op hun gezichten is wonderbaarlijk als blijkt dat het allemaal niet lukt. Het leek een eitje, toch. En daar moet ik dan naar kijken. Het brengt me alleen plaatsvervangende schaamte, verder niets. En om nou voor de zestiende keer naar de documentaire “Mission Impossible” te kijken, dat gaat me ook een beetje ver. Er is wel filmaanbod, maar dat aanbod is al jaren hetzelfde, helaas. En waarom moet ik kijken naar mensen die in hun Adam- of Eva-kostuum daten? Wat voegt het toe? Ach, zo kan ik wel even doorgaan. Amerikaanse crime-series met een politiekorps waar je alleen maar wordt aangenomen als je heel mooi bent en als vrouw op enorme stiletto's je werk kunt doen. In een witte broek liefst, die zelfs op een vuilnisbelt smetteloos schoon blijft. Soms lijkt het wel of sommige programma’s echt alleen maar zijn gemaakt om de intelligentie van de kijker te beledigen. Oké, er zijn er thema-zenders, maar als ik een avondje vermaak zoek, zijn dat ook niet precies de plaatsen die ik zoek. Dus val ik met een zucht terug op een oude verslaving, Britse detectives. Niet altijd even spannend maar wel altijd leuk om naar te kijken. De moorden worden in stijl gepleegd, zonder al te veel getoond geweld. Anderen vinden de series misschien oubollig, voor mij is het toch een avondje ontspannend kijken. Waarom zoek ik eigenlijk verder?  

Machteld
0 0

Hondenleven

Ah, kijk, even in de gaten houden. Het vrouwtje en het baasje waren met tassen en spullen in de weer. Daar moest hij wel even bijblijven, tenslotte ging hij ook zeker weten mee naar de camping. Niet dat ze hem ooit vergeten hadden, dat niet, maar hij bleef toch altijd maar liever zelf een beetje alert. Ok, heel goed, zijn spullen werden ook klaar gezet. Alles ging in de auto en hij sprong op de achterbank. Nu even een tijdje hobbelen. Meestal sliep hij gewoon lekker en werd hij wakker zodra ze de grindpad van de camping op draaiden. Het geluid was anders dan dat zoeven op de snelweg, daardoor wist hij dat ze er bijna waren. Terwijl het baasje alle spullen weer uit de auto haalde, wat een gedoe toch weer steeds, ging hij eens op zijn gemak kijken wie er allemaal waren. Veel mensen kende hij wel, daar ging hij altijd even dag zeggen. Vaak kreeg hij dan ook wel een snoepje, dat was altijd meegenomen. De bekende mensen waren aardig. Daar had hij geen problemen mee. Wat wel eens lastig was, waren de mensen die maar tijdelijk waren. Daar waren soms van die zeurpieten bij. Die stuurden hem gewoon weg als hij kennis wilde maken. Tssss. Dat snap je toch niet. Maar goed, hij moest wel even het baasje en het vrouwtje in de gaten houden. Want ze wilden eigenlijk niet dat hij in zijn eentje op pad ging. Hij snapte niet waarom, tenslotte kende hij de camping op zijn duimpje. Hij zou echt niet in zeven sloten tegelijk lopen. Als ze bezig waren met opruimen, kon hij wel even op pad, dan zagen ze dat toch niet. Hij moest wel opschieten, het vrouwtje kwam hem vaak al snel roepen. Soms was hij nog niet eens tot aan de caravan van zijn vriendinnen gekomen. Hij liep meestal wel gewoon met het vrouwtje mee terug. Het was ook wel een beetje zielig om haar voor niks te laten roepen. Hij nam nog wel eens een omweg maar hij ging wel altijd met haar mee. Bij het baasje nam hij geen omweg, die riep niet zo vaak maar als hij riep was het toch wel zaak gelijk terug te gaan. Hmm. Ach, hij zou zijn vriendinnen zeker vanmiddag nog wel op het terras zien. Misschien gingen ze ook nog wel zwemmen vanmiddag, dan kon hij ook mee gaan. Daar was het baasje dan weer niet zo moeilijk in, dan mocht hij gewoon mee. Alleen vorige keer, toen had hij het wel een beetje verkeerd gedaan. Het baasje was takken van een boom aan het zagen en het vrouwtje was hem aan het helpen. Zijn vriendinnen waren langsgekomen maar hij mocht deze keer niet mee. Echt zeldzaam flauw. Toen ze druk bezig waren, was hij gewoon toch maar het bos in gelopen. Lekker poedelen en spelen met Luna. Yana was aan het zwemmen, daar hield hij persoonlijk niet zo van. Oei, maar toen het vrouwtje kwam, hoorde hij aan haar stem dat het menens was. Hij moest gelijk het water uit en mee komen. Mensen, je snapte er soms niks van, ze konden zo moeilijk doen. Hij was maar gelijk mee gegaan want als het vrouwtje die stem opzette was ze echt boos. En dan trok ze hem soms aan zijn oor of zijn nekvel mee. Dat was wel gênant tegenover Yana en Luna. Dat moest hij niet hebben, het ondermijnde toch behoorlijk zijn prestige. Tenslotte was hij een man, hij moest hen wel beschermen. Voorlopig ging hij eerst maar eens even in de zon liggen. Alles was inmiddels ingericht, er was gezorgd voor zijn drinken, vanavond zou hij lekker eten krijgen. Daar zorgden het baasje en vrouwtje wel voor. Nu eerst relaxen. Een hondenleven is goed.  

Machteld
0 0

Zo maar een gelukkige dag

Soms merk je dat je onbewust glimlacht. Dan heeft het leven zomaar ineens gelukkige momenten voor je in petto. Natuurlijk moet je die wel zien. Als je dat kunt, ben je een gelukkig mens. Marijke kan dat heel goed. Doordat zij een lodge heeft, ontmoet zij gasten vanuit de hele wereld. Sommigen zijn eenmalige gasten, die komen, genieten en gaan. Maar er zijn ook mensen waar zij contact mee houdt. En zo kan het dan gebeuren dat er een vraag komt vanuit Japan. Een designer wil een stoel laten maken in 180 verschillende landen. Alleen het ontwerp wordt gestuurd, de lokale timmerman mag zichzelf daarna uitleven. Op zijn eigen manier. En tegen betaling. Marijke kijkt in gedachten rond in haar netwerk en vraagt iemand die zij kent en die dit zeker met beide handen zal aanpakken. De eerste glimlach is geboren. Daarna denkt zij na over de Nederlandse maaltijd die zij een vriend heeft beloofd. Hollandse pot, dat is lang geleden. De jongen die haar boodschappen haalt, brengt desgevraagd aardappels mee. Vijf stuks, in Gambia gaan aardappels niet per kilo. Als Marijke voorbereidingen wil gaan treffen, komt zij tot de ontdekking dat de aardappels al zijn gekookt. Ook dat tref je in Nederland niet aan in de supermarkt. “Maar,” denkt zij glimlachend, “dat scheelt in ieder geval weer werk.” In de middag staat ‘winkelen’ op het programma. Dat betekent tweedehands winkeltjes afstruinen op zoek naar simpele dingen. Onlangs heeft ze nog een Tupperware voorraadbus  gescoord. Het is onvoorstelbaar wat Europeanen dumpen in Afrika, onder het mom van liefdadigheid. De Nederlandse maaltijd bestond uit frites, asperges in boter met een ei en extra appelmoes. Misschien niet de meest exclusieve maaltijd uit het Nederlandse kookboek maar wel heerlijk als je bedenkt dat er in Gambia wordt gekookt met wat er in huis is. Waar wij in ons koude landje dan wel weer jaloers op kunnen zijn, is een lange zwoele avond. Een glaasje wijn, luisteren naar de geluiden van de duisternis. Hoe zou het mogelijk zijn niet te glimlachen. Wellicht is dit niet de dag die wij verwende Westerlingen bovenaan ons lijstje hebben staan. In onze snelle maatschappij is het bijna ondenkbaar om te kunnen genieten van dergelijke simpele dingen. Daarom kan ik wel eens jaloers zijn op Marijke. Zij heeft het niet voor niets gehad in het leven maar ze heeft daardoor wel geleerd dat geluk niet zit in geld of bezittingen. Geluk zit in een glimlach.  

Machteld
0 0

Decorum

Gisteren zag ik weer een lotgenoot ploeteren. In het kielzog van een mannelijke collega die net iets te grote passen nam. Dat deed hij niet expres, hij had nou eenmaal langere benen. De dame in kwestie kwam zo te zien ook net van een meeting. Zij sjouwde met handtas, laptop en autosleutel op haar hakken door het gras van het plantsoen rond het parkeerterrein. Ik moest toch wachten dus ik zat het tafereel op mijn gemak aan te kijken. Ik ken het namelijk. Je loopt mee met je mannelijke collega’s, die zijn professioneel gekleed maar wel op platte schoenen. Je draagt net als zij een laptoptas. Maar jij draagt ook nog eens je handtas èn je loopt op hakken. En in mijn geval dan te klunzen. Het lukt me nou nooit eens om een beetje handig dingen te verdelen. Ik heb altijd èn de hengsels van twee tassen èn mijn sleutels in één hand. En probeer dan op elegante wijze de auto open te maken om eindelijk die tassen op de achterbank te gooien. En dan vervolgens met een zucht achter het stuur te kruipen. Eindelijk rust voor mijn voeten. Natuurlijk doe ik het mezelf aan. Dat weet ik.  Ik wil er zo elegant mogelijk uit zien. Dat ik van nature niet elegant ben, neem ik dan maar voor lief. Tenslotte wil je ook niet door het leven gaan als oma Duck, met bijbehorend schoeisel. Het is al erg genoeg dat ik verre van lichtvoetig ben en iedereen mij van mijlenver hoort aankomen. Ik doe het niet expres, het is mijn motoriek. Of zoals een collega opmerkte “je moet de groeten van hakken hebben.” En dan heb ik het nog niet eens over nieuwe schoenen. Want man, man, wat kun je daar een blaren in krijgen. Laatst ook weer, ik had prachtige (vond ik) nieuwe pumps gekocht. De eerste dag al was het prijs. Een blaar zo groot als morgen de hele dag. De hele dag heb ik lopen strompelen, het bloed zat in mijn nieuwe schoen. Toen ik thuis kwam met een verbeten gezicht, vroeg mijn maatje heel subtiel “nieuwe schoenen, zeker zere voeten?” Ik gromde wat en schopte ze mijn schoenen in een hoek. Wetende dat ik ze toch echt weer aan zou moeten. Want anders worden die schoenen nooit passend. Zucht.   Eerst dacht ik dat ik de enige was die altijd zo liep te klunzen. Het blijkt echter gewoon een vrouwending te zijn. Dat geeft toch wat rust. Niet dat het daardoor minder sukkelig wordt maar het is prettig te weten dat het niet helemaal aan mij ligt. Ik besluit gewoon maar te bedenken dat het aan de maatschappij ligt. En dan in het bijzonder aan ons vrouwen zelf.  

Machteld
0 0

Klanttevredenheid

Terwijl ik in het donker op zoek ben naar een notitieblokje en een pen, stoot ik mijn scheenbeen pijnlijk aan een scherpe punt. Ik grom binnensmonds en doe dan toch maar het licht aan. Oh ja, twee televisies, dat is waar, die staan hier zo lang. Mijn schoonvader keek graag televisie. Zijn wereld, en met name zijn bewegingswereld, was op het laatst behoorlijk beperkt. Natuurlijk trok hij er op uit met zijn scootmobiel, maar als het slecht weer was, was hij toch regelmatig op zijn huis aangewezen. En dan installeerde hij zich in zijn gemakkelijke stoel. Voeten omhoog, drankje en knabbels binnen handbereik, afstandsbediening op schoot. Hij vermaakte zich wel. Het liefst keek hij naar National Geographic, de natuur boeide hem mateloos. Wellicht ook vanwege het feit dat hij zelf de stad niet meer uit kwam. Pa keek ook niet naar een klein televisietje. Nee hoor, wat dat betreft was hij zijn tijd ver vooruit. Waar andere bejaarden zonde maakten van het geld, kocht hij regelmatig een nieuwe tv. De laatste snufjes, hij had het allemaal. De zaak waar hij vaste klant was, was daar helaas ook van op de hoogte. Ik weet nog goed dat we een keer uitgenodigd werden zijn nieuwste aanwinst te bewonderen. Een prachtige televisie, groot, plat, van alle gemakken voorzien. Hij was er zichtbaar blij mee. Natuurlijk waren wij ook blij voor hem. Alleen het feit dat hij zich afvroeg waarom hij er toch twee zonnebrillen bij had gekregen, zette ons aan het denken. Als je iemand een 3D televisie verkoopt, dien je toch op zijn minst de werking uit te leggen. Misschien waren ze bang dat hij zich dan terug zou trekken, zoveel geld voor iets dat hij toch niet gebruikte. Bij zijn volgende televisie was het nog zouter. Weer een prachtig apparaat. “Moet je toch eens kijken” zei pa, “wat een afstandsbediening ik erbij heb gekregen.” Het eerste dat me opviel, was de grote toets in het midden met het Windows-icoon. Het was een smart-tv. Er was alleen een klein probleempje, pa had geen internet. Het computertijdperk was volledig aan hem voorbij gegaan. Hij keek altijd met verbazing toe als ik dingen opzocht op mijn tablet en hem dan een blik gunde in de hele wereld. En nu had hij een apparaat dat hetzelfde kon. We hebben internet voor hem aangevraagd. Ik weet niet of Ziggo ons daar dankbaar voor was. Pa hing regelmatig aan de telefoon, “hij doet het niet.” Meestal was er dan weer iets met het wachtwoord. Hoe hij het voor elkaar kreeg, geen idee. Toch gaf ook deze televisie ons het idee dat de verkoper hem weer geld uit zijn zak had geklopt. Pa deed niks met YouTube, wist niet eens wat het was. Waar had hij een smart-tv voor nodig. Het was de laatste die hij heeft gekocht. Hij is altijd een trouwe klant gebleven. Het gevoel dat hij opgelicht werd, leefde alleen maar bij ons. We hebben er nooit iets van gezegd, pa zou er alleen maar verdrietig van zijn geworden. In tevredenheidsonderzoeken wordt vaak gevraagd of je de leverancier zou aanbevelen bij je vrienden en kennissen. Nou, nee dus.  

