Zelfs de klokken knagen aan hun eigen brons!
Het is die urenlange zot. Pak hem! Bind vast die tjoolder met zijn eeuwig hart!
Amputeer nog iets! Zijn achterkant. Zijn egelkop.
Nog! Geef nooit op, kinderen van deze wrange wereld.
Steek die stekker in het stopcontact!
Shocktherapie. Geef hem soep met stalen ballen en zijn laffe grijns, knip die eraf.
Chot. Hij is nog erger dan de tijd. Hoe krijgen we die zot kapot?
Zijn lijf is maf. Zijn hart niet wijs. Het blijft nog dommer kloppen als die klok, die in dat heilig kot met torens en volleerde folterdetkamers hangt.
Goed. mijn geduld is op! Ik ben de dood. Ik was al lang op zoek naar hem.
Kom, beng nu die wereldmekaniek! We zullen hem vermalen tot vuil gruis en verhakken zijn laatste seconden, ook die taaie ingewanden van titaan.
Is hij al onderweg, die marchang in oorlogsleed en lege dagen, manke legers, implantaten, nep-organen voor de zieke president?
Eerst nemen we nog afscheid. Van alle vaderlanden, moedertalen.
Luid de noodklok nog een keer! Laat dat spel nog dieper knagen, bijten in de tong van dodelijke taal en fatale marsorders, in wrede krantenkoppen, 't zij van gisteren, een wereldoorlogje lang geleden of uit een era toen nog alles even scheel klonk als dat valse brons.
Dit is een post mortem publicatie uit de geschriften van Ignace Somers.