Vliegen zijn vliegensvlug,
al zeker sneller dan mijn geduld.
Dat verveelt zich nochtans gauw.
Ik wil graag van hen af.
Ik heb er niks mee,
al denkt de natuur daar anders over.
Die houdt ze hier, koppig, alsof ze
een soort ambetantenaren zijn
met een indrukwekkend CV:
bestuiven, migreren,
composteren, kweken,
en dat allemaal in een leven
korter dan een citytrip.
Zelf ben ik liever niet enkel vliegen kwijt.
Ik ben het soort toerist
dat andere toeristen huiswaarts wenst.
Ze lopen in de weg,
in mijn weg,
net als die vliegen dus.
Ze verstoren mijn horizon,
maar dan zonder ecologische bijdrage.
De natuur zal er wel een reden voor hebben,
maar ze deelt die liever niet.
Iets met zwijgplicht en beroepsernst.
En ik blijf achter
met vliegen op sandalen,
waterijsjes aan hun poten,
druipend
op mijn zomer.
Vliegenstraag
voor mijn voeten.
Afbeelding CDD20 Pixabay