Machteld
0 0

Onafhankelijk

Jonge jonge wat een gedoe toch weer. Gewoon die tent op zetten en niet meer zeuren. Tegenwoordig waren mensen echt watjes. Hij duwde de twee sukkels opzij en trok het zeil van de vrachtwagen. “Kom op joh, pak eens aan.” Dat gezanik steeds. Ze stonden natuurlijk ook weer helemaal verkeerd, als je zo alles vastpakt, moet je ook wel moeite hebben. Hij  gromde inwendig en wees waar ze moesten gaan staan. Je moest ook altijd alles zelf doen. ’s Avonds zaten ze eindelijk rond het kampvuur aan het eten. Hij trok het legergroene blik open en veegde zijn vork af aan zijn mouw. Thuis kwam hem dat op een valse blik van zijn vrouw te staan maar dat kon hem niet schelen. Ze wist waar ze aan begon toen ze met hem trouwde, ze waren tenslotte geen achttien meer. Toen zijn eerste vrouw steeds meer begon te zeuren dat hij zich eens wat netter moest aankleden en wat meer thuis moest blijven, had hij haar netjes op de keitjes gezet. Geen gezeur, hij was zoals hij was. Gelukkig begreep zijn zoon precies wat hij bedoelde, dat was ook niet zo’n zeikerd. De militaire weekenden zoals deze waren altijd tof. Mooi wel dat hij voor de zoon van zijn buurman een tent had kunnen ritselen. Kon dat jong tenminste ook eens mee. Die had toch al niet zo veel, pa afgekeurd vanwege zijn rug, ma te bedonderd dat ze de handen uit de mouwen stak. Nee, die maakten er niet veel  van. Hij nam de jongen graag mee op pad. Het was een prima enthousiast joch. Mooi gezicht als hij zo naast hem in de vrachtwagen zat, dat koppie net boven het dashboard uit. Zeurde ook nooit, pakte altijd mee aan. Jammer dat zo’n kind zo’n last kon hebben van zijn ouwelui. Tevreden keek hij de kring rond. Beter dan dit kon toch niet, met z’n allen in de buitenlucht, niet van die flauwekul als eten in een restaurant. En dan verwachten dat je je omkleedt. Waarom, om te gaan eten? Net of het niet smaakte in zijn gemakkelijke kloffie. Nee, al die flauwekul, daar deed hij niet aan mee. Ze konden hem alles vragen, hij wilde overal mee helpen maar zich anders voordoen dan hij was, daar begon hij niet aan. Binnenkort zag hij zijn broer weer. Goeie vent, woonde in Amerika. Jammer, daardoor zagen ze elkaar maar eens per jaar. Dit jaar kwam hij weer hierheen. Ondanks dat die voor zijn werk wel nette kleding had gedragen, was die toch echt net als hij. Hij verheugde zich al op hun tijd samen. Gewoon, mekaar aankijken en weten wat je bedoelt. Mannen onder elkaar. Die vrouwen konden altijd zo zeuren. Ja, dan zat er een vlek in zijn broek, of een winkelhaak bij zijn elleboog. Hij vroeg toch niet of ze het wilde repareren. Hij had er geen last van dus zij hoefde zich er niet mee te bemoeien. En dan was zijn vrouw nog niet eens moeilijk. Je had van die wijven, daar was helemaal niks mee te beginnen. Die klaagden al als hun haar in de war raakte. Onvoorstelbaar dat er kerels waren die het daar mee uit konden houden. Zijn vrouw moest hem lekker zijn gang laten gaan, dan had ze geen last van hem en hij niet van haar. Zijn broer was verstandig. Die was nooit getrouwd geweest. “De ware nooit tegengekomen”, zei hij altijd. Waarschijnlijk nooit op zoek geweest, veel te druk met andere dingen. Wel jammer dat hij daardoor ook geen kinderen had. Tenminste, niet dat hij wist. Hij keek naar zijn zoon, die zat halverwege de kring zijn eigen pannetje leeg te lepelen. Ze deden in hun vrije tijd veel samen. Prima kerel, had ook een prima wijf, trouwens. Stoer ding, nooit zeiken, gewoon mee aanpakken. Daar had hij het mee getroffen. Ja, als hij zo terugdacht, dan had hij het allemaal nog niet zo slecht getroffen. Hij was gezond, kon doen wat hij wilde, hoefde met niemand rekening te houden. Als hij zo eens in zijn omgeving keek, was dat wel eens anders. Gelukkig kon hij hier en daar ook nog eens een helpende hand toesteken. Niet bij prutsers die het zelf veroorzaakten, maar soms had je van die tobbers die altijd pech hadden. Ach, en als hij daar wat voor kon doen, waarom zou hij het dan laten. Tenslotte had hij het goed. Eigenlijk zou iedereen dat eens moeten doen. Gewoon, normaal doen en elkaar helpen. En hem lekker laten zitten, met zijn vrienden, zijn familie en zijn kampvuur.    

Machteld
0 0

Ballenbak

In ons gezin zijn tennisballen een verbruiksvoorwerp. Dat klinkt vreemd. Normaal gesproken is een tennisser betrekkelijk zuinig op zijn ballen. Natuurlijk, ze gaan niet oneindig mee, maar ze worden gekoesterd en goed behandeld. Zo niet bij ons. En de grap is, wij tennissen niet eens, mijn maatje en ik. Wij hebben een kleine zwarte hond die verzot is op tennisballen. Hij doet er, figuurlijk, een moord voor. Natuurlijk figuurlijk, de kleine man doet geen vlieg kwaad. Ondanks zijn slechte naam. Je doet hem geen groter plezier dan met een nieuwe tennisbal. Hij springt enthousiast om je benen en kan niet wachten tot hij, braaf zittend op zijn hondenmand, zijn kado in ontvangst heeft mogen nemen. Met zijn machtige kaken behandelt hij de bal als een soort kauwgum. Ik moet direct weer denken aan die mierzoete hubba bubba kauwgom van vroeger. Een enorme roze blok chemisch goedje waar je acuut pijn in je kaken van kreeg. Stef heeft daar geen last van. Hij ligt tevreden kauwend op zijn kussen. Zijn kaken zijn tegen serieuzer werk bestand. Ineens, ja hoor, pttssss. We horen het, de bal is alweer lek. Stef staat op en legt het kleffe geval op je schoot. “Spelen baasje?” De hoeveelheid ballen die wij aanschaften werd toch wel serieus. We probeerden het merk van de Action. Dat was geen succes. Goedkoop is duurkoop en ons hele huis lag continue vol stukken rubber. Het zag er niet echt fris uit. Maar om nou iedere week naar de sportzaak te rijden voor een paar kokers Wilson’s is ook weer zo wat. Een rondgang op het internet bracht ons bij de website www.oudehandstennisballen.com. Geweldig. Je bestelt een voorraad ballen, van 12 tot 96 stuks per keer, voor een heel acceptabel bedrag. De ballen worden verstuurd in wat er maar als doos voorhanden is. Soms staat er met grote letters “fragile” op. De postbode overhandigt het pakket met gepaste voorzichtigheid. Een deel van de opbrengst gaat naar het indoor gehandicapten tennis. Dat is een mooie bijkomstigheid. Tenslotte hebben wij toch regelmatig een nieuwe voorraad nodig. Wij blij, zij blij. En Stef blij, zijn slopershobby levert alleen maar lachende gezichten op.    

Machteld
0 0

De f-jes

Zondagmorgen op het voetbalveld. Het is een gekrakeel van jewelste. De ‘f-jes’ zijn aan het trainen. Ik weet niet of het elftal waar ik naar kijk werkelijk zo heet maar de meeste mensen weten dan toch wel wat ik bedoel. Jongetjes van een jaar of zes die in een kluitje achter de bal aan rennen. Breed spelen, verdeling van aanvallers en verdedigers, hoezo? Waar de bal is, zijn de spelertjes. Ik kijk geamuseerd toe. De aanvoerder hijst zijn voetbalbroek nog maar eens op en rent met hernieuwd elan over het veld. Hij wijst en neem zijn taak hoogst serieus. Een speler die toch even een time-out nodig heeft om zijn neus te snuiten, wordt direct bij de les geroepen. Hij kijkt wat verongelijkt maar steekt zijn zakdoek dan toch maar snel weg. Tenslotte is voetbal een teamsport en is zijn inbreng belangrijk. Ik kan geen enkele strategie ontdekken maar dat is juist zo leuk. Het spel gaat van de ene kant van het veld naar de andere en als er een goal gemaakt wordt, klinkt er luid gejuich. De trainer gebaart trots naar zijn mannen, goed gedaan. Zelfverzekerd wordt het spel hervat. Het kluitje begint zich weer te bewegen. Gelukkig gedragen de ouders langs de lijn zich normaal. Er wordt niet geschreeuwd en gescholden, alleen maar aangemoedigd. Het kan dus nog wel. Hoeveel verhalen hoor je niet van vaders en moeders die volledig door het lint gaan als hun zoon een keer de bal verliest. Of als de scheidsrechter een beslissing neemt die in hun ogen niet in het voordeel van hun kind uitvalt. Ik snap dat niet. Die jongens hebben toch alleen maar plezier. Wat boeit het nu wie er wint. Ik hoorde pas van een negenjarig kind met een burn-out. Hoe is het mogelijk, vraag ik me af. Willen die kinderen dan zelf al zo vroeg in de tredmolen of willen de ouders dermate modern zijn dat het kind overal aan mee moet doen en vooral overal de beste in moet zijn. Zo triest. Een burn-out is absoluut niet iets dat onderschat mag worden. Maar het is al erg genoeg dat er zoveel volwassenen zijn die hier aan lijden. Een kind zou dit niet mee mogen maken. Ik heb de oplossing niet. Ik kan alleen maar met veel plezier kijken naar die voetballertjes die de benen onder hun lijf vandaan lopen. Alle kanten uit. En daarna voldaan met zijn allen aan de limonade gaan.

Machteld
0 0

Spam

Het is onvoorstelbaar wat een onzin je allemaal ontvangt in je inbox. Je laat op verschillende plaatsen je e-mailadres achter dus het is een kwestie van tijd voordat je adres bekend wordt bij mensen die jij niet kent. Maar die kennelijk wel contact met je willen. Je bent uitverkoren als tester voor allerlei producten, als winnaar van ettelijke miljoenen en je boft ook vreselijk want je mag kennismaken met allerlei vreemde snoeshanen. De wet op de privacy wordt aangescherpt. Een heel goed initiatief. Ik denk alleen dat we niet zo naïef moeten zijn om te denken dat onze gegevens nu veilig zijn. Ook is het naïef om te denken dat Marc Zuckerberg de enige is die onze data gebruikt. De man werd aan de schandpaal genageld, op Social Media. Mensen vonden het schande, zij sloten hun Facebook-account af. Weg er mee. Om vervolgens een whatsappje te sturen naar vrienden, in een webwinkel wat te bestellen en op een site waar zij wat informatie zochten de Cookies te accepteren. Hoezo, data achterlaten. Wat ik ook altijd zo bijzonder vind, is dat mensen niet willen dat huisartsen en ziekenhuizen hun gegevens delen, maar dat ze wel op Facebook inchecken als zij in datzelfde ziekenhuis zijn. Of hun vrienden laten weten dat het herstel goed gaat, al dan niet met foto’s erbij. Natuurlijk zijn het twee verschillende dingen maar sommige mensen plempen echt hun hele hebben en houden op het internet. Alsjeblieft zeg, Mijn maatje heeft een tijdje een groep met lotgenoten met Clusterhoofdpijn gevolgd. Hij werd er naar van, de een was nog zieliger dan de ander en de meest gruwelijke foto’s werden gepost. Gelukkig greep de beheerder daar op in maar voor mijn maatje was het klaar. Echte informatie is prima maar niet dit soort gedoe. Hij ontvolgde de groep. Het is ook lastig om te bepalen welke informatie je wel en welke je niet wilt delen. Ik sla mijn foto’s ook op in de cloud. Nu zijn dat bij mij allemaal onschuldige plaatjes, de meeste nog zijn van de hond. Daarom kon ik ook hartelijk lachen om een mail die laatst ontving. “Betaal mij 500 euro, anders zet ik je naaktfoto’s online.” Niet het feit dat ik die mail ontving, dat is natuurlijk heel triest. Ik heb er ook niet op gereageerd en de mail direct vernietigd. Maar eigenlijk had ik de man een berichtje terug willen sturen. “Doe je best joh.” Ik denk dat je je eigen informatie het beste beschermt door er zelf goed over na te denken en zorgvuldig mee om te gaan. Als mensen zich bewust zijn van waar ze mee bezig zijn, kunnen bepaalde dingen geen verrassing meer zijn. Misschien wel lastig, maar dat is toch de consequentie van de digitale wereld. En dan zullen we allemaal aan moeten wennen.  

