Suisse

30 apr. 2024 · 202 keer gelezen · 4 keer geliket

Het heeft Wiene altijd al ge-ergerd.

Het heeft haar altijd geënerveerd, vroeger eerst als meisje, dat de koene wilde jongens die aldoor rond haar rokken vochten, de plooirokjes en tutu’s die ze droeg, onder slechts een paar van haar gebaren al veranderden in een gehoorzaam sliertje ringkussers dat ze elastisch rond de vinger wond. 

Het was een toverkracht die zij niet wou, en die ze niet bedwingen kon, want telkens het gebeurde deed ze helemaal niks bijzonders.

Handenwassen met een koersbidon vol wijwater, weggeschoept uit de Onzelievevrouwenkerk, het volstond kennelijk niet om toverkrachten af te spoelen, en haar blonde kopje stiekem in de doopfontein douwen bleek evenzeer iets vruchteloos.

Die slappe wakke jongens raakten helemaal rond haar verstrengeld en aan haar verknoopt, nog voor zij enige echte moeite op hen maar kon oefenen!

De kans niet, kreeg ze. Kon zo niet langer, wou ze. “Ik wil meer meemaken,” dacht ze. Ze wou mannen in de ban slaan, beheksen.

Ze was altijd al een willer, zij, dat zeker. Een willige, zegt men rond Kerelbeke.

Het werd als jonge vrouw een van Wienes wensdromen dat er later een feliciterend adjectief naar haar gestijld zou worden: “een wienige dag vandaag” bijvoorbeeld, wat zou willen zeggen: een prachtige frisse dag, of “wow welk wienig kleedje!”, een jurkje wil dat zeggen waar alle vrouwen jaloers van zijn, of nog: “een wienige zin”, een zin namelijk die zo uitstekend in mekaar steekt van de leugens en galanterie dat je er alles mee bereikt en iedereen bedondert.

---

Dromen lukt Wiene als de betere, liegen gaat haar zeer goed af, maar een doel te stellen is wel haar grootste talent.

Haar eerste echte doel in ’t leven is geweest om jongens bij de les te krijgen. Manieren leren er vanzelf maar weinig, had ze afgeleid van televisie.

De etiquetteprogramma’s waar Meeke soms naar keek, zelfs de Heilige Eucharistie, de sacrale toneelzaal waar toch enigszins vergelijkbare ingetogen voorschriften golden, er werd door jongens op de speelplaats nooit eens over nagepraat.

Wiene wou ’t graag anders. Ze had zin om zich door jongens hOffelijk te laten bejegenen, galant zoals men zegt.

“Tutut,” zei ze tegen de vriendjes op school, “Zal ik vandaag misschien eerst de klas betreden, terwijl gij de deur wijd openhoudt? Gaan we dat twee-drie keer oefenen? Dan krijgt ge misschien een zoentje..”

De pummeltjes, ze deden het allemaal. Toch vergaten ze ’t soms of kleurden elders uit de lijnen.

‘t Begon haar bovendien op te vallen dat veel van die snotterige etters lastig tot de vervulling van hun beloftes kwamen. De belofte om de volgende week een gouden oorbelletje voor haar mee te brengen, bijvoorbeeld, of een speld met fonkelende steentjes, ter decoratie van de strooien engelenhaartooi.

Maar het kon nog erger.

Op een dag vroeg ze een jongen om voor haar bij de bakker een Lange Suisse te halen.

Twee boterkoeken later kwam hij terug, de kruimels nog op zijn trui. Suisse vergeten!

"Lomperik!" ontplofte ze, "Boertigaard! Halve schoenzool! Een teleurstelling zijn jongens. Trouweloos."

Hoe fatsoenloos en beschamend vond ze, gebrek toch aan respect, zo voelde het stérk aan, om een prinses iets te beloven onder de schone schijn van ridderschap, en het een boterkoek later lompweg te vergeten zijn.

"Belzebub!"

 

 

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

30 apr. 2024 · 202 keer gelezen · 4 keer geliket