Kastanje
De kastanje valt niet ver
van de boom
Ik kijk naar de wolken
die als plukken geschoren
wol de hemelgazon bezaaien
Geen kraai die er naar haant
En ik die verder ga
die me een weg baant
En iedereen die nog
achterloopt
op de man die ik nu ben
De kastanje glimt doorheen
zijn bolsteren frakje
Mijn voeten wandelen
het heden uit
de toekomst in
dat opnieuw wegglijdt
in het verleden
Ik breek een takje
onder mijn tenen
Breek mijn hoofd
tijdens een zacht
en geluidloos wenen
Twijfel of die zomer
in mij is verdwenen