Machteld
0 0

Cosby Show

Een van mijn favoriete programma’s, heel lang geleden, was The Cosby Show. Een gezin waarin alle problemen aan bod kwamen maar waar alles werd opgelost zonder dat er een onvertogen woord viel. Aan het hoofd van het gezin Bill Cosby, doctor Huxtable, liefdevol terzijde gestaan door zijn echtgenote, Claire Huxtable. We keken er allemaal naar, af en toe jaloers. Zo was het in onze eigen familie toch niet. Niet dat wij elkaar de hersens insloegen, helemaal niet. Maar zo zoet als het er bij de familie Huxtable aan toe ging, daar konden wij toch niet aan tippen. Naarmate de serie duurde en wij wat ouder werden, kreeg ik toch een beetje een onbestemd gevoel. Zo goed, zo gezellig, dat kon toch niet. Het was ook maar een serie en op een gegeven moment werd het erg stil Tot er in het nieuws berichten verschenen dat Bill Cosby helemaal niet zo’n leuke vader was geweest. Sterker nog, dat het een hele vervelende man was. Die geen enkel respect had voor vrouwen en hen drogeerde en misbruikte. Even nog dacht de wereld, “Bill Cosby, nee, dat kan toch niet.” Maar de berichten werden luider en luider en het aantal vrouwen dat hun verhaal deed steeg. Een heel ander beeld ontstond. Jarenlang had hij vrouwen gebruikt naar eigen goeddunken. En omdat hij zoveel macht had, binnen de nepwereld die Hollywood heet, was hij er ook heel lang mee weg gekomen. Een held donderde met luid geraas van zijn voetstuk. Soms merk je dat een filmster ook maar een gewone man of vrouw is. Met alle hebbelijk- en onhebbelijkheden die daar bij horen. Daar kun je mee omgaan, dat geeft zelfs een gevoel van herkenning. Je held heeft ook zijn zwakheden. Maar een man die zich altijd zo goed heeft voorgedaan en die dan ineens een gore viezerik blijkt te zijn, dat is schokkend. En de arrogantie van zo iemand, die dan gewoon keihard blijft ontkennen, het is onvoorstelbaar. Wat geeft iemand het recht een ander mens te misbruiken. Of het nu om mannen of vrouwen gaat, dat doet er helemaal niet toe. Het gaat om respect. Of iemand nu zwart, wit of pimpelpaars is, man, vrouw of transgender, wat maakt het uit. Laten we toch gewoon respect voor elkaar hebben om wie we zijn. Helaas lijkt het niet zo te werken. De homohater die mijn goede vriend mishandelde, kwam weg met een boete van een paar honderd euro. Ik hoop van harte dat hij op een andere manier zijn straf nog krijgt. Dat mag ik niet hopen, dat weet ik wel, dat is niet netjes, maar het is denk ik wel heel menselijk. Hij heeft wel een veroordeling aan zijn broek, dat wel. Ik ben alleen bang dat dat niet zo heel veel indruk maakt. De schade die hij heeft aangericht is vele malen groter. Soms kan ik er echt om zuchten, en dan komt de waarheid weer eens binnen; de Cosby Show bestaat echt niet.

Machteld
4 1

Rustplaats

Bijna vijf maanden is het nu geleden dat je overleed. Vijf maanden geleden al, maar het lijkt nog steeds wel gisteren. Nog steeds ongelofelijk. Maar toch echt waar. Inmiddels zijn de meeste zaken geregeld en afgehandeld. Huis, abonnementen, verzekeringen, alles is opgezegd en opgeruimd. Soms komt er nog een verdwaalde brief binnen, schrijnend gericht aan “de erven”. Dan moet er nog iets doorgegeven of uitgelegd worden. Maar dat wordt ook steeds minder. Een andere vraag dient zich nu aan. Wat gaan we doen met je as. Dat blijkt toch best lastig om over na te denken. De mensen van de uitvaartverzekering hebben ons een heel overzicht gestuurd. Tegenwoordig is er vanalles mogelijk. Je kunt je dierbare zelfs uit laten strooien door een vliegtuig, boven zee. Als je wilt, mag je mee. Natuurlijk tegen een gepaste vergoeding, dat wel. The sky is the limit, als je maar betaalt. Er bestaat zelfs een webshop waar je herinneringsproducten kunt bestellen. Honderden euro’s kun je hier kwijt. Overlijden is big business. We schuiven het nog maar even voor ons uit. Jij hield niet van poppenkast, je hebt de as van ma gewoon bij het crematorium laten uitstrooien op het strooiveld. Dat was jouw wens. Maar dat voelt voor ons op dit moment toch niet goed. Nee, ik denk dat wij wel een mooi plaatsje weten. Jij kwam daar graag. Officieel moeten we de eigenaar om toestemming vragen. We weten alleen niet precies wie dat is. En gaan er dus maar vanuit dat hij, of zij, het niet erg zal vinden. We hebben nog niet besloten wanneer we dat gaan doen. Wel dat er verder niemand bij aanwezig zal zijn. Waarschijnlijk komt dat moment vanzelf. Als de tijd daar is.  

Machteld
0 0

Rustplaats

Bijna vijf maanden is het nu geleden dat je overleed. Vijf maanden geleden al, maar het lijkt nog steeds wel gisteren. Nog steeds ongelofelijk. Maar toch echt waar. Inmiddels zijn de meeste zaken geregeld en afgehandeld. Huis, abonnementen, verzekeringen, alles is opgezegd en opgeruimd. Soms komt er nog een verdwaalde brief binnen, schrijnend gericht aan “de erven”. Dan moet er nog iets doorgegeven of uitgelegd worden. Maar dat wordt ook steeds minder. Een andere vraag dient zich nu aan. Wat gaan we doen met je as. Dat blijkt toch best lastig om over na te denken. De mensen van de uitvaartverzekering hebben ons een heel overzicht gestuurd. Tegenwoordig is er vanalles mogelijk. Je kunt je dierbare zelfs uit laten strooien door een vliegtuig, boven zee. Als je wilt, mag je mee. Natuurlijk tegen een gepaste vergoeding, dat wel. The sky is the limit, als je maar betaalt. Er bestaat zelfs een webshop waar je herinneringsproducten kunt bestellen. Honderden euro’s kun je hier kwijt. Overlijden is big business. We schuiven het nog maar even voor ons uit. Jij hield niet van poppenkast, je hebt de as van ma gewoon bij het crematorium laten uitstrooien op het strooiveld. Dat was jouw wens. Maar dat voelt voor ons op dit moment toch niet goed. Nee, ik denk dat wij wel een mooi plaatsje weten. Jij kwam daar graag. Officieel moeten we de eigenaar om toestemming vragen. We weten alleen niet precies wie dat is. En gaan er dus maar vanuit dat hij, of zij, het niet erg zal vinden. We hebben nog niet besloten wanneer we dat gaan doen. Wel dat er verder niemand bij aanwezig zal zijn. Waarschijnlijk komt dat moment vanzelf. Als de tijd daar is.  

Machteld
6 0

De oude

Eindelijk was het dan zo ver, de laatste controle bij de dierenarts voor Stef. Nu werd het finale oordeel geveld. Hadden wij als baasjes goed gezorgd voor onze hond en mocht hij langzaam weer zijn oude leventje oppakken? Of was er ondanks alle voorzorgsmaatregelen toch iets mis gegaan en was het herstel minder goed verlopen dan wij hadden gehoopt. Toch best spannend. Veel te vroeg zat mijn maatje met Stef in de wachtkamer van de dierenkliniek. Waar er nog even een ‘ja hoor, weer zo een’ momentje was. Een dame tilde haar te veel vertroetelde chihuahua van de grond zodat hij niet oog in oog kwam te staan met die gevaarlijke Stafford. “Kom Stef, je hebt al gegeten”, ik hoor het mijn maatje zeggen. De dame in kwestie zal waarschijnlijk een vuile blik hebben geworpen maar daar zijn man en hond immuun voor. De dierenarts riep hen binnen en maakte meteen al een geruststellende opmerking. “Goh, hij loopt helemaal niet meer mank.” “Nee, natuurlijk niet, hij liep na twee weken al niet meer mank.” Toch goed om te horen. Stef is blijkbaar geen watje. Dat bleek ook toen er foto’s gemaakt moesten worden. Stef kreeg een roesje maar weigerde zoals gewoonlijk weer te gaan liggen. Hij stond met zijn voorpoten wijd uit elkaar te trillen maar neer gaan, ho maar. “Ga toch liggen man”, verzuchtte de dierenarts. Uiteindelijk moest Stef zich natuurlijk wel overgeven. Het middel van de dierenarts was sterker dan hij. Hij werd op de tafel getild en de foto’s konden gemaakt worden. Na tien minuten wachten, hoe anders dan bij mensen, kwam de arts terug met de resultaten. Het pootje was goed genezen, de prothese zat goed vast en alles zag er prima uit. Er werd een revalidatieschema opgesteld. Stef moet stevig aan de wandel. Geen kranten lezen onderweg, gewoon doorstappen en niet treuzelen. Over twee maanden mag hij ook weer naar zijn geliefde behendigheidsles. Ik moet zeggen, het was een behoorlijke verademing. Je doet je best om de hond zo goed mogelijk te begeleiden en te beschermen voor ongelukken maar een Stafford rustig houden is volgens mij net zo makkelijk als tegen een peuter zeggen dat hij of zij de hele dag netjes moet gaan zitten. Vrijwel onmogelijk. We hebben ons best gedaan maar er waren wel eens onbewaakte momenten. En dan nam Stef de vrijheid die hem zo maar onverwacht geboden werd. Gelukkig waren deze momenten zonder consequenties. Stef nam het ons allemaal niet in dank af. Nou moest hij weer mee naar dat raar ruikende huis. En kreeg hij weer van dat rare spul ingespoten waar hij zo suf van werd. Hij is de hele avond chagrijnig geweest. We hebben geprobeerd hem te paaien met snoepjes maar zelfs dat hielp niet. Stiekem hebben we er samen wel om gelachen. Het meeste nog van opluchting, dat wel.    

Machteld
0 1

Gestolen goed

Het kampeerseizoen is weer begonnen. De zon schijnt eindelijk, alles is geïnstalleerd en staat op de juiste plaats. De gasten begroeten elkaar, vertellen wat ze de afgelopen maanden hebben meegemaakt en hoe het gaat. Er wordt gehamerd en gerommeld. En de eerste petanque-wedstrijd wordt georganiseerd. Nu is dat niet gelijk een competitie van nationaal niveau, dat nou ook weer niet. Maar er wordt wel fanatiek gespeeld. Ook wij zijn regelmatig aanwezig bezig. Waarschijnlijk hebben we de meest amateuristische ballen van het hele veld maar het plezier is er niet minder om. Toen de hoesjes het na jaren opgaven, toverde mijn maatje een koffertje tevoorschijn om de ballen in te vervoeren. Makita, stond er stoer op de buitenkant. Het gereedschap dat er in hoorde, lag gewoon thuis in de garage. Het koffertje kwam goed van pas. Het was ook heel herkenbaar, veel mensen hebben dezelfde groene hoesjes. Wij konden precies zien welke winnende ballenset van ons was. Zoals gezegd, het was mooi weer, de eerste petanque-wedstrijd diende zich aan. “Heb jij de petanqueballen gezien?” “Die liggen toch onder de bank, bij het serviceluik.” Wat we ook zochten, nergens een makita-koffertje te vinden. Wel ontdekten we dat we vergeten waren in het najaar het serviceluik op slot te doen. Niet heel slim maar gezien de omstandigheden toen wel begrijpelijk. En langzaam begon een mogelijkheid zich aan ons op te dringen. “Onze petanqueballen zijn gestolen.” Even was er verslagenheid, mensen hadden in onze spullen gezeten. Natuurlijk op zoek naar iets van waarde. En in een koffertje met daarop groot het logo van Makita zit doorgaans gereedschap. Qua gewicht misschien een accuboormachine, misschien wel met een extra accu. Het koffertje is behoorlijk zwaar. En ineens zagen we allebei de humor van het feit in. Want ach, wat een teleurstelling, als je je snel uit de voeten moet maken met je gestolen waar. En dat je dan thuiskomt en je buit blijkt een set van zes petanqueballen te zijn. Ooit in een ver verleden aangeschaft in een supermarché in Frankrijk. Wat jammer dat ik bij dat moment niet bij kon zijn.  

Machteld
0 0

Help, mijn man is klusser..

