met wijdopen armen versperden ze de weg
schouder aan schouder onze ruggen gebroken
en luidkeels de zwijgende monden gedood
hierbuiten naar rechts, gewoon de brandlucht volgen
al te gewillig wendde men de neus
en daar jaagt het koper en kletsen cymbalen
de naderende marsmaat in rikketik van blik
daar twirrelen synchroon al de duizelende batons
zo glimmend verpakt weer het gif
en het gekke is
wat stond te gebeuren stond aldoor op de doos
kijkt iemand weleens
onderop

