De ene moment
ben ik te bescheiden.
Tot op het punt dat iemand
me erop moet wijzen.
Dan word ik alerter. Waakzamer.
En groeit de zelfzekerheid.
De complimenten volgen,
stromen binnen.
Tot de zelfzekerheid omslaat
in arrogantie.
De arrogantie neemt toe,
tot op het punt dat iemand
me erop wijst.
Ik word met de voeten
op de grond gezet,
of met de grond gelijk gemaakt.
En dan begint de cyclus
opnieuw.