Wij Nederlanders willen alles perfect hebben. Daar kunnen we niks aan doen, zo zijn we nu eenmaal. Mensen die dit niet voor elkaar krijgen, die gaan we helpen. Of ze nu willen of niet. De meest verschrikkelijke hulpprogramma’s worden uit de kast getrokken. Je moet en zult gelukkig zijn, hoe dan ook. Een van de dingen die als eerste worden aangepakt, is de manier waarop wij wonen. Ons huis is een afspiegeling van ons zelf. En omdat wij natuurlijk ontwikkelen, dient ons huis ook ieder jaar weer aangepast te worden aan de dan geldende normen en modes. We kunnen niet gaan achterlopen, stel je voor. Dat kastje van tante Miep, dat moet nu toch echt weg. Hoezo nog heel mooi, geen boodschap aan, weg er mee. We huren een programma in, Thomas komt langs, of, nog erger, John, en alles wordt precies zoals we het zelf niet willen maar wel volgens de laatste mode. We kunnen weer gelukkig zijn. Hoe anders gaat dit bij Marijke. Zij woont inmiddels zes jaar in haar huis en de bijgebouwen, als eerste gerealiseerd, staan inmiddels tien jaar. Hoezo mode, hoezo “Eigen huis en tuin”. Marijke huurt gewoon lokale krachten in. In Nederland zijn wij gewend een klus uit te besteden aan een aannemer, in Gambia vraag je voor iedere discipline een andere man. Heel simpel. Deze mensen besteden de klus ook weer verder uit. Zij vinden delegeren makkelijker dan zelf werken. Ze hebben ook een eenvoudig schema. Ze starten om 10.00 uur, gaan dan ontbijten en drinken om 12.00 uur koffie. Dat moet, tenslotte is de opdrachtgever een Nederlandse. Daarna gaan zij aan het werk. Om 15.00 uur is het lunchtijd en om 16.00 uur is het toch wel tijd om de pannen er op te gooien. Morgen weer een dag. Als rasechte Nederlandse heeft Marijke vaak de neiging te roepen “Ga weg, ik doe het zelf wel.” Alleen, dat was vroeger misschien een optie, tegenwoordig roept het lijf haar tot de orde en moet ze lijdzaam toezien. De uitvoering op zich is ook niet precies wat we in Nederland gewend zijn. Marijke probeert en dreigt maar niets helpt. Zelfs niet betalen is geen optie, de man in kwestie haalt zijn schouders op en vertrekt naar zijn volgende karwei. Haar personeel is van goede wil hoor, dat wel, maar zelfs als ze voor doet hoe ze het wil hebben wordt ze niet begrijpend aangekeken. Ze blijft toch altijd die rare Nederlandse. Ook haar uitleg over het feit dat mensen in Nederland zelf aan het klussen slaan omdat een professional vaak niet te betalen is, wordt als heel bijzonder ervaren. In Gambia laat je klussen uitvoeren door mensen die het geld hard nodig hebben. Kwaliteit komt dan toch echt op de tweede plaats. Inmiddels is het huis van Marijke inclusief haar lodges helemaal klaar. Dus wordt het tijd het complex te koop te zetten en om te gaan zien naar iets kleiners. Dit zal waarschijnlijk ook nog gebouwd moeten worden. Geduld wordt weer een schone zaak. Maar je hoort Marijke misschien wel mopperen, je hoort haar nooit klagen. Dat is het mooie, zij is nog altijd dankbaar dat ze daar mag zijn. En daar kunnen onze zelfhulpprogramma’s nog veel van leren.  

Machteld
0 0

Pensioen onder de Afrikaanse zon

Ik ken Marijke al heel wat jaren. Zij was vroeger een collega van mij. We werkten niet op dezelfde afdeling, dat niet, maar we kwamen elkaar wel vaak tegen. Zij vertelde mij toen al van haar droom om naar Gambia te verhuizen. Hoe Marijke kon vertellen over dat prachtige Afrikaanse land, je kon het bijna ruiken. Na haar pensionering ging zij inderdaad haar droom achterna. Ze liet Nederland achter zich en vestigde zich onder de warme zon. Het leven in Gambia is geweldig. Natuurlijk zijn er ups en downs en veel dingen om aan te wennen. Maar ook veel dingen om dankbaar voor te zijn. Marijke woont een uurtje verwijderd van al het toeristengedruis. Haar huis is omgeven door het prachtige Afrikaanse landschap. Haar verhalen over het landschap toveren een waar schilderij. Prachtige palmbomen aan de ene kant en het uitzicht over de oceaan aan de andere kant. Bij eb is in de verte het Pelikaaneiland in zicht. Marijke is er nog nooit geweest. Op haar leeftijd waagt zij zich niet meer in het houten bootje dat mensen naar de overkant brengt. Dat is een nadeel van ouder worden. Je wordt wat angstiger. Marijke zegt het van zichzelf. Ik ben het niet helemaal met haar eens. Zij rijdt immers als een volleerd rallyrijder door het mulle zand. Ze trotseert wegen die dermate slecht zijn dat je ingewanden even nodig hebben om weer op zijn plaats te komen. Hoezo oud. Natuurlijk, als je na je pensioen gaat verhuizen ben je niet meer piep. Maar als je kunt genieten zoals Marijke doet, ben je in je hart nog altijd jong. Er zijn zoveel gouden momenten, zij geniet van het leven in al zijn eenvoud. Dicht bij de natuur. Het maakt een mens stil en vol verwondering. De geluiden. De vogels in alle soorten en kleuren. ‘s Ochtends drinken die uit de waterbakken die Marijke voor dat doel neerzet. Apen die de weg oversteken, slangen, varanen, de natuur is prachtig. Op haar dakterras geniet zij van de stilte. Hier kom je helemaal tot rust. Is er dan niets aan de hand in het paradijs? Ja zeker wel. Marijke zet zich met hart en ziel in voor haar stichting om de mensen te helpen. De maatschappij in Gambia is hard. Op diezelfde zandweg waar Marijke zich met gevaar voor eigen lijf doorheen worstelt, gebeuren regelmatig ongelukken. Truckchauffeurs proberen snelheidsrecords te verbeteren en zien hierbij regelmatig voetgangers over het hoofd. Zij moeten later door de politie worden beschermd voor de woedende meute die verhaal komt halen. Een lynchpartij is vaak lastig te voorkomen. Het is een andere kant van het idyllische land. Marijke kan er alleen maar hoofdschuddend naar kijken. Toch houdt zij van de mensen. Zij probeert hen te helpen met haar nuchtere Europese inslag. En zo lang zij dat kan blijven doen, blijft zij jong. Ik heb daar veel bewondering voor. En geniet van haar verhalen.  

Machteld
0 0

Revalidatie

Na die dag in dat raar ruikende gebouw waren baasje en vrouwtje heel voorzichtig met hem. Hij snapte er niet veel van. Ze hadden hem toch zelf daar mee naar toe genomen. Gelukkig kwamen ze hem ook wel snel weer ophalen. Maar wat er nou allemaal gebeurd was? Zijn pootje in dat rare witte spul, zodat hij niet eens met zijn voet de vloer aanraakte. Hij kon zijn pootje ook niet buigen, heel vreemd allemaal. Toen dat er na twee dagen af mocht, had hij een hele kale poot. En dat ging jeuken. Maar daar mocht hij dan weer niet aankomen. Ook al zo raar. Hij hield zich maar rustig zodat er niet nog meer gekke dingen gebeurden. Stel je voor. En dan nog die rare snoepjes die hij steeds kreeg. Sommige waren heel vies. Hij moest ze slikken, het vrouwtje stopte ze gewoon achter in zijn keel en hield zijn kaken op elkaar tot hij ze niet meer kon uitspugen. En je merkte er niet eens iets van. Maar er waren ook snoepjes, die waren zo gek. Als je die kreeg dan werd je daarna helemaal sloom. Ook die keer dat zijn tennisballenmaatje er was, toen kon hij bijna nog niet eens naar de bank komen. Hij ging gewoon halverwege op de grond liggen slapen. Zo raar, dat gebeurde toch nooit. Gelukkig ging het twee weken later al een heel stuk beter. Hij ging gezellig met het baasje mee. Even moest hij wel slikken toen hij zag waar ze heen gingen. Weer dat rare gebouw waar het zo bijzonder rook. Hij had er niet zo op. Meestal gebeurden er zo maar akelige dingen als hij daar was. Gelukkig was nu er een hele aardige mevrouw die hem gelijk enthousiast begroette. Ze keek naar zijn kale pootje en knipte wat van de stomme draadjes af die er uit staken. Ze was wel tevreden, geloofde hij. Het baasje lachte dus het zou wel goed zijn. Wel ging zijn pootje weer jeuken, daarna. En hij mocht er nog steeds niet aankomen. Hij zuchtte maar eens. Ze waren nog steeds heel voorzichtig. Alle tennisballen waren weg. Hij wist niet waar ze heen waren maar hij mocht er niet mee spelen. Met niks eigenlijk. Hij mocht ook niet springen, ze hadden een opstap gemaakt naar de bank, zodat hij er alleen maar hoefde te lopen. Soms had het ook voordelen hoor, dan kwam het baasje lekker naast hem een tukje doen. Of bracht het vrouwtje een kadootje voor hem mee. Nee, daar had hij niet over te klagen. Ook leek het wel of hij een nieuwe naam gekregen had. Hij heette niet meer Stef, hij heette voortaan Rustig. En hij snapte toch echt niet waarom. Hij had even pijn aan zijn pootje gehad maar dat was al weer voorbij. Hij kon nu echt weer gewoon rennen en springen. Alleen leek het wel of dat niet mocht. Mensen, hij zou ze nooit helemaal begrijpen.  

Machteld
0 0

Je went er aan hè.

Toen de diagnose werd gesteld, was iedereen bezorgd. Clusterhoofdpijn, dat was heftig. Familie en vrienden leefden intens mee. Het was ook niet niks. Er kwamen medicijnen, injectiepennen, er werden zuurstofflessen binnen gebracht. Hij was zelf al lang blij dat er eindelijk een diagnose was gesteld. Hij was niet gek en geen aansteller. De adviezen “pak een paracetamolletje, dan gaat je hoofdpijn vanzelf over” kon hij nu echt als onzin afdoen. De aanvallen werden er niet minder door, maar er was in ieder geval meer begrip. Regelmatig kreeg hij de vraag hoe het met hem ging. “Goed hoor”, zei hij dan, “ik kan er mee leven.” Tenslotte had hij van thuis uit geleerd dat je niet mocht klagen over dingen die je mankeerde. De clusters kwamen en gingen. Het was ook niet iedere dag een hel, er waren best hele rustige periodes bij. Soms afgewisseld met weken dat hij zoveel aanvallen had dat hij niet wist waar hij het moest zoeken. Maar ook die gingen weer over. Langzamerhand werd het gewoon. Hij had clusterhoofdpijn. De vragen hoe het met hem ging werden steeds minder. Tot op het laatst eigenlijk niemand er meer naar vroeg. Het was een gegeven, je raakte eraan gewend. Hij zelf begon er niet over, hij wilde anderen er niet mee lastig vallen en uiteindelijk had je er niks aan. Het veranderde toch niet. Het voordeel was dat hij ook niet meer hoefde te luisteren naar mensen die hem vertelden dat hun kennis, oom, vriend ook last van migraine had. Alsof dat hetzelfde was. Maar toch knaagde het, het leek wel of niemand meer begrip had. Het was gewoon, het hoorde er bij. Wen er maar aan. Zelf werd hij er wel iedere dag mee geconfronteerd. Zeker de wintermaanden waren geen feest. Heel vreemd maar het was alsof iets in het weer het aantal aanvallen verhoogde. Soms hielp zuurstof niet meer en moest hij zijn toevlucht nemen tot meerdere injecties per dag. Het was niet makkelijk om in een dergelijke periode positief te blijven. Hij merkte aan zichzelf dat hij kortaf werd, prikkelbaar en makkelijk geërgerd. Dat wilde hij niet, maar het ging vanzelf. Hij was zo moe. Wat zou het fijn zijn om eens een keer een hele nacht door te kunnen slapen. Zou hij het nog een keer ter sprake brengen? Maar zouden ze hem dan geen zeurpiet vinden? Tenslotte moest hij er zelf nu toch ook wel onderhand aan gewend zijn. Alleen, je went niet aan hoofdpijnaanvallen. Het is geen zeurende pijn, het maakt dat je niet meer kunt denken of functioneren. Het rare is alleen dat als een aanval weg is, er eigenlijk ook niks meer aan de hand is. Afgezien dan van de uitputting. Dus sleepte hij zich maar verder. Nam de maximale dosis medicijnen. Hij mocht van de neuroloog afbouwen en opbouwen maar nooit boven een bepaalde dosis komen. Daar zat hij nu al weer een tijdje aan. Wellicht werd het toch weer eens een keer tijd voor een bezoek aan die specialist. Andere medicijnen misschien. Voor sommige medicijnen was hij alleen zo bang. Lithium, nee, dat was toch een stap te ver. Dat werd ook voor hele andere aandoeningen voorgeschreven. Gelukkig kwam de lente er aan. Dan neemt het aantal aanvallen meestal wel af. Voorlopig nog maar even gewoon doorgaan. Geen mensen lastig vallen. Tenslotte was het zijn aandoening, niet die van anderen.

Machteld
0 1

Sneeuwpret

Half Nederland reageert weer helemaal lyrisch, ‘oh het sneeuwt’. Ik denk “gatver”. Heel Facebook wordt overladen met idyllische foto’s van verstilde landschappen, enorme sneeuwpoppen en heel veel sneeuwpret. Kinderen op sleetjes, Dickens all over again. Ik moet er niks van hebben, geen romantische inslag, sorry. Ik moet in de auto naar Utrecht. Wat een feest. Het kost me tien minuten om de auto uit te graven. De sneeuw ligt zo zwaar op de voorruit dat de ruitenwissers weigeren hun werk te doen. Zuchtend stap ik weer uit en gewapend met vegertje en raamtrekker probeer ik de ellende van de auto te verwijderen. Vergeet de koplampen niet, anders zien je tegenliggers je niet eens aankomen. Als de auto schoon is stap ik in, ik klop mijn schoenen tegen elkaar om de klodders sneeuw in ieder geval buiten de auto te laten vallen. Dom ook om lichtgrijze suède laarsjes aan te doen, hopelijk was de sneeuw nog zo schoon dat ik ze vanavond niet weg hoef te gooien omdat ik de uitgebeten plekken er nooit meer af krijg. Ik start en rij voorzichtig ons straatje uit. Ik woon in een doodlopend straatje waar 6 huizen staan en ik ben vandaag de eerste die weg gaat. Het is ook niet zo dat de gemeente ooit strooit in onze straat, wij moeten het maar zelf uitzoeken. Normaal gesproken is het heerlijk om zo rustig te wonen maar soms steken er toch een paar nadelen de kop op. Enfin, rustig aan en dan raak je niks. Zonder stukken bereik ik de begaanbare doorgaande weg. Gelukkig zijn de snelwegen schoon en ben ik toch betrekkelijk op tijd op mijn afspraak. Ik kan er echt niet enthousiast van worden, van sneeuw. Ik vind het koud en naar en heb een vreselijk hekel aan de blubber die ontstaat als de dooi invalt. Als kind al was ik blij dat ik na een uurtje verplicht sleetje rijden mijn arme koude voeten kon warmen. Het liefst kroop ik nog even in mijn bed om bij te komen. Niet dat dat mocht van mijn moeder. Ik mocht ook niet met mijn voeten op de verwarming zitten. “Daar krijg je wintertenen van.” Ik heb eigenlijk nooit onderzocht of dat echt waar is of dat mijn moeder het gewoon niet nodig vond. Ook een periode van vorst kan me niet bekoren. Na twee nachten komen de rayonhoofden al bij elkaar. De mogelijkheid van een Elfstedentocht wordt besproken. Volgens mij is het voor hen alleen een excuus om Beerenburg te drinken, ik kan me niks anders voorstellen. Ik heb mijn schaatsen verkocht. De laatste keer dat we op natuurijs gingen schaatsen, ging ik na twee minuten op het ijs onderuit. Natuurlijk krabbelde ik overeind alsof er niks gebeurd was, ook al was het toch even serieus zwart geworden voor mijn ogen. Ik heb de hele middag dapper doorgeklungeld omdat ik me niet wilde laten kennen. Helaas bleef ik pijn houden en na een week roepen dat het wel meeviel constateerde de arts in het ziekenhuis dat mijn schouder was gebroken. Ik heb er bijna een jaar plezier van gehad. Nee, de winter is niet mijn seizoen. Ik kan niet wachten tot het weer lente wordt.      

