Er zit een buizerd in mijn berging. Nee, geen levende, maar een opgezette. Ik hou niet van opgezette dieren. Hoe komt die buizerd dan in jouw berging hoor ik je denken. Hij lag bij een afvalcontainer. Ik schrok mij dood toen ik passeerde. Lag daar nou een dood beest?
‘Het is een opgezette vogel,’ riep een man aan de overkant van de straat naar mij. Ik liep snel door, maar eenmaal thuis zat die buizerd mij toch niet lekker. Dat prachtige, majestueuze dier met die indrukwekkende spanwijdte van zijn vleugels gedumpt als oud vuil bij een container. Nee, ik moest terug.
En nu staat hij dus in mijn berging. Ik heb de buizerd maar geen naam gegeven, want anders ga ik mij vast aan hem hechten. Of is het een zij?
