Als zelfs Griekse helden
zwakke plekken hebben,
dan ik zeker.
Bij Achilles was het zijn hiel.
Mijn hielen doen het prima.
Niemand die er ooit aan trok.
Er is nooit een pijl in beland,
hoogstens een verdwaalde splinter.
Mijn Achillesplek
is mijn keel.
Daar blijven woorden steken.
Scherpe taal
heeft geen boog nodig;
haar pijl
doorboort mijn stem.
Menselijk en kwetsbaar,
maar toch een held.
Ik koester mijn zwakke plek,
goddelijk achillisch
als ik ben.