Machteld
0 0

Druk

Het lijkt een modeverschijnsel, iedereen heeft het tegenwoordig druk. Druk, druk, druk. Vraag een willekeurige collega hoe het met hem gaat en je krijgt als antwoord “goed, maar wel heel druk”. Als je het niet druk hebt, hoor je er niet bij. We moeten een volle agenda hebben, niet voor ons zelf maar om aan anderen te kunnen bewijzen dat we belangrijk zijn. Men kan niet zonder ons. We gaan constant in looppas, de stress giert uit onze oren. We durven niet terug te schakelen, bang voor wat anderen hier wel van zullen zeggen. De 24-uurs maatschappij vraagt dat we altijd bereikbaar zijn, berichten en mails komen binnen op onze smartphone en laten ons zelfs in de late avond niet met rust. Privé is het al niet anders, probeer maar eens een afspraak te plannen. Het is soms ondoenlijk met vrienden of kennissen iets op korte termijn af te spreken. Terwijl juist de spontane ontmoetingen het leukste zijn. Gewoon een avondje samen zijn, dat hoeft niet hoogdravend te zijn, het gaat niet om de randverschijnselen, het gaat om het contact. Soms besef je ineens dat je mensen waar je toch veel om geeft al maanden niet meer hebt gezien of gesproken. Je neemt je voor contact op te nemen maar een paar weken later kom je tot de ontdekking dat je dat nog steeds niet hebt gedaan. Druk zijn zit ook in je hoofd. Iedereen kent het wel, het gevoel dat te veel mensen iets van je willen. Dat je wilt roepen “laat me met rust, het komt allemaal wel, je hoeft me niet te haasten, ik zorg er echt wel voor.” Al die bordjes die je in de lucht moet houden. Het lijkt een enorme berg waar je niet overheen kunt kijken. En als je denkt dat je het op de rit hebt, gebeurt er weer iets waardoor je zorgvuldige planning weer op losse schroeven komt te staan. Soms zou je heel hard weg willen lopen, gewoon, nergens heen. Maar dat lost niks op, dat weet je zelf ook wel. Je neemt immers jezelf en alle problemen gewoon met je mee. We doen het onszelf en elkaar aan, daar ben ik van overtuigd. Iedereen rent mee alsof het een wedstrijd is. Ik vraag me alleen af wat je er mee kunt winnen. Niet heel veel, vrees ik, gezien het grote aantal mensen dat zichzelf voorbij loopt. Soms moet je gewoon pas op de plaats maken en nadenken over waar je mee bezig bent. Gelukkig bestaat er een heel wijs gezegde dat luidt “Hoe eet je een olifant? Stukje voor stukje”. En daar houd ik me dan maar aan vast.

Machteld
0 0

Beledigd

Iedereen kent ze wel, mensen die zelfbenoemd zielig zijn en dit als alibi gebruiken om de rest van de wereld vijandig te benaderen. Ik kom ze ook wel eens tegen. Laatst nog, we zaten op een terrasje, gezellig te kletsen over helemaal niks, toen een man aanschoof die ik pas eenmaal had ontmoet. Ik had destijds met hem aan de bar gezeten en toen hij echt teveel had gedronken en ruggelings van de kruk af lazerde, had hij mij in zijn val meegenomen. Ik weeg namelijk denk ik de helft van wat hij weegt. Enfin, hij nam plaats aan onze tafel en wij begroetten hem vrolijk. “Ah”, zei ik, “de man die van mij een gevallen vrouw heeft gemaakt.” Helaas schoot mijn onschuldig bedoelde uitspraak bij de man volledig in het verkeerde keelgat. Hij spoot vuur en besloot dat ik het type vrouw was dat wordt aangeduid met allerlei vreemde woorden voor bepaalde lichaamsdelen. En dan bedoel ik niet mijn voet. De hele tafel was met stomheid geslagen. Mijn man, onvoorwaardelijk op mijn hand, trok ernstig van leer. Nu ben ik niet op deze wereld om vrienden te maken dus ik maakte me weinig zorgen. Een dergelijke uitval zegt meer over de man zelf dan over mij. Hij was ernstig gepikeerd. De benamingen die hij voor mij bezigde waren bloemrijk. Hij vond het schandelijk dat ik alleen dat maar dat ene feit van hem onthouden had. Maar ja, als je niet wilt dat mensen je herinneren als een dronkenlap, moet je zorgen dat je dat niet bent. Het excuus was dat zijn vrouw ernstig ziek is. Dat vind ik echt heel erg voor hem. Maar weet je, in mijn leven is ook weleens wat aan de hand en dat is voor mij toch ook geen reden om rond te lopen en mijn bek maar een douw te geven. Het is af en toe moeilijk maar soms moet je je toch echt als een volwassene gedragen. Iedereen heeft namelijk zaken in zijn rugzak zitten. Er zijn altijd mensen die meer ellende hebben dan jijzelf. Gelukkig maar, zou ik heel egoïstisch bijna zeggen. De dag erna kwamen we de man weer tegen. Inmiddels nuchter, althans dat hoop ik dan toch voor hem, het was vroeg in de middag. Hij groette niet en liep ons zonder te kijken voorbij. Het bevestigde het beeld dat ik inmiddels van hem had. Een echte loser.        

Machteld
0 0

Scootmobielrace

Een van de minder prettige zaken van het ouder worden is dat mensen gaan denken dat met het afnemen van je fysieke mogelijkheden ook je psychische capaciteiten gaan teruglopen. Een mooi voorbeeld hiervan is de scootmobiel. Een ideaal vervoermiddel voor mensen die niet meer zo goed ter been zijn maar wel heel graag genieten van de buitenlucht. Je hebt ze in alle soorten en maten maar één eigenschap hebben ze allemaal. De snelheid laat zich regelen met een knop die twee standen aangeeft, die van het haasje en die van het schilpadje. Kan het nog simpeler? Mijn schoonvader maakt de hele stad onveilig met zijn scoot. Je komt hem overal tegen. Vrienden en kennissen melden het ons ook regelmatig, “ik zag je pa weer rijden”. Wij wachten nog altijd op het moment dat hij belt met de mededeling “mijn accu is leeg, kunnen jullie me op komen halen?” Maar verder is het een zegen, hij is niet meer afhankelijk van ons of van de deeltaxi. Althans, als het mooi weer is dan, als het regent, belt hij ‘heb je even tijd?” De scoot van mijn schoonvader is een stoere uitvoering met verzwaarde accu’s en een extra stevig frame. Het enige dat miste, was een scherm om uit de wind te zitten. Geen probleem, de leverende zorginstelling zou daar wellicht een oplossing voor hebben. Mijn schoonvader klom in de telefoon, hij wilde graag een windscherm bestellen. Een zorginstelling echter, is nog erger dan de belastingdienst, ze kunnen het heel misschien wel wat leuker maken, maar beslist niet makkelijker. Mijn schoonvader moest het maar opnemen met de monteur die toch langs zou komen voor onderhoud aan de accu’s. De betreffende monteur kon hem echter ook niet helpen en verwees hem toch weer terug naar de zorginstantie. Enfin, na veel heen en weer getelefoneer bleek dat hij in de webshop een windscherm kon bestellen. En daar kwam ik in beeld, want het internet houdt zijn geheimen voor mijn schoonvader serieus verborgen. Ik logde in en zocht op het betreffende model. Dat niet te vinden was. Met een zucht klom ook ik in de telefoon en belde de helpdesk. Een vriendelijke jongeman stond me te woord. Ik vertelde dat ik niet kon vinden wat ik zocht. Het antwoord kwam snel “ja wel hoor, die staat gewoon in de webshop.” Lichtelijk geïrriteerd, ik had echt de hele site doorgespit, nodigde ik hem uit met me mee te kijken. Daar was hij direct toe bereid. En even later moest hij toch toegeven “oh nee, hij staat er inderdaad niet op.” Ik zei niks, tenslotte belde ik voor een goed doel en helpdeskmedewerkers afbekken doet daar geen goed aan. De jongeman was er duidelijk verlegen mee en verzekerde me dat hij zijn uiterste best zou doen en iemand terug zou laten bellen. Ik zal u de martelgang besparen. Uiteindelijk bleek dat voor het model scoot van mijn schoonvader geen passend windscherm beschikbaar was. Gelukkig was de monteur die regelmatig onderhoud uitvoert een inventief man. Hij wist wel een oplossing. Met een paar aanpassingen, een boutje hier en moertje daar, werd een ander model op maat gemaakt. Mijn schoonvader zit heerlijk uit de wind en kan nog vaker dan vroeger op pad. Ik heb wel gemeld, met een zekere cynische ondertoon, dat ik de gang van zaken behoorlijk bureaucratisch vond. De vriendelijke dame aan de telefoon gaf me direct gelijk. Helaas bleef het daarbij.

Machteld
0 0

Vooraan in de bus

Hoe verschillend kunnen mensen reageren. Als ik iemand binnen zie komen met een gezicht als een oorwurm, als mopperend en stampend, dan denk ik “oei, die heeft ruzie met zijn vrouw gehad”. Maar er zijn ook mensen die direct in hun schulp kruipen en denken “oei, wat heb ik verkeerd gedaan.” Het is maar een benadering maar het bepaalt wel de mate waarin je last hebt van het humeur van een ander. Natuurlijk wordt je reactie ook vaak bepaald door de manier waarop je zelf van huis bent gegaan, maar toch. Een collega wees me pas op een prachtige metafoor. Je hoofd is de bus en achter je zitten de mensen die in de loop van je leven tot nu toe invloed op je hebben gehad. Of nog hebben. Ik stel het me voor en kijk achterom. Daar zitten ze, mijn vader, mijn moeder, mijn schoonmoeder. Maar ook die zogenaamde vriendin die mij in de brugklas van de middelbare school zonder pardon liet vallen omdat zij liever bij de populaire meisjes hoorde. En die collega, die zichzelf zo interessant voelde en mij keer op keer liet merken dat ik nooit bij haar ‘circle’ zou kunnen horen. Gelukkig zijn er ook de mensen die ik vertrouw en die mij steunen, mijn man, mijn zussen, mensen die het wel goed met me voor hebben. Ze roepen allemaal tegen me. “We gaan links, nee, we gaan rechts, dat kun jij niet, let maar op, dat kun jij best, jij kunt alles.” Soms word je er knettergek van en moet je een paar stemmen tot stilte manen. Even goed nadenken en zelf bepalen welke kant je uitgaat. De plaats van de mensen wisselt ook nog weleens. Mijn lief heeft een prominente plaats, vooraan, maar anderen moeten hun plaats soms inleveren voor een ander. Dan verhuizen ze naar achteren. Soms gevaarlijk, dat is vaak ook de plaats die je het beste in de gaten moet houden, anders worden daar dingen uitgespookt die je beter niet kunt laten gebeuren. Tenslotte hebben we allemaal wel eens rottigheid uitgehaald, zonder dat de buschauffeur ons kon betrappen. Er zijn ook mensen die ik uit de bus heb gegooid. Die niet meer mee mogen rijden. Mensen die in de loop van de jaren hebben bewezen dat ik ze kan missen. Sterker nog, dat ze me alleen maar verdriet bezorgen en niet van toegevoegde waarde zijn. Het lukt me niet bij alle mensen, soms denk ik dat het is gelukt maar dan, in een onbewaakt moment, stappen ze toch weer in. En zorgen dat dat oude gevoel van eenzaamheid, van niet goed genoeg zijn, toch weer even de kop opsteekt. Gelukkig is het maar van korte duur, ik heb geleerd dat ieder mens zijn eigen waarde heeft. Dat ieder mens “goed genoeg” is. En het klinkt wellicht wat oubollig, maar dat is toch echt het grote voordeel van ouder worden.        

