De derde blik

30 okt 2026 · 99 keer gelezen · 0 keer geliket

Ze stapte uit in Brussel-Centraal. Haar hakken tikten een trager ritme dan de voetstappen van de late pendelaars die zich naar hun kantoor haastten. Schuberts Winterreise klonk in haar oren, haar zachte metgezel tijdens de wandeling door de natte straten naar de Zavel. In de etalages van de antiquairs en chocolatiers die ze kruiste zag ze telkens haar weerspiegeling, een silhouet als een vluchtige houtskoolschets. 

De tentoonstelling was kleiner dan ze had verwacht. Enkele tekeningen, wat stadsgezichten, een paar zelfportretten. De muren waren klinisch wit. Ze rilde. Ze bleef hangen bij één van de zelfportretten. Spilliaert leek uit een schaduw naar voren te komen. Haar blik bleef hangen bij de ogen. Ze hadden iets onderzoekend, maar ze zagen er ook vermoeid en hol uit. Ze zette een stap dichter. Het spel van licht en donker hypnotiseerde haar. Er hing een geur van verbrand hout en kruidnagel. Ze hapte naar adem.

‘Je hebt het gevonden’. Ze verstijfde, maakte haar blik los van het werk en met een trage beweging draaide zij zich om. Hij stond op enkele passen achter haar, zijn handen los in zijn broekzakken. Zijn haren glansden nog van de fijne regen.
‘Ik was niet zeker dat je zou komen’, zei ze.
'Ik kan net hetzelfde zeggen’, antwoordde hij.
Ze keken samen naar het werk. Spilliaert was niet alleen, er waren twee schimmen verschenen die zich bij het kunstwerk voegden.
‘Hij ziet er anders uit’, fluisterde ze.
Hij zette een stap dichter. Ze stonden bijna schouder tegen schouder.
‘Hoezo?’, en hij leunde wat meer naar voren om de ogen te bestuderen.
‘Hier lijkt hij minder streng dan op andere werken. Het is alsof de angst hier zijn blik volledig overneemt.’
Hij keek haar aan. De geur van zijn natte haren drong tot haar door. Er zat iets houtachtig in. 

Ze maakte zich los en liep een andere zaal in. Hij volgde haar. De tekening van een lege straat trof haar. Ze herkende het als één van de vele straten die ze doorkruiste midden in de nacht, toen ze na een ontmoeting met één van haar minnaars naar huis wandelde. Het was haar naspel, een intieme dialoog met de duisternis die zich dan langzaam meester maakte van haar. Weer kwam hij naast haar staan.
‘Hofstraat, Oostende. Interessante keuze om even bij stil te staan’, en hij keek haar aan. Haar wangen gloeiden.
‘Ja, het roept enkele herinneringen op’, en met een kort gebaar wuifde ze zijn opmerking weg.
 Ze bleven kijken naar de tekening. De straat lag er verlaten bij, de gevels zwart als lege hulzen waaruit het leven lang geleden was weggevloeid. Ergens in de verte een flauw lichtpuntje.
‘Ik probeer je gewoon te begrijpen’, zei hij uit het niets.
‘En wat als je iets ziet dat je niet kan begrijpen’, fluisterde ze terug.
 Hij zweeg.
 Ze had hem die vraag al eerder willen stellen.
‘Dan moet ik misschien wat langer kijken,’ zei hij uiteindelijk.
‘Is dat niet vermoeiend’, zei ze.
‘Wat?’
‘Altijd blijven kijken.’
Hij leek niet meteen een antwoord te hebben.

Ze liepen naar de volgende zaal. Opnieuw hing er een zelfportret, deze keer kleiner. Het gezicht was bijna doorschijnend, de ogen leken op onheilspellende zwarte gaten. Ze ging ervoor staan.
‘Ik denk dat ik hem begrijp,’ zei ze.
‘En wat begrijp je dan?’, vroeg hij.
Ze draaide zich naar hem toe.
‘Dat je jezelf kunt bekijken tot je helemaal verdwijnt.’
Hij liet zijn blik op haar rusten. ‘Hoe dan?’
Haar hand bewoog voordat ze er erg in had. Ze greep de zijne. Zijn warmte drong door tot haar koude vingers.
‘Ik wil in jou verdwijnen’, zei ze kort.
Ze wachtte op zijn antwoord. Een zin die haar zou laten voelen dat ook hij deze ontmoeting niet zomaar achter zich zou laten. Maar het bleef stil. Ze staarden naar het zelfportret dat nu ook drie figuren telde. 
Ze liet hem los.
‘Ik moet gaan,’ zei ze.
Hij knikte. ‘Natuurlijk.’

Bij de uitgang bleef ze nog even staan. Buiten snelden mensen voorbij door de gietende regen. Ze draaide zich om, haar blik zocht hem nog een laatste keer. Hij stond nog voor het kleine zelfportret, zijn gezicht half in de schaduw.

Eenmaal buiten ademde ze diep in. Zijn geur had zich in haar genesteld. Ergens in de ruimte was het verlangen achtergebleven, losgemaakt van alle woorden. Het had zich als een nieuw werk geïnstalleerd, waar niemand voorlopig eigenaar van wilde zijn. Ze liep zonder omkijken de stad in.

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

30 okt 2026 · 99 keer gelezen · 0 keer geliket