Machteld
0 0

Nummer

Hij had zich met hart en ziel ingezet voor zijn werk. Zo zelfs dat zijn partner hem af en toe waarschuwde. “Je houdt dat niet vol, denk aan je gezondheid.” Maar hij hield ervan. En hij hield van zijn klanten. Het ging niet alleen om het scoren, het ging vooral om het zoeken naar de juiste oplossing voor de klant. Als hij een deal kon sluiten waar iedereen gelukkig mee was, was hij tevreden. Zijn werkgever droeg hem op handen. Althans, dat dacht hij toch. Naarmate de tijd vorderde, voelde hij wel dat het steeds zwaarder viel. Zes dagen in de week tien uur werken, het trok een behoorlijke wissel. Hij genoot niet meer ten volle van zijn vakanties, hij had de eerste dagen nodig om bij te komen. Als hij bij vrienden was, merkte hij dat hij om elf uur ’s avonds moeite had zijn ogen open te houden. En ’s ochtends duurde het steeds langer eer hij scherp was. Het kwam hem thuis ook op onenigheid te staan. Zijn partner verweet hem dat hij meer van zijn werk hield dan van hem. Hij wist wel dat dat niet zo was maar maakte zich zorgen. Uiteindelijk kwam het moment dat hij besefte dat hij moest kiezen. Een burn-out of het roer omgooien. Gelukkig had hij een goede werkgever die dat wel zou begrijpen. Toch? Helaas viel dat anders uit. Hij stuitte op een muur van onbegrip. En hij wilde toch enkel terug naar de uren die vastgelegd waren in zijn contract. Het was niet zo dat hij halve dagen wilde gaan werken. De twijfel sloeg toe. Wat moest hij doen? Vrienden zeiden dat hij aan zichzelf moest denken. Maar hij werkte al zo lang bij het bedrijf. Zij waren altijd goed voor hem geweest. Dus sleepte hij zich iedere morgen uit bed en zette zich voor meer dan 100% in. Het viel hem steeds zwaarder. Begrip kreeg hij niet. Er werd van hem verwacht dat hij presteerde. Op een gegeven moment besefte hij dat hij niet meer gelukkig was. Alle dagen waren bedekt met een grauwsluier. Alle leuke dingen die hij altijd ondernam leken hem niet meer te kunnen raken. Hij werd er moedeloos van. En langzaam groeide het besef dat hij echt iets moest ondernemen. Dit ging niet goed. Na een korte zoektocht gevolgd door lang twijfelen hakte hij de knoop door. Hij vertelde zijn werkgever dat hij wegging. Hij had een andere uitdaging gevonden. De reactie leek als voorspeld, hij werd ondankbaar gevonden. Vanaf het moment dat hij het vertelde, hoorde hij er niet meer bij. Gelukkig had hij nog vakantiedagen. Zijn laatste werkdag naderde. Collega’s van zijn afdeling, die hem niet graag zagen vertrekken, hadden een kleine bijeenkomst georganiseerd. Samen een borreltje drinken om hem te bedanken voor de jarenlange inzet en collegialiteit. Een collega van een andere afdeling wilde ook graag het glas op hem heffen. Het leek hem geen probleem, hij was van harte welkom. Ook dat bleek weer een misrekening. Zijn werkgever vroeg hem wat hij dacht, tenslotte hoefde hij de rekening niet te betalen. Dat was de laatste druppel. Hij voelde zich gekwetst tot op het bot. Al die jaren dat hij zich verbonden had gevoeld met het bedrijf werden in één moment waardeloos. Het leek alsof hij in een oogopslag zag wat zijn werkgever in hem had gezien, een bron van inkomsten en verder niets. Boos gaf hij aan dat hij de nota maar moest verrekenen met zijn laatste salaris. En aan de collega die hem naar huis bracht, gaf hij zijn ongeopende afscheidskado terug.

Machteld
0 0

Rare kronkel

Het blijft natuurlijk een rare kronkel in mijn karakter. Waar andere mensen niet kunnen wachten tot het dan eindelijk zomer is, kijk ik uit naar de herfst. En niet dat ik de warmte niet op prijs stel, in tegendeel, de zomer kan me eigenlijk niet warm genoeg zijn. Ik geniet van buiten zijn, ’s avonds buiten zitten tot het echt helemaal donker is, terrasjes, het simpele feit van de warmte op je huid voelen. Ik vind het heerlijk. Maar de herfst. Ik weet het, het is een afwijking, ik kan er lyrisch van worden. Ieder jaar weer moet ik er iets over kwijt. Vooral de vroege ochtend is een openbaring. Het is kil, niet echt nog heel koud maar ik ben het nog niet gewend. Dus een jas aan. Buiten ruikt het al naar nevel en mist. Het heimwee-seizoen is weer begonnen. Ik ga ook weer mijn recepten voor wild bekijken. Haas, fazant, het zijn van die gerechten die voorbehouden zijn aan het seizoen. Ik maak het op de ouderwetse manier, met veel geduld en aandacht. En dan eten, samen met familie of vrienden. Grote pannen op tafel, vrolijke gesprekken en veel gelach. Gelukkig kunnen we ook de kaarsen weer aansteken, het geeft toch altijd weer een aparte gezelligheid. Ze zijn me dierbaar, deze avonden. Het is alsof het leven op zo’n moment een beetje gas terugneemt. Even hoeven we niet meer zo hard te lopen, we kunnen lekker thuisblijven en genieten van goed gezelschap. Ik weet dat er mensen zijn die het seizoen met schrik en beven tegemoet zien. Wat ik voel als heimwee en daarom koester, ervaren zij als somber en depressief. Zij gruwen van de vroege avonden en vinden het vreselijk om ’s ochtends in het donker op te moeten staan. En als ik roep “heerlijk, vanaf nu worden de dagen weer langer”, zuchten zij dat het nog zeker anderhalve maand duurt voor je daar echt iets aan hebt. Ik snap dat ik met mijn onverstoorbaar optimisme deze mensen soms tot wanhoop drijf. Maar ik kan er niks aan doen, ik vind de herfst echt geweldig. En ik moet ook de daaropvolgende winter uitzitten. Al die saaie kaalheid in de natuur. Gelukkig is diezelfde natuur oppermachtig en zijn de seizoenen niet te beïnvloeden, het wordt op een gegeven moment altijd weer lente. Wellicht stelt dat dan toch gerust?    

Machteld
0 0

Communicatie

Mijn schoonvader heeft zijn enkel gebroken. Heel sneu natuurlijk, ’s nachts wakker geworden, oudere mannen moeten wat vaker, te snel uit bed gegaan en het evenwicht verloren. Hoe ongelukkig kun je terecht komen. Enfin, toen ’s ochtends de dame van de Thuiszorg hem vond, wat het leed al snel geleden. Pa kreeg gips om zijn pootje en het advies zich voorlopig rustig te houden. Hij schikte zich in zijn lot, nestelde zich in zijn stoel en begon de familie op de hoogte te brengen. Ons natuurlijk het eerst. “Ik heb heel slecht nieuws.” Als ik dat hoor, slaat de schrik me normaal om het hart. Wie is er opgenomen in het ziekenhuis of erger, wie is er dood. Gelukkig, al klinkt dat in dit geval wat hard, was dat nu niet aan de orde. Misschien dat ik daarom iets opgeluchter reageerde dan pa eigenlijk voor ogen had. De dag er na troffen we hem in zijn huis om hem mee te nemen naar een feest. Een familielid vierde haar verjaardag. Pa had al weer praatjes, de buurvrouw en zijn schoonzus waren er om hem gezelschap te houden. “Morgenochtend moet ik om elf uur in het ziekenhuis zijn”, deelde hij ons mee “dan gaan ze kijken of ik geopereerd moet worden of dat ik loopgips krijg.” Eerdere ervaringen weerhielden me ervan te vragen waar een eventuele operatie van af zou hangen, meestal onthoudt pa niet echt wat de artsen zeggen. We hesen pa in de rolstoel en maakten aanstalten te vertrekken. “Hoe ga je morgen eigenlijk naar het ziekenhuis”, vroeg zijn schoonzus belangstellend. Een diepe zucht was haar deel, pa sloeg zijn ogen ten hemel. “Wat zeg ik nou net, Huub rijdt toch.” Mijn echtgenoot en ik keken elkaar vertwijfeld aan, dat hadden we toch echt niet gehoord. En afgaande op de vraag die zij stelde, zijn schoonzus ook niet. Ook de verjaardagsgasten moesten het verhaal horen in geuren en kleuren. Zijn zus vroeg hem bezorgd wat hij toch had gedaan. Weer sloeg hij zijn ogen ten hemel, van familie moest je het toch maar hebben. “Ik heb je gisteren drie keer gebeld maar je nam niet op.” “Maar dan weet tante toch nog niet wat je mankeert”, mijn man raakte er vertwijfeld van. Gelukkig zijn broer en zus uit hetzelfde hout gesneden dus het leidde niet tot wrevel. En pa was na de jarige job toch maar mooi de meest besproken persoon op het feest. Natuurlijk is mijn man met hem naar het ziekenhuis gereden. Pa heeft gips gekregen en mag vijf weken niet lopen. Dat wordt dus boodschappen doen en regelmatig kijken hoe het gaat en of hij verder nog wat nodig heeft. Ach, we hebben het al vaker aan de hand gehad. Pa regeert vanuit zijn stoel. Het enige dat we moeten doen is zorgen dat we er niet gek van worden.    

Machteld
0 0

De Patriarch

“Goedemiddag meneer, ik heb even uw stookpot geleend, u was er toch niet.” Verbouwereerd kijken we de man aan, een broodmagere man op leeftijd, gekleed in een kakikleurige afritsbroek. “Die willen we graag terug”, zegt mijn man stellig, “misschien dat wij hem vanavond nodig hebben.” Je ziet de man kijken, misschien nodig hebben, en dan moet hij hem nu al terugbrengen. We blijven hem rustig aankijken en hij kiest eieren voor zijn geld. Even later staat onze eigen stookpot weer op zijn eigen plaats. Tussen de grote keien die ik daar met veel moeite op mijn eigen creatieve wijze omheen heb gedrapeerd. We weten het zeker, deze meneer wordt geen vriend. Dit wordt maar weer eens bevestigd als onze hond even later kennis gaat maken. Op luide toon wordt hij van hun plekje schuin tegenover ons weg gedirigeerd. “Nee, weg” een magere vinger priemt onze kant uit “daar hoor je thuis.” Alsof ‘daar’ iets minderwaardigs is, zijn stem drukt niets dan minachting uit. Arme hond, hij wil alleen maar even goedemiddag zeggen. Nog net niet met de staart tussen de benen druipt hij af. Hij bedoelde het toch goed. De dagen erna blijkt de man voor ons een bron van vermaak. Met strenge hand regeert hij over zijn plek op de camping. Het is er drukbevolkt, waarschijnlijk met zijn kinderen en kleinkinderen. En zijn vrouw natuurlijk, grijs kortgeknipt kapsel, stevige stappers en ook diezelfde kakikleurige afritsbroek. En natuurlijk een rugzakje. Zij ziet haar man naar de ogen. Ik moet zeggen, hij heeft er de wind stevig onder. De kinderen zitten braaf te lezen of een spelletje te spelen, er valt geen onvertogen woord. Zelfs de hond die ze bij zich hebben durft zich amper te verroeren. Wij worden door de man ook zo af en toe eens zijdelings bekeken. Ik zie hem denken. Bij ons is het namelijk niet zo geregeld, wij hebben geen schema en laten onze hond heerlijk rondscharrelen. Dat hij dan af en toe er tussenuit piept, hoort erbij. Het blijft een hond. Niet dat we het goedkeuren, hij wordt heus wel tot de orde geroepen, maar ach, heel erg druk kunnen wij ons er niet om maken. Bovendien kent iedereen hem. En roept iedereen hem, wat ons overwicht natuurlijk ook weer danig ondermijnt. Je ziet de man kijken, “niets waard, niks te zeggen over dat beest.” Gelukkig heeft hij het zelf beter geregeld. Als we voorzichtig informeren bij andere campinggasten, blijkt dat wij niet de enigen zijn die door deze man zijn gewogen en te licht bevonden. De vrolijke verhalen komen al snel los. Hij blijkt iedere hond viezig te bekijken en stembanden voor kinderen onder de achttien jaar een overbodige luxe te vinden. En hij blijft nog een volle week. Mijn man heeft onze auto iets verder naar voren gereden. Zo hebben we beter uitzicht.        

Machteld
0 0

Schone schijn

  “Oh meid, wat een heerlijk water heb je toch altijd. Werkelijk, ik weet niet hoe je het doet maar het smaakt voortreffelijk. En dat blaadje munt, werkelijk subliem.” De buurvrouw graait met haar benige handen naar de kan water die op sidetable staat. Zij neemt graag nog een glaasje. De felrood gelakte nagels matchen perfect met de vuurrode kring lippenstift die zij achterlaat op het glas. Ik griezel en neem nog maar een slok van mijn wijn. Natuurlijk komt me dat te staan op een waarschuwende blik van de gastvrouw maar dat negeer ik. Ze moet me tolereren, ik hoor nu eenmaal bij de familie, al weet ik ook wel dat dat niet van harte is. Zij voelt heus wel dat ik zie dat zij haar sjieke waterkan staat te vullen onder de kraan in de keuken. Daar komt helemaal geen duur bronwater aan te pas. Het blaadje munt is om te verhullen dat er werkelijk geen enkele smaak aan is te bekennen. Het uiterlijk vertoon van deze familie is werkelijk tergend. Goedkope wijn wordt in een dure karaf geschonken. De karaf is waarschijnlijk een erfstuk, zelf aanschaffen zit er helemaal niet in. Gelukkig zijn hun vrienden en kennissen ook zo, het toneelstuk wordt vakkundig in stand gehouden. En dan is het helemaal niet wenselijk dat er iemand zijn intrede doet dit al deze zaken spottend bekijkt. De wijn van de Aldi is prima te drinken, niets mis mee, maar het feit dat er net wordt gedaan of hij van een vooraanstaand wijnhuis is, maakt dat je er toch hoofdpijn van krijgt. Wat ook een feest is, is om met de familie naar een restaurant te gaan. Bij voorkeur als er wordt betaald, dan kunnen de duurste gerechten van de kaart besteld worden. Met de air van een veldheer kijkt mijn schoonvader de tafel rond. Zijn baas betaalt de rekening dus eigenlijk krijgen wij het indirect van hem. Respect lijkt hem daarom wel op zijn plaats. Ik bekijk het tafereel en zucht inwendig. Als we ’s avonds weer thuis zijn, in ons eigen simpele appartement en ik een fles wijn van de supermarkt opentrek, bedenk ik dat dat toch eigenlijk veel beter is. Lekker zijn wie je bent, zonder iedere dag weer die schijn te moeten ophouden. Het lijkt met dat je daar heel moe van wordt.          

Machteld
0 0

Games

Ik word oud, nu weet ik het zeker. Ik hou het niet meer bij. Laatst reden mijn echtgenoot en ik in de vroege avond onze straat uit en moesten uitwijken voor een jongen, ik schat hem een jaar of 10, 12, die in een bijzondere pose over zijn fiets gevouwen hing. Verwonderd vroeg ik “wat doet die jongen raar”. Het kwam mij op een licht verwijtende blik te staan. “Mach, die jongen speelt Pokémon Go!” Oh ja, da’s waar, dat nieuwe spel. Nu ben ik al helemaal niet van het gamen, dat gaat me allemaal te snel en daar moet je handig voor zijn. Jaren geleden, toen we eens een weekendje weg waren met vrienden en hun twee zonen, hebben die eens een poging ondernomen het mij te leren. Ik hoorde hen vooraf al tegen elkaar zeggen “doe maar een makkelijke game, dat kan ze misschien wel.” Ik kan je zeggen, als een jongeman van 13 dat over je zegt, dan krijgt je zelfvertrouwen een heuse deuk. Helaas had hij gelijk, ook het makkelijke spel was aan mij niet besteed. Ik hing binnen de kortste keren met mijn aan flarden gereden autootje in de bomen. Met een zucht hebben de heren het opgegeven. En ben ik maar weer verder gegaan in mijn boek. Veel veiliger. Het houdt de gemoederen wel bezig, dat op zich is al weer knap. De Russen vertrouwen het spel voor geen cent. In de media zijn de wildste verhalen verschenen over het spel: het zou een middel zijn van de CIA om hen in de gaten te houden. Anderen zien er een potentiële bedreiging in voor de nationale veiligheid. Spelers worden bedreigd, er verschijnen verbodsborden om speler te weren maar je kunt op internet ook accounts kopen van doorgewinterde gamers die die de helft van de Pokémon-populatie al opgespoord hebben. Persoonlijk vind ik dat vals spelen, maar goed. Ik stel me zo voor dat de bedenker van al deze ongein zich thuis zit te verkneukelen om wat hij of zij (dat weet ik niet) heeft veroorzaakt. Iedere keer als het spel in het nieuws is, is dat een bevestiging van zijn talent. En daar heb ik toch wel veel bewondering voor. Ik begrijp de hype niet, het ligt aan mij, ik weet het. Ik heb geen talent voor gamen. Ik ben blijven steken bij Wordfeud. Een app die inmiddels in het rijtje van Retro-games staat, naast Tetris. Ik zou alleen willen dat ik de creativiteit had om zo’n hype te veroorzaken.

Machteld
0 0

Afscheid

    Soms krijg je een bericht waarvan het kippenvel ineens op je rug staat. Je leest het nog een keer om jezelf ervan te vergewissen dat je je niet vergist. Ja, het staat er echt. Die collega, die nog geen jaar geleden met pensioen ging, om te gaan genieten met haar man, is niet meer. “Na een kort ziekbed”, zo’n simpele opmerking waar een wereld van verdriet achter schuil gaat. Voor een simpel kwaaltje naar de huisarts, niet wetende dat zij op het punt stond haar doodvonnis te vernemen. Haar man is ongetwijfeld in ontreddering achtergebleven. Tenslotte waren ze al hun hele leven samen en deden ze ook alles samen. Ik ken geen stel dat zo op elkaar was ingespeeld dan zij. Ze hebben zelfs meer dan tien jaar een kantoor gedeeld. Moest ik met mijn man samen op één kamer werken, ik had na twee dagen al ruzie. Misschien zelfs wel na een dag, al was het alleen maar over de hoogte van de thermostaat of over het al dan niet openzetten van een raam. Niet zij, ze waren als jonge mensen bij het bedrijf gaan werken en gingen, veel jaren later, ook daar met pensioen. Ze zagen mensen gaan en komen maar bleven altijd hun eigen weg gaan. Ik had ook daar veel bewondering voor. Hij ouderwets galant, zij goedmoedig dominant. Maar altijd met respect naar elkaar en anderen. Als je informatie wilde hebben, over welk onderwerp dan ook, dan liep je bij hem binnen. Als lopende encyclopedie kon hij je bijpraten over wat je ook maar wilde weten. Zij specialiseerde zich in kwaliteit en het milieu en werd in het bedrijf daarin een expert. Collega’s haalden soms met schaamrood op de kaken het afval weer uit de verkeerde bak waar ze het net nonchalant hadden ingegooid. Geduldig legde zij ons nog maar een keer uit waarom we afval moesten scheiden. En waarom het ook voor het bedrijf waar we voor werkten zo belangrijk was, het statement dat we maakten richting de klant. Onhoorbaar zuchtten we, haar passie duurde soms in onze ogen wel erg lang. Met een simpel bericht is aan dit alles een eind gekomen. We kunnen ons nooit meer verbazen over haar presentaties die zo moeilijk waren dat vrijwel iedereen na een tijdje het spoor bijster was. Maar ik zal ook nooit meer bij haar binnen kunnen lopen voor advies. Ik heb vaak dankbaar gebruik gemaakt van haar levenservaring. En ik had haar zo gegund dat ze nog lang had kunnen genieten van dat glaasje witte wijn, zittend in de zon met haar geliefde man. Naarmate je ouder wordt, overkomt je dit steeds vaker. Het hoort bij het leven. Maar wennen doet het nooit.

Machteld
0 0

Uiterlijk vertoon

Kamperen is voor mij een zegen. Als ik ’s ochtends de hond uitlaat op de camping, en ik weet zeker dat ik niemand tegen ga komen, dan loop ik in mijn rubberlaarzen. Als ik ’s avonds tanden ga poetsen en het heeft overdag geregend, dan heb ik mijn groene regenjas aan. Ook weer samen met die rubberlaarzen. Ik zie er dan namelijk niet uit. Mijn krullen zijn een heel eigen leven gaan leiden, mijn spijkerbroek zit vol vegen van mijn overenthousiaste hond. Hoe is het dan toch mogelijk dat ik dan bij de toiletten iemand tegenkom die helemaal gemaquilleerd is en er tiptop uit ziet. Er zit zelfs geen modder op haar lichte schoentjes. En dat terwijl ik op mijn deel van de heenweg om de plassen heb moeten slalommen. “Dat komt omdat jij nou nooit eens uitkijkt”, zou mijn moeder verwijtend zeggen. En het klopt, ik ben daarin redelijk onbesuisd. Waarom kan ik dat niveau van ‘appearance’ nou nooit eens bereiken. Als ik me onbespied waan, zie ik er uit als een vogelverschrikker. En natuurlijk kom ik dan iemand tegen die ik niet had verwacht. Uiteraard een bekende en meestal iemand die er ook moeiteloos onberispelijk uit kan zien. En die je dan ook een, voor je gevoel, uur aan de praat houdt over koetjes en kalfjes. En jij je maar pijnlijk bewust zijn van hoe je er uit ziet. Je voelt gewoon je haar alle kanten uit gaan pieken. Gewoon weglopen is ook zo onbeleefd dus je blijft keurig in gesprek. Als de kwelling eindelijk voorbij is en er zo ongeveer een schroeiplek moet zijn ontstaan op de plaats waar je stond, kijk je met een zucht de ander na. Nee, een salonfiguur zul je nooit worden. Helaas. Die mensen hebben ook nooit blauwe plekken of schrammen. Terwijl ik niet compleet ben zonder. Dat komt ook weer door die eerder genoemde onbesuisdheid, maar toch. En eerlijk is eerlijk, iedere vrouw wil er aantrekkelijk uitzien. Noem het een misser in onze karakters, het is wel een gegeven waar we rekening mee moeten houden. En we doen het niet eens zo zeer om de mannelijke bevolking te behagen. Wel nee, we doen het omdat we niet willen onderdoen voor onze vrouwelijke collega’s. De meeste mannen houden ook helemaal niet van een graatmager model. Het feit dat wij vrouwen ons met liefde en plezier uithongeren wordt veroorzaakt door onze eigen rivaliteit ten opzichte van onze vriendinnen. Wij lopen door de stad en bezien alle andere vrouwen met een kritische blik. Hoe dik is zij, hoe goed past die skinny jeans haar? “Nee hoor” zeggen we zelfverzekerd “ik doe niet aan de lijn, mijn lijf is goed zoals het is.” Huh huh, maar ondertussen staan we ’s ochtends voor de spiegel en nemen ons voor vandaag minder te eten. Het beste zou zijn helemaal niet. Als een fotomodel zouden wij ook op een enkel blaadje sla willen leven. Helaas past dat dan weer niet bij het leven dat wij leiden en het werk dat we moeten doen. Halverwege de ochtend vertelt onze maag ons zonder omwegen dat er voeding in moet, omdat we anders om gaan vallen. We hebben altijd onze mond vol over emancipatie en hoe vrouwen zich moeten ontwikkelen. Maar als een vrouw dat dan probeert en boven het maaiveld uit komt, zijn het echt niet de mannen die als eerste proberen de vrouw terug op haar plaats te zetten. Meestal zijn het vrouwen in haar omgeving die achter haar rug om proberen haar opmars te stuiten. Want daar zijn wij vrouwen ook meester in, in het achter iemands rug om dingen voor elkaar boksen. “Wie denkt zij wel dat ze is. ”Misschien komt het gewoon voort uit onzekerheid, want als andere vrouwen geëmancipeerd zijn en hun leven inrichten zoals ze zelf willen, dan moet jij dat misschien ook gaan doen. Dan heb je geen excuus meer. Daarom schaam ik me in mijn hart ook eigenlijk helemaal niet voor mijn vogelverschrikker-outfit. Ik ben wie ik ben en daar ben ik trots op. 

Machteld
0 0

Mensen kijken

Ik word blij van mensen kijken. Dat hoeft niet eens per se op een terras te zijn, onder het genot van een drankje. Als ik in de auto zit, op weg naar iets wat ik weer moet, kan ik fantaseren over de mensen die ik tegen kom. Die oude man, die zo heel vergenoegd een broodje zit te eten op een bankje. Je ziet hem genieten. Ik zie een jong meisje een hond uitlaten. Waarschijnlijk is het nog een jong beest, hij springt enthousiast om de benen van het meisje. Zij probeert hem hulpeloos in bedwang te houden, niet bekend met het feit dat ze rust moet uitstralen om de hond ook wat minder hyper te maken. Het geeft niet, ze houden van elkaar, dat zie je zo. En zwaar gemaquilleerde vrouw zit naast mij in de auto als ik bij het stoplicht sta. Zij rijdt een populaire SUV, waarschijnlijk een kadootje van haar man. Als zij nou niet zeurt als hij een keer de secretaresse meeneemt, dan klaagt hij niet als ze iets te veel geld uitgeeft. “Ga maar lekker naar de schoonheidsspecialiste, laat je maar lekker verwennen”. Dat doe ik dat ook bij mijn secretaresse, hij zegt het niet maar je hoort het hem denken. Het tekent zich ook op het gezicht van de vrouw, de meest dure foundation kan haar chagrijn niet verbloemen. Daar loopt een man met afhangende schouders. Je ziet het leed van de wereld op zijn schouders drukken. Hij sjokt en sukkelt voort, de triestheid straalt van hem af. Wat zou het zijn, heeft hij een slecht huwelijk, heeft zijn werkgever hem verteld dat het bedrijf het zonder hem gaat proberen? Ik weet het niet. Mijn fantasie slaat op hol, misschien heeft hij wel zojuist zijn hond, zijn beste maatje, bij de dierenarts achter moeten laten. Ach, de arme man, wat een verdriet. Wat te denken van die ongeduldig wachtende man bij het stoplicht. Strak in het pak kijkt hij alsof hij niet begrijpt waar het stoplicht de brutaliteit vandaan haalt om hem te laten wachten. Hem, die het zo druk heeft, met zaken, met belangrijk zijn. Hij is blij met zichzelf en verwacht daarom ook respect van zijn omgeving. Arme man, wat zal hij ooit keihard tegen een muur aan lopen. Want dergelijk gedrag blijft nooit ongestraft. Het gaat onbewust, ik doe het altijd. En dan vraag ik me af, zouden andere mensen dat ook doen? En zouden ze dan ook naar mij kijken? En wat zouden ze dan denken? Dat zou ik nou wel graag willen weten.

Machteld
3 0

Sport verbroedert

Er is niets dat mensen zo verbroedert als sport. Het gevoel van saamhorigheid bij het aanmoedigen van de gezamenlijke sporthelden is onvergelijkbaar. Onoverwinnelijk ook. Mensen die in het dagelijks leven niets met elkaar hebben, staan schouder aan schouder hun held naar de overwinning te schreeuwen. Handen worden geheven in euforie, de prestatie van de collectieve sportman straalt af op iedere individuele toeschouwer. Vandaag is iedereen een held. De sport die de lijst aanvoert qua broederschap is het voetbal. Een mooie sport, waarbij kracht en tactisch inzicht beiden vereist zijn voor het bereiken van de top. Het is een vergissing te denken dat iedereen met voetbalschoenen de carrière van Johan Cruijff ook maar bij benadering kan evenaren. Het is niet iedereen gegeven het spel te doorgronden. Hiervoor is inzicht nodig, en discipline. De mooie voetbalsport mag zich dan ook verheugen in een grote schare fans. Trouwe aanhangers die alle grote evenementen volgen. Waar ook ter wereld ‘hun’ club speelt, zij boeken een vliegticket, stappen in de trein en zijn erbij. Ook nu weer, nu de Europese Kampioenschappen worden gespeeld. Voetbalteams spelen ín het stadion om de eer, buiten strijden de supporters. Of het nu Russen zijn, of Engelsen, schouder aan schouder staan zij om de wereld te tonen dat zij staan voor hun club. De rijen worden gesloten, de vuisten gebald, klaar om de strijd aan te gaan. Gezamenlijk trekken zij op naar de plaats waar zij hun helden weten. Alles wat de weg verspert, wordt meedogenloos aan de kant gezet. Geschopt, geslagen, getrokken, gezeuld. Zij zijn het legioen, zij zijn onoverwinnelijk. Ergens, meestal in het centrum van de stad, komen zij de supporters van de andere partij tegen. De vijand. Een siddering gaat door de gespannen lijven, de adrenaline suist. Er klinkt een woest gehuil en de strijd barst los. Geschrokken ordebewakers staan versteld van de explosie en proberen met man en macht de orde te herstellen. Dat lukt pas na het inzetten van grof geweld. Ten koste van veel gewonden en veel schade. De stad likt zijn wonden. ’s Avonds in het hotel verzorgen de aanhangers elkaars wonden. Schrammen, bulten, snijwonden, het wordt verzorgd door stoere mannen die niet zeuren. Zij drinken gezamenlijk bier en zingen nogmaals het clublied. De eer van de club is verdedigd, zij mogen trots zijn op elkaar. Tevreden kijken de leiders rond. Zij knikken naar elkaar “morgen weer?” “Ja, de strijd is nog lang niet gestreden, morgen weer…”

Machteld
0 0

Discussie

Heel lang geleden schreef Amy Groskamp ten Have een boek. Dat boek had de titel “Hoe hoort het eigenlijk”. Het was een richtlijn voor mensen die geen blunders wilden maken. Uiteraard vinden wij nu een aantal zaken vreselijk achterhaald. Wij praten niet meer over gepaste afstand en als wij een etentje geven, vinden wij het prima dat de gasten zelf een plaatsje zoeken aan tafel. We zijn makkelijker geworden en dat is misschien ook wel heel fijn. Tenslotte zijn die regeltjes alleen maar lastig, vooral als je ze niet allemaal uit je hoofd kent. In die zin is het leven voor de moderne mens een stuk makkelijker geworden. Een hoofdstuk in haar boek heet echter “Debat – discussie – dispuut”. En een alinea daaruit luidt “Een dispuut is een redetwist, theoretische vragen betreffende. Bij alle drie vindt men een meening tegenover zich, strijdig met de eigen meening en is het zaak den tegenstander handig - scherp gevat en welsprekend te overtuigen.” Er zijn op dit moment veel discussies gaande. Over de meest uiteenlopende onderwerpen. Zwarte piet, vluchtelingen, noem het en er zijn voor- en tegenstanders. Er wordt met de meest vreselijke modder gegooid. Uiteindelijk wordt uit het oog verloren waar het eigenlijk om gaat. Mensen lijken hun frustraties kwijt te moeten en vinden in het internet en de social media een dankbare uitlaatklep. Mensen die het lef hebben hun mening te verkondigen worden met modder besmeurd of, nog erger, bedreigd met de meest vreselijke dingen. Er lijkt geen enkel respect meer te zijn voor mensen die nog het lef hebben voor hun mening uit te komen. Wat die mening dan ook is. Goede manieren worden alleen nog verkondigd door een potsierlijk uitgedoste Jort Kelder die ons wil laten zien hoe de rich and famous beter zijn dan de gewone mens. Leuk om naar te kijken misschien maar eigenlijk van nul en generlei waarde. Tenslotte brengt hij alleen de hele veilige onderwerpen ter sprake. Van een echte mening is geen sprake. De volgende alinea in het boek is “Men wachtte zich echter onder alle omstandigheden voor het verliezen van zelfbeheersching, voor persoonlijke aanvallen, grofheden en indirecte beschuldigingen aan het adres van den tegenstander.Nimmer mag een debat, discussie of dispuut ontaarden in een op heftige ruzietoon gevoerd gesprek, waarbij de deelnemers elkaar beleedigingen naar het hoofd slingeren.Voor den beschaafden mensch is noch debat, noch discussie, noch dispuut een dekmantel voor een onheusche bejegening van derden en voor het plaatsen van onaangenaamheden aan het adres van anderen.” Waarschijnlijk zou het boek in deze tijd worden weggehoond. Ik ben ik en ik zeg wat ik wil. Dat is mijn goed recht. En ik heb er ook het medium voor. Iedereen gaat voor zijn eigen minute of fame. Of er daardoor mensen worden gekwetst, is absoluut niet belangrijk. Er worden spotprenten gepost, dreigementen geuit, beledigingen zijn aan de orde van de dag. Het is de nieuwe realiteit, leer er maar mee leven. Ik wil geen lans breken voor een terugkeer naar vroeger, absoluut niet. Vroeger was alles niet beter, ik ben gelukkig in de moderne tijd. Maar dan vind ik het toch wel jammer dat sommige van die oude regels hun waarde hebben verloren.  

Machteld
1 0

Beloofde land

In 1492 zette Christoffel Columbus de eerste stappen op het continent dat later aangeduid zou worden als ‘de nieuwe wereld’. Het was oktober, herfst, dus de toen nog ongerepte natuur moet er spectaculair uitgezien hebben. Wat zullen de eerste avonturiers zich onoverwinnelijk gevoeld hebben. Een heel nieuw land, wachtend om ontgonnen te worden. Gelukszoekers uit Europa trokken in groten getale naar het beloofde land. Daar zouden ze het helemaal gaan maken. En dat de inheemse bevolking het daar niet mee eens was, dat was bijzaak. In een reservaat met die indianen. Nu, meer dan 500 jaar later, staat Amerika aan de vooravond van bijzondere presidentsverkiezingen. Als Europeaan volg ik de ontwikkelingen van afstand maar wel met interesse. Zou het dan echt gaan gebeuren, zou de man die in zijn leven al meer mensen heeft beledigd dan Theo Maassen en Hans Teeuwen bij elkaar, president worden? Het is een bijzondere man, dat wel. Zijn echt-Amerikaanse roots liggen in Duitsland, via zijn vader, en in Schotland, via zijn moeder. Toch is hij volgens hemzelf de belichaming van de Amerikaanse droom. Hij is wat Amerika nodig heeft om weer groot te worden. “De Verenigde Staten zijn een vuilnisbelt geworden voor de problemen van alle anderen.“ Andere landen sturen volgens hem hun avonturiers richting Amerika, rovers, dieven, verkrachters, gelukzoekers. Hé, gelukzoekers, waren dat niet die mensen die Amerika groot hebben gemaakt? Oh nee, dat was anders. Dat is waar. Daarom is hij toch van plan een groot hek te plaatsen tussen Amerika en Mexico. Voorkomen is beter dan genezen. Toch bijzonder voor iemand die getrouwd is met een buitenlandse vrouw. Hoewel ook zij daar zelf anders over denkt. Ook zij is ervan overtuigd dat Donald het land weer groot gaat maken. Gelukkig heeft Trump overal verstand van, van het inenten van je kinderen worden ze autistisch, de opwarming van de aarde is grote onzin en als je zaken wilt doen, moet je dat doen op zijn onnavolgbare wijze. Gelukkig is failliet gaan in Amerika geen schande, ook niet als het twee keer gebeurt. Ook heeft hij oog voor vrouwelijk schoon, de schoonheidswedstrijden Miss USA en Miss Universe zijn als sinds 1996 zijn eigendom. Wel jammer dat een aantal televisiezenders niet meer met hem willen samenwerken. Zij vinden zijn uitlatingen toch iets te bar. Toch heeft hij ook aanhang. Zeker in de kringen van de wapenlobby. Het grondrechtelijk recht van iedere Amerikaanse burger om zichzelf te mogen verdedigen. Door middel van het dragen van een wapen. Wel jammer dat dat recht door mensen met problemen vaak misbruikt wordt door een bloedbad aan te richten. Bij voorkeur op universiteiten waar jonge mensen nog een hele toekomst voor zich hebben. Of kleine kinderen die in het nachtkastje van papa een heel spannend speeltje vinden. En daarna een levenslang trauma overhouden aan het aanzicht van hun dode broertje of zusje. Ik ben heel benieuwd hoe het allemaal gaat lopen, in november. Onderschat de Amerikanen niet, zij hebben al heel wat vreemde dingen laten gebeuren. Zie je ze al samen staan, Geert Wilders en Donald Trump. Ik weet zeker dat de internationale kappersassociatie met jeukende handen staat. Nee, ik hoop toch echt dat de machtigste man ter wereld een vrouw wordt.    

Machteld
0 0

Het zit tussen de oren

Het zit tussen de oren, zeggen ze. Jij bent de enige die er voor kunt zorgen dat je weer beter wordt. Ze hebben makkelijk praten. Denken ze nou echt dat ik dat niet weet. Iedere zondag neem ik het me voor. Sterker nog, dan ga ik echt aan het werk. Ik doe dat al meer dan twintig jaar met heel veel plezier. Ik ben een van de besten, al zeg ik het zelf. Ik heb klanten waar ik al twintig jaar kom, die bij de lunch een bord voor me op tafel zetten en weten hoe ik mijn koffie drink. Klanten die hun hele ellende aan me voorleggen, waar ik eerst een uur koffie drink voor ik aan het werk kan gaan. Ik heb het beste werk van de hele wereld. Op zondagavond weet ik dat. Morgen lekker aan het werk. Het komt allemaal goed. Beloofd. Maar dan loopt de wekker af en is het maandagochtend. De gordijnen van de slaapkamer zijn nog dicht, ze sluiten de wereld nog veilig buiten. Ik sleep mezelf uit bed met het gevoel dat ik nog vermoeider ben dan toen ik gisterenavond naar bed ging. Hoe gaat het?, vraagt mijn vrouw. En ik zeg dat het goed gaat, ik wil haar niet bezorgd maken. Maar ik voel me alsof ik gisteren zes flessen hele slechte wijn heb leeggedronken. Mijn maag zit tegen mijn keel aan te duwen. Ik doe alsof er niks aan de hand is. Daar word ik steeds kundiger in. Ik heb het idee dat mijn vrouw echt  met een gerust hart de deur uit gaat. Misschien is dat ook maar schijn, maar goed, ik doe mijn best. Ik drink mijn koffie met kleine slokjes, anders komt hij gelijk weer terug.  Stiekem kijk ik op de klok. Het gevoel van angst in mijn maag wordt steeds groter. Welke klant ligt ook weer boven op de stapel. Ik weet het niet. Het enige dat ik weet is dat ik de deur niet uit durf. Ik kan die mensen toch niet onder ogen komen. Dan gaan ze vragen hoe het met me gaat, omdat ze me al zo lang niet meer hebben gezien. Moet ik ze dan vertellen dat ik zo'n watje ben dat niet naar buiten durft en bang is voor wat andere mensen van hem zeggen. Maar ik kan ze ook niet zomaar voorbij lopen. Soms zou ik willen dat ik onzichtbaar kon zijn, gewoon mijn werk doen zonder dat ik met iemand hoef te praten. Het knijpende gevoel in mijn maag wordt steeds erger. Mijn vrouw stopt eindelijk haar spullen in haar tas en doet haar jas aan. Niet dat ik haar weg wil hebben, ik zou haar het liefste de hele dag bij me hebben. Ze kust me en wenst me succes vandaag. Nog even wacht ik tot ik zeker weet dat ze weg is. Dan ren ik naar het toilet om over te geven.  Ik durf niet naar mijn werk te gaan. Het idee alleen al maakt me ziek. Ik blijf net zo lang op het toilet tot er niks meer in mijn maag zit en ik alleen nog maar die bittere gal proef. De huisarts zegt dat ik een depressie heb. Maar hoe komt dat dan toch? En waarom helpen die medicijnen niet? In het weekend, als ik samen ben met mijn vrouw en onze hond, voel ik me prima, zelfs vol goede moed om maandag weer aan de slag te gaan. Maar waarom hang ik dan op maandag weer kotsend boven de pot? Met een zucht haal ik mijn jas tevoorschijn en pak mijn spullen. Ik ga het doen, ik ga de deur uit. Wat denken ze allemaal wel! Ik ben een man en geen muis. Ik start mijn auto en rij de straat uit. Nog voor ik de snelweg bereik, moet ik stoppen. Trillend en zwetend draai ik om en rij naar huis. Ik parkeer mijn auto weer op de oprit. Hopelijk kom ik de buurvrouw niet tegen. Die ziet mijn auto weer een dag voor de deur staan. Met een enorm gevoel van verslagenheid zet ik mijn spullen in de keuken en loop naar boven. Ik kleed me uit en kruip in de veilige geborgenheid van mijn bed. Deze dag zal ook wel weer voorbij gaan. Morgen ga ik het weer proberen, misschien gaat het dan beter. Het zit tussen de oren, zeggen ze. Ik weet het niet, misschien wel. Maar waarom doet het dan zo'n pijn?

Machteld
0 0